Bijlage 9 Legesverordening 2026 Beuningen
Tekst van het document
voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: 2.49.a
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
€ 424,35
2.49.b
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
€ 424,35
2.49.c
voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:
€ 424,35
voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende 2.49.d
de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
€ 424,35
2.49.e
voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:
€ 424,35
2.49.f
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):
€ 424,35
2.49.g
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
€ 424,35
2.50
Advies Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit
hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen
bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: 2.50.1
voor een advies van de gemeenteraad: voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Beuningen dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van
welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels
bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: het tarief dat aan de hand van de tarieventabel van het Gelders 2.50.2
Genootschap 2026 is vastgesteld. Deze tarieventabel is als bijlage bij deze verordening opgenomen.
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de leden 1 en 2: het bedrag van de voorafgaand aan het in
behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van
een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde 2.50.3
kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
Als een begroting als bedoeld in het derde lid, is
uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen
op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de 2.50.4 2.51
aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Instemming
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een
omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de 2.51.1
Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor
€ 530,45
de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: 2.51.1.a
als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming:
€ 371,30
als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de
instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten 2.51.1.b
zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn
Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt
voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag
waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter
kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.13
Vermindering
2.52
Vermindering na vooroverleg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader
omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is
voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als
bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals
nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder
de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op
vermindering van de voor het in behandeling nemen van de 2.52.1
aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt:
100%
van de voor het vooroverleg geheven leges, als bedoeld in artikel 2.4, eerste en tweede lid.
En indien van toepassing, tevens:
100%
Van de voor de principebeslissing geheven leges als bedoeld in artikel 2.4 derde lid.
En indien van toepassing, tevens: Van de ingevolge artikel 2.4 lid 4 voor welstand geheven leges. 2.52.2
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:
'- voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het vooroverleg betrekking had;
'- in overeenstemming met de uitkomsten van het vooroverleg; en
binnen 12 maanden na het laatste vooroverleg of, als het
vooroverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving
Indien de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader
omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, minder bedragen dan de leges die verschuldigd zijn voor de
aanvraag om een vooroverleg als in lid 1 bedoeld, dan
bedraagt de vermindering ten hoogste het bedrag van de
leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, aanhef 2.52.3
en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8.
(De vermindering als bedoeld in dit artikel kan dus nooit leiden tot een teruggave van leges.)
Onder een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in dit
artikel moet tevens worden verstaan: een aanvraag tot
vooroverleg/beoordeling van een conceptaanvraag die is 2.52.4 2.53
ingediend vóór 1 januari 2024. De voorgaande leden zijn hierop van overeenkomstige toepassing. Vermindering bij meervoudige aanvraag
100%
Gereserveerd
Paragraaf 2.14 2.54
Teruggaaf Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag om een vooroverleg of een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat
voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
100%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
2.55
Teruggaaf als aanvraag of vooroverleg verder buiten behandeling wordt gelaten
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt
gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag, vooroverleg, 2.56
omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure
Als een aanvrager zijn aanvraag om een
omgevingsvergunning of aanvraag om een
maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling
3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van
burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit
50%
heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
2.56.a
bij gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanvraag:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag vooroverleg, 2.57
omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure
Als een aanvrager zijn aanvraag om een
omgevingsvergunning of aanvraag om een
maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van
burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit
heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.57.a
bij gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
2.58
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning
Als het college van burgemeester en wethouders een
verleende omgevingsvergunning intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat er geen aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.
50%
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een
omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, een 2.59
milieubelastende activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 2.6
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, een
milieubelastende activiteit of een activiteit als bedoeld in 2.59.a
artikel 2.6 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede 2.59.b 2.60
verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat
betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. 2.61
Minimumbedrag voor teruggaaf Gereserveerd
Hoofdstuk 3
Dienstverlening vallend onder Europese
dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1
Horeca Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
3.1
aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet
€ 531,05
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.2
aanvraag voor een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet
€ 240,40
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.3
aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet
€ 100,60
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een exploitatievergunning alcoholvrije 3.4
inrichting zoals bedoeld in artikel 2:28 van de algemene plaatselijke verordening Beuningen
€ 322,40
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.5
Paragraaf 3.2 3.6.1
aanvraag voor een wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in 2:28
Vergunningen ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening Er wordt onderscheid gemaakt tussen een commercieel en niet commercieel evenement.
