Bijlage 2: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beuningen 2024
Tekst van het document
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid,
van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste drie weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3.
Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.
4.
De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid
5.
De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder
ingevuld en tijdig is ingeleverd bij het college.
van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
6.
a. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan:
Muziekweergave binnen het bebouwde gedeelte van de inrichting (niet voor de
Muziekweergave buiten het bebouwde deel
buitenruimte) 07.00 –
19.00 –
23.00 –
07.00 –
19.00 –
23.00 –
65 dB(A)
65 dB(A)
65 dB(A)
80 dB(A
80 dB(A
80 dB(A
19.00 LAeq op de gevel van
gevoelige gebouwen óf op
23.00
01.00/02.00
19.00
23.00
00.00/01.00
50 meter
b. Geluidnormen worden gemeten op een hoogte van 1,5 meter. 7.
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
8.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger
dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Besluit uiterlijk: -
bij muziekweergave, op dagen waarop een algemene vrije dag volgt, binnen het bebouwde
-
bij muziekweergave, op dagen waarop géén algemene vrije dag volgt, binnen het bebouwde
-
bij muziekweergave, op dagen waarop een algemene vrije dag volgt, buiten het bebouwde
-
bij muziekweergave, op dagen waarop géén algemene vrije dag volgt, buiten het bebouwde
deel om 02.00 uur te worden beëindigd; deel om 01.00 uur te worden beëindigd; deel om 01.00 uur te worden beëindigd; deel om 00.00 uur te worden beëindigd.
Artikel 4:4 – 4:5 [gereserveerd] Artikel 4:6 Overige geluidshinder 1.
Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in
werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale omgevingsverordening.
4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING Artikel 4:7 [gereserveerd] Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 4:9AVerbod oplaten ballonnen 1.
Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van
2.
Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, sfeerballon, gelukslampion,
vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen.
Thaise wensballon, papierballon en geluksballon, dan wel een voorwerp dat door middel van open vuur of gas opstijgt en zonder sturing wegdrijft.
3.
Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet Luchtvaart, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
AFDELING 3. HOUTOPSTANDEN: THANS DE BOMENVERORDENING Artikel 4:10 – 4:12 [gereserveerd]
AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, enz. 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde
direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of
b.
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
c.
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of
onderdelen daarvan;
aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of
d.
mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
2.
Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen.
3.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 4:14 [gereserveerd] Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame 1.
Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak
handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.
2.
Het verbod geldt niet voor onverlichte: a.
opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende
b.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de
c.
opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die
d.
zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; overheid;
betrekking hebben op: i.
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een
ii.
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend
onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; of waarvoor die zaak is bestemd;
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk
betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
3.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.
indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet
b.
in het belang van de verkeersveiligheid;
c.
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de
aan redelijke eisen van welstand;
nabijheid gelegen onroerende zaak.
4.
De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken met uitzondering van
5.
De weigeringsgrond van het derde lid onder b geldt niet voor zover in het daarin geregelde
vergunningsvrije bouwwerken.
onderwerp wordt voorzien door of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 4:16 [gereserveerd]
AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
2.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de
3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:
5.
rechthebbende op een terrein.
a.
de bescherming van natuur en landschap; of
b.
de bescherming van een stadsgezicht.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1.
Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
2.
Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.
HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN Artikel 5:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
b.
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
(RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; 1990).
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 1.
2.
Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a.
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
b.
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a.
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
b. 3.
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. b.
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren
binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
4.
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
5.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1.
Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het
2.
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
3.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:4 Defecte voertuigen [gereserveerd] Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1.
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens door de Wet
kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. [gereserveerd] Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te
2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en
kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
4.
Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
5.
Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
6.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9 – 5:10 [gereserveerd] Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1.
Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege
2.
Dit verbod is niet van toepassing:
aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
a.
op de weg;
b.
op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; en
c.
op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
3.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:12 [gereserveerd]
AFDELING 2. COLLECTEREN Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen
2.
Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van
te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.
goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
3.
4.
Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden: a.
in besloten kring of;
b.
door een instelling met een CBF-keurmerk wordt gehouden.
De gemeente streeft naar een gelijkmatige verdeling per kern in de vrije en vaste weken.
5.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AFDELING 3. VENTEN Artikel 5:14 Begripsbepaling 1.
In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te
koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
2.
Onder venten wordt niet verstaan: a.
het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als
b.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van
bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet ;
diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet;
c.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:15 Ventverbod Het is verboden te venten tussen 20.00 uur en 07.30 uur.
Artikel 5:16 [gereserveerd]
AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Begripsbepaling 1.
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
2.
Onder standplaats wordt niet verstaan: a.
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
b.
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
onder g, van de Gemeentewet;
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met omgevingsplan.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd: a.
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
b.
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de
redelijke eisen van welstand;
gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
4.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.
Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
2.
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Artikel 5:21 [gereserveerd]
AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 – 5:23 [gereserveerd]
AFDELING 6. OPENBAAR WATER Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
1.
Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
aan te brengen of te hebben, indien dit: a.
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water;
b.
gevaar oplevert voor het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water;
c.
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Artikel 5:25 Gemotoriseerde vaartuigen 1.
Het is verboden gebruik te maken van gemotoriseerde vaartuigen op alle binnenwateren van de
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de gekleurde binnenwateren op de kaart ‘Recreatief varen
gemeente Beuningen met uitzondering van de Waal.
in Beuningen, wanneer gebruik wordt gemaakt van vaartuigen met elektromotoren met een vermogen tot maximaal 2500 Watt en een lengte van maximaal 7 meter.
3.
Het is verboden sneller te varen dan 6 km per uur.
4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van lid 1 en lid 2 ten behoeve van bedrijfsmatige
5.
Voor het gebruik van gemotoriseerde vaartuigen op de recreatieplas in de Groene Heuvels is artikel
6.
Het college is bevoegd de kaart ‘Recreatief varen in Beuningen’ vast te stellen.
activiteiten.
5:25 APV niet van toepassing.
Artikel 5:26 Gebruik recreatieplas in de Groene Heuvels 1.
Het is verboden met een gemotoriseerd vaartuig zich te bevinden in het door rechthebbende
2.
Het is verboden te waterskiën of te laten waterskiën dan wel op soortgelijke wijze van het openbaar
aangewezen deel dat bestemd is als zwemwater.
water gebruik te maken, met uitzondering van de daartoe door de rechthebbende aangewezen en aangelegde waterskibanen.
3.
Het is verboden zich met een waterscooter in het openbaar water te bevinden.
Artikel 5:27 Aanleggen van vaartuigen 1.
Het is verboden om vaartuigen aan te leggen op of aan oevers van het openbaar gebied.
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet: a.
bij een voor dit doel aangebrachte voorziening in het openbaar gebied.
b.
bij oevers in particulier bezit.
Artikel 5:28 – 5:34 [gereserveerd]
AFDELING 7 – 9 [GERESERVEERD]
HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling 1.
Overtreding van het bij of krachtens de vorige artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:3
daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van tweede categorie.
2.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voor zover via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de Wet op de economische delicten van toepassing is.
Artikel 6:2 Toezichthouders De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering en de
door het college dan wel door de burgemeester aangewezen toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of
krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening zoals deze is vastgesteld op 11 oktober 2022 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1.
Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van
de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2.
Artikel 2:28, eerste lid, is niet van toepassing op het exploiteren van een bestaand afhaal- of
bezorgzaken:
a.
gedurende 12 weken na het in werking treden van deze verordening;
b.
na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn een aanvraag
om vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, heeft ingediend, totdat het bevoegd gezag op die aanvraag heeft besloten.
Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening 2024 (APV 2024).
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Beuningen in de vergadering van 12 november 2024
De griffier
De voorzitter van de raad