CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 21 Bijlage motivering 20 Stikstofonderzoek

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) - Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 17.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1 Onderzoek stikstofdepositie

Status Versie Rapport Datum

definitief 006 M.2020.1655.01.R001 18 juli 2025

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Colofon Van de Klok

Contactpersoon opdrachtgever

S. Roelofs s.roelofs@vandeklok.nl

Project Betreft Uw kenmerk

Plan woningen Winssen Zuid Winssen Onderzoek stikstofdepositie -

Rapport Datum Versie Status

M.2020.1655.01.R001 18 juli 2025 006 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

H.D. (Herman) Jager MSc 088 346 78 21 hja@dgmr.nl

Auteur

H.D. (Herman) Jager MSc 088 346 78 21 hja@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren 088 346 78 00 KS@dgmr.nl

2e lezer/secr.

BDI|DMI|SMI

2

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

Opdrachtgever

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Situatie 2.1 Omgeving 2.2 Plan woningen Winssen-Zuid fase 1

5 5 6

3. Beoordelingskader 3.1 Natura 2000-gebieden 3.2 Beoordeling stikstofdepositie 3.3 Interne en externe saldering

7 7 7 7

4. Uitgangspunten 4.1 Gebruiksfase 4.2 Bouw- en sloopfase 4.3 Combinatie bouw- en gebruiksfase 4.4 Voortgezet gebruik agrarische gronden 4.5 Referentie situatie 4.6 Berekeningen alternatieve uitgangspunten 4.7 Invoergegevens 4.8 Rekenmethode

10 10 10 11 11 12 13 15 17

5. Resultaten en conclusie

18

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Uitgangspunten AERIUS-berekening gebruiksfase AERIUS-berekening combinatie gebruiks- en bouwfase AERIUS-berekening combinatie bouw- en gebruiksfase met voortgezet gebruik AERIUS-berekening alternatieve uitgangspunten: volledige gebruiksfase, realisatie alle woningen en referentiesituatie op basis van feitelijk gebruik

3

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

1. Inleiding Van de Klok heeft het voornemen om een plan met woningen in Winssen te ontwikkelen. Mogelijk veroorzaakt het plan stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de omgeving. DGMR heeft voor fase 1 van het plan onderzocht wat het effect is van het plan op deze natuurgebieden. Voor het ontwikkelen van de woningen is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Dit onderzoek wordt daarom uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. In dit onderzoek is beoordeeld of fase 1 van het plan een significant negatief effect heeft op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De stikstofdepositie is berekend voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase. De berekeningen zijn gemaakt met AERIUS. Versie 5 en 6 Op 17 december 2024 heeft de gemeente Beuningen het ontwerp van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1] vrijgegeven voor publicatie. Willems Winssen heeft zienswijzen tegen het plan ingediend. Naar aanleiding van de reactie van Willems Winssen hebben wij in versie 5 van voorliggend onderzoek enkele onderdelen geactualiseerd en nader toegelicht. Ook zijn aanvullende berekeningen gemaakt waarmee wordt aangetoond dat ook met aangepaste uitgangspunten geen significant effect van het plan ontstaat ten opzichte van de referentie situatie.

In versie 6 van het onderzoek zijn de rijroutes aangepast vanwege de verwijdering van één van de in- en uitritten uit het plan die uitkomt op de Leegstraat. k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

4

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

2. Situatie

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

2.1 Omgeving De planlocatie ligt aan de zuidwestzijde van Winssen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Rijntakken. Dit Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 550 meter afstand ten noorden van het plangebied. Op onderstaande kaarten is de ligging van de planlocatie (1) en het Natura 2000-gebied weergegeven. De paarse vlakken zijn de voor stikstof gevoelige delen van een natuurgebied.

figuur 1: ligging planlocatie en Natura 2000-gebied Rijntakken (Bron: AERIUS Calculator). In het bovenste figuur is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zichtbaar. In het onderste figuur is ingezoomd op de exacte locatie van het plangebied.

5

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

2.2 Plan woningen Winssen-Zuid fase 1 Fase 1 van het plan bestaat uit de realisatie van grondgebonden woningen en appartementen. In het omgevingsplan zijn 259 woningen opgenomen. Binnen de woonbestemmingen aan de Leegstraat zijn ook enkele bestaande huizen aanwezig. Verspreid over het terrein worden parkeerplaatsen voor personenwagens gerealiseerd. Voor de ontsluiting van het verkeer worden aan de noord- en oostzijde van het plan, diverse aansluitingen op de naastgelegen toegangswegen Leegstraat en Kennedysingel aangelegd. Volgens de huidige planning wordt het plan evenredig over een periode van vijf jaar gerealiseerd. Per jaar worden daarom 52 woningen gebouwd. In de huidige situatie is het terrein in gebruik door diverse (agrarische) bedrijven. Dit gebruik komt overeen met de geldende bestemmingen.

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

6

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

3. Beoordelingskader 3.1 Natura 2000-gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet. Voor Natura 2000gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld. In deze aanwijzingsbesluiten staat de exacte begrenzing van het gebied weergegeven, voor welke soorten en habitattypen het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden. Projecten met mogelijk significante gevolgen op Natura 2000-gebieden hebben een omgevingsvergunning voor een ‘natura 2000-activiteit’ nodig.1 3.2 Beoordeling stikstofdepositie Om te beoordelen of een omgevingsvergunning nodig is voor een Natura 2000-activiteit, moet worden aangetoond dat geen significant negatief effect op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ontstaat, als gevolg van de beoogde activiteiten. Op de volgende manieren kan worden aangetoond dat een project geen significant negatief effect op een Natura 2000-gebied veroorzaakt: • Als met AERIUS geen bijdrage op relevante habitats binnen een Natura 2000-gebied wordt berekend en de stikstofdepositie voldoet aan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. • Door het uitvoeren van een aanvullende ecologische onderbouwing waarmee op voorhand wordt aangetoond dat geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebied ontstaan.

