CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Combi-milieueffectrapport

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Herstelbesluit Windpark Beuningen20.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Beoordeling – absoluut In het kader van dit MER is een akoestisch onderzoek opgesteld, waarin met het akoestisch rekenprogramma Geomilieu de geluidbelasting als gevolg van de verschillende opstellingsalternatieven is berekend. Het rekenprogramma Geomilieu houdt rekening met verschillende omgevingsspecifieke kenmerken, zoals de overheersende windrichting en de absorptie/reflectie factor van de bodem. Het programma zoekt hiervoor aansluiting bij het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Het gehele onderzoek is te vinden in Bijlage A, hieronder worden de resultaten gegeven.

Tabel 41

Aantallen woningen: samenvatting geluidsimmissie MERalternatieven. Alternatief 1 2 3

Aantal woningen met Lden > 42 6 19 21

Aantal woningen met Lden > 47 0 4 5

Onderstaande afbeeldingen tonen de 42 en 47 dB Lden-contouren. Dit wil dus zeggen dat de verwachte jaargemiddelde geluidsbelasting binnen de rode contour hoger is dan 47 dB Lden en erbuiten lager. Binnen de gele contour is de jaargemiddelde geluidsbelasting hoger dan 42 dB Lden. Buiten de gele contour is de jaargemiddelde geluidsbelasting niet hoger dan 42 dB Lden. Figuur 38

Geluidscontouren alternatief 1.

Effectbeoordeling projectMER

88

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 39

Geluidscontouren alternatief 2.

Figuur 40

Geluidscontouren alternatief 3.

Effectbeoordeling projectMER

89

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

10.2.4

Beoordeling – relatief Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen met Lden > 42 dB en met Lden > 47 dB in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. (Zie paragraaf 10.9 voor de berekening van de verwachte jaarproductie per alternatief).

Tabel 42

10.2.5

Opbrengst en relatieve beoordeling geluid Alternatief Jaarproductie Binnen 42 dB Lden-contour GWh/jr woningen/GWh/jr 1 75 0,08 2 83 0,23 3 77 0,27

Binnen 47 dB Lden-contour woningen/GWh/jr 0 0,05 0,06

Laagfrequent geluid Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van 4-100 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid mensen ziek maakt en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de vaststelling van de voor windturbinegeluid geldende norm van 47 dB op basis van Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden. Om deze reden heeft de Staatssecretaris van I&M een brief aan de Tweede Kamer gestuurd14 met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezond en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP|Sight. Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeert de Staatssecretaris dat de huidige norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB-Lden en 41 dB-Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen en geen wijzigingen behoeven. Laagfrequent geluid draagt inderdaad voor een klein deel bij in de hinderervaring van windturbinegeluid. Echter, deze hinder is op een verantwoorde manier voldoende beperkt door de huidige norm. De Staatssecretaris erkent dat gemiddeld 9 procent van de bewoners van woningen die op de normgrens belast zijn met windturbinegeluid zal zijn gehinderd.

Dat is ook in lijn met de toelichting in 2009 van de toenmalige minister van VROM op de ontwerp-norm voor windturbinegeluid. Zoals al eerder is betoogd, is dat een beleidskeuze geweest waarbij de verschillende belangen zijn afgewogen. De 47 dB Lden-norm is gebaseerd op de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren. Hierbij is gebruik gemaakt van empirisch onderzoek, waarbij ook rekening is gehouden met laagfrequent geluid (met een frequentie van 125 Hz of minder), wat een onderdeel van het geluidsspectrum van windturbinegeluid is. In dit MER wordt laagfrequent geluid niet apart beschouwd, omdat het een integraal onderdeel uitmaakt van de beoordeling van de Lden-normering. Het geluid van moderne windturbines heeft een groter aandeel laagfrequent geluid dan oudere, kleinere windturbines. Dit kan zorgen voor een geringe toename van

