CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Combi-milieueffectrapport

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Herstelbesluit Windpark Beuningen20.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 200 3533 JG Utrecht 030 + 677 6466

Auteurs Steven Velthuijsen Msc. Leon Schreurs MSc. Hans Kerkvliet MSc. Quinten Isselman BSc.

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Opdrachtgever Gemeente Beuningen

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Datum 3 juni 2021

Versie 5

Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 200 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:

030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & Van Rijn 2021 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Inhoudsopgave H OOFDSTUK 1

SAMENVATTING

Achtergrond Werkwijze Beleidskader PlanMER ProjectMER Voorkeursalternatief Milieuthema’s Effectbeoordeling Leemten in kennis

H OOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4

H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

H OOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

H OOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

H OOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

H OOFDSTUK 7 7.1 7.2 7.3 7.4

4 5 6 6 6 8 10 11 16 17

INLEIDING

18

Aanleiding Doel milieueffectrapportage Advies notitie reikwijdte en detailniveau Leeswijzer

19 20 20 21

PROCEDURE

22

Rol van de m.e.r. Waarom een combiMER Kaderstellend plan Initiatiefnemer Bevoegd gezag Overige betrokken partijen Communicatie en participatie Relatie met omgevingswet

23 23 23 24 24 25 26 26

BELEIDSKADER

27

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Relatie met de Regionale Energiestrategie (RES) Conclusie

28 28 29 30 32 32

PLANMERALTERNATIEVEN

34

Locatiealternatieven en inrichtingsalternatieven Uitgangspunten voor plaatsing windturbines Gemeentegrens PlanMERalternatieven Opstellingsmogelijkheden planMERalternatieven Autonome ontwikkelingen

35 35 36 36 37 39

EFFECTBEOORDELING PLANMER

40

Inleiding Invloed op de leefomgeving Externe Veiligheid Landschap Ecologie Energieopbrengst en mitigatie uitstoot Overzichtstabel

41 42 47 53 62 65 66

LOCATIEKEUZE

68

Inleiding Bestuurlijke voorgeschiedenis Locatiekeuze Conclusie

69 70 72 72

Samenvatting 2

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

H OOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4

H OOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3 9.4

H OOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 10.8 10.9 10.10

H OOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7 11.8 11.9 11.10

H OOFDSTUK 12 12.1 12.2 12.3

BEGRIPPENLIJST BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E BIJLAGE F BIJLAGE G BIJLAGE H

REFERENTIESITUATIE

74

Inleiding Beschrijving plangebied en omgeving Bestemmingsplan Autonome ontwikkelingen

75 75 75 77

PROJECTMERALTERNATIEVEN

78

Inleiding Het zoekgebied Ruimtelijke belemmeringen in en om het zoekgebied Alternatieven

79 79 79 81

EFFECTBEOORDELING PROJECTMER

83

Inleiding Geluid Slagschaduw Gezondheid Bodem, archeologie en water Externe Veiligheid Landschap Ecologie Energieopbrengst en vermeden emissies Overzichtstabel

84 86 92 96 100 107 112 123 130 134

VOORKEURSALTERNATIEF

135

Keuze voorkeursalternatief (VKA) Geluid Slagschaduw Gezondheid Effecten Screening Bodem, archeologie en water Externe Veiligheid Landschap Ecologie Energieopbrengst Overzichtstabel

136 138 141 143 144 148 153 159 163 164

LEEMTEN IN KENNIS

166

Inleiding Leemten in informatie en kennis Monitoring en evaluatie

167 167 167

168 QUICKSCAN RUIMTELIJKE BEPERKINGEN AKOESTISCH ONDERZOEK SLAGSCHADUWONDERZOEK ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID LANDSCHAPPELIJKE BEOORDELING NOTITIE ECOLOGIE PLANMER NATUURONDERZOEK VOORTOETS NATURA 2000

173 173 173 173 173 173 173 173

Samenvatting 3

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 1 Samenvatting

Samenvatting

4

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Achtergrond Het opstellen van dit milieueffectrapport voor een windpark nabij knooppunt Ewijk is geïnitieerd door de gemeente Beuningen. De Gemeente is initiatiefnemer voor het MER, maar niet de partij die het windpark zal bouwen en exploiteren. Na beoordeling van de MER alternatieven, maar voordat er een voorkeursalternatief gekozen is, is een ontwikkelende partij1 naar voren getreden. Deze partij is verantwoordelijk voor de vergunningaanvragen en neemt de rol van initiatiefnemer op zich. Het beoogde windpark zal naar verwachting gaan bestaan uit 5 windturbines met toebehoren. Tot dit aantal is besloten mede op basis van de milieueffecten uit het MER alternatieven onderzoek. In dit MER alternatieven onderzoek zijn opstellingen met 4-8 windturbines onderzocht om zo volledig mogelijk de milieueffecten inzichtelijk te maken. Het windpark is beoogd in het buitengebied van Beuningen ten zuidoosten en zuidwesten van het knooppunt Ewijk en ten zuiden van bedrijventerrein Schoenaker. Zie Figuur 1 voor de ligging van het projectgebied. De voorgenomen ontwikkeling van een windpark met toebehoren past niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Om de bouw van het windpark mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. Figuur 1

Zoekzone windenergie (rood). (Bron: Bijlage 2b raadsbesluit 9 april 2019)

1

Dit kan ook een coöperatie zijn.

5 Samenvatting

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Werkwijze Dit milieueffectrapport (MER) is een zogenaamd ‘CombiMER’. Dat betekent dat het MER ter onderbouwing dient van zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunningaanvraag. Normaal gesproken wordt voor een bestemmingsplan een ‘planMER’ opgesteld, en voor een vergunningaanvraag een ‘projectMER’. Beide rapporten worden in dit CombiMER verenigd. Eerst zijn gemeentebreed alle locaties waar windturbines zouden passen op hoofdlijnen beoordeeld (planMER-deel). Vervolgens zijn voor de ‘zoekzone windenergie’ meer gedetailleerde milieu-onderzoeken uitgevoerd, waarbij diverse inrichtingsalternatieven (ProjectMER alternatieven) met elkaar zijn vergeleken (projectMER). Mede op basis van de milieuonderzoeken is vervolgens een ‘voorkeursalternatief’ (VKA) geselecteerd. Naast milieueffecten zijn ook andere zaken van invloed op het VKA, zoals lokaal draagvlak en economische overwegingen. Het exacte type is nog niet gekozen ten tijde van de vergunningaanvraag. Daarom kent het voorkeursalternatief een ‘bandbreedte’ voor wat betreft afmetingen en geluidsproductie. Daarmee is in ieder geval bekend wat de maximale effecten zijn.

Beleidskader Windpark Beuningen past in het nationale beleid en draagt bij aan het nationale Klimaatakkoord, waarin is afgesproken om de opwek van hernieuwbare energie te doen groeien tot 35 TWh per jaar. De locatie past in provinciaal beleid gezien de bijdrage aan de doelstelling van 230,5 MW. De locatie is conform de Omgevingsvisie van de provincie Gelderland waarin het projectgebied is opgenomen onder ‘windenergie kansrijke locaties voor extra ontwikkeling’ en ‘Windenergie mogelijk’. Tot slot draagt de voorgenomen ontwikkeling van een windturbinepark bij aan de doelstelling van gemeente om energieneutraal te zijn in 2040.

PlanMER Om te onderzoeken in hoeverre de zoekzone windenergie zich als geschikte locatie verhoudt tot andere plekken in de gemeente zijn aan de hand van een ‘belemmeringenkaart’ meerdere gebieden aangemerkt als ‘planMERalternatief’. Deze zijn vervolgens op hoofdlijnen onderzocht op de geschiktheid voor windenergie. Daarbij zijn de thema’s leefomgeving, externe veiligheid, landschap, ecologie en energieopbrengst betrokken. Onderstaande figuur toont de planMERalternatieven.

