CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Wijzigingsbesluit

Raadsvergadering 4 februari 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 20258.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 bij voorstel Onderwerp Zaaknummer Behandelaar Status

: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025 : 672285 : Marjorie Brion : Openbaar

Wijzigingsbesluit van de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025 De raad van de gemeente Beuningen, bijeen in de vergadering van 4 februari 2025, Gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024,

BESLUIT: Vast te stellen de volgende wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025,

A. De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025 wordt gewijzigd als volgt Intitulé - Komt als volgt te luiden: De raad van de gemeente Beuningen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 januari 2025; gelet op het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; gelet op het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 van de Jeugdwet; gelet op de Algemene Wet Bestuursrecht overwegende dat: - inwoners een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; - van inwoners verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; dat inwoners die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; - de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt;

- het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving; - het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp; - het wenselijk is de regels op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen en in één verordening onder te brengen; besluit vast te stellen de Artikel 1: - Komt als volgt te luiden: Lid 1 Alle begrippen die in deze verordening inclusief bijlagen worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Gemeentewet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna Wmo) en Jeugdwet. Lid 2 Dit omvat begrippen zoals aanbieder, algemene voorziening, gebruikelijke hulp, mantelzorg en sociaal netwerk - De nummering van begrippen op alfabetische volgorde alsmede wijzigingen en toevoegingen van nieuwe begrippen komt als volgt te luiden: - a. Aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren. - b.

Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, vrij toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een overige voorziening. - c. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie is waarin de cliënt- in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; - d. Andere voorziening: voorziening op het gebied van jeugdhulp, zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen. - e. Begeleiding: is bedoeld voor volwassenen met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem die ondersteuning nodig heeft bij het vergroten en/of vasthouden van de regie, zelfredzaamheid en participatie. De inwoner en/of zijn systeem heeft begeleiding nodig bij het (h)erkennen van en leren omgaan met zijn of haar problematiek. De inwoner kan ondersteuning vragen om het geleerde toe te (blijven) passen in het dagelijks leven. De vraag aan de begeleider beperkt zich tot één of enkele leefgebieden. De inwoner ontvangt ondersteuning op geplande momenten.

Mt de inzet van begeleiding wordt in zijn algemeenheid beoogd dat de inwoner: vaardigheden heeft om de zelfredzaamheid te behouden, te vergroten of terugval te remmen (oefenen en inslijpen/toepassen van vaardigheden in het dagelijks leven. - f. Begeleiding plus is bedoeld voor volwassenen met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem van 18 jaar of ouder die ondersteuning nodig heeft bij het verkrijgen, bergroten en/of vasthouden van de regie zelfredzaamheid en participatie. De inwoner en/of zijn systeem heeft begeleiding nodig bij het (h)erkennen van en leren omgaan met zijn of haar problematiek. De hulpvragen aan de begeleider beslaan meerdere leefgebieden. Het merendeel van volgende criteria is van toepassing: de inwoner kan zorg over het algemeen wel op geplande momenten ontvangen, bij persoonlijke veranderingen zijn er grote gevolgen voor het dagelijks

leven, de leefsituatie is onvoorspelbaar, de inwoner is zeer snel (psychisch) uit balans, de inwoner is gebaat bij een proactieve benadering, de inwoner heeft geen of beperkt zelfinzicht, er is sprake van een onstabiel medicatiegebruik, er is sprake van (acute) onveiligheid of overlast. Met de inzet van begeleiding plus wordt in zijn algemeenheid beoogd dat de inwoner: vaardigheden heeft om de zelfredzaamheid te verkrijgen, stimuleren, behouden of terugval te remmen en/of voorkomen (oefenen en inslijpen/toepassen van vaardigheden). - g. Beschermd Thuis: de inwoner woont in zijn eigen (al of niet gedeelde) woning, eveneens met de benodigde begeleiding en een vorm van 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid. Er kan sprake zijn van het wonen in een groep (waarin men voorzieningen deelt) of (zelfstandig) geclusterd wonen (waarbij men zodanig geclusterd woont dat inzet van groepsbegeleiding mogelijk is). In deze gevallen is er ook een component groepsbegeleiding die door de zorginstelling geleverd wordt. De inwoner woont zelfstandig en is dus zelf verantwoordelijk voor de huur, vaste lasten en alle kosten van het levensonderhoud. - h.

Beschermd Wonen: Een vorm van ondersteuning met onplanbare zorg voor inwoners die als gevolg van een ernstige psychiatrische aandoening en/of kwetsbare jongvolwassenen die vanwege een licht verstandelijke beperking niet in staat zijn op eigen kracht te handhaven in de samenleving en 24-uurs toezicht, bereikbaarheid en beschikbaarheid en intensieve ondersteuning nodig hebben in verband met risico op (zelf)verwaarlozing of overlast. Binnen Beschermd Wonen kennen we drie productcategorieën: Beschermd Wonen intramuraal, Trainingshuis en Beschermd Thuis. - i. Beschermd wonen intramuraal: verblijf in een accommodatie met toezicht en een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden afgestemd geheel van diensteen die worden geleverd met 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid. Wonen en zorg zijn gekoppeld. - j. Bovengebruikelijke hulp: de extra zorg en hulp die bovenop de gebruikelijke hulp komt. Bovengebruikelijke hulp valt onder eigen kracht van ouders, voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp aan te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan. - k. Budgethouder: cliënt die een persoonsgebonden budget op grond van de wet toegekend gekregen heeft; - l.

Cliënt: persoon als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 van de WMO 2015 of jeugdige als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of de inwoner die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een jeugdige en zijn ouders. Voor het overige wordt als betrokkene van de cliënt bedoeld de belanghebbende, de gemachtigde, familie of mensen uit het sociaal netwerk van de cliënt; - m. College: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Beuningen; - n. Draagkracht: de normale, dagelijkse hulp die ouders en of andere huisgenoten vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Dit betreft zowel gebruikelijke als bovengebruikelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf. - o. Draaglast: De belasting die op de draagkracht gedaan wordt. - p. Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de inwoner of jeugdige en zijn of haar ouders en de personen die tot hun sociale netwerk behoren, om de benodigde hulp en ondersteuning te bieden bij opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen. - q.