14

Kenmerk brief: IENM/BSK-2014/44564. 90

Effectbeoordeling projectMER

Windpark Beuningen Concept-CombiMER laagfrequent geluid ter plaatse van geluidsgevoelige objecten. De hoeveelheid laagfrequent geluid die windturbines produceren is echter nog steeds gering. De conclusie die in de brief van de Staatssecretaris wordt getrokken: dat de huidige Ldennormering voor windturbinegeluid ook voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid, blijft onveranderd. Deze conclusie is bevestigd in een publicatie van de Duitse federale milieudienst van november 2016: “In terugblik op de akoestische effecten kan voor het laagfrequente geluid door windturbines met de huidige stand van onderzoek ervan uitgegaan worden dat deze in vergelijk met andere (natuurlijke en menselijke) bronnen zeer gering is, waardoor er geen negatieve effecten op de gezondheid optreden.” 15

10.2.6

Cumulatie Er zijn andere geluidsbronnen in de omgeving, voornamelijk wegverkeerslawaai, het industrieterrein Schoenaker en de zandwinningsactiviteiten rond de Geertjesgolf. Cumulatie is in het akoestisch onderzoek voor de MERalternatieven in detail behandeld, inclusief een inventarisatie van het bestaande geluidsniveau op omliggende woningen door adviesbureau LBP-Sight. De gecumuleerde geluidsbelasting is berekend voor ca. 140 geluidsgevoelige objecten; zowel binnen een straal van 1000 meter rondom de zoekzone alsook diverse maatgevende punten die net buiten de 1000-metergrens vallen. De conclusie hiervan is dat er 8 woningen zijn waar het cumulatieve geluidsniveau met 5 dB of meer toeneemt in tenminste 1 van de alternatieven. De toegenomen geluidsbelasting op woningen als gevolg van cumulatie is het laagste bij alternatief 1. Alternatieven 2 en 3 zijn op dit aspect niet of nauwelijks onderscheidend ten opzichte van elkaar, maar scoren slechter dan Alternatief 1. Voor de beoordeling van het aspect cumulatie is aangesloten bij de beoordelingsmethodiek van Paragraaf 10.4.3 Voor het voorkeursalternatief wordt nader onderzoek naar geluidscumulatie uitgevoerd in het kader van de toelichting op het bestemmingsplan. Zie Bijlage B voor meer details over de cumulatieve geluidsbelasting.

10.2.7

Conclusie geluid Alleen alternatief 1 voldoet zonder mitigatie aan de wettelijke norm voor geluidsbelasting op gevoelige objecten. Voor het VKA zal opnieuw moeten worden bepaald of mitigerende maatregelen nodig zijn. De alternatieven scoren op basis van de criteria beschreven in 10.2.1 als volgt:

15

Mögliche gesundheitliche Effekte von Windenergieanlagen, Umwelt Bundesamt, november 2016. Vertaling: Bosch & van Rijn.

Effectbeoordeling projectMER

91

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 43

10.3

Conclusie geluid Alternatief Absoluut – aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour

1 -

2 -

3 -

Absoluut – aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour Relatief – woningen < 42 dB Lden-contour per GWh/jr Relatief – woningen < 47 dB Lden-contour per GWh/jr

0 0

-

---

Cumulatie

-

--

--

Slagschaduw Slagschaduw van een windturbine is de bewegende schaduw van de draaiende wieken. Als slagschaduw op het raam van een woning of kantoor valt kan dat als hinderlijk worden ervaren. De Activiteitenregeling milieubeheer (RARIM, 2007) meldt in artikel 3.12 dat een windturbine voorzien moet zijn van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter (12D) bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag (17 x 20 minuten = 5:40 uur/jaar-contour) slagschaduw kan optreden

10.3.1

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Om het milieueffect slagschaduw te beoordelen hanteren we als criterium het aantal woningen dat jaarlijks een bepaalde hoeveelheid slagschaduw zou ondervinden. We beschouwen zowel het aantal woningen waar meer dan 0 uur als het aantal woningen waar meer dan 5:40 uur (wettelijke norm) slagschaduw optreedt. Om een goede afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van windenergie wordt het thema slagschaduw ook uitgedrukt in relatie tot de energieopbrengst (relatief criterium in Tabel 44).

Tabel 44

Beoordelingscriterium slagschaduw. Thema Beoordelingscriteria Aantal woningen binnen 5:40u contour (absoluut en relatief) Slagschaduw Aantal woningen binnen 0u-contour (absoluut en relatief)

Methode Kwantitatief

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabellen wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´slagschaduw´ toegelicht. Tabel 45

Beoordelingstabel slagschaduw absoluut > 0 uur slagschaduw per jaar -Meer dan 2000 woningen 200 – 2000 woningen 0 Minder dan 100 woningen + n.v.t. ++ n.v.t.