Samenvatting

6

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 2

PlanMERalternatieven. Ter vergelijking is ook de zoekzone windenergie weergegeven.

De resultaten van het ‘planMERdeel’ zijn in onderstaande tabel samengevat: Tabel 1

Overzichtstabel milieueffecten van locatiealternatieven. A B Invloed op de leefomgeving Aantal woningen binnen 500m Aantal woningen binnen 1000m Externe veiligheid Gebouwen Gevaarlijke stoffen

Samenvatting

C

D

E

F

G

-

0

-

0

---

---

--

0

0

-

-

-

-

0 -

Leidingen Hoogspanning Infrastructuur Landschap Aansluiting structuren Aansluiting maat en schaal

0 -

-

0 -

0 0

0 -

0 0

0 -

0 0

0

0 0

+ 0

0

---

-0

Aansluiting cultuurhistorische waarden Beleving van windpark Interferentie Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden Soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland Energieopbrengst Elektriciteitsproductie

--

---

--

--

---

---

---

-

-

-

-

-

--

-

--

--

-

--

-

-

0

-

-

-

-

-

0

0

+

+

0

++

0

0

7

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

ProjectMER Het projectMER beoordeelt 3 inrichtingsalternatieven die gelegen zijn binnen de zoekzone windenergie. Bij het formuleren van de alternatieven is getracht een zo groot mogelijke bandbreedte op te spannen voor wat betreft het aantal windturbines en de grootte ervan. Tabel 2 geeft de eigenschappen van de alternatieven; Figuur 4 toont de ligging ervan. Als in het MER gesproken wordt van MER alternatieven worden daarmee de projectMER alternatieven bedoeld. Alle MER alternatieven zijn enkele lijnopstellingen. De zoekzone geeft geen ruimte voor alternatieve parkvarianten zoals een cluster. Tabel 2

Technische eigenschappen alternatieven Alternatief

Figuur 3

Samenvatting

1

2

3

Aantal windturbines

4

6

8

Ashoogte (m)

165

140

120

Rotordiameter (m)

160

140

120

Tiphoogte (m)

245

210

180

Schematische weergave van de afmetingen van de 3 MER alternatieven.

8

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 4

Samenvatting

Overzicht ProjectMER-alternatieven van Windpark Beuningen.

9

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Voorkeursalternatief Mede op basis van de resultaten van het MER is een voorkeursalternatief (VKA) gedefinieerd, bestaande uit vijf windturbines waarvan de locaties vastliggen (Zie Figuur 5). Het bepalen van het VKA is een iteratief proces geweest waarbij verschillende pijlers een invloed spelen op de totstandkoming van het VKA. Naast milieueffecten is het VKA ook gebaseerd op de uitvoerbaarheid en lokaal en politiek draagvlak. Hoewel de gemeente een sturende rol heeft bij de keuze voor het VKA ligt de eindbeslissing bij de partij die de vergunningaanvraag gaat indienen: de initiatiefnemer. Figuur 5

VKA windturbineposities.

Naast de keuze in opstelling is ook een keuze in afmetingen gemaakt. Er is een bandbreedte in afmetingen onderzocht om zo in de uitvoeringsfase keuze te hebben in leveranciers van turbines: Tabel 3

Afmetingen windturbines voorkeursalternatief in meters (bandbreedte).

Ashoogte Rotordiameter Tiphoogte

Samenvatting

Minimaal 140 150 215

Maximaal 170 180 245

10

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Milieuthema’s Van de 3 projectMER alternatieven en de onder- en bovengrens van het voorkeursalternatief worden de effecten op de relevante milieuaspecten beschreven en beoordeeld. De milieueffecten zijn gegroepeerd naar de thema’s: geluid, slagschaduw, gezondheid, bodem, water en archeologie, veiligheid, landschap, ecologie en energieopbrengst. Hieronder worden de resultaten per milieuthema kort samengevat.

Geluid De MER alternatieven 2 en 3 en de onder- en bovengrens van het VKA kunnen niet zonder mitigatie voldoen aan de geluidsnorm: er zijn woningen van derden waar de normen van 47 dB Lden en 41 dB Lnight worden overschreden. De onderstaande figuur toont ter illustratie de geluidscontouren van de ondergrens. Hierop is te zien dat er één woning is (ter plaatse van de meest westelijke turbine) waar zonder mitigatie normoverschrijding zou plaatsvinden. Figuur 6

Lden 47- en 42 dB-contour van de VKA-Ondergrens (V162-5.6 op 140m ashoogte).

Slagschaduw Met meteorologische gegevens is voor alle alternatieven en de onder- en bovengrens van het VKA onderzocht hoe lang de windturbines moeten worden stilgezet Samenvatting

11

Windpark Beuningen Concept-CombiMER om de slagschaduw op woningen te reduceren tot de norm (dat wil zeggen maximaal 5 uur en 40 minuten slagschaduw per woning per jaar). Uit de berekeningen volgt dat de wettelijk verplichte stilstand een rendabele exploitatie van geen van de onderzochte opstellingen in gevaar brengt. Voor Windpark Beuningen geldt daarnaast de bovenwettelijke planregel dat alle slagschaduw op woningen in de omgeving moet worden voorkomen door middel van een stilstandsregeling. In het slagschaduwonderzoek behorende bij dit MER is daarom ook de opbrengstderving als gevolg van het voorkomen van alle slagschaduw op woningen inzichtelijk gemaakt. Hieruit volgt dat ook deze stilstand een rendabele exploitatie van geen van de onderzochte opstellingen in gevaar brengt.

Gezondheid Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van de GES-score (gezondheidseffectscreening) de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico’s zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die niet altijd voldoende zijn om risico’s en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Geluid is één van de milieusegmenten die beoordeeld worden op mogelijke gezondheidseffecten. (Bron: InfoMil). In het MER wordt voor woningen in de buurt van het windpark een GES-score berekend. Die score is gebaseerd op de hoeveelheid geluid, zowel van het windpark als van bestaande geluidsbronnen. Hierbij wordt de volgende indeling gebruikt: Tabel 4

Relatie tussen de cumulatieve geluidsbelasting en de GES-scores. GES-score Beoordeling van (dB) tot (dB) GES 0 Zeer goed 0 43 GES 1 Goed 43 48 GES 2 Redelijk 48 53 GES 4 Matig 53 58 GES 5 Zeer matig 58 63 GES 6 Onvoldoende 63 68 GES 7 Ruim onvoldoende 68 73 GES 8 Zeer onvoldoende 73 100

De som van de GES-scores van deze woningen wordt vervolgens gebruikt als maatstaf voor het gezondheidseffect van de verschillende MER-alternatieven en de onder- en bovengrens van het VKA. Hieruit volgt dat Alternatief 1 en de onder- en bovengrens niet onderscheidend van elkaar zijn op het thema GES.

Bodem, archeologie en water Geen enkele locatie is verdacht op basis van bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden of -vonden. Dit houdt in dat er geen verontreinig van de bodem te verwachten is,

Samenvatting

12

Windpark Beuningen Concept-CombiMER waardoor bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de bouw van de windturbines. Er is op dit punt geen onderscheid tussen de verschillende MER alternatieven en de onder- en bovengrens van het VKA. Voor het gehele plangebied geldt een trefkans op archeologische sporen. Zowel de onderzochte alternatieven als de onder- en bovengrens van het archeologisch onderzoek zijn op dit punt niet onderscheidend. Ten behoeve van het VKA is daarom archeologisch onderzoek uitgevoerd. Door de aanleg van windturbinefunderingen, kraanopstelplaatsen, toegangswegen en transformatorhuizen neemt het verhard oppervlak toe. Voor het VKA moeten daarom compenserende maatregelen worden genomen. Er is geen relatie tussen de beoogde windturbines en de grondwaterkwaliteit.

