CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

G. Brief van B&W beantwoording vragen controle op meldingen grondbank

Commissie Ruimte 25 mei 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen19.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente

Beuningen

Gemeenteraad

Datum

1 9 MEI 2021

Kenmerk

UI21.03019

Kenmerkcode

in uni in mi in in i

Uw contact

Christine Hutting

Telefoon

14 024

Onderwerp

Controle op meldingen grondbank n.a.v. klantrapportage 2020 ODRN

Geachte raad, In de commissie Ruimte van 15 maart heeft de fractie van de PvdA een aantal vragen gesteld over de klantrapportage ODRN 2020. De vragen gaan over de controle van meldingen afkomstig van de grondbank Ewijk, de controles voor grondwater en de vergunning van de grondbank. In deze brief gaan wij in op deze vragen. Omdat er meer tijd nodig was om deze vragen te beantwoorden i.s.m. de ODRN, komt deze reactie later dan de daarvoor gestelde termijn van 30 dagen.

Grondbank De grondbank is een inrichting waar grond wordt op- en overgeslagen. Een deel van de grond die wordt geaccepteerd wordt weer verder verkocht, een deel wordt toegepast in de geluidswal en een deel wordt toegepast in de Plas van Meissen. Naar aanleiding van eerdere vragen in 2020 ontving u bijgevoegde brief (UI20.02574). In deze brief gaan wij in op de vergunning van de grondbank en de controles voor toepassingen van grond in de geluidswal.

Vergunning Grondbank In onderstaande inrichtingstekening is in geel de specifieke activiteit opgenomen behorende bij de vigerende revisievergunning uit 2014. De activiteiten lichten we nader toe.

Postadres: Gemeente Beuningen, Postbus 14,6640 AA Beuningen Bezoekadres: van Heemstraweg 46, 6641AE Beuningen Telefoon: 14 024, Telefax: 024 - 6778078 E-mail: gemeente@beuningen.nl, Internet: www.beuningen.nl

IBAN: NL55 BNGH 0285 0010 78, BIC: BNGHNL2G

Gemeente JgjJ LEUNINGEN

' ĩ7

áiu

/' I Tekening Inrichting en BBK projecten (2011)

Situatie 2020

Het grond- en baggerdepot betreft een inrichting voor de tijdelijke opslag en het samenvoegen van grond en het rijpen/ontwateren van baggerspecie met als doel deze nuttig toe te passen conform het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). Op grond van de Wabo waren Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beuningen het bevoegd bestuursorgaan voor het verlenen van deze omgevingsvergunning. De gronden zijn in eigendom van K3 Delta. Bouwstoffen die voldoen aan het generieke toetsingskader mogen op grond van het Besluit bodemkwaliteit elders worden toegepast.

Aanleg geluidswal Ewiik Dit is een grootschalige bodemtoepassing (GBT) op basis van het Besluit bodemkwaliteit voor de aanleg van een geluidswal. Het bevoegd gezag is het college van B&W van de gemeente Beuningen. Voor de aanleg hiervan is in 2010 een bestemmingsplan vastgesteld. De geluidswal maakt géén onderdeel uit van de hiervoor genoemde bestaande inrichting en is derhalve ook niet opgenomen in de revisievergunning. Sinds 2009 is het toepassen van grond niet meer in de vergunning opgenomen omdat dit rechtstreeks onder de werking van het Besluit bodemkwaliteit is komen te vallen. In het verleden, voor het van kracht worden van het Besluit bodemkwaliteit en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, was de provincie bevoegd gezag van de inrichting. De meldingen voor de toepassing van grond (tot maximaal klasse Industrie) worden op verzoek van de gemeente Beuningen niet bij ontvangst beoordeeld. Er wordt één keer per jaar een steekproef genomen uit de meldingen tijdens een controle bij de grondbank. Bij een GBT hoeft geen grondwatermonitoring te worden uitgevoerd. Grondbank midden Gelderland, onderdeel van K3Delta voert het beheer uit van de GBT.

Herinrichting Plas van Meissen Toepassingen in de plas van Meissen vallen ook onder het Besluit bodemkwaliteit. Hiervoor is echter het Waterschap Rivierenland bevoegd gezag (toepassing in oppervlaktewater). Hier hebben wij om

2

Gemeente ydļ* Beuningen

deze reden geen gegevens van. Wel wordt het oppervlaktewater in de plas gemonitord door het Waterschap.

Controle op meldingen Grondbank De kosten voor het aantal meldingen afkomstig van de grondbank zijn in 2020 hoger dan begroot. Er zijn 144 meldingen van de grondbank binnengekomen en gearchiveerd. Het betreft hier een vaste uurvergoeding voor de administratieve kosten per melding. Het aantal meldingen is hoger uitgevallen dan vooraf ingeschat. Hierdoor is een overschrijding van de begroting van het werkplan 2020 opgetreden. Het basistarief is 0 91,86. In totaal C 13.227,00 is hiervoor uitgegeven, terwijl er č 2261,16 was begroot. Alle partijen grond die worden verwerkt in de geluidswal worden administratief getoetst door de Grondbank midden Gelderland (GMG). De meldingen voor de toepassing van grond (tot klasse Industrie) worden niet bij ontvangst beoordeeld en getoetst, maar een steekproef van deze meldingen voor toepassingen wordt administratief gecontroleerd tijdens de milieucontroles van de inrichting door de milieutoezichthouder. Er zijn in de afgelopen járen bij de jaarlijkse streekproeven geen noemenswaardige onregelmatigheden aangetroffen. Uit kostenoverweging heeft het college in 2011 besloten geen vooraf vastgesteld aantal controles naar de bodemkwaliteit meer uit te voeren op afzonderlijke, relatief kleine partijtjes grond (BW11.01635).

Via het Besluit Bodemkwaliteit is de grondbank verplicht alle partijen grond die verwerkt worden in de geluidswal te melden inclusief de kwaliteitsgegevens. Het administratief toezicht is voortgezet. Indien noodzakelijk behoudt de gemeente wel het recht een controlekeuring uit te laten voeren zoals contractueel is vastgelegd. Een deel van de geluidswal (taludgedeelte langs de Rijksweg A 73) is in 2019 verkocht aan de Grondbank. Grondbank GMG blijft verantwoordelijk voor het overige deel van de grond die toegepast wordt in de geluidswal.

Met vriendelijke groet, bui ŗertieester en wethouders

Dyanne Koeken secretaris

burgemeester

Bijlagen: - Revisievergunning Grondbank (17.0005472); - Toepassing materialen in ontzandingsplassen, herinrichting Plas van Meissen (UI20.02574).

