Bijlage 25 Bijlage motivering 24 Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten
Tekst van het document
Historisch vooronderzoek OO Winssen Zuid
Kennis- en
adviescentrum
Detectie
Historisch
Benaderen en
Risicoanalyse
Offshore
vooronderzoek
veiligstellen
Vliegtuigberging
Archeologie
Sanering
Pagina 2 van 70
Voorwoord Achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten (OO) op uw projectlocatie, wat zijn de risico’s, waar liggen de verantwoordelijkheden?
In de bodem waarop wij werken, wonen en recreëren is nog een aanzienlijke hoeveelheid OO uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog aanwezig. De aanwezigheid van deze oorlogsresten kan gevaar opleveren voor mens, dier en omgeving bij de ontwikkeling van infrastructurele werken en bouwprojecten.
Ons team van gepassioneerde medewerkers kan voor u bepalen of een plangebied verdacht is op de aanwezigheid van oorlogstuig en zo ja, welke OO nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Om het
uiteindelijke onderzoeksgebied te definiëren bepalen wij zorgvuldig zowel de horizontale als de verticale
afbakening van het verdachte gebied. Onze toegevoegde waarde dient maar één doel: het beheersbaar maken van de risico’s die optreden, mocht een OO alsnog tot uitwerking komen. Wij nemen adequate maatregelen om deze risico’s aanvaardbaar te maken, zodat het restrisico zo laag is als redelijkerwijs
mogelijk. Redelijkerwijs impliceert dat, dat het al dan niet nemen van de mogelijke beheersmaatregelen wordt bepaald door kosten van de maatregelen tegenover de voordelen van de te behalen risicovermindering.
Het vermogen te innoveren, technieken en equipment te ontwikkelen brengt ons dagelijks op een hoger
niveau, waardoor u als klant verzekerd bent van de economisch meest voordelige uitvoeringswijze. Onze aanpak is succesvol gebleken, we passen deze dagelijks toe met een team van ruim 30 specialisten die zowel de land- als de waterbodem onderzoeken.
Ons werkgebied is voornamelijk Nederland, België, Duitsland, de Noord- en de Oostzee. Met de nieuwste en meest geavanceerde technologieën en veel kennis van geofysica onderzoeken we nauwkeurig en doelmatig uw plangebied om uiteindelijk een certificaat af te geven zodat u veilig de geplande werkzaamheden kunt uitvoeren.
Uw veiligheid is onze zorg, natuurlijk… DEN OUDEN BODAC B.V.
The UXO Clearance Company
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 3 van 70
Projectinformatie Datum:
30-05-2024
Versie:
1
Documentnummer:
240530_H24023_VOB_01
Opdrachtgever:
Jansen Bouwontwikkeling B.V. & Van de Klok
Voor akkoord Den Ouden Bodac B.V.
Den Ouden Bodac B.V.
Den Ouden Bodac B.V.
Opdrachtgever
Naam
Functie
Dhr. L. (Luc) van Rooi
Historicus
Dhr. D. (Daan) van Alphen
Historicus
Dhr. R. (Roy) Maas
Projectleider
Dhr. R. (Rob) Goetheer
Projectmanager
Datum
Handtekening
30-05-2024
30-05-2024
30-05-2024
Distributielijst Jansen Bouwontwikkeling B.V. & Van de Klok Den Ouden Bodac B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch,
door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 4 van 70
Inhoudsopgave 1
Samenvatting
6
2
Inleiding
7
2.1
Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema
2.3
Onderzoeksmethode
2.2
2.4
3
8
Kwalificatie onderzoeksteam
9
Projectscope 3.1
4
7
Doelstelling
Onderzoeksgebied
8
11 11
Onderzoek conflictperiode
13
4.1
Eerder uitgevoerd onderzoek
13
4.3
Literatuur
4.2
Stafkaart Kadaster
4.4
4.4.1
4.4.2
4.4.3
4.4.4 4.4.5
4.4.6 4.5
4.5.1
4.5.2
4.5.3
4.5.4 4.6
4.6.1
4.6.2 4.7
Nationale archieven
13
15 15
Gemeentelijk en provinciaal archief
15
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)
16
Nationaal Archief (NA) te Den Haag
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD) Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)
Internationale archieven
Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau
15
16
17
17
20
20
The National Archives (TNA) te Londen
20
Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa
23
The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C. Luchtfotoanalyse Methodiek
Selectie beeldmateriaal
Conclusie onderzoek conflictperiode
23 23
25
26
26
5
Conclusie en advies
27
6
Leemten in kennis
28
Bijlage 1. Inventarisatiekaart en OO-Bodembelastingkaart
29
Bijlage 2. Indicatietabel onderzoek conflictperiode en luchtfotoanalyse
32
Bijlage 3. Certificering
36
Bijlage 4. Uitgangspunten afbakening
37
Bijlage 5. Toelichting verplichte en aanvullende bronnen
45
Bijlage 6. Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal
48
Bijlage 7. Protocol Toevalstreffer OO
64
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 5 van 70
Bijlage 8. Processchema onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten
65
Bijlage 9. Hoofdgroepen van Ontplofbare Oorlogsresten
66
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 6 van 70
1
Samenvatting
In opdracht van de samenwerking Jansen Bouwontwikkeling & Van de Klok heeft Den Ouden Bodac B.V. een historisch vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO)
uitgevoerd ter plaatse van het uitbreidingsplan ‘Winssen Zuid’ met kenmerk H24023. Naar aanleiding van de geplande uitbreiding is een aanvraag gedaan voor deze bureaustudie.
Is het onderzoeksgebied of zijn delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en is er daardoor
een verhoogd risico op het aantreffen van OO? Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn er
geen feitelijke indicaties gevonden voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen of rondom het onderzoeksgebied. Derhalve is het hele het onderzoeksgebied aangeduid als ’onverdacht’. Zie hiervoor de OO-Bodembelastingkaart in Bijlage 1.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 7 van 70
2
Inleiding
In de Tweede Wereldoorlog alleen al is naar schatting twaalfduizend ton aan explosieve stof door
vliegtuigen afgeworpen. Ervaringscijfers geven aan dat ongeveer tien tot vijftien procent van deze
afgeworpen Ontplofbare Oorlogsresten om diverse redenen niet zijn gesprongen. Daarnaast zijn grote
hoeveelheden munitie door grondgeschut en handvuurwapens verschoten, waarvan eveneens een deel
niet of slechts gedeeltelijk is gedetoneerd. Vooral op locaties waar destijds zwaar gevochten is, komen nog veel van deze ‘blindgangers’ in de bodem voor. Den Ouden Bodac B.V. maakt gebruik van academisch
geschoolde medewerkers en moderne opsporingsmethoden om de OO te vinden en te verwijderen. Zo zorgen wij ervoor dat een veilig te bewerken (bouw)terrein overgedragen kan worden aan onze opdrachtgever.
2.1
Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema
Naar aanleiding van de oorlogshandelingen, ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, bestaat er een mogelijkheid tot het spontaan aantreffen of toucheren van OO tijdens het uitvoeren van
werkzaamheden in de (water)bodem. Hierdoor ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico door het mogelijk ongewenst tot (uit)werking treden van dit militair wapentuig. Dergelijke ongecontroleerde
uitwerkingsgevolgen kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materiaal en omgeving tot gevolg
hebben. Daarnaast kunnen spontane vondsten van OO resulteren in stagnatie en meerwerkkosten van de uitvoeringswerkzaamheden.