Externe veiligheid Uit het onderzoek naar externe veiligheid is gebleken dat de verschillende alternatieven geen onacceptabele risico’s veroorzaken voor gebouwen en risicovolle installaties. Met betrekking tot buisleidingen is gebleken dat dat de bovengrens van het VKA niet voldoet aan de adviesafstand van de Gasunie wanneer wordt gerekend met een worst-case windturbine. Wanneer echter wordt gerekend met de commercieel beschikbare windturbines binnen de bandbreedte van het VKA, blijkt dat er ruimschoots wordt voldaan aan de adviesafstand. Tevens bevindt de buisleidingenstrook van de structuurvisie Buisleidingen zich buiten de adviesafstanden van Gasunie bij het VKA. Met betrekking tot hoogspanningsinfrastructuur is gebleken dat alleen Alternatief 1 is gelegen binnen de adviesafstanden van TenneT. De alternatieven 2 en 3 en de onder- en bovengrens van het VKA voldoen wel aan de adviesafstanden. Ten aanzien van infrastructuur voldoen Alternatief 2 en de bovengrens van het VKA niet aan de beleidsregel van Rijkswaterstaat omdat er overdraai plaatsvindt over openbare wegen. Voor de bovengrens is daarom de kans dat een persoon wordt geraakt door aan afgebroken wiek, mast en/of gondel berekend. Daaruit volgt dat er geen onacceptabele risico’s zijn.

Landschap De provinciale omgevingsverordening (Provincie Gelderland) stelt dat bij het opstellen van een bestemmingsplan dat de oprichting van een windturbine of windturbinepark mogelijk maakt, aandacht besteed moet worden aan de volgende aspecten (art. 2.62). a. b. c. d. e. Samenvatting

de ruimtelijke kenmerken van het landschap; de maat, schaal en inrichting in het landschap; de visuele interferentie met een nabij gelegen windturbine of windturbines; de cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap. 13

Windpark Beuningen Concept-CombiMER De landschapstypen en andere beoordelingsaspecten (bijvoorbeeld cultuurhistorische elementen) zijn voortgekomen uit de analyse van het landschap. In totaal zijn er 6 landschapstypen gedefinieerd in het landschap rondom Beuningen, namelijk: uiterwaarden, oeverwallen, komgronden, rivierduinen, kampenlandschap en grootschalige infrastructuur. Uit de landschappelijke analyse volgt dat de 3 MER alternatieven en de onder- en bovengrens van het VKA niet onderscheidend zijn van elkaar, met uitzondering van het criterium ‘de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap’. Op dat criterium scoren de onder- en bovengrens van het VKA beter dan de alternatieven 2 en 3.

Ecologie In het onderzoek van Econsultancy (november 2020) zijn de ecologische effecten van de MER alternatieven beschreven. Dit is gedaan op vier beoordelingscriteria, namelijk “Natura 2000-gebieden”, “Natuurnetwerk Nederland”, diverse vogelgebieden en beschermde soorten. Voor de eerste drie beoordelingscriteria scoren alle drie de MER alternatieven hetzelfde. Op de criteria “beschermde soorten” scoort het eerste alternatief beter dan de andere twee. Voor Windpark Beuningen wordt verwacht dat, ondanks de grotere hoogte en rotordiameter, in verhouding tot de referentieparken globaal evenveel aanvaringsslachtoffers per turbine zullen vallen. Voornamelijk trekvogels, maar ook lokale broedvogels, zijn in vergelijking tot de referentieparken redelijk abundant rondom het plangebied. Vanwege de achtergrondverlichting van de Rijksweg A73/Provinciale N322 vallen er bij de MER-alternatieven maximaal tussen de 80 en 160 aanvaringsslachtoffers van vogels per jaar. Voor het VKA wordt verwacht dat er maximaal 100 vogelslachtoffers per jaar zullen vallen. Voor slachtoffers onder vogels moet een ontheffing worden aangevraagd vanwege overtreding van de Wnb. Het aantal berekende slachtoffers zal in alle gevallen (ruim) lager liggen dan de 1%-mortaliteitsnorm. Voor de MER-alternatieven verwacht men maximaal tussen 20 en 40 slachtoffers onder vleermuizen per jaar.

Voor het VKA wordt dit op 25 individuen geschat. Voor elke opstellingsvariant wordt jaarlijks 1 of meer slachtoffers voorzien voor de soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Voor de andere soorten geldt dat het aantal slachtoffers hooguit incidenteel te noemen is. Voor slachtoffers onder vleermuizen moet een ontheffing worden aangevraagd vanwege overtreding van de Wnb. Alleen voor de rosse vleermuis kan het aantal berekende slachtoffers hoger liggen dan de 1%-mortaliteitsnorm. Wat betreft de relatie van beschermde soorten en de 1%-mortaliteitsnorm scoort het VKA beter dan de drie alternatieven. Bij het VKA is met zekerheid geen effect op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten te verwachten.

Samenvatting

14

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Energieopbrengst en vermeden emissies Op basis van het lokale windaanbod en technische eigenschappen van windturbines is de verwachte elektriciteitsopbrengst berekend. Onderstaande figuur toont de verwachte netto jaarproductie van de MER alternatieven: Figuur 7

Verwachte netto jaarproductie per alternatief. De bijdrage van elke individuele windturbine is weergegeven door middel van de zwarte lijnen.

Derving mitigatie geluid en slagschaduw Ten behoeve van de normen uit het Activiteitenbesluit kan mitigatie nodig zijn voor geluid en slagschaduw. Het effect dat dit heeft op de energieproductie is niet berekend voor de MER alternatieven, maar is wel in beeld gebracht voor de bandbreedte van het VKA: Tabel 5

Resultaten van de opbrengstberekening voor de verschillende formaten windturbines Rotordiameter Gemiddelde windsnelheid op ashoogte (m/s) Bruto opbrengst per windturbine (MWh/jaar), zonder mitigatie Verliestermen (excl. mitigatie) Opbrengstderving door mitigatie geluid2 Opbrengstderving door mitigatie slagschaduw Aantal windturbines Netto parkopbrengst (MWh/jaar), met mitigatie

Ondergrens 150 7,55

Bovengrens 180 7,74

19.390

30.920

13% 2% 1% 5 81.822

13% 8% 1% 5 122.398

2

N.B. de procentuele opbrengstderving a.g.v. mitigerende geluidsmaatregelen is gebaseerd op de bandbreedte voor geluid: dit betreft andere windturbines dan waarvoor de opbrengst berekend is. De procentuele derving geeft evenwel een goede (worst case) benadering, aangezien de luidste windturbine is doorgerekend.