Definitie gebruikelijke hulp: “Gebruikelijke hulp in relatie tot jeugdhulp: de dagelijkse verzorging en/of opvoeding die (pleeg)ouders/wettelijk vertegenwoordigers aan kinderen geacht worden te bieden” wordt verwijderd en vervangen door “Gebruikelijke hulp: hulp die naar

algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders /verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.” - r. Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 5; - s. Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp; - t. Ingezetene: Inwoner of belanghebbende die op basis van de basisregistratie (BRP) woonachtig is in de gemeente Beuningen. - u. Maatwerkvoorziening: op de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner afgestemde maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als individuele voorziening; - v.

Mantelzorg: bovengebruikelijke hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; - w. Melding: het kenbaar maken van de hulpvraag door of namens de cliënt; - x. Ouderlijke verzorgings- en opvoedplicht: de wettelijke plicht van de ouder met gezag om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek). Daaronder valt de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsook het bevorderen van de ontwikkeling van zijn of haar persoonlijkheid. - y. Overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift dan wel andere (contractuele) afspraken die tussen het college en de aanbieder of budgethouder zijn gemaakt; - z. Persoonlijk plan: een document waarin cliënt of diens gemachtigde beschrijft welke problemen cliënt ervaart en welke oplossingen, zorg en ondersteuning daarbij passen; - aa.

Persoonsgebonden budget (verder: pgb): bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; - bb. Pgb-aanbieder: een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon die ondersteuning verleent aan een cliënt met een persoonsgebonden budget (budgethouder); - cc. Praktische begeleiding: is bedoeld voor volwassenen met een verhoogde behoefte aan ondersteuning op het gebied van huishoudelijke taken, stabilisatie, regie en organisatie van het huishouden. Er is behoefte aan een eenvoudige vorm van begeleiding en/of verlichting van de mantelzorgtaken. De begeleiding is gericht op: het huishouden op ode brengen, aanleren van structuur in het huishouden en praktische ondersteuning. Activeren en stimuleren van participatie en deelname aan de maatschappij en (tijdelijke) ontlasting van de mantelzorger. Doelstelling van de inzet van praktische begeleiding is het bieden van passende ondersteuning op de grens van huishoudelijke hulp en begeleiding, het zelfstandig functioneren en participatie vergroten en behouden of voorkomen/vertragen van achteruitgang (m.n. bij ouderen) met behulp van het eigen netwerk. - dd.

Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; - ee. Toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 6.1 Wmo 2015 en artikel 24 van deze verordening, belast met het houden van toezicht op de naleving van het gestelde in of krachtens de Wmo 2015 en de Jeugdwet voor zover het rechtmatigheid betreft;

- ff. Trainingshuis: de inwoner woont in een (al of niet gedeelde) woning, met de benodigde begeleiding en een vorm van 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid. Er kan sprake zijn van het wonen in een groep (waarin men voorzieningen deelt) of (zelfstandig) geclusterd wonen (waarbij men zodanig geclusterd woont dat inzet van groepsbegeleiding mogelijk is). Er is sprake van een component groepsbegeleiding die door de zorginstelling geleverd wordt. De inwoner woont zelfstandig en is dus zelf verantwoordelijk voor de huur, vaste lasten en alle kosten van het levensonderhoud. Wonen en zorg zijn gekoppeld. - gg. Verslag: schriftelijke weergave van het onderzoek en een advies aan het college over het treffen van een voorziening; - hh. Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee geheel of gedeeltelijk aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen en waardoor een maatwerkvoorziening achterwege kan blijven; - ii. Wet: De WMO 2015 (de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) en/of de Jeugdwet. Artikel 2 In artikel 2 lid 6 wordt toegevoegd: “Voor de inhoud van een beschikking wordt verwezen naar artikel 10.” Artikel 4 In artikel 4 lid 4 wordt toegevoegd: “De cliënt beschrijft hierbij wat hij of zij daar zelf of eventueel met behulp van zijn of haar sociale netwerk in kan betekenen.” Artikel 6 - In lid 1 en 2 wordt verwijderd “of de andere organisatie”.

- In lid 3 wordt verwijderd “latere”. Artikel 8 - In lid 2 sub b wordt verwijderd “beschermd thuis”. - In lid 2 sub d wordt “indien er sprake is” vervangen door “in het kader van”. - Lid 5 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden: “5. Voor de maatwerkvoorziening met betrekking tot respijtzorg, geldt bovendien dat: a. de jeugdige de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; b. de jeugdige begeleiding, persoonlijke verzorging of verpleging ontvangt; c. in het onderzoek is uitgesloten dat de jeugdige zorg ontvangt uit de Wet langdurige zorg of zou moeten ontvangen uit de Wet langdurige zorg maar waarvan de jeugdige (of ouders of wettelijke vertegenwoordiger) weigert mee te werken aan het verkrijgen van een indicatiebesluit. d. In het onderzoek is uitgesloten dat verpleegkundige handelingen nodig zijn en zorg onder de Zorgverzekeringswet valt of zou moeten vallen, hierbij wordt een aanvullende zorgverzekering niet als eis gesteld voor een eventuele maatwerkvoorziening respijtzorg; e. Respijtzorg in beginsel een tijdelijk karakter met een maximum van 1 jaar heeft; f. Bij de inzet van respijtzorg altijd heldere doelen worden geformuleerd en evaluatie afspraken worden gemaakt.”