Om bovenstaande situaties te voorkomen dient een werkgever de risico’s van de werkzaamheden vooraf
te inventariseren en te evalueren. Deze zogenoemde risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) is zeker voor bouw gerelateerde activiteiten (werkzaamheden in of op de (water)bodem) noodzakelijk. 1 Tijdens het
ontwerpen van het werk moeten de risico’s in beeld worden gebracht (V&G voorbereidingsfase),
waaronder mogelijke OO in de bodem. Door de privatisering van het opsporen van OO, ontstond de behoefte aan normalisatie en regelgeving gericht op kwaliteit en veiligheid. Dit resulteerde in de certificatieplicht in het Arbobesluit.
Deze plicht resulteerde allereerst in het Beoordelingsrichtlijn van het Procescertificaat Opsporen
Conventionele Explosieven (BRL-OCE) en vervolgens in het Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). 2 De aspecten vooronderzoek en
risicoanalyse maakten deel uit van deze laatstgenoemde wet- en regelgeving. Hierin werden al een aantal eisen gesteld aan het onderdeel Historisch vooronderzoek. Vanwege de aangekondigde wetswijziging trachtte de Stichting Certificering Vuurwerk en Explosieven, in samenwerking met de VEO en andere belanghebbende partijen, vanaf 2015 de kwaliteitsborging van certificering te benadrukken. In deze
wetswijzigingen werden het vooronderzoek en de risicoanalyse niet langer als noodzakelijk geacht om
onder een wettelijke certificering te vallen. Naast het wettelijk WSCS-OCE, werd het besluit genomen een
privaat schema te ontwikkelen waarin de werkzaamheden van Vooronderzoek CE en Risicoanalyse CE zijn opgenomen. Het behandelvoorstel en eindconcept werden in 2017 voorgelegd aan het CCvD-OCE. 3
Vanwege de wijzigingen in het Arbobesluit op 28 november 2019 (waarin de term ‘Conventionele
Explosieven’ is vervangen door de term ‘Ontplofbare Oorlogsresten’) besloten de belanghebbende partijen
om een vernieuwd certificatieschema aan het CCvD voor te leggen. Dit resulteerde in het
‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’. 4 Deze vrijwillige
Zie voor meer informatie: www.explosievenopsporing.nl Tot 31 december 2020 was het WSCS-OCE opgenomen in Bijlage XII van de Arbeidsomstandigheden met oude eisen van de certificering. 3 SCVE, ‘7SCVE-SEC.11124.V’ (29 mei 2017). 4 VOMES, ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’ (8 februari 2021). 1
2
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 8 van 70
certificering valt dus niet binnen een wettelijk kader en derhalve zal de inhoud en methode van een
Historisch vooronderzoek OO enigszins kunnen variëren. Per 1 januari 2021 is het nieuwe, wettelijk verplichte Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (opsporing) in werking getreden. Daarbij is
(gelijktijdig) het vrijwillige Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten in
werking getreden. 5 Den Ouden Bodac B.V. zal dit Historisch vooronderzoek OO dan ook uitvoeren conform
de meest recente versie van het certificatieschema.
2.2
Doelstelling
Den Ouden Bodac B.V. werkt voorliggende rapportage uit conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). Dit schema beschrijft de doelstelling van een
Historisch vooronderzoek OO en een Risicoanalyse OO. Het voorliggende onderzoek heeft als doel om te
beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van OO, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Dit volgens het certificatieschema genoemde ‘onderzoek
conflictperiode’ bestaat uit het inventariseren, analyseren en beoordelen van bronmateriaal. De gevonden
geografisch herleidbare indicaties en contra-indicaties worden vervolgens getoetst op relevantie. Op basis hiervan zal gemotiveerd worden vastgesteld of er mogelijk sprake is van een op OO verdacht gebied, en zo ja, dan zal de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke munitieartikelen beschreven worden. 6
2.3
Onderzoeksmethode
Leidraad voor het vaststellen van de onderzoeksmethode is het CS-VROO. Verder is voorliggend document
opgesteld conform het DO BMS, P01500 documentbeheer en ISO9001 kwaliteitssysteem. Voor het opstellen
van een conclusie is het bronmateriaal essentieel. De organisatie verzamelt indicaties en contra-indicaties aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en een luchtfotoanalyse. De onderzoeksmethode met betrekking tot de luchtfotoanalyse wordt in Paragraaf 4.6 uiteengezet. Inzake het bronmateriaal zullen
verscheidene uitgangspunten worden geëvalueerd. Een toelichting op verplichte en aanvullende bronnen, beschreven in het CS-VROO, staat in Bijlage 5 van deze rapportage. Naar aanleiding van het CS-VROO zal
beoordeeld worden of bepaalde oorlogshandelingen een relevante indicatie vormen voor de mogelijke
aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Hier mag echter gemotiveerd van worden afgeweken. De gevonden indicaties en contra-indicaties uit voornoemd bronmateriaal dienen een locatieverwijzing te
hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van oorlogstuig in het onderzoeksgebied. Bij gebruikmaking van indicaties of contra-indicaties uit geschreven bronnen, behoren de verwijzingen ongewijzigd in de rapportage over te worden genomen. Deze locaties moeten vervolgens vertaald worden naar een plaatsbepaling in de huidige topografie. Indien er
onduidelijkheid is over de locatie van indicaties of contra-indicaties zal dit eveneens gedocumenteerd worden.
Vervolgens zullen alle relevante indicaties beoordeeld worden op betrouwbaarheid. Gecontroleerd wordt of de informatie van desbetreffende indicatie uit een primaire of secundaire bron komt, of de
informatiebron op zichzelf betrouwbaar is met betrekking tot de beschreven feiten en of de gevonden
informatie overeenkomt met dezelfde OO-gerelateerde indicaties uit andere bronnen. Op basis van het
onderzoek zal een conclusie worden getrokken of er binnen een onderzoeksgebied wel of geen verhoogde kans is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Bij het vaststellen van de conclusie ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ worden enkele uitgangspunten gehanteerd. Een verhoogde kans op OO wordt
geconstateerd wanneer er specifieke meldingen zijn van de aanwezigheid van munitieartikelen of wanneer ‘Certificatie Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten’, < https://www.vomes.nl/certificatie/certificatie-vooronderzoek-enrisicoanalyse-oo/> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. 6 De gevonden indicaties zullen beoordeeld worden op de aannemelijkheid van de aanwezigheid van OO. Enkel door detectie kan de daadwerkelijke aanwezigheid van munitieartikelen vastgesteld worden. 5
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 9 van 70
Den Ouden Bodac B.V. een beredeneerde inschatting maakt over de aanwezigheid van
oorlogshandelingen. Aan voorgenoemde constateringen wordt de conclusie ‘verdacht’ gekoppeld. Benoeming van hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm,
ontstekingsinrichtingen en aantal (afwerpmunitie) van de mogelijke OO is noodzakelijk. Daarnaast
hanteert de bureaustudie een horizontale en verticale afbakening bij een verdacht verklaarde locatie. Deze
afbakeningen worden vastgesteld op basis van de ‘nadere bepalingen voor het beoordelen van
bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied’, behorende bij het CS-VROO. Deze nadere
bepalingen, bekend onder kenmerk CS-VROO-02, stellen geen eisen aan de certificaathouder aangezien
gemotiveerd van deze nadere bepalingen mag worden afgeweken. De horizontale afbakening wordt in het systeem ArcGIS Pro verwerkt, waarbij Den Ouden Bodac B.V. gebruik maakt van het Rijksdriehoeksstelsel
(RD) als coördinatensysteem. In de rapportage dient bij het bepalen van de verticale afbakening rekening te worden gehouden met hoofdsoort, gewicht en kaliber. Daarnaast zal, voor het berekenen van de
indringingsdiepte bij afgeworpen munitie, gebruik worden gemaakt van het Ontwerp Voorschrift Bepaling
Indringingsdiepte Conventionele Explosieven. 7
2.4 Kwalificatie onderzoeksteam Het Historisch vooronderzoek OO en alle ArcGIS Pro werkzaamheden zijn uitgevoerd door historicus dhr. L.
