Bijlage 5 Brief aan Adviesraad Sociaal Domein - Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2026
Tekst van het document
Beste leden van de Adviesraad Sociaal domein, Graag informeren wij u over een wijziging in onze verordening. Op dit moment zijn de artikelen voor de Jeugdwet en de Wmo samengevoegd in één verordening. We hebben besloten deze te splitsen in twee aparte verordeningen: één voor de Jeugdwet en één voor de Wmo. De dienstverlening aan inwoners blijft met deze splitsing gelijk. We doen dit om drie redenen: 1. Beter leesbaar voor inwoners Door de verordening per wet los te koppelen, is voor inwoners makkelijker te vinden wat voor hen van toepassing is. De verordeningen worden hierdoor overzichtelijker. 2. Duiding en verdieping artikelen Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning De splitsing in een verordening Jeugdwet en verordening Wmo maakt het mogelijk om per verordening de diepte in te gaan. Eerder waren we hier voorzichtig in om de lengte van de verordening beperkt te houden. In de bijlagen beschrijven we nader per wet om welke duiding en verdieping het gaat. 3. Bepaling hoogte tarieven en persoonsgebonden budgetten De wijze waarop de hoogte van de tarieven en persoonsgebonden budgetten worden vastgesteld blijft de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. We verplaatsen de tarieven uit de verordeningen naar het financieel Besluit. Het college is bevoegd de tarieven vast te stellen.
Dit geeft ons meer ruimte om sneller in te spelen op veranderingen en actuele tarieven, zonder dat we steeds de verordening moeten aanpassen. De afgelopen jaren informeerde wij u over veranderingen middels een was-wordt lijst. Gezien de structuurwijziging kiezen we ervoor per verordening aan te geven wat de koers was en is, en wat anders is ten opzichte van de gezamenlijke verordening. Wij vragen u als adviesraad 1) of u onze motivering voor splitsing kunt onderschrijven, 2) of u zich kunt vinden in de leesbaarheid en opbouw van de artikelen in beide verordeningen. Met vriendelijke groet,
5.1.2e 5.1.2e
, beleid Wet Maatschappelijke ondersteuning , beleid Jeugd
Bijlage 1: Verordening Jeugd met was-wordt tabel Bijlage 2: Verordening Maatschappelijke ondersteuning met was-wordt tabel
BIJLAGE 1 VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE BEUNINGEN 2026 Een woord vooraf Het is waarschijnlijk idealistisch te verwachten dat alle jeugdigen en/of ouder(s) een verordening lezen, maar wanneer zij op zoek zijn naar de regels en kaders wensen we dat zij deze kunnen begrijpen en weten welke regels van hen op toepassing zijn of niet. Leesbaarheid De allergrootste wijziging ten opzichte van de huidige situatie is dat elk hoofdstuk, artikel en lid bedoeld is voor een jeugdige en/of ouder(s) die te maken heeft met jeugdhulp. In de gezamenlijke verordening zijn veel artikelen gebaseerd op wettelijke eisen vanuit de wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die niet gelden vanuit de Jeugdwet. Dat maakte dat per artikel gezocht moest worden óf een artikel van toepassing was op jeugdhulp, en zo ja welk lid. Daarnaast worden in de nieuwe verordening jeugdige en/of ouder(s) gericht aangesproken; niet als zijnde inwoner of cliënt. Een voorziening vanuit de WMO heet een maatwerkvoorziening, maar in de jeugdwet een individuele voorziening. Door splitsing sluit het taalgebruik beter aan op de wetten en gebruikelijke formuleringen vanuit die wet. Modelverordeningen Jeugd Zowel de modelverordening Jeugd vanuit de VNG (2024), als de modelverordening van Schulinck is gebruikt. Dat is het juridisch instituut waar wij veel gebruik van maken als gemeente.