Artikel 8a Dit artikel met als titel ‘Eigen kracht in de Jeugdwet’ wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden: “1. In het onderzoek naar een jeugdhulpvoorziening wordt ten eerste de benodigde hulp en ondersteuning bepaald. Vervolgens wordt beoordeeld: a. Welk deel van deze hulp en ondersteuning onder de gebruikelijke hulp van ouders aan kinderen valt; b. Welk deel van de hulp bovengebruikelijk is; c. Of jeugdige en ouders over voldoende eigen kracht beschikken om de benodigde bovengebruikelijke hulp zelf, eventueel met hun sociale netwerk te bieden; d. Of de jeugdige daarenboven nog een jeugdhulpvoorziening nodig heeft. 2. Indien en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders toereikend zijn om de problemen zelf het hoofd te bieden, eventueel met behulp van personen uit het sociale netwerk of andere instellingen die ondersteuning bieden, verstrekt het college geen jeugdhulpvoorziening. Dit vereist een zorgvuldige individuele beoordeling gemaakt tegen de achtergrond van de specifieke problematiek van de jeugdige. 3. Uitgangspunten bij de individuele beoordeling zijn: a. Ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht; b. Gebruikelijke hulp, waarbij de leeftijd van het kind bepalend kan zijn in de hoeveelheid gebruikelijke hulp die van een ouder verwacht wordt; c.

Het bieden van een beschermende woonomgeving door de ouders, wat betekent dat: a. De lichamelijke en sociale veiligheid van het kind gewaarborgd is; b. De ouders een bij de leeftijd van het kind passend opvoedkundig klimaat bieden; c. Het kind de verzorging, begeleiding en stimulans krijgt die nodig is bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid. 4. Bovengebruikelijke hulp valt onder eigen kracht zo lang de ouders zonder problemen in staat en beschikbaar zijn bovengebruikelijke hulp te bieden.” Artikel 8b Dit artikel met als titel ‘Draagkracht en draaglast in de Jeugdwet’ wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden: “1. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent het college geen individuele voorziening jeugdhulp toe. 2.

Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het college in haar onderzoek (als bedoeld in artikel 5) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen. 3. Het college maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties.

a. Van een kortdurende situatie is sprake wanneer uitzicht op herstel van het gezondheidsprobleem bestaat en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aangesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. b. Van een langdurige situatie is sprake wanneer het een chronische situatie betreft waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. 4. In kortdurende situaties neemt het college aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. 5. In langdurige situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf als het college op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. 6.

Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties. 7. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan.” Artikel 9 In lid 1 sub e wordt verwijderd “met uitzondering van beschermd wonen 1*) en opvang”. In lid 1 wordt sub m toegevoegd en komt als volgt te luiden: “ Als de afschrijftermijn van een eerdere voorziening nog niet is verstreken.” - In lid 1 wordt sub n toegevoegd en komt als volgt te luiden: “Bij het ontbreken en niet kunnen realiseren van een adequate stallingsmogelijkheid voor een hulpmiddel.” - De voetnoot van dit lid bij sub e “1*) Tijdelijk verblijf LVB valt niet onder beschermd wonen. Voor deze voorziening is het ingezetenencriterium dus onverkort van toepassing” wordt verwijderd. -

Artikel 9a Aan dit artikel wordt toegevoegd: “Verblijf is onderdeel van de indicatie bij de maatwerkvoorzieningen Beschermd wonen intramuraal en trainingshuis.” Artikel 12 Lid 1 sub b wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: “Waarom hij ingeval van een maatwerkvoorziening: - in het kader van de Wmo 2015: hij het pgb een passende vorm van ondersteuning vindt; - in het kader van de Jeugdwet: dat hij de maatwerkvoorziening die wordt geleverd door een gecontracteerde aanbieder, niet passend acht;” - In lid 1 sub e wordt verwijderd: “of beschermd thuis”. - In lid 5 wordt “jeugdige” vervangen door “cliënt”. - Lid 9 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden: “Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; b. er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden; -

c. er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking; d. Er sprake is van opvang. Bij opvang kan er geen sprake zijn van een stabiele situatie, waardoor het persoonsgebonden budget niet wenselijk is.” Artikel 15 In lid 5 wordt verwijderd: “ggz”.

-

-

Artikel 20 In lid 4 wordt toegevoegd “en maatschappelijke ondersteuning” en “toezichthoudend”. Artikel 38 In lid 1, 2, 3 en 4 wordt “2022” vervangen door “2024”. In lid 3 wordt de in werking te treden verordening aangeduid tussen haakjes met: “(2025)”. In lid 4 wordt toegevoegd “- en beroepschriften” en wordt “met inachtneming van die betreffende verordening tenzij dit voor de bezwaarmaker nadelig uitpakt” vervangen. Lid 4 komt als volgt te luiden: “Op bezwaar- en beroepschriften tegen een besluit genomen op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2024, wordt beslist volgens deze Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025.”

Artikel 40 - In lid 1 wordt “1 januari 2024”vervangen door “1 januari 2025”. “De verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2023” wordt vervangen door “de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2024”. - In lid 2 wordt “2024” gewijzigd in “2025”. - Lid 3 wordt toegevoegd en komt als volgt te luiden: “Bij deze verordening horen de volgende bijlagen: - Toelichting - Bijlage 1: Vormen van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp - Bijlage 2: Financiële bijlage - Bijlage 3: Criteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers - Bijlage 4: Protocol gebruikelijke hulp en ondersteuning bij jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning - De datum van vaststelling wordt gewijzigd in “4 februari 2025”.

B. Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025 Titel toelichting Het jaartal 2024 is aangepast naar 2025. Artikel 1 - In het artikel wordt toegevoegd: “genoemd in het tweede lid”. - Nummering in deze toelichting is aangepast en correspondeert met nummering in artikel 1 lid 2 begripsbepalingen. Artikel 2 - In de toelichting in de derde alinea van artikel 2 wordt verwijderd in de eerste zin: “het werkbedrijf Rijk van Nijmegen, de GGD of het Veiligheidshuis”. - In de laatste alinea wordt toegevoegd “wettelijke”, om aan te geven dat het om een wettelijke verwijzing gaat. Artikel 3 Aan de titel van dit artikel in de toelichting wordt toegevoegd “en vertrouwenspersoon” Artikel 5 - In de zesde alinea van de toelichting is t.b.v. juiste verwijzing “tweede” vervangen door “derde” (lid). - In de laatste alinea van de toelichting is t.b.v. juiste verwijzing “vierde” vervangen door “vijfde” (lid). Artikel 8 In de Toelichting op artikel 8 wordt toegevoegd een toelichting op het vijfde lid dat luidt als volgt: “In het vijfde lid van artikel 8 worden redenen benoemd waarmee geen recht op een maatwerkvoorziening met betrekking tot respijtzorg bestaat. Dit lid komt voort uit een wettelijke bepaling in de Jeugdwet en is ter verduidelijking ook opgenomen in de verordening.

In de praktijk geeft dit lid verwijzers duidelijkheid of respijtzorg passend is voor de aanvrager. Hierbij wordt eerst gekeken of de benodigde hulp niet uit een andere voorliggende wet verkregen kan worden. Daarnaast roept het artikellid op tot zorgvuldig onderzoek naar mogelijkheden van versterking van de eigen kracht van het gezin.” Artikel 8a en 8b Deze artikelen zijn toegevoegd aan de verordening en de toelichting over deze artikelen komt als volgt te luiden: “Door de toevoeging van artikel 8a en 8b zijn de termen eigen kracht, draagkracht en draaglast beter omschreven. Hierdoor wordt het makkelijker om af te bakenen wanneer positief of negatief op een aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt besloten en is ook geduid wanneer men spreekt van een kortdurende of langdurige situatie. Met de toevoeging van artikel 8a en 8b wordt uitvoering gegeven aan artikel 2.9 onder a Jeugdwet en gevolg gegeven aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 mei 2024. Voor de rechtszekerheid en ter voorkoming van willekeur moet de gemeenteraad in de Verordening regels stellen over het aanbod, de toekenningsvoorwaarden van een individuele voorziening en de wijze

van beoordeling en afwegingsfactoren daarbij. De gemeente moet dus ook in de Verordening duidelijk regelen wanneer sprake is van 'eigen kracht'. Artikel 9 In de toelichting is de alinea over het derde lid van artikel 9 verwijderd, omdat dit niet correspondeert met de inhoud van artikel 9 lid 3. Verwijderd is: “In het derde lid is bepaald dat het college of de andere organisatie kan beoordelen of een cliënt die pgb wenst voldoet aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 11, 112 en 13 van deze verordening. Het college of de andere organisatie heeft daartoe informatie van de cliënt nodig. Het door de cliënt ingediende plan dient als basis voor de beoordeling. Zonder een volledig plan kan het college of de andere organisatie deze beoordeling niet maken.” Artikel 10 In de Toelichting op artikel 10 wijzigt de eerste volzin van de vierde alinea als volgt: “Bij het tweede lid, onder c, geldt dat als het college een voorziening beschermd wonen in natura verstrekt, de gecontracteerde aanbieder vervolgens gedurende de verstrekking de individuele begeleiding en dagbesteding verstrekt waar de cliënt volgens het herstelplan, opgesteld door cliënt en gecontracteerde aanbieder, behoefte aan heeft.” Artikel 12 - Aan de titel van dit artikel in de toelichting wordt toegevoegd: “algemeen”.

- In de eerste alinea wordt “gecontracteerde” toegevoegd om te verduidelijken dat het om een gecontracteerde aanbieder gaat. - De vijfde alinea van dit artikel in de toelichting wijzigt als volgt: “In lid 1 onder e is opgenomen dat de cliënt in het plan de kosten moet uiteenzetten voor begeleiding, inclusief aanvullende specialistische begeleiding en mogelijk dagbesteding. Toegang Beschermd Wonen adviseert het college welke product pgb beschermd wonen nodig is voor de cliënt. Dit doet het team op basis van het door de cliënt opgestelde plan. Daarom is het noodzakelijk dat de cliënt in het plan een nauwkeurige begroting opneemt voor alle onderdelen van het aanbod beschermd wonen.” - In de laatste alinea van dit artikel in de toelichting wordt “lid 8“ vervangen door “het laatste lid”. Artikel 14 - In de derde alinea van de toelichting is t.b.v. juiste verwijzing “vijfde” vervangen door “vierde” (lid). - De laatste alinea in de toelichting is verwijderd, omdat de inhoud niet correspondeert met het betreffende lid. Verwijderd is: “de eis in het zesde lig wordt gesteld, omdat het belangrijk is dat iedereen zijn eigen mogelijkheden benut en dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Het streven hierbij zouden maximale zelfregie en samenredzaamheid moeten zijn.” Artikel 20 In de tweede alinea van deze toelichting is t.b.v.

de juiste verwijzing “zesde” aangepast naar “vijfde” (lid). Artikel 21 In de laatste alinea is “is aangepast aan het gewijzigde” vervangen door “komt overeen met”.