(Luc) van Rooi (MA) en historicus dhr. D. (Daan) van Alphen (MA). Deze rapportage is in samenspraak en onder verantwoording van dhr. R. (Roy) Maas, projectleider van Den Ouden Bodac B.V., voltooid. Expertises conform deskundigheidseisen CS-VROO
Naam
Dhr. L. (Luc)
Dhr. D.
Dhr. R. (Rick)
Dhr. M.
(MA)
Alphen (MA)
Gunnewiek
Bommel
van Rooi
Historicus
(Daan) van
Historicus
Klein
(MA)
Historicus
Dhr. R. (Roy) Dhr. D.
(Martijn) van Maas
(Dennis)
Naumann
(MA)
Historicus
Functie
Projectleider Senior opsporing
Deskundige
-
OOO
Expertises Historisch
-
-
-
-
-
-
Civiele techniek
-
-
-
-
-
Risicoanalyse
-
-
Luchtfoto-
-
-
onderzoek Deskundigheid ontplofbare oorlogsresten
interpretatie
7
Deltares, ‘Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven’, 1210497-000, 2015.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 10 van 70
Geografische
Informatiesystemen Tabel 1: Expertises Vooronderzoek en Risicoanalyse.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
-
-
Pagina 11 van 70
3
Projectscope
Ter plaatse van het bouwplan ‘Winssen Zuid’ zijn grondroerende werkzaamheden gepland, namelijk de bouw van een nieuwe woonwijk. Om inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft Jansen
Bouwontwikkeling B.V. & Van de Klok aan Den Ouden Bodac B.V. opdracht verleend tot het uitvoeren van
een Historisch vooronderzoek OO naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO).
Zoals gecommuniceerd met de opdrachtgever, middels de door Den Ouden Bodac B.V. opgestelde offerte,
zal deze bureaustudie het kenmerk ‘H23023’ betiteld als ‘Winssen Zuid’ krijgen. 8
3.1
Onderzoeksgebied
Teneinde een gefundeerde uitspraak te kunnen doen omtrent de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied is door Den Ouden Bodac B.V. een buffer geformuleerd met een straal van 150.00 m1. Binnen deze straal worden alle voor het onderzoek relevante gebeurtenissen
meegenomen in deze bureaustudie. Het onderzoeksgebied valt onder de gemeente Beuningen in de
provincie Gelderland. Het te ontwikkelen gebied wordt ingesloten door de straten Van Heemstraweg, Geerstraat, Leegstraat en Kennedysingel. Verder bestaat het onderzoeksgebied grotendeels uit
landbouwgrond. Middels kaartmateriaal is het onderzoeksgebied met buffer op de navolgende pagina in kaart gebracht (240529_H24023_OG_01).
Email correspondentie tussen dhr. R. (Goetheer) en dhr. L. van Rooi (Den Ouden Bodac B.V.) conform offerte met kenmerk 240410_C24132_OB_02 verzonden op 10 april 2024. 8
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 13 van 70
4
Onderzoek conflictperiode
Het onderzoek conflictperiode zal op basis van primaire en secundaire bronnen vaststellen of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Alvorens deze bronnen
geraadpleegd kunnen worden, zal een inventarisatie plaats moeten vinden van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken ter plaatse van het onderzoeksgebied.
4.1
Eerder uitgevoerd onderzoek
Conform het CS-VROO dient bij aanvang van het onderzoek te worden nagegaan of er in het verleden onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van OO, en zo ja, te worden gerapporteerd op welke
wijze(n) deze informatie wordt betrokken bij het onderzoek. Voor dit vooronderzoek is navraag gedaan bij de gemeente Beuningen en de Vereniging voor Explosievenopsporing. Er zijn geen onderzoeken in de omgeving van het onderzoeksgebied bekend.
4.2 Stafkaart Kadaster Ten behoeve van het bronnenonderzoek is kennis van de toenmalige topografie ten tijde van mogelijke
oorlogshandelingen noodzakelijk. Met behulp van topografische kaarten van het Kadaster en ArcGIS Pro kan de oude situatie geprojecteerd worden op de huidige locatie. 9 Hiermee kunnen – uit het huidige
kaartmateriaal - verdwenen toponiemen worden achterhaald en gebruikt in het brononderzoek. Op het historische kaartmateriaal staan diverse toponiemen beschreven, zoals:
Winssen.
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog viel het onderzoeksgebied onder de gemeente Ewijk. Derhalve dienen de archieven van deze gemeente geraadpleegd te worden, alsmede het provinciale archief van Gelderland.
Onderstaande afbeelding geeft de topografische stafkaart weer die werd gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog (240529_H24023_HIS_01).
Kadaster, Stafkaart Druten, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, sheet 5 SE; Kadaster, Stafkaart Druten, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, sheet 6 SW..
9
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 15 van 70
4.3 Literatuur Voor het onderzoek is relevante literatuur geraadpleegd. Het betreft zowel standaardwerken als eventuele
specifieke lokale en regionale schriftuur. In deze literatuur kunnen indicaties worden gevonden die
herleidbaar zijn tot het onderzoeksgebied. In het chronologisch overzicht in Bijlage 2 zal de relevantie en
herleidbaarheid verder onderzocht worden. De lijst met geraadpleegde literatuur, websites en alle andere geraadpleegde bronnen is te vinden in Bijlage 6.
4.4 Nationale archieven Ten behoeve van het onderzoek zijn nationale en internationale archieven onderzocht. In de archieven is voornamelijk aandacht besteed aan documenten van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde OO, oorlogsschaderapporten, oorlogsdagboeken, gevechtsverslagen van
verschillende legeronderdelen en eventuele naoorlogse werkzaamheden. Waar aanwezig zijn relevante
indicaties in het onderzoek meegenomen. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken bevindt zich in Bijlage 6. 4.4.1
Gemeentelijk en provinciaal archief
In het Regionaal Archief Nijmegen zijn archiefstukken geraadpleegd uit de toegang 751 Gemeentebestuur Ewijk 1818-1980. In het Gelders Archief te Arnhem zijn provinciale documenten ingezien. Er zijn diverse dossiers geanalyseerd uit het archief van het provinciaal Militair Gezag, zijnde 1037 Militair Gezag in
Gelderland. Het Militair Gezag (MG) was het dagelijks bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland namens de Nederlandse regering in Londen tot aan de overdracht van deze gebieden aan
voorgenoemde regering. Het MG moest het door zuiveringen, collaboratie en oorlogshandelingen ontstane vacuüm in het burgerlijke gezagsapparaat opvullen. Het orgaan hield zich bezig met herstel van het land en handhaving van de veiligheid. Onderwerpen als de luchtbeschermingsdienst, het herstellen van
oorlogsschade en de explosievenopruiming vielen hier tevens onder. Deze onderwerpen kunnen relevant zijn voor het onderzoek. Tenslotte zijn relevante stukken geraadpleegd van het Provinciaal Bestuur, zijnde 0044 Tijdelijk Provinciaal Bestuur in Gelderland, alsmede van de Commissaris van de Koningin in de provincie Gelderland, zijnde 3125 Commissaris van de Koningin in Gelderland. 4.4.2
Nationaal Archief (NA) te Den Haag
2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 19371946 / In het Nationaal Archief zijn documenten van het archief 2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse
Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de
Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking. Dat leidde tot de oprichting van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de
luchtbescherming sterker onder controle van de bezetter. Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren rapportages over luchtactiviteiten en informatie over de organisatie van de luchtbeschermingsdienst.
