Bijlage 6 - bij toelichting - Selectiebesluit archeologie
Tekst van het document
Beoordeling (concept) onderzoeksrapport. Onderwerp: Datum: Bijlage: Onderzoeksrapport
Rapportage proefsleuvenonderzoek 31 oktober 2023 n.v.t. Ewijk, Vordingstraat 35, Gemeente Beuningen (GD), Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase, Transect-rapport 4564, Nieuwegein
Auteur Versie Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:
A.C. de Hoop, T. van Cruchten Versie 2.0 d.d. 19-10-2023 P. Hoff, beleidsmedewerker Ruimtelijke ordening
E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Nijmegen
Beoordeling De gemeente is akkoord met het advies van Transect om voor het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie in het bestemmingsplan op te nemen met een ondergrens van 100 m2 en 30 cm beneden het huidige maaiveld. Deze dubbelbestemming Waarde Archeologie geldt voor het gehele plangebied zoals afgebakend door Transect. Dit is gebaseerd op de aanwezigheid van een prehistorische vindplaats in de ondergrond. Zou de bestemmingsplanwijziging betrekking hebben op de gehele kadastrale kavel 2340, dan geldt deze dubbelbestemming Waarde Archeologie voor de gehele kavel. Dit heeft enerzijds betrekking op het historische erf dat aanwezig is in het (thans bebouwde) noorddeel, gelegen aan de Vordingstraat, en anderzijds op de prehistorische vindplaats. Voor vragen kan contact worden opgenomen met p.hoff@beuningen.nl.
Inleiding De aanleiding voor het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging wegens het voornemen om een nieuwe woning te bouwen in het plangebied achter de woning met adres Vordingstraat 35 te Ewijk. Conform beleid van de gemeente diende archeologisch onderzoek plaats te vinden in de vorm van een inventariserend veldonderzoek – proefsleuven. Onderstaand de beoordeling van het rapport van versie 2 met de onderzoeksresultaten van de proefsleuven.
Conclusie en advies Transect Conclusie De hoge verwachting op archeologische resten uit het Neolithicum – Nieuwe tijd, is tijdens het proefsleuvenonderzoek bevestigd voor wat betreft het Neolithicum tot de Vroege IJzertijd. In het plangebied is een archeologische vindplaats aanwezig, bestaande uit een paalspoor, een kuil, vuursteendebitage en fragmenten handgevormd aardewerk. In de sporen kan tot dusver nog geen structuur worden herkend. Ook het complextype is nog onzeker, maar gezien de aanwezigheid van aardewerk en (paal)kuilen lijkt een nederzetting of erf voorlopig de meest aannemelijke interpretatie. Wel kan de vindplaats op basis van de spoorvullingen (kleur, scherpte en homo-/heterogeniteit) en het aardewerk (uit de vegetatiehorizont en kuil S.2) worden gedateerd in het Neolithicum tot de Vroege IJzertijd. Deze datering van de sporen en vondsten komt niet geheel overheen met de datering van de vegetatiehorizont (S.3000) in het vooronderzoek. Het vooronderzoek stelde namelijk dat resten in deze laag dateren uit de IJzertijd – Romeinse tijd. Omdat tijdens het proefsleuvenonderzoek in een aantal boringen nog een ouder vegetatieniveau werd aangetroffen (op circa 4,9 m +NAP; 2,6 m -Mv), kan voorzichtig worden gesteld dat dit eerste vegetatieniveau dateert tussen de Midden-Bronstijd en Vroege IJzertijd. De datering van deze vegetatiehorizont wordt als zodoende iets vervroegd.