Samenvatting

15

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Effectbeoordeling De milieueffecten zijn elk aan de hand van een aantal beoordelingscriteria gescoord op een vijfpuntsschaal. De resultaten zijn in de volgende tabel samengevat. Nadere toelichting is te vinden in 10.1 (voor de MERalternatieven) en Hoofdstuk 11 (voor het voorkeursalternatief). Tabel 6

Overzichtstabel milieueffecten van inrichtingsalternatieven. Alternatief 1

2

3

VKA onder

VKA boven

Geluid Absoluut – aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour Absoluut – aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour

0 0

-

-

-

-

Relatief – woningen < 42 dB Lden-contour per GWh/jr Relatief – woningen < 47 dB Lden-contour per GWh/jr

0

-

-

0

-

Cumulatie Slagschaduw* Absoluut – aantal woningen binnen 0u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 5:40u-contour

-

--

--

-

-

-

-

---

--

---

Relatief – woningen < 0u-contour per GWh/jr Relatief – woningen < 5:40u-contour per GWh/jr Gezondheid Toename GES-score bij omliggende woningen Bodem, archeologie & water Bodem Archeologie

-

--

---

--

---

-

--

--

-

-

0 --

0 --

0 --

0 -

0 -

Grondwater Hemelwater Externe veiligheid Gebouwen Risicovolle installaties Buisleiding

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0 0

0 0 0

0 0

0 ---

0 ---

Hoogspanningsinfrastructuur Wegen Landschap & cultuurhistorie De ruimtelijke kenmerken van het landschap Maat, schaal en inrichting van het landschap Visuele interferentie met een nabijgelegen windpark

0

0 -

0 0

0 -

0 -

-

-

-

-

-

De cultuurhistorische achtergrond van het landschap Beleving windturbine(s) in het landschap Ecologie Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Div. vogelgebieden

-

--

--

-

-

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-

--

--

-

-

+

++

+

++

++

Beschermde soorten Energieopbrengst Opwek van duurzame elektriciteit

* Het bestemmingsplan voor windpark Beuningen bevat een planregel waarmee slagschaduw op omliggende woningen bovenwettelijk wordt gereduceerd tot 0 uur per jaar. De score in het MER neemt deze aanvullende regel niet mee.

Samenvatting

16

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Leemten in kennis Op dit moment is nog niet bekend welk type windturbine de voorkeur van de initiatiefnemer zal hebben. In het MER is – voor de alternatievenvergelijking – uitgegaan van realistische typen turbines. Het VKA bestaat tevens uit een bandbreedte, met een onder- en bovengrens. Nadat er definitief is gekozen voor een windturbinetype zijn de exacte te verwachten effecten te analyseren. Deze effecten zullen zich hoe dan ook bevinden binnen de in dit MER onderzochte minimale en maximale effecten.

Samenvatting

17

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 2 Inleiding

Inleiding

18

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

2.1

Aanleiding In 2017 is de Energievisie ‘Energiek Beuningen’ vastgesteld. Deze visie geeft aan waar Beuningen op het gebied van duurzame energie nu staat, en wat er gedaan moet worden om in uiterlijk 2040 energieneutraal te zijn. In de visie is aangegeven dat invulling van deze opgave in samenwerking met de inwoners moet worden opgepakt. In april 2019 heeft de gemeenteraad van Beuningen naar aanleiding van de bespreking van het Locatieplan onder meer een zoekzone en randvoorwaarden voor windenergie vastgesteld. De gezamenlijke provincies hebben in 2013 afspraken gemaakt met het Rijk over de verdeling per provincie van de Rijksdoelstelling van 6.000 MW windenergie op land in 2020. De afspraak van 6.000 MW windenergie op land is tevens inzet van de gezamenlijke provincies in het kader van het door de SER gefaciliteerde Nationaal Energieakkoord. De provincies hebben hier allen een aandeel in. De provincie Gelderland zal volgens de Monitor Wind op Land waarschijnlijk haar doelstelling voor wind op land (230,5 MW in 2020) niet binnen de gestelde termijn, maar wel binnen afzienbare tijd daarna halen. Inmiddels is op 28 juni 2019 het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren.

Ook hier zullen decentrale overheden een rol in krijgen, al zal het waarschijnlijk techniekneutraal zijn en wordt er geen specifiek doel voor de bron wind gesteld. In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal windenergie de komende jaren één van de meest kosteneffectieve manieren zijn om hernieuwbare energie te produceren. De gemeente denkt dat Windpark Beuningen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de klimaatambities. Alvorens een opstelling te kiezen voor de te ontwikkelen windturbines is het van belang een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de milieueffecten. Dit wordt gedaan aan de hand van de beoordeling van verschillende milieueffecten van verschillende opstellingen. De beoordeling van deze effecten door middel van een milieueffectrapport biedt daarmee mede input voor de keuze van een opstelling. De voorgenomen ontwikkeling van een windpark is geïnitieerd door de gemeente Beuningen. De Gemeente is initiatiefnemer voor het MER, maar niet de partij die het windpark zal bouwen en exploiteren. Na beoordeling van de MER alternatieven, maar voordat er een voorkeursalternatief gekozen is, is een ontwikkelende partij3 naar voren getreden. Deze partij is verantwoordelijk voor de vergunningaanvragen en neemt de rol van initiatiefnemer op zich.

In het MER worden opstellingen (MER alternatieven) van 4-8 windturbines onderzocht. Deze bandbreedte is ruim genomen om zo volledig mogelijk de milieueffecten inzichtelijk te maken. Mede op basis van de resultaten van het MER is vervolgens een voorkeursalternatief (VKA) gedefinieerd, bestaande uit vijf windturbines waarvan de locaties vastliggen. De milieueffecten van dit VKA zijn in dit CombiMER 3

Dit kan ook een coöperatie zijn.

19 Inleiding

Windpark Beuningen Concept-CombiMER op dezelfde wijze onderzocht als de MER alternatieven. Het windpark is beoogd in het buitengebied van Beuningen ten zuidoosten en zuidwesten van het knooppunt Ewijk en ten zuiden van bedrijventerrein Schoenaker.

2.2

Doel milieueffectrapportage Het doel van het milieueffectrapport is het vooraf bieden van informatie over de milieueffecten van een voornemen, in dit geval de ontwikkeling van windenergie, zodat deze milieu-informatie een volwaardige rol kan spelen in de besluitvorming. MER en m.e.r. Milieueffectrapportage (afkorting m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een besluit in beeld, voordat het besluit genomen wordt. De afkorting m.e.r. wordt gehanteerd bij aanduiding van de procedure. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (MER).

De voorgenomen activiteit – de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer – is opgenomen als activiteit 22.2 in lijst D van het Besluit m.e.r. Dat betekent dat in het kader van een vergunningaanvraag beoordeeld moet worden of er belangrijke nadelige gevolgen op het milieu kunnen zijn (de zogenaamde m.e.r.-beoordeling). Uit artikel 7.2 Wet milieubeheer en artikel 2, lid 3 Besluit m.e.r. volgt dat indien er een kaderstellend plan wordt vastgesteld voor deze activiteit, het verplicht is om daarvoor een planMER op te stellen. De gemeente heeft besloten geen m.e.r. beoordeling te doen maar is direct begonnen met het opstellen van een projectMER. Er moet namelijk al een m.e.r.-procedure worden doorlopen voor het bestemmingsplan (plan-m.e.r.). De wet milieubeheer (artikel 14.4b) maakt het mogelijk dat, wanneer voor één activiteit zowel een plan- als een projectMER worden opgesteld, deze gecombineerd kunnen worden tot één combiMER. Voor het gecombineerd plan- en projectMER wordt één m.e.r.procedure doorlopen die is gekoppeld aan het plan, in dit geval het bestemmingsplan. Omdat vrijwillig een projectMER wordt opgesteld hoeft in het kader van de vergunningaanvraag geen m.e.r-beoordeling plaats te vinden.

2.3

Advies notitie reikwijdte en detailniveau De notitie reikwijdte en detailniveau4 (hierna: NRD) had als doel belanghebbenden te informeren over de beoogde plannen ten aanzien van het windpark, het milieueffectrapport (MER) dat hiervoor wordt opgesteld en wat er in het MER onderzocht gaat worden. De NRD, de ingediende zienswijzen en de beantwoording daarvan vormen samen de basisuitgangspunten van het MER.