2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 19451974 / Naast bovengenoemd archief zijn documenten van de Korps Hulpverleningsdienst bestudeerd, te
weten 2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 1945-1974. Op 21 juli 1947 werd de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) enkel belast met ruimingen
van militaire objecten, voorheen functioneerde dit orgaan tevens in de civiele sector. De Korps
Hulpverleningsdienst was vanaf bovenstaande datum als aanspreekpunt en verantwoordelijke organisatie aangewezen voor het ruimen van explosieven in de civiele sector. Vanaf 1 januari 1948 werd deze
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 16 van 70
organisatie eveneens verantwoordelijk voor militaire objecten. 10 Rond 1971 werden taken, zoals het ruimen van geïmproviseerde explosieven, overgedragen aan de Explosieve Opruimingsdienst (EODD). Met het
raadplegen van dit archief tracht Den Ouden Bodac B.V. inzicht te krijgen in mogelijke ruimingen tussen
1946 en 1971. Specifieke informatie uit de periode waarin de Korps Hulpverleningsdienst actief was, is
vermoedelijk wel gedocumenteerd, maar vervolgens vernietigd of niet zodanig gearchiveerd dat deze
informatie nog vindbaar is. In het archief zijn derhalve alleen krantenberichten over de werkzaamheden van het Korps geraadpleegd.
2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) / Tevens is het archief 2.13.25 Archief van het
Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) ingezien. Relevante indicaties over de luchtbeschermingsdienst van de vijftien secties van Nederland kunnen aanwezig zijn in deze documentatie.
2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) / Ook
documenten uit het archief 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 –
Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) zijn gecontroleerd op relevante indicaties. Op 14 mei 1940 werd de zetel van de
Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd. Hiermee werd ook het Ministerie van Defensie (later Ministerie van Oorlog) in Londen ondergebracht. Het ministerie hield zich bezig met luchtvaart, militaire
operaties en inlichtingen uit Nederland. Informatie met betrekking tot deze taken kunnen relevant zijn voor deze bureaustudie.
2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde
archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie- Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 / Tot slot is het archief 2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen
afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie- Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 geraadpleegd. De voornaamste taken van de Commissie van Proefneming waren het plannen, uitvoeren en verslag uitbrengen van de resultaten van fabricage, ontwikkelingsproeven van
munitie en wapens. Daarnaast ontwikkelde en verbeterde de Commissie de beproevingmethoden en procedures van wapens en munitie. In 1939 werd de Commissie in verband met het opheffen van de Normaal Schietschool uitgebreid. Deze werd vervolgens opgeheven met ingang van 15 juli 1940. 4.4.3
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)
In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is allereerst het zogenoemde bunkerarchief geraadpleegd, te weten 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken. Dit archief vermeld Duitse verdedigingswerken op nationaal niveau. 4.4.4
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD)
In het Nederlands Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidestudies te Amsterdam zijn meerdere archieven bestudeerd, zoals 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und
Polizeiführer Nord-West). Toen Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zich in mei 1940 in Nederland
vestigde liet hij zich bijstaan door vier Generalkommissare met bijbehorend apparaat voor belangrijke onderdelen van het bestuur. De Generalkommissar für das Sicherheitswesen was leider van de SS-
organisatie in Nederland. Het archief betreft documentatie van deze organisatie. Daarnaast is het archief 216k Departement van Justitie geraadpleegd. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling Luchtbescherming, bevinden zich hier rapporten en correspondentie van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d.
10
J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004), 90.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 17 van 70
4.4.5
Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk
In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD)
verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van het MMOD bevindt zich bij het Semi-Statisch Informatiebeheer van het Ministerie van Defensie in Rijswijk. Het
archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten van Nederlandse gemeenten. In sommige gevallen is deze informatie omtrent munitieruimingen in de naoorlogse jaren 1945-1947
eveneens aanwezig in de betreffende gemeentearchieven. Voor het huidige onderzoek is gezocht op vermeldingen van de gemeente Ewijk en plaatsen Winssen en Ewijk. 4.4.6
Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)
Ten behoeve van het onderzoek conflictperiode en na-conflictperiode is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) te Soesterberg bestudeerd. In 1971 heeft de EODD de taak voor het
ruimen van aangetroffen OO van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen. Pas vanaf dit jaar zijn alle meldingen van aangetroffen en geruimde explosieven
bijgehouden. Tot 1990 werden deze ruimingen ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s) genoemd. Tegenwoordig worden de ruimingen omschreven als ‘Werkopdrachten’ (WO’s) of
‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s). Een nadeel van deze bron is de onvolledigheid van meldingen of ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 bij de EODD of het SIB. Over de periode 2010-2023 zijn de meldingen
digitaal raadpleegbaar bij de EODD. Voor deze bureaustudie is gezocht op vermeldingen van de voormalige gemeente Ewijk en plaatsen Ewijk en Winssen.
MORA’s (Melding, Opdracht, Ruimrapportage en Afdoening) en UO’s (Uitvoeringsopdrachten) / Den Ouden Bodac B.V. heeft een overzicht van de EODD ontvangen van de MORA’s/UO’s binnen en nabij het
werkgebied. Ten behoeve van voorliggend onderzoek wordt een buffer van 250.00 m1 rondom het werkgebied gehanteerd, waarbinnen alle MORA’s en UO’s worden ingetekend. Deze meldingen
ondersteunen het onderzoek doordat ze een nauwkeuriger beeld geven van de oorlogshandelingen (beschietingen, grondgevechten en bombardementen) die hebben plaatsgevonden.
Zowel in de database als in de ruimrapporten zijn de locatieomschrijvingen dikwijls summier beschreven. Dit betekent dat de betreffende locaties meestal slechts indicatief kunnen worden ingetekend op de Inventarisatiekaart in Bijlage 1. Om het verschil in nauwkeurigheid enigszins aan te geven maakt Den
Ouden Bodac B.V. onderscheid tussen munitieruimingen op adresniveau en op straat(naam)niveau. Hierbij dient opgemerkt te worden dat ook een munitieruiming op adresniveau als indicatief moet worden
beschouwd, omdat de exacte locatie meestal niet herleidbaar is uit de rapporten. Om de gevonden plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps en ArcGIS Pro. In Bijlage 6
Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal is een tabel opgenomen met daarin de geraadpleegde MORA’s
welke relevant zijn voor het onderzoeksgebied. Deze ruimingen zijn in het kaartmateriaal op de navolgende pagina inzichtelijk gemaakt (240529_H24023_EODD_01).
Binnen het onderzoeksgebied zijn zover bekend geen munitieruimingen gedaan door de EOD sinds 1971.
