Bijlage 19: Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Augustuslaan/Krommehoekstraat
Tekst van het document
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Augustuslaan/Krommehoekstraat’ Versie 18 september 2023 Opdrachtgever: E. de Landmeter, projectleider Ruimtelijke ontwikkeling
1
Nota zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Augustuslaan/Krommehoekstraat’ heeft van 19 april tot en met 30 mei 2023 voor iedereen ter visie gelegen. Deze inzageperiode is op 18 april 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Binnen deze inzagetermijn kan iedereen een zienswijze over het ontwerp bestemmingsplan indienen. Ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan zijn er 6 zienswijzen binnen gekomen. 2 van de 6 zienswijzen betreffen een kopie van een andere zienswijze. De inhoud is hetzelfde, maar ze staan wel apart geregistreerd in het systeem. In deze nota worden de gelijke documenten samengevoegd beantwoord. Eén ingediende zienswijze betrof een pro forma zienswijze (IN23.01530), met het verzoek tot een aanvullende termijn van vier weken te geven voor het inhoudelijk aanvullen van de zienswijze. Gelet op jurisprudentie is er een extra termijn van twee weken verleend tot aan 20 juni 2023 (UI23.01274). De reacties op de ingekomen zienswijzen worden hieronder behandeld: Naam Reclamant 1 IN23.01520 IN23.01516 Augustuslaan 59, 61 en 63
Samenvatting inspraakreactie
1.1 Reclamant verwijst naar een overweging van de gemeente in 2017 over de ontwikkeling van het plan, waarbij reclamant wenst het groen en het uitzicht op de aanwezige bomen te behouden. Reclamant is van mening dat er veel bestaand groen en bomen zal verdwijnen en dat er in het ontwerpbestemmingsplan niet veel groen over blijft. Volgens reclamant komt er in het ontwerpbestemmingsplan slechts in het midden een stuk groen en ontbreekt er groen aan de randen van het plangebied;
1.2 Reclamant stelt dat in een raadsvoorstel van februari 2018 wordt gesteld dat het college het bestemmingsplan niet wil herzien voor de bouw van één woning achter de Krommehoekstraat 13, omdat het beoogde effect was om het gebied achter de Krommehoekstraat vrij te houden van woonbebouwing. Volgens reclamant druist het volledig vol bouwen van het plangebied dan ook in tegen het jarenlange beleid van de gemeente;
1.3 Reclamant stelt dat het plan niet is getoetst op het ’10 punten plan Wonen’ van de gemeente. Volgens reclamant moet worden aangetoond dat het ontwerpbestemmingsplan hieraan voldoet, met name het aspect groen;
1.4 Reclamant wenst de open en groene ruimte te behouden, danwel het plan wordt aangepast dat er wel wordt voldaan aan alle speerpunten in de Omgevingsvisie. Volgens reclamant wordt nu namelijk maar gericht op één speerpunt van de Omgevingsvisie Beuningen 2040 en dat is realiseren van voldoende woningen, terwijl andere speerpunten zijn bijvoorbeeld; behouden
Beantwoording inspraakreactie 1.1 Het groen en uitzicht waar reclamant naar verwijst betreffen privé (achter)tuinen van woningen langs de Krommehoekstraat. Het aanwezige groen maakt(e) veelal onderdeel uit van het huisperceel van desbetreffende woningen en is veelal ook ingericht als tuin. Enkele percelen zijn in de jaren gesplitst en zijn in gebruik als weiland. Er is geen sprake van openbaar groen en de eigenaar van de gronden / tuinen mag volgens het vigerende bestemmingsplan hier erfafscheidingen plaatsen. Het bestemmingsplan voorziet daarentegen in de realisatie van openbaar groen, welke wél publiekelijk toegankelijk is. Aan de oostzijde van het plangebied, achter de bestaande woningen en achtertuinen van de Wilhelminalaan is tevens een brede groenstrook opgenomen. Hiermee blijft er wel degelijk groen langs de randen van het plangebied. Waar mogelijk worden bestaande bomen behouden en geïntegreerd in het nieuwe plan en de groenstructuren. Enkele bestaande bomen zullen inderdaad komen te vervallen, maar deze worden ruimschoots gecompenseerd in het nieuwe groene centrale park en groenstrook. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.2 De gemeenteraad heeft op 20 februari 2018 besloten het bestemmingsplan niet te herzien voor de bouw van één woning. Het verzoek is destijds afgewezen omdat de gemeenteraad van oordeel is dat medewerking aan de bouw van één woning leidt tot een versnipperde en niet planmatige invulling van het betreffende gebied. Hiertoe is een motie ingediend en aangenomen, IN18.01358, d.d.20 februari 2018 waarbij door de gemeenteraad een planmatige en stedenbouwkundig in de omgeving passende invulling mogelijk werd geacht van het gehele binnenterrein achter de woningen van de Krommehoekstraat. Huidig bestemmingsplan voorziet daarin. Daarnaast wordt er voor nieuwe plannen altijd gekeken naar ontwikkeling van inbreidingslocaties voor uitbreiding. De ontwikkeling past binnen de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie. Op grond van artikel 3.1.6 Bro heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen te wijzigen en ontwikkelingen mogelijk te maken, mits er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De goede ruimtelijke ordening is in de toelichting van het bestemmingsplan aangetoond. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.3
