CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 27 Bijlage motivering 26 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) - Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 14.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling TAM-Omgevingsplan ‘Winssen Zuid Fase 1’ Gemeente Beuningen

Datum: Projectnummer:

april 2024 W-22140

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ......................................................................................................................................... 2 1.1

Aanleiding............................................................................................................................... 2

1.2

Juridisch kader ....................................................................................................................... 2

1.3

Opbouw m.e.r.-aanmeldnotitie ............................................................................................... 2

2.

Kenmerken van het project .......................................................................................................... 3 2.1

Algemeen ............................................................................................................................... 3

2.2

De aard en omvang van de activiteit ...................................................................................... 3

2.3

Effecten van de activiteit op het milieu, verontreiniging en hinder ......................................... 4

2.4

Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte technologieën ................................ 4

2.5

Cumulatie met andere projecten ................................................................................................ 4

3.

Locatie van het project ................................................................................................................. 5 3.1

Algemeen ............................................................................................................................... 5

3.2

Het bestaande en toekomstige grondgebruik ........................................................................ 5

3.4

Natuurwaarden in de omgeving van het plangebied en de effecten daarop ......................... 6

4.

5.

Mogelijke aanzienlijke milieueffecten van het project .............................................................. 7 4.1

Algemeen ............................................................................................................................... 7

4.2

Archeologie ............................................................................................................................ 7

4.3

Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................... 7

4.4

Bodem .................................................................................................................................... 8

4.5

Cultuurhistorie ........................................................................................................................ 8

4.6

Ecologie.................................................................................................................................. 9

4.7

Externe veiligheid ................................................................................................................... 9

4.8

Geur ..................................................................................................................................... 10

4.9

Geluid ................................................................................................................................... 10

4.10

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 11

4.11

Verkeer en parkeren ............................................................................................................ 11

4.12

Stikstofdepositie ................................................................................................................... 12

4.13

Water .................................................................................................................................... 12

Conclusie ..................................................................................................................................... 13

1

1.

Inleiding 1.1

Aanleiding

Winssen wordt aan de zuidzijde uitgebreid met een nieuw woongebied 'Winss’n Park. De eerste fase betreft het realiseren van 252 woningen in het noordelijke gedeelte aan de Kennedysingel en de aan de oostzijde van de watergang gelegen percelen, alsmede 7 woningen aan de Leegstraat. Het beoogde initiatief is niet mogelijk op grond van het geldende (tijdelijke) omgevingsplan 'Gemeente Beuningen'. Om de gewenste ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken is een TAMomgevingsplan opgesteld. Onderhavig document voorziet in de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling voor dit TAM-omgevingsplan.

1.2

Juridisch kader

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure. In het besluit neemt de gemeente het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten met bijbehorende motivering op. De gewenste ruimtelijke ontwikkeling van 259 grondgebonden woningen is te categoriseren als een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen', zoals opgenomen onder Nr. J11 in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Hierdoor is de directe m.e.r.-plicht niet van toepassing (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a) maar wel een m.e.r.beoordelingsplicht of sprake is van aanzienlijke milieueffecten (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b). Er moet in de project-m.e.r.-beoordeling rekening worden gehouden met de criteria van bijlage III van de SMB-richtlijn. De beoordeling is opgenomen in deze aanmeldnotitie en beschrijft de milieueffecten van het voornemen (afdeling 11.2 Omgevingsbesluit). De mededeling is vormvrij, maar er zijn wel eisen aan de inhoud.

De motivering moet gebaseerd zijn op een toets die qua inhoud aansluit bij de formele m.e.r.-beoordeling. Het bevoegd gezag moet hier mededeling van doen. Het uiteindelijke doel van de aanmeldnotitie is om na te gaan of een activiteit, plan of besluit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hieruit kunnen twee conclusies naar voren komen: • •

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.- procedure noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen.

1.3

Opbouw m.e.r.-aanmeldnotitie

De m.e.r.-aanmeldnotitie moet een beschrijving bevatten van de kenmerken van het uit te voeren project en eventuele maatregelen die worden genomen. Deze moet voorzien zijn van de eisen van artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit: • • •

de fysieke kenmerken van het gehele project (waaronder omvang en ontwerp); de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; de mogelijke aanzienlijke milieueffecten van het project (en cumulatie van effecten van andere projecten) en de verwachte residuen en emissies en productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke bronnen (waaronder bodem, land, water, en biodiversiteit).

Aan ieder criterium is in deze notitie een hoofdstuk gewijd. In het laatste hoofdstuk van deze notitie komen de conclusies aan de orde. 2

2.

Kenmerken van het project 2.1

Algemeen

In dit hoofdstuk komen naast de algemene gegevens van het project, zoals de locatie en de omvang van de voorgenomen activiteit ook andere kenmerken aan de orde, zoals duurzaamheid, woon- en leefklimaat en verkeersaantrekkende werking.

2.2

De aard en omvang van de activiteit

Aard Het planvoornemen betreft de uitbreiding van Winssen met een nieuw woongebied. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Winssen en bevindt zich globaal tussen de Kennedysingel (noordzijde), de Leegstraat (oostzijde), de Van Heemstraweg (zuidzijde) en een primaire watergang (westzijde). Er worden geen activiteiten en/of bronnen die gevaarcontouren of iets dergelijks veroorzaken gerealiseerd. Ook omgekeerd is geen sprake van activiteiten en/of bronnen in de omgeving die het woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkeling belemmeren. Bovendien wordt gebruik gemaakt van installaties en materialen die in een woonomgeving passend zijn. Omvang De totale ontwikkeling omvat 400 woningen, die in fases worden gerealiseerd, waarbij de onderhavige eerste fase ziet op 259 woningen. Dit betreffen gestapelde woningen en diverse typen grondgebonden woningen.. Ten behoeve van de totale ontwikkeling is een stedenbouwkundig raamwerk uitgewerkt. De woningen zijn hierin voorzien rondom een centrale groen/blauwe loper, waaraan groene leefstraatjes, water leefstraatjes en bijzondere woonsferen worden gerealiseerd. De centraal gelegen watergang is van oudsher aanwezig en komt in de opzet terug.

In het onderhavige plan worden in fase 1 tevens enkele percelen aan de Leegstraat meegenomen, waarlangs conform het vastgestelde structuurmodel Winssen de toevoeging van enkele lintwoningen mogelijk wordt gemaakt.

Stedenbouwkundig raamwerk (d.d. 19 april 2024) 3

2.3

Effecten van de activiteit op het milieu, verontreiniging en hinder

Aanlegfase Bij de aanleg van het plan wordt gebruik gemaakt van niet-hernieuwbare hulpbronnen, zoals fossiele brandstoffen en van natuurlijke grondstoffen als bouwmateriaal, zoals hout en beton. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen. In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer en bouwactiviteiten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Ook in de gebruiksfase betreft het geen ontwikkeling die een onaanvaardbare bron van verkeershinder veroorzaakt voor de directe omgeving. Deze toename van verkeer leidt niet tot onacceptabel hoge intensiteiten op de wegen rondom het plangebied. Gebruiksfase De toekomstige woonfunctie zal zorgen voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. De nieuw te realiseren woningen worden op de gemeentelijke riolering aangesloten. In de gebruiksfase wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van hernieuwbare hulpbronnen. De woningen worden niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en worden ten minste bijna energieneutraal gerealiseerd.

De beoogde inrichting van de openbare ruimte is klimaatbestendig vormgegeven met ruimte voor recreëren en natuur.

2.4

Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte technologieën

Er wordt slechts gebruik gemaakt van installaties en materialen die in een gevoelige voor wonen bestemde omgeving passend zijn. Er worden geen nieuwe activiteiten met gevaarcontouren of aandachtsgebieden gerealiseerd. Ook omgekeerd is geen sprake van activiteiten in de omgeving die het woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkeling belemmert.

2.5

Cumulatie met andere projecten

Cumulatie met andere projecten, dan de ontwikkeling van Winssen Zuid als geheel, is in deze situatie niet aan de orde. In de omgeving van het plangebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten.

4

3.