Effectbeoordeling projectMER

> 5:40 uur slagschaduw per jaar Meer dan 50 woningen 1-50 woningen 0 woningen n.v.t. n.v.t.

92

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 46

Beoordelingstabel slagschaduw relatief -0 + ++

10.3.2

Relatief t.o.v. 0u slagschaduw >25 woningen per GWh/jaar > 0u 5-25 woningen per GWh/jaar > 0u < 5 woningen per GWh/jaar >0u n.v.t. n.v.t.

Relatief t.o.v. 5:40u slagschaduw >0,50 woningen per GWh/jaar 0,25-0,50 woningen per GWh/jaar <0,25 woningen per GWh/jaar n.v.t. n.v.t.

Beoordeling- absoluut In het kader van dit MER is een slagschaduwonderzoek opgesteld, waarin met het rekenprogramma WindPRO de slagschaduwbelasting als gevolg van de verschillende opstellingsalternatieven is berekend. Het gehele onderzoek is te vinden in het slagschaduwrapport in Bijlage C, hieronder worden de resultaten per alternatief gegeven. Onderstaande afbeeldingen tonen de 5:40 uur-contouren en de 0 uur-contouren. Dit wil dus zeggen dat de verwachte jaargemiddelde slagschaduwduur binnen de rode contour hoger is dan 5 uur en 40 minuten per jaar en erbuiten lager. De jaargemiddelde slagschaduwduur binnen de gele contour is hoger dan 0 uur per jaar en erbuiten afwezig16.

Figuur 41

Slagschaduwcontouren alternatief 1

16 Door de manier waarop de berekening is uitgevoerd is het niet 100% uitgesloten dat er slagschaduw

optreedt buiten de 0u-contour. Uitzonderingsgevallen kunnen optreden als de zon zeer laag staat, en slechts een of enkele minuten per jaar.

Effectbeoordeling projectMER

93

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 42

Slagschaduwcontouren alternatief 2

Figuur 43

Slagschaduwcontouren alternatief 3

Effectbeoordeling projectMER

94

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 47

Aantal woningen binnen de slagschaduwcontouren van de opstellingen, absoluut.

Kop 1

Alternatief 1 2 3

10.3.3

Aantal woningen binnen… 0 uur-contour 5:40 uur-contour 1.661 38 1619 44 3200 66

Beoordeling – relatief Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen binnen de slagschaduwcontouren in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. (Zie paragraaf 10.9 voor de berekening van de verwachte jaarproductie per alternatief).

Tabel 48

Opbrengst en relatieve beoordeling slagschaduw Alternatief 1 2 3

10.3.4

Jaarproductie GWh/jr 75 83 77

binnen 0u-contour woningen/GWh/jr 22 20 42

binnen 5:40u-contour woningen/GWh/jr 0,5 0,5 0,9

Mitigerende maatregelen Door windturbines gedurende bepaalde perioden stil te zetten (wanneer het voldoende waait om te draaien en de zon schijnt om schaduw op een of meer woningen te werpen) kan alsnog aan de slagschaduwnorm worden voldaan. De stilstandvoorziening wordt zodanig ingeregeld dat, als normoverschrijding optreedt op een van de nabijgelegen woningen, de windturbine uitschakelt. Deze voorziening wordt op de turbine aangebracht en vooraf per woning ingeregeld. Het gaat immers om specifieke momenten die bepaald zijn door de positie van de aarde in de tijd. Deze positie is heel nauwkeurig te berekenen. Daarnaast wordt gemeten of er daadwerkelijk voldoende zon (en dus slagschaduw) is op die momenten. In Tabel 49 staat weergegeven hoeveel stilstand per jaar -en bijbehorende opbrengstderving- per jaar nodig is om aan de norm te voldoen.