In 2020 is een motie aangenomen om nieuwe woningbouwinitiatieven te toetsen aan het 10-puntenplan. Naar aanleiding van deze aangenomen motie is het Omgevingsprogramma Woningbouw 2040 opgesteld. Dit Omgevingsprogramma is gebaseerd op de eerder aangenomen motie, het 10-puntenplan. De aangenomen motie is geborgd in het Omgevingsprogramma en de motie op zichzelf is daarmee te komen vervallen. Onderhavig bestemmingsplan is getoetst aan het Omgevingsprogramma. Wat betreft het groen merken we het volgende aanvullend op: In het 10-puntenplan is 100 m2 groen per woning opgenomen als minimale eis. In een eerdere versie van het stedenbouwkundig plan voldeed het plan hier aan. Echter, in de onderhandelingen met de toekomstige verhuurder van een aantal woningen, is overeengekomen om niet 15, maar 18 appartementen te realiseren in het project. Dit overigens binnen de bestaande beukmaat van het appartementencomplex. Dit betekent dat het bebouwd oppervlak gelijk is gebleven, maar het aantal woningen is toegenomen. Er is nu sprake van 94 m2 groen per woning. Gelet op alle ambities die in dit plan zijn neergelegd en waarvan het overgrote deel is verwezenlijkt, plus de directe nabijheid van het Heuvepark, vinden wij het in beperkte mate afwijking van de 100 m2 aanvaardbaar. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.4 In de Omgevingsvisie Beuningen 2040 zijn de 5 ambities weergegeven voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren, waaronder: Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor er leefbare kernen zijn; Beuningen is gezond, inclusief en veilig; Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig;
2
van voldoende open en groene ruimte alsook het behouden en versterken van een bereikbare, verkeersveilige, duurzame en leefbare omgeving voor bewoners en bezoekers.
1.5 Reclamant wenst dat de beroepsprocedure tegen het besluit van de Provincie Gelderland voor de verleende ontheffing steenmarter wordt afgewacht, alvorens een besluit wordt genomen over het voorliggende ontwerpbestemmingsplan;
1.6 Reclamant stelt dat in het uitgevoerde geohydrologische bodemonderzoek niet concreet wordt ingegaan op de infiltratie van hemelwater en dat enkel het dimensioneren van een hemelwaterinfiltratievoorziening onvoldoende concreet is. Reclamant stelt ook dat er in het bodemonderzoek niet wordt stilgestaan bij het hoogteverschil van het plangebied en het omliggende gebied, welke gevolgen kan hebben voor de afwatering. Reclamant stelt dat er mogelijk extra wateroverlast kan optreden ter hoogte van de noordwestelijke ontsluiting aan de zijde van de basisschool
1.7 Reclamant somt een aantal conclusies op inzake de (hemel)waterberging in het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast stelt reclamant dat er in het aanvraagformulier wordt uitgegaan van een onjuiste toename aan verharding in het plangebied;
Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico’s. Beuningen streeft naar vergroting van biodiversiteit; Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Dit plan voldoet aan de ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Niet alleen met voldoende woningen, maar ook met het realiseren van een vitale woonbuurt met verschillende type woningen in een gezonde leefomgeving, welke bijdragen aan een ondernemend karakter van Beuningen en tevens uitnodigend werken voor woningzoekers. De woningen worden met het oog op energieneutraal (bijvoorbeeld gasloos) ontwikkeld, waarbij de openbare ruimte en het groen klimaatbestendig worden ingericht. Er is extra aandacht voor biodiversiteit en hittestress. In tegenstelling tot wat reclamant stelt voldoet het plan wel aan het speerpunt: behouden van voldoende open en groene ruimte, waarin bewegen en ontmoeten wordt gestimuleerd. Er wordt namelijk voldoende groen behouden, waardoor een open en groen centraal park ontstaat. Juist met dit plan wordt de doelstelling bereikt dat de groene ruimte nu openbaar toegankelijk is, waar bewoners van zowel de nieuwe woonbuurt maar ook de bewoners van de omliggende bestaande woningen gebruik van kunnen maken.