Zij geven op basis van de laatste jurisprudentie suggesties hoe de huidige verordening aan te passen. Op basis van deze twee modellen is een vergelijking gemaakt met de huidige verordening. Hierin is afgewogen welke artikelen wel en niet mee te nemen in de splitsing en wanneer de VNG of Schulinck te volgen en waarom. In de verordening Jeugd is overwegend gekozen de modelverordening van Schulinck te volgen vanwege haar duidelijke taal. Gelijkluidende verordeningen Inhoudelijk zijn er artikelen die overeenkomen tussen de Wmo en Jeugd. Waar mogelijk en noodzakelijk hebben wij dezelfde artikelen gehandhaafd. Bijvoorbeeld over de beschikking, artikelen rond het persoonsgebonden budget, en de hoofdstukken over controle, toezicht en handhaving, en de slotbepalingen. Ruimte voor nuancering Een verordening wil je in beginsel zo kort en overzichtelijk als mogelijk houden. De focus van de verordening maakt het mogelijk jeugdhulp-breed omvattend te zijn. In de nieuwe verordening jeugd beschrijven we nu welke soorten algemene en individuele jeugdhulpvoorzieningen in de gemeente beschikbaar zijn. We geven in meerdere artikelen aandacht aan de verschillende routes naar jeugdhulp. Alsook hoe wij de eigen mogelijkheden en eigen kracht van ouders beoordelen. Tot slot is er extra aandacht hoe we afstemmen met andere voorzieningen en wetten.
De verbijzondering maakte het mogelijk artikelen toe te voegen over respijtzorg, vervoer, dyslexiezorg, kinderopvang, en de overgang van 18- naar 18+. We hebben een was-wordt tabel op basis van de hoofdstukken toegevoegd.
Aanpassingen Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026 (was – wordt) Aanpassingen Verordening Jeugdhulp gemeente Beuningen 2026 Woord vooraf Door de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025 te scheiden is het vooral mogelijk geworden artikelen in te korten. Zo verandert er niets aan de regels, maar is eruit gefilterd wat niet van toepassing is voor jeugdigen en ouders. Dat maakt de nieuwe verordening voor jeugdhulp beter leesbaar en te begrijpen. We hebben bij de volgorde van de hoofdstukken gebruik gemaakt van de modelverordening Jeugdhulp van Schulinck. Zij zijn expert in de jeugdwet. In de onderstaande tabel is te zien hoe de indeling en in sommige gevallen de inhoud van de artikelen is veranderd. Inhoudelijke veranderingen zijn nadrukkelijker aangegeven. Oude verordening (was)
Nieuwe verordening (wordt)
Hoofdstuk 1 Procedure
Hoofdstuk 1 algemene bepalingen Hoofstuk 2 Algemene voorzieningen Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen
Dit hoofdstuk gaat over de begripsbepalingen van de verordening, en procedure van melding tot aanvraag.
In de nieuwe verordening zijn de begripsbepaling en procedure gesplitst. Hoofdstuk 1 gaat over de begripsbepalingen. Deze is ingekort en toegespitst op de doelgroep jeugd. Nieuw is dat we aangeven bij de inwoner welke algemene voorzieningen er zijn (hoofdstuk 2). De procedure hebben geplaats bij hoofdstuk 3 (individuele voorzieningen). Hoofdstuk 2 maatwerkvoorziening Dit hoofdstuk gaat over de criteria wanneer een voorziening wel of niet wordt afgegeven en wat er in de beschikking staat. Vanuit de Jeugdwet word in dit hoofdstuk nog specifieker ingegaan hoe wordt gekeken naar eigen kracht, draagkracht en draaglast.
De artikelen uit het oude hoofdstuk 2 zijn ondergebracht onder hoofdstuk 3 (individuele voorziening) en hoofdstuk 4 (beoordeling eigen mogelijkheden…) Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen Hoofstuk 3 gaat over de criteria wanneer een voorziening wel of niet wordt afgegeven, weigeringsgronden etc. Het hoofdstuk is opgesplitst in 3 paragrafen; • • •
beschikbare individuele voorzieningen, toegang tot individuele voorzieningen, en de beoordeling van de aanvraag en het besluit.