4

NRD Windpark Beuningen, 18 september 2019 20

Inleiding

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 8

Manier waarop de notitie reikwijdte en detailniveau zich verhoudt tot het MER.

2.4

Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de samenvatting van dit MER weergegeven. In hoofdstukken 2 en 3 staan de aanleiding, achtergrond en procedure van dit MER beschreven. Het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal en lokaal niveau is beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de planMERalternatieven toegelicht, alsmede de autonome ontwikkelingen in het zoekgebied. Hoofdstuk 6 bevat het planMERgedeelte van deze rapportage, waarin de verschillende planMERalternatieven zijn beoordeeld op hun geschiktheid als locatie voor windenergie op basis van hun milieueffecten. In hoofdstuk 7 is de locatiekeuze, inclusief voorgeschiedenis, voor het projectgebied beschreven. In hoofdstuk 8 is de referentiesituatie inclusief de autonome ontwikkelingen in het gebied beschreven. Hoofdstuk 9 bevat de uitwerking van te onderzoeken alternatieven en varianten die in hoofdstuk 10 worden onderzocht op hun milieueffecten. Voor een aantal thema’s zijn losse deelonderzoeken opgesteld die als bijlage zijn bijgevoegd. De resultaten van de milieuonderzoeken worden gebruikt voor het bepalen van het voorkeursalternatief. De milieuonderzoeken worden opnieuw voor deze opstelling uitgevoerd en in Hoofdstuk 11 weergegeven. Eventuele leemten in kennis komen in hoofdstuk 12 aan bod.

Inleiding

21

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 3 Procedure

Procedure

22

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

3.1

Rol van de m.e.r. De milieueffectrapportageprocedure (m.e.r.) heeft tot doel het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en besluiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Op deze wijze wordt zorggedragen voor een goede inpassing in de omgeving van de te realiseren activiteit. In het kader van de m.e.r.-procedure wordt een milieueffectrapport (MER) opgesteld. In het MER worden de milieueffecten van de voorgenomen activiteit op het milieu getoetst en beschreven, zodat eventuele nadelige gevolgen en/of knelpunten worden herkend en oplossingen worden gevonden.

Waarom een combiMER5

3.2

Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat bij activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten de milieueffectrapportprocedure (m.e.r.-procedure) moet worden doorlopen. Het doel van milieueffectrapportage is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over dergelijke activiteiten. De activiteiten waarvoor dit van toepassing is, zijn gegeven in het Besluit m.e.r. De m.e.r.-procedure resulteert in een milieueffectrapport (MER). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen (plan-m.e.r.) en projecten (project-m.e.r.). De wet milieubeheer (artikel 14.4b) maakt het mogelijk dat, wanneer zoals in dit geval voor één activiteit zowel een plan- als een projectMER worden opgesteld, deze gecombineerd kunnen worden tot één combiMER. Voor een m.e.r.-beoordelingsplichtig windturbinepark moet het bevoegd gezag beoordelen of een projectMER ten behoeve van de vergunningaanvraag nodig is. Nu er voor het plan reeds een MER opgesteld dient te worden, is er voor het project deel gekozen aan te sluiten bij het planMER door middel van een combiMER. Er is door de gemeente gekozen om geen m.e.r.-beoordeling uit te laten voeren voor het windpark, maar direct een MER op te stellen.

Dit gecombineerde MER is mogelijk met de toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening. Het gecombineerde plan- en projectMER bevat onderbouwing van zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunning voor Windpark Beuningen.

3.3

Kaderstellend plan Uit de Wet Milieubeheer (Wm) volgt dat voor plannen die belangrijke nadelige effecten kunnen hebben op het milieu een MER moet worden opgesteld. In de bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) zijn de plannen genoemd waarvoor een m.e.r.(-beoordeling) verplicht is. Het bestemmingsplan waarin het 5

Procedure

De afkorting m.e.r. wordt gehanteerd bij aanduiding van de procedure. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (MER). Wanneer wordt gesproken over MER, wordt het rapport bedoeld.

23

Windpark Beuningen Concept-CombiMER windenergieproject wordt uitgewerkt valt binnen categorie D22.2 van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Het gaat hier om: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windmolenpark, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elektrisch) of meer, of 2. 10 windmolens of meer. Omdat het windenergieproject binnen deze omschrijving valt (de alternatieven hebben allemaal een vermogen van meer dan 15 MW), is het windenergieproject m.e.r.-beoordelingsplichtig. Het bestemmingsplan is het kaderstellend plan voor het m.e.r.-(beoordelings)plichtige project en is daarom planm.e.r.-plichtig (Wet milieubeheer). Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 bevatten het planMERdeel van dit MER waarin de locatieafweging toegelicht wordt.

3.4

Initiatiefnemer Gemeente Beuningen is initiatiefnemer voor het combiMER en het bestemmingsplan. Na de beoordeling van de MERalternatieven, maar voordat er een voorkeursalternatief gekozen is, treedt een ontwikkelende partij6 naar voren. Deze partij is verantwoordelijk voor de vergunningaanvragen en neemt de rol van initiatiefnemer op zich.

3.5

Bevoegd gezag Op basis van art. 9 Elektriciteitswet beschikt de provincie over de bevoegdheid voor het vaststellen van een inpassingsplan. In het geval toepassing wordt gegeven aan deze bevoegdheid zijn Provinciale Staten tevens bevoegd gezag voor het inpassingsplan voor de realisatie van een windpark van 5 MW of meer en niet meer dan 100 MW. Gedeputeerde Staten draagt deze bevoegdheid echter over aan gemeenten onder de aanname dat ruimtelijke besluitvorming door Gedeputeerde Staten niet sneller verloopt dan besluitvorming door de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij Gedeputeerde Staten het verzoek ingediend voor overdracht van de bevoegdheid. Op 1 oktober hebben GS de bevoegdheid aan de gemeente Beuningen overgedragen. Het college van burgemeester en wethouders wordt daarmee bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning en is bevoegd een bestemmingsplan voor te bereiden. De gemeenteraad van Beuningen is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. 6

Dit kan ook een coöperatie zijn.

24 Procedure

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Aangezien sprake is van een activiteit die is aangewezen in artikel 3.10 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), moet de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo worden gevolgd. Dat houdt in dat eerst een ontwerp van de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan met de bijbehorende documenten ter inzage wordt gelegd op basis waarvan eenieder zijn zienswijze naar voren kan brengen. Na de periode van terinzagelegging van de ontwerpen beslist de gemeente definitief op de aanvraag waarbij een totale termijn van 6 maanden na ontvangst van de aanvraag wordt aangehouden. Voorafgaand aan de formele procedure en de vergunningaanvraag wordt een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. Hierin is nog geen definitief parkontwerp opgenomen, maar wel de indicatieve ligging van het windpark, evenals de resultaten van het MER en de beoogde wijze van bestemmen.

3.6

Overige betrokken partijen

3.6.1

Adviseurs en bestuursorganen De Provincie Gelderland en andere bestuursorganen worden vroeg bij de voorbereiding betrokken. Denk hierbij aan Omgevingsdienst Regio Nijmegen, buurgemeenten, de GGD, de Veiligheidsregio, waterschap Rivierenland, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed etc. Alle adviseurs en bestuursorganen die op grond van de Wro en het Besluit m.e.r. een rol hebben, worden betrokken.

3.6.2

Commissie voor de milieueffectrapportage De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie-m.e.r.) toetst het MER op juistheid en volledigheid, nadat het MER is afgerond. Van de mogelijkheid om de Commissie advies te vragen in de NRD fase maakt de gemeente Beuningen geen gebruik.

