CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Het Beeldkwaliteitsplan

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Hoge Woerd en Beeldkwaliteitsplan8.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

buro WAAL BRUG ADVISEURS

HOGE WOERD - EWIJK BEELDKWALITEITPLAN

îĮį.-e^

w^m

VOOR

DE

LEEFOMGEVING

Colofon Opdrachtgever:

Gemeente

Opgesteld door:

buro WAAL BRUG In samenwerking met:

LOS stadomland Kenmerk: W-20044 februari 2022

Beuningen

Inhoudsopgave Inleiding

4

Richtlijnen beeldkwaliteit ^ 2.1 Erf + hoofdwoning

8 9

^ 2.2 Lintbebouwing

15

^ 2.3 Specials

21

^ 2.4 Erfafscheidingen

28

Ope nbare ruimte

30

^ 3.1 Groen-Blauw raamwerk

31

^ 3.2 Infrastructuur

37

^ 3.3 Recreëren en spelen

44

' '

VV

Wf

\

\ t"

z

7,Z,ir, .,

'

xt , ’ ■**'vV/

.i '

:

f l 1

a .

\ \

.'X' 'í2S

.V,

ms, '

rip/"*

j 1K*;

‘—1

l RhH

Inleiding AANLEIDING

In dit beeldkwaliteitplan wordt niet alleen getracht een inspirerend kader Om in de (toekomstige) woonbehoefte in Ewijk en Beuningen te voorzien

te schetsen, maar zijn tevens beeldkwaliteitcriteria benoemd. Het gaat

wordt het (voormalig) agrarisch gebied aan de zuidzijde van Ewijk - tussen

daarbij om concrete toetsingscriteria, die als zodanig kunnen worden

de Koningstraat en zonnepark Lage Woerd - ontwikkeld tot een nieuw

toegepast bij de beoordeling van de (toekomstige) bouwplannen door de

woongebied: 'Hoge Woerd'.

welstandscommissie. Door het beeldkwaliteitplan, gelijktijdig bij vaststelling van het bestemmingsplan, ook als onderdeel van de welstandsnota

Voor de ontwikkeling van Hoge Woerd is een stedenbouwkundig plan

vast te stellen, kunnen de beeldkwaliteitrichtlijnen ook daadwerkelijk

opgesteld (zie pagina 6), wat de basis vormt voor dit beeldkwaliteitplan. In

als toetsingscriteria worden gehanteerd bij de aanvraag van een

dit beeldkwaliteitplan zijn de belangrijkste spelregels voor de architectuur

omgevingsvergunning.

van de bebouwing, de erfafscheidingen en de inrichting van de openbare ruimte vastgelegd.

HARDHEIDSCLAUSULE

Als een bouwplan uitzonderlijke architectonische kwaliteiten bezit, maar HET DOEL VAN HET BEELDKWALITEITPLAN

niet voldoet aan de beeldkwaliteitcriteria in dit beeldkwaliteitplan, is de welstandscommissie bevoegd om gemotiveerd afwijkend te adviseren.

Het beeldkwaliteitplan geeft in woord en beeld de uitgangspunten weer voor de te realiseren bebouwing en de openbare ruimte van Hoge Woerd. Het is in die zin een verfijning van het stedenbouwkundige plan, dat juridischplanologisch verankerd wordt in een bestemmingsplanregeling. Het schept een kader voor de ontwikkeling van het gebied, garandeert samenhang in het uiteindelijke beeld en vormt een aanzet tot het leveren van een op kwaliteit gerichte inspanning. Het beeldkwaliteitplan is een communicatiemiddel, dat met behulp van beelden en tekst aangeeft wat de 'doelstellingen' zijn ten aanzien van de stedenbouwkundige- en architectonische kwaliteit en samenhang, en waar ruimte ligt voor eigen invullingen. Binnen dit kader is het de uitdaging voor de ontwerpers om tot creatieve oplossingen te komen.

■Ą Ligging en globale exploitatiegrens

Dit is bijvoorbeeld het geval bij een bijzonder vormgegeven woning of naar aanleiding van een omstandigheid die tijdens het opstellen van het voorliggende beeldkwaliteitplan niet voorzien was.

V

N

-. r*1

■■■«“ffissa iV

'

1 -

İİŜÍİKÏ -

—1 !ľ*fīAi«Ĵŭŭn!iiü,;ŵ.

—.... - ii:- 'i i- .................... SĴŴ&2 r*”... •'•Tľ-"':. Ţv -!

Sg&ļlffîii-ļ'iifCTŢ — iimimiB "

I‘l

WHWB—WMHWI

. I 1^1!

' '

"

;

-7

:

;

:........... \

....

. -— tá".""'í.."»yi||| nŗ -r, " ļiļwnnra-^ -

V.T .■mi'llll liniHD.--ri.r.

ifii

TĮCTV?! Ť^nsní

V.'

c t! *

^ Í

*

.-

EEN NIEUW LINT VOOR EWIJK

Ruimtelijke context Het gebied waar Ewijk nu ligt wordt al circa 4000 jaar bewoond. Tot ongeveer

Voor dit beeldkwaliteitplan heeft de meest recente stedenbouwkundige

1900 was Ewijk - net als Beuningen en Winssen - een boerendorp dat vaak

onderlegger als uitgangspunt gediend (zie vorige pagina). Niet uitgesloten

door overstromingen getroffen werd. De kern Ewijk is op de stroomrug van

is dat deze op (ondergeschikte) onderdelen nog zal wijzigen. Dit doet echter

de Waal gegroeid, langs noord-zuid wegen, tussen de Koningstraat en de

geen afbreuk aan de ontwerpprincipes zoals gepresenteerd in dit document.

van Heemstraweg, op kruisingen van oude wegen: de Vordingstraat, de Klaphekstraat en de Julianastraat - Hoogstraat. Dit bestaande wegenpatroon is de basis geworden voor een verdere groei van het dorp, en fungeert dan ook als structuurdrager. Begin 20e eeuw werd begonnen met de aanleg van de stoomtram van Nijmegen naar Druten (1902 - 1934). De stoomtram volgde het tracé van de Van Heemstraweg. Door de komst van deze weg werd Ewijk verbonden met Nijmegen, de Waaldorpen en Zaltbommel. De dorpskern van Ewijk heeft ondanks de uitgroei van het dorp en de ligging direct aan de Van Heemstraweg een redelijk gaaf karakter behouden.

■ •V i

Een nieuw Ewijks lint Ten zuiden van de kern van Ewijk liggen de historische linten. Een aantrekkelijke, overwegend agrarische zone van lintbebouwing en erven,

Oud kaartbeeld planlocatie (1880) A

afgewisseld met zichten op het landschap. Hier wordt nu met de Hoge Woerd een nieuw lint met erven aan toegevoegd.

Ĺ

,

Voor de ontwikkeling van dit gebied is in 2021 een stedenbouwkundig plan opgesteld door LOS stadomland. Uitgangspunt voor de stedenbouwkundige structuur zijn de archeologische vindplaatsen in dit gebied. Deze blijven onbebouwd of worden opgegraven, en worden in het landschap herkenbaar

^tvoniľig

gemaakt. Langs deze plaatsen vormt zich een nieuw lint met erven, vanaf de Steeg tot de Goudwerf. Langs of aan dit nieuwe lint worden ca. 149 woningen gerealiseerd, in verschillende erven en clusters. Bestaande

betvotii»

watergangen krijgen meer ruimte. Vista's en doorzichten op het landschap bevorderen het landelijke karakter van Hoge Woerd.

Ą Stedenbouwkundig plan (LOS stadomland, 2022) A Archeologische vindplaatsen (LOS 2021)

Richtlijnen beeldkwaliteit Het nieuwe woongebied Hoge Woerd wordt langs een nieuw lint opgebouwd uit verschillende erven met een hoofdwoning (aan het lint) en achtererf, eerste-, tweede- en derdelijns lintbebouwing en twee specials. Deze kenmerken zich door de gevarieerde bebouwing, groene randen en vista's naar het aangrenzend landelijk gebied. De erven, lintbebouwing en specials kennen elk hun eigen beeldkwaliteitvoorschriften. Het zijn opzichzelfstaande eenheden met een sterke interne samenhang in architectuur, rooilijnen, kleur- en materiaalgebruik en waar de variatie in de details tot uiting komt. De diversiteit tussen de eenheden onderling zorgt voor een gevarieerd beeld aan het lint. De specials zijn zelfstandige entiteiten, die in maat en schaal afwijken van de erven en lintbebouwing. De specials zijn niet direct aan het lint gepositioneerd en hebben een eigen stedenbouwkundige typologie. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de gewenste beeldkwaliteit voor Hoge Woerd. Aan de hand van diverse thema's wordt de beoogde beeldkwaliteit in woord en beeld beschreven.

