Bijlage 3 bij motivering - Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken Leegstraat 18-20 te Winssen
PROJECTNUMMER: B24.9418 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen
PROJECTNUMMER: B24.9418 Versie 01
OPDRACHTGEVER: Buro Waalbrug
DATUM: 6 maart 2025
Auteur:
Autorisatie:
Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B24.9418/R9418-01/JH
Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Buro Waalbrug heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse bodemonderzoeken voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Leegstraat 18-20 te Winssen. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw van meerdere woningen op de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen de NEN 5725:2023 en de NEN 5740:2023. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies vooronderzoek en hypothese In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd. Hieruit volgt de hypothese, waaruit de opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding Potentiële bronnen van bodembelasting aanwezig?
A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Ja, mogelijk diffuse verspreiding van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) uit het verleden in verband met voormalige boomgaarden. Tevens is er een vermoedelijke slootdemping aanwezig.
Verwachte bodemkwaliteitsklasse Verdacht op asbest
De verwachte ontgravingsklasse voor zowel de bovengrond als de ondergrond betreft ‘landbouw/natuur’. Nee, echter puinbijmengingen in de bodem niet worden uitgesloten.
Bodemopbouw en geohydrologie
Deklaag tot circa 4 m-mv aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit bestaande uit een afwisseling van zandige klei en midden tot fijne zanden. 1e WVP tot circa 61 m-mv aanwezig, voornamelijk bestaande uit midden en grove zanden. Onderlegen door een 4 meter dikke scheidende laag, voornamelijk bestaande zandige klei, klei en midden zand. Hieronder bevindt zicht tot circa 217 mmv het 2e WVP.
Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend? Hypothese en/of vervolgtraject
Grondwaterstroming naar verwachting globaal noordelijk gericht. Nee Nee Nee. Geen voorgaande onderzoeken bekend. Aangezien de locatie sinds circa 1890 deels in gebruik is geweest voor boomgaarden, dient in het kader van de herontwikkeling een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Hierbij betreffen het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de oorspronkelijke teeltlaag en een voormalige sloot aandachtspunten. De locatie is derhalve onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Geadviseerd is de locatie te onderzoeken conform de NEN 5740, strategie ONV-NL, waarbij zowel de boven- en ondergrond grond als onverdachte lagen worden beschouwd voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit. De oorspronkelijke teeltlaag is verdacht voor wat betreft OCB. Aanvullend wordt een dwarsraai geplaatst in verband met de voormalige sloot. Voor wat betreft asbest in de bodem wordt vooralsnog uitgegaan van een onverdachte locatie.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
3 Conclusies en aanbevelingen verkennend bodemonderzoek Middels voorliggend verkennend bodemonderzoek is ons inziens de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Leegstraat 18-20 te Winssen in voldoende mate onderzocht. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat voor de algemene bodemkwaliteit de boven- en ondergrond voldoet aan de klasse ‘Landbouw/natuur’. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte voor barium in het grondwater wordt toegeschreven aan een van nature verhoogde achtergrondconcentratie en geeft derhalve ook geen aanleiding tot vervolg. Hoewel zintuiglijk sporen baksteen zijn aangetroffen in de bovengrond, zijn analytisch geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. In de aanvullend onderzochte teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte OCB-parameters ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde en voldoet daardoor aan de kwaliteitseis voor de klasse ‘Landbouw/natuur’. De onderzoeksresultaten vormen ons inziens vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.
Daarnaast zijn tijdens het onderzoek geen asbestverdachte materialen en/of puinbijengingen aangetroffen, waardoor ons inziens de onverdachte hypothese ten aanzien van het voorkomen van asbest in de bodem gehandhaafd kan blijven. Derhalve is een onderzoek naar asbest niet noodzakelijk in het kader van de voorgenomen herontwikkeling. Bij de eventuele afvoer van de grond en dient rekening te worden gehouden met de resultaten van voorgaande onderzoeken. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen zijn gegaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan.
Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 2 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................ 5
2.
DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................... 5
3.
LOCATIEGEGEVENS .......................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS .......................................................................................................................... 5 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK ................................................................ 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE....................................................................................... 7 4.1. BODEMOPBOUW .................................................................................................................................... 7 4.2. GEOHYDROLOGIE ................................................................................................................................. 7
5.
CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE .................................................................... 8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................ 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ....................................................................................................................... 9
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ..................................................................... 11 7.1. GROND ................................................................................................................................................ 11 7.2. GRONDWATER ..................................................................................................................................... 12
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................ 13 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN .......................................................................................................... 13 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN ........................................................... 13 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ............................................................................................... 15
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................................. 16
10. REFERENTIES.................................................................................................................................... 17
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen en peilbuis Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater (Voormalige) achtergrond-, streef- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingen Rbk2022 Relevante gegevens historisch onderzoek
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
5 1.
INLEIDING Buro Waalbrug heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse bodemonderzoeken voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Leegstraat 18-20 te Winssen. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw van meerdere woningen op de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen de NEN 5725:2023 [1] en de NEN 5740:2023 [2]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de voorgenomen nieuwbouw op de locatie.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Leegstraat 18-20 te Winssen en staat kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie G, nummer 811 en 875 t/m 878 (ged.). De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als agrarisch terrein met een toegangsweg en heeft een oppervlakte van circa 8.992 m2. De toegangsweg blijft behouden en behoeft niet te worden onderzocht. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Resultaten historisch onderzoek en locatiebezoek
Algemeen Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek dient een historisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725:2023. Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de websites van het kadaster en www.topotijdreis.nl bestudeerd. Tevens is de website van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) geraadpleegd, een omgevingsrapportage van de provincie Gelderland aangevraagd en aanvullend nog historische informatie opgevraagd bij de Gemeente Beuningen. De relevante gegevens uit het historisch onderzoek zijn opgenomen in bijlage 7.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
6 Bodemkwaliteitsgegevens Dynamisch rapport provincie Gelderland Op basis van de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland zijn van de locatie zelf en de directe omgeving geen gegevens bekend. Nabij de locatie zijn wel 2 registraties van voormalige boven- en ondergrondse HBO-tanks bekend. Deze zijn niet op de locatie aanwezig geweest en hebben naar verwachting geen invloed op onderhavige onderzoekslocatie. Gegevens gemeente Beuningen Aanvullend zijn de beschikbare bodemkwaliteitsgegevens opgevraagd bij de gemeente Beuningen. Hieruit is gebleken dat een onderzoek aan de Leegstraat 16A is uitgevoerd voor herontwikkeling van de locatie en het bijbehorende bestemmingsplan (kenmerk VMT, B21.8109/R8109-01/GO, d.d. 20 april 2021). Tijdens het onderzoek zijn de grond en het grondwater onderzocht op een standaard NEN-pakket. Tevens is de teeltlaag onderzocht op een OCB-pakket. Hierbij werden in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en PAK aangetoond. Voor de onderzochte OCB-parameters in de teeltlaag werden maximaal licht verhoogde gehalten voor DDE en DDD aangetoond. Gezien de afstand tot onderhavige onderzoekslocatie (> 25 meter) wordt niet verwacht dat bovengenoemde gegevens voldoende representatief zijn voor onderhavige onderzoekslocatie. Verder zijn geen aanvullende bodemkwaliteitsgegevens bij de gemeente bekend.
