Nagekomen bijlage 02.2: memo uitwerking uitkomsten meicircaire 2023
Tekst van het document
Memo Ja Van Aan Datum Onderwerp
: Diana Molendijk : Leden van de Raad van de gemeente Beuningen : 20 juni 2023 : Uitwerking uitkomsten meicirculaire 2023
Registratiecode
: AR23.00002
Deze memo bevat informatie over: 1.
De invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds;
2.
De actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2023;
3.
De stelposten. - Stelpost “financieringssystematiek deel BCF” - Stelpost “extra rijksmiddelen Jeugdzorg vanaf 2026”
4.
Nieuwe financieringssystematiek vanaf 2027
1.
Nieuw verdeelstelsel per 1 januari 2023
Logischer en globaler De regering heeft besloten om per 1 januari 2023 een nieuw verdeelmodel in te voeren voor de algemene uitkering. Hoofddoel voor een nieuw verdeelstelsel was het eenvoudig en uitlegbaar maken en dat het beter aansluit bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (dat was vooral nodig in het sociaal domein). Zowel voor het klassiek domein als het sociaal domein zijn samenhangende taken van gemeenten in clusters ingedeeld. Het nieuwe model is gebaseerd op een analyse van de jaarrekeningen van alle gemeenten over de periode 2015-2019 en heeft ook andere maatstaven dan het voorgaande model. Door deze invoering per 1-1-2023 van het nieuwe verdeelmodel is er sprake van een groot aantal wijzigingen in de verdeelmaatstaven en zijn de bedragen per eenheid opnieuw bepaald. Het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds had voor- en nadelen voor verschillende gemeenten.
Herverdeeleffect De laatste actualisatieslag voor de invoering in 2023 was de meicirculaire 2022 en dit gaf inzicht in de definitieve uitkomsten. In onderstaande tabel wordt een vergelijking gemaakt met de oude verdeling (voor 1-1-2023) met 88 maatstaven ten opzichte van de nieuwe verdeling (vanaf 1-1-2023) met 49 maatstaven. Bij beide verdelingen wordt de nieuwe indeling in Sociaal domein en klassiek domein gehanteerd.
x € 1.000
Verschil oude verdeling t.o.v. nieuwe (huidige) verdeling
Sociaal Domein Sociale basisvoorzieningen Participatie WMO Jeugd Klassiek Domein Bestuur en ondersteuning Veiligheid Onderwijs Sport, Cultuur en Recreatie Infrastructuur, ruimte en milieu Algemene eigen middelen Integratie- en decentralisatie uitkering TOTAAL
14 181 -3.635 265 4.823 429 222 82 428 -3.870 0 -1.061
Door deze actualisatieslag is gemeente Beuningen vanaf 2023 € 1.061.000 minder aan Algemene Uitkering gaan ontvangen. Dit betekent circa ¤ 41,- per inwoner minder. Het cluster “WMO” laat het grootste negatieve verschil zien. In de oude verdeling werd het bedrag berekend met 32 verdeelmaatstaven terwijl in de nieuwe verdeling dit terug gebracht is naar 6 verdeelmaatstaven.
Ingroeipad Het maximale negatieve effect is in 2023 € 7,50 per inwoner en in 2024 en 2025 € 15 per inwoner. Het maximale negatieve effect vanaf 2025 bedraagt hierdoor € 37,50 per inwoner. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage economische status en voor krimpgemeenten geldt een aangepast ingroeipad. Dat zijn in totaal 41 gemeenten. Gemeente Beuningen hoort hier ook bij. Het maximale negatieve effect voor de gemeenten Beuningen met het aangepaste ingroeipad is in 2023 € 5 per inwoner, in 2024 € 7,50 per inwoner en vanaf 2025 € 10 per inwoner. Het maximale negatieve effect vanaf 2025 bedraagt hierdoor € 22,50 per inwoner. Dit dus in plaats van de negatieve ¤ 41 die berekend is. Jaar 2023 2024 2025 2026 2027 Bedrag per inwoner
Ingroeipad 2023-2027 € 5,00 € 12,50 € 22,50 € 22,50 € 22,50
Suppletie-uitkering Nieuwe verdeling
2
Om te bewerkstellingen dat het herverdeeleffect als gevolg van het nieuwe verdeelmodel conform bovengenoemd aangepast ingroeipad wordt gerealiseerd, is de algemene uitkering voor de gemeente Beuningen verhoogd met een suppletie-uitkering. Suppletie nieuw verdeelstelsel Herverdeeleffect (€ 41,-) Suppletie-uitkering nieuwe verdeling Netto effect
2023 -1.061.000 930.000
2024 -1.061.000 734.000
2025 -1.061.000 473.000
2026 -1.061.000 473.000
2027 -1.061.000 473.000
-131.000
-327.000
-588.000
-588.000
-588.000