In de nieuwe verordening staat beschreven welke individuele voorzieningen er zijn in onze gemeente. Verder zijn er artikelen aan dit hoofdstuk toegevoegd waarin we het regels voor respijtzorg vaststellen (artikel 41). Passend bij het regionale beleidskader respijtzorg. Nadere artikelen zijn toegevoegd over (jeugdwet)vervoer, dyslexiezorg, kinderopvang en de overgang van 18-/18+. Hierdoor is meer specifieke relevante informatie voor jeugdige en/of ouder(s) beschikbaar op voor hen relevante terreinen. Ook is meer ruimte om op de verschillende wijzen van aanvragen en toegang tot jeugdhulp in te gaan. Een aantal artikelen uit de oude verordening over vooronderzoek, onderzoek, gesprek en gespreksverslag zijn samengevoegd voor de leesbaarheid. Nieuw is het artikel over het besluit (artikel 16). Hoofdstuk 4 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen We hebben de jeugdwet specifieke artikelen over eigen kracht, draagkracht en draaglast een eigen hoofdstuk gegeven: Hoofdstuk 4. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. In de nieuwe verordening verwijzen we naar nieuwe kaders waar we gebruik van maken gebaseerd op de ontwikkelingstaken van een jeugdige en opvoeduitdagingen door het Nederlands Jeugd Instituut. Dit moet ouders en uitvoering meer handvatten geven wat normaal is, en waar jeugdhulp voor nodig is.
Bijlage 1 geeft een samenvatting van dit stuk. In artikel 19 wordt nader besproken waar het college rekening mee houdt als er sprake is van een langdurige situatie waarin jeugdhulp nodig is. Ook beschrijven we helder waar we naar kijken als overbelasting van ouder(s) dreigt.
Hoofdstuk 3 Persoonsgebonden budget
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget
In dit hoofdstuk wordt ingegaan wanneer een persoonsgebonden budget mogelijk is; welke regels dan gelden. Die zijn anders voor professionals dan het sociaal netwerk.
In de nieuwe verordening is nadrukkelijker vermeldt welke criteria gelden om een individuele voorziening via een persoonsgebonden budget te regelen. Nieuw is ook dat we benoemen wat weigeringsgronden zijn voor een persoonsgebonden budget. Bijvoorbeeld bij een ernstig vermoeden dat de aanvrager problemen gaat krijgen met de taken die bij een persoonsgebonden budget horen, of in het verleden misbruik van het budget heeft plaatsgevonden. We hebben extra artikelen toegevoegd om uitleg te geven over het verschil van formele en informele hulp. Daarnaast is in artikel 22 (Hoogte persoonsgebonden budget) de systematiek achter de bepaling van tarieven voor een persoonsgebonden budget. Kort gezegd welke percentages gelden voor de verschillende zorgvormen. Deze zijn gebaseerd op de Zorg in Natura tarieven die zijn gepubliceerd op de website van het regionaal ondersteuningsbureau. Hierdoor legt u als raad de systematiek achter de tarieven vast, en hoeft u als raad deze verordening niet meer jaarlijks opnieuw vast te stellen. Tenzij er natuurlijk inhoudelijke veranderingen gelden door nieuwe ontwikkelingen en rechterlijke uitspraken. De percentages zijn berekend door experts voor de gemeente Nijmegen en gebruiken we regionaal.
Variatie tussen formele en informele zorg hebben bijvoorbeeld te maken met de kosten voor huur, afstemming met contractbeheer, gebruik making van het berichtenverkeer, etc.
Hoofdstuk 4 Eigen bijdrage en overige voorzieningen In dit hoofdstuk staan onder andere regels over de eigen bijdrage voor de Wmo voorzieningen en de jaarlijkse
Dit hoofdstuk staat niet in deze vorm in deze verordening. De jeugdwet kent (nu) geen eigen bijdrage.
waardering voor mantelzorgers en pleegouders.
Voor de jaarlijkse waardering voor pleegouders is toegevoegd dat pleegouders de klavervierpas kunnen aanvragen voor een pleegkind. Dit was al de praktijk, maar niet formeel vastgelegd. Deze staat vermeldt onder hoofdstuk 3.
