CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Verkenning verhoging lokale heffingen vanaf 2026

Commissie Samenleving & Bestuur (S&B) 23 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Ombuigingen bestaand beleid en lokale heffingen4.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkenning verhoging lokale heffingen vanaf 2026

Versie 10 juni 2025

1

Inhoud

Samenvatting..........................................................................................................................................5 1.2 OZB...............................................................................................................................................6 1.3 Afvalstoffenheffing.......................................................................................................................8 1.4 Rioolheffing...................................................................................................................................9 2. Leges.................................................................................................................................................10 Leges Kabels en leidingen (1.13)...................................................................................................10 Leges titel 2 Omgevingswet..............................................................................................................10 Leges titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn...........................................14 3.

Overige lokale heffingen...................................................................................................................15 Bijlage 1 Benchmark woonlasten per gemeente in Gelderland............................................................17

2

Ombuigingen lokale heffingen, opdracht van college en MT Collegeopdracht Onze gemeente heeft een niet sluitende begroting. Het college heeft daarom besloten voor € 6 miljoen om te buigen en dit als volgt te verdelen: 1. € 2,5 miljoen op bestaand beleid en 2. € 3,5 miljoen op nieuw beleid en lokale heffingen (m.n. OZB en leges). Voor het in beeld brengen van maatregelen heeft het college ambtelijke opdrachten uitgezet: Deze verkenning naar verhoging van legestarieven en andere lokale heffingen is onderdeel van de tweede opdracht. Opdracht van het MT De opdracht van het college om ombuigingsmaatregelen uit te werken, is voor het onderdeel lokale heffingen uitgewerkt in de projectopdracht ‘Verkenning lokale heffingen’. Het MT van gemeente Beuningen heeft deze opdracht op 13 februari 2025 vastgesteld. De opdracht luidt als volgt:

OZB en andere lokale heffingen  

Breng de effecten van ombuigingen op de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing in beeld Berekenen in een aantal scenario’s de effecten van toename van OZB-heffingen en de totale woonlastendruk van onze inwoners Breng daarbij in beeld de effecten op de baten van gemeente Beuningen.

Leges  Ga uit van een generieke stijging van een 20% van de legestarieven. Beschrijf per deelgebied wat de impact en risico’s zijn van de verhoging. Neem daarbij ook afwegingen mee ( mitsen en maren (zoals bijv. wettelijke maximumtarieven e.d.).  Geef aan wanneer een stijging van het tarief niet, of slechts gedeeltelijk, mogelijk is en stel een alternatief percentage voor. Overige lokale heffingen  

3

Inventariseer de mogelijkheden en gevolgen voor het verhogen van overige lokale heffingen. Ga daarbij uit van een stijging van 20% Breng deze in een aantal scenario’s incl. afwegingskader in beeld.

Drie deelopdrachten De opdracht bestaat uit drie deelopdrachten: 1. OZB en andere lokale heffingen met effect op de woonlastendruk 2. Leges 3. Overige lokale heffingen: forensenbelasting, toeristenbelasting en reclamebelasting. In volgende tabel ziet u de gemeentelijke belastingen gegroepeerd naar deze indeling Nr.

1

2

3

Gemeentelijke belasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Reinigingsheffing Onroerendezaakbelasting (OZB) Belasting van roerende woon- en bedrijfsruimten Baatbelasting Leges Hoofdstuk 1 Publiekszaken en Bijzondere wetten etc Leges Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunningen etc Leges Hoofdstuk 3 Alcoholwet, evenementen etc Forensenbelasting Toeristenbelasting Reclamebelasting

Projectorganisatie en Looptijd Projectleider: Jacqueline Tiemens iom Guido Kusters Opdrachtgever: Dyanne Kocken Alle uitwerkingen worden voorgelegd aan financieel consulenten Adviesbureau Involon brengt een advies uit over tariefverhogingen van de leges Titel 2 De (on)mogelijkheden van tariefsverhogingen dienen in april 2025 in beeld te zijn. De uitkomst van deze verkenning wordt meegenomen in de besluitvorming over de ombuigingen nieuw beleid. Het college heeft op 6 mei een eerste informeel overleg hierover.