Het negatieve netto effect van de nieuwe verdeling per 2023 moet door de gemeente Beuningen zelf gedragen worden. Het ingroeipad geeft de tijd voor nadeelgemeente zoals Beuningen om zich aan te passen. 2. De actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2023 In deze brief zetten we de afwijkingen over de jaren 2023 t/m 2027 ten opzichte van de laatste circulaire (decembercirculaire 2022) uiteen. Tevens wordt met deze meicirculaire de ontwikkeling in uitkeringsjaar 2028 zichtbaar. Gemeentefonds (in €: +=voordeel/ -=nadeel)) Volgens decembercirculaire 2022 (excl. stelposten) Volgens meicirculaire 20223 (excl. stelposten) Verschil (toename) Mutatie per jaar
2023
2024
2025
2026
2027
2028
44.952.000 45.494.000 47.424.000 46.285.000 46.070.000 46.115.000 47.824.000 49.471.000 46.759.000 47.551.000 1.163.000
2.330.000
2.047.000
474.000
1.481.000
1.163.000
1.167.000
-283.000 -1.573.000
1.007.000
48.284.000*
* 2028, start nieuw begrotingsjaar
De meicirculaire heeft voor 2023 een positief effect op het begrotingssaldo van € 1.163.000. Meerjarig is het effect van de circulaire ook positief. In bovenstaande tabel is tevens de mutatie ontwikkeling per jaar inzichtelijk gemaakt. De raming van de daling van rijksinkomsten in 2026 (€ 46.759.000) ten opzichte van 2025 (49.471.000) is € 2.7 miljoen. Dit betekent ruim € 100 per inwoner dat we in 2026 minder gaan ontvangen ten opzichte van 2025. Deze “ravijnperiode” 2026 en verder, plaatst gemeenten voor problemen. Ze kunnen daardoor het accres niet geheel gebruiken voor investeringen en de bijbehorende beheers- en onderhoudslasten. De afschrijvingslasten van investeringen en de bijbehorende beheers- en onderhoudslasten vragen bij een baten en lasten-stelsel om een dekking met inkomsten tot in lengte van jaren.
Effecten 2023 en verder De redenen dat het effect van de circulaire meerjarig positief is komt door diverse mutaties. De belangrijkste mutaties, boven de €100.000 worden hieronder inzichtelijk gemaakt en toegelicht.
3
Gemeentefonds (in €: +=voordeel/-=nadeel)) Accresontwikkeling
2023
2024
318
708
2025
2026
2027
1.171
1.253
1.299
Financieringssystematiek Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen Loon- en prijsbijstelling
1.133 -269
-82
-282
69
172
136
1.654
1.026
Jeugdzorg
-503
-632
Integraal zorgakkoord (WMO abb tarief)
112
109
109
Terugdraaien eigen bijdrage HH WMO
100
98
98
-227
-227
Herinvoering eigen bijdrage WMO DU Brede impuls combinatiefuncties
-120
Inkomstenderving 2020 en 2021
138
IU Participatie
200
IU Voogdij/18+
629
WOZ-waarden mutaties
43
WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven Overige mutaties onder €100.000 Verschil (toename)
-120
-120
-120
-120
249
275
263
247
-75
-191
-216
-241
-167
-171
-173
-174
157
-9
-9
-11
-11
1.165
2.330
2.047
473
1.481
Bedragen in € 1.000 (+=baat,voordeel/-=last,nadeel)
Accresontwikkeling Op basis van de keuzes uit het coalitieakkoord en aanvullende afspraken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is het accres voor de jaren tot en met 2025 gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire bijgesteld wordt op basis van de laatste inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) over de loon- en prijsontwikkeling. In deze meicirculaire wordt de loon- en prijs tranche van 2023 vastgezet. In 2022 is de inflatie na het uitkomen van het CEP 2022 aanzienlijk gestegen. Daarom heeft het kabinet bij Najaarsnota 2022 besloten om eenmalig een structurele prijsbijstelling over 2022 uit te keren. Deze is ook hierin verwerkt. In het coalitieakkoord is besloten om het accres vanaf 2026 (nu met de voorjaarsnota uitgesteld naar 2027) niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven (samen trap op en samen trap af). Voor 2026 en verder is het accres gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire wordt geactualiseerd op basis van de laatste inzichten van het CPB over de loon- en prijsontwikkeling. Het kabinet heeft, als uitwerking van het coalitieakkoord, besloten dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd worden op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In deze circulaire is de koppeling aan bbp vanaf 2027 nog niet verwerkt.
