Bijlage 6 - Bijlagenboek
Tekst van het document
uitgemaaide struinpaden
eenvoudige bruggetjes richting Lage Woerd
gelijke mast en armatuur als langs de Koningstraat
43
3.3 RECREËREN EN SPELEN Het plan Hoge Woerd biedt een veelheid aan mogelijkheden om te recreëren en spelen door de diversiteit aan plekken. We benoemen hieronder een aantal specifieke plekken. speelse verwijzing naar
Speelplekken historie van de plek Er worden een aantal speelplekken gerealiseerd. Deze maken integraal onderdeel uit van de inrichting van de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan een wadi die een dubbelfunctie krijgt door die te combineren met een speelvoorziening. Er wordt hierbij zoveel als mogelijk gebruikgemaakt van natuurlijke materialen. De speelaanvoorzieningen dagen kinderen uit om hun eigen fantasie te gebruiken en zijn passend in de omgeving. Het ontwerp van deze speelaanlvoorzieningen kan tevens gecombineerd worden met een culturele hondenweides landelijk verwijzing naar de archeologische waarde van vormgegeven dit gebied. Hondenuitlaatweides Op twee plaatsen wordt een eenvoudige, landelijk vormgegeven hondenuitlaatweide gerealiseerd. Beide vinden hun plek aan de noordzijde van het lint. De plekken zijn onderdeel van de ommetjes en niet op zichzelfstaand.
spelen in/bij de gaard en wadi
44
Infrastructuur Het Lint Plateau’s Erf Dwarsweg Karrespoor Openbaar, groen parkeren Parkeer(kap)schuur Privé parkeren Voet-, fietspad van gestabiliseerde halfverharding Fietspad van asfalt Bruggetje richting struinpad langs zonneveld Wegversmalling met muurtjes Recreëren en spelen VRIJ
Hondenuitlaatwijde Speelaanleiding Struinpad
Hondenweides en locaties speelaanleidingen
45
Bijlage 2 Verkennend en nader bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 EN NEN 5707 EN NADER BODEMONDERZOEK Woongebied ‘Hoge Woerd’ in Ewijk
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
Gemeente Beuningen Postbus 14 6640 AA Beuningen Gd
Rapportnummer:
212629/R01
Status rapport:
Definitief
Datum:
16 juli 2020
Projectomschrijving:
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707 en nader bodemonderzoek, Woongebied ‘Hoge Woerd’ in Ewijk
Rapport opgesteld door:
Ortageo Zuidoost B.V. Metaalweg 18 6551 AD Weurt Tel: +31 24 397 57 62 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R070_v013_20181207
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 DEEL A: VERKENNEND BODEMONDERZOEK .................................................................................................... 2 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 3 Bronnen .................................................................................................................................................... 3 Algemene gegevens ................................................................................................................................. 3 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 5 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 7 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 7 3 Hypothese en onderzoeksstrategie ...............................................................................................................
8 Hypothese ................................................................................................................................................ 8 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 8 4 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 9 Opzet ........................................................................................................................................................ 9 Resultaten .............................................................................................................................................. 10 5 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 12 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 12 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 14 5.2.1 Chemische parameters ......................................................................................................................
14 5.2.2 Asbest ................................................................................................................................................ 17 Toetsing aan de gestelde hypothesen .................................................................................................... 17 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek .................................................................................... 17 DEEL B: NADER BODEMONDERZOEK .............................................................................................................. 19 6 Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek ........................................................................................... 20 Conceptueel model ................................................................................................................................ 20 Onderzoeksvragen en onderzoeksstrategie ........................................................................................... 20 7 Veldwerkzaamheden ..................................................................................................................................... 22 Uitvoering ...............................................................................................................................................
22 Resultaten .............................................................................................................................................. 22 8 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 24 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 24 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 24 9 Evaluatie verontreinigingssituatie ............................................................................................................... 26 Aard en oorzaak van de verontreiniging ................................................................................................. 26 Omvang verontreiniging in de grond ...................................................................................................... 26 Ernst van de verontreiniging ................................................................................................................... 26 10 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ........................................................................................ 27
Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie en kadastrale kaarten 2) Situatietekeningen met onderzoekspunten en verontreinigingssituatie 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Gegevens vooronderzoek 7) Foto's Appendix Kader en verantwoording
212629/R01
1
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Beuningen is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 en een nader bodemonderzoek uitgevoerd voor woongebied ‘Hoge Woerd’ in Ewijk (gemeente Beuningen). Aanleiding De aanleiding voor het: 1. verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen woningbouwontwikkeling van plangebied ‘Hoge Woerd’ in Ewijk; 2. nader bodemonderzoek is de bij het verkennend bodemonderzoek lokaal aangetoonde sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond. Doel Het doel van het: 1. verkennend bodemonderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik; 2. nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang en daarmee de ernst van de verontreiniging met PAK in de grond. Leeswijzer Voorliggend rapport beschrijft de resultaten van het verkennend onderzoek (deel A) en nader onderzoek (deel B). • deel A bevat de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de hypothese en onderzoeksstrategie (hoofdstuk 3), de veldwerkzaamheden (hoofdstuk 4) en het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 5) van het verkennend onderzoek; • deel B presenteert de onderzoeksaanpak (hoofdstuk 6), de veldwerkzaamheden (hoofdstuk 7) en het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 8) van het nader onderzoek. In hoofdstuk 9 wordt de verontreinigingssituatie geëvalueerd.
Het rapport wordt besloten met de aan het onderzoek te verbinden conclusies en aanbevelingen die in samenvatting zijn weergegeven (hoofdstuk 10). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.
212629/R01
1/29
DEEL A: VERKENNEND BODEMONDERZOEK
212629/R01
2/29
2
VOORONDERZOEK
Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.