Binnen de buffer daarentegen zijn in 1971 en 2018 wel twee ruimingen uitgevoerd. Dit betrof respectievelijk de ruiming van een rookgranaat van een 25 ponder en lege oefenhandgranaat Nr 6c1 (Oud-Hollands).
Deze vondsten houden geen verband met de mogelijke aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Er zijn daarvoor geen indicaties aangetroffen in het geschreven feitenmateriaal.
Mijnenveldregister / Naast het overzicht van de UO’s heeft Den Ouden Bodac B.V. het mijnenveldregister geraadpleegd. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de strijdende partijen gebruik van
mijnenvelden. Het type (antitankmijn of antipersoneelsmijn) en het aantal gelegde mijnen was afhankelijk van de functie van het mijnenveld. Mijnen werden onder andere gelegd voor de verdediging en vertraging
van de opmars van troepen. In de jaren direct na 1945 zijn de Duitse en geallieerde mijnenvelden geruimd, waarbij niet altijd alle geplaatste mijnen konden worden terug gevonden. Sindsdien zijn op of nabij de www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 18 van 70
locaties van voormalige mijnenvelden nog sporadisch mijnen aangetroffen. In sommige gevallen werden zelfs grote aantallen mijnen gevonden, doordat de als ‘geruimd’ aangemerkte mijnen destijds niet zijn afgevoerd of vernietigd, maar ter plaatse begraven of gedumpt. De EODD beschikt over een collectie mijnenlegrapporten en mijnenruimrapporten uit de periode 1944-1947. Den Ouden Bodac B.V. heeft
navraag gedaan of er ter plaatse van het onderzoeksgebied mijnenvelden waren gedocumenteerd. Uit de door de EODD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen mijnenvelden in het onderzoeksgebied waren geregistreerd.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 20 van 70
4.5 Internationale archieven Den Ouden Bodac B.V. beschikt over gegevens uit internationale archieven welke, conform CS-VROO, voor dit onderzoek zijn geraadpleegd. Het betreft documenten uit het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau, The National Archives (TNA) te Londen, The National Archives and Records
Administration (NARA) te College Park (Washington D.C.) en The Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa. 4.5.1
Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau
Ten behoeve van het onderzoek heeft Den Ouden Bodac B.V. onderzoek gedaan in het Militärarchiv, dat
ondergebracht is in het Bundesarchiv te Freiburg am Breisgau. Dit archief beschikt over documenten van het Duitse rijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Archiefstukken van organisaties als de Waffen-SS,
Kriegsmarine en Wehrmacht zijn beperkt bewaard gebleven. Door verschillende oorlogshandelingen zijn de documenten ernstig beschadigd. 11 Derhalve blijven slechts enkele archieven over die van betekenis kunnen
zijn voor het onderzoek. Een voorbeeld is de collectie van Lageberichte, te weten RL 2-II Generalstab der
Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab en RM-7 Seekriegsleitung der Kriegsmarine. Deze dagelijkse rapporten
geven een korte beschrijving van oorlogshandelingen (voornamelijk bomafworpen) door heel Nederland voor de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941. 4.5.2
The National Archives (TNA) te Londen
In The National Archives te Londen zijn verschillende collecties geraadpleegd voor deze bureaustudie. Het betreft collecties aangaande de geallieerde lucht- en grondstrijdkrachten alsmede historisch kaartmateriaal.
Second Tactical Air Force (2nd TAF) – Royal Air Force / Den Ouden Bodac B.V. beschikt over de
zogenoemde ’Daily Logs’ van de 2nd Tactical Air Force (‘2nd TAF’) van de Britse Royal Air Force. De 2nd TAF bestond uit jagers, jachtbommenwerpers en lichte bommenwerpers, en voerde vanaf september 1944 tot en met mei 1945 luchtsteunmissies uit in het Nederlandse luchtruim. In de Daily Logs zijn de operaties van
dit luchtleger samengevat. Naast de Daily Logs zijn Operation Record Books (ORB’s) geraadpleegd, waarin gevechtshandelingen op het niveau van de betrokken Groups, Wings en Squadrons worden vermeld. Fighter Command – Royal Air Force / Fighter Command was tot eind 1943 verantwoordelijk voor de
luchtverdediging van de Britse eilanden, het escorteren van bombardementsvluchten alsmede voor
tactische luchtsteun op de grond. In november 1943 werd Fighter Command opgedeeld in een defensieve eenheid (Air Defence of Great Britain, ADGB) en een offensieve eenheid (RAF Second Tactical Air Force).
Vanaf oktober 1944 werd Air Defence of Great Britain hernoemd tot Fighter Command. Ten behoeve van voorliggend onderzoek is geen documentatie van Fighter Command geraadpleegd.
Bomber Command – Royal Air Force / Den Ouden Bodac B.V. beschikt over de verslaglegging van
operaties van Bomber Bommand. Dit luchtleger voerde strategische bombardementen uit op doelwitten in
het door het Derde Rijk bezette gebied. Ook in Nederland hebben diverse grootscheepse bombardementen plaatsgevonden. Ten behoeve van voorliggend onderzoek is geen documentatie van Bomber Command geraadpleegd.
Bundesarchiv, ‘Militärische Unterlagen’, <https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zurBenutzung/benutzen-hinweise-militaerische-unterlagen.html> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. Het archief geeft een uitleg over de beschadigingen: ’Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.’ 11
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 21 van 70
Coastal Command – Royal Air Force / Het Britse Coastal Command had een voornamelijk defensieve rol,
en was verantwoordelijk voor de bescherming van geallieerde scheepskonvooien en kustverdediging. Deze luchtmacht hield zich daarnaast bezig met het bestoken van vijandelijke doelen op zee. Ten behoeve van voorliggend onderzoek is geen documentatie van Coastal Command geraadpleegd.
WO 171 War Office: Allied Expeditionary Force, North West Europe (British Element): War Diaries, Second
World War / Naast archieven over Geallieerde luchtstrijdkrachten beschikt TNA over zogenoemde ’War
Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse grondstrijdkrachten die ten tijde van de bevrijding in Nederland operationeel waren. Uit de archiefstukken van de WO-collecties kunnen gegevens worden opgediept
omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte OO. Ten behoeve van
voorliggend onderzoek is geen documentatie uit WO 171 War Office geraadpleegd. In Bijlage 8 wordt een overzicht gegeven van de bestudeerde inventarisnummers. Stafkaart & het Nord de Guerre coördinatensysteem. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de Geallieerden gebruik van een specifiek
coördinatensysteem genaamd ‘Nord de Guerre’. Met dit systeem werd Nederland onderverdeeld in
kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter met elk een specifieke codering en nummering van ten minste vier cijfers. Wanneer gebruik werd gemaakt van zes cijfers dan besloeg dit een gebied van 100 bij 100 meter. Geallieerde stafkaarten, waarin dit coördinatensysteem is opgenomen, zijn geraadpleegd om de desbetreffende relevante kaartvierkanten voor het onderzoek te achterhalen. Voor het onderzoek zijn de navolgende geallieerde stafkaarten gebruikt:
Stafkaart Nijmegen, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition (AMS 1), sheet 6 SW; Stafkaart Druten, Holland 1:25.000, G.S.G.. 4427 (AMS M831), First Editition (AMS 1), sheet 5 SE.
De volgende kaartvierkanten dekken het werkgebied af en zijn derhalve gebruikt tijdens het evalueren van de bronnen uit The National Archives (zichtbaar op de navolgende pagina):
QE5966; QE6066..
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 23 van 70
4.5.3
The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C.