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

In de Omgevingsregeling is opgenomen dat gebruik moet worden gemaakt van de laatste versie van AERIUS voor het berekenen van de stikstofdepositie. 3.3 Interne en externe saldering Als de berekende stikstofdepositie in de toekomstige situatie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar en daarmee significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, dan kan gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen. Voor saldering is een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist. • Met interne saldering toon je aan dat binnen het plan of project geen significante toename van de stikstofdepositie ontstaat. De referentie situatie voor interne saldering bestaat uit de activiteiten waarvoor al toestemming is verleend binnen het gebied van het plan of project. Hierbij moet worden uitgegaan van de activiteiten die zijn vergund en feitelijk aanwezig zijn. • Wanneer de beoogde situatie wordt vergeleken met een referentie situatie buiten de begrenzing van het plan of project, dan is sprake van extern salderen. Als uit de vergelijking volgt dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentie situatie kan de omgevingsvergunning onder bepaalde voorwaarden worden verleend. Referentie situatie Voor de beoordeling van stikstofdepositie wordt in de Omgevingswet onderscheid gemaakt tussen plannen en projecten.

Omdat voor het plan Winssen Zuid Fase 1 het omgevingsplan is gewijzigd moet de stikstofdepositie beoordeeld worden op basis van de regels voor een plan. Het onderscheid tussen plannen en projecten is van belang voor het vaststellen van de referentie situatie. De referentie situatie moet op basis van de volgende uitgangspunten worden bepaald: • De referentie situatie is de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan voor een onderzoek dat wordt opgesteld voor het wijzigen van het omgevingsplan • Voor een project wordt de referentie situatie primair bepaald op basis van een natuurtoestemming. Dit is een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of een eerdere vergunning op grond van de Wet natuurbescherming of de Natuurbeschermingswet 1998. 1

Artikel 5.1 lid 1 sub e Omgevingswet.

7

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Wanneer een bestaande situatie niet over een natuurtoestemming beschikt, dan moet de referentie situatie vastgesteld worden op basis van de activiteiten die sinds de referentiedatum op basis van de Omgevingswet, Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, Hinderwet, Activiteitenbesluit milieubeheer, of op basis van algemene regels zijn toegestaan. Als de (vergunnings-)situatie sinds de vaststellingsdatum is gewijzigd, dan geldt de laagst vergunde depositie vanaf de referentiedatum als uitgangspunt voor de referentie situatie. Activiteiten mogen niet bij saldering worden betrokken als deze niet feitelijk zijn gerealiseerd of structureel zijn beëindigd. Voor de saldering van toegestane bedrijfsactiviteiten is op basis van bovenstaande definities voor zowel plannen als projecten duidelijk in jurisprudentie vastgelegd hoe de stikstofdepositie moet worden berekend en beoordeeld. De berekening en beoordeling van bemesten is niet één op één vergelijkbaar met reguliere bedrijfsactiviteiten, omdat bemesten niet vergunningplichtig is.

Uit de uitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:20222:874 Melkveehouderij Baambrugge 3 volgt dat voor het bepalen van de emissie van bemesting, uitgegaan mag worden van de maximale planologisch mogelijkheden: 22. De Afdeling is gelet op het voorgaande van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college bij het bepalen van de referentie situatie op bedrijfsniveau moet onderzoeken of er geen omzetting van akkerland naar grasland heeft plaatsgevonden en of er contra-indicaties zijn dat het bedrijf de aanwendingsnorm uit de meststoffenwet en -regelgeving altijd maximaal heeft benut. Ook hiervoor geldt dat de referentie situatie wordt ontleend aan dat wat is toegestaan en niet aan de mate waarin die toestemming feitelijk is benut. Dit standpunt van de Raad van State is nadien in verschillende uitspraken bekrachtigd2. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak heeft op haar website de volgende uitleg van de uitspraak staan: De Afdeling oordeelde dat de referentie situatie van bemesten en beweiden kan worden ontleend aan het planologisch regime dat voor die gronden geldt. Er hoeft dus niet te worden gekeken naar het feitelijke gebruik op het moment van aanwijzing tot Natura 2000gebied, maar naar dat wat het bestemmingsplan destijds mogelijk maakte. 2 3

Uitspraak Raad van State realisatie 163 woningen Egmond (ECLI:RVS:2025:2404) Uitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:20222:874 Melkveehouderij Baambrugge

8

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

De regels voor het berekenen en beoordelen van bemesting is voor plannen niet duidelijk in jurisprudentie of beleidsregels vastgelegd. Voor projecten heeft de Raad van State wel in een uitspraak aangegeven hoe bemesting van percelen moet worden berekend en beoordeeld. Voor zowel plannen als projecten is het principe van saldering met bemesting op basis van de hierboven beschreven definities vergelijkbaar, omdat de activiteit niet vergunningplichtig is. Uit zowel de definitie van de referentiesituatie voor een project als een plan volgt dat saldering met de bemesting van percelen is toegestaan als de agrarische activiteit feitelijk in overeenstemming met de bestemming aanwezig is. Voor projecten geldt de aanvullende eis dat de activiteit moet hebben plaatsgevonden vanaf de vaststellingsdatum van het Natura 2000-gebied. Daarnaast volgt uit de uitspraak van de Raad van State over de realisatie van 163 woningen in Egmond, dat als gronden structureel niet meer in gebruik zijn als landbouwgrond, het bemesten alleen in de referentiesituatie mag worden meegenomen als daarvoor geen nieuwe natuurvergunning nodig is2.

Omdat de vereisten voor plannen en projecten voor het berekenen en beoordelen van het salderen met bemesting grotendeels vergelijkbaar zijn en in jurisprudentie en wet- en regelgeving hiervoor geen exacte richtlijnen voor plannen zijn vastgelegd, is in het onderzoek van DGMR de referentiesituatie bepaald op basis van onderstaande uitspraak van de Raad van State over het project Melkveehouderij in Baambrugge.

