Bijlage 2 bij toelichting 1 - Bodemonderzoek
Tekst van het document
S*
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Van Voordenpark 16 5301 KPZaltbommel T: 0418-572060 info@verhoevenmilieu.nl www.verhoevenmilieu.nl
Bodemonderzoek
Bodemsanering Bouwstoffenkeuring
RAPPORT Diverse (bodem)onderzoeken Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen
PROJECTNUMMER B21.8283 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen
PROJECTNUMMER: B21.8283 Versie 01
OPDRACHTGEVER: De heer M. Elbers
DATUM: 27 januari 2021
Auteur:
Autorisatie:
J.P.G. Boerakker Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V
B21.8283/R8283-01/JB Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
aaaa BRLSIKB 2000
2
SAMENVATTING
De heer M. Eibers heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, actualiserend Z aanvullend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en de bijbehorende bestemmingsplanwijziging ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725, NEN 5740/AE2016, de NEN 5707:2015/02:2017 en conform de NTA 5755:2010. Het doel van de diverse (bodem)onderzoeken is het vaststellen / actualiseren van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest, OCB en PFAS) op de onderzoekslocatie en bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Daarnaast wordt getracht de (heterogeen verdeelde) ernstige verontreiniging met zware metalen beter in beeld te brengen en daarmee de omvang van de aanwezige grondverontreiniging te bepalen. Tevens wordt de veiligheidsklasse conform CROW 400 bepaald. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V.
heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historische gegevens
Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ^ Met een voorgaand onderzoek (2008) op de onderzoekslocatie zijn zintuiglijk diverse bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Analytisch zijn op twee plaatsen in de grond sterk verhoogde gehalten voor arseen en/of zink aangetoond. Er is geen onderzoek naar asbest uitgevoerd en in de overige grond en in het grondwater zijn, na heranalyse, geen overige bijzonderheden aangetroffen; • In de directe omgeving zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn analytisch maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond; ^ Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn naar verwachting drie (aaneengesloten) watergangen en boomgaarden aanwezig (geweest); ^ De bebouwing op de onderzoekslocatie is in de periode van 1974/1975 gerealiseerd. Daarnaast zijn er diverse (element)verhardingen op de locatie aanwezig en zijn reeds met voorgaand onderzoek (2008) bodemvreemde bijmengingen in de grond aangetroffen; • Er zijn, voor zover bekend, geen overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie aanwezig geweest; • Mogelijk dient er grond van de locatie te worden afgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling en/of de sterke grondverontreinigingen. Derhalve dient de grond aanvullend bodemonderzoek geanalyseerd te worden op de PFAS-parameters.
Op basis van het historisch onderzoek dient een actualiserend en aanvullend onderzoek conform de NEN 5740 / NTA 5755 te worden uitgevoerd, waarbij de sterke grondverontreiniging met zware metalen, de voormalige (aaneengesloten) watergangen, het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag en het mogelijk voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag aandachtspunten betreffen, waarvoor aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Tevens dient een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 in verband met de in voorgaand onderzoek waargenomen bodemvreemde bijmengingen. Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
3
Conclusies en aanbevelingen
Actualiserend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen. Aangezien op de locatie licht (indexwaarde > 0,5) tot sterk verhoogde gehalten voor diverse zware metalen (inclusief chroom en arseen) zijn aangetoond in zowel de boven- als ondergrond ter plaatse van het oostelijke en zuidelijke deel van de onderzoekslocatie. In de overige grond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters (incl. arseen en chroom) aangetoond. Zintuiglijk zijn ter plaatse van de boringen (P)B08A-C afwijkende waarnemingen gedaan (matig puinhoudend) die mogelijk duiden op ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Echter zijn er analytisch geen afwijkende gehalten aangetoond met de overige onderzoekslocatie. Ter plaatse van de overige watergangen zijn zintuiglijk en analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. Naar verwachting is voorafgaand aan de dempingen eventueel slib uit de watergangen verwijderd en zijn de watergangen gedempt met gebiedseigen grond.
Teeltlaagonderzoek In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige boomgaarden hebben derhalve niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging van de onderzochte OCBparameters in de (oorspronkelijke) teeltlaag. Hergebruik van grond (BBK en tijdelijk handelingskader PFAS) Bij eventuele afvoer van de grond en toepassing elders is de grond op de onderzoekslocatie op basis van indicatieve toetsing aan de BBK maximaal niet toepasbaar voor wat betreft de NENparameters. Voor PFAS dient rekening te worden gehouden met bovenstaande, waarbij de verdachte grondlaag (0,0-1,0 m-mv, zand en klei,) aan de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voldoet op basis van het tijdelijk handelingskader. De grond kan voor wat betreft de PFAS-parameters elders worden toegepast in de betreffende functieklasse, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Gebiedsspecifiek kunnen echter zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Aanvullend onderzoek naar zware metalen (incl. arseen en chroom) Op basis van de onderzoeksresultaten is de grondverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom) uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen verder in beeld gebracht.