United States (US) Army Records / De National Archives and Records Administration te Washington D.C.
beheert collecties van de Amerikaanse land-, zee- en luchtstrijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog. De verschillende archieftoegangen zijn ondergebracht in Record Groups. In de zogenoemde ‘After Action
Reports’ is de dagelijkse verslaglegging van de Amerikaanse grondtroepen vastgelegd. Deze documenten
zijn qua inhoud enigszins vergelijkbaar met de Britse ‘War Diaries’. Ten behoeve van voorliggend onderzoek is geen documentatie van Amerikaanse strijdkrachten geraadpleegd.
Record Group 549 – Records of Foreign Military Studies (FMS) Program and Related Records, 1941-1967/ Den Ouden Bodac B.V. beschikt over diverse manuscripten en interviews opgetekend en afgenomen bij leden van de Duitse legerleiding. Deze documenten geven een algemene indruk van de verdediging binnen en rondom het werkgebied en de Duitse troepensterkte. Ten behoeve van voorliggend onderzoek is geen documentatie uit deze toegang geraadpleegd.
Er waren geen Amerikaanse strijdkrachten betrokken bij oorlogshandelingen in of nabij het werkgebied. Zodoende zijn documenten uit de National Archives and Records Administration (NARA) niet relevant. 4.5.4
Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa
De Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa beheert de collecties van de Canadese
landstrijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog. De inhoud en structuur van de dagelijkse verslaglegging, de zogenoemde ‘War Diaries’, is gelijk aan die van het Britse landleger. In het LAC zijn enkel de ‘Appendices’
van deze dagboeken beschikbaar. The National Archives (TNA) beschikt over de originele War Diaries. Ten behoeve van voorliggend onderzoek is documentatie uit het LAC geraadpleegd.
4.6 Luchtfotoanalyse Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van uitgebreide luchtfotoanalyses om troepenbeweging te ontdekken, resultaten van bombardementen waar te nemen en nieuwe ‘targets’ e.d. te vinden. Het doel van de luchtfoto-interpretatie is – de in de geschreven bronnen gevonden – indicaties visueel inzichtelijk te maken, alsmede additionele informatie te vergaren. Met behulp van luchtopnamen is dikwijls vast te stellen of het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij
oorlogshandelingen. Sporen van kraters, beschadigde woningen, troepenverplaatsingen of stellingen
(militaire vergraving) kunnen aanwijzingen zijn voor een mogelijk verdacht gebied. Op de volgende pagina is een kaart ingevoegd (240529_H24023_LUFO_01) met daarop de ligging van geraadpleegde luchtfoto’s ten opzichte van het onderzoeksgebied. In bijlage 6 Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal is meer achtergrondinformatie over de luchtfoto’s te vinden.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 25 van 70
4.6.1
Methodiek
Conform het CS-VROO worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd voor de interpretatie van het onderzoeksgebied. Tijdens de selectie houdt Den Ouden Bodac B.V. rekening met:
Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het te onderzoeken gebied; Dekking;
Opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen; Kwaliteit fotobeeld; Schaal.
Luchtfoto’s zullen, op basis van de data van de oorlogshandelingen, met data van vóór, ten tijde en ná de gevonden indicaties geraadpleegd worden. Ten behoeve van de luchtfoto-interpretatie zal Den Ouden Bodac B.V. letten op de verschillende typen luchtfoto’s, de meest bruikbare foto’s zijn de zogenoemde
‘verticals’. 12 Met behulp van beeldparen kunnen verstoringen in de foto’s geanalyseerd en gedefinieerd
worden. Het programma Photoshop wordt gebruikt om de foto’s bij te snijden en grijswaarden toe te
passen. Door middel van het georeferentiesysteem ArcGIS Pro kunnen mogelijke indicaties op de juiste locatie gepositioneerd worden. 13 Niet alleen de selectie van foto’s kan invloed hebben op de
luchtfotoanalyse. Een luchtfoto blijft een momentopname van de situatie van het onderzoeksgebied ten
tijde van fotograferen. Niet alleen kunnen wolken, bebouwing, schaduwwerking, groei van planten of water (bijvoorbeeld inundatie) hinderlijk zijn tijdens de luchtfoto-interpretatie. Ook herstelwerkzaamheden of
camouflage kunnen een vertekend beeld geven van mogelijke oorlogshandelingen.
Tijdens de luchtfotoanalyse maakt Den Ouden Bodac B.V. een classificatie van objecten welke relevant
kunnen zijn voor het onderzoek. Drie termen zullen de validiteit van een object of verstoring bepalen. Het begrip ‘bevestigd’ wordt ingezet wanneer de betrouwbaarheid grenst aan zekerheid, waarbij de
waarneming met een tweede bron bevestigd kan worden. Het begrip ‘waarschijnlijk’ zal ingezet worden
wanneer er een overwegende zekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de
luchtfoto. Als er een overwegende onzekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto, dan zal de term ‘mogelijk’ gebruikt worden. Indien een object met de betrouwbaarheid
‘mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van een verdacht gebied, streeft Den Ouden Bodac B.V. ernaar om aanvullende bronnen te raadplegen. 14
De luchtfotoanalyse wordt in tabelvorm opgenomen in Bijlage 2. Dit geschied op twee manieren. Ten eerste
wordt een aparte kolom in de indicatietabel onderzoek conflictperiode opgenomen, waarbij de
luchtfotoanalyse wordt uitgevoerd met betrekking tot een specifieke indicatie. In dit geval wordt de
luchtfoto gebruikt als ‘onderbouwende’ bron. Ten tweede worden indicaties die enkel herleidbaar zijn naar de luchtopname zelf in een aparte luchtfotoanalyse beoordeeld. Luchtfoto’s worden in dit geval als onafhankelijke bron beschouwd.
Tot slot maakt Den Ouden Bodac B.V. gebruik van een bedrijfsspecifieke GIS-codering betreffende het
onderzoek van bronnenmateriaal en de luchtfotoanalyse. Met behulp van deze codering wordt getracht een koppeling te maken tussen de verschillende indicaties uit het vooronderzoek in relatie tot het
kaartmateriaal. Indien relevante indicaties geografisch ingetekend kunnen worden, zal de GIS-code in
Bijlage 2 beschreven worden. Er wordt bij het optekenen van de GIS-codering rekening gehouden met het
verschil tussen indicaties afkomstig uit literatuur en archiefmateriaal, en indicaties afkomstig uit de
De kwaliteit van de luchtfotoanalyse heeft onder andere te maken met de opnamehoek en opnamehoogte van de foto’s. Vanwege verschillende aspecten (kwaliteit luchtfoto, opnamehoek, brandpunt, snelheid vliegtuig en de beschikbare georeferentie punten) treedt er tijdens de georeferentie van luchtfoto’s een afwijking van vijf tot tien meter op. In dit onderzoek wordt een tolerantie gehanteerd van tien meter. 14 Het object met betrouwbaarheid ‘mogelijk’ zal door Den Ouden Bodac B.V. geverifieerd worden met behulp van andere luchtfoto’s met verschillende data. Daarnaast zal getracht worden om aanvullende indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek te vinden. 12
13
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 26 van 70
luchtfotoanalyse. Wanneer indicaties afkomstig zijn vanuit literatuur of archiefmateriaal wordt de GIS-
codering gekoppeld aan de letter ‘A’ (archief). Voor indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse wordt de
letter ‘L’ (luchtfoto) gebruikt. Wanneer indicaties in beide bronnen voorkomen worden beide letters
genoteerd. In de paragraaf 4.7 Conclusie onderzoek conflictperiode is een tabel opgenomen met daarin
alle indicaties die als relevant voor het onderzoeksgebied zijn beoordeeld. 4.6.2
Selectie beeldmateriaal
Voor dit onderzoek heeft Den Ouden Bodac B.V. een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtfoto’s
in nationale en internationale archieven. In Nederland bestaan momenteel twee archieven die samen een vrij complete collectie beheren van relevante luchtopnamen die gemaakt zijn door zowel de Britse als de
Amerikaanse luchtmacht. Een deel van deze collecties bevindt zich in de afdeling Speciale Collecties,
Bibliotheek Wageningen University (WUR) te Wageningen. Het andere deel beheert het Kadaster GEOInformatie (KAD) te Zwolle. De luchtfoto’s uit beide archieven kunnen geleverd worden door de site
www.dotkadata.nl. Naast de verplichte Nederlandse archieven beschikken ook internationale archieven over luchtfoto’s van Nederland. Den Ouden Bodac B.V. heeft derhalve de luchtfotocollecties van The
National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh. In Bijlage 6 wordt een overzicht gegeven van de geselecteerde en geanalyseerde luchtfoto’s. In Bijlage 2 worden de resultaten van de
luchtfotoanalyse gepresenteerd in de indicatietabel en (indien van toepassing) separaat.