Vergunningen Op de locatie is geen bebouwing aanwezig (geweest). Tevens zijn geen bodembedreigende activiteiten (bedrijfsmatig) van toepassing. Op basis hiervan zijn geen vergunningen aan de orde voor de onderzoekslocatie. Bodemkwaliteitskaart regio Nijmegen (2020) Op basis van de bodemzonekaart voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen, is de locatie gelegen in de zone ‘Overig gebied’ en geldt bodemfunctieklasse ‘Overig (Landbouw/Natuur)’. De ontgravingsklasse voor zowel boven- en ondergrond almede de tussenlaag betreft de klasse Landbouw/Natuur. Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s Op basis van het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl is de eerste bebouwing nabij de locatie reeds vanaf 1868 zichtbaar en is de onderzoekslocatie verder een agrarisch braakliggend gebied. Vanaf 1890 is de bebouwing niet meer zichtbaar en zijn de eerste boomgaarden aanwezig op de onderzoekslocatie. Omstreeks 1920 is er nabij de locatie weer bebouwing aanwezig en rond circa 1935 is de noordwestelijke helft van de locatie weer een braakliggend agrarisch terrein. Deze situatie is ongewijzigd tot circa 1998, wanneer de noordwestelijke helft van de locatie een boomgaard is en de zuidoostelijke helft braakliggend. In de periode 1957-1976 is er een watergang aanwezig op de onderzoekslocatie.
Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen op het historisch kaartmateriaal en de luchtfoto’s. Asbest De onderhavige onderzoekslocatie zelf is voor zover bekend altijd onbebouwd geweest. Naar verwachting is dan ook geen asbest aanwezig. Vooralsnog is niet bekend of in de bodem asbestverdachte puinbijmengingen aanwezig zijn.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
7 Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Volgens de omgevingsrapportage, geleverd door de provincie Gelderland, zijn van de onderhavige onderzoekslocatie zelf geen gegevens bekend van (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Nabij de locatie zijn 2 registraties van voormalige boven- en ondergrondse HBO-tanks bekend. Deze zijn niet op de locatie aanwezig geweest en hebben naar verwachting geen invloed op onderhavige onderzoekslocatie. PFAS Voor zover als bekend is voor PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving geen sprake van mogelijke puntbronnen. Momenteel wordt ervan uitgegaan dat geen grond wordt afgevoerd van de locatie en een PFAS onderzoek niet noodzakelijk is. Voor eventueel grondverzet kan mogelijk gebruik gemaakt worden van de bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Tevens zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op maaiveld of in/op de bebouwing. Wel is een gronddepot op de grens van de onderzoekslocatie waargenomen, die is ingetekend en aangegeven op bijlage 2. Het betreft grond die niet afkomstig is van de locatie. In overleg met de opdrachtgever is deze verder buiten beschouwing gelaten. 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en hydrogeologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl, www.grondwatertools.nl en www.beschermjedrinkwater.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke goed doorlatende deklaag aanwezig, behorend tot de afzettingen van het Holoceen. De deklaag bestaat uit een afwisseling van zandige klei en midden tot fijne zanden. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 57 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden en grof zand, met weinig zandige klei van de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre. Het eerste watervoerende pakket wordt van het tweede watervoerende pakket gescheiden door een scheidende laag van circa 4 meter dikte die hoofdzakelijk bestaat uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen behorend tot de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerende pakket tot circa 217 m-mv. 4.2.
Geohydrologie
De regionale grondwaterstroming is noordelijk gericht, richting de Waal. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt verder beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
8 5.
CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd. Hieruit volgt de hypothese, waaruit de in hoofdstuk 6 opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 5.1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding Potentiële bronnen van bodembelasting aanwezig?
A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Ja, mogelijk diffuse verspreiding van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) uit het verleden in verband met voormalige boomgaarden. Tevens is er een vermoedelijke slootdemping aanwezig.
Verwachte bodemkwaliteitsklasse Verdacht op asbest
De verwachte ontgravingsklasse voor zowel de bovengrond als de ondergrond betreft ‘landbouw/natuur’. Nee, echter puinbijmengingen in de bodem niet worden uitgesloten.
Bodemopbouw en geohydrologie
Deklaag tot circa 4 m-mv aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit bestaande uit een afwisseling van zandige klei en midden tot fijne zanden. 1e WVP tot circa 61 m-mv aanwezig, voornamelijk bestaande uit midden en grove zanden. Onderlegen door een 4 meter dikke scheidende laag, voornamelijk bestaande zandige klei, klei en midden zand. Hieronder bevindt zicht tot circa 217 mmv het 2e WVP.
Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend? Hypothese en/of vervolgtraject
Grondwaterstroming naar verwachting globaal noordelijk gericht. Nee Nee Nee. Geen voorgaande onderzoeken bekend. Aangezien de locatie sinds circa 1890 deels in gebruik is geweest voor boomgaarden, dient in het kader van de herontwikkeling een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Hierbij betreffen het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de oorspronkelijke teeltlaag en een voormalige sloot aandachtspunten. De locatie is derhalve onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Geadviseerd is de locatie te onderzoeken conform de NEN 5740, strategie ONV-NL, waarbij zowel de boven- en ondergrond grond als onverdachte lagen worden beschouwd voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit. De oorspronkelijke teeltlaag is verdacht voor wat betreft OCB. Aanvullend wordt een dwarsraai geplaatst in verband met de voormalige sloot. Voor wat betreft asbest in de bodem wordt vooralsnog uitgegaan van een onverdachte locatie.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
9 6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën verkennend bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek algemene kwaliteit (inclusief slootdemping) Voor het verkennend bodemonderzoek wordt voor de boven- en ondergrond de onderzoeksstrategie gehanteerd volgens de NEN 5740 voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL, < 9.000 m2). Ter plaatse van de voormalige watergang wordt één raaiboring geplaatst, van drie boringen tot circa 2,0 m-mv. Hierbij wordt allereerst de grond zintuiglijk beoordeeld en zijn vooralsnog geen extra grondanalyses opgenomen. Aanvullend teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt een teeltlaagonderzoek op OCB uitgevoerd, conform de strategie voor een ‘homogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming’ (VED-HO, < 1 ha) uit de NEN 5740. Hierbij wordt de (oorspronkelijke) teeltlaag separaat bemonsterd en geanalyseerd op OCB. Met het plaatsen van de boringen en peilbuis wordt rekening gehouden met de bekende gegevens. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificatienummer: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 7). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 19 februari 2025
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
28 februari 2025
Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer J.B. Koppelman De heer G. van den Assem De heer G. van den Assem
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 7) 2002 (v. 7)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belang bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
10 Uitvoering Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 19 boringen (B01 t/m B08, B09A, PB09B, B09C, B10 t/m B17, PB18 en B19) geplaatst. De raaiboring (P)B09A-C is ter plaatse van de vermoedelijke slootdemping geplaatst, waarbij boringen PB09B en PB18 dieper zijn doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 0,5 m-mv B01, B03, B04, B06 t/m B08, B10, B11, B13, B15 t/m B17, B19
Boringen en peilbuizen Circa 2,0 m-mv B02, B05, B09A, B09C, B12, B14
Peilbuis (filterstelling in m-mv) PB09B (2,20-3,20) PB18 (2,20-3,20)
Het grondwater uit peilbuizen PB09B en PB18 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 28 februari 2025 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. De situatieschets met de geplaatste boringen en peilbuis is opgenomen als bijlage 2.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
11 7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond
De verontreinigingssituatie van de grond kan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet [3] op 1 januari 2024 worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de kwaliteitseisen voor landbodem en grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022) [4] en aan de interventiewaarde zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) [5]. In onderstaande tabel is schematisch de indeling per kwaliteitseis weergegeven en het verschil in benaming tussen de voorgaande en huidige wetgeving. De benaming van de kwaliteitseis bevat direct de benaming van de functie waarvoor de landbodem geschikt is. Tabel 7.1: Kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen voor landbodem en grond Kwaliteitseis Omgevingswet Landbouw/ natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd
Ondergrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie
Bovengrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie Interventiewaarde
Sterk verontreinigd
Interventiewaarde
-
Benaming voor inwerkingtreding Omgevingswet Achtergrondwaarde (AW) Klasse wonen (WO) Klasse industrie (IND) Niet toepasbaar- niet sterk verontreinigd (>IND en <IW) Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (>IW)
De Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat is momenteel nog niet geschikt om analyseresultaten te toetsen aan de Omgevingswet. Zodoende wordt momenteel enerzijds gebruikt gemaakt van een bèta toetsservice van onze software leverancier, deze kan toetsen aan de interventiewaarde uit het Bal en aan de kwaliteitseisen uit de Rbk2022. Parallel daaraan wordt tevens een toetsing uitgevoerd via BoToVa aan de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6], in combinatie met de achtergrondwaarden voor grond uit de voormalige Regeling bodemkwaliteit [7]. De kwaliteitseisen voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergronden interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt in de BoToVa toetsing een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde).
