G2.Toezicht- en handhavingsbeleid 2020-2022
Tekst van het document
Toezicht- en handhavingsbeleid gemeente Beuningen 2020-2022 Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Beuningen
1. Inleiding Voor u ligt het toezicht- en handhavingsbeleid van de gemeente Beuningen. Dit is niet het volledige Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid (VTH-beleid). Het toezicht- en handhavingsgedeelte op het ruimtelijke- milieudomein wordt in dit beleid achterwege gelaten. Deze beleidsnota is de opvolger van het in 2016 vastgestelde ‘Beleidsregels Uitvoeringsbeleid Vergunningen, Toezicht en handhaving 2016-2020’, met uitzondering van de delen die zien op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en hoofdstuk 10 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Die delen blijven van toepassing. De reden hiervoor is dat een regionaal werkgroep is ingesteld om deze onderwerpen regionaal af te stemmen en te prioriteren en zo te komen tot een gemeenschappelijk VTH-beleid. Daarom is gekozen om dit beleidsplan vast te stellen voor in de periode van 2020 tot en met 2022. In 2022 wordt bekeken hoe het staat met het gemeenschappelijk VTH-beleid. De verwachting is dat in begin 2023 een nieuw VTH-beleid moet worden vastgesteld. Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving zijn belangrijke instrumenten die de gemeente Beuningen inzet ten behoeve van het waarborgen en bevorderen van veiligheid, gezondheid en leefbaarheid.
In deze beleidsnota worden de keuzes beschreven die de gemeente Beuningen op het gebied van toezicht en handhaving maakt: welke onderwerpen verdienen meer of juist minder aandacht? Op welke manieren houden we toezicht en welke handhavingsinstrumenten zetten we op welke momenten in? Het beleid levert een bijdrage aan een consequente en transparante uitvoering van toezicht en handhaving en schept zo duidelijkheid voor bewoners en bedrijven. Toezicht en handhaving vinden plaats op basis van het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Verder is een goede en open communicatie met bewoners en bedrijven een belangrijk aspect van toezicht en handhaving. Doelstelling van het beleid Met dit handhavingsbeleid stelt het college van burgemeester en wethouders van Beuningen het beleid op het gebied van toezicht en handhaving in de openbare ruimte en de bijzondere wetregelgeving en Verordeningen, vast. In 2020 heeft het college een nieuwe prioritering op de handhaving in de openbare ruimte vastgesteld. Deze prioritering is de basis voor de actualisatie van het toezicht- en handhavingsbeleid. Verder in dit beleidsplan wordt hier nader op ingegaan.
Bij de ‘bijzondere wet- en regelgeving en Verordeningen’ vallen de volgende vergunningen van de volgende wet- en regelgeving onder: - Drank- en Horecawet; - APV; - Wet op de kansspelen; - Wegenverkeerswet 1994; - Winkeltijdenwet en Winkeltijdenverordening; - Marktverordening; - Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens en Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; - Regeling verkeersregelaars; - Speelautomaten - Wet Bibob; - Opiumwet; - Afvalstoffenverordening.
Uitgangspunten beleid 1. We gaan inzetten op het voorkomen van overtredingen. 2. Gedeelde verantwoordelijkheid: daar waar inwoners/ondernemers/derden zelf een rol kunnen vervullen in toezicht en handhaving moeten zij deze rol ook oppakken en eigen verantwoordelijkheid nemen. 3. In beginsel wordt de prioriteitenladder gehanteerd. 4. Bij de toepassing van de prioriteitenladder wordt gekeken of er mogelijkheden zijn tot legalisatie. Afbakening van het beleid Dit toezicht- en handhavingsbeleid is bedoeld voor de openbare ruimte en de bijzondere wet- en regelgeving en verordeningen voor de periode van 2020-2022. Dit beleidsplan gaat niet over toezicht en handhaving van de sociale wetgeving, de leerplicht of de privaatrechtelijke handhaving. Evenmin gaat het over taken van andere organisaties, zoals de Omgevingsdienst Regio Nijmegen, de waterschap en de provincie. Het toezicht en handhaving op het ruimtelijke domein, milieudomein en de brandveiligheid is hier niet aan de orde. Over deze onderwerpen blijft de prioritering die is gesteld in het beleidsplan ‘Beleidsregels Uitvoeringsbeleid Vergunningen, Toezicht en handhaving 2016-2020’, onverkort van toepassing. Daarom is de prioritering op deze onderwerpen als bijlage bij dit beleid opgenomen (bijlage 1 en 3).