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

Van het bestemmingsplan als referentie situatie kan verder alleen worden uitgegaan als er vanaf de referentiedatum ononderbroken een bestemming heeft gegolden op grond waarvan bemesten en beweiden zijn toegestaan en de gronden voor de referentiedatum voor landbouw in gebruik waren en werden bemest. De vraag is vervolgens van hoeveel bemesting in de referentie situatie mag worden uitgegaan. De Afdeling oordeelt dat daarvoor de hoogste stikstofgebruiksnorm geldt voor enig gewas dat op de gronden planologisch is toegestaan.

9

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

4. Uitgangspunten In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten voor het onderzoek beschreven. In bijlage 1 is een volledige uitwerking van de uitgangspunten opgenomen. 4.1 Gebruiksfase In het omgevingsplan van fase 1 zijn 259 woningen opgenomen. De planinvulling bestaat uit een aantal, appartementen, vrijstaande woningen, rijtjeswoningen en twee-onder-één-kapwoningen. De woningen worden voorzien van elektrische verwarming (aardgasvrij). De installaties van de nieuwe woningen veroorzaken daarom geen emissie van stikstof. Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de gebruiksfase zijn daarom alleen de vervoersbewegingen van personenwagens relevant, die van en naar de woningen rijden. De verkeersgeneratie is overgenomen uit het onderzoek van Ingenieursbureau Boot dat voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling en het parkeren van het plan Winssen Zuid fase 1 is opgesteld4. Hierin is het aantal voertuigbewegingen bepaald op basis van CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’. Voor een onderzoek stikstofdepositie wordt de verkeersgeneratie op basis van het weekdaggemiddelde berekend. In onderstaande tabel staat een overzicht van de vervoersbewegingen die als gevolg van het plan ontstaan. tabel 1: vervoersbewegingen woningen Type

Aantal

Vrijstaande woningen Rijtjeswoningen Twee-onder-een-kapwoningen Appartementen Rijtjeswoningen Appartementen

Koop Koop/huur Koop Koop/huur Sociale huur Sociale huur Totaal

21 119 41 25 15 38 259

Kengetal (vervoersbewegingen per woning per etmaal) 8,6 7,8 8,2 6,4 5,2 3,8

Vervoersbewegingen/etmaal 180,6 928,2 336,2 160 78 144,4 1827,4

4.2 Bouw- en sloopfase Voor de bouwfase heeft de ontwikkelaar de gegevens voor de berekening aangeleverd. Volgens de huidige planning wordt het plan evenredig over een periode van vijf jaar gerealiseerd. Per jaar worden daarom maximaal 52 woningen gebouwd. Materieel In onderstaande tabel staat de prognose van de werktuigen voor de bouw- en sloopfase. Daarbij hebben wij de stageklasse, het motorvermogen en de ureninzet per jaar aangegeven. tabel 2: materieelinzet werktuigen per jaar

4

Materieel

Stageklasse

Aantal uur per jaar

Elektrisch Stage-V

Motorvermogen (kW) 170-330 300

Mobiele kraan (elektrisch) Rupskraan t.b.v. gevels plaatsen Graafmachine Graafmachine Shovel Heistelling Betonmixer

Stage-IV Stage-IV Stage-IV Stage-V Stage-IV

112 120 114 183 300

57 127 127 103 77

(2025) Ingenieursbureau Boot, Woningbouwplan Winssen-Zuid te Winssen, 21-03-2025

10

1.030 114

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

Onderdeel

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Voertuigen In onderstaande tabel staat een prognose van het aantal wegvoertuigen dat per jaar nodig is om het plan te kunnen realiseren. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het aantal vrachtwagens en lichte motorvoertuigen (bestelwagens en personenwagens). tabel 3: aantal voertuigen bouw- en sloopfase per jaar Materieel Lichte motorvoertuigen Zware motorvoertuigen

Aantal voertuigen per jaar 8.751 1.028

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

In het onderzoek gaan wij ervan uit dat vrachtwagens in de aanlegfase maximaal 3 minuten stationair draaien, omdat chauffeurs bij het aanmelden op de bouwplaats of vlak na het stoppen de motor voor korte tijd bij het stilstaan laten draaien. Als een vrachtwagen voor langere tijd moet wachten, zet de chauffeur de motor uit om onnodige emissie te voorkomen en kosten voor brandstof te besparen. Voor vrachtwagens die op de bouwplaats werkzaamheden met een draaiende motor uitvoeren, zoals een betonmixer, is de emissie afzonderlijk berekend. De uitgangpunten voor het stationair draaien hebben wij bepaald op basis van een toelichting van diverse aannemers en ontwikkelaars. 4.3 Combinatie bouw- en gebruiksfase Een deel van de woningen die binnen het plan worden gerealiseerd, zal al in gebruik worden genomen voordat de bouw volledig is afgerond. Daarom ontstaat gedurende de realisatie van het project zowel stikstofdepositie door het gebruik, als de bouw van de woningen. Om het gezamenlijke effect van de gebruiks- en bouwactiviteiten inzichtelijk te maken, hebben wij het laatste van de vijf bouwjaren doorgerekend. In dat jaar ontstaat de hoogste stikstofdepositie, omdat dan de meeste woningen in gebruik zijn genomen en ervan wordt uitgegaan dat ieder jaar 52 woningen worden gerealiseerd, waardoor de emissie per bouwjaar gelijk is.

Op dit moment is nog onduidelijk in welke volgorde het plan wordt gerealiseerd. Voor de berekening van de combinatie van de bouw- en gebruiksfase gaan wij daarom uit van één vijfde deel van de emissie van de werktuigen en het aantal voertuigen dat in de bouwfase gebruikt wordt. Voor de gebruiksfase is de stikstofdepositie berekend op basis van de situatie dat het volledige plan is gerealiseerd, omdat niet duidelijk is welk deel van de woningen als laatste worden gebouwd. Uitgangspunt van deze beoordelingsmethode is dat als uit de berekening volgt dat vanwege het gebruik van alle woningen significante effecten vanwege de bouw en het gebruik op voorhand zijn uit te sluiten, het plan ook geen significante invloed heeft als een deel van de woningen nog niet in gebruik is. 4.4 Voortgezet gebruik agrarische gronden Het omgevingsplan maakt het mogelijk dat een deel van de agrarische gronden, waarop geen woningen worden of zijn gebouwd, tijdens de aanlegfase overeenkomstig de geldende bestemming gebruikt worden. In het onderzoek hebben wij daarom aanvullend berekend met welke emissie die ontstaat vanwege bemesting, wel of geen significante toename van de stikstofdepositie optreedt. Op dit moment is nog niet duidelijk in welke volgorde het woningplan wordt gerealiseerd.