Hoofdstuk 5 Kwaliteitseisen
In de nieuwe verordening is geen apart hoofdstuk voor de kwaliteitseisen. Zij vallen in nieuwe verordening onder hoofdstuk 6 (Verhouding prijs-, kwaliteit, en klachten ). Kwaliteitseisen zijn voor jeugdhulpaanbieders geregeld in de jeugdwet.
Artikelen in dit hoofdstuk geven de kwaliteitseisen voor maatschappelijke ondersteuning weer. Verder omvat het hoofdstuk artikelen over het melden van calamiteiten bij het college, hoe het college de verhouding prijs en kwaliteit waarborgt, en een klachtregeling.
Hoofdstuk 6: Verhouding prijs-, kwaliteit, en klachten We hebben wel voor aanbieders met een persoonsgebonden budget een aparte bijlage met alle voor hen van toepassing zijn de kwaliteitseisen. Deze is door gemeente Nijmegen opgesteld. Hierdoor is het gemakkelijker voor de aanbieder en uitvoering aan welke eisen aanbieders moeten voldoen. Algemene kwaliteitseisen zijn onder hoofdstuk 6 toegevoegd. Het omvat regels als het goed samenwerking met andere professionals rondom jeugdigen, het bijdragen aan een inclusieve samenleving, en het vragen van toestemming als een andere organisatie de zorg gaat bieden (onderaannemerschap). Hoofdstuk 6 Controle, toezicht en handhaving
Hoofdstuk 7 Controle, toezicht en handhaving`
Artikelen in dit hoofdstuk geven weer hoe het college toezicht houdt op de rechtmatigheid van het gebruik van jeugdhulpvoorzieningen. Regels voor toezicht, rapporten, aanwijzingen en hersteltermijnen.
Het hoofdstuk over controle, toezicht en handhaving is verplicht voor alle gemeenten in het Rijk van Nijmegen. Zo kan het regionaal ondersteuningsbureau haar handhavende taken goed uitvoeren. Het hoofdstuk is dus zonder wijzigingen overgebracht in de nieuwe verordening.
Hoofdstuk 8 Afstemming met andere voorzieningen Nieuw in deze verordening is een hoofdstuk met artikelen hoe we als gemeente afstemmen met andere voorzieningen. Bijvoorbeeld dat het college geen voorziening verstrekt als een andere wet van toepassing is zoals de Wet langdurige zorg. Let wel, er wordt wel verwezen naar de instanties waar de jeugdige en/of ouders dan een aanvraag moeten doen, zodat niemand tussen wal en schip kan vallen.
Hoofstuk 7 Overig
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
In dit hoofdstuk staan artikelen met verschillende thema's, zoals het betrekken van ingezetenen, en het overgangsrecht. Dat geeft inzicht wat er verandert voor jeugdige en/of ouder(s) als een nieuwe verordening wordt vastgesteld.
De artikelen in het oude hoofdstuk 7 zijn in de nieuwe verordening uit elkaar getrokken. Het betrekken van ingezetenen valt nu onder hoofdstuk 6 (verhouding prijs, kwaliteit, en klachten), na het artikel over de klachtregeling. De overige artikelen staan in de slotbepalingen.
BIJLAGE 2 VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BEUNINGEN 2026 Een woord vooraf In 2019 lanceerde de VNG de modelverordening Sociaal Domein en zagen gemeenten hier voordelen van in. Het moest de integraliteit van beleid en uitvoering bevorderen. Zoveel jaar verder kijken we daar toch iets anders tegenaan. Binnen het Sociaal Domein werken wij integraal samen en weten we van elkaar wat er speelt op de verschillende beleidsterreinen. Een gebundelde verordening draagt daar niet toe bij. Het is lijvig met verschillende termen en procedures. Modelverordening Wet maatschappelijke ondersteuning Vanwege de vorm en leesbaarheid maken wij ook gebruik van de modelverordening VNG (2019) en Schulinck voor de Wmo. We hebben de meest recente jurisprudentie verwerkt in de Verordening Wmo. Daarnaast is het de wens om regionaal te werken met dezelfde Verordening. Gemeente Nijmegen neemt hierin de lead en zij hebben in oktober hun gewijzigde en meer leesbare versie van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2026 gestuurd. Leesbaarheid Het blijkt niet mogelijk om van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 een kort en bondig document te maken. Het feit dat er meer artikelen zijn toegevoegd dragen bij aan het juist toepassen van de kaders om onze inwoners goed te informeren en te ondersteunen.