Uit de toetsing van de GSSD aan de achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd; Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, kan de omvang van de verontreiniging(en) worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering; Bij onderzoeken ten behoeve van bepaalde activiteiten onder de Omgevingswet, bijvoorbeeld realisatie van een woning met tuin, kan het bevoegd gezag ook aanvullend onderzoek verlangen als de kwaliteitseis voor wonen wordt overschreden. Dit betreft maatwerk per locatie, parameter en bevoegd gezag en wordt zodoende niet verder op ingegaan.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
12 Als het te ontgraven bodemvolume kleiner of gelijk is dan 25 m3 (ook wel kleinschalig graven genoemd), gelden geen regels uit het Bal. Wel kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels stellen aan kleinschalig graven. Bij het ontgraven van een bodemvolume groter dat 25 m3 is sprake van een ‘milieubelastende activiteit’ conform het Bal. Hierbij wordt, op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, onderscheid gemaakte tussen 2 milieubelastende activiteiten: Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit; Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Bij grondverzet groter dan 25 m3 dient altijd voorafgaand een bodemonderzoek uitgevoerd te worden, bestaat er een melding of informatieplicht aan het bevoegd gezag en zijn inhoudelijke voorschriften tijdens de activiteit, zoals uitvoering volgens BRL 7000 en/of BRL 6000 bij graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Tevens is bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond altijd de CROW-publicatie 400 van toepassing. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd december 2023), worden gehanteerd.
In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020 met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Grondwater
Bij het inwerking treden van de Omgevingswet in 2024 zijn de toetsingsnormen voor grondwater vervallen, maar zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [8]. Hierin wordt gesproken over ‘Rijksomgevingswaarden’, ‘standaardwaarden grondwater’ en ‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden (omgevingswaarden) geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een van een duurzame bodemkwaliteit (grondwaterlichaam met goede chemische toestand). In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De interventiewaarden (‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’ voor grondwater) geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
13 8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat vanaf maaiveld/onderzijde halfverharding tot circa 1,0 m-mv over het algemeen uit zwak zandige klei. Hieronder is tot de maximaal geboorde diepte van 3,2 m-mv hoofdzakelijk zwak tot sterk siltige klei aanwezig, met plaatselijk zwak tot sterk zandige klei in de ondergrond. De bovengrond (tot 0,5 m-mv) is over het algemeen zwak humeus. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de opgeboorde/opgegraven grond, zoals weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring Boring B01 B02 B04 B09A PB09B B09C
Diepte boring (m -mv) 0,50 2,00 0,50 2,00 3,20 2,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Klei Klei Klei Klei Klei Klei
sporen baksteen sporen slakken sporen baksteen sporen baksteen, sporen grind sporen baksteen, sporen grind sporen baksteen, sporen grind
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het opgeboorde/opgegraven materiaal geen puinbijmengingen of asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen, of zijn er overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Conform de NEN 5725 (bijlage A) blijft de aanname 'onverdacht' zoals gesteld in het vooronderzoek van kracht, omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten en geen asbesthoudend materiaal aanwezig is. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond en grondwater). De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. De kwaliteitseisen voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Binnen de Omgevingswet zijn de meest recente interventiewaarden voor de grond en signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering opgenomen in het Bal. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een werkend toetsingsprogramma om de grond- en grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de grondresultaten indicatief getoetst aan de RBK2022 welke is opgenomen in bijlage 6. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd.