Bron
Verwijzing/toelichting
1
Topografische kaart en kadastrale kaarten
Kadaster, opgenomen in bijlage 1
2
Mondelinge / schriftelijke informatie van de opdrachtgever en van Buro Waalbrug
Verwerkt in dit hoofdstuk, tekeningen plangebied opgenomen in bijlage 6
3
Gemeente Beuningen
Verwerkt in dit hoofdstuk, door de gemeente ter beschikking gestelde onderzoeksrapporten (zie bronnen 7A en 7B)
Internetbronnen: A. Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten
www.google.nl/maps en pdokviewer.pdok.nl
B. Historische topografische kaarten
www.topotijdreis.nl
C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)
www.dinoloket.nl
D. Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)
www.bodemloket.nl
E. Informatie hoogteligging
www.ahn.nl
5
Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie
Gecombineerd met uitvoering veldwerk en verwerkt in dit hoofdstuk, foto’s opgenomen in bijlage 7
6
Eigen archief Ortageo
Verwerkt in dit hoofdstuk
4
Rapporten: 7
A. Verkennend Milieukundig bodemonderzoek Masterplan te Ewijk
Verhoeven Milieu, projectnummer 158054, 11 juni 2008
B. Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin, Koningstraat te Ewijk
Econsultancy, rapportnummer 1433.003, 24 mei 2016
Algemene gegevens Het onderzoek heeft betrekking op een gebied zuidoostelijk van de dorpskern van Ewijk en westelijk van Beuningen. De locatie bevindt zich globaal tussen de Koningstraat (zuidwestelijk), Goudwerf (noordelijk) en de Steeg (oostelijk). De situering van de onderzoekslocatie is op onderstaande afbeeldingen weergegeven. In afbeelding 1 is de onderzoekslocatie weergegeven met daarop geprojecteerd het toekomstige landgebruik (situering woningbouwontwikkeling). De oranje en bruine vlekken behouden een agrarische bestemming . Deze terreindelen zijn in dit bodemonderzoek buiten beschouwing gelaten. Het langgerekte deel (richting de Koningstraat) wordt bestemd als houtsingel met fietspad. Dit terreindeel is wel in het onderzoek betrokken.
212629/R01
3/29
Afbeelding 1: onderzoekslocatie met situatie woningbouwontwikkelingen en toekomstig fietspad/houtsingel (langgerekte deel richting de Koningstraat). De oranje en (licht)bruine vlakken behouden de bestemming ‘agrarisch’ en zijn niet in het onderzoek betrokken (bron 2)
Afbeelding 2: onderzoekslocatie op (meest recente) luchtfoto (bronnen 2, 4A en 4B)
De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel.
212629/R01
4/29
Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Woningbouwontwikkeling ‘Hoge Woerd” in Ewijk
Kadastrale aanduiding
Gemeente Ewijk, sectie E, perceelnummers 1613, 453, 1493, 1379, 449, 1580 (allen zuidwestelijk deel)
Eigenaar / gebruiker
Gemeente Beuningen
Oppervlakte
Circa 76.000 m²
Algemene omschrijving
Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was de onderzoekslocatie grotendeels begroeid met distels en ander onkruid
Bebouwing
Geen
Terreinverharding
Op het zuidelijke terrein (zijde Goudwerf) is menggranulaat op het maaiveld aangebracht. Op dit gedeelte was een AZC gepland, maar uiteindelijk niet gerealiseerd. Verder is centraal op het meest zuidelijke perceel (perceel 1379) een betonnen kavelpad aanwezig.
Bodemgebruik In onderstaande tabel zijn de beschikbare gegevens weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch
Landbouwgrond en (fruit)boomgaarden (bron: topotijdreis). Op basis van historische kaarten blijkt dat op de percelen (1379, 1493 en 1580) kavelpaden en dammen aanwezig zijn (geweest). Zie afbeeldingen 1 en 2 en afbeeldingen historische topografische kaarten hieronder.
Als gevolg van het gebruik van het gebied in het verleden als (fruit)boomgaard kan het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet worden uitgesloten Tot dusver is niet bekend waar de voormalige kavelpaden mee verhard zijn geweest. Als gevolg hiervan kan de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met zware metalen, PAK en asbest voor deze terreindelen niet bij voorbaat worden uitgesloten.
Huidig
Verwilderd terrein; dicht begroeid met distels en ander onkruid
Voor zover bekend geen
Toekomstig
Woningbouw
Voor zover bekend geen
Directe omgeving Historisch
Van oudsher agrarische doeleinden en (fruit)boomgaarden
Gebruik bestrijdingsmiddelen
Huidig
Noordelijk: woningen Koningstraat Oostelijk: landbouwgebied Zuidelijk: landbouwgebied en bedrijventerrein ‘Schoenaker’ Westelijk: landbouwgebied met woningen aan de Steeg
Voor zover bekend geen
Toekomstig
Voor zover bekend onveranderd
Voor zover bekend geen
212629/R01
5/29
2019: kavelpad op meest zuidelijke perceel (zijde Goudwerf)
1998: twee kavelpaden en dammen op zuidelijke percelen
1997: drie kavelpaden op zuidelijke percelen
1966: Kavelpad centraal op de onderzoekslocatie en op het noordwestelijke deel (zijde Steeg). Deels (fruit)boomgaard
1965: gebied grotendeels in gebruik als (fruit)boomgaard
1955: (fruit)boomgaarden
212629/R01
6/29
Uitgevoerde bodemonderzoeken Verkennend Milieukundig bodemonderzoek Masterplan te Ewijk, 11 juni 2008 (bron 7A) Dit onderzoek heeft betrekking op de huidige onderzoekslocatie alsmede op terreinen in de directe omgeving hiervan. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond lichte verontreinigingen (overschrijdingen streefwaarden) met barium, cadmium, kobalt, koper, zink, PAK en/of som DDT, DDE, DDD (bestrijdingsmiddelen) zijn gemeten. In de mengmonsters van de kleiige ondergrond zijn lichte verontreinigingen met barium, cadmium, kobalt, nikkel en/of minerale olie aangetoond. In de mengmonsters van de zandige ondergrond zijn lichte verontreinigingen met barium, kobalt en/of nikkel gemeten. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel en/of zink. Zeer plaatselijk zijn lichte verontreinigingen met benzeen, xylenen en/of cis 1,2-dichlooretheen aangetoond. Op het noordoostelijke terreindeel (zijde Koningstraat, tussen de adressen Koningstraat 3 en 5) zijn op het maaiveld asbestverdachte materialen op het maaiveld waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat sprake is van hechtgebonden chrysotiel. Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem/puin, Koningstraat te Ewijk, d.d. 24 mei 2016 (bron 7B) Dit onderzoek heeft betrekking op het perceel 1493, gelegen tussen de woningen Koningstraat 3 en 5.
In het onderzoek zijn vijf (verdachte) deellocaties onderscheiden te weten A; voormalige noordelijke sloot, C; voormalige kavelpad centraal op de locatie, D1; voormalige boomgaard op het noordelijke terreindeel, D2; voormalige boomgaard op het zuidelijke terreindeel, E; voormalige bebouwing op noordelijke terreindeel. Van de bovengenoemde deellocaties is een deel van het voormalige kavelpad (deellocatie C, zuidelijke deel) en deellocatie D2 (voormalige boomgaard op het zuidelijke terreindeel) op de huidige onderzoekslocatie gelegen. Uit de resultaten blijkt dat de bovengrond van het voormalige kavelpad licht verontreinigd is met kobalt en nikkel. In de bovengrond van de voormalige boomgaard is geen verontreiniging met bestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond. Op deellocatie D2 is plaatselijk op het maaiveld asbestverdacht materiaal aangetroffen. Vermoedelijk gaat het hier om een incidenteel stukje als gevolg van de materialen elders op de locatie (afkomstig van het bebouwde deel aan de Koningstraat zijde). In de opgeboorde/opgegraven grond is geen asbest aangetoond.
Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4: Samenvatting geohydrologische situatie Diepte (m -mv) 0 tot 3,4 m
Geohydrologische eenheid e
Deklaag/1 watervoerend pakket e
Geologische formatie
Lithologie
Holocene afzettingen
Klei, zandig
3,4 tot 18,2 m
1 watervoerend pakket
Formatie van Kreftenheye
Zand
18,2 tot 55 m
1e watervoerend pakket
Formatie van Peize/Waalre
Zand
55 tot 58,5 m
Scheidende laag
Formatie van Waalre
Klei, zandig
De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa 1,5 m -mv. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het freatisch grondwater zuidelijk. De locatie ligt voor zover bekend niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken.
212629/R01
7/29
3
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese
Chemische parameters (NEN 5740) De kavelpaden en dammen op de zuidelijke percelen (percelen 1379 en 1493, zijde Goudwerf) en op het meest noordwestelijke terreindeel (perceel 1580, zijde Steeg) zijn als verdacht met betrekking tot de aanwezigheid van zware metalen en PAK aangemerkt. Als gevolg van het gebruik van het gebied in het verleden als (fruit)boomgaard is de bovengrond/toplaag van de gehele onderzoekslocatie als verdacht met betrekking tot organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) aangemerkt. Voor de overige componenten is de hypothese ‘onverdacht’ aangehouden. Asbest (NEN 5707) Ter plaatse van de (voormalige) kavelpaden en dammen kunnen puinresten in de bodem worden verwacht. In puinresten kan ook asbest aanwezig zijn. Naar aanleiding hiervan zijn deze terreindelen als verdacht aangemerkt.
Onderzoeksstrategie Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van historische kaarten blijkt dat op de zuidelijke percelen vier afzonderlijke kavelpaden en dammen aanwezig zijn (geweest). De lengtes van de kavelpaden binnen de onderzoekslocatie bedragen circa 85, 120, 190 en 370 meter (zie situatietekening in bijlage 2). Op het noordwestelijke terreindeel (zijde de Steeg) is eveneens een kavelpad aanwezig (geweest). De lengte binnen de onderzoekslocatie hiervan bedraagt circa 140 meter. Bij een breedte van 4 meter bedraagt de totale oppervlakte circa 3.600 m2. Deze locaties tesamen zijn onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). De bovengrond/toplaag van de gehele onderzoekslocatie is met betrekking tot OCB onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HO-NL). Om inzicht te krijgen in de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit is de gehele locatie onderzocht volgens de strategie voor een 'grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-GR-NL). Sinds 8 juli 2019 heeft het Ministerie verplicht dat grond die van een locatie wordt afgevoerd, onderzocht is op PFAS.
Omdat dat hier (mogelijk) van toepassing is, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Asbest (NEN 5707) Op basis van de hypothese zijn de locaties van de (voormalige) kavelpaden en dammen onderzocht volgens de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE). Het onderzoek naar asbest en chemische parameters is gecombineerd uitgevoerd.
212629/R01
8/29
4
VELDWERKZAAMHEDEN Opzet
Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 5: Uitvoeringsgegevens Datum
16 t/m 18, 22 en 25 juni 2020
25 juni 2020
Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
Erkende organisatie
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Nemen van grondwatermonsters
2000/2002
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Verantwoordelijk medewerker
R. van Eijken E.A.J. Eeren
R. van Eijken
Vanwege dichte en hoge begroeiing van de gehele onderzoekslocatie kon een maaiveldinspectie niet worden uitgevoerd. De monstername voor onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform specifieke eisen volgens veldwerk-protocol “bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater” vastgesteld door expertisecentrum PFAS (juli 2019). In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem. Bij de uitvoering van het veldonderzoek bleek dat op het zuidelijke terreindeel een betonnen pad aanwezig is. Hierin zijn 3 extra boringen uitgevoerd om na te gaan wat er onder het pad aanwezig is (mogelijk een puinlaag). Onderzoek van de halfverhardingslaag (menggranulaat) op het zuidelijke terreindeel (waar een AZC voorzien was) behoefde niet te worden meegenomen in het onderzoek. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 6: Overzicht veldwerkprogramma Deellocatie
Onderdeel Boringen
A: (voormalige) kavelpaden en dammen
B: Overig terrein
212629/R01
Aantal
Diepte (m –mv)
14
0,5
03, 04, 27, 28, 30, 31, 33, 36, 37, 44, 46, 50, 52, 54
3
2,0
01, 38, 43 011, 021, 03, 04, 27, 28, 291, 30, 31, 321, 33, 36, 37, 381, 431, 44, 46, 481, 50, 52, 531, 54
Proefgaten
22
0,5
Boringen met peilbuis
5
2,5 à 3,0
Boringen
29
0,5
Nummers
02, 29, 32, 48, 53 05, 07, 08, 10, 11, 12, 14, 16, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 34, 35, 39, 41, 42, 47, 49, 55, 57, 58, 59, 60, 61
9/29
Tabel 6: Overzicht veldwerkprogramma Deellocatie
Onderdeel
Aantal
Diepte (m –mv)
4
1,0
45, 62, 63, 64
4
2,0
09, 15, 40, 51
5
3,0 à 3,1
Boringen met peilbuis 1
Nummers
06, 13, 17, 24, 56
Proefgaten zijn vanaf circa 0,5 m –mv dieper doorgeboord
Ten behoeve van de uitvoering van de boringen in het betonnen pad op het zuidelijke terrein (boringen 62, 63 en 64) zijn betonboringen uitgevoerd. Betonboringen benoemen? Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Behoudens het niet voldoende kunnen uitvoeren van een maaiveldinspectie vanwege dichte en hoge begroeiing is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000.
Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw In de volgende tabel is weergegeven hoe de bodem tot de maximaal onderzochte diepte is opgebouwd. Tabel 7: Gemiddelde bodemopbouw Diepte (m -mv)
Hoofdbestanddeel
Nadere omschrijving
0,0 – 0,3 à 1,5
Klei
Zwak tot sterk zandig, zwak humeus
0,3 à 1,5 – 1,0 à 2,0
Klei
Zwak tot sterk zandig of sterk siltig
1,0 à 2,0 – 3,1
Zand
Matig fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig, plaatselijk zwak grindig
Direct onder de betonverharding ter plaatse van het kavelpad op het zuidelijke terreindeel (boringen 62, 63 en 64), is zwak siltig, zwak grindig matig grof zand aanwezig tot een diepte van 0,5 m-mv. Hieronder bevindt zich matig siltige klei. Visueel waargenomen bijzonderheden Op het maaiveld en in de uitkomende grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (>20 mm) aangetroffen. In de volgende tabel zijn de visueel waargenomen bijzonderheden weergegeven. Tabel 8: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
01
2,0
02
3,0
03
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend, sterk baksteenhoudend,
Klei
0,5 - 0,7
Zwak puinhoudend, matig baksteenhoudend
Klei
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend
Klei
0,5
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend
Klei
04
0,5
0,0 - 0,3
Sporen puin
Klei
09
2,0
1,6 – 2,0
Matig slibhoudend
Klei
17
3,0
2,0 - 3,0
Resten planten
Zand
27
0,5
0,0 - 0,5
Zwak kolengruishoudend, matig puinhoudend
Klei
28
0,5
0,0 - 0,5
Zwak kolengruishoudend, zwak puinhoudend
Klei
42
0,5
0,0 - 0,5
Sporen baksteen
Klei
212629/R01
10/29
Tabel 8: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
45
1,0
53
3,0
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
0,0 - 0,5
Volledig menggranulaat
-
1,5 - 3,0
Sporen slib
Klei
Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Tabel 9: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Monstercode
Filterstelling (m –mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidingsvermogen (µs/cm)
Troebelheid (NTU)
02-1
02-1-1
2,0 - 3,0
-
1,40
7,6
526
8,4
06-1
06-1-1
2,0 - 3,0
-
1,52
7,7
599
7,4
13-1
13-1-1
2,1 - 3,1
-
1,62
7,6
577
12,7
17-1
17-1-1
2,0 - 3,0
-
1,19
7,6
606
8,6
24-1
24-1-1
2,0 - 3,0
-
1,26
7,9
621
7,6
29-1
29-1-1
1,5 - 2,5
-
0,87
8,0
491
8,6
32-1
32-1-1
2,0 - 3,0
-
0,80
7,3
424
8,2
48-1
48-1-1
1,5 - 2,5
-
1,10
7,8
450
8,6
53-1
53-1-1
2,0 - 3,0
-
1,04
7,7
600
6,9
56-1
56-1-1
2,0 - 3,0
-
1,12
7,7
636
9,8
212629/R01
11/29
5
LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma
Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. Tabel 10: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
Deellocatie A: (voormalige) Kavelpaden en dammen
Bovengrond
Grondwater
A M1
0,0 - 0,5
01-2
Zwak puinhoudend, sterk baksteenhoudend,
Standaardpakket grond1
A M2
0,0 - 0,5
02-2, 03-2, 04-1
Zwak puinhoudend, sporen puin,
Standaardpakket grond
A M3
0,0 - 0,5
27-2, 28-2
Zwak kolengruishoudend, zwak tot matig puinhoudend
Standaardpakket grond
A M4
0,0 - 0,5
29-2, 31-1, 32-1, 33-2
-
Standaardpakket grond
A M5
0,0 - 0,5
37-2, 38-1, 43-2, 44-2
-
Standaardpakket grond
A M6
0,0 - 0,5
46-2, 48-1, 50-2, 52-2
-
Standaardpakket grond
02-1-1
2,0 - 3,0
-
-
Standaardpakket grondwater2
29-1-1
1,5 - 2,5
-
-
Standaardpakket grondwater
32-1-1
2,0 - 3,0
-
-
Standaardpakket grondwater
48-1-1
1,5 - 2,5
-
-
Standaardpakket grondwater
53-1-1
2,0 – 3,0
-
-
Standaardpakket grondwater
Sporen puin
OCB3
Deellocatie B: overig terrein bestrijdingsmiddelen (OCB)
Bovengrond / Toplaag
B OCB M1
0,0 - 0,30
04-1, 05-1, 08-1, 10-1
B OCB M2
0,0 - 0,25
11-1, 12-1, 13-1, 14-1
B OCB M3
0,0 - 0,25
34-1, 35-1, 37-1, 60-1
-
OCB
B OCB M4
0,0 - 0,25
39-1, 41-0, 42-0, 46-1
Sporen baksteen
OCB
B OCB M5
0,0 - 0,25
49-1, 51-1, 55-1, 58-1
-
OCB
B OCB M6
0,0 - 0,25
15-1, 16-1, 17-1, 19-1
-
OCB
B OCB M7
0,0 - 0,25
23-1, 24-1, 25-1, 26-1
-
OCB
OCB
Deellocatie B: overig terrein, overige ‘onverdachte parameters
Bovengrond
212629/R01
B ONV M1
0,0 - 0,5
05-2, 06-2, 07-2, 08-2, 09-2, 10-2
-
Standaardpakket grond
B ONV M2
0,0 - 0,5
34-2, 35-2, 39-2, 40-1, 41-1, 42-1, 60-2
Sporen baksteen
Standaardpakket grond
B ONV M3
0,0 - 0,5
47-2, 49-2, 51-2, 55-2, 56-2, 57-2, 58-2, 59-2, 61-2
-
Standaardpakket grond
B ONV M9
0,0 - 0,5
07-1, 11-2, 12-2, 13-2, 14-2, 15-2, 16-2, 20-2
-
Standaardpakket grond
12/29
Tabel 10: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Ondergrond
Grondwater
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
B ONV M10
0,0 - 0,5
17-2, 18-2, 19-2, 21-2, 22-2, 23-2, 24-2, 25-2, 26-2
-
Standaardpakket grond
B zand betonpad M11
0,12 - 0,5
62-1, 63-1, 64-1
-
Standaardpakket grond
B ONV M4
0,5 - 1,5
02-3, 06-4, 09-3, 13-4, 17-4, 29-3, 32-3, 40-3, 53-3, 56-3
-
Standaardpakket grond
B ONV M5
0,5 - 1,0
06-3, 13-3, 17-3, 24-3, 38-2, 40-2, 43-3
-
Standaardpakket grond
B ONV M6
1,0 - 2,0
01-5, 09-5, 17-5, 24-5, 32-4, 40-4, 51-4, 56-4
-
Standaardpakket grond
B ONV M7
1,0 - 2,0
01-6, 02-5, 09-4, 13-5, 29-4, 32-5, 48-4
-
Standaardpakket grond
B ONV M8
1,6 - 2,0
09-6
Matig slibhoudend
Standaardpakket grond
06-1-1
2,0 - 3,0
06-1-1
-
Standaardpakket grondwater
13-1-1
2,1 - 3,1
13-1-1
-
Standaardpakket grondwater
17-1-1
2,0 - 3,0
17-1-1
-
Standaardpakket grondwater
24-1-1
2,0 - 3,0
24-1-1
-
Standaardpakket grondwater
56-1-1
2,0 - 3,0
56-1-1
-
Standaardpakket grondwater
Onderzoek PFAS, gehele onderzoekslocatie
Bovengrond
PFAS M1
0,0 - 0,5
02-2, 04-1, 29-2, 32-1, 38-1, 43-2, 46-2, 48-1, 50-2, 52-2
Sporen tot zwak puinhoudend
PFAS4
PFAS M2
0,00 - 0,50
05-2, 06-2, 08-2, 10-2, 11-2, 12-2, 13-2, 14-2, 16-2, 20-2
-
PFAS
PFAS M3
0,00 - 0,50
17-2, 18-2, 19-2, 21-2, 22-2, 23-2, 24-2, 25-2, 26-2
-
PFAS
PFAS M4
0,00 - 0,50
34-2, 35-2, 39-2, 40-1, 41-1, 42-1, 60-2
Sporen baksteen
PFAS
PFAS M5
0,00 - 0,50
47-2, 49-2, 51-2, 55-2, 56-2, 57-2, 58-2, 59-2, 61-2
-
PFAS
1
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte
2
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie
3
organochloorbestrijdingsmiddelen
4
PFAS-verbindingen conform Bodemplus advieslijst d.d. 12 juli 2019: PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFOA, PFOA-vertakt, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFOS, PFOSvertakt, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, N-MeFOSAA, N-EtFOSAA, PFOSA, N-MeFOSA en 8:2 diPAP
Asbest (NEN 5707) Op basis van de visuele waarnemingen en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn in het veld grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is het analyseprogramma voor asbest weergegeven.