4

Samenvatting In volgende tabel ziet u een samenvatting van de verkenning van mogelijkheden om lokale heffingen te verhogen: Tariefverhoging bouwleges gemiddeld + 20% Reëel begroten leges kabels en leidingen

Tariefverhoging leges kabels en leidingen gemiddeld + 30% Leges vergunningen APV (titel 3.2) + 20% Reclamebelasting Totaal

2026 143 55 26 7 11 242

2027 143 55 26 7 11 242

2028 143 55 26 7 11 242

2029 143 55 26 7 11 242

We zien kansen om de lokale heffingen met jaarlijks € 2,4 ton te verhogen. Het betreft effecten van: ophoging tarieven bouwleges + gemiddeld 20%, het reëel begroten van leges kabels en leidingen, tariefverhoging leges kabels en leidingen + gemiddeld 30%, leges vergunningen APV +20% en ophogen reclamebelasting + 20%. Voor het ophogen van leges gelden wel diverse kanttekeningen en risico’s. Deze lichten we in dit rapport toe. Aanvullende verhogingen van de OZB vanaf 2026 Het gemeentebestuur kan besluiten tot aanvullende verhogingen van de OZB vanaf 2026. Een verhoging van + 1% levert indicatief jaarlijks € 1 ton op. Overwegingen daarbij zijn: 1. OZB is al opgehoogd vanaf 2025 + 17%1 en vanaf 2026 jaarlijks met het inflatiecijfer. 2. Woonlastendruk neemt vanaf 2026 mogelijk verder toe door stijging van de tarieven afval en riool Overige heffingen Tariefaanpassingen van een aantal overige heffingen worden ambtelijk ontraden. Het gaat om relatief kleine bedragen en/of om heffingen die in gemeente Beuningen al relatief hoog zijn. Uitwerking en besluiten in de begroting 2026 Voor de uitwerking van deze verkenning verwijzen we naar de begroting 2026. Dan zullen we de tariefaanpassingen in verordeningen verwerken. Ook zullen we dan met een voorstel komen over maatregelen en tariefaanpassingen voor heffingen afval en riool.

1

Van het percentage van 17% is 4,25% doorgevoerd met het oog op de begrotingstekorten van gemeente Beuningen. De extra inkomsten van jaarlijks € 369.000 die we hiermee genereren zijn al ingeboekt.

5

1. OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing 1.1 Woonlastendruk

De woonlastendruk voor onze inwoners wordt vooral bepaald door de tarieven van OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Als we kijken naar de benchmark lokale lasten (Coelo: atlas 2025, zie bijlage 1), scoort gemeente Beuningen bij de lasten voor huizenbezitters rangnummer 215 (2024: 131). Voor huurders scoort Gemeente Beuningen rangnummer 25 (2024: 14). Het hoogste rangnummer is 346 (mediaan 173), nummer 1 heeft de laagste woonlasten. Gemeente Beuningen scoort voor huizenbezitter boven de mediaan en voor huurders zit Beuningen onder de mediaan. Opvallend is dat gemeente Beuningen voor zowel huizenbezitters als huurders in 2025 in rangorde stijgt. Gemeente Beuningen heeft dus ten opzichte van andere gemeenten relatief hogere tariefstijgingen doorgevoerd.