4.7
Conclusie onderzoek conflictperiode
Uit het onderzoek conflictperiode is gebleken dat er relevante en herleidbare indicaties zijn gevonden in de
literatuur, archiefstukken en/of de luchtfotoanalyse. In Bijlage 2 is een overzicht in chronologische
tabelvorm gegeven van de bevindingen uit het onderzoek. Van sommige indicaties is het niet mogelijk
gebleken een exacte locatie vast te stellen. Deze zijn omwille van de historische context en/of relevantie wel opgenomen in het overzicht. Wanneer een gebeurtenis buiten de buffer van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden, of als de precieze locatie niet bekend is, dan wordt dit vermeld. In het overzicht
wordt tevens vermeld of een gebeurtenis als relevant of niet relevant kan worden beschouwd voor het
onderzoeksgebied. Wanneer een indicatie ‘relevant’ is, wordt dit aangegeven met een semi-rode kleur. Bij een indicatie die ‘niet relevant’ wordt bevonden, zal dit aangegeven worden met een semi-groene kleur.
Zodoende is visueel direct duidelijk welke indicaties een verdachte afbakening tot gevolg kunnen hebben. Middels een GIS-codering worden relevante indicaties uit de indicatietabel onderzoek conflictperiode en welke indicaties zichtbaar zijn op luchtopnamen, gekoppeld aan de inventarisatiekaart in Bijlage 1.
De gehele oorlogsperiode 1940-1945 in Winssen werd gekenmerkt door het voorbij vliegen en rijden van Duits en geallieerd oorlogsmaterieel en mensen. Een periode die bewoners zonder geweld hebben
ervaren. In mei 1940, toen Nederland werd binnen gevallen door Duitse strijdkrachten, werd Winssen zonder slag of stoot overgedragen aan de Duitse autoriteiten. Tijdens de bezetting vallen geen noemenswaardige oorlogsgebeurtenissen te noemen die van Winssen een belangrijke militair-strategische plaats maken. Tijdens operatie Market-Garden in september 1944 werd Winssen als onderdeel van de bevrijding van Nijmegen door troepen van het 30ste Britse korps bevrijd. Aangezien in de Betuwe heftige gevechten
ontstonden diende Winssen als een plaats waar geallieerde troepen, waaronder Canadese troepen en
Nederlandse troepen van de Prinses Irene Brigade, op kracht konden komen en waar geallieerd geschut
stond opgesteld. Er zijn echter geen indicaties aangetroffen dat dit geschut binnen het onderzoeksgebied is opgesteld. Daarnaast zijn er ook geen meldingen van gevechten of beschietingen in of op het
onderzoeksgebied. Weliswaar stortte later, toen Winssen al was verlaten door geallieerd militair personeel,
driemaal een Duitse V-1 neer in Winssen. Van één van deze V-wapens is duidelijk dat deze in of rondom het
onderzoeksgebied is neergestort, namelijk in de Geerstraat. Het is echter uitgesloten dat de resten van
deze V-1 voor risico zorgen, aangezien deze is geëxplodeerd. Zodoende zijn er geen risico’s op het mogelijk aantreffen van OO binnen het onderzoeksgebied. Er hoeven geen verdachte gebieden afgebakend te worden.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 27 van 70
5
Conclusie en advies
Op basis van het onderzoek conflictperiode zal in dit hoofdstuk een gemotiveerde conclusie getrokken
worden of het onderzoeksgebied als ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ aangemerkt wordt. Indien (een deel van) het onderzoeksgebied ‘verdacht’ is, dan zal gepoogd worden om hoofdsoort, subsoort,
kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, aantallen, type ontstekingsinrichtingen (van afwerpmunitie) en de verschijningsvorm van de mogelijk aanwezige OO te achterhalen.
Naar aanleiding van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied ‘onverdacht’ verklaard op een verhoogd risico tot aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie Bijlage 1 voor de OO-
Bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied). Derhalve is het bepalen van een verticale en horizontale afbakening niet aan de orde. Ook het bepalen van de mogelijk aan te treffen OO is niet van toepassing. De geplande werkzaamheden kunnen zodoende veilig en regulier uitgevoerd worden. Daar waar enkel graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen de contouren van reeds naoorlogs vergraven tracés van bijvoorbeeld rioleringssleuven kan redelijkerwijs worden aangenomen dat OO destijds zijn
opgemerkt en weggenomen. Deze aanname is echter geen wetmatigheid. Het is derhalve raadzaam voor aanvang van de voorgenomen werkzaamheden een protocol op te stellen met betrekking tot de
handelswijze bij het incidenteel aantreffen van OO uit de Tweede Wereldoorlog. Ook voor gebieden welke als ‘onverdacht’ verklaard zijn kan gebruik worden gemaakt van dit protocol. Den Ouden Bodac B.V. heeft reeds een Protocol Toevalstreffer voor u opgezet (te vinden in Bijlage 7).
Verder wordt door Den Ouden Bodac B.V. dringend aanbevolen om, bij start van werkzaamheden, de
resultaten van dit onderzoek te delen met het bevoegd gezag.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 28 van 70
6
Leemten in kennis
Het is uiteraard altijd mogelijk dat bepaalde oorlogshandelingen niet zijn beschreven, gearchiveerd of in de tijd verloren zijn gegaan, waardoor deze in het heden niet als feitenmateriaal terug te vinden zijn.
Niet alle gebeurtenissen konden tot een exacte locatie worden herleid;
In het gemeentearchief zijn geen stukken aangetroffen betreffende de activiteiten van de Luchtbeschermingsdienst
De gebruikte luchtfoto van 14 januari 1945 is enige dagen voor het neerstorten van enkele V-wapens
rond het onderzoeksgebied genomen. Er bleken echter geen geschikte luchtfoto’s van een latere datum beschikbaar;
Er is slechts zeer beperkt informatie beschikbaar m.b.t. munitieruimingen gedurende de periode 19471971;
De ligplaatsen van gemelde en geruimde OO konden niet allemaal achterhaald worden;
Luchtfoto’s geven een momentopname van een situatie die op een eerder of later tijdstip geheel anders zou kunnen zijn.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 29 van 70
Bijlage 1.