» V, Erven Achtererf

Hoofdwoning

Lintbebouwing Eerstelijns

Tweede- en derdelijns

Specials Het hof

De grote schuren

A Weergave deelgebieden

2.1 ERVEN

Algemeen Het boerenerf is het uitgangspunt voor dit

mäå

deelgebied. Het erf is bebouwd met een hoofdwoning aan het lint in landelijke stijl en een gezamenlijk achtererf met woningen die refereren aan de archetypische boerenschuur.

hoofdwoning

-- - 7film

Het achtererf kenmerkt zich door eenvoud '

en functionaliteit. De hoofdwoning heeft een

f

ruimtelijke- en architectonische relatie met het achtererf, maar is duidelijk onderscheidend.

•KM-

Ieder erf heeft een eigen architectuurthema en as

vertoont een sterke interne samenhang. Hoofdwoning -

De hoofdwoning bestaat uit één woning; Elk erf heeft een onderscheidend architectuurthema. De hoofdwoning onderscheidt zich van het achtererf qua vormentaal, materialisering en/of in goot-, nokhoogte;

-

achtererf

Wr

Hoofdwoningen zijn in de basis compacter en İBİİ5

hoger dan de achtergelegen erfbebouwing.

Vit*.’.;

Achtererf -

De architectuur is agrarisch en refereert in

________ _____ __

het bijzonder aan de schuur; -

Elk erf heeft een eigen, onderscheidend architectuurthema, zodat er zelfstandige erven ontstaan. Per erf wordt een keuze gemaakt voor: ^ ^

De kapvorm; Eenduidige materialisatie, zoals de gevelbehandeling en dakbehandeling;

^

Eenduidig kleurgebruik, bijvoorbeeld zwarte/houten gevels en rode daken;

^

V||-ŵV-'iį-*

Een specifiek stijlelement dat terugkomt, zoals: luiken, schuurdeur, smeerplint, etc. - V, Referentiebeelden architectuur ^

WH»

ORIËNTATIE

Hoofdwoning -

De hoofdwoning onderscheidt zich qua oriëntatie van de erfwoningen en staat met de meest representatieve gevel richting het lint, maar mag óf via het lint óf via de erftoegangsweg ontsloten worden;

-

De hoofdwoning mag afwijken van de orthogonale ordening op het achtererf. Positionering bij voorkeur decentraal op het perceel.

Achtererf -

De erfwoningen die achter een hoofdwoning liggen, staan met de voorgevel aan het centrale erf;

-

Het centrale erf biedt vanaf de entree zicht

4V

op het agrarische achterland. Dit is een belangrijke zichtlijn, kenmerkend voor de boerenerven in de directe omgeving; -

De erfbebouwing heeft overwegend een onderling orthogonale ordening, parallel aan of haaks op het centrale erfvlak;

-

Er is een contrast tussen een meer gesloten gevel aan de erfzijde en een meer open gevel aan de landschapszijde.

Geveioriënfafie

Oriëntatie meest representatieve gevels A

ROOILIJNEN

Hoofdwoning -

De hoofdwoning verschilt in rooilijn van de (indien aanwezig) naastgelegen lintwoning. Dit is een belangrijk kenmerk van de Historische Linten van Ewijk. De rooilijn verspringt, indien mogelijk, ten minste 1 meter, maar bij voorkeur meer;

-

De hoofdwoning ligt altijd minimaal 3 meter los van de erfgrens. Dit geldt niet voor de zijde die aan het lint grenst;

-

Woningen mogen direct op de voorste

-

Aan de randen zijn zones opgenomen van 2,

kavelgrens gebouwd worden; 3 of 5 meter die volledig vrij van bebouwing dienen te zijn, dus ook van bijgebouwen; -

Een aanbouw bevindt zich altijd tenminste 1 meter achter de rooilijn.

Achtererf -

De achtererfbebouwing ligt altijd direct aan het centrale erf, tevens hebben de woningen de entree aan het erf;

-

Het centrale erf loopt in principe door tot aan de gevel en er liggen geen voortuinen aan het centrale erf. Een verharde privé stoep, geveltuin en/of druppelzone bij het ontbreken van een dakgoot zijn wel mogelijk om privéruimte aan de erfzijde te realiseren en/of te markeren, maximaal 1m;

-

Bebouwing vrij binnen vlak

Aan de randen zijn zones opgenomen van 3 of 5 meter die volledig vrij van bebouwing dienen te zijn, dus ook van bijgebouwen;

Rooilijn op maximaal 1 m van perceelsgrens

lm zone vrij van babouwing

De afmetingen van het centrale erf zijn zodanig dat er geen smal 'straatje' ontstaat;

3m zone vrij van bebouwing

Een aanbouw bevindt zich altijd tenminste 1 meter achter de rooilijn.

5m zone vrij van bebouwing

Rooilijnen A

KAPVORM, -RICHTING EN VOLUME

Hoofdwoning -

De bouwmassa is rechthoekig, functioneel en refereert aan de boerderijwoning;

-

De hoofdwoning mag zich onderscheiden in goothoogte en nokhoogte ten opzichte van de erfwoningen;

-

Minimale dakhelling van 35 graden en maximaal 50 graden; Het bouwvolume is maximaal 11 meter hoog, de bebouwing kapt aan op maximaal 5 meter;

-

De nokrichting is vrij.

Achtererf -

De achtererfbebouwing bestaat uit één of meerdere geschakelde woningen onder 1 dak;

-

De bouwmassa's zijn eenvoudig en langgerekt/rechthoekig van vorm, met een kap en nok in de lengterichting;

-

De erfbebouwing heeft een overtuigend dakvlak, waarbij het aanzicht van het dakvlak groter of gelijk is aan het aanzicht van het gevelvlak;

-

Langgerekte volumes worden verkregen door ondiepe bouwvolumes of het schakelen van meerdere woningen in een rij;

-

Het bouwvolume is maximaal 10 meter hoog, de bebouwing kapt aan op maximaal 3 meter, maar bij voorkeur lager;

-

Insnedes in het dakvlak zijn mogelijk, hierbij is de gootlijn

Mogelijke kapvormen hoofdwoning

over een lengte van maximaal 30% teruggelegd. Wanneer de kopgevel intact blijft, mag dit oplopen tot 70%; -

Minimale dakhelling van 15 graden en maximaal 45 graden;

-

Aanbouwen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het hoofdvolume. Het maken van een holle knik in het dakvlak is mogelijk, waarbij de kap slepend vanuit het hoofddakvlak ontstaat;

-

Aangemoedigd wordt om het parkeren, bijgebouwen en bergingen onderdeel uit te laten maken van de bouwmassa, bijvoorbeeld in de vorm van een doorgetrokken kap.

Nokrichfing vrij

Mogelijke kapvormen erf

Nokrichfing ligf vast

Nokrichting A

MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK Zonnepanelen geïntegreerd in dakvlak

Algemeen -

'SSS3Ï

ZonnepanelenAcollectoren worden vlak of verdiept in het dakvlak gedetailleerd. Dit wil zeggen verzonken in het dakvlak, mee­

tįįįġŝsä algemeen

Zà

ontworpen in de architectuur; -

mmmm wmmm,

Het gebruik van kunststof kozijnen en gevelbekleding zijn uitgesloten;

-

In algehele zin geldt dat er aandacht voor

El t"

'—.

detail gewenst is; -

In de schil van elke woning worden voorzieningen voor gebouwbewonende vogelsoorten en vleermuizen aangebracht.

Hoofdwoning -

mmm hoofdwoning

De dakbedekking bestaat uit een ongeglazuurde, gemêleerde rood/bruine/ zwarte pan en/of riet.

-

š *v *i . -t:

Het basismateriaal van de gevel is baksteen, hierbij gebruikmakend van oranje/rood/ paars/bruine tinten in een gemêleerde steen

.ŕkw^-ļÇ -- ;|__ mm.

of wit gekeimd. Grijze en zwarte bakstenen zijn uitgesloten; -

De woning is rijker gedetailleerd dan de

■; - --—-

■.ľ.»

~— Ţ

erfwoningen. De materiaalkeuze is hierbij

yŵŵl - i'~-~ 1

van groot belang; -

•ìvJ’ļ.-v.