3.6.3

Belanghebbenden Inwoners en belanghebbende partijen zoals natuur-, landschaps- en milieuorganisaties en andere maatschappelijke organisaties worden op diverse wijzen bij de planvorming betrokken. Daarvoor is een participatieplan opgesteld waarin de procesparticipatie is beschreven. Ten tijde van de tervisielegging van dit MER en de ontwerpvergunningen krijgt eenieder de mogelijkheid zienswijzen kenbaar te maken via schriftelijke reacties. Voor de vormgeving van het verdere verloop van het participatieproces wordt verwezen naar het participatieplan.

Procedure

25

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

3.7

Communicatie en participatie De initiatiefnemer gemeente Beuningen vindt het belangrijk dat omgevingspartijen betrokken zijn bij de ontwikkeling van Windpark Beuningen. Naast de formele procedure is voor dit windpark een participatieplan uitgewerkt, alsmede een aanpak om met elkaar in dialoog te gaan over de ontwikkeling. Daarnaast zal ten minste de NWEA richtlijn met betrekking tot omgevingsparticipatie worden geïmplementeerd en wordt er gestuurd op overleg met de omgeving om verder vorm te geven aan mogelijkheden tot participatie in een coöperatie. De gemeente heeft als voorwaarde gesteld dat een lokale coöperatie voor 50% eigenaar wordt van het windpark.

3.8

Relatie met omgevingswet Het is het voornemen van de gemeente om het bestemmingsplan voor WP Beuningen in ontwerp te publiceren voordat de Omgevingswet in werking treedt. Daarmee valt deze procedure onder de overgangsregeling en geldt de ‘oude’ procedure.

Procedure

26

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 4 Beleidskader

Beleidskader

27

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen van relevant beleid voor de voorgenomen activiteit beschreven.

4.2

Rijksbeleid De Raad en Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindverbruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richtlijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. Om tot een duurzame energiehuishouding te komen heeft het toenmalige Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (min. EL&I) in het energierapport (2011)7 vastgelegd te willen investeren in duurzame energie. Dit heeft onder andere geresulteerd in de landelijke doelstelling om in 2020 minstens 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land te hebben staan. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)8 geeft het rijk aan dat de overgang naar duurzame energie om meer ruimte vraagt. Om te waarborgen dat er in Nederland voldoende ruimte wordt gereserveerd voor windenergie, zijn in samenwerking met de provincies kansrijke gebieden aangewezen. Dat is gebeurd op landschappelijke en natuurlijke kenmerken van een gebied enerzijds en het windaanbod anderzijds. In het SER Energieakkoord9 zijn de doelen nog eens bevestigd en vastgelegd. In de Structuurvisie Wind op Land10 (SVWOL) is - na overleg met de provincies - ook een doelstelling opgenomen voor de hoeveelheid gerealiseerd vermogen per provincie in 2020.

De provincie Gelderland heeft een doelstelling van 230,5 MW wind op land in 2020. In de SVWOL zijn binnen de provincie Gelderland geen gebieden aangewezen voor grootschalige windenergie. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het echter noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies moeten daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. Inmiddels is op 28 juni 2019 ook het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren. Ook hier zullen decentrale overheden een rol in krijgen, al zal de invulling waarschijnlijk techniekneutraal zijn. Techniekneutraal betekent dat er geen specifieke techniek is voorgeschreven om het doel aan hernieuwbare energie op land te realiseren. De uitwerking van deze doelstelling van 35 TWh zal uitgevoerd worden in de regionale energiestrategieën (RES). De RES is een instrument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.

7 Ministerie van EL&I, Energierapport 2011 (2011) 8 Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, 13 maart 2012 9 Sociaal Economische Raad, Energieakkoord voor Duurzame Groei, september 2013 10

Beleidskader

Structuurvisie Windenergie op land, 31-03-2014

28

Windpark Beuningen Concept-CombiMER In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken. Bij windenergie door middel van windturbines behoren de kosten per opgewekte kWh tot de laagste van alle duurzame opwekkingsvormen. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal windenergie komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuwbare energie te produceren zijn. Windpark Beuningen kan hier een belangrijke bijdrage in leveren.

4.3

Provinciaal beleid De provinciale doelstellingen ten aanzien van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening (december 2018). De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de geconsolideerde Omgevingsverordening gaan om duurzame economische structuur en het borgen van de kwaliteit van de leefomgeving in Gelderland. Dit vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie de komende jaren wil maken. Een aspect dat volgens de provincie zowel de economische doelstelling als de kwaliteit van de leefomgeving aangaat is de productie van hernieuwbare energie. Gelderland heeft de ambitie in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energie te hebben en door te groeien naar energieneutraliteit in 2050. Provincie Gelderland realiseert zich dat elk duurzaam potentieel met voldoende maatschappelijk draagvlak dient te worden benut. Derhalve is in 2018 de ‘Windvisie Gelderland’ opgenomen in de provinciale omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ met bijbehorende kaart (Figuur 9). Binnen de gemeentegrenzen van Beuningen heeft de provincie de volgende gebieden aangewezen:  Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling - locaties voor de langere termijn.  Windenergie mogelijk - hier zijn op voorhand geen belemmeringen voorzien.

 Windenergie aandachtsgebied - hierbij zijn specifieke objecten die aandacht behoeven bij de ontwikkeling van windenergie.  Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk - in gevallen bij versterking kernkwaliteiten.  Windenergie solitaire windturbines uitgesloten.  Windenergie niet kansrijk - bij gemeentelijk draagvlak wordt onderzoek naar combinatie met onderliggende functie ondersteund.

Beleidskader

29

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 9

Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

In de naburige gemeente Nijmegen heeft de provincie locaties voor windenergie opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Deze locaties (paarse vlekken in bovenstaande figuur) zijn specifiek gereserveerd voor windenergie.

4.4

Gemeentelijk beleid Energievisie Energiek Beuningen In 2017 is de Energievisie ‘Energiek Beuningen’ vastgesteld. Deze visie geeft aan waar Beuningen op het gebied van duurzame energie nu staat, en wat er gedaan moet worden om in uiterlijk 2040 energieneutraal te zijn. In de energievisie is niet aangegeven waar, hoe en onder welke voorwaarden deze nieuwe duurzame energiesystemen in Beuningen moeten komen. In de visie is aangegeven dat invulling van deze opgave in samenwerking met onze inwoners moet worden opgepakt. Centrale vraag in dit proces was: Hoe en waar kunnen we 731 TerraJoule (TJ) aan duurzame energie in Beuningen gaan opwekken? In het gebiedsproces is gebleken dat daarvoor op dit moment alleen windenergie en zonnevelden, op land óf drijvend op plassen, in beeld zijn. Advies gebiedsraad: Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind In het Locatieplan adviseert de Gebiedsraad inhoudelijk over de invulling van de opgave van 731 TJ. Voor de optimale locatiekeuzes voor windturbines en/of zonnevelden wordt een afweging gemaakt over het voorkomen of beperken van hinder door geluid en slagschaduw. Ook de landschappelijke inpassing, landschappelijke beleving, zuinig ruimtegebruik en de ecologische effecten worden beschouwd. De Gebiedsraad adviseert over fi-