De licht (indexwaarde > 0,5) tot sterke grondverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom) uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen op het oostelijke en zuidelijk deel van de onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 950 m2. Binnen de verontreinigingscontour zijn enkele boringen meegenomen, waar in de bovengrond de interventiewaarde niet wordt overschreden, maar wel de achtergrond- en/of indexwaarde van 0,5 wordt overschreden. De contour is weergegeven op de situatieschets in bijlage 2. Over het algemeen dient te worden uitgegaan van een laagdikte van circa 0,5 m (0,0-0,5 m-mv). Echter over een oppervlakte van circa 120 m2 op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie dient te worden uitgegaan van een laagdikte van 1,0 m (0,0-1,0 m-mv) en derhalve dient voor de omvang van de licht (indexwaarde > 0,5) tot sterke grondverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom), uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen, te worden uitgegaan van circa 550 m3. De verhoogde gehalten voor zware metalen (incl. arseen en chroom) in de grond zijn vermoedelijk te relateren aan een ophooglaag met verontreinigde grond. Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
4
Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien op de locatie zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen ^ 2,0 mg/kg d.s.). Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (verhardingen en vegetatie) op het maaiveld. Algehele conclusie en aanbevelingen Verontreinigingssituatie Met de uitgevoerde onderzoeken is de algemene bodemkwaliteit en de verontreinigingssituatie met betrekking tot zware metalen (incl. arseen en chroom) in de grond ter plaatse van de Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen, uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen, in voldoende mate in beeld gebracht. In onderstaande tabel 1 is de verontreinigingssituatie met de omvang schematisch weergegeven. Tabel 1: Verontreinigingssituatie grond Locatie Oostelijke en zuidelijke deel van de Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen
Stof Diverse zware metalen in de bovengrond (arseen, chroom, lood, koper en zink)
Zuidelijke deel van de Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen
Diverse zware metalen in de ondergrond (arseen, chroom, lood, koper en zink)
Oppervlakte (m2)
> 0,5 en/of > I ± 950
Traject (m-mv)
± 0,00 - 0,50
Gemiddelde dikte
± 0,5 meter
Omvang (m3)
± 475
Oppervlakte (m2)
± 120
Traject (m-mv)
± 0,50 - 1,00
Gemiddelde dikte
± 0,5 meter
Omvang (m3)
± 60
Toelichting bij de tabel: I Interventiewaarde.
Opgemerkt wordt dat de licht (indexwaarde > 0,5) tot sterke grondverontreiniging met diverse zware metalen (incl. arseen en chroom) uitpandig en buiten de onderzoekslocatie niet volledig is afgeperkt. Naar verwachting is hier sprake van een grensoverschrijdend geval. De aangetroffen verontreinigingen zijn naar verwachting ontstaan voor 1987 (gezien de historie van het terrein, bebouwing 1974/1975), waardoor geen sprake is van Zorgplicht. Ernst, spoedeisendheid en veiligheidsklasse Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Op basis van de resultaten van voorliggende onderzoeken is voor de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom), aangezien meer dan 25 m3 grond met gehalten boven de interventiewaarde aanwezig zijn. Aangezien voornemens is de locatie te herontwikkelen, is er geen spoedeisendheidbepaling gedaan. Wel is de veiligheidsklasse bepaald en zijn er op basis van de onderzoeksresultaten conform de CROW 400 geen veiligheidsmaatregelen van toepassing. De rapportage van de bepaling van de veiligheidsklasse conform de CROW 400 is in bijlage 8 bijgevoegd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
5
Aanbevelingen Voor de voorgenomen herontwikkeling en de bijbehorende bestemmingsplanwijziging zijn sanerende maatregelen noodzakelijk met betrekking tot de sterk verhoogde gehalten met diverse zware metalen (incl. arseen en chroom) in de boven- en ondergrond. Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Opgemerkt wordt dat de kans bestaat dat, gezien de heterogeniteit, de omvang van de sterke grondverontreiniging binnen de perceelsgrenzen tijdens de sanering in de praktijk afwijkt van de genoemde omvang in de rapportage. De hoeveelheden af te voeren licht (indexwaarde > 0,5) tot sterk verontreinigde grond kunnen dus hoger of lager uitvallen dan de geschatte hoeveelheid op basis van voorliggende rapportage. Perceel B2706 behoort tevens tot de voorgenomen projectlocatie, maar is met voorliggend onderzoek niet onderzocht. Aangezien het perceel beperkt van omvang is (259 m2) en direct grenst aan de onderzochte onderzoekslocatie, kan er ons inziens wel een uitspraak worden gedaan over de te verwachten bodemkwaliteit.
Voor het westelijke deel van het perceel zijn naar verwachting geen bezwaren tegen de boorgenomen herontwikkeling en de bijbehorende bestemmingswijziging, aangezien hier op het direct naastgelegen perceel maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Op het oostelijke deel zijn mogelijk wel bezwaren, aangezien hier op het direct naastgelegen perceel nog licht verhoogde gehalten voor zware metalen zijn aangetoond welke de index van 0,5 overschrijden. Doordat voornemens is de locatie te saneren, dient met de sanering rekening te worden gehouden dat een deel van perceel B2706 tevens gesaneerd dient te worden. Met analyses van de putwand dient dit te worden geverifieerd. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-, OCB-, PFAS-parameters als asbest. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmeringen (verhardingen en vegetatie), nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
6
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING..................................................................................................................................................2 1.
INLEIDING....................................................................................................................................................7
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN................................................................................... 7
3.
LOCATIEGEGEVENS EN VERVOLGTRAJECT.................................................................................. 7 3.1. Algemene gegevens......................................................................................................................................................................................... 7 3.2. Resultaten historisch onderzoek (NEN 5725)................................................................................. 7
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE.......................................................................................... 10 4.1. BODEMOPBOUW........................................................................................................................................ 10 4.2. GEOHYDROLOGIE ..................................................................................................................................... 10
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................. 10
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK........................................................................................................... 10 6.1. Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken...............................................................................................................10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN........................................................................................................................... 12
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE......................................................................... 14 7.1. Grond/grondwater.......................................................................................................................................................................................14 7.2. Asbest......................................................................................................................................................................................................................... 15
8.
RESULTATEN.............................................................................................................................................16 8.1. Zintuiglijke waarnemingen................................................................................................................................................................. 16 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten.......................................................................................... 16 8.3. Interpretatie analyseresultaten............................................................................................................................................... 20
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING........................................................................................................ 24 9.1. Actualiserend bodemonderzoek................................................................................................................................................... 24 9.2. Aanvullend onderzoek naar zware metalen (incl. arseen en chroom)............................................... 24 9.3. Verkennend onderzoek naar asbest........................................................................................................................................... 25 9.4. Algehele conclusie en aanbevelingen.................................................................................................................................... 25
10.
REFERENTIES............................................................................................................................................27
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Situering in de regio Situatieschets met (voorgaande) boringen, peilbuizen en proefgaten Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen Besluit Bodemkwaliteit Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest, inclusief foto’s Bepaling veiligheidsklasse CROW 400 Relevante historische informatie
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
7
1.
INLEIDING
De heer M. Eibers heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, actualiserend Z aanvullend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en de bijbehorende bestemmingsplanwijziging ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725 [1], NEN 5740/AE2016 [2], de NEN 5707:2015/02:2017 [3] en conform de NTA 5755:2010 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer J.P.G. Boerakker en de heer H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN
Het doel van de diverse (bodem)onderzoeken is het vaststellen / actualiseren van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest, OCB en PFAS) op de onderzoekslocatie en bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Daarnaast wordt getracht de (heterogeen verdeelde) ernstige verontreiniging met zware metalen beter in beeld te brengen en daarmee de omvang van de aanwezige grondverontreiniging te bepalen. Tevens wordt de veiligheidsklasse conform CROW 400 bepaald.
3.
LOCATIEGEGEVENS EN VERVOLGTRAJECT 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen en staat kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie F, nummer 158 en gemeente Winssen, sectie B, nummer 2487. De onderzoekslocatie betreft een (voormalig) bedrijfspand met bijbehorend bedrijfsterrein (verhard) en tuin (onverhard). De totale oppervlakte bedraagt circa 2.432 m2. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Resultaten historisch onderzoek (NEN 5725)
Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken dient er een historisch vooronderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5725:2017. Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de websites van de provincie Gelderland, www.bodemloket.nl, www.topotijdreis.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Daarnaast zijn door de gemeente Beuningen en de opdrachtgever diverse gegevens aangeleverd. De relevante historische gegevens zijn bijgevoegd in bijlage 8.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
8
De opgevraagde I aangeleverde gegevens betreffen rapportages in de periode van 2008 tot heden, aangezien met voorgaand onderzoek 2008 reeds een historisch onderzoek is uitgevoerd. Derhalve dient met het historisch onderzoek enkel aanvullend te worden nagegaan of er in de periode van 2008-heden bijzonderheden, zoals bijvoorbeeld een calamiteit heeft plaatsgevonden op de onderzoekslocatie. Huidig, voormalig en toekomstig bodemgebruik De huidige bebouwing is sinds de beginjaren ’70 van de vorige eeuw aanwezig op onderhavige locatie blijkt uit gegevens van het Kadaster en historisch kaartmateriaal. Hiervoor heeft de locatie een landbouwbestemming gehad met een boerderij en boomgaarden. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing te slopen en woonhuizen te bouwen waarvoor het bestemmingsplan gewijzigd dient te worden. Bodemkwaliteitsgegevens Door zowel de opdrachtgever als de gemeente Beuningen zijn diverse historische gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit aangeleverd. Onderzoekslocatie Door de opdrachtgever is een voorgaand verkennend en nader bodemonderzoek aangeleverd uit 2008 (Kobessen Milieu B.V., kenmerk: P1432.01, d.d. 31 maart 2008). De aanleiding tot het onderzoek betrof de onroerend goed transactie van de locatie. Tijdens het uitgevoerde onderzoek zijn op de locatie een tweetal verontreinigingsspots met arseen enIof zink aangetoond.
De sterk verhoogde gehalten bevinden zich in de grondlaag vanaf het maaiveld tot maximaal 0,5 m-mv over een oppervlakte van 630 m2 en bedraagt derhalve circa 315 m3. Echter, de sterk verhoogde gehalten zijn slechts globaal horizontaal in beeld gebracht en verticaal niet afgeperkt. De aangetoonde grondverontreinigingen zijn vermoedelijk veroorzaakt door ophoging van (gedeeltes) van de locatie met verontreinigde grond. Ter plaatse van de geplaatste peilbuis 1 is, in de grondlaag van 3,0-3,8 m-mv een zwakke oliewaterreactie waargenomen. In het geanalyseerde grondmonster is maximaal een licht verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond. In het geanalyseerde grondwatermonster is, na heranalyse, geen verhoogd gehalte voor minerale olie aangetroffen. Zintuiglijk zijn in diverse boringen in diverse grondlagen zintuiglijk baksteen- enIof puinbijmengingen waargenomen. In de opgeboorde grond zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Een analytisch onderzoek naar asbest heeft niet plaatsgevonden. Directe omgeving Door de gemeente Beuningen zijn twee bodemonderzoeken aangeleverd van een locatie ten oosten van de onderzoekslocatie. Met het verkennend bodemonderzoek (Envita, kenmerk 205695-10IR01, d.d. 9 maart 2016) zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met kolen en puin en volledige bodemvreemde lagen waargenomen.
Analytisch zijn in zowel de boven- als ondergrond met bodemvreemde bijmengingen maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond voor diverse zware metalen en PAK. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten met diverse zware metalen aangetoond. Met het onderzoek naar asbest (Envita, kenmerk 205695-10IR02, d.d. 9 maart 2016) is zintuiglijk (fractie > 20 mm) asbest in de puinlagen waargenomen. Analytisch zijn voor asbest in zowel de grond als in het puin geen waarden aangetoond die de maximale samenstellingswaarde I interventiewaarde van 100 mgIkg d.s. overschrijden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
9
Historisch kaartmateriaal Op basis van het historische kaartmateriaal op www.topotijdreis.nl blijkt dat op onderhavige onderzoekslocatie naar verwachting drie voormalige (aaneengesloten) watergangen aanwezig zijn. Daarnaast zijn op en in de directe omgeving van de locatie boomgaarden aanwezig (geweest) waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB). Asbest De bebouwing op de onderzoekslocatie is in de periode van 1974/1975 gerealiseerd. Daarnaast zijn er diverse (element)verhardingen op de locatie aanwezig en zijn reeds met voorgaand onderzoek (2008) bodemvreemde bijmengingen in de grond aangetroffen. Overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Er zijn, voor zover bekend, geen overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie aanwezig geweest. PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit handelingskader en de directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers.
Dus zodra er grond van de locatie moet worden afgevoerd dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX in de verdachte grondlaag (0,0-1,0 m-mv). De locatie is niet verdacht op GenX, waardoor deze parameter niet hoeft worden meegenomen. Conclusies historische gegevens
Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ^ Met een voorgaand onderzoek (2008) op de onderzoekslocatie zijn zintuiglijk diverse bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Analytisch zijn op twee plaatsen in de grond sterk verhoogde gehalten voor arseen en/of zink aangetoond. Er is geen onderzoek naar asbest uitgevoerd en in de overige grond en in het grondwater zijn, na heranalyse, geen overige bijzonderheden aangetroffen; ^ In de directe omgeving zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn analytisch maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond; ^ Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn naar verwachting drie (aaneengesloten) watergangen en boomgaarden aanwezig (geweest); ^ De bebouwing op de onderzoekslocatie is in de periode van 1974/1975 gerealiseerd. Daarnaast zijn er diverse (element)verhardingen op de locatie aanwezig en zijn reeds met voorgaand onderzoek (2008) bodemvreemde bijmengingen in de grond aangetroffen; • Er zijn, voor zover bekend, geen overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie aanwezig geweest; • Mogelijk dient er grond van de locatie te worden afgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling en/of de sterke grondverontreinigingen. Derhalve dient de grond aanvullend bodemonderzoek geanalyseerd te worden op de PFAS-parameters.
Op basis van het historisch onderzoek dient een actualiserend en aanvullend onderzoek conform de NEN 5740 Z NTA 5755 te worden uitgevoerd, waarbij de sterke grondverontreiniging met zware metalen, de voormalige (aaneengesloten) watergangen, het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag en het mogelijk voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag aandachtspunten betreffen, waarvoor aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Tevens dient een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 in verband met de in voorgaand onderzoek waargenomen bodemvreemde bijmengingen.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
10
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 7 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een complexe eenheid van Holocene afzettingen, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei, veen en grof zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 43,5 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden tot grof zand behorend tot de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre. Onder het watervoerend pakket is een scheidende laag aanwezig van circa 0,2 meter dik die voornamelijk bestaat uit zandige klei, klei en midden zand behorend tot de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich tot circa 63 m mv het tweede watervoerend pakket. 4.2.
Geohydrologie
Naar verwachting is het oppervlaktewater noordelijk gericht, in de richting van de rivier de Waal. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
5.
HYPOTHESE
Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging, waarbij rekening gehouden dient te worden met de sterke grondverontreiniging met zware metalen vanuit het voorgaand onderzoek. De bodemvreemde bijmengingen, voormalige (aaneengesloten) watergangen, het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag en het mogelijk voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag vormen aandachtspunten.
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken
Actualiserend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de actualisatie van de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL, < 3.000 m2). In verband met de diverse verhardingen worden alle boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m mv. Alle analysepakketten (grond en grondwater) worden aangevuld met arseen en chroom, aangezien dit kritische parameters betreffen voor de locatie. Aanvullend wordt ter plaatse van de voormalige (aaneengesloten) watergangen drie dwarsraai van 3 boringen tot 2,0 m-mv geplaatst. De bodem wordt in eerste instantie enkel zintuiglijk beoordeeld. Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
11
Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt er een teeltlaagonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL, < 3.000 m2). Hierbij wordt de (oorspronkelijke) teeltlaag afzonderlijk bemonsterd en geanalyseerd op de OCBparameters. PFAS De onderzoeksopzet voor het onderzoek naar PFAS is afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/AE2016 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL, < 1 ha). Aanvullend grondonderzoek naar zware metalen (incl. arseen en chroom) De werkzaamheden van het aanvullend grondonderzoek naar zware metalen (incl. arseen en chroom) zijn conform de NTA 5755:2010 uitgevoerd. Bij het uitvoeren van een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755:2010 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. In tabel 6.1 is een conceptueel model voor het aanvullende onderzoek naar zware metalen (incl. Arseen en chroom) uitgewerkt. Tabel 6.1: Conceptueel model sterke grondverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom) Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Ernst en/of omvang van de verontreiniging
Spoed van de sanering Z Zorgplicht Onderzoeksvragen en onderzoeksopzet
Vermoedelijke ophoging (bodemvreemd materiaal) Er is op basis van voorgaand onderzoek reeds sprake van een ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom), aangezien meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond met gehalten boven de interventiewaarde voor diverse zware metalen (incl. arseen en chroom) aanwezig is. De exacte omvang binnen de onderzoekslocatie is echter nog niet bekend en dient middels het aanvullend onderzoek verder in beeld te worden gebracht. De aangetroffen verontreinigingen zijn, gezien de historie van het terrein, naar verwachting ontstaan voor 1987, waardoor geen sprake is van Zorgplicht. Aangezien voornemens is de locatie te herontwikkelen, wordt er geen spoedeisendheid bepaling uitgevoerd. Voor het aanvullend grondonderzoek naar zware metalen (incl. arseen en chroom) worden ter plaatse van de reeds aangetoonde grondverontreiniging diverse boringen tot circa 1,0 m-mv gesitueerd. Tevens wordt diverse boring dieper doorgezet tot circa 2,0 m-mv voor mogelijke verdere verticale afperking en wordt er een peilbuis geplaatst voor het grondwateronderzoek. Van de boringen worden voor de horizontale en/of verticale afperking in eerste instantie 10 analyses op zware metalen (incl. arseen en chroom) ingezet.
Indien de analyseresultaten hier aanleiding toe geven ^ sterk verhoogde gehalten), worden aanvullende analyses ingezet op zware metalen (incl. arseen en chroom) ter verdere horizontale en/of verticale afperking.
Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE) gehanteerd conform de NEN 5707 (maximaal 3.000 m2). Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarbij enkele proefgaten dieper worden doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond middels een Edelmanboor met brede diameter (gecombineerd met het actualiserend bodemonderzoek). Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten, worden diverse grondmonsters samengesteld voor analyses op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm).
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
12
6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen ļ certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificatienr: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018, locatie-inspectie en monsterneming van asbest in de bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin enļof asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.2 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.2: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 24 en 25 november 2021
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal
3 december 2021
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer J.B. Koppelman
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek (inclusief slootdempingen en teeltlaagonderzoek op OCB) Ten behoeve van het actualiseren van de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en het aanvullende (afperkend) onderzoek naar zware metalen (incl. arseen en chroom), conform de bovenstaande onderzoeksopzetten, zijn in totaal 24 boringen (B01 t/m B18). De raaiboringen B02A-C, (P)B08A-C en B12A-C zijn ter plaatse van de voormalige (aaneengesloten) watergangen geplaatst. Ten behoeve van het grondwateronderzoek is boring PB08B dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. Voor het teeltlaagonderzoek op OCB is de (oorspronkelijke) teeltlaag afzonderlijk bemonsterd. In tabel 6.3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden van diverse bodemonderzoeken weergegeven. Tabel 6.3: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 1,0 m-mv B01, B03, B05, B06, B09 tļm B11, B13, B15 t/m B18
Boringen/peilbuizen Boringen tot circa 2,0 m-mv B02A-C, B04, B07, B08A, B08C, B12A-C, B14
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB08B (3,20 - 4,20)
Grondwater Het grondwater uit de geplaatste peilbuis PB08B is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 3 december 2021 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
13
Asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie volledig bedekt is met verhardingen en vegetatie (totaal 100 %). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen zijn in totaal 14 proefgaten (B02 t/m B04, B07 t/m B16 en B18) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie ^ 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij is geen asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 20 mm) aangetroffen. In het veld zijn vier grondmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie ^ 20 mm).
Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatieschets met de (voormalige) boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest, inclusief foto’s, zijn opgenomen als bijlage 6.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
14
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) Z (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: " Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. " Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020), worden gehanteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
15
In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 gg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 gg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 gg/kg d.s. voor PFOA en 3 gg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie ^ 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 gm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.
Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
16
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot circa 1,5 m-mv afwisselend uit uiterst fijn, zwak tot uiterst siltig zand en zwak siltige Z zandige klei, waarbij zowel in de boven- als ondergrond tot 1,0 m-mv zwak tot matig humeus zand aanwezig is. Daarnaast zijn in de bovengrond van enkele boringen zwak grindhoudende lagen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boringen/proefgaten diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen, zoals weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring Z proefgat Boring
Proefgat
B01 B02A B02B B02C B03 B04
Nee Nee Ja Nee Ja Ja
Diepte boring (m -mv) 1,00 2,00 2,00 2,00 1,00 2,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
1,00 1,00 1,00 2,00
Traject (m -mv) 0,20 - 0,50 0,50 - 0,80 0,50 - 1,00 0,50 - 0,90 0,50 - 0,80 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,50 - 0,80 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,80 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50
Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Klei Klei Klei Klei
Ja
2,00
1,00 - 1,50
Klei
B12C
Nee
2,00
1,00 - 1,50
Klei
B13 B14
Ja Ja
1,00 2,00
0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00
Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei
sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen, sporen kolen sporen kolen matig baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen kolen zwak baksteenhoudend matig puinhoudend zwak baksteenhoudend matig puinhoudend zwak baksteenhoudend matig puinhoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen baksteen, sporen beton sporen baksteen, sporen beton zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen kolen zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen kolen zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen kolen zwak baksteenhoudend, sporen beton zwak baksteenhoudend, sporen beton sporen baksteen zwak baksteenhoudend, sporen beton zwak baksteenhoudend, sporen beton zwak baksteenhoudend, sporen beton zwak baksteenhoudend, sporen beton
B05 B06 B07
Nee Nee Ja
1,00 1,00 2,00
B08A
Nee
2,00
PB08B
Ja
4,20
B08C
Nee
2,00
B09 B10 B11 B12B
Ja Ja Ja Nee
B12A
B15 Ja 1,00 B16 Ja 1,00 B17 Nee 1,00 B18 Ja 1,00 Toelichting bij de tabel: Sporen c 1 /; Zwak Z 1 “/o < 5 “/o; Matig Z 5 “/o < 10 /.
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen of overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
17
De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5 en de indicatieve toetsing van de grondresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen als bijlage 6. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan een analysecertificaat zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaat Certificaat - nummer Grond 13578409
Monster
Parameter
Opmerking
Toelichting
MM02, MM03 en MM06 MM06
PCB 28
Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk valspositief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Aangezien de som parameter voor PCB de indexwaarde van 0,5 danwel de interventiewaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Diverse individuele PCBparameters
Toelichting bij de tabel: PCB Polychloor bifenylen (PCB).
Grond Op basis van de onderzoeksopzetten, de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden en de bekende gegevens, zijn diverse grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Op basis van de tussentijdse resultaten zijn twee mengmonsters uitgesplitst en aanvullende analyses op zware metalen (inclusief arseen en chroom) geselecteerd en geanalyseerd. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zij in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Omschrijving (Meng) monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM021
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM031
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
M04
Ondergrond, klei Zintuiglijk: matig baksteenhoudend Ondergrond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen kolen
M05 MM06
Boringen Analyse(traject in (m -mv) pakket B01 (0,10 - 0,20) B02B (0,10 - 0,50) B13 (0,10 - 0,50) B15 (0,10 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) PB08B (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) B12B (0,05 - 0,50)
Resultaten \> I > AW < I
NEN, As + As Cr
NEN, As + As, Cd, Cr, Cu, Cr Hg, Pb, Zn*, PAK, PCB, MO NEN, As + As*, Cd, Cr*, Zn Cr Co, Cu, Hg, Pb, Ni, PAK, PCB*, MO B05 (0,50 - 0,80) NEN, As + Hg, Pb Cr PB08B (1,00 - 1,50) NEN, As + Hg, Pb Cr B12B (1,00 - 1,50) NEN, As + Cd, Hg, Pb, Zn, B13 (0,50 - 1,00) Cr PAK, PCB, B15 (0,50 - 1,00) MO B18 (0,50 - 1,00)
BBK
AT
IND
NT
AT AT NT
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
18
Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) Omschrijving monster Aanvullend onderzoek naar zware metalen M101 Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen, sporen kolen M102 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Bovengrond, zand M103 Zintuiglijk: -
Boringen Analyse(traject in (m -mv) pakket
Resultaten > AW < I |> I
BBK
B04 (0,50 - 1,00)
Cu, Hg, Pb, Zn
-
NVT
Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn As, Cd, Cr, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn* As*, Cd, Co, Cu*,Hg, Pb*, Ni As*, Cd, Cr*, Co, Cu*, Hg, Pb*, Ni As, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn* As, Cd, Cr*, Cu, Hg, Pb, Ni
-
NVT
ZM, As + Cr B06 (0,50 - 1,00) ZM, As + Cr PB08B (0,00 - 0,50) ZM, As + Cr
M104
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
B09 (0,00 - 0,50)
ZM, As + Cr
M105
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
B10 (0,05 - 0,50)
ZM, As + Cr
Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton M107 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton M108 Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen M109 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton M110 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton Uitsplitsing en aanvullende analyses B03-2 Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen B04-12 Bovengrond, zand Zintuiglijk: B05-12 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
B13 (0,50 - 1,00)
ZM, As + Cr
B14 (0,50 - 1,00)
ZM, As + Cr
B14 (1,00 - 1,50)
ZM, As + Cr ZM, As + Cr
Hg, Pb
B16 (0,50 - 1,00)
ZM, As + Cr
Cd, Hg, Pb*, Zn
B03 (0,50 - 0,80)
ZM, As + Cr ZM, As + Cr ZM, As + Cr
Cd, Hg, Pb, Zn
B07-12
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
B07 (0,00 - 0,50)
ZM, As + Cr
B10-2
Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
B10 (0,50 - 1,00)
ZM, As + Cr
B11 (0,00 - 0,50)
ZM, As + Cr
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
B12B (0,05 - 0,50)
ZM, As + Cr
Ondergrond, zand Zintuiglijk: B12B-4 Ondergrond, klei Zintuiglijk: B17-2 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton B18-2 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend, sporen beton Teeltlaagonderzoek MMOCB01 Oorspronkelijke teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen Z zwak baksteenhoudend, sporen kolen
B12B (0,50 - 1,00)
ZM, As + Cr ZM, As + Cr ZM, As + Cr
M106
B11-13
B12B-13
B12B-2
MMOCB02
Oorspronkelijke teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen Z zwak baksteenhoudend, sporen kolen
MMOCB03
(Oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
B15 (0,50 - 1,00)
B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50)
B12B (1,50 - 2,00) B17 (0,50 - 1,00)
NVT
Cr, Zn
NVT
Zn
NVT
NVT
Zn
NVT
-
NVT NVT
NVT
-
NVT
As, Cd, Cu, Hg, Pb, Zn As, Cd, Cr, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn* As*, Cd, Cr*, Zn Co, Cu*, Hg, Pb, Ni As, Cd, Cu, Hg, Pb*, Zn
NVT
As*, Cd, Cr*, Co, Cu*, Hg, Pb, Ni As*, Cd, Co, Cu*, Hg, Pb*, Ni Hg
Zn
NVT
Cr, Zn
NVT
-
NVT
Cu, Hg, Pb, Ni, Zn Pb
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
B18 (0,50 - 1,00)
ZM, As + Cr
Pb
NVT
B01 (0,20 - 0,50) B03 (0,50 - 0,80) B04 (0,50 - 0,80) B06 (0,50 - 0,80) B02B (0,50 - 0,80) B14 (0,50 - 0,80) B16 (0,50 - 0,80) B17 (0,50 - 0,80) B09 (0,00 - 0,30) B10 (0,05 - 0,35) B11 (0,00 - 0,30) B12B (0,05 - 0,35)
OCB
HCB, Drins
IND
OCB
HCB, DDD
IND
OCB
HCB, hexachloorbutadieen
IND
Diverse (bodem)onderzoeken, Kennedysingel 84 en Notaris Stephanus Roesstraat 27 te Winssen Rapportnr.: B21.8283 versie: 01 datum: 27 januari 2021 __ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
19
Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); ZM De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], inclusief lutum en organische stof (humus); As + Cr Arseen + chroom; OCB Organochloor bestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); Hexachloorbenzeen; HCB Aldrin, Dieldrin en Endrin; Drins DDD Dichloordifenyldichloorethaan; AW Achtergrondwaarde; Interventiewaarde; I Gestandaardiseerde meetwaarde overschrijdt de indexwaarde van 0,5; Het mengmonster is uitgesplitst en de deelmonsters zijn separaat geanalyseerd; 2 Uitsplitsing mengmonster MM02; 3 Uitsplitsing mengmonster MM03; BBK Besluit bodemkwaliteit; Altijd toepasbaar; AT WO Wonen; Industrie; IND NT Niet toepasbaar; NVT Niet van toepassing; Niets aangetroffen/waargenomen.
Aanvullend onderzoek naar PFAS Aanvullend zijn mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op PFAS, waarbij tevens licht (index > 0,5) tot sterk verontreinigde grondlagen met zware metalen (incl. arseen en chroom) zijn geselecteerd. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4 Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster
Omschrijving
Boring (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > landbouw/natuur > Wonen/industrie ^ AW)
MMPFAS01
Grond, klei B02B (0,50 - 1,00) PFAS Zintuiglijk: diverse bodemvreemde B09 (0,00 - 0,50) bijmengingen B12B (0,05 - 0,50) B14 (0,50 - 1,00) PFAS MMPFAS02 Grond, zand B03 (0,10 - 0,50) B07 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B12B (0,50 - 1,00) B16 (0,10 - 0,50) Toelichting bij de tabel: PFAS: Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); Niets aangetroffen/waargenomen.
Grondwater Ten behoeve van het grondwateronderzoek is er conform de onderzoeksopzet een peilbuis geplaatst. Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS EC Troebelheid Analysepakket Resultaten PH (m-mv) (m-mv) (^S/cm) (NTU) >S<I >I PB08B 3,20 - 4,20 2,40 6,7 200 30 NEN, As + Cr Ba Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); As + Cr Arseen + chroom; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.