: -

'L ~

Er worden maximaal drie materialen in de gevel en twee materialen in het dak

■•-■'ll

ii

'-it e.-f 3Tį]

I

-~

toegepast; -

Subtiele baksteenarchitectuur is het thema

- is feutSŽK3- JBU*

dat past bij de hoofdwoningen. Dit thema

« 'I at*

biedt tal van uitwerkingsmogelijkheden

W/Mĩįļ

'

waardoor de sfeer en uitstraling van de hoofdwoningen zeer divers kan en zal zijn, dat sluit aan bij het gewenste gevarieerde

//J

i

zsfísm "jz* m m

beeld langs het lint. voor detail

A Impressie kleur- en materiaalgebruik

teU"LJrf.l 1 ,iļ i«

it

vi t «-,-

MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK

Achtererf -

De dakbedekking bestaat uit hout, een ongeglazuurde, oranje/rood/bruine/zwarte (vlakke) pan of stalen golfplaat(mat). Een

achtererf

v\w

‘n H f1 ^ '~

groendak is ook mogelijk, mits zorgvuldig gedetailleerd. Per erf wordt een keuze gemaakt voor de dakbedekking; -

Het basismateriaal van de gevel is baksteen,

IUa

hout of een ander duurzaam materiaal.

. īļ rzz: n i».-' MHņwpi! ■ms anHjEL-san

Hierin wordt ook per erf een keuze gemaakt; -

Dak- en gevelopeningen worden bij voorkeur vlak of verdiept gedetailleerd.

í -

en geïntegreerd in het volume. Het

■WK

‘~i. ī

..

Eventuele dakkapellen zijn ondergeschikt

9—1

r

nzri"

—

tiriTtzr nmtikgmm

overtuigende dakvlak blijft zoveel als mogelijk overeind; -

Bij de toepassing van baksteen als

«*ää? - m - - .

gevelmateriaal wordt gezocht naar bruine, rode of grijze/zwarte tinten. Witte en gele

•lopeningen

bakstenen zijn uitgesloten; -

'lak/vei

Het erf kenmerkt zich door eenvoud en functionaliteit.

-

r-

ļP

of ondergeschikt en geïntegreerd in het volume . ' ■■C-'"'"' og ijj'1 detì

A Impressie kleur- en materiaalgebruik

2.2

LINTBEBOUWING

Algemeen Binnen het type lintbebouwing onderscheiden we de direct aan het lint gelegen eerstelijns bebouwing en de daar achter gelegen tweedeen derdelijns bebouwing. Dit refereert aan de

Eerstelijn

Historische Linten van Ewijk. De bebouwing ligt niet enkel direct aan het lint, maar gaat ook de diepte in. Hierbij ontstaan meerdere bebouwingslijnen achter elkaar. De ontsluiting van de achtergelegen kavels loopt langs de woningen via een dwarsweg op het lint.

;'sV ; -x

Tezamen vormen de woningen aan het lint en die erachter een cluster. De gebouwen die tot één cluster behoren vertonen samenhang op onderdelen, maar zijn in grote lijnen divers. De thema's hiervan worden vooraf vastgelegd. .

De lintbebouwing is vormgegeven in landelijk/ agrarische stijl. Dit komt in de vormentaal, materialisatie en detaillering tot uiting. De eerstelijns bebouwing is hierin onderschijdend van de tweede-, en derdelijnsbebouwing. De woningen in de tweede- en derdelijns ĢEŞ '

bebouwing zijn ondergeschikt aan de eerstelijn.

Tweede-, derdelijn .

Referentiebeelden architectuur ^

ORIËNTATIE

Eerstelijns -

De eerstelijns lintbebouwing is altijd op het lint georiënteerd en ontsluit ook altijd via het lint;

-

Wanneer een twee-onder-een-kapwoning dwars op het lint staat wordt het 'achterhuis' ontsloten via de dwarsweg.

Tweede-, derdelijns -

De tweede- en derdelijns lintbebouwing wordt ontsloten via een dwarsweg, die via het lint te bereiken is;

-

De woningen zijn georiënteerd op de aanliggende dwarsweg;

Geveioriënfafie

Oriëntatie; meesv repnesentatieve gevels A

ROOILIJNEN

Eerstelijns -

Verspringing in rooilijnen aan het lint wordt aangemoedigd. Dit is een belangrijk kenmerk van de Historische Linten in Ewijk;

-

Geen van de naast elkaar gelegen gebouwen heeft dezelfde rooilijn. De rooilijn verspringt altijd ten minste 1 meter, maar bij voorkeur meer;

-

Positionering bij voorkeur decentraal op het perceel;

-

Woningen mogen direct op de voorste kavelgrens gebouwd worden;

-

De lintwoning ligt altijd minimaal 3 meter los van de erfgrens. Dit geldt niet voor de zijde die aan het lint grenst of wanneer een tweeonder-een kapwoning dwars op het lint staat;

-

Aan de randen zijn zones opgenomen van 2 en 5 meter die volledig vrij zijn van bebouwing, dus ook van bijgebouwen;

-

Een aanbouw bevindt zich altijd tenminste 1 meter achter de rooilijn.

Tweede-, derdelijns -

Rooilijn op minimaal 2,0 meter van de erfgrens;

-

Een aanbouw bevindt zich altijd tenminste 1 meter achter de rooilijn;

-

Aan de randen zijn zones opgenomen van 2, 3 of 5 meter die volledig vrij van bebouwing dienen te zijn, dus ook van bijgebouwen;

Bebouwing vrij binnen vlak

-

De afstand van de hoofdwoning tot de zijdelingse perceelgrens is minimaal 3 meter.

Rooilijn op minimaal 2,0 m aan eerceelsgrens

2m zone príj vam babouwing

3m zone vrij van bebouwing

5m zone vrij van bebouwing

Rooilijnen A

KAPVORM, -RICHTING EN VOLUME

Eerstelijns -

Eerstelijns bebouwing - monoliet, krachtige hoofdvorm zonder uitstekende delen moderne en eigentijdse vertaling van de agrarische architectuur;

-

De eerstelijns lintbebouwing bestaat voornamelijk uit één of twee woningen onder 1 dak. Uitzonderingen zijn mogelijk, tot maximaal drie geschakelde woningen onder dezelfde kap;

-

Volumes zijn maximaal 11 meter hoog, de bebouwing kapt aan op maximaal 4,5 meter;

-

De nokrichting is vrij;

-

Dakhelling minimaal 35, maximaal 50 graden.

Mogelijke kapvormen eerstelijns

Tweede-, derdelijns -

De nok is dwars op en/of parallel aan de dwarsweg en sluit aan bij de orthogonale ordening binnen een cluster.

-

De bouwmassa van de tweede- en derdelijnsbebouwing is eenvoudig en functioneel. Materiaalkeuze en detaillering is van groot belang;

-

De tweede- en derdelijns lintbebouwing bestaat uit een mix van één of meerdere woningen onder één kap;

-

Bouwvolumes zijn maximaal 10 meter hoog, de bebouwing kapt aan op maximaal 4 meter;

-

Minimale dakhelling 35 graden, maximaal 50 graden;

-

Aanbouwen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het hoofdvolume. Het maken van een holle knik in het dakvlak is mogelijk, waarbij de kap slepend vanuit het hoofddakvlak ontstaat; Nokrichfing vrij

-

Een aanbouw bevindt zich altijd tenminste 1 meter achter de rooilijn.

Mogelijke kapvormen tweede-, derdelijns

•M'lílļ

Nok haaks op- en/of parallel aan weg

Nokrichting A

eerstelijns MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK Zonnepanelen geïntegreerd in dakvlak

Algemeen -

Zonnepanelen/collectoren worden vlak of verdiept in het dakvlak gedetailleerd. Dit wil zeggen verzonken in het dakvlak. Mee­ ontworpen in de architectuur;

-

In algehele zin geldt dat er aandacht voor detail gewenst is;

-

Het gebruik van kunststof kozijnen en gevelbekleding zijn uitgesloten;

-

tįįįġŝsä algemeen

.y

mm

..y S 'I*

-

In de schil van elke woning worden voorzieningen voor gebouwbewonende vogelsoorten en vleermuizen aangebracht.