In dit beleidsplan worden de begrippen ‘toezicht’ en ‘handhaving’ als volgt gedefinieerd: Toezicht - Het verzamelen van informatie ten behoeve van de beantwoording van de vraag of wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving; - Beoordelen of er sprake is van een overtreding; - Zo ja, actie ondernemen (hierbij gaat het niet altijd om handhavend optreden, maar bijvoorbeeld ook om legalisatie) Handhaving Het doen naleven van door de overheid gestelde wet- en regelgeving door middel van: - Preventieve maatregelen (toetsen bestemmingsplannen en vergunningen op handhaafbaarheid, voorlichting aan inwoners en bedrijven op website gemeente en/of in gemeenteblad, overleg met inwoners en bedrijven); - Repressieve maatregelen (bestuursdwang, dwangsom, proces-verbaal, boete).
2. Voorkomen van illegale situaties Het voorkomen van illegale situaties is een belangrijke doelstelling van dit toezicht- en handhavingsbeleid. Het is beter te voorkomen dan achteraf te moeten optreden. Het voorkomen van illegale situaties begint met communiceren en goede voorlichting. Dit doen we door de onderstaande punten op te pakken in de organisatie. 1. Communicatie via de (sociale) media De consequenties van nieuwe wet- en regelgeving voor toezicht en handhaving maken we bekend op de website. Voor vragen en informatie kunnen inwoners of bedrijven terecht op de website. Daarnaast gebruiken we bij belangrijke informatie en projecten de gemeentepagina’s in de Maas & Waler. Andere (sociale) media die we gebruiken zijn Twitter en Facebook. 2. Informatieverstrekking aan de balie Bouwen en Wonen Inwoners kunnen voor informatie terecht bij de balie Bouwen en Wonen. Hier beantwoorden we vragen en geven we informatie over de ruimtelijke ontwikkeling en openbare ruimte. 3. Extra alert te zijn bij nieuw beleid Bij nieuw beleid geven we bij herhaling informatie en extra advies aan bewoners. Hiermee voorkomen we dat illegale situaties ontstaan. Ook willen we, indien mogelijk, de doelgroep waarvoor het nieuwe beleid geldt met een brief op de hoogte te brengen van het nieuwe beleid.
En we houden in het begin scherper toezicht om inwoners te wijzen op overtredingen die zij begaan en zo op de hoogte te brengen van nieuw beleid. 4. Informeren door de Buitengewoon opsporingsambtenaar De Buitengewoon opsporingsambtenaar werkt buiten en kan de inwoners informeren over (nieuwe) wet- en regelgeving. Dit zal hij doen volgens de prioriteitenladder. 5. Informatie bij wijkcoördinatoren Bij het project ‘samen in de buurt’ zijn collega’s, zoals de wijkcoördinatoren buiten. Tijdens deze momenten ‘in de buurt’ kunnen de wijkcoördinatoren ook informatie verstrekken over activiteiten die de inwoners of ondernemers willen doen of organiseren en waar deze regels te vinden zijn. 6. Communicatie door medewerkers (ook van andere afdelingen) Voor collega’s (ook in andere werkvelden) moet het als een soort tweede natuur zijn om te letten op aspecten die te maken hebben met toezicht en handhaving. Hiermee bedoelen we bijvoorbeeld dat zij aandacht geven aan de vraag of er misschien vergunningen benodigd zijn voor bepaalde activiteiten (bijvoorbeeld bij aanvraag voor een evenement). Alle medewerkers van de gemeente moeten hierover communiceren en eventueel doorverwijzen naar de juiste afdeling of team binnen de gemeente. 7.
Sociale controle We verwachten van inwoners of ondernemers dat zij hun eigen kennis over wet- en regelgeving delen met anderen en (indien nodig) aanspreken op gemaakte overtredingen.