1.2 OZB Een 9% OZB verhoging 2025 is, met het oog op het begrotingstekort, bij de behandeling van de begroting geamendeerd naar 13,25%. Deze verhoging van 4,25% betrekken we bij de ombuigingen Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 369.000. Met een aanvullende verhoging van 3,75% (amendement zorg voor Leefbaarheid, nummer A24-25) bedraagt de verhoging vanaf 2025 uiteindelijk 17%. Vanaf 2026 nemen we structureel 3 % op als reguliere indexering van de ozb. De 3% is indexering van de baten. Het tarief wat bij deze baten hoort wordt op basis van de woz-waarden berekend om dubbele stijging te voorkomen. De begrote OZB-baten 2025 t/m 2028 (inclusief tariefsverhogingen) ziet u in deze tabel: Kostenplaatse n Code

6061405 6062405 6062400

Kostenplaatsen Omschrijving OZB eigenaarsdeel (woningen) OZB eigenaarsdeel (nietwoningen) OZB gebruikersdeel nietwoning

Kostensoorten Omschrijving

OZB-eigenaren OZB-eigenaren OZB-gebruikers (niet-woningen)

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

6.120.165 2.415.418 1.626.008 10.161.59 1

6.303.770 2.487.881 1.674.787 10.466.43 8

6.492.884 2.562.517 1.725.030 10.780.43 1

6.687.670 2.639.391 1.776.781 11.103.84 2

Aanvullende OZB-verhogingen vanaf 2026 zijn mogelijk en leveren per 1% verhoging indicatief een bedrag van € 1 ton op. Kanttekeningen 

6

Volgens de systematiek die we in Beuningen hanteren is de verhoging van de ozb een doelstelling t.a.v. de inkomsten. Het gaat dus niet om een procentuele verhoging van het

ozb-tarief. Het tarief wordt namelijk gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling van de onroerende zaak.

7

In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet staat dat de jaarlijkse stijging van de ozb aan banden wordt gelegd. Dat is nu nog niet het geval maar kan mogelijk in de toekomst worden ingevoerd.

Er dient rekening gehouden te worden met de totale woonlastendruk en de belastingdruk in andere gemeenten, zie 1.1 en bijlage 2.

1.3 Afvalstoffenheffing De begroting van afvalstoffenheffing laat een tekort zien. De afvalstoffenheffing is een gesloten administratief systeem. De begroting van afvalstoffenheffing laat een tekort zien. De kosten zijn hoger dan de baten. We kunnen deze sluitend maken met een onttrekking aan de voorziening voor afvalstoffenheffing. Deze voorziening (stand ongeveer € 712.000) is bijna uitgeput. De onttrekking in 2024 is naar verwachting € 482.000 (inclusief eenmalige kosten van de DAR voor aanpassing paslezers afvalcontainers € 103.000). De stand van de voorziening is na verwerking van deze onttrekking zo’n € 230.000. En in 2025 is er een onttrekking begroot van € 184.000 waarna de voorziening nagenoeg uitgeput zal zijn, iets minder dan € 50.000. Eventuele maatregelen afvalstoffenheffing om begroting sluitend te maken Er zijn in het ombuigingstraject diverse maatregelen voor het verlagen van kosten en het verhogen van opbrengsten gerelateerd aan afval aangeleverd. Deze zijn waarschijnlijk nodig om de begroting voor afval structureel in evenwicht te brengen. Daarmee beogen we de stijging van de afvalstoffenheffing in 2026 te beperken tot de indexering 2026. We komen in een apart voorstel terug op eventuele maatregelen en op de tarieven 2026 voor afval.