C. Bijlagen bij verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025 Bijlage 1 vormen van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp - Bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2024 wordt de alinea ‘Vormen van maatschappelijke ondersteuning’ gewijzigd als volgt: “Op grond van de Wmo 2015 kunnen de volgende maatwerkvoorzieningen worden verstrekt: • Hulp bij het huishouden • Rolstoel • Woonvoorzieningen • Woningaanpassingen • Vervoersvoorzieningen • Vervoersregeling • Begeleiding • Begeleiding Plus • Praktische begeleiding • Persoonlijke verzorging • Dagbesteding • Kortdurend verblijf • Beschermd wonen: Beschermd wonen intramuraal, Trainingshuis en Beschermd Thuis • Opvang • Vergoedingsregeling wijziging geslachtsregistratie • Respijtzorg Middels hulp bij het huishouden dienen de volgende resultaten te worden bereikt: • in het kader van de leefbaarheid gerealiseerde hulp in het huishouden in de vorm van licht en/of zwaar huishoudelijk werk in de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten van de woning; • adequaat gebruik kunnen maken van goederen voor primaire levensbehoeften; • adequaat gebruik kunnen maken van schone, draagbare en doelmatige kleding; • het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; • regie op het huishouden kunnen voeren.” - Bij vormen van jeugdhulp in de alinea

over de bouwstenen van ambulante jeugdhulp wordt bij de eerste bullit verwijderd: “kan alleen geleverd worden indien de zorgaanbieder ook het noodzakelijk geachte vervoer kan regelen” en vervangen door “wordt geleverd. De zorgaanbieder wordt geacht het noodzakelijke vervoer te regelen. Indien dit niet mogelijk is, kan dit een losse aanspraak bij de maatwerkvoorziening zijn.” Bijlage 2 financiële bijlage - In bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, wordt vervallen artikel 2.2 verwijderd. - In bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, wordt vervallen artikel 2.4 verwijderd. - In bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2, komt artikel 2.5 te vervallen en wordt verwijderd. - In bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, zijn de bedragen van eenmalige pgb’s in 5.2, 5.3, 5.5, 5.6 5.7 aangepast middels de index van CBS zoals vermeld in artikel 20 van de toelichting, hoofdstuk 4, paragraaf 2.

- In bijlage 2 hoofdstuk 2, paragraaf 3 zijn de bedragen van de eenmalige pgb’s in 8.1 en 8.2 aangepast middels de index van CBS zoals vermeld in artikel 20 van de toelichting, hoofdstuk 4, paragraaf 2. - In bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 3, artikel 8a, lid 3 staat het opstaptarief en de prijs per kilometer vermeld middels de index zoals vermeld in hetzelfde artikel 8a, lid 5: “AVAN ad. € 0,19 per kilometer en een eenmalige bijdrage van € 1,08 per rit als opstaptarief” wordt vervangen door “en kan de actuele tarieven vinden op de website van vervoersorganisatie AVAN”. - In bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 3, artikel 8a, lid 5 is de datum van het prijspeil gewijzigd in 1 januari 2025. - In bijlage 2 hoofdstuk 2, paragraaf 4 is het bedrag van het eenmalige pgb in 9.1 aangepast middels de index van CBS zoals vermeld in artikel 20 van de toelichting, hoofdstuk 4, paragraaf 2. - In bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 5 wordt bij de titel van deze paragraaf “en beschermd thuis” verwijderd. - In bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 5, artikel 10 wordt “en beschermd thuis” in lid 1 en 3 sub a en b verwijderd.

- In bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 5, artikel 10 komt lid 2 als volgt te luiden: “De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van beschermd wonen (beschermd wonen intramuraal, trainingshuis of beschermd thuis) vindt plaats op basis van acht producten (tabel in 10.3). De hulpvraag bepaalt welk product beschermd wonen wordt toegekend.” - In bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 5, artikel 10 wordt lid 3 sub b aan gepast en komt als volgt te luiden: “b. Vaststelling van het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen is gebaseerd op het totaal aantal begeleidingsuren dat een cliënt met een bepaald profiel nodig zou hebben. De cliënt mag binnen het totaal aantal uren, vanwege zijn specifieke situatie, de verdeling tussen individuele en groepsbegeleiding afwijkend invullen: Categorie Beschermd Thuis: licht Beschermd Thuis: middel Beschermd Thuis: zwaar Beschermd wonen intramuraal; licht Beschermd wonen intramuraal: middel Beschermd wonen intramuraal: zwaar Trainingshuis licht Traingingshuis middel

Aantal uren groepsbegeleiding per week

Aantal uren individuele begeleiding per week

0 0 0 7

2-3 4-6 6-9 4-6

7

7-9

7

10-14

7 7

2,5-4,5 5-7

Met het aantal in te zetten uren individuele en/of groepsbegeleiding mag worden gewisseld, waarbij we gebruik maken van de omrekenfactor 1 op 6. Dat wil zeggen dat 6 groepsuren gelijk staan aan 1 individueel uur.” - In bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2 komt de Tabel tarieven persoonsgebonden budget Wmo/Jeugdhulp gemeente Beuningen 2024 te luiden: “Tabel tarieven persoonsgebonden budget Wmo/Jeugdhulp gemeente Beuningen 2025.” De tabel komt er als volgt uit te zien:

WMO Perceel Persoonlijke verzorging Begeleiding

Dagbesteding Logeeropvang Vervoer

Hulp bij huishouden Jeugd Perceel Persoonlijke verzorging Begeleiding

Producten

Productcode

Eenheid

PGB professioneel € 49,88

PGB informeel € 25,02

Persoonlijke verzorging Begeleiding Begeleiding plus Begeleiding in een groep

Wmo 03A03

Per uur

Wmo 02A03 Wmo 02A05 Wmo 02A17

€ 55,96 € 67,34 € 18,72

€ 25,02 € 25,02 n.v.t.

Wmo 02A20

Per uur Per uur Per uur, gedeeld door het aantal deelnemers Per uur

Begeleiding plus in een groep Casemanagement Dagbesteding Kortdurend verblijf Vervoer dagbestedingen kortdurend verblijf Praktische begeleiding

€22,45

n.v.t.

Wmo 02A21 Wmo 07A03 Wmo 04A04 Wmo 08A03

Per uur Per dagdeel Per etmaal Per etmaal

€ 67,34 € 37,57 € 195,98 € 13,80

n.v.t € 25,02 € 36,39 n.v.t.