Eerstelijns -

Monolitisch volume;

-

Er is één materiaal dominant, ter versterking

'Įiĩ Į'

van het monoliet, en er worden in totaal

HÎWtt

maximaal twee materialen toegepast. Indien het gevelmateriaal niet door kan lopen

İ*'.

over de kap is er sprake van afstemming en

msm

•?.v. -. w,

i xĹ..ş\.yy

samenhang in kleur; -

-

; " '

-

■l ..-4

Naast elkaar gelegen eerstelijns woningen

i

UT4 'lasa

variëren onderling in gevelbekleding (tenzij onderdeel uitmakend van hetzelfde volume), de keuze voor dakbedekking hangt hiermee lí

samen; -

{

-L—l—i :Ķ\ . II

—p—r

De dakbedekking bestaat uit hout, een

-

-

xzįa

oranje/rood/bruine/zwarte (lei)pan of Zorgvuldig gedetailleerd

een roevem/felsdak. Een groendak is ook mogelijk, mits zorgvuldig gedetailleerd.

Gevelopeningen vlak, verdiept of ingesneden

Geglazuurde pannen zijn uitgesloten; -

iċ-

Bij de toepassing van baksteen als materiaal wordt gezocht naar bruine, rode of grijze/ zwarte tinten. Witte en gele bakstenen zijn uitgesloten;

-

Dak- en gevelopeningen worden vlak, verdiept of ingesneden gedetailleerd om het

Sober en subtiel

monoliet in tact te houden. Het toepassen

A Impressie kleur- en materiaalgebruik

van dakoverstekken is uitgesloten. De detaillering is sober en subtiel.

MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK

Tweede-, derdelijns -

Maximaal drie materialen toegepast in

mm

Tweede-, derdelijn

V'?

de gevel en twee in het dak. Geglazuurde pannen zijn uitgesloten; -

De basismaterialisering van de gevel is baksteen, hout of een ander duurzaam

k-kWŗî

materiaal; -

Eventuele dakkapellen zijn ondergeschikt. Het overtuigende dakvlak blijft zoveel als mogelijk overeind;

-

Bij de toepassing van baksteen als materiaal wordt gezocht naar bruine, rode of grijze/

fįįSţìtttìì

ässÜ

fiř ;j:::;kksï

I«i i j. 11 mn

zwarte tinten. Witte bakstenen zijn uitgesloten; -

msi

De tweede-, derdelijns bebouwing vertoont

777'.

enige samenhang met de eerstelijns

itīt 111

bebouwing, bijvoorbeeld door het repeteren van het type gevelbekleding, de dakbedekking of in de detaillering.

ŴHŴ*-,

-- ---įjăissk ■

A Impressie mogelijk kleur- en materiaalgebruik

2.3 SPECIALS

Algemeen De zogenoemde 'specials' krijgen een bijzondere uitwerking, waardoor ze als oriëntatie- en herkenningspunt in de buurt fungeren. Doordat ze zich onderscheiden in vormentaal en bouwmassa vallen ze op en zijn ze duidelijk zichtbaar en herkenbaar. Ze voegen zich echter wel in het landelijk agrarische beeld, dat voor Hoge Woerd als

.VaSin. Hof

geheel is voorgeschreven. Het Hof Een van de specials is 'Het Hof'. Dit betreft een woonblok gelegen in het groen, tussen het lint aan de noordoostzijde en de brede watergang en het aangrenzende zonneveld aan de zuidwestzijde. Het Hof onderscheidt zich duidelijk ten opzichte van de bebouwing elders in Hoge Woerd. Het besloten karakter, wat typerend is voor een hof, biedt aanleiding voor collectiviteit en verhoogt daarmee de sociale cohesie. ’: '

De Schuren 'De Grote Schuren' vormen de tweede special in Hoge Woerd. Ze zijn gelegen achter de lintbebouwing en grenzen aan de watergang aan de zuidzijde. Dit type onderscheidt zich

Schuur

duidelijk ten opzichte van de overige bebouwing elders aan het lint, en dan met name op het vlak van bouwmassa en volume. 3ĘŞS* .--.t

■**v '

iû

ũjrïfà

r

Referentiebeelden architectuur ^

'Si

HET HOF

Oriëntatie -

Het woonblok heeft een voornamelijk naar binnen gekeerde oriëntatie, en is daarmee vooral gericht op de binnenplaats;

-

De hoofdentree van Het Hof bevindt zich aan de dwarsweg, aan de zuidoostzijde;

-

Vanaf de toegangsweg weg wordt de inpandige parkeervoorziening ontsloten;

-

De binnenplaats van het hof is openbaar toegankelijk;

-

De centrale ruimte in het hof dient als collectieve buitenruimte;

-

Alle voordeuren zijn aan de binnenplaats gelegen.

Rooilijnen -

De rooilijn ligt altijd direct aan de binnenplaats. De binnenplaats loopt door tot aan de gevel en er liggen geen voortuinen aan de binnenplaats. Stoepjes en/ of geveltuintjes zijn wel mogelijk om privéruimte aan de binnenplaats te realiseren en/of markeren, maximaal 1m;

-

Een aanbouw is alleen aan de tuinzijde mogelijk.

Oriëntatie meest representatieve gevels A

Geveioriënfafie

Rooilijn op maximaal 1 m van perceeisgrens

Rooilijnen A

HET HOF

Kapvorm, -richting en volume -

De vormentaal van Het Hof refereert aan de agrarische architectuur van de hofboerderij /vierkantshoeve, waarbij de bebouwing rondom een binnenplaats is gepositioneerd;

-

De nok van het Hof ligt in de basis in de lengterichting, maar accenten zijn noodzakelijk. Dit kan door differentiatie aan te brengen, bijvoorbeeld: ^

-

Gevelvlak, plaatselijk terugleggen en/of onderbreken van een gevel;

^

Nokrichting, spelen met het draaien van de kaprichting;

^

Spelen met sprongen in de goothoogte.

Het hof is een samenspel van volumes; Het Hof wordt als een duidelijk ensemble en samenhangend geheel ontworpen door één architect. Samenhang kan verkregen worden in de vorm van:

-

^

Vormentaal (allemaal zadeldaken);

^

Eenduidige materialisatie, zoals gevelbekleding en/of dakbehandeling;

Het basisvolume van Het Hof heeft een hoogte van maximaal 10 meter en kapt aan de noordzijde aan op maximaal 3 meter, maar bij voorkeur lager. Insnedes zijn aangrenzend aan de binnenplaats mogelijk, waarbij de gootlijn maximaal over een lengte van 30% van de gevel in het dakvlak terug wordt gelegd;

-

Een hoogteaccent is mogelijk in de zuidwesthoek, waar het woonblok een hoogte van maximaal 12 meter heeft en een goothoogte van maximaal 6 meter.

Nok overwegend parallel aan de per­

Nokrichting A.

ceelgrens - waarbij minimaal twee ver­

Woningen kunnen horizontaal of verticaal gesplitst worden. Dit is tevens een interessante plek om een accent te leggen, door middel van het draaien van de kap of door middel van een sterke kopgevel; -

Dakhelling minimaal 30 graden, maximaal 45 graden;

-

Aanbouwen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het hoofdvolume. Het

draaiingen voor accenten en differentiatie zorgen

Zone mogelijk aacent tot 12m

maken van een holle knik in het dakvlak is mogelijk, waarbij de kap slepend vanuit het hoofddakvlak ontstaat; -

De inpandige parkeervoorzieningen worden als kapschuur vormgegeven en heeft een maximale bouwhoogte van 4 meter en goothoogte van 3 meter.

Mogelijke kapvormen het hof

MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK

-

Zonnepanelen geïntegreerd in dakvlak

Zonnepanelen/collectoren worden vlak of verdiept in het dakvlak gedetailleerd. Dit

Parkeer kapschuur

tįįįġŝsä

wil zeggen verzonken in het dakvlak. Mee­ ,./

ontworpen in de architectuur; -

Het gebruik van kunststof kozijnen en

-

įSŵ'śškŠ;

'iľÚííííUĩĩïí

gevelbekleding is uitgesloten; De dakbedekking bestaat uit een gemêleerde

u

rood/bruine/zwarte pan, hout of riet. Voor het gehele hof wordt één keuze gemaakt. Geglazuurde pannen zijn uitgesloten; -

Basismaterialisatie van de gevel is baksteen, hout of een ander duurzaam materiaal;

-

Bij de toepassing van baksteen als gevelmateriaal wordt gezocht naar oranje/ rood/bruine tinten in een gemêleerde steen of wit gekeimd. Grijze, zwarte en gele bakstenen zijn uitgesloten;

-

Mm

Eventuele dakkapellen zijn ondergeschikt.