Daarnaast moet het college bij bezwaarprocedures het besluit kunnen verdedigen op basis van de artikelen die we opnemen in de Verordening. Door de Verordeningen Wmo 2015 en Jeugdwet te scheiden, wordt de leesbaarheid bevorderd. In de Verordening Wmo staan de artikelen die van toepassing zijn op onze inwoners in de leeftijdscategorie 18+ die ondersteuning nodig hebben. Wijzigingen Verordening Wmo 2026 t.o.v. Verordening Wmo en Jeugdhulp 2025 Begrippen die omschreven staan in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn niet één op één overgenomen in de begrippenlijst. Ook omschrijven we niet meer de maatwerkvoorzieningen in de begrippenlijst. Op de site van het ROB staan alle producten beschreven (artikel 1 begripsbepalingen). Artikel 5 heeft het onderwerp ‘onderzoek’ gekregen in plaats van ‘gesprek’. Een gesprek is een onderdeel van het onderzoek en we hebben de stappen binnen het onderzoek helderder uiteengezet. Zowel de bijdrage in de kosten als de keuzemogelijkheid persoonsgebonden budget hebben we apart in de artikelen 5.3 en 5.4. Het uitgangspunt van vervoersbehoefte is opgenomen in de verordening (art. 8) en verwijzing naar de centrumgemeente Nijmegen in kader van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Afwijzings-en weigeringsgronden maatwerkvoorzieningen/pgb zijn geactualiseerd en pgbvaardigheden toegevoegd (art. 13).
We hebben was-wordt tabel op basis van de hoofdstukken toegevoegd.
Bijlage 2 Aanpassingen Verordening Wmo: was-wordt tabel Oude verordening (was) Hoofstuk 1. Procedure Dit hoofdstuk gaat over de begripsbepalingen en de procedure van melding hulpvraag tot aan de aanvraag van een maatwerkvoorziening
Hoofdstuk 2. Maatwerkvoorziening Dit hoofdstuk gaat over de criteria wanneer een voorziening wel of niet wordt afgegeven en wat er in de beschikking staat. Er wordt ook een artikel gewijd aan wanneer het college tot heroverweging van een besluit overgaat. En vanuit de Jeugdwet wordt er specifiek gekeken naar eigen kracht en draagkracht/draaglast.
Nieuwe verordening (wordt) In de nieuwe verordening zijn de begripsbepalingen en de procedure van melding tot aanvraag gesplitst. Hoofdstuk 1 gaat over de begripsbepalingen betrekking hebbend op de Wmo. Omschrijvingen over producten zijn eruit gehaald (op de site van het ROB staat een productenboek). Nieuw is dat we aangeven welke algemene voorzieningen er zijn(hoofdstuk 2). De procedure staat nu in hoofdstuk 3 (maatwerkvoorzieningen). Deze artikelen zijn ondergebracht in hoofdstuk3 (maatwerkvoorzieningen). Het hoofdstuk bestaat uit 3 paragrafen: 1) maatwerkvoorzieningen (welke zijn beschikbaar); 2) toegang tot een maatwerkvoorziening (van melding tot aanvraag); 3) beoordeling aanvraag en besluit (aanvraag, criteria, afwijzingsgronden tot nieuwe feiten en omstandigheden). Op deze wijze staat de gehele procedure in één overzichtelijk hoofdstuk). Het woord ‘Gesprek’ in voormalig artikel 5. is vervangen door het woord ‘Onderzoek’ artikel 7. Het gesprek is een onderdeel van het onderzoek. Het informeren over de eigen bedrage en de mogelijkheid om een pgb aan te vragen staan nu benoemd als lid 3 en lid 4 bij het artikel onderzoek. Eerst moet namelijk de hulpvraag goed onderzocht worden (art. 2 at/m g)
Hoofdstuk 3. Persoonsgebonden budget In dit hoofdstuk wordt ingegaan wanneer een persoonsgebonden budget mogelijk is en welke regels er dan gelden. Die zijn anders voor professionals dan voor het sociaal netwerk.