Inventarisatiekaart en OO-Bodembelastingkaart
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 32 van 70
Bijlage 2. Indicatietabel onderzoek conflictperiode en luchtfotoanalyse Datum:
09-09-1944
Literatuur:
Archiefinformatie:
Indicatie – Neergestort Vliegtuig
Luchtfoto:
Luchtfotoanalyse & Relevantie:
Indicatie zichtbaar (Ja/Nee)
Luchtfotoinformatie (indien
Nee
n.v.t.
zichtbaar)
Eversteijn
Indicatie – Neergestort Vliegtuig Het vliegtuig stortte niet neer in de omgeving van het onderzoeksgebied of de buffer. Er hoeft zodoende geen verdacht gebied te worden afgebakend.
Op deze dag stortte een P-51 Mustang MK IIIB FB129 YT van het No 65 East India Squadron om 14.20 neer ten westen van Nijmegen in de
Conclusie: niet relevant
Geerstraat te Winssen. (T3992) SGLO
S/Ldr. Deryck Percy Lamb was the pilot of Mustang FB129. In the
morning of 9 September 1944 he took off from Grimbergen airfield in Belgium for an armed recce. Near Nijmegen his aircraft was hit
by flak during. Lamb managed to bail out. He landed near Winssen, while his Mustang crashed not far away. Lamb was picked up by
policeman Gerardus van den Boomen (Van Heemstraweg A238 in Winssen) and took him on the back of his motorcycle to Alverna
(near Wijchen) 'under very dangerous conditions, as the retreating troops stopped all and took all things'. Van den Boomen 'delivered'
the British pilot to Herman Schamp at Boskant E110 in Alverna. As the British pilot suffered from burning wounds he was treated here by doctor Bart van Aken. Lamb would hid with the Schamp family for
several days (according to the helper file of Schamp he hid here for ten days drom 6 until 16 September) before he moved to Hendrikus M. Theunissen at C3A in Balgoij. According to the helper report of
Theunissen, Lamb arrived at his place on 13 September. He would
hide here until 17 September 1944. During the first day of Operation Market Garden S/Ldr. Lamb came out of hiding and reported
himself to Amercian paratroopers of 82 Airborne Division who had landed nearby. 15 Luchtfotoanaly Datum: se
16-09-1944
Sortienummer:
Fotonummer(s):
Beschrijving luchtfoto:
Luchtfotoanalyse
106G-2930
4232
De luchtfoto’s zijn van goede
Het onderzoeksgebied betreft landbouwgrond, waarbij het gebied vooral begroeid is met
kwaliteit en van vóór de
bomen (boomgaarden). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen sporen van de oorlog te
oorlogshandelingen van september zien. 1944 t/m april 1945. 04-10-1944
Indicatie – Historische Context Peters
Nee
n.v.t.
Indicatie – Historische Context Contextuele inhoud. Conclusie: niet relevant
15
Studiegroep Luchtoorlog Crashdatabase, https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/evaders/results?enummer=E0645, [Geraadpleegd op 23 mei 2024].
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Pagina 33 van 70
Datum:
Literatuur:
Archiefinformatie:
Luchtfoto:
Luchtfotoanalyse & Relevantie:
Indicatie zichtbaar (Ja/Nee)
Luchtfotoinformatie (indien
Nee
n.v.t.
zichtbaar)
Onderdelen van die 43e [43e infanteriedivisie], onder andere
beohrende tot het Gloucester Regiment, gingen in de nacht van 3
op 4 oktober 1944 uit de omgeving van Opheusden en Dodewaard naar Maas en Waal waar ze te Druten, Wamel en Puiflijk gelegerd
worden. Zwaardere artillerie stond in Maas en Waal. Middelzware en lichtere ook wel in de Betuwe. Dit vanwege de hoge kwetsbaarheid van de geallieerde verbindingen met de Betuwe. 16 07-10-1944
Indicatie – Historische Context
Indicatie – Historische Context
Nierstrasz
Contextuele inhoud.
De batterij artillerie werd op 7 oktober naar Horssen verplaatst en
Conclusie: niet relevant
onder bevel gesteld van 79 Field Regiment artikel (van 157
Brigadegroep). Op 7 oktober vuurde zij op een doel ten noorden van de Waal. Op de volgende dagen werden telkens drie stukken naar gunstig gelegen punten vooruitgebracht, van waar door middel
van een waarnemersgroep, die onder bescherming van patrouilles van de Verkennende Afdeling werd uitgezonden, vuurovervallen
werden gedaan op steenfabrieken en dorpen ten noorden van de Waal en eenmaal op schepen. [..] Van 7 t/m 16 oktober had de batterij 1317 projectielen verschoten. 17 19-12-1944
Indicatie – Crash V-wapen
Sortie: 4-1619
Indicatie – Crash V-wapen
Vergeltungswaffe
Fotonummer: 4232
De exacte locatie van de crash is niet gelokaliseerd. Op luchtfoto’s van januari 1945 zijn
Op deze datum kwam een Duitse V-1 terecht Winssen. Het is
Datum: 16 september 1944
Nee
onbekend waar exact.
Luchtfotoanaly Datum: se
14-01-1945
geen sporen van de V-1 crash ontdekt binnen het onderzoeksgebied. Er hoeft zodoende geen verdacht gebied te worden afgebakend. Conclusie: niet relevant
Sortienummer:
Fotonummer(s):
Beschrijving luchtfoto:
Luchtfotoanalyse
4-1619
4033
De luchtfoto is van tijdens de
Er zijn geen sporen aangetroffen van de oorlog. Er zijn wel enige sporen van vermoedelijke
1945. De foto is van goede kwaliteit.
onderzoeksgebied.
frontperiode september 1944-april
Er is sprake van een winters tafereel,
militaire voertuigen te zien. Deze bevestigen echter niet dat OO zijn achtergebleven in het
aangezien sneeuw is gevallen
binnen het onderzoeksgebied. 06-02-1945
Indicatie – Crash V-wapen Vergeltungswaffe
16 17
Peters, Gelderland bevrijd, 80. Nierstrasz, De geschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Brigade “Prinses Irene” (Den Haag, 1959), 44-45.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Winssen Zuid
Nee
Geen luchtfoto met goede datum aangetroffen
Indicatie – Crash V-wapen De exacte locatie van de crash is niet gelokaliseerd. Er is niet genoeg feitelijk herleidbaar materiaal om een verdacht gebied af te bakenen.
Pagina 34 van 70 Datum:
Literatuur:
Archiefinformatie:
Luchtfoto: Indicatie zichtbaar (Ja/Nee)
Luchtfotoanalyse & Relevantie: Luchtfotoinformatie (indien zichtbaar)
Op deze datum kwam een Duitse V-1 terecht Winssen. Het is
Conclusie: niet relevant
onbekend waar exact. 11-02-1945
Indicatie – Crash V-wapen
Nee
Vergeltungswaffe
Geen luchtfoto met goede datum aangetroffen
Indicatie – Crash V-wapen De exacte locatie van de crash is niet gelokaliseerd. Er zijn geen luchtfoto’s van na deze
crash beschikbaar. Daarnaast is de V-1 geëxplodeerd. Conform het CS-VROO hoeft dan
Op deze datum kwam een Duitse V-1 terecht op de Leegstraat 14 te
geen verdacht gebied te worden afgebakend.
Winssen.