212629/R01
13/29
Tabel 11: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5707 Monstercode
Onderzoekspunten
Traject (m -mv)
Visuele waarnemingen / omschrijving
Analysepakket
ASM-1-1
46, 48, 50, 52, 53, 54
0,0 - 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Asbest in grond
ASM-2-1
36, 37, 38, 43, 44
0,0 - 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Asbest in grond
ASM-3-1
29, 30, 31, 32, 33
0,0 - 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Asbest in grond
ASM-4-1
02, 03, 04
0,0 - 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Asbest in grond
ASM-7-1
01
0,0 - 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Asbest in grond
ASM-6-1
27, 28
0,0 - 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Asbest in grond
Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4.
5.2.1 Chemische parameters Grond De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In de tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven. Daarnaast zijn de grondanalyses indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ter bepaling van de indicatieve bodemkwaliteitsklasse. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5.
Tabel 12: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode
Traject (m -mv)
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
Tussenwaarde (index1 >0,5)
Interventiewaarde (index1 >1)
Indicatief oordeel Bbk2
Deellocatie A: (voormalige) Kavelpaden en dammen A M1
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend, sterk baksteen-houdend,
PCB (0,07) Nikkel (0,03) Zink (0,12) Cadmium (0,01) Lood (0,01)
-
PAK (1,29)
Niet toepasbaar > Industrie
A M2
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend, sporen puin,
-
-
-
Altijd toepasbaar
212629/R01
14/29
Tabel 12: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode
Traject (m -mv)
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
Tussenwaarde (index1 >0,5)
Interventiewaarde (index1 >1)
Indicatief oordeel Bbk2
A M3
0,0 - 0,5
Zwak kolengruis-houdend, zwak tot matig puinhoudend
Zink (0,04) Lood (0,01)
-
-
Altijd toepasbaar
A M4
0,0 - 0,5
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
A M5
0,0 - 0,5
-
Nikkel (0,03)
-
-
Altijd toepasbaar
A M6
0,0 - 0,5
-
Kobalt (0,01) Nikkel (0,25)
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
-
Altijd toepasbaar
Deellocatie B: overig terrein bestrijdingsmiddelen (OCB) B OCB M1
0,0 - 0,30
B OCB M2
0,0 - 0,25
Sporen puin
B OCB M3
0,0 - 0,25
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
B OCB M4
0,0 - 0,25
Sporen baksteen
-
-
-
Altijd toepasbaar
B OCB M5
0,0 - 0,25
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
B OCB M6
0,0 - 0,25
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
B OCB M7
0,0 - 0,25
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
Deellocatie B: overig terrein, overige ‘onverdachte parameters B ONV M1
0,0 - 0,5
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
B ONV M2
0,0 - 0,5
Sporen baksteen
-
-
-
Altijd toepasbaar
B ONV M3
0,0 - 0,5
-
Nikkel (0,12)
-
-
Altijd toepasbaar
B ONV M9
0,0 - 0,5
-
Kobalt (0,01) Nikkel (0,18) Cadmium (0,02)
-
-
Klasse Industrie
B ONV M10
0,0 - 0,5
-
Kobalt (0,02) Nikkel (0,09) Cadmium (0,01)
-
-
Klasse Industrie
B zand betonpad M11
0,12 - 0,5
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
B ONV M4
0,5 - 1,5
-
Kobalt (0,05) Nikkel (0,45)
-
-
Altijd toepasbaar
B ONV M5
0,5 - 1,0
-
Kobalt (0,04) Molybdeen (0,01) Cadmium (-)
Nikkel (0,74)
-
Klasse Industrie
B ONV M6
1,0 - 2,0
-
Nikkel (0,02)
-
-
Altijd toepasbaar
B ONV M7
1,0 - 2,0
-
Nikkel (0,02)
-
-
Altijd toepasbaar
B ONV M8
1,6 - 2,0
Matig slibhoudend
-
-
-
Altijd toepasbaar
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)
2
Bbk = Besluit bodemkwaliteit
De verhoogde gehalten aan lood, zink, PAK en/of PCB in de bovengrond zijn waarschijnlijk te relateren aan het voorkomen van bodemvreemde stoffen. De zware metalen nikkel, kobalt, molybdeen en cadmium zijn waarschijnlijk van nature in de grond aanwezig.
212629/R01
15/29
In de bovengrond/toplaag blijken organochoorbestrijdingsmiddelen (OCB) in gehalten beneden de achtergrondwaarde aanwezig te zijn of zijn niet aangetoond bij de door het laboratorium gehanteerde rapportagegrenzen. PFAS in grond Opgemerkt wordt dat voor PFAS-verbindingen sprake is van tijdelijke landelijke achtergrondwaarden en (nog) geen interventiewaarden (en derhalve ook geen tussenwaarden) zijn vastgesteld. Wel zijn in het tijdelijke handelingskader (en de aanpassing daarop) voor hergebruik van PFAS-houdende grond voorlopige toepassingsnormen vastgesteld. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. In de tabel is het gemeten gehalte tussen haakjes weergegeven (in µg/kg d.s.). Tabel 13: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond PFAS Monstercode
Traject (m -mv)
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de bepalingsgrens
achtergrondwaarde2
maximale toepassingswaarde2
PFAS M1
0,0 - 0,5
Sporen tot zwak puinhoudend
PFBA (0,17) Som PFOA (0,66) Som PFOS (0,36)
-
-
PFAS M2
0,0 - 0,5
-
PFBA (0,14) Som PFOA (0,46) Som PFOS (0,19)
-
-
PFAS M3
0,0 - 0,5
-
PFBA (0,13) Som PFOA (0,62) Som PFOS (0,26)
-
-
PFAS M4
0,0 - 0,5
Sporen baksteen
PFBA (0,11) Som PFOA (0,47) Som PFOS (0,25)
-
-
PFAS M5
0,0 - 0,5
-
PFBA (0,13) Som PFOA (0,55)
-
-
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
2
Voor PFAS zijn de waarden gebaseerd op de aanpassing van het tijdelijke handelingskader voor PFAS-houdende grond waarin de toepassingsnormen zijn vastgelegd. De tijdelijke landelijke achtergrondwaarde is voor PFOS 1,9 µg/kg d.s. en voor alle overige PFASverbindingen 1,4 µg/kg d.s. Voor de klasse wonen en industrie gelden (voor het toepassen van grond boven grondwaterniveau) voorlopig de volgende toepassingsnormen: 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor PFOS en overige PFAS.