8

1.4 Rioolheffing Gesloten systeem en een voorziening riool De rioolheffing is, net als de afvalstoffenheffing, een gesloten administratief systeem. Houden op de rioolbegroting we middelen over? Dan voegen we deze toe aan de voorziening riool. Eind 2024 komt de stand van deze voorziening uit op afgerond € 3,2 miljoen. Door hoger uitgevallen kosten en doordat indexatie afgelopen jaren niet heeft plaatsgevonden is deze stand lager dan deze zou moeten zijn. Volgens de kostendekkingsberekening in het beleidsplan ‘Water en Riolering 2023 – 2027’ zou de voorziening eind 2024 € 3,6 miljoen moeten bedragen. Beleid vraagt om hogere heffingen In het beleidsplan ‘Water en Riolering 2023 – 2027’ is het beleid voor de onderwerpen oppervlaktewater en riolering opgenomen, daarbij zijn ook maatregelen opgesteld. In het beleidsplan is met een kostendekkingsberekening bepaald wat de heffing moet zijn. In de kostendekkingsberekening is meegenomen dat de geplande nieuwe woningbouw voor een toename van afvoer richting de rioolwaterzuiveringen zorgt. Verder stelt het veranderende klimaat, waarbij de kans op wateroverlast en/of droogte toeneemt, ons voor nieuwe uitdagingen. Nu het beleidsplan uitgevoerd wordt blijken een aantal projecten mogelijk duurder dan verwacht. Dit kan zorgen voor extra kosten bóvenop het beleidsplan.

Vanaf 2026 mogelijk verzwaring woonlasten Hoe de kosten zich ontwikkelen, hangt onder andere af van de ontwikkeling van rentestanden en prijzen voor materiaal en energie. In het beleidsplan ‘Water en Riolering 2023 – 2027’, is vastgesteld om de tarieven rioolheffing in 2023 t/m 2027 niet te verhogen ten opzichte van prijspeil 2022 maar alleen te indexeren. De tarieven rioolheffing zijn vanaf 2023 niet meer aangepast (ook niet geïndexeerd). Mogelijk zullen we vanaf 2026 de rioolheffing moeten verhogen om te kunnen blijven voldoen aan de kostendekkingsberekening en om het vastgestelde beleid uit te kunnen voeren. We komen bij de behandeling van de begroting 2026 terug op de tarieven voor riool.

9

2. Leges

Het verhogen van legestarieven is begrenst door de eis van kostendekkendheid (winst maken op leges is niet toegestaan). Er zijn mogelijkheden, want de geraamde legesopbrengsten blijven achter bij de kosten. Er wordt over 2025 een kostendekkendheid van 53% begroot. We richten ons op een verkenning van tariefstijging van leges waarvan we de grootste impact verwachten. Het gaat om leges kabels en leidingen, leges voor bouwvergunningen en een aantal leges van titel 3 ‘Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn’. In totaal stellen we verhogingen voor die leiden tot een toename van legesbaten van jaarlijks € 2,4 ton. Als we deze verhogingen doorvoeren, komt de kostendekkendheid indicatief 2 uit op ongeveer 60%. Verkenning van verdere verhoging is mogelijk. Daarbij past de kanttekening dat het onverstandig is om een begrote kostendekkendheid van 100% na te streven. Je loopt dan het risico winst op leges te maken. Bovendien zijn we voor sommige diensten gebonden aan wettelijk gemaximeerde tarieven.

Leges Kabels en leidingen (1.13)

Leges voor Kabels en leidingen worden betaald door de volgende partijen: Liander (energie), Vitens (water) en telecomproviders (glasvezel). Met een kostendekkendheid van 33% (zie bijlage 1) zijn er mogelijkheden de tarieven te verhogen. Een tariefsverhoging is ook goed te motiveren, want de energietransitie, uitbreiding van het energienetwerk en de zorg voor toekomstige drinkwatervoorziening vragen om steeds meer inzet van gemeente Beuningen. We stellen daarom voor vanaf 2026 een aantal tariefaanpassingen van gemiddeld + 30% door te voeren. Dat levert extra inkomsten op van indicatief € 26.000. Tariefsaanpassing zorgt voor hogere kosten voor met name Liander en Vitens. Het is de verwachting dat deze partijen de kosten via tarieven op de burger zullen afwentelen. Daarnaast is er een te laag begrote omzet voor kabels en heffingen. Deze is meerjarig begroot op € 30.000. In 2024 waren de werkelijke opbrengsten € 84.556. Reëel begroten van deze opbrengsten geeft een voordeel van € 55.000. In totaal kunnen we de baten van kabels en leidingen met ruim € 81.000 verhogen, zie tabel. Maatregel Reel begroten € 85.556 – € 30.000 Effect tariefaanpassing met gemiddeld 30% (€ 85.556 * 30%)

Effect € 55.556 € 25.667

Totaal

€ 81.223

Leges titel 2 Omgevingswet

2

De begrote kostendekkendheid van 2026 dient nog berekend te worden.