Financieringssystematiek In het coalitieakkoord heeft het kabinet een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden aangekondigd met als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden. Bij Miljoenennota 2023 (najaar 2022) heeft het kabinet aanvullend eenmalig € 1 miljard voor gemeenten beschikbaar gesteld voor 2026, vooruitlopend op de nieuwe
4
financieringssystematiek. Dit bedrag (€ 1.133.000) komt nu met de meicirculaire vanaf 2027 structureel beschikbaar.
Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen Het verschil in de hoogte van de algemeen uitkering wordt mede bepaald door een bijstelling van een aantal maatstaven (hoeveelheidsverschillen). Per 1-1-2023 is het totaal aantal verdeelmaatstaven bijna gehalveerd van 88 naar 49. Deze meicirculaire is het eerste moment, na de invoering van het nieuwe verdeelstelsel, dat de berekende aantallen geactualiseerd konden worden. Inschattingen zijn nu aangepast aan de cijfers per 1-1-2023. Vanaf 1 januari 2023 is in het nieuwe verdeelstelsel ook een aantal nieuwe maatstaven opgenomen en een heeft aantal bestaande maatstaven een andere definitie gekregen. Al deze aanpassingen hebben voor Beuningen een negatief gevolg van € 269.000 in 2023 oplopend naar ruim 6 ton in 2027.
Loon- en prijsbijstelling
Per 2023 is een deel van de integratie-uitkering Participatie, integratie-uitkering Voogdij 18+ en een onderdeel van Jeugd overgeheveld naar de algemene Uitkering. Op basis van de huidige normeringssystematiek telt dit budget in 2023 nog niet mee in de grondslag van het accres voor de jaren 2023 tot en met 2025. Daarom wordt voor deze overgehevelde budgetten nog één keer loon- en prijsbijstelling toegekend voor de periode 2023 tot en met 2025.
Jeugdzorg Het Rijk en de VNG hebben 18 april 2023 een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda Jeugd. In de meicirculaire 2023 wordt voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda, voor 2024 € 1.363 miljoen (Beuningen € 1.654.000) en voor 2025 € 859 miljoen (Beuningen € 1.026.000) beschikbaar gesteld. Voor de jaren 2026 en verder blijven de middelen gereserveerd en zal toevoeging aan de algemene uitkering plaatsvinden na het advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. Voor Beuningen hadden we een Stelpost extra rijksmiddelen Jeugdzorg opgenomen. De jaren 2024 en 2025 zijn nu toegevoegd aan de algemene uitkering waardoor de stelpost voor die jaren kan vervallen. Voor de jaren 2026 en verder moeten gemeenten rekening houden met de voorgenomen besparingen van het rijk en in de begroting voor Jeugdzorg een lagere raming opnemen voor de uitgaven. Stelpost extra rijksmiddelen jeugdzorg Stelpost bij de decembercirculaire ‘22
Uitkering taakmutatie jeugdzorg mei '23 Stelpost bij de meicirculaire '23
2023
2024 1.450.000 1.654.000
2025
2026
2027
2028
875.000 425.000 1.053.000 450.000 276.000 276.000
De provinciaal toezichthouder gaf vorig jaar toestemming om voor de jaren 2024 tot en met 2026 een stelpost op te nemen ‘nog te ontvangen rijksbijdrage jeugdzorg’ van 100% van het gemeentelijk aandeel. 2024 en 2025 zijn toegevoegd aan de algemene uitkering. Voor 2026 wordt een aangepaste stelpost van 100% opgenomen. Voor 2027 en 2028 hanteren we voorlopig nog een stelpost van 75% van het gemeentelijk aandeel.