Alle gehalten aan liggen beneden de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden. Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 14: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Deellocatie
Monstercode
Traject (m -mv)
streefwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
02-1-1
2,0 - 3,0
Barium (0,05)
-
-
29-1-1
1,5 - 2,5
Barium (0,04) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) Som 1,2-dichloorethenen (DCE) (0,02)
-
-
32-1-1
2,0 - 3,0
Barium (0,03) Tetrachlooretheen (PER) (0,01)
-
-
48-1-1
1,5 - 2,5
Barium (0,08)
-
-
A.
212629/R01
Overschrijding van de
16/29
Tabel 14: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Deellocatie
B.
Monstercode
Traject (m -mv)
Overschrijding van de streefwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
53-1-1
2,0 – 3,0
Barium (0,16)
-
-
06-1-1
2,0 - 3,0
Barium (0,05) Som 1,2-dichloorethenen (0,03)
-
-
13-1-1
2,1 - 3,1
Barium (0,08)
-
-
17-1-1
2,0 - 3,0
Barium (0,06)
-
-
24-1-1
2,0 - 3,0
Barium (0,06) Som 1,2-dichloorethenen (0,23)
-
-
56-1-1
2,0 - 3,0
Barium (0,1)
-
-
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)
Aangezien er geen directe relatie is tussen de licht verhoogde concentraties aan barium en het gebruik van de locatie en er voor zover bekend geen bron aanwezig is in de directe omgeving, zijn de verhoogde concentraties waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig. Voor de verhoogde concentraties aan xylenen, naftaleen, 1,2-dichloorethenen (DCE) en/of tetrachlooretheen (PER) in het grondwater uit de peilbuizen 6, 24, 29 en 32 is geen directe oorzaak bekend. In het onderzoek van 2008 (bron 7A) zijn eveneens lichte verontreinigingen met xylenen, benzeen en/of cis1,2-dichlooretheen in het gebied aangetoond.
5.2.2 Asbest In de analysemonsters is geen asbest aangetoond.
Toetsing aan de gestelde hypothesen Chemische parameters (NEN 5740) De hypothese 'verdachte locatie' voor de voormalige kavelpaden en dammen is een correcte hypothese omdat er verontreinigende parameters zijn aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarde. De hypothese 'verdachte locatie met betrekking tot bestrijdingsmiddelen’ is niet correct omdat in de toplaag geen verontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) is aangetoond. De hypothese 'onverdacht' voor de overige stoffen is niet correct omdat in de grond en in het grondwater diverse componenten zijn aangetoond in verhoogde gehalten/concentraties. Asbest (NEN 5707) De hypothese ‘verdachte locatie’ is niet correct en wordt verworpen omdat geen asbest is aangetoond in de bodem.
Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Chemische parameters (NEN 5740) In de bovengrond ter plaatse van één boring (boring 01 in het kavelpad nabij een dam op het noordwestelijke terreindeel; zijde Steeg) is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond (overschrijding interventiewaarde). Er kan niet met voldoende zekerheid gesteld worden dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige
212629/R01
17/29
bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond). Dit vormt een aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek naar de mate, ernst en omvang van de verontreiniging. Aan het matig verhoogde gehalte aan nikkel in een mengmonsters van de ondergrond (B ONV M5) wordt een natuurlijke oorzaak toegekend. Nader onderzoek wordt derhalve niet zinvol geacht. Asbest (NEN 5707) Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, is er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen.
212629/R01
18/29
DEEL B: NADER BODEMONDERZOEK
212629/R01
19/29
6
ONDERZOEKSSTRATEGIE NADER BODEMONDERZOEK
Het nader bodemonderzoek richt zich op de verontreiniging met PAK in de bovengrond/geroerde bodemlaag op boorlocatie 01. Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de richtlijnen: • 'Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek' (Nederlandse norm 5725: oktober 2017); • 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging' (Nederlandse technische afspraak NTA 5755: juli 2010).
Conceptueel model Het conceptueel model is een schematische beschrijving en/of visualisatie van de (veronderstelde) verontreinigingssituatie (bron, aard, mate en verdeling van de verontreiniging), het systeem waarin de verontreiniging zich bevindt (bodemopbouw), welke processen van invloed zijn op de verspreiding (geochemie, geohydrologie) en de receptoren van die verontreiniging (bodemgebruik, bedreigde objecten). Het conceptueel model wordt in eerste instantie gebruikt als basis voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. Op basis van de beschikbare gegevens wordt een verwachting geformuleerd met betrekking tot de verontreinigingssituatie (hypothese). De leemtes in informatie over de verontreinigingssituatie vormen de basis voor onderzoeksvragen. Deze leemtes bepalen de onderzoeksstrategie. Na uitvoering van het nader bodemonderzoek op basis van de gekozen strategie wordt het conceptueel model bijgesteld. Zo ontwikkelt het conceptueel model zich van een hypothetisch model naar een meer op de feitelijke situatie aansluitend model. Het conceptueel model is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 15: Conceptueel model Aspect
Gegevens
Vermoedelijke bron van verontreiniging
Toepassing van puin(houdende) grond ter plaatse van een dam
Aard van de verontreiniging
PAK
Mate van verontreiniging
Overschrijding interventiewaarde in de bovengrond op boorlocatie 01 (gemeten 50,76 mg/kg d.s).
Vermoedelijke compartimentering
Bovengrond / geroerde bodemlaag
Verwachte schaalgrootte van de verontreiniging in de grond
< 25 m2
Verwachte schaalgrootte van de verontreiniging in het grondwater
N.v.t.
Verdeling van de verontreiniging
Heterogeen op schaalniveau van de monsterpunten
Mogelijke verspreidingsroutes
Geen verspreiding, immobiele verontreinigingssituatie
Mogelijke natuurlijke afbraak/omzetting
Nee
Mogelijke risico’s
Blootstelling mens door directe ingestie
Onderzoeksvragen en onderzoeksstrategie Als onderzoeksstrategieën worden onderscheiden: 1. bepalen van de ernst van de bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.2); 2. bepalen van de spoed van de sanering van het geval van ernstige bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.3); 3. bepalen van de omvang van de bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.4); a) omvang van de lokale verontreiniging met duidelijke verontreinigingskern in een immobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, § 6.4.2); b) omvang van de lokale verontreiniging met een duidelijke verontreinigingskern in een mobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, § 6.4.3); c) omvang diffuse verontreiniging (NTA 5755, § 6.4.4).