Daarom is ook nog niet vast te stellen voor welke percelen en met welke agrarische invulling de voortzetting van het gebruik van de gronden met een agrarische bestemming gewenst is. In dit onderzoek is daarom de maximale emissie van ammoniak (NH3) inzichtelijk gemaakt waarmee, in combinatie met de bouw- en gebruiksactiviteiten, geen significante toename van de stikstofdepositie ontstaat. Hierbij is uitgegaan van het gebruik van alle 259 woningen van het plan en de bouw van 52 woningen. Op basis van de emissie die maximaal kan ontstaan zonder 11

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

significante toename te veroorzaken, hebben wij berekend hoeveel hectare van de gronden als grasland of voor fruitteelt kan worden gebruikt. Daarbij zijn wij ervan uitgegaan dat het voortgezette gebruik op alle percelen met een agrarische bestemming mogelijk is. De uitgangspunten van de berekening staan in bijlage 1. 4.5 Referentie situatie Een deel van de gronden binnen het plangebied hebben in het bestemmingsplan ‘Kern Winssen’ een agrarische bestemming. De bestemming wordt door middel van het omgevingsplan ‘Winssen Zuid Fase 1’ aangepast om de realisatie van de woningen mogelijk te maken. Als gevolg van de bemesting van agrarische gronden ontstaat ammoniak (NH 3) emissie. De hoogte van de emissie is afhankelijk van het type bodem, het gebruik van de grond en de soort mest die wordt gebruikt bij de bemesting. Voor het bepalen van de emissie van bemesting mag uitgegaan worden van de maximale emissie die op basis van het gebruik van de agrarische gronden binnen het bestemmingsplan is toegestaan, omdat de percelen op dit moment als agrarisch in gebruik zijn of deze activiteit zonder natuurvergunning kan worden hervat5. Voor de agrarische bestemmingen die binnen het plangebied liggen, zijn geen specifieke regels in het bestemmingsplan Kern Winssen opgenomen voor het gebruik, die relevant zijn voor het onderzoek stikstofdepositie.

Voor de berekening van de emissie van de bemesting mag voor deze percelen daarom worden uitgegaan van het gebruik als grasland.

De oppervlakte van de percelen is bepaald op basis van gegevens uit het Kadaster. In paragraaf 4.6 staan een overzicht van de gronden die een agrarische bestemming hebben.

5

Uitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:20222:874 Melkveehouderij Baambrugge, Uitspraak Raad van State realisatie 163 woningen Egmond (ECLI:RVS:2025:2404) 6 Van Bruggen et. al. (2023), Emissies naar lucht uit landbouw berekend met NEMA voor 1990 - 2020 7 Kengetallen mestproductie 8 Richtlijn werkingscoëfficiënt dierlijke mest RVO

12

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

De emissie die als gevolg van de bemesting ontstaat, is berekend op basis van het onderzoek ‘emissies naar lucht uit de landbouw’ van de Wageningen University & Research 6. Voor de berekening van de referentiesituatie zijn wij voor het plangebied uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • Bodemtype: kleigrond • Bemesting: 86% rundveemest en 14% varkensmest 7. Deze verdeling is gebaseerd op de gemiddelde hoeveelheden dunne mest in Nederland. • Maximale toegestane hoeveelheid stikstof (stikstofgebruiksnorm) voor dierlijke mest van 170 kg N/ha/jaar. • Werkingscoëfficiënt dierlijke mest van 60% 8. • Percentage ammoniakale stikstof 48%3 voor rundvee en 52% voor varkensmest. • Vervluchtingspercentage dierlijke mest 17%3. • Toevoeging kunstmest tot maximale stikstofgebruiksnorm. In dit onderzoek is er worstcase uitgegaan van de gebruiksnormen voor NV-gebieden. • Emissiefactor kunstmest: 2,5% NH3/N.

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

In onderstaande tabel staat de emissie weergegeven, die als gevolg van de maximaal toegestane bemesting van de percelen met een agrarische bestemming ontstaat. In bijlage 1 staat de volledige uitwerking van deze berekening. tabel 4: ammoniakemissie bemesten gronden agrarische bestemming grasland Onderdeel Bemesting grasland

Oppervlakte gronden agrarische bestemming (ha) 11,45

Kengetal emissie ammoniak (kg NH3/ha/jaar) 23,3

Emissie ammoniak (kg NH3/jaar) 266,7

4.6 Berekeningen alternatieve uitgangspunten De uitgangspunten voor het uitvoeren van onderzoeken stikstofdepositie zijn niet in beleidsregels of wetgeving vastgelegd. Ook zijn de regels voor berekeningen niet volledig uit jurisprudentie te herleiden. Om iedere twijfel over de uitvoerbaarheid van het plan uit te sluiten hebben wij daarom naar aanleiding van de zienswijzen die door Willems Winssen zijn ingediend, een berekening gemaakt waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat het effect is van het aanpassen van een aantal uitgangspunten. In deze analyse hebben wij daarom in aanvulling op de hierboven beschreven berekeningen ook het volgende scenario onderzocht: • referentiesituatie: gebaseerd op het huidige feitelijke gebruik agrarische gronden; • bouwfase: realisatie volledige plan in één jaar.

