Bijlage 2 - bij toelichting - Verkennend Bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Achter de Vordingstraat 35 te Ewijk
PROJECTNUMMER: B22.8636 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 te Ewijk
PROJECTNUMMER: B22.8636 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Familie van den Brand
DATUM: 9 februari 2023
Auteur:
Autorisatie:
R.W.A. van der Sangen Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B22.8636/R8636-01/RS De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Familie van den Brand heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historisch vooronderzoek, voor de onderzoekslocatie gelegen achter de Vordingstraat 35 te Ewijk. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C2:2017 [3] en/of gecombineerd met de NEN 5897:2015/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek (NEN 5725) en vervolgtraject Op basis van het historisch onderzoek is de bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het voorkomen van OCB in de teeltlaag en de voormalige watergangen aandachtspunten.
Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897. Hierbij vormen de diverse (half)verhardingen, de voormalige bebouwing en de opslag van en de opslag van bouwmaterialen op het onbedekte maaiveld aandachtspunten. Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormden de voormalige boomgaarden, voormalige watergangen, de (half)verhardingen, de (voormalige) bebouwing, en de opslag van bouwmaterialen op het onbedekte maaiveld aandachtspunten. Op basis van de resultaten kan ons inziens de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de boven- als ondergrond als in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN en/of OCB) zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de interventiewaarden alsmede de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Conclusies onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in de bodem is eveneens de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging.
Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese formeel aangenomen te worden, aangezien het aangetoonde totaal gewogen gehalte in het asbesthoudende proefgat B09 boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. ligt. Het aangetroffen plaatmateriaal in het proefgat B09 (> 20 mm) zorgt voor een concentratie van 211,9 mg/kg d.s. aan hechtgebonden asbest in de bovengrond, waardoor formeel gezien sprake is van een ernstige verontreiniging met asbest in de grond (> 100 mg/kg d.s.) en normaliter een Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
3 nader onderzoek middels proefsleuven noodzakelijk is (> 50 mg/kg d.s.). In de kleine fractie is echter geen asbest (< 2,0 mg/kg d.s.) aangetoond. Op basis hiervan en de volgende argumenten is ons inziens sprake van zwerfasbest: Tijdens de veldwerkzaamheden is alleen in proefgat B09 zwerfasbest (plaatmateriaal) aangetroffen in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv). Het betreft één plaatje van slechts 29 gram. In de overige proefgaten zijn zintuiglijk geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen (in de fractie > 20 mm). In het grondmengmonster van de grondlaag van proefgat B09, waarin het zwerfasbest is aangetroffen (0,0-0,5 m-mv) en de proefgaten ter plaatse van de overige locatie is analytisch geen asbest aangetoond (in de fractie < 20 mm). Naar verwachting is het zwerfasbest middels het gegraven en bemonsteren van proefgat B09 reeds ‘gesaneerd’. Op basis van de toegepaste extra inspanning is ons inziens in voldoende mate aangetoond dat geen ernstige grondverontreiniging met asbest in de grond is achtergebleven. Ter vergelijking, indien hetzelfde materiaal in eenzelfde hoeveelheid aangetroffen wordt in dezelfde bodemlaag uit een proefsleuf met afmetingen van 2,0 x 0,3 meter, zal het berekende gewogen gehalte circa 30 mg/kg d.s. bedragen en hiermee ruim beneden de interventiewaarde liggen.
VMT besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk elders ook wordt overschreden. VMT kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen achter de Vordingstraat 35 te Ewijk ons inziens in voldoende mate onderzocht, ondanks het aantreffen van asbest in proefgat B09.
Tijdens het verkennend onderzoek naar asbest is namelijk asbestplaatmateriaal aangetroffen in proefgat B09 dat formeel gezien aanleiding geeft tot vervolg. Aangezien duidelijk sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door asbesthoudend plaatmateriaal, dat reeds uit het proefgat is verwijderd ten behoeve van het analytisch onderzoek, en in de fijne fractie (< 20 mm) geen asbest is aangetoond in alle onderzochte monsters, wordt aangenomen dat sprake is van incidenteel aantreffen van zwerfasbest ter plaatse van proefgat B09. Voor de overige onderzochte grond-, grondwater- en asbestmonsters zijn verder ook geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond die aanleiding geven tot vervolg. Derhalve bestaan ons inziens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft slechts een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijke een beslissing te nemen over de te nemen vervolgstappen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn, indien geen (zwerf)asbest meer aanwezig is in de grond, conform de CROW400 op basis van de onderzoeksresultaten geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond.
Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-parameters als het onderzoek naar asbest. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK CONFORM NEN 5725........................................................................................ 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 7 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 7 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 7
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 7
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 8 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................... 8 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 8
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 10 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 10 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 11
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 12 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 12 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 12 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 15
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 17 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................................................................................... 17 9.2. CONCLUSIES ONDERZOEK NAAR ASBEST.................................................................................................. 17 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 18
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 19
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Situering in de regio Situatieschets met boringen, peilbuis en proefgaten Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest, inclusief foto’s Asbestberekening Relevante historische informatie
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
5 1.
INLEIDING Familie van den Brand heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historisch vooronderzoek, voor de onderzoekslocatie gelegen achter de Vordingstraat 35 te Ewijk. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C2:2017 [3] en/of gecombineerd met de NEN 5897:2015/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren H.M.W. van der Donk en R.W.A. van der Sangen.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De diverse (bodem)onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen achter de Vordingstraat 35 te Ewijk en staat kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie E, nummer 2340 (ged.). Op de locatie is voor zover bekend een schuurtje aanwezig met een aantal containers. De onderzoekslocatie wordt momenteel gebruikt als opslag voor bouwmaterialen. Verder is de onderzoekslocatie braakliggend. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt maximaal 1.500 m2. Het huidige erf aan de Vordingstraat 35 met bebouwing met bebouwing valt buiten de onderzoekslocatie. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historisch onderzoek conform NEN 5725
Algemeen Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de relevante gegevens van de websites van de provincie Gelderland, www.bodemloket.nl, www.topotijdreis.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Tevens is een omgevingsrapportage gedownload via de website van de provincie Gelderland. Aanvullend is de beschikbare historische informatie opgevraagd bij de gemeente Beuningen en is het eigen archief van VMT geraadpleegd.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
6 Voormalig en huidig gebruik De locatie heeft voor zover als bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Op de locatie is een schuurtje en een aantal containers aanwezig, afgezien van enkele inmiddels voormalige watergangen. Momenteel is de onderzoekslocatie in gebruik als opslag voor bouwmaterialen. Toekomstig gebruik Het voornemen bestaat om op de onderzoekslocatie, achter het huidige erf, een nieuwe woning te realiseren. Hierbij zal de bestemming wijzigen. Bodemkwaliteitsgegevens Van de onderzoekslocatie zijn volgens de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit. Ter plaatse van de Vordingstraat 37 is volgens de omgevingsrapportage een auto- en motorensloperij aanwezig (geweest). Op de Vordingstraat 26 is een demping geregistreerd. De gegevens met betrekking tot de activiteiten zijn opgevraagd bij de gemeente Beuningen. Echter waren de stukken niet beschikbaar en zijn dus niet aangeleverd. Er kan uitgegaan worden dat deze activiteiten naar verwachting geen invloed op de bodemkwaliteit van voorliggende herontwikkeling. Door de gemeente is wel aangegeven dat onderzoeken bekend zijn van de locatie Den Elt, direct ten oosten van de onderzoekslocatie. De betreffende onderzoeken zijn uitgevoerd door VMT (kenmerk B18.7305, d.d. maart 2019 en kenmerk B20.7817, d.d.
9 juni 2020) waarbij, ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling, geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetoond in de grond en het grondwater, afgezien van een grondwaterverontreiniging met chloorfenolen op ruim 300 meter van voorliggende onderzoekslocatie. PFAS Voor zover als bekend zijn op en/of nabij de onderzoekslocatie geen PFAS verdachte puntbronnen aanwezig (geweest). Daarnaast betreft GenX geen verdachte parameter in deze regio. Derhalve is aanvullend onderzoek naar PFAS niet noodzakelijk. Historisch kaartmateriaal/luchtfoto’s Op basis van het historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s zijn er diverse depots zichtbaar met materiaal / materieel ten behoeve van nieuwbouw op het huidige erf. Het schuurtje op de onderzoekslocatie is zichtbaar vanaf 2018 op basis van het historisch kaartmateriaal. Verder is in het verleden mogelijk ook bebouwing aanwezig is geweest tussen 1850 en 1933. Tevens is gebleken dat in het verleden 3 voormalige watergangen op de locatie aanwezig zijn geweest. Daarnaast zijn in het verleden boomgaarden aanwezig geweest. Asbest Op de onderzoekslocatie zijn diverse depots aanwezig met bouwmaterialen. Daarnaast is er een schuurtje aanwezig welke op basis van het kaartmateriaal zichtbaar is vanaf 2017. Gezien het jaartal wordt dit niet als asbestverdacht beschouwd.
Aangezien de locatie reeds vanaf 1850 in gebruik is, kan niet uitgesloten worden dat bodemvreemde materialen in de bodem terecht zijn gekomen. Op basis van de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is de huidige bebouwing op het erf, wat buiten de onderzoekslocatie valt, niet verdacht op het voorkomen van asbesthoudende dakbedekking.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
7 Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek zijn de diverse depots met zand en zand met puin en opslag van bouwmaterialen waargenomen en dus bevestigd. Ook is het een schuurtje gezien in het midden van de onderzoekslocatie met deels een betonvloer. Grenzend aan de zijkanten van het schuurtje zijn een 4-tal containers waargenomen. Daarnaast blijkt een groot deel van de locatie verhard blijkt te zijn met asfaltgranulaat. Verder zijn geen (asbest)verdachte materialen of overige bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van het historisch onderzoek is de bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het voorkomen van OCB in de teeltlaag en de voormalige watergangen aandachtspunten. Tevens dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897. Hierbij vormen de diverse (half)verhardingen, de voormalige bebouwing en de opslag van en de opslag van bouwmaterialen op het onbedekte maaiveld aandachtspunten. 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Het oorspronkelijke bodemprofiel bestaat uit een slecht doorlatende deklaag van circa 5 meter, bestaande uit een complexe eenheid behorend tot het Holoceen. Hieronder bevindt zich het eerste watervoerend pakket met een dikte van circa 51 meter. Het pakket behoord tot de Formatie van Kreftenheye en Formatie van Peize en Waalre en bestaat uit midden tot grof zand. Onder het eerste watervoerend pakket is een scheidende laag aanwezig met een dikte van circa 3 meter behorend tot de Formatie van Waalre. De scheidende laag bestaat voornamelijk uit zandige klei. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket behorend tot de Formatie van Peize en Waalre en de Formatie van Oosterhout. 4.2.
Geohydrologie
De grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is globaal noord tot noordwestelijk gericht. Verder kan de stromingsrichting van het freatisch grondwater worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De onderzoekslocatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterberschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de onderzoekslocatie uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Hierbij vormen de voormalige boomgaarden, voormalige watergangen, de (half)verhardingen, de voormalige bebouwing, en de opslag van bouwmaterialen op het onbedekte maaiveld aandachtspunten. Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
8 6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken
Verkennende bodemonderzoeken Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) met een oppervlakte van maximaal 1.500 m2. Alle boringen worden doorgezet tot 1,0 m-mv in verband met de diverse (half)verhardingen en de te verwachten bodemvreemde bijmengingen. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Aanvullend worden ter plaatse van de gedempte sloten 3 dwarsraaien van 3 boringen tot 2,0 mmv per raai, haaks op de gedempte sloten en voormalige weg geplaatst. Hiervoor is 1 extra NENpakket opgenomen. Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt een teeltlaagonderzoek uitgevoerd conform onderzoeksopzet voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HO-NL) voor een oppervlakte van maximaal 1.500 m2, waarbij de teeltlaag afzonderlijk wordt bemonsterd en geanalyseerd op OCB. De werkzaamheden worden gecombineerd met de algemene kwaliteit.
Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging gehanteerd volgens de NEN 5707/C2 (asbest in bodem), gecombineerde met de NEN 5897/C2 (asbest in puin), met een oppervlakte van maximaal 1.500 m2. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Voorafgaand aan het onderzoek naar asbest wordt een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep minimaal 7 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden minimaal 2 mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). Met het plaatsen van de boringen, peilbuis en proefgaten wordt rekening gehouden met de bekende aandachtspunten. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). VMT heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor en schep. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1, op de volgende pagina, zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
9 Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 19 januari 2023
Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal
26 januari 2023
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
De volledige lagen asfaltgranulaat betreffen geen bodem en zijn derhalve niet onderzocht conform protocol 2001/ 2018. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 15 boringen (B01 t/m B09) geplaatst. De raaiboringen B01A-C, B02A-C en B03A-C zijn gesitueerd ter plaatse van de vermoedelijke slootdempingen. De boring PB05 is dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 1,0 m-mv B04, B06 t/m B09
Boringen / peilbuis Circa 2,0 m-mv B01A-C t/m B03A-C
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB05 (2,00-3,00)
Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB05 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 26 januari 2023 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie grotendeels bedekt is met verhardingen en vegetatie (70 %). Ondanks de aanwezige belemmeringen heeft een efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 9 proefgaten (B01B, B02B, B03B, B04, B06 t/m B09 en AB10) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond doorgeboord (gecombineerd met de boringen van het verkennend bodemonderzoek). Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm).
Hierbij is in het handmatig gegraven proefgat B09 circa 29 gram asbestverdacht (plaat)materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen in de bovengrond tot 0,5 m-mv. In de overige proefgaten zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het veld zijn 3 monsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde monsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 6. De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. De situatieschets met de boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2. Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
10 7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE
7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: • Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. • Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het (tijdelijke) handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
11 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
12 8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot een diepte van circa 2,5 m-mv uit matig tot zwak siltige klei. Vanaf 2,5 m-mv is uiterst fijn kleiig zand aangetroffen. Plaatselijk is de grond tot maximaal 0,8 m-mv matig tot zwak humeus. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse zintuiglijke bijmengingen of volledige lagen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Tevens is in boring B09 zintuiglijk (> 20 mm) asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring/proefgat Boring/ proefgat B01A B01B B01C B02A
Diepte boring (m -mv) 2,00 2,00 2,00 2,00
B02B
2,00
B02C
2,00
B03A
2,00
B03B
2,00
B03C
2,00
B04
1,00
PB05 B06 B07 B08 B09
3,00 1,00 1,00 1,00 1,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,30 0,30 - 1,00 0,20 - 0,50 0,00 - 0,80 0,00 - 0,50 0,00 - 1,00 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Klei Klei Klei + Klei + Klei + Klei + Klei + Klei + Klei + Klei Klei Klei Klei Klei Klei
sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen volledig asfalt, sporen baksteen sporen baksteen volledig asfalt, sporen baksteen sporen baksteen volledig asfalt, sporen baksteen sporen baksteen volledig asfalt, sporen baksteen sporen baksteen, sporen asfalt volledig asfalt, sporen baksteen sporen baksteen, sporen asfalt volledig asfalt, sporen baksteen sporen baksteen, sporen asfalt volledig asfalt, sporen baksteen sporen baksteen, sporen asfalt sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend, circa 29 gram asbestverdacht (plaat)materiaal sporen baksteen, sporen beton volledig asfalt, sporen baksteen
0,50 - 0,80 Klei AB10 0,50 0,00 - 0,50 + Toelichting tabel 8.1: + Betreft geen bodem (≥ 50 % bodemvreemd materiaal).
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en in de opgeboorde grond geen overige asbestverdachte materialen of overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tevens zin ter plaatse van de vermoedelijke voormalige watergangen geen afwijkende lagen aangetroffen. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
13 In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer 13804299
(Meng)monster MM03
Parameter Naftaleen, PCB
13804304
MMOCB01 MMOCB02
Diverse OCBparameters
Opmerking
Toelichting
De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. noodzakelijke verdunning.
Aangezien de som parameter voor PCB de indexwaarde van 0,5 niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed. Aangezien voor de getoetste individuele OCB’s de index van 0,5 niet wordt overschreden, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Toelichting bij tabel 8.2: PCB Polychloorbifenylen; OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen.
Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn de onderstaande (meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Aangezien ter plaatse van de voormalige watergangen geen afwijkende bodemlagen zijn geconstateerd, zijn de betreffende monsters opgemengd met de algemene kwaliteit. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster
Omschrijving
Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
M02
MM03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend, ca 29 gram asbest Grond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen asfalt
MM04
Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MM05
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Teeltlaagonderzoek MMOCB01 Oorspronkelijke teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen asfalt MMOCB02
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
B01B (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) PB05 (0,20 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50)
NEN
Cd, Ni, Zn, PAK
-
NEN
Ni, Zn, PAK, MO
-
B03B (0,50 - 1,00) B04 (0,30 - 0,50) B04 (0,50 - 1,00) B02B (0,50 - 1,00) B06 (0,50 - 0,80) B08 (0,50 - 1,00) B09 (0,50 - 0,80) B01B (0,50 - 1,00) B02B (1,00 - 1,50) B03B (1,00 - 1,50) B07 (0,50 - 1,00) PB05 (1,00 - 1,50) PB05 (1,50 - 2,00)
NEN
-
NEN
Cd, Pb, Zn, PAK, PCB, MO PAK, MO
NEN
Ni
-
B02B (0,50 - 0,80) B03B (0,50 - 0,80) B04 (0,30 - 0,60) B01B (0,00 - 0,30) B06 (0,00 - 0,30) B07 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30)
OCB1
-
-
OCB1
-
-
> AW < I
Resultaten >I
-
Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, organische stof (humus);. 1 Door een verhoogde rapportagens, ligt voor diverse OCB-parameters de detectiegrens boven de betreffende achtergrondwaarden. Aangezien hiervoor de index op 0 ligt, zijn deze parameters niet opgenomen in de tabel; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond. Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
14 Grondwater Het grondwatermonster met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I PB05 2,00 - 3,00 1,19 7,1 585 41,1 NEN Ba, Zn Toelichting bij tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB05 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid wordt verwacht (< 10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) zijn gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor de troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij is zintuiglijk in proefgat B09 asbestverdacht (plaat)materiaal (fractie > 20 mm) waargenomen. Het aangetroffen asbestverdachte (plaat)materiaal is in het veld direct dubbel verpakt, gecodeerd en aangeboden aan het laboratorium voor analyse op de aanwezigheid van asbest conform de NEN5896:2003 (asbest in plaatmateriaal).
In de overige proefgaten alsmede op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In tabel 8.5 is het aangetroffen asbestverdachte (plaat)materiaal weergegeven en de hoeveelheid in gram. Tabel 8.5: Asbestverdacht (plaat)materiaal en percentage asbest conform analysecertificaat Proef-gat
MonsterMassa Materiaal HechtType* Schatting gewichts- Gemiddeld gewichtscode (gram) gebonden percentage (%) percentage (%) B09 ASB28,77 Golfplaat Ja Chrysotiel, 10-15 47,5 PLM-B09 Crocidoliet 2-5 Toelichting bij de tabel 8.5: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.
Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn in het veld zijn 2 grondmengmonsters en 1 puinmengmonster samengesteld, welke zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de onderzochte grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.6 weergegeven op de volgende pagina.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
15 Tabel 8.6: Samenstelling grond of puin monsters asbest Monstercode
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
Traject (m -mv) 0,00-0,50
Soort
Analysepakket
MMASB01
B09
Sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend, circa 29 gram asbest Volledig asfalt, sporen baskteen Matig/sterk puinhoudend
Grond
Asbest in grond (> 10 kg) 1
MMASB02 B02 t/m B04, AB10 0,00-0,50 MMASB03 B01, B06 t/m B08 0,05-0,50 Toelichting bij tabel 8.6: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.
Puin Grond
Asbest in puin (> 25 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1
De resultaten van de geanalyseerde grond en puin monsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaat) is weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzochte grond of puin monsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
MMASB01 MMASB02 MMASB03 Toelichting bij tabel 8.7: Niets aangetoond.
Hechtgebonden
Type
-
-
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0
Aan de hand van de analyseresultaten in de tabellen 8.5 en 8.7 en de waarnemingen in het veld (o.a. afmetingen proefgat, hoeveelheid asbesthoudende (plaat)materialen fractie > 20 mm is de totaal gewogen asbestconcentratie in proefgat B09 berekend. In de overige proefgaten is zintuiglijk (> 20 mm) geen asbestverdacht (plaat)materiaal in de fractie > 20 mm aangetroffen. De complete berekening is opgenomen in bijlage 7 en de resultaten zijn beknopt weergegeven in tabel 8.8. Tabel 8.8: Totale asbestconcentraties Proefgat (traject in mGewogen asbestconcentratie mv) fractie > 20 mm (mg/kg d.s.) B09 (0,0-0,5) 211,9 Toelichting bij de tabel 8.8: Niets aangetoond/niet gemeten.
8.3.
Gewogen asbestconcentratie fractie < 20 mm (mg/kg d.s.) -
Totaal gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) 211,9
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM01 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, nikkel, zink en PAK aangetoond. In monster M02 van de sterk baksteen- en zwak betonhoudende bovengrond, met circa 29 gram asbesthoudend materiaal (0,0-0,5 m-mv, klei), zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel, zink, PAK en minerale olie aangetoond.. In mengmonster MM03 van de sporen baksteen- en sporen asfalthoudende grond (0,3-1,0 m-mv, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, lood, zink, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. In mengmonster MM04 van de sporen baksteen ondergrond (0,5-1,0 m-mv, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor PAK en minerale olie aangetoond. In mengmonster MM05 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv, klei) is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond. Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
16 De licht verhoogde gehalten in (meng)monsters MM01 t/m MM05 overschrijden de betreffende achtergrondwaarden maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Teeltlaagonderzoek In de mengmonsters MMOCB01 en MMOCB02 van de zintuiglijk schone (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Door een verhoogde rapportagegrens in de monsters ligt voor diverse OCB-parameters de detectiegrens boven de betreffende achtergrondwaarden. Na formeel terugrekenen van de detectiegrenzen naar de GSSD blijkt dat de indexen voor zijn vastgesteld op 0 en worden deze OCB-parameters verder niet genoemd. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB05 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. De licht verhoogde gehalten overschrijden de desbetreffende streefwaarden maar blijven ruim beneden de interventiewaarden als mede onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.
Asbest Tijdens het onderzoek naar asbest zijn op het maaiveld geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het vrijgekomen materiaal uit proefgat B09 is zintuiglijk (> 20 mm) circa 29 gram asbestverdacht materiaal aangetroffen en aan het lab aangeboden voor analyse op de aanwezigheid van asbest. Het asbestverdachte materiaal uit proefgat B09 is in het lab beoordeeld als hechtgebonden golfplaat (chrysotiel en crocidoliet asbest). In de overige proefgaten is zintuiglijk geen asbest aangetroffen, In het onderzochte mengmonster MMASB01, van de sterk baksteen- en zwak betonhoudende bovengrond met circa 29 gram asbesthoudend materiaal (0,0-0,5 m-mv) uit proefgat B09, is analytisch (< 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.). Het berekende totaal gewogen gehalte aan asbest bedraagt circa 212 mg/kg d.s. en wordt geheel veroorzaakt door het aangetroffen asbestplaatje, maar overschrijdt daarmee wel de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In het onderzochte mengmonster MMASB02 van de volledige asfalt laag met sporen baksteen (0,0-0,5 m-mv), alsmede in mengmonster MMASB03 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv), is analytisch eveneens geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
17 9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING 9.1.
Conclusies verkennend bodemonderzoek
Voor de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormden de voormalige boomgaarden, voormalige watergangen, de (half)verhardingen, de (voormalige) bebouwing, en de opslag van bouwmaterialen op het onbedekte maaiveld aandachtspunten. Op basis van de resultaten kan ons inziens de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de boven- als ondergrond als in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN en/of OCB) zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de interventiewaarden alsmede de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. 9.2.
Conclusies onderzoek naar asbest
Voor wat betreft asbest in de bodem is eveneens de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese formeel aangenomen te worden, aangezien het aangetoonde totaal gewogen gehalte in het asbesthoudende proefgat B09 boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. ligt. Het aangetroffen plaatmateriaal in het proefgat B09 (> 20 mm) zorgt voor een concentratie van 211,9 mg/kg d.s. aan hechtgebonden asbest in de bovengrond, waardoor formeel gezien sprake is van een ernstige verontreiniging met asbest in de grond (> 100 mg/kg d.s.) en normaliter een nader onderzoek middels proefsleuven noodzakelijk is (> 50 mg/kg d.s.). In de kleine fractie is echter geen asbest (< 2,0 mg/kg d.s.) aangetoond. Op basis hiervan en de volgende argumenten is ons inziens sprake van zwerfasbest: Tijdens de veldwerkzaamheden is alleen in proefgat B09 zwerfasbest (plaatmateriaal) aangetroffen in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv). Het betreft één plaatje van slechts 29 gram. In de overige proefgaten zijn zintuiglijk geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen (in de fractie > 20 mm).
In het grondmengmonster van de grondlaag van proefgat B09, waarin het zwerfasbest is aangetroffen (0,0-0,5 m-mv) en de proefgaten ter plaatse van de overige locatie is analytisch geen asbest aangetoond (in de fractie < 20 mm). Naar verwachting is het zwerfasbest middels het gegraven en bemonsteren van proefgat B09 reeds ‘gesaneerd’. Op basis van de toegepaste extra inspanning is ons inziens in voldoende mate aangetoond dat geen ernstige grondverontreiniging met asbest in de grond is achtergebleven. Ter vergelijking, indien hetzelfde materiaal in eenzelfde hoeveelheid aangetroffen wordt in dezelfde bodemlaag uit een proefsleuf met afmetingen van 2,0 x 0,3 meter, zal het berekende gewogen gehalte circa 30 mg/kg d.s. bedragen en hiermee ruim beneden de interventiewaarde liggen. VMT besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk elders ook wordt overschreden. VMT kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
18 9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen achter de Vordingstraat 35 te Ewijk ons inziens in voldoende mate onderzocht, ondanks het aantreffen van asbest in proefgat B09.
Tijdens het verkennend onderzoek naar asbest is namelijk asbestplaatmateriaal aangetroffen in proefgat B09 dat formeel gezien aanleiding geeft tot vervolg. Aangezien duidelijk sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door asbesthoudend plaatmateriaal, dat reeds uit het proefgat is verwijderd ten behoeve van het analytisch onderzoek, en in de fijne fractie (< 20 mm) geen asbest is aangetoond in alle onderzochte monsters, wordt aangenomen dat sprake is van incidenteel aantreffen van zwerfasbest ter plaatse van proefgat B09. Voor de overige onderzochte grond-, grondwater- en asbestmonsters zijn verder ook geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond die aanleiding geven tot vervolg. Derhalve bestaan ons inziens vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en bestemmingsplanwijziging, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft slechts een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijke een beslissing te nemen over de te nemen vervolgstappen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn, indien geen (zwerf)asbest meer aanwezig is in de grond, conform de CROW400 op basis van de onderzoeksresultaten geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond.
Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-parameters als het onderzoek naar asbest. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
19 10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2017. NEN 5725, norm Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015, NEN 5897/C2:2017, Norm – Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, achter de Vordingstraat 35 Rapportnr.: B22.8636 versie: 01 datum: 9 februari 2023
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B22.8636
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2020) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
35 Vordingstraat 2711
2583
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01A
Boring:
B01B
Datum:
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
0
0
50
50
100
100
braak
50
Klei, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
100
Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
150
0
0
Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1
O 50
2 100
braak Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
3 150 4
200
200
200
200
Boring:
B01C
Boring:
B02A
Datum:
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
0
0
50
50
100
braak
0
0
Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
50
50
Klei, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
100
100
150
150
200
200
Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor 200
200
Boring:
B02B
Boring:
B02C
Datum:
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
0
0
50
50 2
100
3 150
150 4 200
Projectcode: B22.8636
0
0
50
50
100
100
150
150
200
200
Volledig asfalt, sporen baksteen, Schep Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraalgrijs, Edelmanboor
O
100
getekend volgens NEN 5104
asfalt
200
Volledig asfalt, sporen baksteen, Schep Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraalgrijs, Edelmanboor
130
150
asfalt
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
asfalt Volledig asfalt, sporen baksteen, Schep Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraalgrijs, Edelmanboor
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B03A
Boring:
B03B
Datum:
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
0
0
50
50
100
100
asfalt
0
0
50
50
Volledig asfalt, sporen baksteen, Schep Klei, matig siltig, sporen baksteen, sporen asfalt, neutraalbruin, Edelmanboor
100
150
150
150
Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
200
200
Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2
O 100
3
Boring:
B03C
Boring:
B04
Datum:
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
0
0
50
50
100
100
asfalt
0
Volledig asfalt, sporen baksteen, Schep 50 Klei, matig siltig, sporen baksteen, sporen asfalt, neutraalbruin, Edelmanboor
150
150
Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
200
200
Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2
Boring:
B06
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
1
O
50
split Schep
50
Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraalgrijs, Edelmanboor
2 100
100
Klei, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
150
Klei, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
3 150 4 200
200
250
250
300
300
Projectcode: B22.8636 getekend volgens NEN 5104
Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand, uiterst fijn, kleiïg, neutraalgrijs, Edelmanboor
0
asfalt
30
Volledig asfalt, sporen baksteen, Schep Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, sporen asfalt, donkerbruin, Edelmanboor Klei, matig zandig, sporen baksteen, sporen asfalt, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
PB05
20
Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
100
Datum:
0
200
3
Boring:
0
Klei, matig siltig, sporen baksteen, sporen asfalt, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
O 50
100
Volledig asfalt, sporen baksteen, Schep
150
4 200
asfalt
0
0 1
50
50 2 100
O
3
80 100
gras Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Klei, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum:
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
0
0 1
O 50
50
gras
1
100
100
O 50
50 Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2
0
0
Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2
Klei, matig siltig, sporen baksteen, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
0
0
asfalt
50
50
B09
Boring:
AB10
Datum:
19-1-2023
Datum:
19-1-2023
1 50 2 100
0
gras
50
Klei, matig siltig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, 2st golfplaat. 29gr