212629/R01
20/29
4.
aanwijzingen voor nader onderzoek in het kader van de zorgplicht Wet bodembescherming/Wet milieubeheer (NTA 5755, § 6.5).
Omdat er geen aanwijzingen zijn dat sprake is van zorgplicht (de verontreiniging is ontstaan na 1987), wordt gekozen voor de strategieën 1 en 3a gecombineerd. Ten behoeve van de horizontale begrenzing worden rondom boring 01 circa 6 à 8 boringen tot een diepte van 1 m -mv uitgevoerd. Hierbij worden rasterafstanden van 3 à 5 meter aangehouden. Ten behoeve van het laboratoriumonderzoek wordt uitgegaan van 4 à 6 analyses op PAK.
212629/R01
21/29
7
VELDWERKZAAMHEDEN Uitvoering
Algemeen In onderstaande tabel is de uitvoeringsdatum en de verantwoordelijke monsternemer van het veldonderzoek weergegeven. De onderzoekspunten zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Tabel 16: Uitvoeringsgegevens Datum
Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
Erkende organisatie
Verantwoordelijk medewerker
07-07-2020
Uitvoeren handboringen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Ortageo Metingen en Controle B.V.
E.A.J. Eeren
In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 17: Overzicht veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m –mv)
Nummers
Boringen
8
1,0
101 t/m 108
Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de BRL SIKB 2000 en protocol 2001.
Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw De bodem bestaat tot een diepte van 1,0 m-mv uit matig tot sterk zandige klei. Deze bodemlaag blijkt zwak humeus. Voor uitgebreide bodemprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Visueel waargenomen bijzonderheden In de volgende tabel zijn de visueel waargenomen bijzonderheden in de uitkomende grond weergegeven. Tabel 18: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
101
1,0
103
1,0
104
212629/R01
1,0
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
0,0 - 0,5
Sterk baksteenhoudend
Klei
0,0 - 0,5
Resten baksteen
Klei
0,5 - 1,0
Matig roesthoudend
Klei
0,0 - 0,2
Matig baksteenhoudend
Klei
0,2 - 0,5
Brokken baksteen
Klei
22/29
Tabel 18: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
105
1,0
106
1,0
108
212629/R01
1,0
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
0,0 - 0,5
Matig baksteenhoudend, resten plastic
Klei
0,5 - 1,0
Matig roesthoudend
Klei
0,0 - 0,5
Matig baksteenhoudend
Klei
0,5 - 1,0
Zwak roesthoudend
Klei
0,0 - 0,5
Brokken baksteen
Klei
23/29
8
LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma
Op basis van de gekozen onderzoeksstrategie en de veldwaarnemingen, zijn (meng)monsters geselecteerd voor analyse. In de volgende tabel is het analyseprogramma weergegeven. Tabel 19: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
01-3
0,5 – 0,7
-
Zwak puinhoudend, matig baksteenhoudend
PAK (10 VROM)
101-1
0,0 - 0,5
-
Sterk baksteenhoudend
PAK (10 VROM)
103-1
0,0 - 0,5
-
Resten baksteen
PAK (10 VROM)
104-1
0,0 - 0,2
-
Matig baksteenhoudend
PAK (10 VROM)
105-1
0,0 - 0,5
-
Matig baksteenhoudend, resten plastic
PAK (10 VROM)
106-1
0,0 - 0,5
-
Matig baksteenhoudend
PAK (10 VROM)
108-1
0,0 - 0,5
-
Brokken baksteen
PAK (10 VROM)
NO PAK M1
0,0 - 0,5
102-1, 107-1
-
PAK (10 VROM)
Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In een aantal tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen de gestandaardiseerde meetwaarde en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde. Een index van 0 komt overeen met de achtergrondwaarde; een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde en een index van 1 komt overeen met de interventiewaarde. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven. Tabel 20: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Onderdeel
Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend, sterk baksteenhoudend
PCB (0,07) Nikkel (0,03) Zink (0,12) Cadmium (0,01) Lood (0,01)
-
PAK (1,29)
Verkennend bodemonderzoek Kern verontreiniging PAK
A M1 (01-2)
Nader bodemonderzoek Verticale afperking
01-3
0,5 – 0,7
Zwak puinhoudend, matig baksteenhoudend
-
-
-
Horizontale afperking
101-1
0,0 - 0,5
Sterk baksteenhoudend
-
PAK (0,87)
-
103-1
0,0 - 0,5
Resten baksteen
-
-
PAK (3,55)
212629/R01
24/29
Tabel 20: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Onderdeel
Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
104-1
0,0 - 0,2
Matig baksteenhoudend
PAK (0,15)
-
-
105-1
0,0 - 0,5
Matig baksteenhoudend, resten plastic
PAK (0,38)
-
-
106-1
0,0 - 0,5
Matig baksteenhoudend
PAK (0,43)
-
-
108-1
0,0 - 0,5
Brokken baksteen
-
PAK (0,51)
-
NO PAK M1
0,0 - 0,5
-
PAK (0,02)
-
-
-
= geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)
212629/R01
25/29
9
EVALUATIE VERONTREINIGINGSSITUATIE Aard en oorzaak van de verontreiniging
In de bovengrond ter plaatse van boringen 01 en 103 is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. De verontreiniging hangt vermoedelijk samen met de toepassing van (baksteen)puin(houdende grond) ter plaatse van de dam en inrit van het kavelpad.
Omvang verontreiniging in de grond De sterke verontreiniging is in verticale richting analytisch afgeperkt op 0,5 m -mv (monster 01-3). In horizontale richting is de sterke verontreiniging afgeperkt middels de boringen 101, 102, 104, 105, 106, 107 en 108. Dit is analytisch bevestigd. Op basis van de horizontale afperking wordt de oppervlakte waar de sterke verontreiniging voorkomt geschat op circa 40 m2. De omvang wordt daarmee geschat op circa 20 m3. Opgemerkt wordt dat in de puinhoudende laag buiten de interventiewaarde contour nog lichte tot matige verontreinigingen met PAK aanwezig zijn. Op de situatietekening in bijlage 2 is de globale interventiewaarde contour weergegeven.