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

Met bovenstaand scenario wordt uitgegaan van de maximale emissie die in de bouw- en gebruiksfase kan ontstaan. De referentiesituatie wordt bepaald op basis van een lagere emissie dan op basis van de jurisprudentie mogelijk is. Referentiesituatie gebaseerd op het huidige feitelijke gebruik agrarisch gronden Ondanks dat op basis van de jurisprudentie vaststaat dat voor het bepalen van de referentiesituatie kan worden uitgegaan van de maximale bemesting die op basis van grasland is toegestaan, is door ons ook inzichtelijk gemaakt wat het effect van het huidige feitelijke gebruik van de gronden op de berekende stikstofdepositie is. Voor het maken van de berekening op basis van het feitelijke gebruik, hebben wij bepaald op welke wijze de gronden binnen het plangebied op dit moment worden gebruikt. In onderstaande tabel staat een overzicht van de kadastrale percelen met een agrarische bestemming die binnen het plangebied liggen. Voor ieder perceel is het huidige feitelijke gebruik en de oppervlakte aangegeven. De ligging van de percelen staat weergegeven op onderstaande kaart.

13

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

tabel 5: gebruik percelen agrarische bestemming Perceel G253

Oppervlakte 9.970 m2

Bestemming Agrarisch

B2641

8.790 m2

Agrarisch

G776

3.153 m2

Agrarisch

G775 G915 G916 G675 G491 G907 G908 G490 G728 G726 G825 G635 G910 G259 Totaal

10.442 m2 2.591 m2 1.965 m2 4285 m2 18.720 m2 4.340 m2 1.860 m2 29.080 m2 990 m2 12.535 m2 690 m2 2.480m2 2.050m2 625m2 114.566m2

Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch Agrarisch

Gebruik 7.070 m2 waterberging 2.900 m2 teelt fruitbomen 1.500 m2 waterberging 770 m2 trapveldje 6.520 m2 teelt fruitbomen 2.000 m2 waterberging 1.153 m2 grasland Teelt fruitbomen Deels grasland 936m2 Deels grasland 1.053m2 Teelt fruitbomen Teelt fruitbomen Grasland Grasland Teelt fruitbomen Teelt fruitbomen Teelt fruitbomen Teelt fruitbomen Tuin/erf Grasland Teelt fruitbomen

Agrarisch Agrarisch

Teelt fruitbomen Grasland

Feitelijk agrarisch gebruik Totaal 86.787 m2 Totaal 1.139 m2

14

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

figuur 2: kaart kadastrale percelen plangebied TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Het aangepaste scenario van de referentiesituatie hebben wij berekend op basis van het feitelijke gebruik van de percelen dat in bovenstaande tabel staat. Voor de percelen waarop fruit (appels, peren of kersen) verbouwd wordt is de emissie bepaald op basis van de maximale gebruiksnorm voor 2025 van de betreffende fruitsoorten van 140 kg/N/ha/jaar. In onderstaande tabel staat de emissie weergegeven die als gevolg van bemesting in de referentiesituatie ontstaat op basis van het feitelijke gebruik. In bijlage 1 staat de volledige uitwerking van deze berekening. tabel 6: ammoniakemissie bemesten gronden agrarische bestemming feitelijk gebruik Onderdeel Bemesting grasland Bemesting fruitteelt

Oppervlakte gronden agrarische bestemming (ha) 1,13 8,67

Kengetal emissie ammoniak (kg NH3/ha/jaar) 23,3 18,2 Totaal

Emissie ammoniak (kg NH3/jaar) 26,3 157,7 184,1

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

Bouwfase: Realisatie volledige plan in één jaar In een aanvullende scenario hebben wij berekend of met de volledige realisatie van alle 259 woningen in één jaar een significante toename van de stikstofdepositie ontstaat. De realisatie van het plan is berekend in combinatie met het gebruik van alle woningen. Uitganspunt bij deze berekening is dat als met de realisatie en het gebruik van alle woningen in één jaar geen overschrijding van de grenswaarde ontstaat, significante effecten ook uit te sluiten zijn bij een langere bouwperiode. De stikstofdepositie die ontstaat vanwege de bouw van de woningen is inzichtelijk gemaakt op basis van de uitgangspunten die in paragraaf 4.2 zijn beschreven. 4.7 Invoergegevens Bij de berekening van de depositiebijdrage maakt AERIUS gebruik van standaardgegevens voor het bepalen van onder andere emissiekenmerken van wegverkeer en schepen. Wegverkeer Koude start In de berekening hebben wij, naast de rijroutes van het verkeer, aanvullend het aantal koude starts met een oppervlaktebron ingevoerd op de locatie waar de voertuigen vertrekken. Voor zowel de aanleg- als gebruiksfase zijn wij er worst-case van uitgegaan dat alle lichte motorvoertuigen langer dan 2 uur stilstaan voordat deze wegrijden. Voor ieder vertrek van een personen- of bestelwagen is daarom een koude start ingevoerd.

In overleg met de opdrachtgever is bepaald dat er in de aanlegfase geen vrachtwagens zijn die langer dan 2 uur op de bouwplaats staan voordat deze vertrekken. In de aanlegfase zijn er daarom geen zware motorvoertuigen die wegrijden met een koude motor. Rijbewegingen De rijbewegingen van de personenwagens en vrachtwagens zijn als wegverkeer in AERIUS ingevoerd. In AERIUS wordt hiermee de emissie berekend op basis van de route en het aantal vervoersbewegingen. Binnen het plangebied zijn de vervoersbewegingen voor zowel de bouw- als gebruiksfase ingevoerd als wegtype binnen bebouwde kom (normaal), omdat het aannemelijk is dat de voertuigen met een gemiddelde snelheid binnen het plangebied rijden dat vergelijkbaar is met regulier stadsverkeer. Voor de rijroutes buiten het plangebied is uitgegaan van het wegtype binnen bebouwde kom (doorstromend verkeer), omdat het niet aannemelijk is dat enige vorm van stagnatie ontstaat op deze routes. 15

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Voor het invoeren van de rijbewegingen is het plangebied in verschillende gebieden verdeeld. De routes zijn gemodelleerd voor de heen- en terugweg van de voertuigen. Daarom is in het model de helft van het aantal vervoersbewegingen ingevoerd.