- Een commercieel evenement is een evenement met een
winstoogmerk waarbij de middelen ten gunste komen van een commerciële organisatie. Voor het commerciële evenement wordt er aan de hand van een
behandelclassificatie vanuit de HEV 2018 onderscheid gemaakt tussen een A, B, of C- evenement
- Een niet commercieel evenement is Een evenement zonder winstoogmerk en waarbij eventuele inkomsten ten goede komen aan Een vrijwilligersorganisatie of goed doel.
inkomsten mogen in geen geval (gedeeltelijk) ten gunste komen van Een commerciële organisatie.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het
organiseren van een commercieel evenement (evenement
vergunning), als bedoeld in artikel 2:25 van de A.P.V. indien het betreft:
€ 144,30
3.6.1.a
een A-evenement
€ 168,75
3.6.1.b
een B-evenement
€ 619,55
een C-evenement
€
3.6.1.c
35.093,80
In afwijking van het gestelde onder 3.6.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een 3.6.2
niet commercieel evenement als bedoeld in bijlage 7 bij dit besluit
€ 0,00
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het innemen van een standplaats in de gemeente als bedoeld in artikel 5:18 van de A.P.V. markt bedraagt voor
een periode van (de periode wordt gemeten vanaf de eerste 3.7
dag tot de laatste dag dat de standplaats wordt ingenomen en wordt afgerond naar boven):
3.7.a
een dag
€ 7,40
3.7.b
een week
€ 16,90
3.7.c
een maand
€ 32,65
3.7.d
een kwartaal
€ 57,95
3.7.e
een jaar
€ 214,70
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.8
aanvraag voor ontheffing voor gebruik van de openbare weg, als bedoeld in artikel 2:10 van de A.P.V.
€ 100,60
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.9
aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2:9 van de A.P.V. voor straatartiesten, straatfotografie etc.
€ 100,60
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.10
aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 2:29 van de A.P.V. met betrekking tot het sluitingsuur van inrichtingen
€ 147,45
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.11
aanvraag voor ontheffing ingevolge artikel 4:6 van de A.P.V. (geluidhinder)
€ 147,45
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.12
aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 4:15 van de A.P.V. inzake het maken van handelsreclame
€ 147,45
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een 3.13
aanvraag voor een vergunning voor een collecte als bedoeld in artikel 5:13 van de A.P.V.
€ 0,00
Een ontheffing als bedoeld in artikel 2.10 lid C van de A.P.V. voor het hebben van voorwerpen in welke vorm dan ook, of
stoffen op, aan of boven een openbare plaats, dan wel het in 3.14
gebruik hebben van die openbare plaats, voor de duur van 5 jaar:
€ 530,05
Na het verstrijken van de in artikel 3.13 vermelde termijn van 5 jaren, kan een nieuwe vergunning worden aangevraagd,
waarbij het gebruik van de openbare plaats voor 5 jaren kan
worden voortgezet. Het tarief voor het in behandeling nemen 3.15
Paragraaf 3.3 3.16
voor een aanvraag voor deze vervolgvergunning, welke eveneens geldt voor een periode van 5 jaren, bedraagt
€ 136,65
Prostitutiebedrijven Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
tot het verlenen van een exploitatievergunning of wijziging
van een exploitatievergunning als bedoeld in de Verordening 3.16.1
seksinrichtingen 2011, vastgesteld bij raadsbesluit van 11 april 2011:
3.16.1.a
voor een seksinrichting
€ 676,45
3.16.1.b
voor een escortbedrijf
€ 676,45
tot het wijzigen van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een
seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in de Verordening 3.17
seksinrichtingen 2011, vastgesteld bij raadsbesluit van 11 april 2011:
3.17.a
voor een seksinrichting
€ 676,45
3.17.b
voor een escortbedrijf
€ 676,45
Paragraaf 3.4
Kinderopvang
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot registratie kinderopvang inclusief het tarief voor het aanvragen van een GGD-inspectie op grond van een 3.18 3.18a 33.18b
ingediende aanvraag als bedoeld in artikel 3.7.1 bedraagt voor:
gastouderbureau kinderdagverblijf
€
605,35 €
867,60
3.18.c
buitenschoolse opvang
€ 867,60
3.18.d
peuteropvang
€ 867,60
3.18.e
gastouder
€ 425,00
Voorziening voor gastouderopvang waarbij de houder van de voorziening, de gastouder, al in het landelijke register 3.18.f
Paragraaf 3.5
Kinderopvang (LRK) is opgenomen met een andere
voorziening of het adres al geregistreerd is als opvangadres
€ 362,35
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
3.19
aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
Gewaarmerkt als behorende bij de Legesverordening 2026 Beuningen
vastgesteld bij besluit van de raad van 16 december 2025.