3

iļ4TLê

Gemeente

LEUNINGEN

Commissie Ruimte van de gemeente Beuningen

Datum

2 6 MR1 2020

Kenmerk

UI20.02574

Kenmerkcode Uw contact

Willem Spies

Telefoon

14 024 Toepassing materialen in ontzandingsplassen, herinrichting Plas van Meissen

Onderwerp

Geachte leden van de Commissie Ruimte, Begin februari zijn door de fracties van BN&M en de PvdA schriftelijke vragen gesteld over het storten van slib in de zandwinputten in de gemeente Beuningen. Voor de beantwoording hiervan hebben wij afstemming gezocht met het waterschap. Hierdoor ontvangt u de antwoorden helaas buiten de hiervoor gestelde termijn. Opvullen en dempen van zandwinlocaties (zie bijlage vragen BN&M) Naar aanleiding van eerdere vragen en een motie in 2018 ontving u bijgevoegde brieven. In de eerste brief met kenmerk UI18.04151 is beschreven welke plassen (gedeeltelijk) opgevuld worden en of hiervoor materiaal van buitenaf wordt aangevoerd. In de tweede brief met kenmerk UI 19.06022 kunt u lezen dat de plassen niet via bestemmingsplannen, maar via rijksbeleid en de Nota Bodembeheer regio MARN (2012) worden beschermd tegen de stort van vervuilde grond. Het wijzigen van een bestemmingplan vraagt een zorgvuldig proces wat niet ‘per ommegaande’ is uit te voeren. Voor de stoffengroep PFAS, die vorig jaar uitdrukkelijk in het nieuws was, geldt een (nationaal) tijdelijk handelingskader. Hierin zijn toepassingseisen beschreven voor het (her)gebruik van PFAS houdende grond. Wettelįjk kader en monitoring (voortgang) Plas van Meissen (zie bijlage vragen PvdA) Het dempen van de plas van Meissen valt onder het wettelijke kader van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk).

Het Bbk heeft als uitgangspunt dat de toepassingen niet mogen leiden tot onaanvaardbare milieu hygiënische risico’s in het geval van herinrichtingen en/of demping van plassen.

Postadres: Gemeente Beuningen, Postbus 14,6640 AA Beuningen Bezoekadres: van Heemstraweg 46,6641 AE Beuningen Telefoon: 14 024, Telefax: 024 - 6778078 E-mail: gemeente@beuningen.nl, Internet: www.beuningen.nl

IBAN: NL55 BNGH 0285 0010 78, BIC: BNGHNL2G

Gemeente

VBeuningen

Op basis van het Bbk is een Nota Bodembeheer opgesteld. Deze is gepubliceerd in het Waterschapsblad 2017, 5496. In de Nota Bodembeheer voor het dempen tot maaiveld van de Plas van Meissen staan de afspraken over de kwaliteit van de toe te passen materialen en hoe (vaak) controles worden uitgevoerd. Wanneer er grond of bagger toegepast gaat worden moet dit worden gemeld bij het waterschap. Het waterschap controleert de meldingen aan de hand van de Nota Bodembeheer. In en rondom de Plas worden regelmatig monsters genomen door de eigenaar/beheerder. Het waterschap kan zelf ook extra controles uitvoeren. De resultaten van de uitgevoerde controles geven tot op heden geen aanleiding tot nadere acties van het waterschap. Voor het college is er daarom geen reden periodiek rapportages over dit onderwerp aan te vragen. Wijzigen bestemming Plas van Meissen De Plas van Meissen wordt omgevormd naar de oude staat (voordat zand werd gewonnen waardoor de plas ontstond). Hiermee wordt de agrarische functie met bijbehorend grondgebruik te hersteld. De oorzaak hiervan is gelegen in de behoefte aan agrarische grond in dit gebied. De gedempte plas kan namelijk ingezet worden als agrarische ruilgrond. Vooralsnog is er geen aanleiding om, op basis van vernieuwde inzichten, de bestemming van dit gebied aan te passen.

Met vriéndelijke groet, burgemeester en wethouders

Dyanne /Koÿken secretaris

Daphne Berj

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

IN20.00698 IN20.00648 U118.04151 Uil 9.06022

Schríftelijke vragen BN&M stort afval in ontzandingsplassen Schríftelijke vragen PvdA m.b.t. Plas van Meissen Slib storten in zand win putten Motie Schoon voor nu en voor generaties na ons

2

Gemeente

Bijlage 1

leuningen

IN20.00698: Schriftelijke vragen BN&M

Winssen, 6 februari 2020 Onderwerp: stort van afval in ontzandings-plassen Geacht college. Eerder stelde ik vragen over de stort van afval in ontzandingsplassen. Aanleiding waren de zeer verontrustende berichten hierover vanuit het project "Over de Maas". Wethouder de Klein heeft indertijd geantwoord dat er geen sprake is (geweest) van storting van vervuild slib in Beunļn^se zandafgravingen. Een vraag zou later beantwoord worden. Het gaat om de vrajįaofde huidige bestemmingsplannen waarin de ontzandingen liggen "slib-groof" zijn. En zo neen: of die op korte termijn alsnog "sļibgroof" te maken zijn. Een antwoord op deze vraag heeft onze fractie tot op heden niet gekregen. Ik herhaal de vraag hierbij: 1. Zijn de bestemmingsplannen, waarbinnen lopende of toekomstige zandafgravingen worden toegestaan zodanig ingericht, dat gebruik of stort van vervuilde grond, slib of overige afvalstoffen rond of in deze zandafgravingen onmogelijk is? 2. Zo nee: zijn de betreffende bestemmingsplannen dan per omgaande zo aan te passen dat stort van vervuilde grond, slib of overige afvalstoffen ónmogelijk wordt gemaakt ?

In afwachting van uw antwoord,

Eric van Ewíjk Fractievoorzitter Beuningen Nu 81 Morgen

Gemeente Bijlage 2

IN20.00648: Schríftelijke vragen PvdA

PvdA Beuningen Aan:

Het College van B&W van de gemeente Beuningen

Betreft

Vragen m.b.t herinrichting Plas van Meissen.

Beuningen, 4 februari 2020 Geacht College, Naar aanleiding van uw voorstel aan de raad van de gemeente Beuningen tot vaststelling van ‘zoekzones grootschalige opwekking Zon en Windenergie’ is door — onder meer ook — de fractie van de PvdA gepleit om de zoekzones te verbreden naar ook oppervlaktewater van (voormalige) zandwingebieden. Dit verzoek is ingewilligd. Daartoe behoorde in de optiek van de fractie van de PvdA ook het oppervlaktewater van de voormalige zandwinput - lokaal bekend als ‘de Plas van MeJsssa’ - te Ewijk Die locatie voor eventuele plaatsing van drijvende en met de zonnestand meedraaiende zonpanelen lijkt als optie af te vallen, nu kennelijk een aanvang is gemaakt met de herinrichting van de plas. De herinrichting van de plas is natuurlijk een logisch gevolg van de besluitvorming in 2015 om de Plas van WteJss&Gte verkopen aan de Grondbank, te dempen en als agrarische functie in gebruikte nemen en hiermee de oude staat te herstellen. In 2016 is het bestemmingsplan vastgesteld met de wijziging van de functie van 'water' naar 'agrarische functie’.

De benodigde vergunningen zijn verleend en in 2017 is de plas verkocht aan de Grondbank Zij zijn inmiddels gestart met de demping Dit als uitvloeisel van een in 2007 door de gemeente gesloten overeenkomst met Grondbank GMG Op het terrein direct naast de voormalige zandwinput slaat GMG al tientallen járen licht vervuilde grond op bestemd voor aanleg van geluidswallen en dergelijke. Meer in het bijzonder dus voor infrastructurele voorzieningen waarbij de samenstelling van de grond op de plaats van verweridng geen direct gevaar voor de volksgezondheid ofwel in mindere mate een belasting voor het milieu zou vormen. Gelet op de omvang van deze grootschalige opslag van grond is het niet aannemelijk dat diezelfde “licht vervuilde grond" ook aangewend wordt voor de - kennelijk recent gestarte demping van de zandwinput Immers, deze opgeslagen grond heeft een commercieel nut en zou naar ons idee voor andere doeleinden aangewend worden. Dit laatste gebeurt denken wij echter helemaal niet Naar ons idee wordt er geen grond afgevoerd, maar wordt deze gestort in de plas