--

AV -J1

Het overtuigende dakvlak blijft zoveel als mogelijk overeind; -

In algehele zin geldt dat er aandacht voor

------- t-

detail gewenst is; -

In de schil van elke woning worden voorzieningen voor gebouwbewonende vogelsoorten en vleermuizen aangebracht.

sşi^rrjai ta*--~ -

hoek

TSĒBSËĮSm.

mmm

mm mm mm

äřífSŕëĥŵ.. ondergeschikt aan dakvlak

A Impressie kleur- en materiaalgebruik

ī^yrS ■

•’Ŵ5Ö:

Oog vo

SggfSgS

vggsm.

mm

DE SCHUREN

Oriëntatie -

De Schuren liggen achter de lintbebouwing en worden via een eigen toegangsweg verbonden met het lint. Ze gaan een zichtrelatìe aan met het lint, maar oriënteren zich ook sterk op de watergang aan de zuidkant;

-

De Schuren liggen aan een centraal erf, van waaruit de ontsluiting plaatsvindt; Het centrale erf is geïnspireerd op een boerenerf, dat zich kenmerkt door eenvoud en functionaliteit;

-

Het centrale erf biedt vanaf de entree zicht op het achtergelegen gebied. Dit is een belangrijke zichtlijn en kenmerkend voor erven in de directe omgeving;

-

De Schuren hebben onderling een orthogonale ordening en staan parallel aan het centrale erfvlak;

-

De afmetingen van het centrale erf zijn zodanig dat er geen smal 'straatje' ontstaat.

Rooilijnen -

De rooilijn aan de lintzijde verspringt onderling minimaal 4 meter. Ook aan de zijde van de watergang blijft een verspringing waarneembaar, minimaal 2 meter;

-

Vanwege het volume wordt er een minimale afstand van 5 meter vrij gehouden tot de belendende percelen en watergang (zuidoostgrens). Hier bevinden zich de

Oriëntatie meest representatieve gevels A

tuinen van de Schuren; -

Aan de randen zijn zones opgenomen van 3 of 5 meter die volledig vrij van bebouwing dienen te zijn, dus ook van bijgebouwen;

-

Een aanbouw bevindt zich nooit aan de voorzijde, maar altijd tenminste 1 meter achter de rooilijn.

Geve ìoriënlv fíe

Bebouwing vrij binnen vlak

3m zonv vrij van bvbouwina

5m zone vrij van bebouwing

Rooilijnen A

DE SCHUREN

Kapvorm, -richting en volume -

Dit type refereert aan de agrarische architectuur en de schuur in het bijzonder;

-

De Schuren zijn kloek, met een stevig en sterk silhouet;

-

De Schuren hebben een duidelijk thema, dit wordt vertaald in een overtuigend en herkenbaar beeld. Denk bijvoorbeeld aan spanten, stoer metselwerk, een stevige schijf, etc.;

-

Elke schuur bevat binnen de bouwmassa drie wooneenheden, bijvoorbeeld in de vorm van rug-aan-rugwoningen en een collectieve invulling, zoals: bergingen en parkeren onder de kap;

-

De bouwmassa's zijn langgerekt | rechthoekig, met een kap en nok in de lengterichting;

-

De bouwmassa is eenvoudig, dus geen overstekken; De schuren hebben een overtuigend dakvlak, waarbij het aanzicht van het dakvlak groter of gelijk is aan het aanzicht van het gevelvlak;

-

De bouwvolumes zijn maximaal 12 meter hoog. Ze kappen aan op maximaal 3 meter, maar bij voorkeur lager. Insnedes zijn mogelijk, waarbij de gootlijn over een lengte van maximaal 30% in het dakvlak wordt teruggelegd;

-

Minimale dakhelling 35 graden, maximaal 45 graden;

-

Aanbouwen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het hoofdvolume. Het maken van een holle knik in het dakvlak is mogelijk, waarbij de kap slepend

Nokrichfing ligt vast

Nokrichtìng A

vanuit het hoofddakvlak ontstaat.

Mogelijke kapvormen schuren

MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK

-

gevelbekleding is uitgesloten; -

mm 'SSS3Ï

Het gebruik van kunststof kozijnen en

Zonnepanelen geïntegreerd in dakvlak

tįįįġŝsä

De dakbedekking bestaat uit hout, een rood/bruine/zwarte (vlakke) pan of stalen golfplaat(mat). Geglazuurde pannen zijn uitgesloten. Beide schuren krijgen dezelfde dakbedekking;

-

Het basismateriaal van de gevel is baksteen,

mmmm imn

hout of een ander duurzaam materiaal; -

Bij de toepassing van baksteen als

1

gevelmateriaal wordt gezocht naar bruine/ rode of grijze/zwarte tinten. Witte en gele bakstenen zijn uitgesloten; -

Eventuele dakkapellen zijn ondergeschikt. Het overtuigende dakvlak blijft zoveel als mogelijk overeind;

-

Dakopeningen en zonnepanelenAcollectoren worden vlak of verdiept in het dakvlak gedetailleerd. Dit wil zeggen verzonken in het dakvlak. Mee-ontworpen in de architectuur;

-

In algehele zin geldt dat er aandacht voor detail gewenst is;

-

In de schil van elke schuur worden voorzieningen voor gebouwbewonende vogelsoorten en vleermuizen aangebracht. snede gootlijn

A Impressie kleur- en materiaalgebruik

Mogelijk toepassen holle knik

,

I

2.4 ERFAFSCHEIDINGEN

De overgang van de openbare ruimte naar de privéruimten is van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Om het groene en landelijke karakter van Hoge Woerd te waarborgen bestaan erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied in principe uit een doorgaande groene haag of een schapenhek. Gesloten, stenen muren of houten schuttingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van het hof. Alle erfafscheidingen staan op private grond. De erfafscheiding wordt meegenomen in de beoordeling door de welstandscommissie en voorafgaand aan de oplevering van de woningen aangebracht door de ontwikkelaar/aannemer. i«Iİİ

Algemeen geldt dat er gebruik gemaakt wordt van inheemse en/of gebiedseigen beplantingssoorten. Om het landelijke karakter en de biodiversiteit ter plaatse te versterken is variatie in soorten van

f... 'į.

belang. In het geval van de hagen wordt onder andere gedacht aan: Ligustrum vulgare, Carpinus betulus, Fagus sylvatica ('Atropunicea') en/of Acer campestre. Al dan niet in gemengde vorm. Erf + hoofdwoning -

De hoofdwoning heeft aan het lint en de erfentree een haag van 0.6 tot 1.0 m hoogte. Rondom een bijbehorend groen kamertje staat een haag van 0.6 tot 1.0 m of een schapenhek;

-

Langs de buitenranden een haag tussen de 0.6 - 1.8 m hoog of een schapenhek;

-

Waar het perceel grenst aan bosplantsoen, een haag van 0.6 tot 1.0m, of een schapenhek. Op deze

T

manier hoort het bosplantsoen visueel bij het erf; -

.s-

Waar een erfwoning het lint raakt, een haag van 0.6 tot 1.0 m, of een schapenhek; Aan het centrale erf een haag van 0.6 tot 1.0m of een schapenhek. Aan de voorzijde van de woningen geen fysieke erfscheiding. De woningen sluiten naadloos aan op het erf. Een variatie in

lŵ'

verband in de verharding is wel mogelijk, om de overgang openbaar-privé kenbaar te maken. Lintbebouwing -

De lintwoningen hebben aan de voorzijde een haag van 0.6 tot 1.0 m hoog. Deze loopt de hoek om, minimaal tot de rooilijn. Rondom een bijbehorend groen kamertje staat een haag van 0.6 tot 1.0 m

JÄf.sŤ';

of een schapenhek; -

Aan de zij- en achterzijde een haag van 0.6 - 1.8 m hoogte of een schapenhek;

-

Waar een lintwoning een erf raakt, een haag van 0.6 - 1.8 m of een schapenhek;

-

Waar het perceel grenst aan bosplantsoen, een haag van 0.6 tot 1.0m, of een schapenhek. Op deze

Sįť j. ,J

V&JŽSgą.

manier hoort het bosplantsoen visueel bij het erf. Specials -

Rondom het Hof komt een muur van 1.2m, om het contrast met het landschap en de beslotenheid

“SH

van het hof te versterken. De erfgrenzen haaks op de muur, worden voorzien van een haag van 0.6 tot 1.0 m hoog. Aan de voorzijde van de woningen geen fysieke erfscheiding. De woningen sluiten naadloos aan op het binnenterrein; -

Rondom de schuren komt een haag van 0.6 tot 1.0 m of een schapenhek, om de relatie met het

