CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Archeologisch onderzoek Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17

Raadsvergadering 12 mei 2026, gemeente BeuningenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 1711.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Op basis van het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied Pleistocene terrasafzettingen aanwezig zijn afgedekt door oeverafzettingen van de Waal. De top van de oeverafzettingen ligt direct onder de bouwvoor en is aangetroffen tussen 20 en 135 cm –Mv (7,77 – 6,55 m +NAP). Dit duidt erop dat het plangebied oorspronkelijk op de flank van een stroomgordel van de Waal lag.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Op basis van de bodemopbouw zijn meerdere archeologisch relevante niveaus te onderscheiden: De Pleistocene afzettingen zijn het relevant archeologisch niveau voor sporen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Midden-IJzertijd. De Pleistocene terrasafzettingen zijn aangetroffen vanaf circa 100 cm –Mv (6,94 m +NAP). De oeverafzettingen zijn relevant voor archeologische resten uit de periode Late IJzertijd tot en met de LateMiddeleeuwen. Dit pakket bevindt zich tussen 20 en 65 cm –Mv (7,77 – 7,25 m +NAP). In de oeverafzettingen is tussen 25 tot en met 70 cm -Mv (7,72 – 7,19 m +NAP) een vegetatiehorizont aanwezig. Daarnaast zijn in de bouwvoor en de daaronder liggende kleilagen spikkels houtskool aangetroffen.

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De oeverafzettingen zijn intact aanwezig in het plangebied. Dit blijkt uit de vegetatielaag die voorkomt tussen 25 en 70 cm -Mv (7,72 – 7,19 m +NAP). In de top van de Pleistocene terrasafzettingen is in boringen 2 en 4 een zwak tot matig humeus bijmengsel aangetroffen dat afkomstig is van de laag van Wijchen. De verstoring aan de top van de Pleistocene afzettingen is niet zodanig diep is geweest dat er geen potentiële grondsporen meer aanwezig zijn in het plangebied.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van het veldonderzoek wordt de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bevestigd, aangezien de archeologisch relevante niveaus intact aanwezig zijn. Er geldt dus een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode Laat-paleolithicum tot en met de Midden-IJzertijd en een hoge verwachting voor de periode Late-IJzertijd tot en met Late-Middeleeuwen en de middelhoge verwachting Nieuwe tijd bevestigd.

31

12. Conclusie en Advies Conclusie • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de flank van de oevers van de Waal ligt, die overgaat naar de lager gelegen komgebied. Deze oevers waren al vanaf de IJzertijd bewoonbaar geworden, getuige de bekende vindplaatsen in de omgeving van het plangebied. Daarom geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Late IJzertijd-Romeinse Tijd. Vanaf de Vroege Middeleeuwen is het dorp Beuningen ontstaan langs de oevers van de Waal ontstaan. Hierna vond in de Late Middeleeuwen bedijking van de Waal plaats, waardoor het gebied niet meer overstroomde. Gedurende deze periode is de middeleeuwse dorp De Liende ontstaan, die deel uitmaakt van het historische dorp van Beuningen. Dit dorp bevindt zich 90 m ten oosten van het plangebied. Vanwege de nabije ligging van het plangebied ten opzichte van een middeleeuwse dorpskern, geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode Vroege- tot Late Middeleeuwen. Gedurende de Nieuwe Tijd bevindt het plangebied zich in het bebouwde gebied van het historische dorp, op 90 m ten noorden van de achterwende. Deze weg fungeerde als een historische weg. Langs deze historische weg is bebouwing aanwezig. Op de geraadpleegde historische kaarten is de aanwezigheid van bebouwing in het plangebied niet te bepalen maar kan ook niet uitgesloten worden.