Het tweede vegetatieniveau kan dan dateren in het Neolithicum tot de Midden–Bronstijd. De vindplaats bevindt zich in het zuiden van het plangebied, en kan op basis van het proefsleuvenonderzoek nog niet worden begrensd – zeker als hier sprake is van off-site sporen. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de sporen zich uitstrekken over een groter areaal dan het huidige plangebied. Gezien de ruime datering van het aardewerk in de periode Neolithicum – Vroege IJzertijd, is het mogelijk dat in het plangebied sprake is van een Bronstijdcomplex. Bronstijderven in Midden- en ZuidNederland zijn dikwijls niet groter dan 50 bij 50 meter, met vondsten binnen een straal van 20 meter rondom het erf (Fokkens 2005). Aan de hand van deze gegevens, samen met de spreiding van de vondsten en sporen in het plangebied, is de vindplaats begrensd (bijlage 8). Op basis van deze begrenzing kan een advies worden opgesteld over hoe kan worden omgegaan met de vindplaats in de archeologische monumentenzorg. Advies Aan de hand van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied een behoudenswaardige archeologische vindplaats is aangetroffen. De vindplaats scoort voor wat betreft de fysieke kwaliteit hoog tot laag met vier punten.
In het noorden van het plangebied zijn delen van de bodem verblauwd, maar in het zuiden van het plangebied, ter hoogte van de vindplaats is aangetroffen, is de bodem zeer intact. Qua zeldzaamheid scoort de vindplaats hoog omdat er weinig vergelijkbare vindplaatsen van goede fysieke kwaliteit uit de periode Neolithicum – Vroege IJzertijd in de omgeving van het plangebied bekend zijn. De ruimtelijke intactheid van het zuiden van het plangebied en het feit dat er in onderhavig plangebied aardewerk in situ is aangetroffen, zorgt ervoor dat de vindplaats een hoge informatiewaarde heeft. De vindplaats heeft geen ensemblewaarde, omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen andere vindplaatsen uit het Neolithicum – Vroege IJzertijd bekend zijn. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek adviseren wij om de aanwezigheid van deze vindplaats vast te leggen in het gewijzigde bestemmingsplan. De archeologische vindplaats is aanwezig op circa 6,9 m +NAP (circa 60 cm -Mv). De vindplaats
is aangetroffen in het zuiden van het plangebied. Hierbij moet worden opgemerkt dat de proefsleuven buiten de zones met aanwijzingen voor een historisch erf vallen – dit vanwege de aanwezigheid van bebouwing en beplanting. Hoewel hier geen aanwijzingen voor een erf uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd is aangetroffen en hier sprake is van verblauwing, kan er geen definitief uitsluitsel gegeven om deze zone vrij te geven; er kunnen nog steeds sporen worden aangetroffen die kunnen worden gerelateerd worden aan het erf. Voor het plangebied gold oorspronkelijk een hoge verwachting. Op basis van het onderzoek is een behoudenswaardige vindplaats aangetroffen. Dat betekent dat in het kader van de bestemmingsplanwijziging voor de zone van het huidige plangebied een ondergrens van 100 m2 en 30 cm -Mv dient te worden opgenomen (Waarde Archeologie 2). Bevindingen De opmerkingen op het conceptrapport zoals beoordeeld d.d. 11 augustus 2023 zijn voldoende verwerkt. Er is één aanvullende opmerking. De dubbelbestemming Waarde Archeologie dient te worden opgenomen voor het gehele plangebied zoals afgebakend door Transect. Dit is gebaseerd op de aanwezigheid van een prehistorische vindplaats in de ondergrond. Zou de bestemmingsplanwijziging betrekking hebben op de gehele kadastrale kavel, dan geldt deze dubbelbestemming Waarde Archeologie voor de gehele kavel.
Dit heeft enerzijds betrekking op het historische erf dat aanwezig is in het (thans bebouwde) noorddeel, gelegen aan de Vordingstraat, en anderzijds op de prehistorische vindplaats. Selectiebesluit De gemeente is akkoord met het advies van Transect om voor het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie in het bestemmingsplan op te nemen met een ondergrens van 100 m2 en 30 cm beneden het huidige maaiveld. Deze dubbelbestemming Waarde Archeologie geldt voor het gehele plangebied zoals afgebakend door Transect. Dit is gebaseerd op de aanwezigheid van een prehistorische vindplaats in de ondergrond. Zou de bestemmingsplanwijziging betrekking hebben op de gehele kadastrale kavel 2340, dan geldt deze dubbelbestemming Waarde Archeologie voor de gehele kavel. Dit heeft enerzijds betrekking op het historische erf dat aanwezig is in het (thans bebouwde) noorddeel, gelegen aan de Vordingstraat, en anderzijds op de prehistorische vindplaats.