CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Nota Zienswijzen Hoge Woerd

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Hoge Woerd en Beeldkwaliteitsplan1.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Zienswijzen

Ontwerpbestemmingsplan Hoge Woerd Oktober 2022

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Hoge Woerd heeft van 16 maart 2022 tot en met 26 april 2022 voor iedereen ter inzage gelegen. Deze inzageperiode is op 15 maart 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Binnen deze inzagetermijn kon iedereen een zienswijze ten aanzien van het plan naar voren brengen. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn 4 zienswijzen binnen gekomen. Deze zijn terug te brengen tot 2 zienswijzen, aangezien voor beide geldt dat inhoudelijk gelijken zienswijzen zijn ingediend via zowel de digitale, als de reguliere post. De zienswijze van reclamant 2 is gelijk aan de punten IV en V uit de zienswijze van reclamant 1. In dit document worden de zienswijzen van een reactie voorzien. Hierbij is steeds een samengevatte weergave van elke zienswijze gepresenteerd. Bij de beoordeling van de zienswijzen is steeds de gehele tekst van de ingediende zienswijze gebruikt. Naam Reclamant 1

I

Inhoud Reclamant verzoekt om in het plan duidelijk aan te geven dat er geen extra ontsluiting komt naar de Koningstraat, behoudens het geplande fietspad

II Reclamant heeft geconstateerd dat het plangebied van het bestemmingsplan niet geheel overeenkomt met de afbeeldingen van het plangebied die zijn opgenomen in het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en in het waterhuishoudkundigplan en dat in het laatstgenoemde plan en in de uitwerking hiervan in de toelichting wordt gesproken over een uitbreiding aan de Koningstraat. III

Reactie Om de ontwikkeling Hoge Woerd aan te sluiten op de bestaande fietsverbindingen, waaronder de snelfietsroute tussen Beuningen en Nijmegen, wordt een fietspad gerealiseerd die het nieuwe lint en de Koningstraat met elkaar verbindt. Het is niet de bedoeling om een aansluiting voor gemotoriseerd verkeer te realiseren op de Koningsstraat. Dit is op basis van het bestemmingsplan ook niet toegestaan. De bestemming ‘Groen - Landelijk groen’, die aansluit op de Koningstraat, staat geen verkeersvoorzieningen in de vorm van een weg toe. In de regels wordt gespecificeerd dat ter plaatse van de bestemming ‘Groen- Landelijk groen’ een langzaamverkeerverbinding is toegestaan.

De weergaven van het plangebied in het akoestisch rapport, het waterhuishoudkundige plan, de quickscan wet natuurbescerhming, het stikstofdepositieonderzoek, het verkennend archeologisch onderzoek en het onderzoek externe veiligheid wijken af van het bestemmingsplan. De oorzaak hiervan is dat in deze onderzoeken mogelijke uitbreidingen aan de Koningstraat zijn meegenomen. Deze maakt géén onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan. De uitbreiding kan op basis van dit bestemmingsplan niet worden gerealiseerd. Voor de eventuele toekomstige uitbreidingen zal een afzonderlijk planologisch proces moeten worden doorlopen. Watergang C (C4) is een planologische uitbreiding/vastlegging van de watergang. In de bestaande situatie is er een watergang aanwezig van 4,6

(Reclamant 2) IV

Reclamant verzoekt de uitbreiding van watergang C (C4), zie ‘Impressie watergangen toekomstige situatie’ in subparagraaf 4.7.3 in de toelichting, te laten vervallen of uit te werken welke gevolgen de betreffende uitbreiding heeft voor omwonenden.

- 6,0 m (insteek tot insteek). De maatvoering van de waterbestemming op de bestemmingsplankaart is 7,0 m. De uitbreiding van de watergang vindt volgens de kadastrale kaart, zie onderstaande afbeelding, plaats op gemeente grond. De watergang heeft geen specifieke aanduiding van het waterschap. De specifieke uitwerking van de uitbreiding van de watergang vindt plaats na vaststelling van het bestemmingsplan, een en ander in overleg met de aangrenzende eigenaar/eigenaren. Voor de benodigde watercompensatie is de uitbreiding van watergang C (C4) niet doorgerekend/benodigd.

Reclamant geeft aan dat in bijlage 7 bij de toelichting, het waterhuishoudkundigplan, een bronvermelding is opgenomen, maar dat de afbeeldingen van LOS Stad

De weergaven van het plangebied in het waterhuishoudkundige plan, wijken af van het bestemmingsplan. De oorzaak hiervan is dat in deze onderzoeken mogelijke uitbreidingen aan de Koningstraat zijn

om Land en de gemeente Beuningen niet terugkomen in het bestemmingplan.

meegenomen. Deze maken géén onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan. De afbeeldingen waar reclamant naar verwijst in het waterhuishoudkundigplan tonen het ontwerp en de stedenbouwkundige verkaveling. In paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan zijn overeenkomstige afbeeldingen opgenomen, die toezien op het onderhavige plangebied.