. Beuningen

Gemeente

N B. Eerst werd er alleen specie ongeveer in het midden van de plas gestort via een lange drijvende brug. Vanaf 2018 wordt ook vanaf de oostoever specie gestort Een paar jaar geleden is er ook rechtstreeks via een pijpleiding vervuilde baggerspecie gestort uit weteringen van Rivierenland zuidelijk van de pias. Er was toen een snuffelpaal geïnstalleerd om waarschijnlijk na te gaan of er ook EŴK!» in de lucht vrij kwamen!!!) Dat roept een drietal hoofdvragen op: 1. Wordt er controle uitgeoefend op de kwaliteit van alle aangevoerde specie, wat is daar over in de vergunning opgenomen en worden er daadwerkelijk controles uitgevoerd Met name de invloed op het grondwater is van belang. Worden er bijvoorbeeld grondwatermonsters genomen en wat zijn de resultaten . 2. Wat verdwijnt er meer specifiek dan wel onder water om de zandwinput te dempen? 3. In hoeverre biedt voortschrijdend inzicht aanleiding tot aanpassing van de plannen tot herinrichting van de plas, in die zin dat het oppervlaktewater in stand blijft en beschikbaar komt/blijft voor drijvende parken met energie opwekkende zonnepanelen? Het geformuleerde doel om de plas weer tot landbouwgrond om te vormen zou dan zeer zinvol veranderen in het behouden van goede landbouwgrond elders. NB.

De mogelijkheid om relatief natte specie te storten in de plas is natuurlijk wel in zeer lucratieve zaak Los van deze hoofdvragen rijst een aantal specifieke vragen die betrekking hebben op de eerder overeengekomen herinrichting van de zandwinput annex plas. De fractie van de PvdA vindt het plezierig als uw College de raad informeert over: a. Voorziet de door de gemeente overeengekomen herinrichting en eventuele uitvoeringsafspraken ook in toezicht op die herinrichting, naast het oogpunt van ruimtelijke ordening meer in het bijzonder ook vanuit het oogpunt van milieukwaliteiten en het oogpunt van volksgezondheid bij toekomstig gebruik na afronding van de herinrichting? b. Wie ziet - in opdracht van het College en in het verlengde van haar taak als bedoeld in art 2c Wet Publieke Gezondheid - toe op de naleving hiervan? c. Vindt er periodiek onafhankelijke bemonstering plaats van materiaal dat voor de demping wordt gebruikt? d. Vindt er periodiek onafhankelijke en bij voorkeur onaangekondigde bemonstering plaats van het oppervlaktewater van de voormalige zandwinput na storting van dempingsmateriaal? Is dat ook het geval voor het grondwater onder de plas? e. Indien dit voorgaande het geval is, welke zijn daarvan de uitkomsten? ĺ Met welke frequentie wordt de voortgang van de herinrichting en de bevindingen van het toezicht aan het College gerapporteerd? g.

Ingeval voorgaand niet aan de orde is, hoe gaat het College hierin voorzien?

Uw antwoord op deze vragen zie ik met belangstelling tegemoet

Met vriéndelijke groet, S Versluijs Fractievoorzitter PvdA

Beuningen

Gemeente

Bijlage 3

UI18.04151: Slib storten in zand win putten

Commissie Ruimte van de gemeente Beuningen

0 7 JUN 70:3 Datum Kenmerk Kenmerkcode Uw contact Telefoon Onderwerp

UI18.04151

III llll lllllllilll llll lil Martin van Dijk 14 024 slib storten in zand win putten

Geachte leden van de Commissie Ruimte, In de vergadering van 14 mei 2018 heeft de commissie een vraag gesteld over het eventueel storten van slib in de zand win putten binnen de gemeente Beuningen. In deze brief ga ik op deze vraag in. - Win locatie Geertjesgolf/Hl; In het project plan voor deze win locatie is aangegeven dat de binnendijkse locaties als volgt worden bewerkt. De oost plas zal na ontzanden worden opgevuld door middel van de bovengrond van de oost plas zelf en door de bovengrond van de west plas. De Voorhaven zal aan het einde van het project deels opgevuld worden met bovengrond die bij de aanleg van de voorhaven vrij is gekomen (toegepast is het hoogwatervrije terrein) en deels met achtergebleven zandfracties die niet meer in het productie proces te verwerken zijn tot een verkoopbaar eindproduct. Verder zal dit gebied een natuurontwikkeling gaan verkrijgen, zonder aanbrengen van materiaal van buitenaf. - Win locatie Beuningse Plas: Ook hier zal de plas (deels) opgevuld worden met onbruikbare zandfracties die uit het proces vrijkomen. Er wordt geen materiaal van buiten de inrichting aangevoerd. - oude win locatie Put Van Melsen; Deze is ín eigendom/beheer bij K3delta, die ook de grondbank beheren. De plas wordt

momenteel door hen gedempt en heringericht tot weiland/agrarisch gebruik. Hierbij worden geschikte wettelijk toegestane materialen (hergebruiksgrond) toegepast op basis van het Besluit Bodemkwaliteit en met een vergunning van het Waterschap Rivierenland (is ook toezichthouder). Ik vertrouw er op uw vraag hiermee voldoende te hebben beantwoord,

Met vriéndelijke

■Piêtae Klein

^

wethouder Ruimte, Water en Energie

leuningen

Gemeente

Bijlage 4

UI19.06022: Motie Schoon voor nu en generaties na ons

Gemeenteraad van de gemeente Beuningen Postbus 14 6640 AA BEUNINGEN

Datum Kenmerk Kenmerkcode Uw contact Telefoon Onderwerp

LEUNINGEN

1 6 AUG 2019 UI19.06022 Martin van Dijk 14 024 Motie Schoon voor nu en voor generaties na ons

Geachte raad, In uw raad van 3 juli 2018 is de motie "Schoon voor nu en voor generaties na ons" aangenomen met het verzoek om uiterlijk in oktober 2019 een voorstel aan de raad voor te leggen over maatregelen om de zandafgravingen in Beuningen, inclusief waterpartijen en omgeving ook voor de lange termijn te beschermen tegen stort van vervuilde grond. In deze brief gaan wij in op deze motie. Naast de regelgeving binnen onze eigen gemeente, namelijk de Nota Bodembeheer regio MARN 2012, zijn er ook nog wettelijke aspecten die van hogerhand zijn afgevaardigd. Deze hebben een invloed op onze gemeentelijke (beleids)rcgels. Zo is het wettelijk toegestaan om (vervuilde) grond uit het buitenland (EU-regeling) in te voeren en hier te verwerken. Dit kan dus niet door een gemeentelijk verbod worden verboden. Binnen de landelijke wettelijke (toepassings)regels mag er ook een klein gedeelte "bodem vreemd" materiaal in de (vervuilde) grond aanwezig zijn. Tot 1 januari 2019 was het mogelijk om tot 200Zo bodem vreemde stoffen in de storten/toe te passen grond en baggerspecie in te sluiten. Echter door de landelijke publiciteit over de soms vele bodem vreemde stoffen, zoals plastics et, is door de landelijke politiek een wijziging van deze regel vastgesteld.

Vanaf 1 januari 2019 mag "alleen sporadisch ander bodemvreemd materiaal dan stcenachtig materiaal of hout" in de grond en baggerspecie voorkomen.