Ernst van de verontreiniging Omdat het volumecriterium van 25 m3 boven de interventiewaarde verontreinigde grond niet wordt overschreden, is conform de Wet bodembescherming geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
212629/R01
26/29
10 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van Gemeente Beuningen is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 en een nader bodemonderzoek uitgevoerd voor woongebied ‘Hoge Woerd’ in Ewijk (gemeente Beuningen). Aanleiding en doel De aanleiding voor het: 1. verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen woningbouwontwikkeling van plangebied ‘Hoge Woerd’ in Ewijk; 2. nader bodemonderzoek is de bij het verkennend bodemonderzoek aangetoonde sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond. Het doel van het: 1. verkennend bodemonderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik; 2. nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang en daarmee de ernst van de verontreiniging met PAK in de grond. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Behoudens het niet volledig uit kunnen voeren van een maaiveldinspectie vanwege dichte en hoge begroeiing is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000.
Strategie Verkennend bodemonderzoek Chemische parameters (NEN 5740) De (voormalige) kavelpaden en dammen zijn onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HENL). De bovengrond/toplaag van de gehele onderzoekslocatie is met betrekking tot OCB onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HO-NL). Om inzicht te krijgen in de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit is de gehele locatie onderzocht volgens de strategie voor een 'grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-GR-NL). Sinds 8 juli 2019 heeft het Ministerie verplicht dat grond die van een locatie wordt afgevoerd, onderzocht is op PFAS. Omdat dat hier (mogelijk) van toepassing is, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Asbest (NEN 5707) De locatie is onderzocht volgens de strategie voor een ’verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Nader bodemonderzoek De onderzoeksstrategie is bepaald op basis van de NTA 5755.
Resultaten/conclusies Verkennend bodemonderzoek Deellocatie A: (voormalige) Kavelpaden en dammen Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de bovengrond op één boorlocatie een sterke verontreiniging met PAK aanwezig is (overschrijding interventiewaarde). Dit betreft boring 01 die ter plaatse van de inrit van een kavelpad op het noordwestelijke terreindeel (zijde Steeg) is uitgevoerd. Verder zijn in deze bovengrond lichte verontreinigingen met nikkel, zink, cadmium, lood en PCB aangetoond (overschrijdingen achtergrondwaarden).
212629/R01
27/29
In de bovengrond van de overige voormalige kavelpaden zijn overwegend lichte verontreinigingen met zink, lood, nikkel en kobalt aangetoond. Het grondwater blijkt overwegend licht verontreinigd met barium (overschrijding streefwaarde). Hieraan wordt een natuurlijke oorzaak toegekend. Plaatselijk blijkt het grondwater licht verontreinigd met xylenen, naftaleen, som 1,2dichloorethenen (DCE) en/of tetrachlooretheen (PER). Dit betreffen de peilbuizen 29 en 32 die ter plaatse van het voormalige kavelpad centraal op de onderzoekslocatie geplaatst zijn (toekomstig fietspad met houtsingel). Voor deze verhoogde concentraties is geen directe oorzaak bekend. In het onderzoek van 2008 zijn echter eveneens lichte verontreinigingen met xylenen, benzeen en/of cis1,2-dichlooretheen in het gebied aangetoond. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en er is geen asbest in de bodem aangetoond. Hierbij wordt opgemerkt dat het gebied dicht en hoog begroeid is waardoor inspectie van het maaiveld onvoldoende heeft kunnen plaatsvinden. Deellocatie B: Overige ‘onverdacht’ terrein Uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de bovengrond van het gehele gebied overwegend licht verontreinigd is met cadmium, kobalt en nikkel. In de toplaag zijn geen verontreinigingen met organochoorbestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond.
De gehalten liggen beneden de achtergrondwaarde of zijn niet aangetoond bij de door het laboratorium gehanteerde rapportagegrenzen. Op het zuidelijke terreindeel (zijde Goudwerf) is een betonnen kavelpad aanwezig met een dikte van 12 centimeter. Hierin zijn 3 extra boringen uitgevoerd om na te gaan wat er onder het pad aanwezig is (mogelijk een puinlaag). Uit resultaten hiervan blijkt dat onder de betonverharding een zandlaag aanwezig is tot een diepte van 0,5 m-mv. In deze zandlaag zijn geen verontreinigingen aangetoond. In de ondergrond zijn lichte verontreinigingen met kobalt, nikkel, molybdeen en cadmium aangetoond. In een van de mengmonsters is een overschrijding van de tussenwaarde voor nikkel aangetoond. Hieraan wordt een natuurlijke oorzaak toegekend. Nader onderzoek wordt derhalve niet zinvol geacht. Het grondwater blijkt overwegend licht verontreinigd met barium (overschrijding streefwaarde). In het grondwater uit twee peilbuizen (06 en 24) is eveneens een lichte verontreiniging met som 1,2-dichloorethenen (DCE) aangetoond. De oorzaak hiervan is niet bekend. Resultaten PFAS in grond PFAS zijn niet aangetoond in gehalten boven de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde.
Nader bodemonderzoek PAK Omdat niet met voldoende zekerheid gesteld kon worden dat op het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie (zijde de Steeg) geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m 3 sterk verontreinigde grond) voor PAK, is een nader onderzoek naar de mate, ernst en omvang van de sterke verontreiniging met PAK uitgevoerd. De sterke verontreiniging met PAK (gehalte > interventiewaarde) is in verticale richting analytisch afgeperkt op 0,5 m -mv. Op basis van de horizontale afperking wordt de oppervlakte waar de sterke verontreiniging voorkomt geschat op circa 40 m2. De omvang van de sterke verontreiniging wordt daarmee geschat op circa 20 m3. Opgemerkt wordt dat in de puinhoudende laag buiten de interventiewaarde contour nog lichte tot matige verontreinigingen met PAK aanwezig zijn. Aanbevelingen Omdat het volumecriterium van 25 m3 boven de interventiewaarde verontreinigde grond niet wordt overschreden, is conform de Wet bodembescherming geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Sanering van deze verontreiniging is op grond van de Wet bodembescherming niet noodzakelijk. Indien bij de toekomstige herinrichting van de locatie grondwerk moet worden verricht ter plaatse van de sterke verontreiniging met PAK, wordt aanbevolen een plan van aanpak op te stellen waarin wordt beschreven hoe met
212629/R01
28/29
de sterk verontreinigde grond wordt omgegaan en dit plan ter goedkeuring aan de gemeente Beuningen te overleggen alvorens met de uitvoering te starten. Als grond van het overige deel van de onderzoekslocatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.
212629/R01
29/29
BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie en kadastrale kaarten
212629
Deze kaart is noordgericht
100
300
500
onderzoekslocatie
meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
NPA
Opdrachtgever:
X:
179380
Y:
430260
Gemeente Beuningen
O:\Ortageo\212629\Tekeningen\212629_V1.4.dwg
Schaal:
1:10000
Datum:
16-07-2020
200
400
Project:
Bijlage:
Formaat:
212629
1
A4
Kadastrale kaart
Uw referentie: 212629
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens