CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2e regels: Beeldkwaliteitplan

Raadsvergadering 22 november 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het raadsvoorstel bestemmingsplan Dam 8 Ewijk1.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

J»v àÄv\İ

Ťgįjiğ

mm

Wj «

mmtSto: ;V:v» Ã:5. v

.WíP

ki’ |

-«s-v*«Bİ®S

S*ŵ.v

1 r

,v M

I

'f/TWK m

i \y

- frM ľ

i' i .

ŗmsp z V vfiŵií .JE».

■•'■ŞįjáäíSLLTļfş

řJ* V ļ tl l \Vy

-'’''•'Vi

BpTrįf! ^

pi -

Lx-.- pnl m .-.į..; pļ s\

'

'

r

\

V»

Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk buro WAAL BRUG ADVISEURS VOOR DE

LEEFOMGEVING

Februari 2020 Tekst en beelden komen uit het Toetsingskader voor Historische Linten Ewijk, opgesteld door LOS stadomland B.V. en gemeente Beuningen, april 2019.

Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk

Inleiding Ten zuiden van Ewijk, als onderdeel van de randzone van Ewijk, ligt een aantrekkelijk en waardevol gebied met histo­ rische linten. In het Masterplan zijn deze oude linten aange­ wezen als belangrijke dragers die zowel nieuw als oud Ewijk dragen. Kenmerkend aan de oude linten is een doorgaande lijn met gevarieerde bebouwing waar nog heel wat gaten in zitten, doorzichten op het landschap en achterland. Binnen de gemeente Beuningen speelt de vraag omtrent verdichting van de oude linten met woningbouw, waarbij het karakter van de linten bewaard en versterkt dient te worden. Daartoe heeft de gemeente het toetsingskader 'Historische linten Ewijk' in 2019 vastgesteld, dat de initiatieven stroomlijnt, maar zeker ook inspireert.

Toetsingskader 'Historische linten Ewijk' Van nature hebben linten de eigenschap om te verdichten. In het geval van de historische linten van Ewijk willen we het hui­ dige kwalitatieve beeld als het ware "bevriezen". Dit doen we door vast te stellen welke doorzichten, zogenaamde vista's, vrij moeten blijven. Het toetsingskader stelt de kaders waarbinnen ontwikkeld mag worden en geeft kwaliteitsdoelen voor ruimte­ lijke en architectonische ontwikkeling langs de linten. Door enerzijds duidelijke kaders te stellen geven we anderzijds juist ruimte aan nieuwe ontwikkelingen. Het doel is om het historische karakter en de kwaliteit van de linten zoveel moge­

lijk te bewaren en waarborgen door de bestaande bebouwing te handhaven en verspreid aan het lint mogelijkheden te bieden voor nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen worden verspreid, waardoor de natuurlijke groei wordt doorgezet. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee worden de duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust geconserveerd en potentiële bouwers geïnspireerd. Het gaat hier echt om een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zouden kunnen worden. Het vastleggen als blauwdruk gaat voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten.

Waarom een beeldkwaliteitplan? Nu de stedenbouwkundige en landschappelijke randvoorwaar­ den zijn verankerd in het toetsingskader, kan begonnen worden met de uitwerking van de architectuur. En door het beeldkwa­ liteitplan, gelijktijdig bij vaststelling van het bestemmingsplan, als onderdeel van de welstandsnota vast te stellen, kunnen de beeldkwaliteitrichtlijnen ook daadwerkelijk als toetsingscriteria worden gehanteerd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het gewenste eindbeeld vraagt enerzijds om een zekere mate van flexibiliteit en diversiteit bij de nadere uitwerking van de ar­ chitectuur, maar vraagt anderzijds ook om duidelijke spelregels.

Het doel van het beeldkwaliteitplan Het beeldkwaliteitplan geeft in woord en beeld de uitgangspun­ ten voor de uitwerking van de architectonische plannen. Het beeldkwaliteitplan en de daarin gegeven richtlijnen moeten niet als keurslijf worden gezien, maar als aansporing en inspiratie voor de verschillende bij de planontwikkeling betrokken partij­ en. Het schept een kader voor de ontwikkeling van de locatie, garandeert samenhang in het uiteindelijke beeld en vormt een aanzet tot het leveren van een op kwaliteit gerichte inspanning. Het beeldkwaliteitplan is vooral een communicatiemiddel, dat met behulp van beelden en tekst aangeeft wat de 'doelstel­ lingen' zijn ten aanzien van de architectonische kwaliteit en samenhang en waar ruimte ligt voor eigen invullingen. Binnen dit kader is het de uitdaging voor de architect om tot creatie­ ve oplossingen te komen. Het beeldkwaliteitplan mag voor de betrokken partijen geen creatieve beperkingen oproepen, maar moet wel duidelijk randvoorwaarden stellen.

Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk

Bouwmassa en dakvorm Het boerenerf wordt gekenmerkt door eenvoud en functiona­ liteit. Het hoofdvolume van de woningen heeft in principe een rechthoekige vorm met een kap met nok in de langsrichting. De volgende dakvormen zijn mogelijk: * Zadeldaken, met of zonder wolfseind * Schilddaken * Mansarde daken » Asymmetrische daken [voor de toepassing bij schuren en opstallen] Het hoofdvolume van een woning is langgerekt, zodat de rechthoekige vorm die we veel in dit gebied tegenkomen ge­ waarborgd wordt. Langgerekte volumes kunnen ook verkregen worden door bijvoorbeeld twee woningen te schakelen. De woningen liggen dan onder een gemeenschappelijke kap. Door middel van het toepassen van plastiek in de gevel kunnen de woningen onderbroken worden, mits de kap het volume bijeen­ houdt. De nok kan zowel dwars als parallel aan het lint liggen. Bouw­ volumes hebben in basis één laag met ruime kap en kappen bij voorkeur laag aan. Uitzondering hierop is het type van de T-boerderij, die vaak twee lagen met kap hebben. Bij voorkeur onderscheiden naastgelegen woningen (en opstallen) zich van elkaar door middel van goothoogte, nokhoogte en kapvorm.

In principe worden dakoverstekken beperkt, tenzij er wordt gekozen voor een gootloze kap (bijvoorbeeld bij een rieten kap) met infiltratiestrook van grind op maaiveld. Ook dan wordt het dakoverstek tot een minimum beperkt. Dakoverstekken die ont­ staan door het plaatselijk terugleggen van een gevel, binnen het hoofdvolume, zijn wel mogelijk. Goten zijn eenvoudig, bijvoorbeeld met een zinken mastof bakgoot en niet voorzien van een boeiboord. Kopgevels zijn ondergeschikt aan het dakvlak, een boeiboord op de kop past wel binnen de gebiedseigen kenmerken. Ter versiering van de topgevel zien we in de omgeving regelmatig houten details te­ rugkomen in de vorm van een gevelteken in de nok.

De woningen hebben een langgerekt volume

Aan- en bijgebouwen Aanbouwen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het hoofd­ volume. Het maken van een holle knik in het dakvlak is mogelijk, waarbij de kap slepend vanuit het hoofddakvlak ontstaat. Een aanbouw is ondergeschikt aan het hoofdvolume, zowel in om­ vang als in positionering. Bijgebouwen en opstallen zijn altijd voorzien van een kap. Ook deze gebouwen kappen net als de woningen laag aan. Een bijge­ bouw is in de regel ondergeschikt aan de hoofdwoning.