' *

-jj--

landschap te versterken. Waar de schuren het centrale erf raken, geen fysieke erfafscheiding. Erfafscheidingen A

*rr v

Lage haag, 0.6 - 1.0 m

Schapenhek of lage haag, 0.6 - 1.0 m

Haag, 0.6 - 1.8 m of schapenhek

Geen fysieke erfafscheiding Muur, 1.2 m

Erfafscheidingen A

Openbare ruimte

3.1 GROEN-BLAUW RAAMWERK

Algemeen Samen met de toevoeging van een nieuw lint en de erven, is het groen-blauwe raamwerk vormend voor de contouren van Hoge Woerd. Het raamwerk creëert ruimte voor 'rode' ontwikkelingen, door duidelijke kaders te stellen. Het raamwerk bestaat primair uit: ^

Archeologische vindplaatsen

•

Watergangen

^

Vista's

^

Groene begrenzingen

Archeologische vindplaatsen De gemeente Beuningen herbergt diverse belangrijke archeologische vindplaatsen. Enkele daarvan bevinden zich op onderhavige ontwikkellocatie. Twee vindplaatsen in het plangebied zijn aangewezen als dermate waardevol dat ze volledig intact gehouden Groen-Blauw raamerk

R

worden. Dit betekent dat ze vrij gehouden worden van bebouwing en bodemverstorende

Archeologische vindplaats - bloem- en kruidenrijk grasland

beplanting. Deze vindplaatsen worden ingericht als ecologisch beheerd bloem- en kruidenrijk

Vista

I

grasland in combinatie met uitgemaaide (Bestaande) watergang met natuurvriendelijke oever

struinpaden van minimaal twee meter breed.

Natuurlijke wadi

Vindplaats 5 Vindplaats 5 ligt tussen het nieuwe lint en de

Bestaande watergang

Koningstraat. Deze vindplaats bevat vondsten Zaksloot

van bewoning en een grafveld uit de romeinse tijd (1e tot 3e eeuw). Deze vindplaats wordt

Bosplantsoen

langs het grasVakkerland gemarkeerd door een bijzondere begrenzing. Centraal op deze

Hoogstamboomgaard - oude (fruit)rassen

O O o

vindplaats staan enkele toekomstbomen, Knotbomenrij

grote solitairen welke hier tot wasdom kunnen komen. Ter plaatse wordt de grond 60cm

Gras- of akkerland

Inheemse-, gebiedseigen bomen. Gemengd.

opgehoogd, ter voorkoming van wortelschade

U

Groen rond parkeerkoffers. Haag en/of bloem- en kruidenrijk gras

D

aan het archeologisch monument.

Bijzonder begrenzing archeologische vindplaats

Groen-Blauw raamwerk A.

Vindplaats 6 Vindplaats 6 bevat vondsten van een grafveld

Bijzondere markering archeologische vindplaatsen

m* ŗ-

uit de Merovingische periode (vroege middeleeuwen). Deze vindplaats is via een karrenspoor toegankelijk vanaf het lint en

ÍPPŞļBļ

vanaf het aangelegen erf. De archeologische vindplaats wordt langs het grasVakkerland

Ŵ';

•T' * *

W-f.

gemarkeerd door een bijzondere begrenzing. Vindplaats 8

■g aand gra

Vindplaats 8, ten zuiden van het lint, bevat vondsten van bewoning uit de vroege en volle middeleeuwen. Vindplaats 8 zal volledig worden opgegraven, waardoor op deze locatie woningbouw mogelijk wordt. De plek

Uitgemaaideļ struinpaden

-

wordt omzoomd door inheemse bomen en hoogstamgaarden van oude rassen. Een karrenspoor vormt de verbinding met de

éj . 'i

archeologische vindplaats aan de noordzijde van het lint, vindplaats 6. Vista's We spreken in dit beeldkwaliteitplan over zogenaamde vista's. Dit zijn doorkijkjes en aangename uitzichten vanaf het lint naar het achterland. De afwisseling van vista's, bebouwing en open plekken aan het lint draagt bij aan een interessant en afwisselend beeld,

ŭ&M,

wat past bij het karakter van een traditioneel/ historisch gegroeid lint, zoals we dat ten noorden van het plangebied aantreffen.

gļftfeaŵ ft»

--Vista vanaf de . Koningstraat

Referentiebeelden vindplaatsen en vista ^

Blauw Naast de archeologische vindplaatsen zijn ook de bestaande watergangen een

T/Sfv.f

leidend uitgangspunt geweest voor het stedenbouwkundig plan Hoge Woerd. De bestaande watergangen binnen het plangebied worden verbreed, zodat er ruimte ontstaat voor natuurvriendelijke oevers en ze tevens

mm

» a

kunnen worden ingezet als extra waterberging. Ŵ*. **

Eigen aan dit gebied zijn de vele knotwilgen, voornamelijk langs watergangen. Dit beeld streven we hier ook na, rekening

Natuurvriendelijke oevers

ríl

houdend met de door het waterschap gestelde randvoorwaarden. Een hek dient als erfafscheiding van de obstakelvrije

!

l 1' - l.

onderhoudsstroken langs A-watergangen. Het

vKí

Landelijk hekwerk als afscheiding onderhoudsstroken ______________»

Natuurlijk vormgegeven wadi

Landelijk fietspad ings watergang met , knotwilgen

aantal duikers blijft tot een minimum beperkt, voor een zo landschappelijk mogelijk beeld. Waterbuffering Met de ontwikkeling van woningbouw en de toename van verhard oppervlak, neemt ook de behoefte aan waterbergingscapaciteit toe. Het verbreden van bestaande watergangen

L Ŵ»

vormt de basis voor de aanvullende waterbergingsvraag. Naast het verbreden van de watergangen zijn er op twee plekken wadi's voorzien, voor extra waterbufferingscapaciteit. Ze dragen bij aan de klimaatbestendigheid van Hoge Woerd. De wadi's zijn een verlaging in het

Natuurlijke !aanleidingen in n/of bij de wadi

landschap van minimaal 50 cm en natuurlijk vormgegeven. De wadi's vormen tevens een interessante, natuurlijke speelaanleiding.

mí

IfcS Referentiebeelden watergangen spelen in/bij de wadi

Afwatering Hemelwater wordt waar mogelijk bovengronds afgevoerd. Het Lint en de zijwegen liggen op

ĽJ rtJ,

r~

Bovengronds afwateren

één oor en wateren af op een naastgelegen

ŵįį-i'į

'droge sloot'. Deze watert bovengronds af

IIŴIİ

.'ívľàSíî*: -

5MÏL :

naar een omliggende zaksloot, wadi en/of watergang. Afwatering van erven gebeurt via

y

1 7

open molgoten. Groen Typerend voor de erven langs de historische linten van Ewijk is dat ze worden omzoomd -

door erfbeplanting, in de vorm van bomen, struiken en hagen. Deze groene randen versterken de vista's. Ze zorgen ervoor dat bebouwing (deels) aan het zicht onttrokken

"v ' ’""

. \“v-r '

''*r

•^ţí'Vį

Bosplantsoen

wordt, het verzacht de randen en voorkomt een rommelig beeld van achterkanten. Nieuwe aanplant is inheems en/of gebiedseigen. Het is van beeldbepalend belang verstening,

V*

cultuurlijk groen en het toepassen van hekwerken en muren te voorkomen. Bosplantsoen Daar waar een erf grenst aan een archeologische vindplaats wordt deze begrenzing nog eens extra gemarkeerd door bosplantsoen. De bosplantsoenbosjes zijn een verwijzing naar de vroegere geriefhoutbosjes. Van oorsprong stonden dit soort bosjes temidden van de weilanden en hadden ze de functie te voorzien in hakhout voor gebruik rondom de boerderij. De bosplantsoenbosjes in Hoge Woerd zijn minimaal 5 meter breed en grenzen altijd aan particuliere percelen, maar blijven in eigendom van de gemeente. De bosjes bevatten een mix aan inheemse soorten,

pas afgezet

1 jaar na afzetten

2 jaar na afzetten

3-4 jaar na afzetten

zoals zwarte els, gewone es, zomereik, hazelaar, berk en diverse soorten wilgen. De bosjes vertegenwoordigen een grote ecologische waarde. De bomen van verschillende leeftijden fungeren als habitat voor een variatie aan :ili 0 tíl I I t) y

insecten, vogels en kleine zoogdieren. Een bosje wordt als hakhout beheerd door middel van periodiek en gefaseerd (niet alles in één keer kaal) afzetten.