Op basis van het feit dat op de Van Heemstraweg een significante verkeersintensiteit in verhouding tot het planverkeer aanwezig is en de weg vanwege de aard en functie vergelijkbaar is met een provinciale weg, is het verkeer van het plan na het passeren van de kruising tussen de Leegstraat en de Van Heemstraweg opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Werktuigen De emissie van de werktuigen is voor de aanlegfase berekend op basis van de AUB-methodiek van TNO10 die als standaard is opgenomen in de AERIUS Calculator. De werktuigen zijn ingevoerd met een oppervlaktebron binnen het plan onder de categorie anders. De hoogte, spreiding en temporele variatie van de bronnen is aangepast, zodat de verspreiding exact hetzelfde is als wanneer het brandstofverbruik en het aantal draaiuren met de default methode onder de categorie ‘mobiele werktuigen’ in AERIUS zouden zijn ingevoerd. 9

Ingenieursbureau Boot (2025), Woningbouwplan Winssen-Zuid te Winssen, 21-03-2025 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx- en NH3-uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305 van 10 december 2021 10

16

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

Bij het berekenen van het effect van de voertuigen is ook rekening gehouden met de verkeersaantrekkende werking. De verkeersverdeling is overgenomen uit het onderzoek naar het verkeer van het plan dat is opgesteld door ingenieursbureau Boot 9. De verkeersaantrekkende werking is op basis van de volgende uitgangspunten ingevoerd: • 20% van het verkeer rijdt naar een bestemming binnen Winsen, zoals de supermarkt of de school. De rijroutes zijn tot aan het einde van het dorp ingevoerd. Langs deze routes zijn de belangrijkste reisdoelen binnen de bebouwde kom aanwezig zoals een grote supermarkt, school en kinderopvang. • De overige 80% van het verkeer rijdt in de gebruiksfase het dorp uit via de Leegstraat en de Van Heemstraweg. Voor de bouwfase gaan wij ervan uit dat alle voertuigen via de kortste route van en naar de Van Heemstraweg rijden. Het verkeer is zowel voor de bouw- als gebruiksfase ingevoerd tot de kruising van de Leegstraat met de Van Heemstraweg. ∙ De rijlijnen zijn tot dit punt gemodelleerd, omdat de Van Heemstraweg de eerste kruisende weg is met een significante verkeersintensiteit in verhouding tot de verkeersgeneratie van het plan.

Omdat het verkeer zich volgens de berekeningen van bureau Boot in de gebruiksfase voor 55% in westelijke richting en voor 45% in oostelijke richting over de Van Heemstraweg verdeeld, is het verkeer in de gebruiksfase na het passeren van de kruising voldoende verdund om niet meer herkenbaar te zijn ten opzichte van de verkeersintensiteit van ongeveer 4.700 – 5.300 voertuigbewegingen, waarvan 260 door zware motorvoertuigen, die op de Van Heemstraweg op een gemiddeld etmaal aanwezig zijn. In de bouwfase is het aantal voertuigen dat per etmaal van en naar het plan rijdt significant lager dan in de gebruiksfase. ∙ Naast de aanwezige verkeersintensiteit geldt bovendien dat het verkeer van een project of plan is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als dat aansluit op een provinciale weg. Ondanks dat de Van Heemstraweg op het betreffende punt waarop het de Leegstraat kruist niet in beheer is bij de provincie, is deze weg vanwege de regionale doorstroomfunctie en verkeersintensiteit vergelijkbaar met andere provinciale wegen. Daarnaast heeft de provincie het deel van de Van Heemstraweg wel in beheer dat 14 kilometer in westelijke richting van Winssen ligt. Het feitelijke beheer van een weg is, in tegenstelling tot de verkeersintensiteit en kenmerken van een weg, in principe niet leidend om te beoordelen op welk punt de voertuigen zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

4.8 Rekenmethode Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden hebben wij gebruikgemaakt van AERIUS Calculator (versie 2024). Bij de berekening van de depositiebijdrage maakt AERIUS gebruik van standaard invoergegevens die centraal zijn vastgesteld, zoals gegevens over de meteorologische condities, de terreinruwheid en emissiekenmerken van onder andere wegverkeer en schepen. AERIUS berekent de stikstofdepositie in mol per hectare per jaar op de stikstofgevoelige natuurgebieden in de omgeving.

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

In principe mag de stikstofdepositie voor de bouwfase berekend worden op basis van het jaar dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. Voor de gebruiksfase mag het eerste mogelijke jaar van ingebruikname worden aangehouden. Omdat de planning van de realisatie van de woningen nog kan wijzigen, hebben wij de stikstofdepositie voor alle situaties berekend op basis van rekenjaar 2025. Dit is het verwachte jaar van besluitvorming. Uitgangspunt voor deze keuze is dat als de stikstofdepositie op basis van peiljaar 2025 voldoet, met zekerheid te concluderen is dat ook in latere jaren geen significante toename ontstaat, omdat emissies in de toekomst afnemen door verschoning van motoren.

17

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

5. Resultaten en conclusie Van de Klok heeft het voornemen om een plan met woningen in Winssen te ontwikkelen. Mogelijk veroorzaakt het plan stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In dit onderzoek is beoordeeld of in de gebruiks- of bouwfase van fase 1 van het plan een significant effect optreedt op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De stikstofdepositie hebben wij op basis van de volgende scenario’s inzichtelijk gemaakt: 1 Gebruiksfase: volledig gebruik plan ten opzichte van de referentiesituatie gebaseerd op maximale toegestane bemesting op de gronden met een agrarische bestemming (grasland). 2 Combinatie bouw- en gebruiksfase: volledig gebruik plan met realisatie 52 woningen ten opzichte van de referentiesituatie gebaseerd op maximale toegestane bemesting op de gronden met een agrarische bestemming (grasland). 3 Voortgezet gebruik: volledig gebruik plan met realisatie 52 woningen met voortgezet gebruik gronden met een agrarische bestemming ten opzichte van de referentiesituatie gebaseerd op maximale toegestane bemesting op de gronden met een agrarische bestemming (grasland).