01A06

Per uur

€ 45,12

€ 22,56

Producten

Productcode

Eenheid Per uur

PGB professioneel € 62,36

PGB informeel € 25,02

Per uur Per uur

€ 55,96 € 67,34

€ 25,02 € 25,02

Per uur

€ 22,45

n.v.t.

Per uur Per uur

€ 67,34 € 18,72

n.v.t. n.v.t.

Per uur

€ 28,80

€ 14,40

Per uur

€ 26,88

€ 13,44

Per uur

€ 34,56

€ 17,28

Per uur Per uur

€ 17,76 € 16,80

€ 8,88 € 8,40

Per uur Per etmaal Per etmaal Per uur

n.v.t. € 195,98 € 13,80 € 76,86

n.v.t. € 36,71 n.v.t. n.v.t.

Verzorging en Jw 40A04 begeleiding Begeleiding Jw 45A04 Specialistische Jw 45A05 begeleiding Specialistische Jw45A49 begeleiding in een groep Casemanagement Jw 45A55 Begeleiding in een Jw 45A71 groep Dagbesteding en Voorschoolse Jw 41A11 dagbehandeling dagbehandeling Naschoolse Jw 41A12 dagbehandeling Naschoolse Jw 41A13 dagbehandeling LVB BSO+ Jw 41A19 Onderwijstoeleidende Jw 41A20 dagbesteding Dyslexie Dyslexie Jw 45A74 Logeeropvang Logeeropvang Jw 44A09 Vervoer Vervoer Jw 42A03 GGZ Vaktherapie Jw 45A53

Groepsgerichte Jw 45A52 vaktherapie Behandeling basis Jw 54001 Jeugd GGZ Specialistische Jeugd Jw54002 GGZ (incl. Obs. En diagnostiek)

Per uur

n.v.t.

n.v.t.

Per uur

€ 93,75

n.v.t.

Per uur

€ 109,17

n.v.t.

- In bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2 komt het Pgb-tarief hulp bij het huishouden er als volgt uit te zien: Pgb-tarief hulp bij het huishouden Perceel Producten Hulp bij het HH 1 huishouden HH 2

Productcode 01A04 01A05

Eenheid Per uur

Pgb-tarief € 21,00

- In bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2 komt de Tabel tarieven persoonsgebonden budget voor ondersteuning ZG er als volgt uit te zien: Tabel tarieven persoonsgebonden budget voor ondersteuning ZG ZG Perceel Ondersteuning vroegdoven

Ondersteuning Doofblinden

Ondersteuning visueel

Producten

Productcode

Gespecialiseerde begeleiding ZG 02L05 Revaliderende begeleiding ZG 02L06 Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten 07L01 Gespecialiseerde begeleiding doofblinden 02L12 Begeleidersvoorziening Doofblinden 02L13 Revaliderende begeleiding ZG 02L14 Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten 07L02 Gespecialiseerde begeleiding 02L15

Eenheid

PGB PGB professioneel informeel

per uur

€ 56,13 € 56,13

€ 25,02 € 25,02

€ 56,13

€ 25,02

€ 56,13

€ 25,02

€ 56,13

€ 25,02

€ 56,13

€ 25,02

€ 56,13

€ 25,02

€ 56,13

€ 25,02

per uur per dagdeel per uur per uur per uur per dagdeel per uur

- In bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2 komt de Tabel Zorg in Natura Tarieven en Producten 2024 te luiden: “Zorg in Natura Tarieven en Producten 2025”. Deze komt er als volgt uit te zien: Wmo

Persoonlijke verzorging Begeleiding

Persoonlijke Wmo 03A03 verzorging Begeleiding Wmo Wmo 02A03

€ 1,04

Per minuut

€ 1,23

Per minuut

Begeleiding plus Wmo 02A05

€ 1,50

Per minuut

Dagbesteding Logeeropvang Vervoer

Hulp bij huishouden Jeugd (ambulant)

Persoonlijke verzorging Begeleiding

Begeleiding in een Wmo 02A17 groep Wmo Begeleiding plus Wmo 02A20 in een groep Casemanagement Wmo 02A21 Dagbesteding Wmo 07A03 Kortdurend Wmo 04A04 verblijf Vervoer Wmo 08A03 dagbesteding en kortdurend verblijf Praktische 01A06 begeleiding

€ 1,47

Per minuut

€ 1,80

Per minuut

€ 1,33 € 46,78 € 192,00

Per minuut Per dagdeel Per etmaal

€ 18,88

Per etmaal

€ 0,94

Per minuut

Verzorging en Jw 40A04 begeleiding Reguliere Jw 45A04 begeleiding Specialistische Jw 45A05 begeleiding Specialistische Jw 45A49 begeleiding In een groep Casemanagement Jw 45A55

€ 1,33

Per minuut

€ 1,25

Per minuut

€ 1,51

Per minuut

€ 1,81

Per minuut

€ 1,33

Per minuut

Jw 45A71

€ 0,38

Per minuut

Jw 41A11

€ 0,60

Per minuut

Jw 41A12

€ 0,56

Per minuut

Jw 41A13

€ 0,72

Per minuut

Jw 41A20 Jw 41A21

€ 0,37 € 0,35

Per minuut Per minuut

Jw 45A74 Jw 44A09

€ 1,81 € 361,84

Per minuut Per etmaal

Vervoer Jw 42A03 Vaktherapie Jw 45A53 Groepsgerichte Jw 45A52 vaktherapie Behandeling basis Jw 54001 Jeugd GGZ

€ 37,25 € 1,51 € 1,65

Per etmaal Per minuut Per minuut

€ 1,90

Per minuut

Reguliere begeleiding Dagbesteding Voorschoolse dagbehandeling en dagbehandeling Naschoolse dagbehandeling Naschoolse dagbehandeling LVB+ BSO+ Onderwijstoeleidende dagbesteding Dyslexie Dyslexie Logeeropvang Logeeropvang Vervoer GGZ