Beleidskader

30

Windpark Beuningen Concept-CombiMER nanciële participatie, het duurzaamheidsfonds en de rol van een lokale energiecooperatie. Daarbij adviseert de Gebiedsraad over eigendom én opbrengst (in geld en in stroom) van de grootschalige energieprojecten. Raadsvoorstel Advies gebiedsraad: Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind In de vergadering van de raad van 9 april 2019 heeft de gemeenteraad van Beuningen besloten de grootschalige opwek van zonne- en windenergie, onder voorwaarden, mogelijk te maken. Er is ten aanzien van windenergie onder andere het volgende besloten:  In de gemeente Beuningen de grootschalige duurzame energie in het buitengebied op te wekken middels zonnevelden en windturbines, in beginsel in de verhouding 1/3 zon en 2/3 wind.  Het zoekgebied uit te breiden richting de westgrens van de gemeente (zie Figuur 9).  Binnen het zoekgebied moeten de te realiseren windturbines naast de wettelijke normen voldoen aan de volgende randvoorwaarden: o De windmolens moeten in samenhang en in een enkelvoudige lijnopstelling parallel aan en ten zuiden van de A73 en N322 (Maas & Waal weg) geplaatst worden. o Slagschaduw op burgerwoningen wordt tot nul gereduceerd door middel van een bovenwettelijke stilstandsregeling. o Geluid op burgerwoningen voldoet minimaal aan de wettelijke Lden norm van 47 dB(A), bovenwettelijke maatregelen worden in de MER-procedure onderzocht.

 Het eigendom en de exploitatie van een windmolenpark moet voor 50% in handen komen van een lokale energiecoöperatie.  De ‘lusten’ van het te ontwikkelen windmolenpark moet ten goede komen aan de Beuningse samenleving. In dit kader hanteert de gemeente de volgende randvoorwaarden en uitgangspunten: o De minimale bijdrage voor het duurzaamheidsfonds moet aansluiten bij de gedragscode NWEA (€0,50/MWh, peiljaar 2019). o Er wordt, via het college, nadere uitwerking gegeven aan de besteding van de middelen uit het gebiedsfonds. Bij voorkeur met deelname van inwoners uit iedere kern. o De grondvergoeding moet aansluiten bij de hoogte van de grondvergoeding zoals vermeld in de SDE+ regeling of de opvolger daarvan. o Er komt een sociale grondvergoeding van minimaal 20%. Dit houdt in dat minimaal 20% van de grondvergoeding ten goede komt aan de eigenaren van omliggende percelen. o Door middel van compensatieregelingen voor omwonenden, gesocialiseerde grondcontracten, een lokaal duurzaamheidsfonds en participatiemogelijkheden vloeit een deel van de opbrengsten terug naar de Beuningse samenleving.

Beleidskader

31

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Inhakend op het onderzoeksgebied voor zonne- en windenergie is een amendement op het raadsvoorstel ingebracht waarmee het besluit ziet op het uitbreiden van het onderzoeksgebied in westelijke richting. Inhakend op de participatieve component zijn amendementen op het raadsvoorstel ingebracht waarmee het besluit ook ziet op lokaal eigenaarschap van het windpark. Streven is dat een lokale energiecoöperatie (voor circa 50%) eigenaar en exploitant wordt van het te realiseren windpark. Figuur 10

Zoekzone windenergie (bijlage 2b raadsvoorstel 9 april 2019)

4.5

Relatie met de Regionale Energiestrategie (RES) De gemeente Beuningen is deelnemer aan de RES Regio Arnhem-Nijmegen samen met 15 andere gemeenten. De lokale plannen van Windpark Beuningen worden meegenomen in de opgave die de regio heeft om duurzame energie op te wekken. De gemeente levert hiermee een wezenlijke bijdrage aan het eindbod dat door de regio ingediend moet worden.

4.6

Conclusie Het initiatief past in het nationale beleid en draagt bij aan de doelstelling van 6.000 MW op land in 2020 en aan de doelstelling van 35 TWh in de regionale energiestrategieën (RES). De locatie past in het provinciaal beleid gezien de aanduidingen ‘Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling’ en ‘Windenergie mogelijk’ opgenomen in kaart 5 van de provinciale omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ en in het licht van de doelstelling van 230,5 MW opgesteld vermogen aan windenergie in 2020. Tot slot draagt de voorgenomen ontwikkeling van een windturbinepark in de

Beleidskader

32

Windpark Beuningen Concept-CombiMER doelstelling van gemeente om energieneutraal te zijn in 2040 en volgt de planvorming op de vaststelling van de Energievisie.

Beleidskader

33

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 5 PlanMERalternatieven

PlanMERalternatieven

34

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

5.1

Locatiealternatieven en inrichtingsalternatieven In het combiMER worden twee soorten alternatieven beschouwd: locatiealternatieven en inrichtingsalternatieven. Locatiealternatieven zijn indicatieve windlocaties binnen de gemeente die met elkaar worden vergeleken op de geschiktheid voor een windpark. Hoewel de zoekzone windenergie al is vastgelegd is deze stap belangrijk om er zeker van te zijn dat een beter geschikte locatie niet over het hoofd wordt gezien. Deze locatievergelijking is de kern van het planMERdeel van dit combiMER (hoofdstuk 5 en 6). Daarom worden locatiealternatieven ook vaak planMERalternatieven genoemd. De locaties worden in dit hoofdstuk geformuleerd en in Hoofdstuk 6 beoordeeld en vergeleken. Inrichtingsalternatieven zijn verschillende windturbineopstellingen binnen 1 locatie (de zoekzone windenergie). De vergelijking van deze inrichtingsalternatieven (in dit document ook vaak MERalternatieven genoemd) is de kern van het projectMERdeel van dit combiMER. De inrichtingsalternatieven worden in Hoofdstuk 9 geformuleerd; de beoordeling en vergelijking vindt plaats in Hoofdstuk 10.

5.2

Uitgangspunten voor plaatsing windturbines Windturbines kunnen niet overal geplaatst worden. Een project moet voldoen aan de wettelijke eisen ter bescherming van mens en dier. Zo dienen er tot bepaalde objecten afstanden gehanteerd te worden. De milieueffecten geluid, slagschaduw en veiligheid zijn hierbij leidend. Op basis van wettelijke kaders zijn voor de overige milieuthema’s (ecologie, bodem, water, landschap, etc) geen gebieden op voorhand uit te sluiten. Met behulp van GIS (geografisch informatiesysteem) kunnen relevante (technische) belemmeringen in kaart worden gebracht, op basis waarvan gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is een ‘Quickscan ruimtelijke beperkingen’ uitgevoerd. Deze is opgenomen als Bijlage A bij dit MER. Onderstaande figuur toont de ruimtelijke belemmeringen zoals deze uit de Quickscan naar voren zijn gekomen:

PlanMERalternatieven

35

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 11

Ruimtelijke belemmeringen voor windenergie, zoals beschreven in Bijlage A.

5.3

Gemeentegrens Aangezien het planMER ten grondslag ligt aan een bestemmingsplan en de gemeente initiatiefnemer is voor het planMER kunnen per definitie alleen locaties worden onderzocht die zijn gelegen binnen het eigen grondgebied. Naast algemene beperkingen die van toepassing zijn op de plaatsingsmogelijkheden voor windturbines is de gemeentegrens daarom ook een beperking voor de ligging van planMERalternatieven.

5.4

PlanMERalternatieven Onderstaand figuur geeft een overzicht van de planMERalternatieven die worden onderzocht.