Locatie van het project 3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk komt de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden in de omgeving aan de orde. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het plan van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • • •

3.2

Het bestaande en het toekomstige grondgebruik; De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de verschillende typen gebieden, zoals: gebieden uit het Natuurnetwerk Nederland; gebieden waarin vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

Het bestaande en toekomstige grondgebruik

Het plangebied valt binnen het (tijdelijke) omgevingsplan 'gemeente Beuningen’. Op basis van het bestemmingsplan Kern Winssen' (dat onderdeel is van het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Beuningen) geldt ter plaatse van het plangebied de bestemmingen 'Agrarisch', 'Wonen - 1', 'Water', 'Groen' en 'Verkeer'. Daarnaast geldt ter plaatse van de watergang en de gronden direct grenzend aan de watergang de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen'. Bovendien is vanwege de molen aan de Molenstraat 37a een deel van het plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 400m'. Ook geldt op basis van het tijdelijke omgevingsplan gemeente Beuningen, ter plekke van het plangebied, het ‘Parapluplan Archeologie’. Waarin het plangebied grotendeels is aangeduid als 'Waarde - Archeologie 4' en deels als 'Waarde – Archeologie 2'. Verder geldt op basis van het tijdelijke omgevingsplan gemeente Beuningen, ter plaatse van het planvoornemen, het ‘Parapluplan Parkeren’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 29 mei 2018. Waarin het plangebied is aangeduid als 'overige zone - rest bebouwde kom'. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende (tijdelijke) omgevingsplan. Om de gewenste woningbouwontwikkeling in het plangebied mogelijk te maken is het noodzakelijk een TAMomgevingsplan vast te stellen.

3.3

Natuurwaarden in het plangebied

Om de natuurwaarden in het plangebied in beeld te brengen is een quickscan ecologie uitgevoerd, waarin is vastgesteld dat het plangebied geschikt leefgebied bevat voor verschillende beschermde soort(groep)en. Naar aanleiding hiervan is vervolg onderzoek uitgevoerd, om de aanwezigheid van verblijfplaatsen en (essentieel) leefgebied vast te stellen, dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen en (essentieel) leefgebied aangetroffen.

5

3.4

Natuurwaarden in de omgeving van het plangebied en de effecten daarop

Natura-2000 gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 0,5 km ten noorden van het plangebied. Vanwege de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitattypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Met de voorgenomen plannen worden de wezenlijke kenmerken en waarden van de natura gebieden of natuurnetwerken niet aangetast. Voor stikstof wordt verwezen naar paragraaf 4.14. Overige natuurgebieden Het plangebied maakt ook geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk of de Groen Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk is gelegen op circa 0,5 km ten noorden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN niet worden aangetast.

6

4.

Mogelijke aanzienlijke milieueffecten van het project 4.1

Algemeen

Bij de potentiële effecten van het project moeten in het bijzonder het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) in overweging worden genomen. Daarnaast moet ook aandacht worden besteed aan het grensoverschrijdende karakter van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect en de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Zie hiertoe ook Bijlage III onder 3 van richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L26).

4.2

Archeologie

De regels voor archeologie zijn opgenomen in de Erfgoedverordening en het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Beuningen (waarvan het bestemmingsplan 'Kern Winssen' onderdeel uitmaakt). Er is een archeologisch bureau- en deels verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Voor het overgrote deel van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor sporen en vondsten van jagers en verzamelaars uit het Paleolithicum en het Mesolithicum en uit de LateBronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Voor het gedeelte van het plangebied aan de Leegstraat 14 geldt een hoge archeologische verwachting voor het (Late-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Voor de andere periodes geldt een lage archeologische verwachting. Wanneer ten behoeve van de toekomstige plannen graafwerkzaamheden plaatsvinden dient het plangebied door de gemeente Beuningen vrijgegeven te worden voor bodemroerende werkzaamheden. Hiertoe worden de benodigde vervolgonderzoeken in de vorm van verkennend en karterend booronderzoek en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.3

Toets Lokaal Nee Beperkt Nog onduidelijk of het effect optreedt. Indien er maatregelen worden genomen, is het effect niet onomkeerbaar.

Bedrijven en milieuzonering

Het voorliggende plangebied is niet gelegen binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein. Uit een inventarisatie van omliggende functies blijkt dat het beoogde woongebied binnen de richtafstand van Willems Winssen en de scouting ligt. Zodoende is voor zowel het bedrijf als voor de scouting een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd, waarvan de resultaten worden besproken in paragraaf 4.9 Geluid. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