Groene kamertjes langs de historische linten

Groene kamertjes Een afwisseling van bebouwing en openheid, in de vorm van groene kamertjes, draagt bij aan een afwisselend, speels beeld langs het lint. Dit geeft lucht op plekken waar het lint relatief smal is. De groene kamertjes zijn onderdeel van een (particulier) erf en komen tot stand door een goede landschappelijke inpassing van het Mi

erf. Denk voor de invulling van zo'n kamertje aan een weitje, boomgaard of moestuin. De historische linten van Ewijk laten tal van goede

-

lii ai»

voorbeelden zien. Groen op de erven De erven binnen Hoge Woerd zijn geïnspireerd op het traditionele boerenerf en bestaan

Referentie nieuw erf, De HeerdWe&hels

uit een hoofdwoning met achterliggende

- pļąř

gebouwen, refererend aan agrarische schuren, geclusterd rondom een collectief erf. Het erf is functioneel en praktisch ingericht. Met het oog op klimaatadaptatie, hittestress en de beleving van een erf is er ruimte voor openbaar groen, - 4İV-V:

bijvoorbeeld in de vorm van een of een aantal

'pš-ýäIs

grote bomen in open boomvakken, hagen, bloemrijk grasland en groene verharding.

r'

-

iSHllSSi

•ŕ

Boomstructuren

Y'i

Naast het groen op en rond de erven, zijn er in het plangebied diverse boomstructuren terug te vinden. Deze zijn dwars op het lint gepositioneerd, veelal als begeleiding van een van de watergangen. Deze lijnen in het

msw Boomstructuren langs dwarsverbindingen

landschap begeleiden bijvoorbeeld het fietspad tussen het nieuwe lint en de Koningstraat. Ook verzachten de bomenlijnen de overgang van woningen aan een dwarsstraat naar het landschap of ze flankeren een struinpad. Door de boomstructuren dwars op het lint te plaatsen worden de watergangen en oorspronkelijke verkavelingslijnen geaccentueerd en de beleving van het lint *ŕ*-

versterkt. Om de biodiversiteit te vergroten is

ŷf į t -

een mix van inheemse soorten gewenst. Voor een duurzame instandhouding is voldoende groeiruimte van belang. Boomgaardjes

Spelen, ontmoeten en recreëren in de boomgaard

Rondom het hof en de zuidelijke entree van

:s"

-

Hoge Woerd, worden hoogstamboomgaarden gerealiseerd, bestaande uit oude (fruit)rassen. Gezamenlijk onderhoud en de jaarlijkse oogst kunnen als sociaal smeermiddel fungeren in de buurt en aanleiding geven voor buurtfestiviteiten, zoals bijvoorbeeld een oogstfeest. Een speelaanleiding in de boomgaard kan de functie van ontmoetingsplek versterken.

ïW;

' J . ļ T*

ÄJSfii

V'

i

.ŗ

JäįŞ'

Grondgebruik Eerder kwam al divers grondgebruik aan bod, hieronder wordt het grondgebruik samengevat en omschreven. Algemeen geldt dat we voor het land tussen het nieuwe lint en de Koningstraat streven naar een robuust en open karakter. -

Archeologische vindplaatsen: ecologisch beheerd bloemrijk- en kruidenrijk grasland. Hier is wellicht begrazingsbeheer mogelijk. Struinpaden van minimaal twee meter worden uitgemaaid;

-

Akkerbouw: de grotere percelen blijven geschikt voor akkerbouw. Hier kan bijvoorbeeld gedacht worden aan biologische teelt, permacultuur, lokale voedselproductie en andere, relatief kleinschalige, voedsel gerelateerde initiatieven. Ter hoogte van de vista's dient wel de zichtrelatie van het lint met het achterland behouden te blijven;

-

Reststukjes zijn te gebruiken als grasland, al dan niet beheert door middel van begrazing. Deze stukjes land kunnen ook worden gebruikt als buurtmoestuin of andere

Grondgebruik

collectieve buurtinitiatieven. Uitgeefbaar

(openbare) verharding

Archeologische vindplaatsen

Akkerland

Grasland

(openbaar) groen

Speelwadi

Hondenweide

D

Exploitatiegrens

Groendgebruik Hoge Woerd ^

3.2 INFRASTRUCTUUR

Het Lint Het nieuwe Lint loopt op organische wijze langs de erven en lintbebouwing van Hoge Woerd en takt vervolgens aan de noordzijde aan op de Steeg, middels een plateau. Aan de zuidzijde sluit het lint aan op de Goudwerf, middels een inritconstructie. Vanuit de zuidzijde geldt een inrijbeperking voor vrachtverkeer. Aangezien de vuilniswagen wel het gebied in moet kunnen, geldt er vanaf de noordzijde een uitzondering voor ontheffingshouders. Op het lint geldt een maximum snelheid van 30 km/u. Het lint wordt uitgevoerd in gebakken klinkers. Gebakken materiaal is duurzaam en gaat (veel) langer mee dan bijvoorbeeld betonstraatstenen. De rijloper heeft een breedte van 5,0 meter, binnen de banden. Hiervan wordt aan beide zijden 0,75 meter Infrastructuur

van de rijbaan uitgevoerd in een afwijkende kleurtint. Materialisatie en kleur komen

Het Lint

overeen met de hoogwaardige bestrating zoals die in de historische linten is toegepast. Het

Plateau's

Lint krijgt een landelijke uitstraling, er wordt Erf

daarom geen rijwegmarkering aangebracht en opsluitbanden worden verlaagd uitgevoerd. Om

Dwarsweg

passerend verkeer de ruimte te geven wordt aan weerszijden van het lint een strook van 0,5

Karrespoor

meter uitgevoerd in grasbetonstenen. Het lint Openbaar, groen parkeren

ligt op één oor, afwatering vindt plaats naar de zaksloten aan de noordzijde van het Lint. In

Parkeer(kap)schuur

verband met wegverkanting kan deze zaksloot plaatselijk naar de zuidzijde gebracht worden.

Privé parkeren

De berm van het lint is aan weerszijden circa 3,0 Fietspad van asfalt

meter breed.

I \ Infrastructuur ^

Bruggetje richting struinpad langs zonneveld

Wegversmalling met muurtjes

Het Lint

Daar waar het lint een watergang kruist,

ř,"ļ

worden gemetselde muurtjes van maximaal 80

Vj-ŕ’įA

ġįţk-':) \

cm hoogte toegepast. De muurtjes creëren een lichte versmalling van de rijloper en hebben derhalve een snelheidsremmende werking. De muurtjes worden uitgevoerd zoals reeds bestaand langs de Koningstraat.

Referentiebeelden van de historische linten

Kruispunten Aangezien het lint als 30 km/h-gebied

.

wordt aangemerkt, worden alle kruispunten en aansluitingen gelijkwaardig en zonder

Wį- -ř’ľ.

voorrangsregeling vormgegeven. De aansluitingen van de dwarswegen en de erven op het lint worden uitgevoerd in een plateau. Kleur en materialisatie van de plateaus komen

Versmalling door middel van muurtjes

mJPz

Şí-

-

overeen met die van de hoofdkleur van het lint. Dit geldt niet voor de 'pianomarkering' op de taluds van een plateau, deze hebben een afwijkende/contrasterende kleur. Passend bij het landelijke karakter worden de plateaus zo vlak mogelijk uitgevoerd.

,

Jfe

W.?Vr

m. t-.

ľ

J

V 1Ĵ ’ T Referentiebeelden Lint en kruispunten ^

Passeerstrook in grasbetonstenen

De erven De erven worden ingericht als woonerf, de

f

auto is hier te gast. Het basisprotìel van de

- ^

erfontsluiting bestaat uit een rijloper van 5 meter breed, die haaks op het lint aansluit via een plateau. De erven zijn doodlopend en bestaan, net als de erftoegangsweg, uit een hoogwaardig, gebakken klinkerverharding. De

-

klinkerverharding moet uit een ander mengsel

U’

r

"

bestaan dan het lint en de dwarswegen. De erfwoningen staan rondom een collectieve ruimte, het erf. Het is een eenduidig en multifunctioneel vlak en bestaat uit één materiaal met één dominant

&İÜHE

,

a

één typel per erf

bestratingspatroon. Er is geen sprake van Verharding binnen pallet

rijwegmarkeringen of een onderscheid in

bruin-oranje-rood-paars

rijbaan en voetgangersgebied. Om toch differentiatie aan te brengen op het erf, kunnen privé voorruimtes, molgoten, etc. worden uitgevoerd in een afwijkend bestratingspatroon. De meeste woningen zijn direct aan het erf gelegen, waarbij de voordeur aan het erf ligt of een smalle, verharde voorruimte de voorgevel van het erf scheidt. Deze voorruimte ligt op gelijk niveau als het erf. Het benutten van zo'n

Afwatering via molgoot, zetfdįmSteriaai,- ander-

Erftoegangsweg sluit aan oP plateau

ruimte wordt aangemoedigd, bijvoorbeeld voor een bankje, geveltuin, bloembakken en potten, mits de toegankelijkheid niet belemmerd wordt. Op die manier fungeert de strook als een informele overgangszone tussen woning en erf.