10

Bouwleges De inkomsten uit titel 2 Omgevingswet zijn grotendeels afkomstig uit activiteiten met betrekking tot bouwwerken. Voor de inkomstenverhoging hebben we ons daarom gefocust op artikel 2.5 (de bouwtechnische toets) en artikel 2.6 (de ruimtelijke toets). De leges worden hier gebaseerd op een percentage van de bouwkosten. In 2024 zijn we overgaan naar de omgevingswet. Hierbij hebben we samen met de buurgemeenten Heumen en Berg & Dal de staffel van de bouwkosten gebaseerd op het VNG-model. In onderstaande tabel is de gehanteerde staffel weergegeven met de bijbehorende huidige tarieven

Artikel 2.5 2.5.1.a 2.5.1.b 2.5.1.c 2.5.1.d 2.5.1.e

Bouwkosten € 0 tot € 25.000: € 25.000 tot € 50.000: € 50.000 tot € 200.000: € 200.000 tot € 2.500.000 € 2.500.000:

Huidig tarief 1,00% 1,32% 1,01% 1,01% 1,01%

Artikel 2.6 2.6.1.a 2.6.1.b 2.6.1.c 2.6.1.d 2.6.1.e

Bouwkosten € 0 tot € 25.000: € 25.000 tot € 50.000: € 50.000 tot € 200.000: € 200.000 tot € 2.500.000 € 2.500.000:

Huidig tarief 1,71% 2,24% 1,71% 1,71% 1,71%

Correctie van verloop Zoals uit bovenstaande tabel valt op te merken worden de leges relatief hoger naarmate de bouwsom hoger wordt, maar loopt het vanaf € 50.000 weer terug naar beneden. Dit is een gevolg van de omslag van de oude staffel (vóór de omgevingswet) naar de nieuwe staffel volgens het VNGmodel, uitgaande van behoud van opbrengsten. Het percentage behorend bij de bouwkosten tussen €25.000 en €50.000 is hierbij een dissonant. Het is gebruikelijker dat de percentages een degressief verloop kennen omdat de werkzaamheden die samenhangen met de aanvraag niet evenredig oplopen met de bouwkosten (integendeel). We willen deze gelegenheid aangrijpen om de percentages te “corrigeren” naar een degressief verloop. Als we uitgaan van gelijke legesopbrengsten komen we tot het volgende voorstel Artikel 2.5 2.5.1.a 2.5.1.b 2.5.1.c 2.5.1.d 2.5.1.e

Bouwkosten € 0 tot € 25.000: € 25.000 tot € 50.000: € 50.000 tot € 200.000: € 200.000 tot € 2.500.000 € 2.500.000:

Huidig tarief 1,00% 1,32% 1,01% 1,01% 1,01%

Gecorrigeerd tarief 1,08% 1,08% 1,06% 1,03% 1,00%

Artikel 2.6 2.6.1.a

Bouwkosten € 0 tot € 25.000:

Huidig tarief 1,71%

Gecorrigeerd tarief 1,85%

11

2.6.1.b 2.6.1.c 2.6.1.d 2.6.1.e

€ 25.000 tot € 50.000: € 50.000 tot € 200.000: € 200.000 tot € 2.500.000 € 2.500.000:

2,24% 1,71% 1,71% 1,71%

1,83% 1,80% 1,75% 1,70%

Zoals uit bovenstaande tabel valt op te merken is bij de lagere bouwsommen een beperkte verhoging noodzakelijk om een degressief verloop te realiseren. Voor een gemiddelde aanvraag gaat het bij deze categorie om enkele euro’s verhoging. Opbrengstenverhoging van 20% Om te komen tot een opbrengstenstijging van 20% hebben we een verhoging toegepast op de gecorrigeerde tarieven. Op basis van de aanvragen uit het verleden hebben we uitgerekend welke stijging noodzakelijk is om te komen tot een opbrengstenstijging van 20%. Om de lastenverzwaring te leggen bij de aanvragers voor wie de legeskosten een beperkt aandeel vormt van de totale kosten van de bouwactiviteit stellen we voor één uitzondering te maken voor het degressief verloop. We stellen voor om de laatste categorie (van 2,5 miljoen en hoger) bovenmatig te verhogen zodat de aanvragen met lagere bouwkosten gedeeltelijk worden ontzien. We komen dan tot onderstaand voorstel. De meeropbrengst bedraagt dan jaarlijks € 142.000 Artikel 2.5 2.5.1.a 2.5.1.b 2.5.1.c 2.5.1.d 2.5.1.e

Bouwkosten € 0 tot € 25.000: € 25.000 tot € 50.000: € 50.000 tot € 200.000: € 200.000 tot € 2.500.000 € 2.500.000:

Huidig 1,00% 1,32% 1,01% 1,01% 1,01%

Gecorrigeerd 1,08% 1,08% 1,06% 1,03% 1,00%

Nieuw 1,27% 1,26% 1,24% 1,21% 1,24%

Artikel 2.6 2.6.1.a 2.6.1.b 2.6.1.c 2.6.1.d 2.6.1.e

Bouwkosten € 0 tot € 25.000: € 25.000 tot € 50.000: € 50.000 tot € 200.000: € 200.000 tot € 2.500.000 € 2.500.000:

Huidig 1,71% 2,24% 1,71% 1,71% 1,71%

Gecorrigeerd 1,85% 1,83% 1,80% 1,75% 1,70%

Nieuw 2,16% 2,14% 2,11% 2,05% 2,09%

Maximum Om de bovenmatige stijging van grotere projecten (met hogere bouwkosten) te verzachten stellen we voor een maximum te heffen leges in te voeren van:  

Artikel 2.5: € 200.000 Artikel 2.6: € 300.000

Kanttekeningen en risico’s

12

1. Imagoschade: Leges worden vaak regionaal met elkaar vergeleken. Zo publiceert Vereniging Eigen Huis regelmatig de ‘duurste’ en ‘goedkoopste’ gemeenten, of gemeenten met de sterkste legesstijgingen. Een sterke stijging kan leiden tot ‘negatieve’ publiciteit. 2. Verhoogde kosten voor projectontwikkelaars: Aangezien legeskosten onderdeel uitmaken van de totale kosten van bouwprojecten, kan een verhoging van deze kosten de economische haalbaarheid van projecten verminderen. Projectontwikkelaars kunnen hierdoor minder bereid zijn om te investeren in nieuwe projecten, vooral in gebieden waar de marges krap zijn. 3. Verminderde woningproductie/hogere woningprijzen: Bij een stijging van de legeskosten kunnen bouwbedrijven besluiten om minder woningen te bouwen of de prijzen te verhogen, wat de toegankelijkheid van woningen voor consumenten verlaagt. 4. Afname van investeringen in kleinere projecten: Kleine ondernemers of ontwikkelaars die met beperkte budgetten werken, kunnen ontmoedigd worden door hogere legeskosten. Dit kan leiden tot een afname van kleinere bouwprojecten, zoals renovaties of kleinschalige woningbouw, die van belang zijn voor het bevorderen van lokale economieën. 5.