Bouwmassa en dakvorm

Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk

Dakramen, zonnepanelen en dakkapellen Dakopeningen en zonnepanelen worden vlak of verdiept in het dakvlak geïntegreerd. Dit betekent dat ze verzonken liggen in het dakvlak. De plaatsing en detaillering wordt al vroeg in het ontwerpproces meegenomen om verrommeling van de dakvlakken te voorkomen. Lichtstraten die van nok tot gootlijn of maaiveld lopen zijn in principe ook toegestaan, mits het dakvlak intact blijft. Verbijzondering van de kap en het verbeteren van de bruikbaarheid onder de kap kan door middel van de toepas­ sing van dakkapellen. Deze zijn integraal onderdeel van het dak, passend bij de bouwstijl, maar altijd onderschikt aan het dak­ vlak. Kijkt u vooral goed naar referenties in de directe omgeving. Hier zien we dat er vooral gebruikt gemaakt wordt van dakra­ men in plaats van dakkapellen, met als resultaat een rustig dak­ vlak. Wanneer wordt gekozen voor de toepassing van kleinere dakhuizen of grotere dakkapellen, is de compositie van belang. Dakkapellen zijn ondergeschikt aan het dakvlak en slepend van­ uit de nok of het dakvlak. Bij boerderijen zien we dat de gootlijn soms plaatselijk is verhoogd om de doorgang voor bijvoorbeeld landbouwvoertuigen mogelijk te maken of gewoon ter plaat­ se van een voordeur van een woning als de goot echt laag ligt. Indien een gootlijn verspringt ligt deze maximaal 5 meter boven maaiveld.

Materialisering van de daken Daken zijn voorzien van een dak van dakpannen (geen gegla­ zuurde pannen), riet of een ander duurzaam materiaal, zoals bijvoorbeeld hout of leisteen. Kunststoffen zijn uitgesloten. Mits strak gedetailleerd zijn grasdaken ook toegestaan. Een combina­ tie van twee materialen behoort ook tot de mogelijkheden. Gevels en gevelopeningen Gevels en daken van boerderijen zijn over het algemeen vrij gesloten. Een boerderij heeft vaak kleine ramen en op enkele

plaatsen bevindt zich een deur. In de topgevels zien we vaak grote getoogde schuurdeuren, ooit bedoeld voor werktuigen. Uiteraard ligt de verhouding in gevelopeningen bij voor woning bestemde bebouwing anders. De compositie en grootte van de gevelopeningen blijft echter een belangrijk architectuurthema. Gezien de grote contrasten tussen beslotenheid aan de erfzijde en straatzijde en het vrije uitzicht over het landschap is er aan­ leiding om deze afweging mee te nemen in de keuze voor de gevelopeningen. Het ligt bijvoorbeeld voor de hand dat de ge­ velopeningen kleiner zijn aan de besloten zijden van het erf en juist groter waar vrij uitzicht mogelijk is. Het open maken van bijvoorbeeld een oude getoogde schuurdeur biedt interessante kansen voor daglichttoetreding en gevelcompositie. Een bijkomend architectuurthema dat we veel terug zien komen in de bestaande bebouwing langs de linten zijn luiken en deu­ ren. Met horizontale of verticale luiken kan het glasoppervlak, de warmtelast en het uitzicht gereguleerd worden. Ook bieden luiken en deuren kansen om karakteristieke kenmerken van oude boerderijen op een eigentijdse manier toe te passen.

Booiboorden met gevelteken - plastiek in de gevel - gevellijn verspringt

Dakkapel ondergeschikt en slepend - dakramen en gootlijn verspringt zonnepanelen geïntegreerd

Materialisering van de gevels De keuze voor de materialisatie van de gevels gaat uit naar baksteen als basismateriaal, eventueel gecombineerd met gecementeerde plintvlakken. Aangezien de hoofdvorm van het bouwvolume eenvoudig en functioneel is, is de materiaalkeuze van groot belang. De baksteen is warm van kleur, een nuance van rood tot bruin zoals bij de oude boerderijtypes in het plan­ gebied, zo mogelijk rijk aan enige textuur. De keuze voor het formaat staat vrij. Naast de keuze voor een mooie steen speelt ook de detaillering een belangrijke rol, denk hierbij aan details (siermetselwerk) als een rollaag, boerenvlecht en muizentand. Hout en andere duurzame materialen (uitgezonderd kunststof) behoren ook tot de mogelijkheden mits de materiaalkeuze over­ tuigend wordt gecombineerd met baksteen.

Voorbeelden voor de materialisatie van daken

Voorbeelden voor de materialisatie van gevels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=aa73a37b-884b-4549-af54-cde0031442c8