ļt

C ^

.

■Openbapr-privé loopt naņdlpos in elkaar over

'r. ĩkiĥ Referentiebeelden erfverharding ^

'

'- - ’

'

Dwarswegen De dwarswegen die de tweede- en derdelijns

Verharding binnen pallet oker-br&ļn'Şšiiiŝ..,

lintbebouwing en specials ontsluiten, bestaan uit hoogwaardige, gebakken klinkerverharding. De dwarswegen hebben een rijloper van 4,8 meter binnen de banden. De klinkerverharding moet uit een ander mengsel bestaan dan

jJftjJ

het lint en heeft geen bies. Ook hier is geen rijwegmarkering aanwezig en zijn de opsluitbanden verlaagd. Afwatering vindt

‘ 1----

bovengronds plaats, op de berm. Afvalinzameling Voor de afvalinzameling van gft, papier en pmd wordt gebruikgemaakt van kliko's. Langs de mi**

zuidzijde van het Lint zijn enkele opstelstroken voorzien, waar de kliko's op ophaaldagen

MJM

gestald kunnen worden. De grasbetonstrook is ter plaatse hiervoor verbreed. Per erf wordt eveneens in een opstelstrook voorzien, uitgevoerd in gelijke verharding als het erf. Hierbij wordt een rijrichting van noord naar zuid aangehouden, waarbij de kliko's dus aan de zuidzijde van het lint, in de berm, opgesteld dienen te worden. Het restafval wordt verzameld in ondergrondse containers welke

randen

■rYW',

niet direct aan het lint waarneembaar zijn.

HMD

'msiïk - -,'ì- .

-ï'ĩ-į&S

W/./M ken voorzien van grasbetontegels

:'c'.'

vindplaats 8 en ĩvia karrespoor

Parkeren Woningen aan het Lint zijn voorzien van twee

Houten paaltjes voorkomen parkeren in groene berm

parkeerplaatsen op eigen terrein. Er wordt niet direct op- of aan het Lint geparkeerd, evenals bij de historische linten het geval is. Algemeen geldt dat het parkeren voor bezoekers wordt opgelost in parkeerkoffers op de erven of langs de dwarsstraatjes

.

op het lint. De parkeerplaatsen langs de

r :

mĩrw'

dwarsstraten worden zo informeel mogelijk vormgegeven, bijvoorbeeld door middel van groene verharding. Parkeren in bermen langs dwarsstraten wordt ontmoedigd door het

Dubbele parkeerkapschuur

plaatsen van (houten) paaltjes. Ieder erf krijgt een parkeerkoffer, omrand door groen. letontei 'sstraatjes

In het geval van de specials wordt het parkeren deels inpandig en/of in een parkeerschuur opgelost. Bij het hof wordt een gebouwde voorziening. Bij de schuren is inpandig plek voor minimaal één auto per woning.

mate

Algemeen wordt aangemoedigd om de te zoeken. De parkeeroplossing binnen de bouwmassa kan worden gerealiseerd door

- ’ 'íki-'í* - " R5ř«ĩVĴİC •■'ïŵfi

* r 'gi

parkeeroplossing binnen de bouwmassa

mm 'TV',

mm

bijvoorbeeld de kap door te trekken, waardoor het hoofdvolume intact blijft. Er geldt een

Groene parkeerkoJ

wm

instandhoudingsplicht van een dergelijke parkeeroplossing. De parkeerkoffers op de erven worden uitgevoerd in groene verharding en worden omzoomt door een haag of bloemrijk gras.

KIS

Hiermee wordt het landelijke beeld van Hoge Woerd versterkt.

■ufźL

Fietspaden Om de ontwikkeling Hoge Woerd aan te sluiten

WĘĶ

op de omgeving en bestaande (recreatieve) tìetsverbindingen wordt een fietspad van minimaal 3 meter gerealiseerd die het nieuwe Lint en de Koningstraat met elkaar verbindt. Dit

■BESfţ * ; ļ

fietspad krijgt een gelijke materialisering als het vrijliggende fietspad langs de Goudwerf.

■ĵįĮb.

‘

Om de recreatieve fietsroutes nog beter op elkaar aan te laten sluiten wordt een koppeling gemaakt met de fietsroute ten zuiden van het zonnepark. Uitgevoerd in asfalt, zoals įŕiř'

V-

het fietspad langs de Goudwerf, waar het op aansluit. ,\«'S 1 Toegangsweg zonneveld Lage Woerd De aansluiting op het bestaande fietsnetwerk

BH

aL.-ŵM

ŴĄ -

aan de zuidzijde wordt gecombineerd met een

sġLvcŕ s .

toegangsweg naar het zonnepark. Het fietspad

r

f-

v "i;/-,/.',-

-ŕ.

heeft een breedte van 3,0 meter. Door het toevoegen van een strook grasbetontegels van 0,75 meter aan weerszijden wordt het zonnepark toegankelijk gemaakt voor beheer vanaf het Lint.

' ţ :ļ i y Asfalt richting Goudwerf, zoals aansluitend fietspad

Referentiebeeldfietspaden A

Wandelpaden en struinpaden Voorbeelden van plekken waar de uitgemaaide struinpaden worden geïntroduceerd zijn de openbaar toegankelijke onderhoudsstroken langs watergangen, de archeologische vindplaatsen en diverse verbindingen hiernaartoe. Op deze manier ontstaan verschillende ommetjes door het gebied. De uitgemaaide paden dienen minimaal twee meter breed te zijn. Aangezien ook de groene zone aan de overzijde van de brede watergang, langs het zonnepark, toegankelijk wordt voor wandelaars middels een gemaaid struinpad over de

IŴ&t

onderhoudsstrook, worden op twee plekken eenvoudige voetgangersbruggetjes voorzien.

:Wí*

V Ār

İhm*

Verlichting De openbare verlichting past bij het karakter van het bestaande buitengebied. Het Lint wordt daarom verlicht met dezelfde armaturen als de bestaande langs de Koningstraat. De straatlantaarns zijn vleermuisvriendelijk en daarmee neerwaarts gericht, met geconvergeerde lichtbundels. Alle masten en armaturen hebben dezelfde kleur.

Hk gelijkê'mast en armatuur als langs deKoningstraat

_

3.3 RECREËREN EN SPELEN

Het plan Hoge Woerd biedt een veelheid aan

nmm

mogelijkheden om te recreëren en spelen door de diversiteit aan plekken. We benoemen hieronder een aantal specifieke plekken. Speelplekken Er worden een aantal speelplekken

Kf; speelse verwijzing naar historie van de plek

mM*

gerealiseerd. Deze maken integraal onderdeel uit van de inrichting van de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan een wadi die een dubbelfunctie krijgt door die te combineren met een speelvoorziening. Er wordt hierbij zoveel

.

.

als mogelijk gebruikgemaakt van natuurlijke materialen. De speelaanvoorzieningen dagen kinderen uit om hun eigen fantasie te gebruiken en zijn passend in de omgeving. Het ontwerp

'#m

: V . » ţŕSä

van deze speelaanlvoorzieningen kan tevens gecombineerd worden met een culturele verwijzing naar de archeologische waarde van dit gebied.

hondenweides landelijk

4

fZrii.

vormgegeven iiTHP" IPrİ

Hondenuitlaatweides Op twee plaatsen wordt een eenvoudige, landelijk vormgegeven hondenuitlaatweide gerealiseerd. Beide vinden hun plek aan

i-',

PŅŞWi

de noordzijde van het lint. De plekken zijn

mïãż

onderdeel van de ommetjes en niet op zichzelfstaand.

‘4

sSĴSİ

jffiK aŵ-iTj»

mm spelen in/bij de gaard en wadi

Recreëren en spelen

83

A

Hondenuitlaatwijde

Speelaanleiding

Struinpad

Hondenweides en locaties speelaanleidingen A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=a68fe969-20da-49d8-8b82-8584b20bdac8