Verlies van concurrentievoordeel voor bepaalde regio’s: Gemeenten die hogere legeskosten hanteren, kunnen minder aantrekkelijk worden voor bouwbedrijven in vergelijking met andere gemeenten met lagere kosten. Dit kan leiden tot een afname van de economische activiteit in de regio. 6. Fluctuatie legesopbrengsten: De legesopbrengsten fluctueren sterk. Ter illustratie had de gemeente in 2022 circa € 2,3 miljoen aan opbrengsten bouwleges. In 2023 was dit slechts ruim € 400.000. Voor de begroting hanteren we een tienjaars gemiddelde van circa € 700.000. De opbrengstenstijging is dan ook gebaseerd op dit bedrag.

13

Leges titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn In totaal begroot gemeente Beuningen voor deze titel € 41.000, zie tabel: Par. 3.1 3.2 3.3

Omschrijving Horeca Vergunningen APV Prostitutiebedrijven

3.4 3.5 Totaal

Kinderopvang Overige

Begrote baten 2025 2.691 33.595 657 3.348 902 41.193

We gaan in op de mogelijkheid van legesverhogingen voor het organiseren van evenementen en markten (paragraaf 3.2) en kinderopvang. De bedragen van overige leges zijn verwaarloosbaar.

Vergunningen APV (3.2)

Deze leges worden bijna helemaal door het evenement Down The Rabbit Hole (DTRH) betaald (opbrengsten zo’n € 30.000 per jaar). Gemeente Beuningen maakt tegen een tarief van € 90 per uur zo’n € 49.000 aan kosten voor dit evenement. Uitgaande van kostendekkendheid is er dus ruimte om deze tarieven te verhogen. Het evenement DTRH brengt echter ook nog toeristenbelasting op. Op basis van € 2,00 3 per persoon per nacht, is dat in 2024 zo’n € 1,2 ton. De totale opbrengsten van DRTH komen daarmee op € 1,5 ton (leges evenementen € 30.000 + toeristenbelasting € 120.000) en zijn daarmee hoger dan de kosten. In vergelijking met andere gemeenten waar grote festivals plaatsvinden, hanteert gemeente Beuningen een hoger tarief toeristenbelasting:   

Gemeente Dronten (Lowlands) € 1,65 (per persoon per nacht, 2025) Gemeente Landgraaf (Pinkpop) €1,50 , Gemeente Beuningen (DTRH) € 2,06

Kanttekening: over tariefverhoging vanaf 2026 : Bij de baten/kostenafweging van het evenement DRTH dienen alle baten (dus leges vergunningen APV én toeristenbelasting) meegenomen te worden. De baten zijn in dat geval niet hoger dan de kosten. Bovendien zijn de tarieven toeristenbelasting van gemeente Beuningen hoger vergeleken met andere gemeenten waar grote festivals plaatsvinden.

3

In 2024 was het tarief € 2 pppn

14

3. Overige lokale heffingen

Overige heffingen zijn een aantal kleinere belastingenbronnen. Ook hiervoor inventariseren we in hoeverre deze kunnen bijdragen aan de ombuigingsopgaven. Verhogen toeristenbelasting Om een beeld te schetsen van de (on)wenselijkheid van het verhogen van toeristenbelasting wordt hieronder eerst een vergelijking gemaakt met de tarieven van de overige gemeenten in het Rijk van Nijmegen. Zie hieronder een overzicht (bedragen 2025, per persoon per overnachting)

Gemeente Berg en Dal Gemeente Beuningen Gemeente Druten Gemeente Heumen Gemeente Nijmegen Gemeente Wijchen