PlanMERalternatieven

36

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 12

Overzicht planMER locaties windenergie

A. Dit alternatief bevindt zich ten noorden van knooppunt Ewijk en bevindt zich zowel ten oosten als westen van de A50. B. Dit alternatief beslaat het gebied ten zuidwesten van knooppunt Ewijk langs de N322 tot de gemeentegrens. C. Dit alternatief bevindt zich ten zuidoosten van Knooppunt Ewijk en loopt vanaf de A50 met de A73 mee richting het oosten. D. Het betreffende alternatief bevindt zich ten oosten van De Groene Heuvels en loopt parallel aan de (oostzijde van de) A50 tot knooppunt Ewijk. E. Dit alternatief bevindt zich ten oosten van de A73 in het buitengebied van de gemeente Beuningen, langs de grens met de gemeente Wijchen. F. Dit alternatief bevindt zich ten zuiden van de Waal en ten noorden van Beuningen. G. Dit alternatief beslaat het gebied ten oosten van Beuningen en ten zuidwesten van Weert.

5.5

Opstellingsmogelijkheden planMERalternatieven Op basis van de afstanden en belemmeringen zoals genoemd in paragraaf 5.2 en Bijlage A zijn de ontwikkelingsmogelijkheden bepaald. Onderstaande figuur toont de verschillende belemmeringen. De planMERalternatieven zijn hierop aangegeven.

PlanMERalternatieven

37

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 13

Belemmeringenkaart gemeente Beuningen inclusief de planMERalternatieven. De belemmeringen zijn beschreven en in kaart gebracht in de quickscan ruimtelijke belemmeringen (Bijlage A).

Uit bovenstaande figuur is op te maken dat er 7 locaties zijn in de gemeente Beuningen waarin meer dan één windturbine kan worden geplaatst. De beoordeling van de geschiktheid en de milieueffecten van de zeven alternatieven vindt op hoofdlijnen plaats. Voor de beoordeling van de alternatieven wordt uitgegaan van een windturbine uit de 4 MW klasse met een ashoogte en rotordiameter van beide 140 meter. Hoewel het lijkt dat er in het westen (ten westen van Alternatief A en ten noorden van Alternatief B) van de gemeente Beuningen ook windturbines gesitueerd kunnen worden blijkt dit niet mogelijk, omdat hier een zandwinproject wordt gerealiseerd. Naast de ruimtelijke mogelijkheden geldt verder dat clusters zowel in de windvisie van de provincie als door de gemeente als landschappelijk ongewenst worden beschouwd. Om die reden wordt alleen de haalbaarheid van lijnopstellingen onderzocht. Verder is het voor de beoordeling van de geschiktheid van locaties niet nodig om meerdere windturbinetypen te onderzoeken. Dat is een detailniveau dat beter past bij het projectMERdeel, waarin verschillende opstellingen binnen de zoekzone windenergie worden beoordeeld en vergeleken.

PlanMERalternatieven

38

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

5.6

Autonome ontwikkelingen

5.6.1

Geertjesgolf Geertjesgolf betreft een zandwinproject in ontwikkeling gelegen in het Winssensche Veld ten zuiden van Winssen en in de uiterwaarden van de Waal bij Deest. Gedurende 15 jaar zal in dit gebied zand (beton- en metselzand en ophoogzand) en grind worden gewonnen voor de bouwgrondstoffenvoorziening. De binnendijks in de polder gelegen plassen die door de winning zullen ontstaan worden ingericht als natuur- en recreatiegebied. Tevens zullen er natuurwaarden aan de randen van het gebied worden gerealiseerd.

5.6.2

Grondbank De grondbank bevindt zich in de noordoostoksel van knooppunt Ewijk. Hier vindt ontwikkeling plaats van de verontdieping van een voormalige zandwinplas. Tevens wordt er een geluidswal ontwikkeld. Het betreffende gebied is reeds in ontwikkeling.

5.6.3

Beuningse plas Ten zuidoosten (tussen de ARN en de A73) van het dorp Beuningen wordt er een zandwinproject opgestart. Hierdoor zal er in de toekomst een recreatieve waterplas: De Beuningse Plas ontstaan. De komende jaren wordt deze plas uitgegraven en zal de omgeving worden ingericht. Het idee is dat het project in 2035 is afgerond.

5.6.4

Niet meegenomen: Wind Wijchen Ten noorden van Woezik in de gemeente Wijchen zijn er plannen om een windpark te realiseren van 3 windturbines. Doordat er nog geen officiële stukken zijn gepubliceerd kunnen de effecten van het windpark nog niet worden meegenomen in het MER. Als planvorming officieel wordt voordat het MER is afgerond worden de effecten alsnog meegenomen in het MER.

5.6.5

Niet meegenomen: Woningontwikkeling Hoge Woerd Ten noorden van bedrijventerrein Schoenaker is de ontwikkeling van stedenbouwkundige verkaveling gaande, ten behoeve van woningbouw. Het ontwerpbestemmingsplan is nog niet gepubliceerd, waardoor deze ontwikkeling nog niet als autonome ontwikkeling wordt meegenomen. NB. In de nabijheid van de woningontwikkeling Hoge Woerd bevinden zich reeds bestaande objecten met een woonfunctie. Voor de bestaande woningen worden de milieueffecten wel inzichtelijk gemaakt. Hierdoor ontstaat er wel een beeld van de milieueffecten door het windpark op de woningontwikkeling Hoge Woerd.

PlanMERalternatieven

39

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 6 Effectbeoordeling planMER

Effectbeoordeling planMER

40

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

6.1

Inleiding Ten behoeve van de vergelijking van de verschillende planMERalternatieven worden onderstaande aspecten beoordeeld.

Tabel 7

Aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Aspect Beoordelingscriterium Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 500 en 1000 meter van Invloed op omgeving het locatiealternatief. Externe veiligheid

Ecologie

Gebouwen Gevaarlijke stoffen Leindingen en hoogspanningskabels Infrastructuur Gevoeligheid van gebieden en soorten die een binding hebben met het plangebied.

Landschap

Aansluiting bij bestaande structuren en patronen Aansluiting bij de maat en schaal van het landschap Aansluiting op lokale culturele waarde van het landschap Beleving van het windpark in het landschap Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken

Energieopbrengst

Aantal windturbines

De beoordeling van deze aspecten wordt in het planMER uitgevoerd op basis van kwantitatieve gegevens. Waar dat niet mogelijk is wordt kwalitatief beoordeeld. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een 5-puntsschaal. Met uitzondering van energieopbrengst en landschap is de maximaal te behalen score ‘neutraal’ (0). Voor landschap wordt de score ++ niet toegekend. De beoordelingscriteria worden per milieuthema gegeven: Tabel 8

5-puntsschaalbeoordeling voor de verschillende milieueffecten Beoordeling Energieopbrengst Landschap Positief effect ++ n.v.t. Beperkt positief effect + + Neutraal effect 0 0 Beperkt negatief effect n.v.t. Negatief effect n.v.t. --

Overige milieuthema’s n.v.t. n.v.t. 0 --

De aspecten bodem, water, archeologie en cultuurhistorie zijn vanwege het detailniveau van het planMER niet onderscheidend, mede omdat scoring op deze thema’s sterk afhankelijk is van de exacte inrichting van een locatie. Deze aspecten worden daarom niet meegenomen in de beoordeling van de locatiealternatieven.

Effectbeoordeling planMER

41

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

6.2

Invloed op de leefomgeving De effecten van windturbines op de leefomgeving zijn onder te verdelen in  Geluid  Slagschaduw  Gezondheid (Het effect op het uitzicht wordt behandeld bij het milieuthema ‘Landschap’). Zie Hoofdstuk 10 voor een uitgebreide beschrijving van deze milieuthema’s en de bijbehorende toetsingskaders. Van deze effecten is geluid maatgevend. De slagschaduw is weliswaar tot op grotere afstand waarneembaar, maar door de strenge norm en de eenvoud van mitigatie is het milieueffect beperkt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=4fab63c4-9ec0-41d1-aaec-f3cc0512c60c