Tabel 49

10.3.5

Stilstand in uren per jaar om aan de norm te voldoen Alternatief Stilstand per jaar (uu:mm) 1 136:34 2 231:34 3 176:52

Derving (% van draaiuren) 0,41% 0,46% 0,35%

Conclusie slagschaduw Bij alle alternatieven is een stilstandregeling nodig om aan de norm voldoen. De opbrengstderving die het toepassen van een stilstand-regeling tot gevolg heeft wordt meegewogen bij het onderwerp ‘energieopbrengst’ in paragraaf 8.9. De alternatieven scoren op basis van de criteria uit 10.3.1 als volgt:

Effectbeoordeling projectMER

95

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 50

Conclusie slagschaduw Absoluut – aantal woningen binnen 0u-contour

Alternatief

1 -

2 -

3 --

Absoluut – aantal woningen binnen 5:40u-contour Relatief – woningen < 0u-contour per GWh/jr Relatief – woningen < 5:40u-contour per GWh/jr

-

--

----

10.4

Gezondheid

10.4.1

Gezondheid Energie is voor de in Nederland wonende bevolking een onmisbare nutsvoorziening. Bij de overweging van mogelijke gezondheidsrisico’s van windturbines in vergelijk met conventionele energiewinningen (zoals het verbranden van fossiele brandstoffen) is het belangrijk te realiseren dat er naast een kleine hoeveelheid broeikasuitstoot bij de bouw geen verdere schadelijke emissie van stoffen optreedt. Dat leidt tot een direct positief effect op zowel gezondheid als milieu in vergelijking met bijvoorbeeld bruin- of steenkoolcentrales, die door de veroorzaakte emissies aantoonbare gezondheidsgevaren met zich meebrengen (Bron: Umwelt Bundesamt, 2016). Wel is aangetoond dat bij slechte informatievoorziening angsten en bedenkingen kunnen ontstaan onder omwonenden van een windpark. Dit kan tot stress leiden, wat gezondheidsrisico’s met zich meebrengt (Bron: Umwelt Bundesamt, 2016). Daarom worden omwonenden, in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de beperking van gezondheidsrisico’s, al in een vroeg stadium geïnformeerd over de plannen en potentiele effecten van de beoogde windturbines. Uit divers wetenschappelijk onderzoek (zie bijvoorbeeld de recente overzichtsstudies17 en 18) blijkt geen direct verband tussen windturbines en gezondheidsklachten.

Ook de Raad van State stelt dat, als is aangetoond dat niet hoeft te worden gevreesd voor onaanvaardbare geluidhinder en slagschaduw, er evenmin aanleiding bestaat voor het oordeel dat onvoldoende acht is geslagen op het belang van de volksgezondheid. “De Afdeling wijst in dit verband ten overvloede op een rapport van het RIVM en de GGD getiteld “Health effects related to wind turbine sound” uit 201718. Dit rapport, dat ook wordt genoemd in overweging 119.2 van de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, bevat een overzicht van de conclusies van recente wetenschappelijke onderzoeken met betrekking tot de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines. Het rapport biedt geen aanknopingspunten om te veronderstellen dat in een situatie als de onderhavige ondanks hetgeen hiervoor is overwogen gevaar voor de volksgezondheid bestaat.”

17

, Expert Panel on Wind Turbine Noise and Human Health, Understanding the Evidence: Wind Turbine Noise, Council of Canadian Academies, 2015. Effectbeoordeling projectMER

96

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Op gebied van gezondheid speelt met name het onderwerp geluid (zowel hoorbaar als laagfrequent). Dit volgt ook uit een recent onderzoek van het RIVM en GGD Amsterdam, waarin wordt geconcludeerd: “Sleep disturbance is found to be related to annoyance, but there is no clear relation with the level of wind turbine sound. From knowledge about transportation sound, sleep disturbance can be expected at high levels of wind turbine sound. There is no evidence for other direct health effects.”18 Voor het hoorbare geluid en laagfrequente geluid wordt verwezen naar paragraaf 10.2. Uit eerder onderzoek door het RIVM is gebleken dat de Nederlandse geluidsnormen voor windenergie voldoende bescherming bieden tegen de effecten van laagfrequent geluid. Op basis van de hierboven beschreven stelling dat gezondheid met name verband houdt met de hoeveelheid geluid die woningen ondervinden van windturbines kan gesteld worden dat de beoordeling voor het thema ‘Geluid’ ook voor wat betreft het milieuthema ‘Gezondheid’ een goede vergelijking van de alternatieven mogelijk maakt. Voor wat betreft slagschaduwhinder is de wettelijke norm (maximaal 5 uur en 40 minuten slagschaduw per woning per jaar) dermate streng dat effecten op de gezondheid niet optreden.