Aangezien ter plaatse van de voormalige watergang in de bovengrond alleen sporen baksteen zijn geconstateerd, is het betreffende monster opgemengd met andere sporen baksteen bevattende bovengrond monsters. In de bovengrond van boring B02 zijn sporen slakken geconstateerd, waardoor van die boring een apart puntmonster is geselecteerd. Hierdoor is uiteindelijk, aanvullend op de strategie ONV-NL, één extra grondmengmonster op een standaard NEN-pakket geanalyseerd. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
14 Tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) Omschrijving Monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen M02 MM03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen slakken Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM04
Bovengrond, klei Zintuigelijk: -
MM05
Ondergrond, klei Zintuigelijk: -
MM06
Ondergrond, klei Zintuigelijk: -
Analysepakket
> AW < I
B01 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) PB09B (0,00 - 0,50 B02 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
< LN
NEN
Ni
-
< LN
NEN
-
-
< LN
NEN
Ni
-
< LN
NEN
Ni
-
< LN
NEN
Ni
-
< LN
OCB
-
-
< LN
OCB
-
-
< LN
B03 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B19 (0,00 - 0,50) PB18 (0,00 - 0,50) B02 (0,50 - 1,00) B02 (1,00 - 1,50) B02 (1,50 - 2,00) B05 (0,50 - 1,00) B05 (1,00 - 1,50) PB09B (0,50 - 1,00) PB09B (1,00 - 1,50) PB09B (1,50 - 2,00) B12 (0,50 - 1,00) B12 (1,00 - 1,50) B12 (1,50 - 2,00) B14 (0,50 - 1,00) B14 (1,20 - 1,50) PB18 (0,50 - 1,00) PB18 (1,20 - 1,50) PB18 (1,50 - 2,00)
Teeltlaagonderzoek MMOCB01 (Oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: baksteen
MMOCB02
Boringen (traject in m -mv)
(Oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
B01 (0,00 - 0,30) B03 (0,00 - 0,30) B05 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30) B12 (0,00 - 0,30) B15 (0,00 - 0,30) B17 (0,00 - 0,30) B19 (0,00 - 0,30)
Resultaten >I
RBK2022
Toelichting bij de tabel 8.2: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); HB Hexachloorbutadieen; AW (Voormalige) achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; RBK2022 Indicatieve toetsing aan de kwaliteitseisen Regeling bodemkwaliteit 2022 (LN= Landbouw/natuur; WO: Wonen; IND: Industrie; MV: Matig verontreinigd; SV: Sterk verontreinigd); Niets aangetroffen / waargenomen.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis PB09B PB18
Filterdiepte (m-mv) 2,20 - 3,20 2,20 - 3,20
GWS (m-mv) 0,73 0,74
pH 7,0 7,2
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
EC (µS/cm) 1245 765
Troebelheid (NTU) 300 752
Analysepakket NEN NEN
>S<I Ba Ba
Resultaten >I -
15 Toelichting bij de tabel 8.3: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S (Voormalige) streefwaarde; I Interventiewaarde (signaleringsparameter); Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit de peilbuizen PB09B en PB18 zijn hogere troebelheden gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (<10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuizen minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). 8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In het mengmonsters MM01 van de sporen baksteen bevattende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei) en mengmonster MM03 van de zintuigelijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei), zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte NEN-parameters ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde (< Landbouw/natuur). In het puntmonster M02 van de sporen slakken bevattende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei) en mengmonster MM04 van de zintuigelijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei), zijn licht verhoogde gehalten aangetoond voor nikkel. Het gehalte overschrijdt de voormalige achtergrondwaarde, maar blijft beneden de interventiewaarde. De overige onderzochte NENparameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde (< Landbouw/natuur). In de mengmonsters MM05 en MM06 van de zintuigelijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv, klei), zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte NEN-parameters ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde (< Landbouw/natuur). Teeltlaagonderzoek In de onderzochte mengmonsters MMOCB01 en MMOCB02 van de (oorspronkelijke) teeltlaag (0,00,3 m-mv, klei), zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte OCB-parameters ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde (< Landbouw/natuur).