7

4.4

Bodem

Er zijn verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd in het plangebied. Ter plaatse van een deel van het plangebied zijn in de toplaag van de vaste bodem plaatselijk maximaal licht verhoogde gehaltes aan zware metalen (met name koper), PCB, DDE en DDT gemeten. De aangetoonde gehaltes hangen waarschijnlijk samen met het voormalig gebruik van de locatie als boomgaard. Ook is als gevolg van het voormalig gebruik van spuitmiddelen een gedeelte van de toplaag binnen het plangebied niet geheel vrij van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast is de bovengrond van delen van het plangebied licht verontreinigd met diverse zware metalen en minerale olie en PAK en licht verhoogde gehalten aan koper, zink, cadmium, kwik, lood. In de ondergrond en in het grondwater zijn deels licht verhoogde gehaltes aan zware metalen en barium aangetoond. Deze gehaltes hebben waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong. De benodigde sanering van de aangetoonde verontreinigingen wordt uitgevoerd bij het bouwrijp maken van het plangebied. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.5

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk, mits de benodigde sanerende maatregelen worden uitgevoerd. Indien de sanerende maatregelen worden genomen, is het effect niet onomkeerbaar.

Cultuurhistorie

Het plangebied bevat geen specifiek benoemde cultuurhistorisch waardevolle objecten of structuren. Met de beoogde ontwikkeling wordt de historische infrastructuur, het Rijksche Straatje, teruggebracht. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling op gepaste afstand van de cultuurhistorische linten gerealiseerd, zodat deze als structurerend kenmerk in het landschap blijft bestaan. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Lokaal Nee Niet aanwezig Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

8

4.6

Ecologie

Middels ecologisch vervolgonderzoek is aangetoond dat binnen het plangebied geen verblijfplaatsen en (essentieel) leefgebied aanwezig zijn. Wel dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: •

De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus; Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.

•

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Gelders Natuurnetwerk of een Groene Ontwikkelingszone. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.7

Toets Lokaal Nee Beperkt, mits maatregelen worden genomen. Aanzienlijke nadelige effecten voor de natuur zijn niet waarschijnlijk. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting. Indien maatregelen worden genomen, is het effect niet onomkeerbaar.

Externe veiligheid

Er is een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour en niet gelegen binnen een brand, explosie of gifwolk aandachtsgebied. Op basis van het advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid van 25 maart 2024 wordt het onderdeel externe veiligheid voor dit plan niet relevant geacht, omdat er in de directe nabijheid van het plangebied geen relevante risicobronnen aanwezig zijn. Voor het onderdeel bluswatervoorziening en bereikbaarheid zijn uitgangspunten meegegeven. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. N.v.t.

9

4.8

Geur

Vanwege veehouderijen in de omgeving van het plangebied is er een onderzoek geurhinder veehouderijen uitgevoerd. Op basis van het geuronderzoek wordt geconcludeerd dat voor de realisatie van het nieuwbouwplan geen beperkingen gelden. Ter plaatse van de geurgevoelige locaties wordt voldaan aan de eisen uit de Omgevingswet. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt en er wordt een acceptabel woon- en leefklimaat mogelijk gemaakt. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.9

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Geluid

Industrielawaai Binnen een deel van het plangebied is de geluidscontour van het bedrijf Willems Winssen en van de scouting gelegen. Zodoende is voor zowel Willems Winssen, als de scouting een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Ten aanzien van Willems Winssen zijn contourlijnen inzichtelijk gemaakt. Het overgrote deel van de beoogde woningen wordt buiten de contour gerealiseerd. Door deze woningen ontstaat er geen belemmering van de bedrijfsvoering vanwege het maximale geluidsniveau. Daarnaast is buiten de contour sprake van een goed woon- en leefklimaat. Binnen de contour kan alleen gebouwd worden als voor Willems Winssen aangepaste voorschriften voor het maximale geluidsniveau in de vergunning worden vastgesteld. Voor dit laatste is niet gekozen. In plaats daarvan is voor de woningen binnen de contour een aanduiding op de verbeelding en regels opgenomen om te borgen dat de betreffende woningen niet eerder gerealiseerd kunnen worden, dan nadat het bedrijf niet meer aanwezig is en er sprake is van een onherroepelijk omgevingsplan voor een activiteit die niet leidt tot hinderuitstraling op de betreffende woningen of als uit onderzoek blijkt dat er geen hinder bestaat vanuit het bedrijf op de woningen.

Voor de scouting heeft het akoestisch onderzoek uitgewezen dat de realisatie van de nieuwbouwwoningen niet leiden tot een beperking van de activiteiten van de scouting. Wegverkeerslawaai Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het geluid op de nieuw te bouwen woningen bedraagt ten hoogste 60 Lden als gevolg van de gemeentewegen. De zuidzijde van het plangebied kent een overschrijding van de standaardwaarde binnen enkele woonblokken. De grenswaarde van 70 Lden wordt niet overschreden. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen wordt niet doelmatig geacht. Middels het treffen van bouwkundige maatregelen kan een goed woonen leefklimaat worden gewaarborgd. Railverkeerslawaai Het voorliggende plangebied is niet gelegen binnen de zone van een spoorweg. Akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai is daarom niet benodigd.