Specialistische Jeugd GGZ (incl. Obs en diagnostiek)

Jw 54002

€ 2,16

Per minuut

- In bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, worden de pgb-tarieven van Beschermd wonen voor 2025 opgenomen in de tabel met titel: “Tabel Beschermd Wonen Zorg PGB Tarieven 2025”. Deze tabel komt er als volgt uit te zien: Producten Beschermd wonen/Beschermd Thuis vanaf 2025 Beschermd Thuis: Licht € Beschermd Thuis: Middel Beschermd Thuis: Zwaar Beschermd wonen intramuraal: Licht Beschermd wonen intramuraal: Middel Beschermd wonen intramuraal: Zwaar Trainingshuis licht Trainingshuis middel

Tarief PGB professioneel 32,23 61,41 90,59 78,73 114,55 150,36 32,23 61,41

Overige producten PGB Dagbesteding Meerzorg Vervoer van en naar dagbesteding

Eenheid Etmaal Etmaal Etmaal Etmaal Etmaal Etmaal Etmaal Etmaal Eenheid

41,53 69,52 13,40

Dagdeel Uur Retourrit

Tarief PGB informeel 10,65 € 19,54 € 28,43 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. PGB € 26,56 € 24,89 n.v.t.

- In bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2 worden zorg in natura tarieven van Beschermd wonen voor 2025 opgenomen om de tabel met titel: “Tabel Beschermd Wonen Zorg ZIN Tarieven 2025”. Deze tabel komt er als volgt uit te zien: Producten Beschermd wonen/Beschermd Productcode Eenheid ZIN tarief 2025 Thuis vanaf 2025 € 37,08 Beschermd Thuis: Licht 15N02 Etmaal € 70,63 Beschermd Thuis: Middel 15N03 Etmaal € 104,19 Beschermd Thuis: Zwaar 15N04 Etmaal € 145,18 Beschermd wonen intramuraal: Licht 15N11 Etmaal € 186,38 Beschermd wonen intramuraal: Middel 15N12 Etmaal € 227,58 Beschermd wonen intramuraal: Zwaar 15N13 Etmaal € 64,43 Trainingshuis licht 15N14 Etmaal € 94,00 Trainingshuis middel 15N15 Etmaal Overige producten Dagbesteding Meerzorg Vervoer van en naar dagbesteding Afwezigheidsdag Wachtzorg Toeslag Wakende Wacht

Productcode 15N21 15N31 15N51 15N41 15N17 15N16

Eenheid Dagdeel Uur Retourrit Etmaal Etmaal Etmaal

ZIN € 46,78 € 80,40 € 18,88 € 68,94 € 37,08 € 29,10

Bijlage 3 Criteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers - In bijlage 3 wordt onder ‘Kwaliteitseisen begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen (Wmo) en Jeugdhulp’ de tabel vervangen door de volgende tekst met verwijzing: De zorgaanbieder dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria zoals vastgelegd in het programma van eisen ten aanzien van het betreffende product, te vinden op: https://robregionijmegen.nl/documentatie-downloads/ Bijlage 4 Protocol gebruikelijke hulp en ondersteuning bij jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Bijlage 4 wordt toegevoegd aan de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Beuningen 2025 en komt als volgt te luiden: “Bijlage 4 Protocol gebruikelijke hulp en ondersteuning bij jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Inleiding Het college verstrekt alleen een maatwerkvoorziening wanneer de jeugdige en/of zijn ouders naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen in staat is gezond en veilig op te groeien en zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Het college kan weigeren om een maatwerkvoorziening te verstrekken vanwege de aanwezigheid van gebruikelijke hulp die de ouders geacht worden te verlenen aan hun kind.

De aanwezigheid van gebruikelijke hulp en de omvang daarvan, moet op basis van objectieve criteria worden gemotiveerd en geconcretiseerd. Deze criteria worden in dit protocol uitgewerkt. Dit protocol heeft naast de inleiding drie onderdelen, namelijk: 1. Verhouding gebruikelijke hulp en ondersteuning 2. Begeleiding en verzorging Jeugdwet 3. Tabel 1. Verhouding gebruikelijke hulp en ondersteuning t.o.v. artikel 5 lid 2 van de Verordening Wmo en Jeugd en de daarbij behorende Beleidsregels In artikel 5 lid 2 van de Verordening staat dat het college in ieder geval onderzoekt: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van de hulpvraag; c. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; d. de mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, een algemene voorziening of algemeen gebruikelijke voorzieningen een oplossing voor de hulpvraag te vinden; e. de mogelijkheden om met mantelzorg, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; f.

de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zvw en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, een oplossing voor de hulpvraag te vinden en de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd op andere voorzieningen op deze domeinen; g. de mogelijkheden om met een maatwerkvoorziening een oplossing voor de hulpvraag te vinden.

Omdat gebruikelijke hulp hulp is waarvan we minimaal verwachten dat mensen die ‘normaal’ aan elkaar geven, wordt het niet gecompenseerd vanuit de Jeugdwet. Mantelzorg of ondersteuning door het sociaal netwerk kunnen we echter niet eisen en bieden mensen vrijwillig. Afhankelijk van de situatie zijn mensen meer of minder in staat om iets te betekenen voor een ander. Het is maatwerk in hoeverre mantelzorg en steun vanuit het eigen netwerk, bovenop gebruikelijke hulp, meeweegt in het besluit om al dan niet een maatwerkvoorziening te verstrekken. Na de beoordeling van gebruikelijke hulp, wordt met de cliënt en het netwerk besproken wat zij voor elkaar kunnen betekenen en in hoeverre aanvullende ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld om de mantelzorger te ontlasten. Dit betekent dus niet dat alle bovengebruikelijke hulp wordt gehonoreerd met een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb als iemand hierom vraagt (zoals eerder onder de AWBZ het geval was). Het hangt af van de sociale relatie welke hulp en ondersteuning mensen van elkaar mogen verwachten. Hoe intiemer de relatie, des te meer hulp en ondersteuning mensen elkaar horen te geven.