De middelhoge verwachting is gebaseerd op de historische kaarten waarop te zien is dat het plangebied in gebruik is geweest als achtertuin en/of voor landbouwgrond. Hierdoor worden geen bewoningsresten in het plangebied verwacht. (Achter-)erfgerelateerde resten en resten van landbouwgebruik kunnen echter wel aanwezig zijn. • Onder de oeverafzettingen van de Waal worden pleistocene rivierzand verwacht met in de top hiervan een vegetatieniveau (die tot de Laag van Wijchen behoort). Theoretisch gezien kunnen in het Pleistocene rivierzand sprake zijn voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Mesolithicum. De verwachting hierop is middelhoog. Op basis van bekende archeologische vindplaatsen in de omgeving van het plangebied, vormt de Laag van Wijchen (in de top van de Formatie van Kreftenheye; pleistocene rivierzand) de archeologisch relevante niveau vanaf het Neolithicum. Hierin was een vegetatiehorizont aangetroffen met daarin grondsporen die uit de periode Midden-Neolithicum tot en met de Midden Bronstijd dateren. Hierdoor geldt voor deze laag een hoge trefkans voor archeologische indicatoren uit de periode voor het actief worden van de Waal. De verwachting voor de periode Neolithicum-Midden IJzertijd is hierop hoog. • Op basis van het veldonderzoek wordt de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bevestigd.

Er geldt dus een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode Laat-paleolithicum tot en met de Midden-IJzertijd en een hoge verwachting voor de periode Late-IJzertijd tot en met Late-Middeleeuwen en de middelhoge verwachting Nieuwe tijd bevestigd. De archeologisch relevante niveaus; de top van de Pleistocene terrasafzettingen,de hochflutlehmafzettting en de oeverafzettingen van de Waal zijn (deels) intact aangetroffen in het plangebied. In de top van de Pleistocene afzettingen is in boring 2 en 4 bijmenging van hochflutlehm aangetroffen en in de oeverafzettingen is tussen 25 tot en met 70 cm -Mv (7,72 – 7,19 m +NAP) een vegetatiehorizont aanwezig. • De Pleistocene terrasafzettingen die het archeologisch niveau vormen voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Midden-IJzertijd zijn aangetroffen vanaf circa 100 cm –Mv (6,94 m +NAP). De oeverafzettingen zijn relevant voor archeologische resten uit de periode Late IJzertijd tot en met de Late-Middeleeuwen. Dit pakket bevindt zich tussen 20 en 65 cm –Mv (7,77 – 7,25 m +NAP).

32

Advies Voor het plangebied bestaat het voornemen om nieuwe woningen te realiseren. Ten tijde van dit onderzoek waren de bouwtekeningen van de toekomstige woningen nog niet beschikbaar, aangezien het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag voor een TAM-omgevingsplan. Hierdoor zijn de exacte locatie, omvang en funderingsdiepte van de geplande bebouwing op dit moment nog niet bekend. Naar verwachting zal het archeologisch relevante niveau bij de uitvoering van de werkzaamheden verstoord worden. Dit betreft de oeverafzettingen, die direct onder de moderne bouwvoor liggen op een diepte van circa 20 tot 65 cm -Mv (7,77 – 7,25 m +NAP). Vanaf deze diepte kunnen mogelijk nog intacte archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. Om deze reden adviseren wij om een aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren in de karterende fase. Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek met proefsleuven (IVO-P), conform KNA Protocol 4003. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of zich binnen het toekomstig te verstoren gebied een behoudenswaardige vindplaats bevindt. Indien tijdens het proefsleuvenonderzoek archeologische resten worden aangetroffen, kunnen deze worden gewaardeerd. Op basis daarvan kan eventueel worden besloten om een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving binnen het toekomstige bouwvlak uit te voeren.

Voor een dergelijk onderzoek moet een Programma van Eisen (PvE) worden opgesteld, dat ter beoordeling en goedkeuring aan de gemeente Beuningen dient te worden voorgelegd. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van de resultaten van dit rapport en het bijbehorende advies zal de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Beuningen, een besluit nemen over de omgang met eventuele archeologische waarden binnen het plangebied.

33

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • www.bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • www.library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf • www.ikme.nl • www.tracesofwar.com • www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/ • www.omgevingswet.overheid.nl Lijst met afbeeldingen

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl). ....... 4 Figuur 2: Toekomstige nieuwbouw en parkeerterrein in het plangebied aan de Burgemeester van Suchtelenstraat 17. .............................................................................................................. 5 Figuur 3: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). ............................................................................................... 18 Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 19 Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 20 Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 21 Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ...........................................................................