Integraal zorgakkoord (WMO abb. tarief)
5
Het kabinet stelt structureel extra middelen van € 110 miljoen (Beuningen € 110.000) vanaf 2025 beschikbaar aan gemeenten samenhangend met het Integraal Zorgakkoord, ter compensatie van gemeenten voor gestegen kosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief Wmo
Terugdraaien eigen bijdrage HH WMO en Herinvoering eigen bijdrage WMO Het abonnementstarief in de WMO 2015 wordt afgeschaft en in plaats daarvan wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de WMO 2015 heringevoerd. Anders dan beoogd in het Coalitieakkoord verdwijnt het abonnementstarief niet alleen voor de huishoudelijke hulp, maar voor alle Wmo-voorzieningen waarop het abonnementstarief nu van toepassing is. Hiervoor wordt een wetsvoorstel voorbereid. Het huidige wetsvoorstel voor invoering van de passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp (waarvan de inwerkingtreding per 2025 werd voorzien) wordt ingetrokken.
DU Brede impuls combinatiefuncties Op 8 februari 2023 is de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis 2023-2026 (SPUK-SGCS, ook wel ‘brede SPUK”) gepubliceerd. Voor de bestaande Brede Regeling Combinatiefuncties betekent dit een wijziging van het type uitkering van een decentralisatie uitkering naar een specifieke uitkering. Vanwege deze wijziging is in de meicirculaire 2023 deze maatstaf met ingang van uitkeringsjaar 2023 en verder komen te vervallen. De inkomensoverdracht vindt tenslotte niet meer plaats via het gemeentefonds, maar zal via de specifieke uitkering plaatsvinden.
Inkomstenderving 2020 en 2021 Met decentrale overheden is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covid-19 in 2021. Voor gemeente Beuningen is dit €138.000.
IU Participatie
De omvang van de integratie uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling vanaf 2023.
IU Voogdij/18+ De omvang van de integratie uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2023. Dit bedrag is inclusief de extra prijsbijstelling die door het kabinet toegekend is voor 2022.
WOZ waarde mutaties en WOZ waardering en aanpassing rekentarieven Gemeenten krijgen minder geld uit het gemeentefonds (aftrekpost) als ze veel vermogen hebben om belastingen te heffen. Het vermogen bestaat uit de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een tarief dat voor alle gemeenten hetzelfde is. De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee. De inflatie in de periode tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2023 bedraagt volgens de ramingen van het CPB 7%.
Overige ontwikkelingen
6
Naast bovengenoemde ontwikkelingen zijn er nog overige ontwikkelingen zoals leerlingenvervoer Oekraïne, Taal voor ontheemden uit Oekraïne en flankerend beleid energiearmoede. 3.
Stelposten
Gemeentefonds (in €1000: +=voordeel/-=nadeel) Volgens meicirculaire 2023 (excl. stelpost) Stelpost Financieringssystematiek deel BCF Stelpost extra rijksmiddelen Jeugdzorg vanaf 2026 Totaal
2023
2024
2025
2026
2027
2028
46.115.000 47.824.000 49.471.000 46.759.000 47.551.000 46.973.000 -87.000
450.000
276.000
276.000
46.115.000 47.824.000 49.471.000 47.209.000 47.740.000 47.249.000
Stelpost financieringssystematiek deel BCF Later dit jaar, in de septembercirculaire 2023, wordt van het structurele bedrag van 1 miljard (structurele rijksbijdrage) nog een deel in het BTW-compensatiefonds (BCF) gestort. De schatting is dat hierdoor per saldo via de algemene uitkering € 924 miljoen beschikbaar blijft en € 76 miljoen aan het BTW-compensatiefonds wordt toegevoegd. De 1 miljard (€ 1.130.000) is reeds toegevoegd aan de algemene uitkering. De kans is dus groot dat de 76 miljoen weer wordt onttrokken. Dit betekent voor gemeente Beuningen € 87.000. Vandaar dat deze als negatieve stelpost is opgenomen.
Stelpost extra rijksmiddelen Jeugdzorg vanaf 2026 Zie onderdeel Jeugdzorg
4.
Nieuwe financieringssystematiek vanaf 2027
Het kabinet wil een nieuwe financieringssystematiek van de algemene uitkering. In het coalitieakkoord (voorjaar 2022) overviel het kabinet de gemeenten met de boodschap een einde te maken aan de huidige manier van bekostigen van gemeenten. Het samen trap op trap af systematiek. De exacte invulling van die financieringssystematiek moet echter nog wel verder worden uitgewerkt. Daar is meer tijd voor nodig. Oorspronkelijk had het kabinet het voornemen de nieuwe financieringssystematiek in 2026 te laten ingaan. Dat wordt, blijkens de Voorjaarsnota, nu 2027. De nieuwe financieringssystematiek vanaf 2027 is in deze meicirculaire 2023 niet verwerkt. In de miljoenennota 2023 moet hierover meer duidelijkheid komen.
7