Dit is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in de brief van 6 november 2018 (zie bijlage 1) afgekondigd, "gezamenlijke aanpak plastic zwerfafval”, aanpassing Regeling bodemkwaliteit met ingangsdatum van 1 januari 2019. Tevens is in deze brief aangegeven dat er een evaluatie gaande

Gemeente

* Beuningen

is naar de wettelijke kaders voor het verondiepen van diepe plassen. Het resultaat van deze evaluatie is verwoord middels een tweede brief (14 december 2018, zie bijlage 2) aan de Tweede kamer. Hierin is aangegeven dat het Ministerie onderzoekt in welke mate de huidige regelgeving aanpassing behoeft. Het gaat dan m.n. over de onderdelen; « «

melding versus vergunningplicht: nu melden, toekomst vergunningplicht met voorschriften; nuttig en functioneel, meerjarig onderzoek (tot 2014) naar ecologische kwaliteit en toetsingscriteria; » import grond en baggerspecie, onderzoek hoe e.e.a. gaat in andere Europese landen; « plastics, zie hiervoor 'slechts sporadisch”; * invasievc soorten*, tegen gaan d.m.v. Europese verordening invasieve uitheemse soorten; » winnen zand en grind, voor 1 juli 2019 overleg optimalisatie gebruik grond en baggerspecie; « nieuwe kwaliteitseisen, gelet op de te doorlopen voorbereiding- en proceduretijd van nieuw normen- en toetsingskader zal dit meegenomen worden in de Omgevingswet; » toezicht en handhaving, overleg met waterbeheerders, RWS en Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) over verbetering. Van belang is te beschouwen dat bij het verondiepen van (zand win) plassen het Waterschap Rivierenland aan zet is als bevoegd gezag. Alleen het Waterschap kan daarom aanvullend íets regelen als het om toepassen in wateren gaat Bij toepassen op land is de gemeente bevoegd gezag. Gezien het rijksbeleid, inclusief de wijziging per 1 januari 2019, zien wij op dit moment geen risico's voor de kwaliteit van grond en baggerspecie en zien wij geen redenen om het ingestelde rijksbeleid alsmede de lopende onderzoeken, op dit moment aan te vullen met eigen gemeentelijke regelgeving.

Met vriendelijkefgroet, burgemeester e/i wethouders

Dyannee Koeken secret aris !

Daphne Bergman burgemeester

Bijlage' Bijlage 1: Brief Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 6 november 2018; Gezamenlijke aanpak plastic zwerfvuil (atl9001994); Bijlage 2: Brief Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 14-12-2018; Evaluatie verondiepen diepe plassen met grond en baggerspecie (atl9001995). *- Invasieve soorten zijn soorten die zich buiten hun oorspronkelijke verspreidingsgebied hebben gevestigd en door hun aanwezigheid of door de groei van hun populaties een bedreiging vormen van inheemse soorten. Invasieve soorten kunnen een bedreiging vormen voor de biodiversiteit Invasieve exoten: zijn dieren, planten en micro-organismen die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals Nederland) en die door vestiging en verspreiding schade kunnen veroorzaken. Daarbij worden exoten ook wel uitheemse soorten genoemd. Een exoot die zich massaal verbreidt in zijn nieuwe omgeving en een sterke negatieve invloed uitoefent op de biodiversiteit heet een Invasieve soort

Gemeente

Beuningen

OMGEVINGSVERGUNNING VOORBLAD Onderwerp Burgemeester en wethouders hebben op 9 november 2011 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van het bestaande grond- en baggerdepot. Wij hebben deze aanvraag doorgezet voor advies naar Gedeputeerde Staten. De aanvraag gaat over Steeg ongenunnumerd in Beuningen en is geregistreerd onder nummer WABO-2011-0407. Het betreft een revisieaanvraag (artikel 2.6 lid 1 Wabo) voor de tijdelijke opslag en het samenvoegen van grond en het rijpen/ontwateren van baggerspecie met als doel deze buiten de inrichting nuttig toe te passen conform het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De aanvraag gaat over grond en baggerdepot in Beuningen. Gedeputeerde Staten adviseren het college van Beuningen aan de Grondbank GMG BV een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo) te verlenen voor de tijdelijke opslag en samenvoegen van grond en het rijpen/ontwateren van baggerspecie.

Het verzoek heeft betrekking op de volgende activiteiten: » Het in ontvangst nemen van vrachten grond en baggerspecie, aangevoerd in vrachtwagens en het wegen van de ontvangen vrachten; » Het “in depot zetten” van grond met een shovel of kraan; » Keuren van de grond; » Incidenteel uitzeven van bodemvreemd materiaal; « Opladen van grond in vrachtwagens ten behoeve van nuttige toepassing; « Het plaatsen van een tijdelijke directievoerderskeet. De inrichtingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd. Er zijn aan deze vergunning voorschriften verbonden die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 “voorschriften milieu”.

Rechtsmiddelen U kunt tegen deze beschikking, ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht, bezwaar maken door binnen zes weken na de verzenddatum hiervan een bezwaarschrift in te dienen. Dat geldt ook voor derde belanghebbenden. U kunt alleen een bezwaarschrift indienen, als u ook zienswijzen tegen dit besluit heeft ingediend. Het bezwaarschrift kunt u zenden aan burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen, Postbus 14, 6640 AA te Beuningen. Het moet worden ondertekend en moet ten minste het volgende bevatten: « naam en adres van de indiener; « dagtekening; « een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; « de gronden van bezwaar. Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de werking van deze beschikking en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Een verzoek om voorlopige voorziening is alleen mogelijk indien bezwaar is gemaakt bij burgemeester en wethouders. Het verzoek om een voorlopige voorziening kunt u sturen in tweevoud, samen met een afschrift van het bezwaarschrift, aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland, Afdeling Bestuursrecht, Postbus 9030, 6800 EM te Arnhem. Voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening moet u griffierecht betalen. De griffier van de rechtbank kan u hierover meer informatie verschaffen.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

1

Gemeente

Beuningen

OMGEVINGSVERGUNNING BESLUIT Toetsing Het plaatsen van een directievoerderskeet voldoet aan het artikel 20, Bor bijlage II. Dit betekent dat het plaatsen van de directievoerderskeet vergunningvrij is. Vooraf toetsen wij dit bouwwerk niet aan de geldende wet- en regelgeving. De aanvrager is verantwoordelijk dat het bouwwerk voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, waarop de aanvraag betrekking heeft, is niet in strijd met redelijke eisen van welstand zoals neergelegd in de Nota ruimtelijke kwaliteit Beuningen. Het tijdelijke bouwwerk hoeft namelijk niet voorgelegd te worden aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit vanwege het tijdelijke karakter van het bouwwerk. De activiteit vindt plaats in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Geluidduinen Ewijk’ in werking is. De aangevraagde activiteit is hiermee niet in strijd. Gelet hierop kan de omgevingsvergunning op deze grond worden verleend.

Conclusie Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het (ver)bouwen van een bouwwerk en het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. In deze beschikking zijn voorschriften opgenomen.

Datum besluit Beuningen, 4 februari 2014

Ondertekening namens burgemeester en wethouders

HenfĩeJanssen coördinator

ingen, Toezicht en Handhaving

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

2

Beuningen

Gemeente

OMGEVINGSVERGUNNING INHOUDSOPGAVE Voorschriften milieu....................................................................................................................................4 1. Algemene voorschriften.............................................................................................................................. 4 1.1 algemeen......................................................................................................................................................4 1.2 normen........................................................................................................................................................4 1.3 bedrijfstijden...............................................................................................................................................