3. Uitgangspunten In dit hoofdstuk beschrijven wij de uitgangspunten van het toezicht- en handhavingsbeleid. Keuzes toezicht- en handhavingsbeleid Het werkveld van de BOA’s is met de jaren veranderd. Een tiental jaren geleden werden BOA’s door gemeenten in dienst genomen voor “kleine ergernissen” in de openbare ruimte, waaronder zwerafval, parkeren of hondenpoep. Inmiddels zijn thema’s als jeugdoverlast en ondermijning actueel geworden. Deze thema’s spelen ook in de gemeente Beuningen een rol. Dit betekent dat we capaciteit inzetten op zaken die we in elk geval moeten aanpakken om de leefbaarheid van gebieden en veiligheid van inwoners en bedrijven te bewerkstelligen. Dit is toezicht en handhaving op een adequaat niveau. Dit resulteert in het inzetten van: 1. 70% van de beschikbare capaciteit op basis van de prioriteringslijst; en 2. de resterende 30% voor nader te bepalen toezichtactiviteiten zoals projecten en handhavingsverzoeken. Om te bepalen welke overtreding we wel direct aanpakken en welke niet maken we gebruik van een prioriteitenladder. De prioritering van de zaak komt op de prioriteringslijst. Onze capaciteit – 70 % gebruiken wij voor de uitvoering van de zaken op de prioriteringslijst. De overige 30% betreft ad hoc zaken die direct aandacht behoeven, zoals handhavingsverzoeken en maatschappelijk gevoelige zaken.
Ook gebruiken we deze 30% voor overtredingen die we op projectbasis oppakken, zoals bij de vaststelling van nieuw beleid (tijdelijk meer aandacht voor uitvoering beleid). Beuningse prioriteitenladder en lijst Zoals gezegd: 70% van de beschikbare capaciteit zetten we in op basis van de prioriteitenlijst. Om deze lijst te vullen hanteren we de prioriteitenladder. Overtredingen die (persoonlijke) veiligheid, een maatschappelijk belang of de volksgezondheid in het geding brengen hebben een hoge prioriteit. De kleinere overtredingen zijn lager ingeschaald. Op basis van deze prioritering zijn thema’s in de prioriteitenladder uitgewerkt. Deze thema’s zijn onderverdeeld in categorieën (bijlage 2). Over wet- en regelgeving heen, rekkelijk of precies We willen meer over wet- en regelgeving heen toezicht houden en handhaven. De nieuwe ladder vormt een lijst waarop overtredingen staan die we direct oppakken, die we even laten liggen of overtredingen die we niet oppakken. Een illegale situatie is in principe in alle gevallen ongewenst. Maar de capaciteit bepaalt dat we keuzes moeten maken in wat we wel en wat we niet doen. Zelfsturing Er is voor de medewerker meer vrijheid om het werk te doen. Zolang we goed motiveren waarom we bepaalde overtredingen wel of niet oppakken kan dit de rechtsgelijkheid niet in gevaar brengen of een ongewenst precedent scheppen.
De medewerker kan met deze thema’s zijn of haar kennis en ervaring gebruiken om te beoordelen welke prioriteit (hoog, gemiddeld of laag) een illegale situatie moet krijgen. Omdat sommige illegale situaties maatschappelijk gevoelig liggen of complex zijn, kan het voor medewerkers nodig zijn collega’s of het bestuur te raadplegen. Deze collegiale of bestuurlijke
raadpleging steken we op verschillende manieren in. Zo kan een situatie zo complex zijn dat in een teamoverleg moet plaatsvinden. Maar ook het sparren van één collega met specialistische kennis kan uitkomst bieden. Daarnaast kan er bij bestuurlijke raadpleging sprake zijn van een voorstel en besluit van het gehele college en soms kan ook de portefeuillehouder zelf antwoord geven bij een maatschappelijk gevoelige zaak. Bestuurlijk geaccepteerde risico’s Keuzes maken betekent ook risico nemen. Een voorbeeld hiervan is dat we bij de rechtbank of de Raad van State in het ongelijk worden gesteld, omdat we een illegale situatie toch hadden moeten oppakken. Dit zijn echter risico’s die we bestuurlijk accepteren vanwege de beschikbare capaciteit en we dus niet alles op volle sterkte kunnen op pakken.
3. Toezicht en handhaving In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we het toezicht en de handhaving uitvoeren. Voor de uitvoering van het toezicht en handhaving hebben wij onze interne en externe partners nodig. Deze interne en externe partners worden ook in dit hoofdstuk beschreven. De gemeente Beuningen gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van bewoners; in de gemeente Beuningen spreken bewoners elkaar aan wanneer zij overlast ervaren. Daarnaast benadrukt de gemeente, dat repressieve handhaving het sluitstuk is van een heel traject. In dit traject wordt onder meer gesproken met de overtreder en wordt onderzocht of voor de overtreding alsnog een vergunning kan worden verleend. Pas als dit traject niet tot een oplossing leidt, is repressieve handhaving aan de orde. Interne en externe partners Interne partners Voor de uitvoering van het toezicht en handhaving op basis van de prioriteitenladder is niet alleen het werk van de BOA’s, maar alle medewerkers die voor deze taakvelden rechtstreeks werken zoals de wijkcoördinatoren, vergunningverlener, beleidsmedewerkers veiligheid en medewerkers van de buitendienst. De juristen bieden ondersteuning voor de begeleiding van het toezicht en de handhaving. Dit zijn de interne partners.