10.4.2

Gezondheidseffectscreening (GES) Om een beeld te geven van de effecten die op treden in relatie tot gezondheid wordt een GES uitgevoerd. GES staat voor gezondheidseffectscreening. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico’s zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die lang niet altijd voldoende zijn om risico’s en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Geluid is één van de milieusegmenten die in het kader van een GES beoordeeld wordt op mogelijke gezondheidseffecten (Bron: InfoMil). Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van de GES-score enkel de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd.

10.4.3

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Bij de bepaling van de GES-score wordt voor het onderdeel geluid, de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd. Aangezien de cumulatieregels alle geluid omrekenen naar wegverkeerequivalente geluidsniveaus wordt de GES-beoordeling van wegverkeer gehanteerd om het gecumuleerde geluidsniveau om te rekenen naar een GES-score. Op deze manier krijgt dus elke woning een GES18

van den Berg en van Kamp, Health effects related to wind turbine sound, GGD Amsterdam, 2017. Effectbeoordeling projectMER

97

Windpark Beuningen Concept-CombiMER score waarbij cumulatie met andere bronnen is verwerkt. Een GES-score is een getal van 0 t/m 8, waarbij bij score 6 het Maximaal Toelaatbare Risico wordt overschreden. In het akoestisch onderzoek (Bijlage A) is voor de omliggende woningen, naast de cumulatieve geluidsbelasting, ook de GES-score bepaald. De GES-methodiek hanteert de volgende tabel: Tabel 51

Relatie tussen de cumulatieve geluidsbelasting en de GES-scores. GES-score Beoordeling van (dB) tot (dB) GES 0 Zeer goed 0 43 GES 1 Goed 43 48 GES 2 Redelijk 48 53 GES 4 Matig 53 58 GES 5 Zeer matig 58 63 GES 6 Onvoldoende 63 68 GES 7 Ruim onvoldoende 68 73 GES 8 Zeer onvoldoende 73 100

De GES-scores zijn bepaald door het cumulatieve geluidsniveau voor en na de komst van de windturbines te berekenen. De som van de GES-scores van de woningen is een (versimpelde) maat voor het totale gezondheidseffect van een situatie. De toename van deze GES-score is een beoordelingscriterium voor het MER. De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabellen wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´slagschaduw´ toegelicht. Tabel 52

Beoordelingstabel gezondheid (GES) -0 + ++

10.4.4

De toename van de GES-score t.o.v. de huidige situatie Meer dan 20 6 - 20 0-5 n.v.t. n.v.t.

Beoordeling GES Onderstaande tabel toont de uitkomsten van de GES beoordeling voor de selectie van omliggende woningen, alsmede de toename ervan ten opzichte van de referentiesituatie. De ligging van de woningen waarvoor cumulatie is berekend is op de figuur daaronder weergegeven.

Effectbeoordeling projectMER

98

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 53

Aantal woningen per GES-klasse, per alternatief. Huidig Alt. 1 Alt. 2 0 0 0 GES 0 14 13 5 GES 1 34 32 34 GES 2 52 52 51 GES 4 23 26 32 GES 5 13 13 14 GES 6 5 5 5 GES 7 0 0 0 GES 8 Totaal Totale GES-score Toename to.v. huidig

141 518

141 528 7

141 556 29

Alt.3 0 7 28 54 34 13 5 0 141 562 31

* Het feit dat de toename van de GES-score kleiner is dat het verschil tussen de sommen van de GES-scores wordt veroorzaakt door het feit dat GES-score 3 niet bestaat. Voorbeeld: een woning die van score 1 naar score 4 gaat ondervindt een toename van 2 klassen.

Zie voor meer informatie en de berekening het akoestisch rapport (Bijlage B).

10.4.5

Conclusie gezondheid Uit de Gezondheidseffectscreening blijkt dat de toename van de som van de GES scores voor de onderzochte woningen als gevolg van Alternatief 1 het minst toeneemt. Voor alternatieven 2 en 3 is de verslechtering groter. Dit leidt tot de volgende beoordeling:

Effectbeoordeling projectMER

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=4fab63c4-9ec0-41d1-aaec-f3cc0512c60c