Er wordt nadrukkelijker vermeld welke criteria er gelden om een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget toegekend te krijgen. Ook de term budgetplan is opgenomen in de verordening en wat er in elk geval in het budgetplan moet staan. De weigeringsgronden voor een persoonsgebonden budget zijn explicieter opgenomen. We hebben extra artikelen toegevoegd om uitleg te geven over het verschil tussen formele en informele ondersteuning.
Hoofdstuk 4. Eigen bijdrage en overige voorzieningen In dit hoofdstuk staan de regels over de eigen bijdrage voor Wmo maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen. Maar ook de jaarlijkse waardering mantelzorgers en pleegouders.
Hoofdstuk 5. Kwaliteitseisen Artikelen in dit hoofdstuk geven de kwaliteitseisen voor maatschappelijke ondersteuning weer. Verder omvat het hoofdstuk artikelen over het melden van calamiteiten bij het college, hoe het college de verhouding prijs en kwaliteit waarborgt en een klachtregeling. Hoofdstuk 6. Controle, toezicht en handhaving Artikelen in dit hoofdstuk geven weer hoe het college toezicht houdt op de kwaliteit en rechtmatigheid van maatwerkvoorzieningen (Wmo) en rechtmatigheid op jeugdhulpvoorzieningen. Regels voor toezicht, rapporten, aanwijzingen en hersteltermijnen. Hoofdstuk 7. Overig In dit hoofdstuk staan verschillende thema’s, zoals betrekken van ingezetenen en het overgangsrecht. Dit geeft inzicht in wat er verandert voor inwoners als er een nieuwe verordening wordt vastgesteld.
Daarnaast is in artikel 17 (hoogte persoonsgebonden budget)opgenomen welke percentages gelden voor de verschillende ondersteuningsvormen. Deze zijn gebaseerd op de Zorg in Natura tarieven die gepubliceerd zijn op de site van het ROB. Hierdoor legt de gemeenteraad de systematiek achter de tarieven vast waardoor de tarieven niet meer jaarlijks door de raad moeten worden vastgesteld. Tenzij er nieuwe ontwikkelingen zijn rond opbouwsystematiek van een tarief. De percentages zijn berekend door experts van de gemeente Nijmegen en worden ze door de regiogemeenten gehanteerd. Geen eigen bijdrage geldt vanaf 2026 ook voor dagbesteding. Hiermee nemen we een drempel weg en wordt het gelijk gesteld met dagbesteding Op Weg naar Werk (voormalig arbeidsmatige dagbesteding), waar ook geen eigen bijdrage voor geldt. Hierdoor wordt het switchen van de ene vorm van dagbesteding naar de andere vorm vergemakkelijkt. Het stoppen met de eigen bijdrage voor dagbesteding wordt regionaal gedragen. In het hoofdstuk kwaliteitseisen zijn geen wijzigingen, behalve een toevoeging bij artikel 28. Verhouding prijs en kwaliteit levering door derden. Lid 3 gaat over inkoop van een voorziening en wat het college dan vast moet stellen (relevant).
Dit hoofdstuk wordt gelijkluidend door alle gemeenten van het Rijk van Nijmegen opgenomen in de Verordening. Zo kunnen de handhavende taken goed uitgevoerd worden. In de nieuwe verordening is dit hoofdstuk 7.
Het betrekken van ingezetenen staat nu in hoofdstuk 7 (betrekken van inwoners bij beleid) en in hoofdstuk 8 Slotbepalingen met de artikelen evaluatie, intrekking oude verordening en overgangsrecht.
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1