Externe partners Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) De ODRN is de Regionale Uitvoeringsdienst en voert de wettelijk verplichte milieutaken voor de gemeente Beuningen uit. Daarnaast voert de ODRN de BRIKS-taken uit (Bouwen Reclame, Inrit, Kappen en Slopen). De ODRN heeft mandaat. Bij vergunningverlening neemt Beuningen het besluit tot vergunnen of weigeren, maar doet de ODRN het voorwerk. Bij toezicht en handhaving controleert de ODRN en communiceert over eventuele constateringen van overtredingen met de overtreder. De ODRN onderhoudt in relatie tot hun taakuitvoering contacten met het Waterschap en Rijkswaterstaat en andere bij handhaving betrokken partijen. Driehoeksoverleg Het Driehoeksoverleg is een overleg tussen burgemeester, de korpsleiding van de politie en de officier van justitie. Het zwaartepunt van dit overleg is openbare orde en veiligheid. Specifieke handhavingsproblemen kunnen worden ingebracht, met name wanneer een strafrechtelijke aanpak gewenst is. Samenwerking met andere gemeenten Wij zoeken daar waar mogelijk naar samenwerking met gemeenten uit de regio. Voorbeelden van thema’s die regiobreed opgepakt worden: drugsbeleid, ondermijning en implementatie Omgevingswet.
Stappen toezicht- en handhavingstraject Een toezicht- en mogelijk ook handhavingstraject loopt volgens vier stappen: 1. Kennis nemen van een overtreding; 2. Constatering; 3. Keuzes maken; 4. Inzetten van handhavingsinstrumenten. Stap 1: kennisnemen van een overtreding Een toezicht- of handhavingstraject begint met het kennis nemen van een overtreding. Dit betekent dat de juridische afdeling op de hoogte wordt gebracht van een overtreding in onze gemeente. Kennis nemen van een overtreding gebeurt: Bij het reguliere toezicht door de BOA’s Dit houdt in dat we tijdens of op weg naar controles op basis van verleende vergunningen (bijv. DHW-vergunningen) kennis nemen van een overtreding. Door de signaalfunctie van medewerkers De BOA en andere collega’s hebben een signaalfunctie. Dit betekent dat we voor elkaar signaleren (horen en zien). Via meldingen, klachten of handhavingsverzoeken We ontvangen telefonische en schriftelijke klachten of meldingen of signalen van inwoners, ondernemers, externe partners of andere instanties. Ook ontvangen we verzoeken om handhaving. Stap 2: constatering Na het kennisnemen van een overtreding voert de BOA een controle uit. We streven naar integraal toezicht en handhaving. Dit betekent een gecombineerd controlebezoek met mensen vanuit diverse vakdisciplines of beleidsvelden.
Voordat een BOA controle gaat uitvoeren kan hij, waar mogelijk, contact zoeken met interne en externe partners. Door integraal toezicht te houden en te handhaven voorkomen we dat ondernemers en inwoners in een korte periode meerdere toezichthouders van verschillende instanties op bezoek krijgen. De situatie wordt opgenomen en er worden foto’s gemaakt. Dit noemen we de constatering. Na deze constatering beoordelen we aan de hand van de volgende definitie of een gemelde en geconstateerde situatie illegaal is: Een situatie is illegaal als deze in strijd is met de landelijke, provinciale of lokale wet- en regelgeving en beleid. Stap 3: keuzes maken Een illegale situatie is in principe in alle gevallen ongewenst. Maar de capaciteit bepaalt dat we keuzes moeten maken en bepalen tegen welke illegale situaties we wel of niet direct optreden. Deze keuze maken we op basis van een prioriteitenladder. Prioriteitenladder Voor de illegale situaties hebben we een prioritering. Hiervoor hanteren we de prioriteitenladder. Zoals al eerder genoemd gaan we de prioriteiten van illegale situaties bepalen aan de hand van een prioriteitenladder gebaseerd op thema’s. De thema’s bestaan uit een bundeling van overtredingen op een bepaald gebied. Bijvoorbeeld overtredingen die de veiligheid in gevaar brengen of situaties in strijd met bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening.