De griffier,
€ 185,75
Bijlage 1 behorend bij de tarieventabel van de Legesverordening 2026 Beuningen
BIJLAGE 1: Kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit Waar in deze bijlage wordt verwezen naar wet- of regelgeving dan wordt verwezen naar de wet- en regelgeving zoals deze luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Onder een ‘kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 3, onder d van de tarieventabel wordt verstaan:
Onder een kleine buitenplanse afwijking wordt verstaan:
1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan met een oppervlakte van niet meer dan 150 m2 mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
2. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. niet hoger dan 5 m, en
b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. niet hoger dan 10 m, en
b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
c. de aanleg van zonnepanelen voor eigen gebruik bij een woning met een oppervlakte niet meer dan 100 m2;
4. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
5. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
6. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;
7. een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
8. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, de bouwwerken niet groter zijn dan 350 m2, tenzij het een logiesfunctie
voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen betreft;
10. een zelfstandig bouwwerk dat niet groter is dan 50 m2;
11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10,
a. voor een termijn van ten hoogste tien jaar;
b. ten behoeve van een rijbak
12. een afwijking van de voorgeschreven bouwwijze, waarbij het aantal woningen niet toeneemt
13. een afwijking van de in het Omgevingsplan opgenomen rooilijn
14. een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij de vergunning een nadere uitwerking inhoudt van een planologische basisbesluit dat eerder als buitenplanse omgevingsplanactiviteit is vergund (tweede fase opvolgende bopa)
Bij de toepassing van de bovenstaande blijft het aantal woningen gelijk. Deze eis is niet van toepassing op de gevallen, bedoeld in:
a. onderdeel 1, voor zover het betreft huisvesting in verband met mantelzorg,
b. onderdelen 9 en 11
Gewaarmerkt als bijlage 1 behorend bij de tarieventabel van de “Legesverordening 2026 Beuningen”,
vastgesteld bij besluit van de raad van 16 december 2025.
De griffier,
Bijlage 2 behorend bij de tarieventabel van de Legesverordening 2026 Beuningen
Betreft: basisbedragen bouwleges 2025 Gelderland uitgave 4de kwartaal van Casadata (in te voegen op moment van publicatie)
Gewaarmerkt als bijlage 2 behorend bij de tarieventabel van de “Legesverordening 2026 Beuningen”,
vastgesteld bij besluit van de raad van 16 december 2025.
De griffier,
Bijlage 3 behorend bij de tarieventabel van de Legesverordening 2026 Beuningen
Bijlage 3. Aanvullende tabel normkosten kleinere bouwwerken (t.b.v. de bouwleges) 2026, behorende bij de legesverordening 2026 Normbedragen exclusief BTW 1. Erfafscheidingen 1.1 Gaas hoog tot 2,0 m
€
64,00 /m1
1.2 Stalen hekwerk
€
145,00 /m1
€
1.092,00 /m1
2. Normkosten voor constructieve wanddoorbraken 2.1 Doorbraak met stalen ligger in dragende wand
3. Overigen 3.1
Reclamebord
€
333,00 /m2
3.2
Lichtreclamebord
€
547,00 /m2
3.3
Vlaggenmast
€
547,00 /stuk
3.4
Lichtmast
€
6.677,00 /stuk
3.5
Damwand/keerwanden/beschoeiingen
€
280,00 /m1
3.6
Vlonder/steigers
€
212,00 /m2
3.7
Gevelbekleding vernieuwen (beplating,
€
119,00 /m2
€
119,00 /m3
€
253,00 /m3
3.10 Dakconstructie (ingreep met isolatie)
€
194,00 /m2
3.11 Pergola
€
121,00 /m1
3.12 Zonnepanelen (plaatsing op gebouw)
€
318,00 /m2
3.13 Banier
€
106,00 /stuk
3.14 Airco-unit
€
1.591,00 /stuk
metselwerk, staal e.d.) 3.8
Tijdelijke woonunit t.b.v. de bouw van een woning
3.9
Noodschool unit
Gewaarmerkt als bijlage 3 behorend bij de tarieventabel van de “Legesverordening 2026 Beuningen”,
vastgesteld bij besluit van de raad van 16 december 2025.