(Reclamant 2)

V

Reclamant is van mening dat hangende de procedure van Mobilisation for the Enviroment (MOB) bij de Raad van State geen gebruik mag worden gemaakt van de partiële vrijstelling voor stikstofdepositie van de bouwsector, tijdens de aanleg- en bouwfase.

Reclamant is het niet eens met de wijze waarop de verschilberekening voor de gebruiksfase in het stikstofdepositie onderzoek is uitgevoerd. In het referentiejaar 2022 wordt ten onrechte uitgegaan van mestaanwendig, omdat het terrein sinds 2019 in gebruik is voor tijdelijke natuur.

Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn) en het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking getreden. Deze wet bevat onder andere een partiële vrijstelling van de bouwsector, waarbij voor tijdelijke stikstofdepositie tijdens de aanleg-/bouwfase niet langer een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. In de Nota van Toelichtingen bij het besluit stikstofreductie en natuurverbetering staat dat als een bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, voor dit onderdeel van het plan kan worden verwezen naar het feit dat al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project heeft vastgesteld. Als gevolg daarvan is bij de beschouwing van de stikstofemissies wat betreft de bouwfase gebruik gemaakt van de onderbouwing als bedoelt in de toelichting van het hiervoor vermelde besluit (Bsn). Voor de zekerheid hebben wij ook de aanlegfase laten berekenen en is de conclusie dat ook hierbij de stikstof emissie voldoet aan de normstelling. De uitspraak van de Raad van state van 2 november 2022 over de bouwvrijstelling, heeft daarom geen invloed op de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

Tijdelijke natuur Uit de jurisprudentie van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2021:1960) volgt een uitzondering voor het geval dat het gebruik beëindigd is met het oog op een te ontwikkelen woonwijk. In dat geval is het onder omstandigheden aanvaardbaar om in een voortoets of passende beoordeling in het kader van interne saldering activiteiten mee te nemen in de referentiesituatie

die al zijn beëindigd voor de peildatum. Dat is echter alleen zo voor zover: 1) uit een schriftelijk stuk, bijvoorbeeld een koopovereenkomst, van tijdens of voor dat de activiteit werd beëindigd, blijkt dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt; 2) uitgesloten is dat de activiteit sowieso al zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum; en 3) in de periode tussen beëindiging en planvaststelling geen andere stikstof veroorzakende activiteiten zijn ontplooid. In geval van de onderhavige planontwikkeling wordt aan de voorwaarden voldaan 1) de raadsbesluiten e.d. met betrekking tot de aankoop van de bedoelde percelen geven aan dat de aankoop gedaan wordt in het kader van de ontwikkeling van het betreffende gebied in Ewijk; in de tijd die daarop volgde zijn de percelen verpacht, tot eind 2019; de pachtovereenkomsten zijn allen doormiddel van brieven opgezegd met eveneens de vermelding dat dit is in verband met de ontwikkeling van de woningbouw ter plaatse; 2) hiervan was op het moment van aankoop geen sprake, ook omdat de oude eigenaren de betreffende percelen weer opnieuw in gebruik hebben genomen doormiddel van de pacht overeenkomsten; 3) na de beëindiging van de pachtovereenkomsten zijn geen andere stikstof veroorzakende activiteiten aanwezig geweest.

Mestaanwending Voor intern salderen met mestaanwending geldt: de percelen moeten legaal bemest kunnen worden in de zin van de meststoffenwet. In het onderzoek stikstofdepositie is toegelicht dat de percelen legaal bemest kunnen worden. Uit afbeeldingen blijkt dat de percelen al sinds de referentiedatum (24 maart 2000 voor de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe) als zodanig in gebruik zijn geweest. De gronden waren al sinds het bestemmingsplan Ewijk Buitengebied uit 1974-1975 als zodanig bestemd. De percelen hebben nadien geen andere bestemming gekregen, die mestaanwending tegenhoudt. Het gebruik van het referentiejaar 2022/2023 kan vervangen worden door het jaar 2019

als laatste jaar van mestaanwending (pacht). Hiermee wordt de Aerius berekening niet anders.

Conclusie De zienswijze van Reclamant 1 leidt tot de volgende aanpassing van het plan: -

-

Paragraaf 2.2 onder verkeer wordt aangevuld met: Tussen de Koningstraat en het nieuwe lint wordt geen doorsteek voor gemotoriseerd verkeer gerealiseerd. Wel komt er een langzaamverkeersverbinding om de Hoge Woerd aan te sluiten op de bestaande fietsverbindingen, waaronder de snelfietsroute tussen Beuningen en Nijmegen. Lid 3.1 in de regels wordt aangevuld met: o i. langzaamverkeersverbinding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=82d52141-c521-4c87-8bcb-6efa0d8dad87