4 Alternatieve uitgangspunten: volledig gebruik plan met realisatie alle woningen ten opzichte van referentiesituatie gebaseerd op het feitelijke gebruik op de gronden met een agrarische bestemming In bijlage 2 (gebruiksfase), bijlage 3 (combinatie bouw- en gebruiksfase), bijlage 4 (voortgezet gebruik) en bijlage 5 (alternatieve uitgangspunten) zijn de berekeningen uit AERIUS toegevoegd.

3. Voortgezet gebruik agrarische gronden Het omgevingsplan maakt het mogelijk dat een deel van de agrarische gronden, waarop geen woningen worden of zijn gebouwd, tijdens de aanlegfase overeenkomstig de geldende bestemming gebruikt worden. Vanwege de voortzetting van het gebruik van de agrarische gronden die met het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt, is berekend met welke emissie van bemesting wel of geen significante toename van de stikstofdepositie ontstaat. Uit de resultaten van deze berekening volgt dat met een emissie die ontstaat als gevolg van bemesting van 192 kg/NH3/ha/jaar, geen significante toename van de stikstofdepositie optreedt. Deze emissie is hoger dan de uitstoot die vanwege het scenario ontstaat dat gebaseerd is op bemesting volgens het feitelijke gebruik. Op basis van onze berekening kan tijdens de realisatie van het plan het volgende aantal hectare van de gronden met een bepaald gebruik van een agrarische bestemming worden bemest: • fruitteelt: 10,6 hectare; • grasland: 8,2 hectare. Met deze berekening is aangetoond dat een voortzetting van een groot deel van de agrarische gronden tijdens de planrealisatie mogelijk is, zoals dat in het omgevingsplan mogelijk is gemaakt.

Voordat de uitvoering van het plan start, moet in het projectspoor de stikstofdepositie met een AERIUS-berekening inzichtelijk worden gemaakt op basis van het aantal woningen dat in een jaar wordt gebouwd en in gebruik wordt genomen. Dit in combinatie met de agrarische gronden waarvan het gebruik met het gewenste gewas wordt voortgezet. 18

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

1. Gebruiksfase en 2. Gebruiks- en bouwfase Uit de berekeningen van de gebruiksfase en gecombineerde bouw- en gebruiksfase volgt dat het plan geen significant negatief effect veroorzaakt op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving, ten opzichte van de referentie situatie. De toename van de stikstofdepositie voldoet aan de grenswaarde van afgerond 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van de resultaten kunnen daarom vanwege de ontwikkeling van de woningen die het plan mogelijk maakt, significante negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten.

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

k:\doc\m\2020\165501\m2020165501r001v6 onderzoek stikstofdepositie winssen zuid.docx 18-07-2025

4. Alternatieve uitgangspunten Om iedere twijfel over de uitvoerbaarheid van het plan uit te sluiten hebben wij naar aanleiding van de zienswijzen die door Willems Winssen zijn ingediend, een berekening uitgevoerd waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat het effect is van het aanpassen van een aantal uitgangspunten. Uit deze analyse volgt dat het plan in het maatgevende jaar van de bouw- en gebruiksfase geen significant negatief effect veroorzaakt op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving, ten opzichte van de referentiesituatie. De toename van de stikstofdepositie voldoet aan de grenswaarde van afgerond 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van de resultaten kunnen vanwege de ontwikkeling van de woningen die het plan mogelijk maakt, ook met de alternatieve uitgangspunten significante negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten.

19

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Bijlage 1 Titel

Uitgangspunten

M.2020.1655 Woningplan Winssen Zuid Bijlage 1

Uitgangspunten Winssen Zuid Gebruiksfase Verkeer woningen Verkeersgeneratie

Situatie

Gebiedstype

Niet stedelijk

Locatie

Rest bebouwde kom

Onderdeel

Eigendom

koop Vrijstaande woningen koop/huur Rijtjeswoningen koop Twee-onder-één kap woningen koop/huur Appartementen sociale huur Rijtjeswoningen sociale huur Appartementen * (2025) Ingenieursbureau Boot, Woningbouwplan Winssen-Zuid te Winssen, 21-03-2025

Aantal 21 119 41 25 15 38 259

Kengetal* (vervoersbewegingen per etmaal) 8,6 7,8 8,2 6,4 5,2 3,8

Vervoersbewegingen (etmaal)* 180,6 928,2 336,2 160 78 144,4 1827,4 913,7

Aantal koude starts

Bron nr.

Vervoersbewegingen*

Verkeerscategorie

1 2 3 4 5 6 7 Alleen VAW Totaal

159,9 139,3 159,6 179,8 78,8 102,6 72,2 21,5 913,7

Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer

Rijtjeswoningen koop/huur 27 25 22 19 12 14

Appartementen sociale huur

3 4 4 5

Twee-onder-één kap woningen 7 6 10 18

Rijtjeswoningen sociale huur 5

5 21

41

15

Vrijstaande woningen

Appartementen koop/huur

6 4 10 15

38 119

38

25

*Het aantal vervoersbewegingen is gedeeld door 2, omdat de rijroutes voor de heen- en terugweg zijn ingevoerd. Voor vijf vrijstaande woningen langs de Leegstraat is alleen de verkeersaantrekkende werking over de openbare wegen ingevoerd Naam VAW 1

VAW 2 VAW 3

VAW 4

Toelichting

Vervoersbewegingen

Route oostelijk deel plan binnen Winssen naar centrum Route oostelijk deel plan binnen Winssen naar van Heemstraweg Route zuidellijk deel plan binnen Winssen naar centrum Route zuidelijk deel plan binnen Winssen naar van Heemstraweg

295,6 1182,2 69,9 279,7

Mogelijke voortzetting agrarische gebruik Mogelijke emissie ammoniak (kg/NH3/ha/jaar)

Activiteit Bemesting land grasland feitelijk Bemesting fruitteelt feitelijk

192 192

Kengetal emissie ammoniak (kg/NH3/ha/jaar) 23,3 18,2

Oppervlakte (ha) 8,2 10,6

Bouwfase Mobiele werktuigen

Mobiel werktuig

Vermogen (kW)