22 Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 23 Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 24 34

Figuur 10: Uitsnede van een luchtfoto uit 2022. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).......................................................................................... 25 Figuur 11: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (23-04-2025). ............ 29 Literatuur Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical development of the Rhine-Meuse delta, the Netherlands. Assen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Boshoven, E. H., B. J. G., van Snippenburg en N.W. Willemse, 2022, Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart. RAAPrapport 5337. Broeke ten, E.M., 2019. Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (2037.002) Patrijslaan 25-27 te Beuningen. Econsultancy-rapport 2037.002. Bussel van, A.T.L.E., 2020. Transect-rapport 2627: Een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven, karterende en waarderende fase in de variant archeologische begeleiding. Beuningen, Lindenlaan 11, Gemeente Beuningen (GD). Transect-rapport 2627. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dept.

Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Hemert, J. van, 2025, Vroege Bronstijd bewoning in Beuningen-Hutgraaf. Een archeologisch proefsleuvenonderzoek en opgraving in plangebied Beuningen-Hutgraaf II, gemeente Beuningen. ZANrapport 1277. Hermsen, I.C.G., 2023. Plangebied Houtduiflaan te Beuningen, gemeente Beuningen; een archeologische opgraving – variant archeologische begeleiding. RAAP-rapport 6733. Hesseling, drs. H.J., 2017. Plangebied Oude Reekstraat te Beuningen Gemeente Beuningen Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). RAAP-notitie 5888. Hoegen, R.D., 2020. Archeologisch proefonderzoek (IVO-P) Burgermeester van Suchtelenstraat. Ex-situ rapport 5. Kalisvaart, C.C. & M.T. Houwman, 2023. Gemeente Beuningen. Plangebied Wolfsbossingel 105 te Beuningen. Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC-rapport 1. Kuijl van der, drs. E.E.A., 2017. Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Burgemeester Van Suchtelenstraat 17 te Beuningen, Gemeente Beuningen. Hamaland rapport 171499.

35

Maas, G. J., W.M. van der Meij, S. P. J. v. Delft, A. H. Heidema., 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000. http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Melman, J.G.E., 2018. Transect-rapport 1947: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Beuningen, Burg. Van Suchtelenstraat (ong.). Gemeente Beuningen (GD). Transect-rapport 1947. Melman, J.G.E., 2020. Transect-rapport 2752: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldwerk Beuningen, Hutgraaf II. Transect-rapport 2752. Melman, J.G.E., 2021. Transect-rapport 3233: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Beuningen, Hogewaldstraat ong. Gemeente Beuningen. Transectrapport 3233. Melman, J. & T. Nales, 2019. Transect-rapport 2281: Een Archeologisch bureauonderzoek, Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, Beuningen, Lindenstraat 11, gemeente Beuningen. Transect-rapport 2281. Mulder, E.F.J de., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & T.E. Wong 2003, De ondergrond van Nederland, Groningen. TNO, 2020. Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600 000 . Vossen, I., 2008. De Hutgraaf. Rapport 2008/124. Weterings, P., 2014. Beuningen. Burgemeester van Suchtelenstraat 26. BAAC-rapport A-13.0199.

36

Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode

Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

5300 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

37

Bijlage 2: Plantekening

38

Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Beuningen

39

40

Bijlage 4: Geomorfologie

41

Bijlage 5: Stroomruggenkaart

42

Bijlage 6: Hoogtekaart

43

44

Bijlage 7: Bodemkaart

45

Bijlage 8: Archeologische informatie

46

Bijlage 9: Boorpuntenkaart

47

Bijlage 10: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van boring 1. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van rechts naar links uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm). De guts is naar links (het diepste punt) uitgelegd.

Boring 1

Boring 2

Boring 3

48

Boring 4

Boring 5

Boring 6

49

Bijlage 11: Boorbeschrijvingen

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=497c98fa-3e2c-4c79-9aa4-2890b09dc477