De griffier,
Bijlage 4 behorend bij de tarieventabel van de Legesverordening 2026 Beuningen Tariefregeling Gelders Genootschap, behorende bij de legesverordening 2026 Tariefregeling advisering per 01.01.2026
A. Advisering omgevingskwaliteit van bouw- en verbouwplannen Tarief op basis van een promillage van de bouwsom:
1a. van € 0 tot en met € 500.000
->
plus over het gedeelte van de bouwsom van € 500.001 tot en met € 1.000.000 -> plus over het gedeelte van de bouwsom van € 1.000.001 tot en met € 2.500.000 -> plus over het gedeelte van de bouwsom van € 2.500.001 tot en met € 5.000.000 -> plus over het gedeelte van de bouwsom van € 5.000.001 en meer ->
2,1 0/00 per aanvraag, met een minimum van € 100 Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen 1,3 0/00 per aanvraag Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen 0,9 0/00 per aanvraag, maximaal Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen 0,6 0/00 per aanvraag, maximaal Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen 0,3 0/00 per aanvraag, maximaal Per aanvraag, maximaal 3 behandelingen
1b. Indien het woningbouw betreft wordt per aanvraag bezien hoeveel grondgebonden woningen er per locatie worden uitgevoerd en deze worden per type in rekening gebracht. De volgende regeling per type is daarbij van toepassing: • complexen van 1 tot en met 5 gelijke woningen -> tarief volgens 1a. • complexen van 6 tot en met 10 gelijke woningen -> tarief over de bouwsom van 5 woningen • complexen van 11 tot en met 20 gelijke woningen -> tarief over de bouwsom van 6 woningen • complexen van 21 tot en met 30 gelijke woningen -> tarief over de bouwsom van 8 woningen • complexen van 31 tot en met 40 gelijke woningen -> tarief over de bouwsom van 10 woningen • complexen van 41 tot en met 50 gelijke woningen -> tarief over de bouwsom van 12 woningen en zo vervolgens,
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vrijstaande, dubbele en rijenwoningen als verschillende bouwtypen. Indien er binnen een bouwblok onderling significante architectonische afwijkende woningen voorkomen dan worden deze eveneens als een afwijkende type gezien. (Etage-, BeBo-, en galerijwoningen e.d. worden als één bouwblok beschouwd. Het tarief wordt dan berekend over de totale bouwsom van het bouwblok). 2. integrale advisering welstand + 1 extra discipline welstand + discipline Rijksmonument welstand + meerdere extra disciplines
-> 1,8 x regulier tarief -> 2.0 x regulier tarief -> 2,2 x regulier tarief
3. illegale bouwwerken
-> 1,5 x regulier tarief
4. Reclameobjecten
-> € 100
N.B. Deze tarieven gelden op het moment van binnenkomst van de aanvraag bij het Gelders genootschaap. Bij definitieve aanvragen moeten te allen tijde de bouw-/verbouw-/renovatiekosten worden vermeld. Dit geldt zowel voor aanvragen Ruimtelijke Kwaliteit als voor aanvragen betreffende gemeentelijke en rijksmonumenten. B. Vooroverleggen Voor alle vormen van vooroverleg wordt €100 (excl. BTW) in rekening gebracht. Voor dit bedrag kan een initiatiefnemer maximaal drie keer een vooroverleg aanvragen. Volgt er na het laatste vooroverleg een definitieve vergunningaanvraag, dan wordt het bedrag van €100 verrekend bij de definitieve aanvraag met een minimaal factuurbedrag van € 0,-. Het gaat om de volgende varianten: 1. Omgevingstafel, intake, of advies RO -> €100,- per 3 behandelingen 2. Vooroverleg of concept-plan -> €100,- per 3 behandelingen 3. Geschreven adviezen vooroverleg n.a.v. een -> €100,- per 3 behandelingen commissievergadering of een mandaatbehandeling Zijn er meer dan drie vooroverleggen nodig, dan wordt vanaf het vierde overleg per extra overleg €100 (excl. BTW) in rekening gebracht. Dit bedrag wordt niet verrekend bij de definitieve aanvraag. C. Overige adviezen De uurtarieven voor aanvullende advisering (regie) en specifieke projecten (offertebasis) worden - evenals de vaste adviestarieven/promillages - jaarlijks geïndexeerd conform de indexberekeningen van het CBS.