10

Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.10

Toets Lokaal Nee Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Dit geldt ook binnen het plangebied. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Luchtkwaliteit

Het plangebied is niet gelegen in of nabij één van de aandachtsgebieden uit artikel 5.51, lid 2 Bkl. Bovendien geldt dat de ontwikkeling van een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van maximaal 259 woningen mogelijk en draagt zodoende niet in betekenende mate bij aan de verhoging van de luchtverontreiniging. Ook voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied aan de grenswaarden. Op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 voor het monitoringsjaar 2021 (monitoringsronde 2023) bepaald. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5) ter plaatse van het dichtstbijzijnde toetspunt (27364178_20288) op de meest nabij gelegen gemonitorde weg, de A50, niet worden overschreden. De waardes bedragen 25,2 µg/m3 voor NO2, 18,4 µg/m3 voor PM10 en 10,1 µg/m3 voor PM2,5. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.11

Toets Effect buiten het plangebied Ja Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk. Ter plaatse van het plangebied worden de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 niet overschreden. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Verkeer en parkeren

Vanwege de toename van het aantal voertuigbewegingen is er onderzoek gedaan naar de gevolgen voor het omliggende wegennet. De toename van het verkeer leidt niet tot onacceptabel hoge intensiteiten op de wegen rondom het plangebied.. Ten aanzien van parkeren zal binnen het plangebied aan de gemeentelijke parkeernormering worden voldaan. Het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernormen is geborgd in de planregels.

11

Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.12

Toets Effect buiten het plangebied Ja Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk, want het aansluitende wegennetwerk kunnen de als gevolg van de ontwikkeling toegenomen verkeersgeneratie aan. De parkeervraag die de ontwikkeling met zich meebrengt wordt binnen het plangebied op eigen terrein en in openbaar gebied opgelost, zodat ook dit niet ten lasten van de omgeving komt. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Stikstofdepositie

Doormiddel van een stikstofdepositieonderzoek is vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

4.13

Toets Effect buiten het plangebied Ja Niet, danwel nihil Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving en de natuur kunnen worden uitgesloten. Het effect tijdens de gebruiksfase is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Water

Er is een waterhuishoudkundig plan opgesteld waarin het beoogde watersysteem binnen het toekomstige woongebied is doorberekend. Naast de verbreding van de centrale waterloop wordt waterberging gevonden in retentievoorzieningen en verlaagde bermen. Op basis van een grove waterbergingsbalans blijkt dat er voldoende waterberging wordt gecreëerd. Kenmerken van het potentiële effect Criterium Bereik Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte / complexiteit Waarschijnlijkheid

Duur / frequentie / onomkeerbaarheid

Toets Lokaal Ja Beperkt Aanzienlijke nadelige effecten voor de omgeving zijn niet waarschijnlijk, gezien is geborgd dat voorzien dient te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende hemelwaterberging. Het effect is blijvend, maar niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

12

5.

Conclusie Zoals weergegeven aan het begin van deze notitie moet in de m.e.r.-aanmeldnotitie aandacht worden besteed aan de criteria uit bijlage III van richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L26). De criteria luiden als volgt: • kenmerk van de activiteit; • plaats van de activiteit; • kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met bovenstaande omstandigheden). Deze aspecten zijn in voorgaande hoofdstukken aan bod gekomen en hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet van negatieve invloed is op de omgeving. Tevens volgt uit de beschrijving van de te verwachten milieueffecten die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 dat de realisatie van de maximaal 259 woningen niet zal leiden tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Op basis van voorgaande beoordeling wordt geconcludeerd dat de beoogde realisatie van de woningen, gezien de kenmerken, plaats en potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieueffecten veroorzaakt. Er bestaat derhalve geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een m.e.r-procedure dan wel formele m.e.r.-beoordelingsprocedure.

Op basis hiervan wordt het bevoegd gezag dan ook geadviseerd om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.beoordelingsprocedure voor onderhavige ontwikkeling.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=864874d9-af71-47a5-a4b4-2ee87bd8aec0