Hoe werkt het? De aanpak voor het bepalen van de prioriteit is als volgt: 1. Ga na in welke categorie de overtreding valt 2. Bepaal of de situatie ernstig is en in welke mate de situatie urgent is. Wat ernstig of urgent is wordt niet bepaald aan de hand van een lijstje. Dit wordt in elk geval apart bepaald. De medewerkers moeten goed motiveren waarom een geval ernstig en/of urgent is. Dan komt vervolgens de prioriteit er als resultaat uit. Brandveiligheid De prioriteiten voor brandveiligheid worden op regionaal niveau vastgesteld. De kennis en expertise ligt bij de regionale diensten en uitvoerders, zoals de VRGZ. Zij kunnen dan ook het beste de prioriteit bepalen van illegale situaties die zij tegenkomen en of zij hiertegen moeten optreden. Handhaving horeca en werkwijze behandelen geluidklachten (extern) Klachten over ervaren geluidsoverlast komen telefonisch, via e-mail, digitaal via S@men of op schrift binnen bij de ODRN. Indien het klachten betreft die gaan over bedrijvigheid (inrichtingen) worden deze opgenomen in S@men. Hiermee houden we overzicht en is bekend wat de stand van zaken is. Prioriteitenladder APV en bijzondere wetgeving De prioriteitenladder van de APV en de bijzondere wetgeving is in bijlage 2 opgenomen. Er is een onderscheid gemaakt in prioriteit hoog, gemiddeld laag. Deze niveaus van prioriteit betekenen als volgt. Prioriteit Laag
Gemiddeld
Hoog
Intensiteit van het toezicht Preventief: incidenteel toezicht Repressief: beperkt reageren op klachten of ambtshalve constateringen Preventief: actief toezicht Repressief: niet direct, wel gedoseerd reageren op klachten Preventief: intensief toezicht Repressief: direct reageren op klachten of ambtshalve constateringen
Wat is spoed, een hoge, gemiddelde of lage prioriteit? Spoedshalve bestuursdwang (direct oppakken) Direct oppakken omdat: - De overtreding acute veiligheids- en gezondheidsrisico’s oplevert; - Er sprake is van gevaar van onomkeerbare schade aan belangrijke milieu-, cultuur- of natuurhistorische waarden; - Er sprake is van grote maatschappelijke onrust; - Een combinatie van bovenstaande factoren. Hoog (start handhavingstraject binnen 4 weken) Snel optreden is noodzakelijk omdat: - De overtreding op korte of langere termijn veiligheids- of gezondheidsrisico’s oplevert; - De overtreding leidt tot ernstige aantasting van milieu-, cultuur- of natuurhistorische waarden; - Er sprake is van grote hinder of overlast voor omgeving; - Dit schending betekent van bestuurlijk gezag;
-
Een combinatie van bovenstaande factoren.
Gemiddeld (start handhavingstraject binnen 12 weken) Optreden is noodzakelijk omdat: - De overtreding direct of indirect leidt tot aantasting van milieu-, cultuur- of natuurhistorische waarden; - Hinder of overlast oplevert; - Een combinatie van bovenstaande factoren. Laag (wordt in de meeste gevallen gewraakt) Optreden omdat: - De overtreding leidt tot een zekere aantasting van cultuur- of natuurhistorische waarden; - De overtreding leidt tot een geringe aantasting van milieuwaarden; - De overtreding leidt tot precedentwerking. Bij een lage prioriteit en weinig impact wordt de overtreding gewraakt. De overtreding is in strijd met geldende wet- en regelgeving, maar levert geen substantiële risico’s op of slechts beperkte risico’s voor de overtreder zelf of er is geen sprake van opzet. Het is een kwestie van maatwerk en motivering om te bepalen of sprake is van ‘weinig impact’. Wanneer een overtreding geen prioriteit heeft wordt deze gewraakt. Het wraken is een vorm van uitgestelde handhaving. Het is geen besluit besluit in de zin van de Awb. We geven via een wrakingsbrief aan de overtreder aan dat wij het recht voorbehouden op een nader te bepalen tijdstip handhavend op te treden. Dit als de overtreder zelf niet ongedaan maakt. Niet alleen de prioriteitenladder Soms leiden andere aspecten tot de keuze om direct toezicht te houden en handhavend op te treden.