4 1.4 terrein van de inrichting en toegankelijkheid............................................................................................4 1.5 instructies.....................................................................................................................................................5 1.6 melding contactpersoon en wijziging vergunninghouder........................................................................5 1.7 registratie.....................................................................................................................................................5 1.8 bedrijfsbeëindiging......................................................................................................................................5 2. Afvalstoffen..................................................................................................................................................6 2.1 afvalscheiding.............................................................................................................................................. 6 2.2 opslag van afvalstoffen...............................................................................................................................

6 2.3 acceptatie.....................................................................................................................................................6 2.4 mengen........................................................................................................................................................ 7 2.5 registratie.....................................................................................................................................................7 2.6 bedrijfsvoering................................................................................................................................... 8 3. Tijdelijk opslagterrein voor minerale afvalstoffen en secundaire bouwstoffen...................................... 9 3.1 grond en bagger........................................................................................................................................... 9 4. Bodem........................................................................................................................................................ 10 4.1 eindonderzoek.......................................................................................................................................... 10 5.

Externe veiligheid......................................................................................................................................11 5.1 brandbestrijding........................................................................................................................................ 11 6. Geluid en trillingen...................................................................................................................................11 6.1 algemeen....................................................................................................................................................11 6.2 representatieve bedrijfssituatie................................................................................................................ 11 6.3 incidentele bedrijfssituaties......................................................................................................................12 7. Lucht.......................................................................................................................................................... 12 7.1 diffuus stof.................................................................................................................................................12 8.

Geur........................................................................................................................................................... 13 8.1 metingen en rapportage............................................................................................................................ 13 8.2 normering..................................................................................................................................................13 Overwegingen en toetsing.....................................................................................................................14 3.1 procedurele aspecten................................................................................................................................14 3.2 samenhang met overige wet- en regelgeving........................................................................................... 15 Toetsingskader............................................................................................................................................. 17 4.1 inleiding..................................................................................................................................................... 17 4.2 beste beschikbare technieken (bbt).........................................................................................................

18 4.3 afvalstoffen................................................................................................................................................19 4.4 afvalwater..................................................................................................................................................25 4.5 bodem........................................................................................................................................................25 4.6 energie....................................................................................................................................................... 27 4.7 externe veiligheid.......................................................................................................................................28 4.8 geluid en trillingen....................................................................................................................................28 4.9 geur............................................................................................................................................................ 30 4.10 lucht...........................................................................................................................................................

32 4.11 verruimde reikwijdte................................................................................................................................ 33 4.12 overige aspecten........................................................................................................................................ 34 4.13 conclusie....................................................................................................................................................35

Bijlage: begrippenlijst

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

3

Gemeente

ąBeuningen

OMGEVINGSVERGUNNING VOORSCHRIFTEN MILIEU 1.

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN

1.1

Algemeen

1.1.1 De inrichting moet zijn ingericht en in werking zijn overeenkomstig: a. de aanvraag ontvangen op 9 november 2011; b. de aanvullende gegevens van 16 juni 2012 en 6 september 2012 (geur-onderzoek) tenzij de voorschriften anders bepalen.

1.1.2 Een ongewoon voorval als bedoeld in hoofdstuk 17 van de Wet milieubeheer moet zo spoedig mogelijk telefonisch worden gemeld aan het Provincieloket van de provincie Gelderland: (026) 359 99 99.

1.2

Normen

1.2.1 Daar waar in de vergunningvoorschriften wordt verwezen naar normen (NEN, DIN, etc.) worden de ten tijde van de vergunningverlening vigerende normen en aanvullingen bedoeld, voor zover het installaties, gebouwen en voorzieningen betreft die in de vergunningaanvraag als nieuw dan wel als aangepast worden aangemerkt.

1.2.2 Ten aanzien van bestaande installaties, gebouwen en voorzieningen gelden de ten tijde van installatie, bouw en/of aanleg vigerende normen.

1.3

Bedrijfstijden

1.3.1 De inrichting mag slechts in werking zijn van maandag tot en met zaterdag van 7.00 uur tot 19.00 uur. Bij uitzondering ( maximaal 10 maal per jaar) mag er aanvoer buiten de bovengenoemde werktijden zijn. In dat geval dient GMG een registratie hiervan bij te houden, die op verzoek van de handhaving kan worden getoond.

1.4

Terrein van de inrichting en toegankelijkheid

1.4.1 Binnen de inrichting moet een overzichtelijke en actuele plattegrond aanwezig zijn. Op deze plattegrond moeten ten minste de volgende aspecten zijn aangegeven: alle gebouwen en de installaties met hun functies; alle opslagen van stoffen welke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken met vermelding van aard en maximale hoeveelheid. 1.4.2 Op het terrein van de inrichting moet een zodanige afscheiding aanwezig zijn dat de toegang tot de inrichting voor onbevoegden redelijkerwijs niet mogelijk is. 1.4.3 De inrichting moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren. 1.4.4 Gebouwen, installaties en opslagvoorzieningen moeten altijd goed bereikbaar zijn voor alle voertuigen die in geval van calamiteiten toegang tot de inrichting/installatie moeten hebben. Binnen of nabij de installaties mogen geen andere goederen of stoffen worden opgeslagen dan die welke voor het proces nodig zijn of daardoor zijn verkregen, met uitzondering van brandbestrijdingsmiddelen.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

4

Beuningen

Gemeente

OMGEVINGSVERGUNNING 1.4.5 De verlichting van gebouwen en open terrein van de inrichting moet zodanig zijn uitgevoerd dat directe lichtinstraling op lichtdoorlatende openingen van woon- of slaapvertrekken, in gevels of daken van niet tot de inrichting horende woningen wordt voorkomen.

1.5

Instructies

1.5.1 De vergunninghouder moet de binnen de inrichting (tijdelijk) werkzame personen instrueren over de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze vergunning en de van toepassing zijnde veiligheidsmaatregelen. Tijdens het in bedrijf zijn van installaties die in geval van storingen of onregelmatigheden kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu, moet steeds voldoende, kundig personeel aanwezig zijn om in voorkomende gevallen te kunnen ingrijpen. 1.5.2 De vergunninghouder moet één of meer ter zake kundige personen aan wijzen die in het bijzonder belast zijn met de zorg voor de naleving van de in deze vergunning opgenomen voorschriften.

1.6 1.6.1

Melding contactpersoon en wijziging vergunninghouder

De vergunninghouder moet direct nadat de vergunning in werking is getreden schriftelijk naam en telefoonnummer opgeven aan het bevoegd gezag van degene (en van diens plaatsvervanger) met wie in spoedeisende gevallen, ook buiten normale werktijden, contact kan worden opgenomen. Als deze gegevens wijzigen moet dit vooraf onder vermelding van de wijzigingsdatum schriftelijk worden gemeld aan het bevoegd gezag.

1.7

Registratie

1.7.1 Binnen de inrichting is een exemplaar van deze vergunning (inclusief aanvraag) met bijbehorende voorschriften aanwezig. Verder zijn binnen de inrichting de volgende documenten aanwezig (mag ook digitaal aanwezig zijn): a. alle overige voor de inrichting geldende milieuvergunningen en meldingen; b. veiligheidsinformatiebladen die behoren bij de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen; c. de bewijzen, resultaten en/of bevindingen van de in deze vergunning voorgeschreven inspecties, onderzoeken, keuringen, onderhoud en/of metingen; d. de registratie van het jaarlijks elektriciteit-, water- en gasverbruik. 1.7.2 De documenten genoemd in voorschrift 1.7.1 moeten ten minste vijfjaar worden bewaard.