Bouwjaar

Stage-klasse

Gemiddelde motorbelasting (%) (tabel 5 TNO AUB methodiek)

SCR / AdBlue

TNO categorie*

met SCR met SCR met SCR met SCR met SCR met SCR

D D D D D D

Nox emissie* (g/uur)

Nox vracht (kg/jaar)

NH3 emissie* (g/uur)

NH3 vracht (kg/jaar)

92,49

4,75

0,90

0,05

Mobiele kraan (elektrisch) 170-330 Rupskraan t.b.v. gevels plaatsen 300 2021 Stage-V Graafmachine 112 2019 Stage-IV Graafmachine 120 2014 Stage-IV Shovel 114 2020 Stage-IV Heistelling 183 2021 Stage-V Betonmixer 300 2019 Stage-IV * berekend op basis van AUB methodiek (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik) TNO, 2021 R12305 d.d. 10 december 2021

36,7% hydrauliek - dynamische belast. (bv wielladers/graafmachines) 45,6% hydrauliek - constante belast. (bv wielladers/graafmachines) 45,6% hydrauliek - constante belast. (bv wielladers/graafmachines) 45,6% hydrauliek - constante belast. (bv wielladers/graafmachines) 36,7% hydrauliek - dynamische belast. (bv wielladers/graafmachines) 37,0% transmissie - constante belasting (bv landbouwtrekkers)

Verkeer

Voertuigen Personenwagens en bestelbussen Vrachtwagens

Verkeerscategorie Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer

Aantal voertuigen (totaal project)

Aantal voertuigen per jaar

Aantal koude starts per jaar

43.755 5.141

8.751 1.028

8.751 0

Voertuigen (aantal per jaar)

Draaiuren (minuten/voertuig)

Draaiuren (uren/jaar)

Stationaire voertuigen

Activiteit

Verkeerscategorie

Vrachtwagens laden/lossen Zwaar wegverkeer 1.028 3 51 * berekend met kentallen bijlage 1 Stationaire emissies wegverkeer van "Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024", versie 1, oktober 2024

Draaiuren totaal (uren/jaar)

Brandstof-verbruik (liter/jaar)

AdBlue verbruik (liter/jaar)

NOx vracht (kg/jaar)

NH3 vracht (kg/jaar)

5.150 569 284 633 636 514 386

16.353 3.923 9.804 8.846 9.119 11.408

981 235 588 531 547 684 Totaal Totaal per jaar

91,1 22,6 56,1 51,0 51,8 63,8 336,4 67,3

3,9 0,9 2,4 2,1 2,2 2,7 14,3 2,9

M.2020.1655 Woningplan Winssen Zuid Bijlage 1

Referentie situatie Bemesting grasland Soort mest

Kg N/ha op basis van niet-derogatie

% ammoniakale N

Kg NH3/ha.jr dierlijke mest

Vervluchtigingspercentage

Toegestane kunstmestgift (kg/N/ha/jaar)

Emissiefactor kunstmest (%/NH3/N)

NH3-emissie uit kunstmest (kg NH3/ha/jr)

Toegestane hoeveelheid ammoniak kg/NH3/ha.jr

Percentage soort mest Nederland

170

48%

99,1

17%

16,8

308,0

102,0

206,0

2,5%

6,3

23,1

86%

19,9

170

52%

107,3

17%

18,2

308,0

102,0

206,0

2,5%

6,3

24,5

14% Totaal

3,4 23,3

Kg N/ha op basis van niet-derogatie

% ammoniakale N

Kg NH3/ha.jr dierlijke mest

Vervluchtigingspercentage

Toegestane kunstmestgift (kg/N/ha/jaar)

Emissiefactor kunstmest (%/NH3/N)

NH3-emissie uit kunstmest (kg NH3/ha/jr)

Toegestane hoeveelheid ammoniak kg/NH3/ha.jr

Percentage soort mest Nederland

Gemiddelde verdeling emissie soort mest (kg/NH3/ha/jaar)

170

48%

99,1

17%

16,8

140,0

102,0

38,0

2,5%

1,2

18,0

86%

15,5

17%

18,2

140,0

102,0

38,0

2,5%

1,2

19,4

14% Totaal

2,7 18,2

Rundveemest (86%) Varkensmest (14%)

Kg NH3Stikstofgebruiksnorm NVWerking dierlijke mest vervluchtiging/ha.jr uit gebieden grasland 2025 (kg/N/ha/jaar) dierlijke mest (kg/N/ha/jaar)

Gemiddelde verdeling emissie soort mest (kg/NH3/ha/jaar)

Bemesting fruitteelt

Soort mest Rundveemest (86%) Varkensmest (14%)

170

Activiteit Bemesting land grasland maximaal

Activiteit Bemesting land grasland feitelijk Bemesting fruitteelt feitelijk

52% Oppervlakte bemeste deel (ha) 11,45 Oppervlakte bemeste deel (ha) 1,13 8,67

107,3 Kengetal emissie ammoniak (kg/NH3/ha/jaar) 23,3 Kengetal emissie ammoniak (kg/NH3/ha/jaar) 23,3 18,2 Totaal

Emissie ammoniak (kg/NH3/jaar) 266,7 Emissie ammoniak (kg/NH3/jaar) 26,3 157,7 184,1

Kg NH3Stikstofgebruiksnorm NVWerking dierlijke mest vervluchtiging/ha.jr uit gebieden fruitbomen (kg/N/ha/jaar) dierlijke mest 2025 (kg/N/ha/jaar)

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Bijlage 2 Titel

AERIUS-berekening gebruiksfase

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Bijlage 3 Titel

AERIUS-berekening combinatie gebruiks- en bouwfase

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Bijlage 4 Titel

AERIUS-berekening combinatie bouw- en gebruiksfase met voortgezet gebruik

Woningbouwplan Winssen Zuid fase 1

Bijlage 5 Titel

AERIUS-berekening alternatieve uitgangspunten: volledige gebruiksfase, realisatie alle woningen en referentiesituatie op basis van feitelijk gebruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=b97cc718-de56-4335-a750-92ade0bdbd1a