Grondwater In de grondwatermonsters uit peilbuizen PB09B en PB18 is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond. Het gehalte overschrijdt de voormalige streefwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde (signaleringsparameter) alsmede onder de index van 0,5. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
16 9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Middels voorliggend verkennend bodemonderzoek is ons inziens de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Leegstraat 18-20 te Winssen in voldoende mate onderzocht. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat voor de algemene bodemkwaliteit de boven- en ondergrond voldoet aan de klasse ‘Landbouw/natuur’. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte voor barium in het grondwater wordt toegeschreven aan een van nature verhoogde achtergrondconcentratie en geeft derhalve ook geen aanleiding tot vervolg. Hoewel zintuiglijk sporen baksteen zijn aangetroffen in de bovengrond, zijn analytisch geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. In de aanvullend onderzochte teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte OCB-parameters ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde en voldoet daardoor aan de kwaliteitseis voor de klasse ‘Landbouw/natuur’. De onderzoeksresultaten vormen ons inziens vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling.
Daarnaast zijn tijdens het onderzoek geen asbestverdachte materialen en/of puinbijengingen aangetroffen, waardoor ons inziens de onverdachte hypothese ten aanzien van het voorkomen van asbest in de bodem gehandhaafd kan blijven. Derhalve is een onderzoek naar asbest niet noodzakelijk in het kader van de voorgenomen herontwikkeling. Bij de eventuele afvoer van de grond en dient rekening te worden gehouden met de resultaten van voorgaande onderzoeken. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen zijn gegaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan.
Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
17 10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2023. NEN 5725:2023, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2023. NEN 5740:2023, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) per 1 januari 2024, Staatscourant, 26 april 2016, nr. 156 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 4. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit 2022, van 18 november 2022, Staatscourant, 19 januari 2023, nr. 1338 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit activiteiten leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 293 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 7. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 8.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit kwaliteit leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 292 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Leegstraat 18-20 te Winssen Rapportnr.: B24.9418 versie: 01 datum: 6 maart 2025
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B24.9418
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2017) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
876
877
878
812
18
811 Grondwal 1m+mv 570
G
ro nd wa
l1 m
+m v
Le
eg str aa t
458
341
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0 1
0
weiland
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
O
50
0 1
0
weiland
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen slakken, neutraalbruin, Edelmanboor
O
50
Klei, zwak zandig, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
Klei, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor
3 150
150
Klei, zwak zandig, donkerbeige, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
B03
Boring:
B04
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0
0 1
weiland
50
50
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
1 50
Boring:
B05
Boring:
B06
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0
0 1
50
50
100
Klei, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor
3 150
150
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
4 200
Projectcode: B25.9418
0
200
1 50
Klei, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor
2 100
getekend volgens NEN 5104
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
0
weiland
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
0
weiland
O
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O 50
Bijlage 3
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0
0 1
weiland
50
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
1
50
50
Boring:
B09A
Boring:
PB09B
Datum:
19-2-2025
Datum: GWS:
19-2-2025 170
0
50
0
weiland
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
0 1
100
100
100
Klei, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor
3 150
150 Klei, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor
200
200
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor
100
150
weiland
2
Klei, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor 150
0
O
50
Klei, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
Klei, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor
4 200
200
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 250
300 320
Boring:
B09C
Boring:
B10
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0
50
0
weiland
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor
100
100
Klei, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor 150
150
Klei, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor 200
Projectcode: B25.9418 getekend volgens NEN 5104
200
0
0 1 50
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O 50
Bijlage 3
Boring:
B11
Boring:
B12
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0
0 1
weiland
50
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
1
50
50
Klei, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor
2 100
100
Klei, zwak siltig, donker beigegrijs, Edelmanboor
3 150
150
Klei, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
B13
Boring:
B14
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0
0 1
weiland
50
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
1
50
Klei, zwak zandig, donker bruinbeige, Edelmanboor
2 100
3
120
4 150
150 5 200
Boring:
B15
Boring:
B16
Datum:
19-2-2025
Datum:
19-2-2025
0
0 1 50
Projectcode: B25.9418 getekend volgens NEN 5104
weiland
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O 50
1 50
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
50
100
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
Klei, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
200
Klei, sterk siltig, matig leemhoudend, donkerbeige, Edelmanboor
0
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O 50
Bijlage 3
Boring:
B17
Boring:
PB18
Datum:
19-2-2025
Datum: GWS:
19-2-2025 170
0
0 1
weiland
50
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
1
50
50
Klei, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor
2 100
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O
3
120
4 150
150
Klei, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
5 200
250
250
Klei, sterk zandig, donker grijsbeige, Edelmanboor 300 320
Boring:
B19
Datum:
19-2-2025
0
0 1 50
Projectcode: B25.9418 getekend volgens NEN 5104
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
O 50
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage 4
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jorrit Heijma De Tweede Geerden 21 5334 LH VELDDRIEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 11
: BURW : B25.9418 : 14245360, versienummer: 1.