1.8

Bedrijfsbeëindiging

1.8.1 Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten binnen de inrichting moeten alle aanwezige stoffen en materialen, die uitsluitend aanwezig zijn vanwege de - te beëindigenactiviteiten, door of namens vergunninghouder op milieu hygiënisch verantwoorde wijze in overleg met het bevoegd gezag worden verwijderd.

1.8.2 Van het structureel buiten werking stellen van (delen van) installaties en/of beëindigen van (een van de) activiteiten moet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gesteld. Installaties of delen van installaties die structureel buiten werking zijn gesteld en nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, moeten in overleg met het bevoegd gezag worden verwijderd tenzij de (delen van de) installaties in een zodanige staat van onderhoud worden gehouden dat de nadelige gevolgen niet kunnen optreden.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

5

Gemeente

*Beuningen

OMGEVINGSVERGUNNING 2.

AFVALSTOFFEN

2.1 2.1.1

Afvalscheiding

Vergunninghouder is verplicht de volgende afvalstromen te scheiden, gescheiden te houden en gescheiden aan te bieden dan wel zelf af te voeren: * papier en karton; * puin; * kunststoffolie; * hout; * huishoudelijke afval.

2.1.2 Gebruikte poetsdoeken, absorptiematerialen en overige gevaarlijke afvalstoffen die vrijkomen bij onderhoudswerkzaamheden en bij het verwijderen van gemorste dieselolie, smeerolie en hydraulische olie, moeten worden bewaard in vloeistofdichte en afgesloten emballage die bestand is tegen inwerking van de betreffende afvalstoffen.

2.2

Opslag van afvalstoffen

2.2.1 De op- en overslag en het transport van afvalstoffen moeten zodanig plaatsvinden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden. Mocht onverhoopt toch verontreiniging van het openbaar terrein rond de inrichting plaatsvinden, dan moeten direct maatregelen worden getroffen om deze verontreiniging te verwijderen.

2.3

Acceptatie

2.3.1 In de inrichting mogen alleen de afvalstoffen van derden vermeld in het acceptatie en verwerkingsbeleid (A&V-beleid) worden geaccepteerd (zie bijlage 11 van de aanvraag). Per kalenderjaar mag van grond 8c zand niet meer dan maximaal 224.000 m3 worden geaccepteerd, waarvan maximaal 51.600 m3 opslag op enig moment. Voor bagger niet meer dan maximaal 158.000 m3 worden geaccepteerd, waarvan maximaal 78.850 m3 opslag op enig moment. 2.3.2 De vergunninghouder moet altijd handelen overeenkomstig het bij de aanvraag gevoegde AV-beleid en de AO/IC inclusief (voor zover van toepassing) de goedgekeurde aanvullingen en de ingevolge voorschrift 2.3.4 toegezonden wijzigingen. 2.3.3 Het in voorschrift 2.4.2 bedoelde AV-beleid en de AO/IC [en de op grond van voorschrift 2.3.4 doorgevoerde wijzigingen] moeten gedurende de openingstijden van de inrichting voor het bevoegd gezag ter inzage liggen. 2.3.4 Wijzigingen van de procedure voor acceptatie, be- en verwerking, registratie of controle moeten uiterlijk twee weken voordat de wijziging wordt doorgevoerd (ter bepaling van de procedure die in relatie tot de aard van de wijziging is vereist) schriftelijk aan het bevoegd gezag worden voorgelegd.

In het voornemen tot wijziging dient het volgende aangegeven te worden: * de reden tot wijziging; * de aard van de wijziging; * de gevolgen van de wijziging voor andere onderdelen van het AV-beleid en de AO/IC; * de datum waarop vergunninghouder de wijziging wil invoeren.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

6

Gemeente

ąBeuningen

OMGEVINGSVERGUNNING 2.3.5 Het bevoegd gezag dient deze wijzigingen ingevolge voorschrift 2.3.4 goed te keuren, alvorens ze in de bedrijfsvoering kunnen worden toegepast.

2.4

Samenvoegen

2.4.1 Afvalstoffen mogen alleen worden samengevoegd volgens het AV-beleid en AO/IC.

2.5

Registratie

2.5.1 In de inrichting moet een registratiesysteem aanwezig zijn, waarin van alle aangevoerde (afval) stoffen en van alle aangevoerde stoffen die bij de be- of verwerking van afvalstoffen worden gebruikt het volgende moet worden vermeld: a. de datum van aanvoer; b. de aangevoerde hoeveelheid (kg); c. de naam en adres van de locatie van herkomst; d. de naam en adres van de ontdoener; e. de gebruikelijke benaming van de (afval)stoffen; 2.5.2 In de inrichting moet eveneens een registratiesysteem aanwezig zijn, waarin van alle afgevoerde (afval)stoffen die bij de be- of verwerking zijn ontstaan het volgende moet worden vermeld: * de datum van afvoer; * de afgevoerde hoeveelheid (kg); * de afvoerbestemming; * de naam en adres van de afnemer; * de gebruikelijke benaming van de (afval) stoffen; * de euralcode (indien van toepassing); * het afvalstroomnummer (indien van toepassing). 2.5.3 Van de reeds ingewogen afvalstoffen die op grond van een acceptatievoorschrift van deze vergunning niet mogen worden geaccepteerd moet een registratie bijgehouden worden waarin staat vermeld: * de datum van aanvoer; * de aangeboden hoeveelheid (kg); * de naam en adres van plaats herkomst; * de reden waarom de afvalstoffen niet mogen worden geaccepteerd; * de euralcode (indien van toepassing); * het afvalstroomnummer (indien van toepassing).

2.5.4 Ten behoeve van de registratie als bedoeld in dit hoofdstuk moet een registratiepost aanwezig zijn. De hoeveelheden die op grond van dit hoofdstuk moeten worden geregistreerd moeten worden bepaald door middel van een op de inrichting aanwezige weegvoorziening. De weegvoorziening(en) waarvan gebruik wordt gemaakt moet(en) overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften van het Nederlands Meetinstituut zijn geijkt. Op aanvraag moeten geldige certificaten van weegvoorziening(en) aan het bevoegd gezag ter inzage worden gegeven. 2.5.5 Er moet een sluitend verband bestaan tussen de (afval)stoffenregistratie als bedoeld in dit hoofdstuk en de financiële administratie.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

7

Gemeente

* Beuningen

OMGEVINGSVERGUNNING 2.5.6 Voor 1 april, na ieder jaar, moet ter afsluiting van dit kalenderjaar een inventarisatie plaatsvinden van de in de inrichting op de laatste dag van het kwartaal aanwezige voorraad afvalstoffen en daaruit ontstane stoffen. Deze gegevens moeten in een rapportage worden vastgelegd. Op verzoek moet deze rapportage aansluitend worden verzonden aan het bevoegd gezag. In de rapportage moet het volgende worden geregistreerd: « een omschrijving van de aard en de samenstelling van de opgeslagen (afval) stoffen; « de opgeslagen hoeveelheid (omgerekend naar kg) per soort (afval) stof; » de datum, waarop de inventarisatie is uitgevoerd. Verschillen tussen deze fysieke voorraad en de administratieve voorraad (op basis van geregistreerde gegevens) dienen in deze rapportage te worden verklaard. 2.5.7 Alle op grond van dit hoofdstuk te registreren gegevens moeten dagelijks worden bijgehouden en samen met de in het vorige voorschrift genoemde rapportage gedurende ten minste vijfjaar op de inrichting en/of hoofdkantoor te worden bewaard en aan de daartoe bevoegde ambtenaren op aanvraag ter inzage worden gegeven.