Als het gebruikelijk is dat mensen in een bepaalde relatie elkaar hulp en ondersteuning bieden, is dat niet vrijblijvend met betrekking tot het mogelijke beroep op een maatwerkvoorziening op basis van Wmo 2015 en Jeugdwet. De criteria voor pgb genoemd in artikel 12 t/m 15 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en zijn (dan ook) voorliggend op dit protocol. Het principe van 'gebruikelijke hulp' heeft een verplichtend karakter. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van bijvoorbeeld sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling en de wijze van inkomensverwerving. 2. Begeleiding en verzorging vanuit de Jeugdwet 2.1 Beoordelingskader bij ouders en jeugdige(n) Als eerste wordt de benodigde hulp en ondersteuning bepaald, vervolgens wordt beoordeeld: • Welk deel van deze hulp en ondersteuning onder de gebruikelijke hulp van ouders aan kinderen valt - Ouders aan kinderen in kortdurende situaties Alle begeleiding door de ouder aan het kind is gebruikelijke hulp en ondersteuning als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat een maatwerkvoorziening daarna niet langer is aangewezen. We spreken van een kortdurende zorgsituatie als sprake is van een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.

- Ouders aan kinderen, in langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie, waarbij de gebruikelijke begeleiding in vergelijking tot een gezond kind c.q. een kind zonder beperkingen van dezelfde leeftijdscategorie volgens de in de bijlage aangegeven richtlijnen per levensfase wordt overschreden, is sprake van bovengebruikelijke hulp. • •

Welk deel van de benodigde hulp en ondersteuning als aanvullend kan worden gezien. In hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden.

Om vast te stellen op welke hulp en ondersteuning het kind redelijkerwijs is aangewezen, wordt, gelet op de omstandigheden van het betrokken kind, beoordeeld welke hulp en ondersteuning op het gebied van persoonlijke verzorging en hulpverlening uitgaat boven de hulp en ondersteuning die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. 2.1.1 Leeftijd Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Ook bij gezonde jeugdigen van dezelfde leeftijd kan de hulp en ondersteuning die het ene kind nodig heeft namelijk meer of minder zijn dan de hulp en ondersteuning die een ander kind nodig heeft. 2.1.2 Aard van de (zorg)handelingen Gebruikelijke hulp en ondersteuning bij jeugdigen kunnen ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle jeugdigen voorkomen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten, of het geven van medicijnen. Voorbeelden van handelingen die gebruikelijke hulphandelingen vervangen kunnen zijn: het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen; bij een kind met een verstandelijke beperking oefenen met het gebruik van pictogrammen in plaats van oefenen met topografie.

2.1.3 Frequentie en patroon van de (zorg)handelingen (samenloop) Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse hulp en ondersteuning aan een kind, zoals drie keer eten per dag, kunnen als gebruikelijke hulp en ondersteuning worden aangemerkt. Hetzelfde geldt voor het aanreiken van spullen of speelgoed na afloop van de maaltijd of na een drinkmoment, bij jeugdigen met een lichamelijke beperking. Een voorbeeld van zorghandelingen die niet meelopen in het normale patroon van dagelijkse hulp en ondersteuning van ouders aan een kind, is het meerdere malen per nacht bieden van hulp van ouders aan een ouder kind. 2.1.4 Omvang van de met de (zorg)handelingen gemoeide tijd De tijd die met de zorghandelingen is gemoeid, kan (bijvoorbeeld wassen en kleden bij spasticiteit) meebrengen dat niet langer van gebruikelijke hulp en ondersteuning sprake is. 2.1.5 Beschermende woonomgeving en jeugdigen Het door de ouders aan het kind bieden van een beschermende woonomgeving moet afhankelijk van de levensfase van het kind als gebruikelijke hulp en ondersteuning worden aangemerkt, ook indien sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. In de tabel zijn per levensfase richtlijnen ten aanzien van de gebruikelijke hulp en ondersteuning van ouders voor jeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel opgenomen. 2.1.6.

Aandachtspunten Ouderlijk toezicht aan kinderen is gebruikelijke hulp en ondersteuning. Kinderen (met of zonder ziekte of handicap) hebben ouderlijk toezicht nodig. Dit toezicht wordt anders van aard naarmate een kind ouder wordt en zich ontwikkelt. In de bijlage zijn per levensfase richtlijnen ten aanzien van de gebruikelijke hulp en ondersteuning van ouders voor jeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel opgenomen. Dit zijn uitgangspunten bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp en ondersteuning. Per casus moet worden gemotiveerd waarom dit protocol van toepassing is.

3.Tabel toekenningsvoorwaarden en afwegingsfactoren Wat is gebruikelijke hulp van ouders aan jeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel (ter vergelijking bij aanvragen van maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet)? Deze tabel geeft slechts een richtlijn/indicatie. Maatwerk staat voorop, dus in elk geval moet een zorgvuldige individuele afweging gemaakt worden of en in hoeverre deze tabel van toepassing is in een specifieke situatie. 1. Jeugdigen van 0 tot 3 jaar • hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; • ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. 2. Jeugdigen van 3 tot 5 jaar • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv.

Ouder kan was ophangen in andere kamer); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; • hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang; • hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, inen uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; • hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; • zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. 3. Jeugdigen van 5 tot 12 jaar • jeugdigen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week; • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv.

jeugdige kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); • hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; • hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; • zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrijetijdsbesteding gaan;

•

hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

4. Jeugdigen van 12 tot 18 jaar • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; • hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; • hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; • hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben tot 18 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=7d3b8e74-4aae-4348-a4fc-e4d255390fec