Toeristenbelasting € 1,63 € 2,06 € 2,00 € 1,90 € 3,58 € 2,00

Uit deze benchmark blijkt dat gemeente Beuningen – op Nijmegen na – in 2025 het hoogste tarief hanteert. Dit is niet evenredig met de impact en omvang van toerisme en recreatie in de gemeente Beuningen. Ongeveer de helft van de totaalopbrengst toeristenbelasting van jaarlijks zo’n € 2,5 ton in de gemeente Beuningen wordt opgebracht door MOJO, organisator van festival Down the Rabbit Hole. MOJO heeft recent verzocht om afspraken te maken over een vaste (beperkte) indexering van toeristenbelasting in de komende jaren. Het college heeft hierover nog geen standpunt ingenomen. Extra meerdaags evenement Najaar 2023 stelde onze gemeenteraad het bestemmingsplan ‘evenementen de Groene Heuvels’ vast. Dit plan maakt een extra meerdaags evenement – naast DTRH – mogelijk. Mogelijk zal MOJO vanaf 2026 een 2e meerdaags evenement organiseren op de Groene Heuvels, waarbij de omvang van dit evenement vanaf 2027 t/m 2030 doorgroeit. De indicatieve extra jaarlijkse opbrengst toeristenbelasting is € 135.000, te realiseren vanaf 2027. Daarnaast is Mojo ook leges verschuldigd en zal gemeente Beuningen kosten maken. Deze extra baten en lasten zijn nog niet begroot. Er is namelijk nog niet bevestigd dat er een 2e evenement zal worden gehouden.

Kanttekening over tariefverhoging vanaf 2026 : Gelet op de (regionale) benchmark van de tarieven, en het gegeven dat het college in de loop van dit jaar in gesprek gaat met MOJO over haar verzoek, is het advies om vooralsnog geen verhoging van het tarief toeristenbelasting toe te passen. Verhogen reclamebelasting In het centrum van Beuningen wordt reclamebelasting geheven onder ca. 110 gebruikers van panden. Dat zijn voornamelijk winkel- en horecabedrijven. Gebruikers betalen belasting als zij een (vanaf de openbare weg) zichtbare openbare aankondiging (waaronder reclame) op/aan hun pand 15

hebben. In 2024 bedroeg de opbrengst reclamebelasting € 53.600 (na verrekening van uitvoeringskosten). De reclamebelasting is 12 jaar geleden ingevoerd als dekking voor de te verstrekken jaarlijkse subsidie aan de Stichting Centrum Management Beuningen. Het centrummanagement zorgt daarmee voor een structurele samenwerking tussen ondernemers, organiseert evenementen en de promotie van Beuningen-centrum. Gemeente en centrummanagement hebben afspraken vastgelegd in een convenant (corsa: at13000475). Eén van de afspraken van dit convenant is: “De te verstrekken subsidie van enig jaar is gebaseerd op een goedgekeurde begroting van het centrummanagement. Deze subsidie is gelijk aan de raming van inkomsten reclamebelasting van dat jaar.” De opbrengsten reclamebelasting zijn dus in zijn geheel geoormerkt. Een verhoging ten behoeve van de algemene middelen is een schending van het convenant. Aanvullend op de subsidie met dekking van de opbrengsten reclamebelasting, verstrekt de gemeente sinds 2017 een aanvullende subsidie (eerst € 20.000, in de afgelopen 2 jaar € 30.000). Een optie is om de reclamebelasting met 20% te verhogen. Dat levert zo’n € 11.000 per jaar op. Met deze extra inkomsten, die volgens genoemd convenant aan Stichting Centrum Management Beuningen toekomen, kan gemeente Beuningen de aanvullende subsidie vanaf 2026 structureel met € 11.000 verlagen.

16

Bijlage 1 Benchmark woonlasten per gemeente in Gelderland

Alle (deel) gemeenten hebben een rangnummer dat aangeeft hoe hoog de woonlasten zijn in vergelijking met andere gemeenten. Nummer 1 heeft hierbij de laagste woonlasten. Het hoogste rangnummer is 346. Bij koopwoningen scoort Beuningen 215 en bij huurwoningen neemt Beuningen plek 25 in. Bron: Atlas lokale lasten 2025 (Coelo)

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=ac7a507a-2931-43d8-8ca0-614135726f47