2.6 2.6.1

Bedrijfsvoering

Binnen de inrichting mogen per kalenderjaar niet meer dan de hieronder aangegeven hoeveelheden afvalstoffen worden aangevoerd. Opslag materiaal

Maximale doorzet per jaar

Grond en zand bagger

335.000 ton (224.000 m3) 189.000 ton (158.000 m3)

Maximale opslag capaciteit op enig moment(per jaar) 77.400 ton (51.600 m3) 94.620 ton (78850 m3)

2.6.2 De termijn van opslag van afvalstoffen mag maximaal één jaar bedragen. In afwijking hiervan mag de termijn van opslag van afvalstoffen maximaal drie jaar bedragen indien de vergunninghouder ten genoegen van het bevoegd gezag aantoont dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen. 2.6.3 Reeds gescheiden aangeboden afvalstoffen moeten gescheiden worden gehouden, behoudens partijen grond van vergelijkbare milieu hygiënische kwaliteit die samengevoegd worden conform de BRL9335. 2.6.4 De ingezamelde en binnen de inrichting ontstane afvalstoffen moeten met het oog op hergebruik naar soort worden gescheiden, gescheiden blijven, verzameld, bewaard en gescheiden worden afgevoerd. 2.6.5 De opslaghoogten van grond mag maximaal 6.0 m bedragen. De opslaghoogten van bagger mag maximaal 2.0 m bedragen.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

8

LEUNINGEN

Gemeente

OMGEVINGSVERGUNNING 3.

TIJDELIJK OPSLAGTERREĨN VOOR MINERALE AFVALSTOFFEN EN SECUNDAIRE BOUWSTOFFEN.

3.1

Grond en bagger

3.1.1 Vergunninghouder mag partijen grond en bagger waarbij nog geen erkende kwaliteitsverklaring aanwezig is binnen de inrichting neerleggen. Dit zijn partijen waarvan enkel de indicatieve gegevens bekend zijn. 3.1.2 Een afschrift of kopie van de indicatieve gegevens of certificaat, zoals bedoeld in voorschrift 3.1.1, moeten samen met deze vergunning op de locatie aanwezig zijn. 3.1.3 Grond en baggerspecie mogen slechts worden op gebulkt conform de BRL 9335 en de BRL 7511. 3.1.4 Het is niet toegestaan baggerspecie van klasse industrie te mengen met baggerspecie van klasse wonen. 3.1.5 Alle aangevoerde partijen moeten gescheiden van elkaar worden opgeslagen ten behoeve van kwalificatie tot dat de kwaliteitsverklaring bekend is op basis van een erkend bewijsmiddel. 3.1.6 De verschillende partijen grond en baggerspecie (overeenkomstig Besluit bodemkwaliteit), zowel indicatief als definitief, moeten gescheiden, van elkaar worden neergelegd. De opslag moet zodanig zijn dat vermenging tussen de verschillende partijen niet kan plaatsvinden. De partij grond en baggerspecie moet kunnen worden geïdentificeerd.

Van elke partij die in depot ligt moeten de volgende gegevens bekend zijn: a) de hoeveelheid in m3 die op dat moment in depot ligt; b) de herkomst van de afvalstoffen; c) klasse van de bagger (overeenkomstig de regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie of Besluit bodemkwaliteit); d) categorie van de grond (overeenkomstig Besluit bodemkwaliteit). 3.1.7 De positie van de opslag van aangevoerde partijen grond en/of baggerspecie, de bewerkingsclusters en de eind- en restproducten moeten op een plattegrond worden aangegeven. De plattegrond moet actueel zijn en worden vastgelegd in een logboek. 3.1.8 De bewerking van een (cluster)partij en eventuele afwijkingen van (reguliere) bedrijfsvoeringen, BRL 7500, BRL 7511, BRL 9335 storingen en onderhoud aan voorzieningen moeten zijn vastgelegd in een logboek. 3.1.9 De in bijlage 11a, 11b, en 11c onder paragraaf 1.1 (afvalstoffenregistratie) genoemde euralcodes mogen binnen de inrichting worden toegepast. Het betreft de euralcodes 020101, 020301, 170504, 200303, 010504, 100101,170508, 170107, 170302, 190902, 191209, 200303, 170506.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

9

Gemeente

ąBeuningen

OMGEVINGSVERGUNNING 3.2

(Secimdaire) bouwstoffen

3.2.1 Vergunninghouder mag partijen bouwstoffen binnen de inrichting neerleggen waar nog geen erkende kwaliteitsverklaring voor is. Dit zijn partijen waarvan alleen de indicatieve gegevens van bekend zijn, en van die bouwstoffen die zijn genoemd in bijlage 11. 3.2.2 Een afschrift of kopie van het certificaat en de erkenning, zoals bedoeld in voorschrift 3.2.1, moeten samen met deze vergunning op de locatie aanwezig zijn. 3.2.3 De controle op de kwaliteit alsmede de herkomst van de ter acceptatie aangeboden bouwstoffen, moet ten minste zowel visueel als administratief geschieden. 3.2.4 Alle aangevoerde partijen moeten gescheiden van elkaar worden opgeslagen ten behoeve van kwalificatie tot dat de kwaliteitsverklaring bekend is op basis van een erkend bewijsmiddel. 3.2.5 De verschillende partijen bouwstoffen moeten gescheiden van elkaar worden opgeslagen. De opslag moet zodanig zijn dat vermenging tussen de verschillende partijen niet kan plaatsvinden. De partij bouwstoffen moet kunnen worden geïdentificeerd. Van elke partij die in depot ligt moeten de volgende gegevens bekend zijn: a. de hoeveelheid in m3 die op dat moment in depot ligt; b. de herkomst van de bouwstof; c. type/soort bouwstof 3.2.6 De actuele positie van de opslag van aangevoerde partijen bouwstoffen, de bewerkingsclusters en de eind- en restproducten moeten op een plattegrond worden aangegeven.

De plattegrond moet ten minste een keer per drie maanden zijn geactualiseerd en worden vastgelegd in een logboek. 3.2.7 De bewerking van een (cluster)partij en eventuele afwijkingen van (reguliere) bedrijfsvoeringen, storingen en onderhoud aan voorzieningen moeten zijn vastgelegd in een logboek.

4.

BODEM

4.1 Eindonderzoek 4.1.1 Het eindonderzoek moet worden verricht op die locaties van de inrichting die bij het nulsituatieonderzoek en een eventueel (laatste) herhalingsonderzoek relevant zijn gebleken en op alle overige locaties in de inrichting waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Monsterneming moet direct na beëindiging van de activiteiten plaatsvinden. Monsterneming en analyse van de monsters dient te zijn uitgevoerd conform NEN 5740. Ter plaatse van de tijdens het nulsituatieonderzoek en een eventueel (laatste) herhalingsonderzoek onderzochte locaties moet het eindsituatieonderzoek dezelfde opzet en intensiteit hebben als het nulsituatieonderzoek of het eventueel uitgevoerde herhalingsonderzoek.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

10

Beuningen

Gemeente

OMGEVINGSVERGUNNING 4.1.2 Indien uit eindonderzoek, bedoeld in voorschrift 4.2.4, blijkt dat de bodem als gevolg van de activiteiten in de inrichting is aangetast of verontreinigd, draagt degene die de inrichting drijft er zorg voor dat binnen zes maanden na toezending van dat rapport aan het bevoegd gezag de bodemkwaliteit is hersteld tot de nulsituatie zoals vastgelegd in het onderzoek als bedoeld in de bodemonderzoeken zoals genoemd in bijlage 9 van de aanvraag. 4.1.3 Het herstel van de bodemkwaliteit geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit. 4.1.4 Indien de Wet bodembescherming niet van toepassing is op de wijze van saneren moet sanering plaats vinden overeenkomstig door het bevoegd gezag te stellen nadere eisen.