Die gevallen zijn: Verzoeken om handhaving Uitgangspunt is dat op alle schriftelijke handhavingsverzoeken wordt gereageerd. Mondelinge handhavingsverzoeken worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij het gaat om een overtreding die een groot risico met zich meebrengt. Een schriftelijk handhavingsverzoek moet voldoen aan de vereisten voor een aanvraag, zoals genoemd in artikel 4:2 van de Awb (zoals de ondertekening). Op de handhavingsverzoeken moet binnen 8 weken (+6 weken na verlenging) een besluit worden genomen tot wel of niet handhavend optreden. Bestuurlijke afweging In ongeveer 10& van de gevallen wil het bestuur dat een illegale situatie snel beëindigd wordt. Ook als het gaat om een overtreding die een lage prioriteit heeft volgens de prioriteitenladder. Omdat we werken met de prioriteitenladder- en lijst is het lastig om overtredingen met lage prioriteit direct op te pakken, tenzij hier een goede motivering aan ten grondslag ligt. Dit om de rechtsgelijkheid- en rechtszekerheid te bevorderen. Projecten Jaarlijks benoemen we projecten die we (tijdelijk) meer aandacht schenken. Voorbeelden hiervan zijn Groene Heuvels en bij de vaststelling van nieuw beleid (tijdelijk meer aandacht voor uitvoering beleid). Overtredingen met betrekking tot deze projecten hebben voorrang op de prioriteitenlijst.
Klachten/meldingen gevoelig voor het moment Klachten en meldingen die betrekking hebben op geluids- en geuroverlast of andere klachten en meldingen die alleen op het moment van de klacht kunnen worden geconstateerd, worden direct opgepakt. Hier gaat direct een BOA op af. Notoire overtreders Notoire overtreders zijn inwoners/ondernemers die heel vaak overtredingen begaan. Zij weten vaak goed wat wel en niet mag, maar blijven toch overtredingen begaan. Bij deze overtreders moet direct opgetreden worden. Stap 4: inzetten van handhavingsinstrumenten In deze paragraaf leggen we uit welke handhavingsinstrumenten we hebben en hoe we deze toepassen en gebruiken om illegale situaties te beëindigen. Spreken, overtuigen en adviseren Als we een overtreding hebben geconstateerd spreken we de inwoner/ondernemer hierop aan. Door middel van gesprekken, adviseren en het zoeken naar redelijkheid proberen we de overtreder er informeel van te overtuigen dat hij de overtreding ongedaan maakt. Zo kan een overtreding vaak op verschillende manieren ongedaan gemaakt worden. Door te zoeken naar redelijkheid wordt voor beide partijen de beste manier van ongedaan maken gevonden. Door hierover overeenstemming te bereiken met de overtreder en het vast te leggen op papier en in ons systeem komen we tot een oplossing.
Buurtbemiddeling Bij sommige klachten/meldingen/handhavingsverzoeken (hierna: klachten) gaat het niet zozeer om de overtreding zelf, maar heeft de klacht een achterliggend probleem. Door te praten met de klager kunnen we er wellicht achter komen wat de drijfveren van de klager zijn. Bij sommige problemen kan buurtbemiddeling een oplossing zijn. Hoe eerder buurtbemiddeling ingezet wordt bij dit soort klachten, hoe beter. Eigen verantwoordelijkheid We gaan na welke acties inwoners/ondernemers zelf kunnen ondernemer bij een klacht om overtreders aan te pakken. De gemeente verwacht dat zij deze stap eerst zetten voordat ze bij de gemeente aankloppen. Bestuursdwang en dwangsom/boetes uitschrijven Als de oplossing niet ligt in bovenstaande opties starten we een formeel handhavingstraject. Hiermee bedoelen we het toepassen van bestuursdwang en het opleggen van dwangsommen. Voor de BOA zal dit bestaan uit het opleggen van boetes aan overtreders. Dit traject is erg formeel en strikt. Bij de uitvoering zijn wetgeving en jurisprudentie leidend. Het wordt daarom pas ingezet als het informele traject niet tot een oplossing heeft geleid. Bijlage 1 prioriteit onderwerpen ruimtelijk en milieu domein (moet nog worden ingeplakt) Bijlage 2 prioriteitenoverzicht APV en bijzondere wetgeving Bijlage 3 sanctiestrategie milieu