De hoogte van deze tarieven varieert en is afhankelijk van het soort project/advies.
Alle bedragen worden afgerond op hele euro’s en zijn excl. BTW
Gewaarmerkt als bijlage 4 behorend bij de tarieventabel van de “Legesverordening 2026 Beuningen”,
vastgesteld bij besluit van de raad van 16 december 2025.
De griffier,
Bijlage 5 behorend bij de tarieventabel van de Legesverordening 2026 Beuningen
A.
Lijst van categorieën evenementen die horen bij artikel 3.6.2 van de tarieventabel Legesverordening 2026 Beuningen
1. Buurt- en straatfeesten, buurtbarbecues of incidentele feesten gericht op een specifieke doelgroep. 2. Carnavalsoptochten. 3. Zomerkampen voor de jeugd; •
Jeugdvakantiewerk Beuningen
•
Jeugdvakantiewerk Winssen
•
Jeugdvakantiewerk
•
Jeugdwerk '65 - '68 Weurt
•
Jeugdvakantiewerk Ewijk
4. Avondvierdaagsen, wandelmarsen, sponsorlopen, fietstochten, doorkomst Vierdaagse. 5. Reguliere of incidentele activiteiten van sportverenigingen uit Beuningen. 6. Sporttoernooien, bv voetbal- en tennisverenigingen, hockeyclub, korfbalvereniging; Concoursen paardensportverenigingen; Kampioenschapsfeesten; Traditionele culturele activiteiten;
Koningendagactiviteiten en Oranjefeesten - vrijmarkten alleen voor zover deze niet-commercieel zijn en gericht op kinderen (geldt niet voor commerciële rommelmarkten en braderieën). Sinterklaasvieringen. Molenfeesten gemeubileerde woning beschikbaar houden; Sint Maartensoptocht; Muziek- en korenfestivals rond Kerst en Pasen; 7. Evenementen met uitsluitend charitatieve doeleinden. Voorbeelden in Beuningen zijn de activiteiten door de Stichting Vrienden van Waelwick, zoals de kunstmarkt en het Waelwickfestijn; het truckerkonvooi Boldershof. 8. Evenementen met uitsluitend pedagogische doeleinden. Voorbeelden in Beuningen zijn de vredesbus en bijzondere activiteiten rond de jongerenbus.
B.
Voorwaarden voor de toepassing van artikel 3.2.2. van de tarieventabel Legesverordening 2026 Beuningen
-
De aanvrager is een vrijwilligersorganisatie of non-profit organisatie uit de gemeente Beuningen.
-
De vrijwilligersorganisatie heeft een doelstelling van sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve of culturele aard. Dit kan de organisatie aantonen op basis haar statuten en op basis van de beschrijving van het evenement dat georganiseerd gaat worden.
-
Het evenement is niet-commercieel van aard. Dit betekent dat eventuele inkomsten van het evenement ten goede komen aan de
vrijwilligersorganisatie of een goed doel. Inkomsten mogen in geen geval (gedeeltelijk) ten gunste komen van een commerciële organisatie. -
Het evenement wordt niet (mede) georganiseerd door een organisatie die zich normaliter bedrijfsmatig of op een bedrijfsmatige manier (hieronder ook begrepen stichtingen of verenigingen) bezighoudt met het organiseren van evenementen. Dit betekent dat het zo kan zijn, dat een stichting die zich het organiseren van evenementen ten doel stelt, niet in aanmerking zal komen voor een vrijstelling tot het betalen van leges.
-
In geval van een buurtgerichte activiteit wordt het evenement georganiseerd om de leefbaarheid en sociale samenhang in de wijk, buurt of dorp te bevorderen.
-
Indien bij de aanvraag onjuiste informatie wordt verstrekt omtrent de aard van het evenement dan wel de organisatie die het evenement organiseert, kunnen alsnog leges in rekening worden gebracht.
Gewaarmerkt als bijlage 5 behorend bij de tarieventabel van de “Legesverordening 2026 Beuningen”,
vastgesteld bij besluit van de raad van 16 december 2025.
De griffier,