5.

EXTERNE VEILIGHEID

5.1

Brandbestrijding

5.1.1 Alle brandblusmiddelen, brandbestrijdings- en brandbeveiligingssystemen moeten steeds: a. voor onmiddellijk gebruik gereed zijn; b. goed bereikbaar zijn; c. als zodanig herkenbaar zijn. 5.1.2 Binnen de inrichting moet een overzichtelijke en actuele plattegrond aanwezig zijn. Op deze plattegrond moeten alle gebouwen en de installaties met hun functies zijn aangegeven.

6.

GELUID EN TRILLINGEN

6.1

Algemeen

6.1.1 Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, uitgave 1999.

6.1.2 Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de handleiding meten en rekenen industrielawaai IL-HR-13-01 van de Interdepartementale Commissie Geluidshinder d.d. maart 1981. 6.2

Representatieve bedrijfssituatie

6.2.1 Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Lv.lt en het maximale geluidsniveau Lamax veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag op de onderstaande beoordelingspunten niet meer bedragen dan: LAr.LT) [in dB(A)] Dag LAmax) [in dB(A)] Dag Beoordelingspunt Beoordelings 07.00-19.00 07.00-19.00 hoogte [in m] 45 Steeg 12 1.5 41 1.5 35 Koningsstraat 33 39 40 36 Begijnenstraat 3 1.5 30 Elsenpas 2 1.5 34 63 Steeg 13* 1.5 49 * Bedrijfsgebonden woning gelegen op planmatig gezoneerde bedrijventerrein Schoenaker.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

11

Beuningen

Gemeente

OMGEVINGSVERGUNNING 6.3

Incidentele bedrijfssituaties

6.3.1 In afwijking van wat is gesteld in voorschriften 7.2.1 mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Lai.lt en het maximum geluidsniveau LAmax veroorzaakt de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, inclusief het gebruik van de zeefinsta latie, op de onderstaanc e beoordelingspunten niet meer bedragen dan: Beoordelingspunt Beoordelings LAr.LT) [in dB(A)] Dag LAmax) [in dB(A)] Dag loogte [in m] 07.00-19.00 07.00-19.00 Steeg 12 43 45 1.5 Koningsstraat 33 1.5 38 39 Begijnenstraat 3 40 1.5 41 Elsenpas 2 1.5 38 39 Steeg 13* 1.5 50 63 * Bedrijfsgebonden woning gelegen op planmatig gezoneerde bedrijventerrein Schoenaker.

6.3.2 De in voorschrift 7.3.1 genoemde activiteit(en) mogen per jaar maximaal 10 keer plaatsvinden, waarbij de activiteit(en) maximaal 8 uur per keer in een aaneengesloten periode mag plaatsvinden. 6.3.3 Van de activiteit(en) genoemd in voorschrift 7.3.1 en 7.3.2 moet een logboek worden bijgehouden waarin wordt vermeld: a. De datum waarop de activiteit(en) heeft/hebben plaatsgevonden. b. De begin- en eindtijd van deze activiteit(en). c. Eventuele bijzonderheden m.b.t. de geluidbelasting gedurende deze activiteit(en) zoals bijv. het in of buiten gebruik zijn van (andere) grote geluidsbronnen.

7.

LUCHT

7.1

Diffuus stof

7.1.1 Alle activiteiten binnen de inrichting moeten op een zodanige wijze plaatsvinden dat hierdoor geen visueel waarneembaar stof buiten de inrichting kan optreden of zwerfvuil buiten de inrichting kan geraken. 7.1.2 Verbrandingsmotoren van diverse toestellen (binnen de inrichting) moeten zo zijn afgesteld dat een optimale verbranding plaatsvindt. De uitlaatgassen dienen nagenoeg roet- en rookloos te zijn. 7.1.3 Het verharde buitenterrein van de inrichting moet zo vaak als nodig is worden geveegd. Stuifgevoelige (afval)stoffen die bij enige handeling binnen de inrichting worden gemorst, moeten zo vaak als nodig, maar ten minste eenmaal per dag worden opgeruimd. Deze en overige terreingedeelten moeten zo nodig nat worden gehouden. 7.1.4 De afvalstoffen en grondstoffen volgens klasse S4/S5 moeten zodanig worden opgeslagen dat ze niet over de rand van de keerwanden kunnen geraken of met elkaar kunnen vermengen. 7.1.5 De valhoogte van waaraf wordt gestort in transportmiddelen, op voorraadhopen en/of installaties, moet ter voorkoming van stofhinder worden beperkt tot minder dan één meter.

Enkelvoudige vergunning uitgebreide voorbereidingsprocedure

12

Gemeente

Beuningen

OMGEVINGSVERGUNNING 7.1.6 Het laden, lossen en verplaatsen van stuifgevoelige (afval) stoffen op het buitenterrein met behulp van open laad- en losmiddelen als bijvoorbeeld grijpers, laadschoppen, etc. in de inrichting is voor onderstaande stuifklassen niet toegestaan, indien de genoemde windsnelheden worden overschreden: Klasse S4 en S5:20 m/s (windkracht 8, stormachtige wind)

8.

GEUR

8.1 8.1.1

Metingen en rapportage

Indien uit geurmetingen en/of berekeningen blijkt dat de in dit hoofdstuk opgenomen normen worden overschreden moet vergunninghouder uiterlijk binnen 30 dagen aan bevoegd gezag een plan van aanpak overleggen waarin ten minste het volgende is aangegeven: a. De geur reducerende maatregelen (inclusief proces geïntegreerde) die door vergunninghouder genomen moeten worden teneinde de in dit hoofdstuk opgenomen normen te realiseren. b. Het verwachte effect van elke te nemen maatregel op de normen. c. De fasering van realisatie van de maatregelen. d. De investerings- en exploitatiekosten van elke maatregel. Vergunninghouder moet het voorgelegde plan van aanpak uitvoeren.

8.1.2 Geuremissiemetingen moeten worden uitgevoerd volgens de geldende norm (NEN-EN 13725). Verspreidingsberekeningen moeten worden uitgevoerd met het Nieuw Nationaal Model (NNM) en overeenkomstig het NNM-handboek zijn. De resultaten van de metingen en berekeningen moeten worden gerapporteerd in odourunits. Het meetplan moet vooraf worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet in kennis gesteld worden om bij de geurmetingen aanwezig te kunnen zijn. Het onderzoek moet onder representatieve bedrijfsomstandigheden door een geaccrediteerde meetinstantie (monstemame, analyse en debietmetingen) uitgevoerd worden. Resultaten van uitgevoerde onderzoeken moeten uiterlijk 2 maanden na uitvoering van het onderzoek aan het bevoegd gezag zijn gezonden.

8.2

Normering

8.2.1 De geuremissie, veroorzaakt door de inrichting, moet voldoen aan de uitgangspunten van de genoemde scenario’s uit tabel 5 en 6 van het Onderzoek geur Grondbank GMG Gronden baggerdepot Beuningen, kenmerk H.98.142.05 van 6 september 2012 van adviesbureau De Haan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=0ff21a46-e588-4e67-83d6-94ab94103f79