Rotterdam, 28-02-2025
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B25.9418. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 11 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Business Unit Manager
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 11
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jorrit Heijma Projectnaam BURW Projectnummer B25.9418 Rapportnummer 14245360 - 1
Orderdatum 19-02-2025 Startdatum 19-02-2025 Rapportagedatum 28-02-2025
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 M02 MM03 MM04 MM05
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 82.3 <1 geen
Ja 81.4 <1 geen
Ja 81.9 <1 geen
Ja 80.3 <1 geen
Ja 77.9 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
2.5
1.8
2.5
2.3
2.7
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
17
23
24
20
26
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
110 0.26 7.1 17 <0.05 24 <1.5 26 73
130 0.30 11 19 <0.05 26 <1.5 36 78
140 0.29 10 18 <0.05 23 <1.5 33 68
120 0.38 10 21 <0.05 27 <1.5 32 77
180 0.22 11 18 <0.05 22 <1.5 39 79
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<0.01 <0.01 <0.01 0.04 0.03 0.02 0.01 0.02 2) 0.02 0.02 1) 0.181
<0.01 <0.01 <0.01 0.02 0.02 <0.01 <0.01 0.01 0.01 0.01 1) 0.105
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.04 antraceen mg/kgds S 0.02 fluoranteen mg/kgds S 0.21 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.12 chryseen mg/kgds S 0.14 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.08 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.13 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.10 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.10 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.947 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds
S S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1 <1
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
005
Blad 3 van 11
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jorrit Heijma Projectnaam BURW Projectnummer B25.9418 Rapportnummer 14245360 - 1
Orderdatum 19-02-2025 Startdatum 19-02-2025 Rapportagedatum 28-02-2025
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 M02 MM03 MM04 MM05
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
005
PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds
S S
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 11
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jorrit Heijma Projectnaam BURW Projectnummer B25.9418 Rapportnummer 14245360 - 1
Orderdatum 19-02-2025 Startdatum 19-02-2025 Rapportagedatum 28-02-2025
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 11
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jorrit Heijma Projectnaam BURW Projectnummer B25.9418 Rapportnummer 14245360 - 1
Orderdatum 19-02-2025 Startdatum 19-02-2025 Rapportagedatum 28-02-2025
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
006 007 008
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM06 MMOCB01 MMOCB02
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 78.4 <1 geen
organische stof (gloeiverlies) organische stof (gloeiverlies)
% vd DS % vd DS
S S
0.6
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
30
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
180 0.27 14 23 <0.05 23 <1.5 44 82
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
006
007
008
Ja 76.3 <1 geen
Ja 70.0 <1 geen
6.3
8.1
<1
<1
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S <0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.02 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.01 chryseen mg/kgds S 0.01 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S <0.01 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.02 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.01 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.108 (0.7 factor) CHLOORBENZENEN hexachloorbenzeen