In de huidige situatie is het groen juist niet openbaar. Bij de uitwerking wordt zorgvuldig gekeken naar een bereikbare, verkeersveilige, duurzame en leefbare omgeving van het nieuwe woonbuurt voor bewoners en bezoekers. Ook staat in de Omgevingsvisie Beuningen 2040 dat de voorkeur uit gaat naar inbreiden in plaats van uitbreiden. Op deze manier behouden we juist de open ruimte in het buitengebied, waar die wel beleefbaar is. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan. -
1.5 Er is sprake van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, zoals voorgeschreven door het ecologisch onderzoek. Hier zal in het kader van de vergunningverlening opnieuw aan getoetst worden. Indien de vergunning onverhoopt vernietigd wordt kan verzocht worden om handhaving. Dit valt buiten de procedure van het bestemmingsplan. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.6 In het ontwerpbestemmingsplan en geohydrologisch onderzoek wordt aangegeven dat het hemelwater binnen het plangebied wordt verwerkt. Hemelwater vanaf de woningen en de wegen wordt richting het centrale groene park afgevoerd en daar opgevangen in de nieuw te realiseren wadi. De exacte uitwerking van de wadi volgt in een latere fase bij het inrichtingsplan. Dit ontwerpbestemmingsplan maakt waterbeheervoorzieningen mogelijk in de groenbestemming artikel 3.1 sub l. Binnen de openbare ruimte in het plan is voldoende ruimte om de waterberging op te lossen gezien de mogelijkheden binnen de bestemming ‘Groen’. Indien de wadi toch volloopt komt er een overstort op het bestaande oppervlakte water ten zuiden van het plangebied, tussen de Augustuslaan en de Trajanussingel. Er is dus geen wateroverlast te verwachten. Aan de oostzijde van het plangebied liggen enkele percelen hoger dan het plangebied. Bij de uitwerking moet gekeken worden of het plangebied opgehoogd dient te worden, maar een nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot wateroverlast naar omliggende percelen. Bij de uitwerking van dit plan wordt speciale aandacht gegeven aan de omliggende wegen en percelen om er voor zorg te dragen dat er geen wateroverlast is vanuit het nieuwe plan naar de omgeving. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.7 Het klopt dat er in de watertoets een ander verhardingsoppervlak gehanteerd is (7.000m2) dan waarmee uiteindelijk is gerekend voor de waterbergingsopgave (±10.000m2). Voor het proces rondom de watertoets heeft dit echter geen gevolgen. Er dient voldoende waterberging te worden gerealiseerd om de toename in verharding te compenseren. De berekening is dus leidend hierin. De procedure rondom de watertoets is zo opgesteld dat waterberging geborgd wordt in het plan. Het lager aangehouden oppervlakte in de watertoets heeft dus geen gevolgen voor de uiteindelijke uitkomst van de watertoets. De waterbergingsopgave is met de juiste oppervlakte en op de correcte manier berekend. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
3
1.8 Reclamant stelt dat in het akoestisch onderzoek een aantal onjuistheden vermeld staan, waardoor deze rapportage volgens reclamant niet betrouwbaar is. Onjuistheden zijn volgens reclamant: 1.8.1 In de rapportage wordt door akoestisch buro Tideman uitgegaan van 46 woningen terwijl het ontwerpbestemmingsplan de realisatie mogelijk maakt van 50 woningen; 1.8.2 In de rapportage wordt uitgegaan van een autonoom groeipercentage van 10 jaar tot 2032, de rapportage is echter uitgebracht in januari 2023 dus moet volgens reclamant uitgegaan worden van het jaar 2033. Reclamant wenst een nadere onderbouwing te ontvangen van de te hanteren verkeersgegevens voor 2033; 1.8.3 Reclamant betwist dat de verkeersintensiteit (volgens tekening Bijlage 1-1) bij de Augustuslaan 200 bedraagt, terwijl er 69 wooneenheden gelegen zijn aan de Augustuslaan. Uitgaande van het gemiddelde uit de CROW-publicatie van 7,5 motorvoertuigen per eenheid, komt reclamant uit op 517.5 motorvoertuigen per etmaal; 1.8.4 Volgens reclamant komt volgens het verkeerskundig rapport ook nog 250 motorvoertuigen per etmaal erbij voor de school. Volgens reclamant komt het aantal verkeersbewegingen op de Augustuslaan dan gemiddeld op 750 motorvoertuigen per etmaal, welke volgens reclamant een realistischer beeld geeft.
Volgens reclamant is dit ook vastgesteld volgens de CROW 381 ‘toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie’ en het verkeerskundig rapport; 1.8.5 Volgens reclamant moet het onderzoek voor de Wilhelminalaan, volgens het reken- en meetvoorschrift, doorgetrokken worden in de berekeningen en dient de rotonde gemodelleerd te worden. Volgens reclamant zijn ook de bodemfactoren in het model minimaal gemodelleerd en geven deze een onrealistisch beeld van de bestaande verhardingen. Ook zijn volgens reclamant de wegen en aansluiting met aangrenzende wegen slordig gemodelleerd. Volgens reclamant moet het model worden aangepast om het woon- en leefklimaat daadwerkelijk te kunnen waarborgen, met name gezien de geluidsbelasting op de uiterste woningen (obj 14). 1.8.6 Volgens reclamant dient in het kader van ruimtelijke ordening het akoestisch onderzoek worden uitgebreid en getoetst worden aan de bestaande woningen waar het toekomstig plan zich zal ontsluiten (Augustuslaan huisnummers 67, 56, 54, 52, 50, 65, 63, 61, 48, 27, 29, 25, 23). 1.8.7 Reclamant stelt dat er een onjuistheid in het rapport staat inzake vermelding van de Julianalaan.
Deze weg is echter niet bekend in de gemeente Beuningen; 1.8.8 Reclamant wenst dat nader onderzocht wordt wat de toekomstige geluiduitstraling en belasting op de Augustuslaan is als het wegdektype: elementen verharding in keperverband is; 1.8.9 Reclamant stelt dat het niet correct is dat er geen middelzwaar/zwaar vrachtverkeer over de Augustuslaan rijdt, want volgens reclamant krijgt de aanwezige school wekelijks bevoorrading vanuit de Augustuslaan; 1.8.10 Reclamant stelt dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar de daadwerkelijke situatie en prognoses voor peiljaar 2033. Reclamant stelt voor dat er verkeerstellingen worden uitgevoerd middels tellussen. 1.8.11 Reclamant merkt op dat de geluidsoverlast door de komst van warmtepompen niet is onderzocht in het rapport en dat moeten worden onderzocht of de norm van 40dB(A) op de perceelgrens niet wordt overschreden.
1.9
Reclamant merkt op dat er op zijn minst verwacht mag worden dat de verkeersveiligheid nabij de school prioriteit krijgt en er maatregelen genomen worden om de veiligheid te verbeteren. Reclamant is het niet eens met de omschrijving dat de toename van verkeer door de komst van 50 woningen (volgens verkeersonderzoek p.6 80 extra ritten per dag van motorvoertuigen) gering is en dit niet van invloed is op de verkeerssituatie;
1.8 1.8.1
1.8.2
1.8.3
1.8.4
1.8.5 1.8.6
1.8.7 1.8.8
1.8.9 1.8.10 1.8.11
Het uitgangspunt van 46 woningen is niet correct en wordt aangepast naar 50 woningen. Dit heeft echter geen inhoudelijke gevolgen voor de uitkomst van het onderzoek of voor het bestemmingsplan. Het per abuis verkeerd opgeschreven wordt in een nieuwe versie van de bijlage aangepast. Er zijn geen verkeersgegevens van 2033 bekend. Op basis van het voorgaande jaar wordt 10 jaar vooruit gekeken. Het onderzoek is uitgevoerd in 2022 en de rapportage hiervan in 2023. Het autonoom groeipercentage van 10 jaar is dus juist aangehouden. Desalniettemin geeft de data een goed inzicht in de verwachte groei en ontwikkelingen en het effect daarvan op de verkeersintensiteiten en verkeersverdeling op de wegen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat autonome groei voor de duur van 1 jaar tot andere conclusies leidt. Gemeenten en verkeerskundige adviesbureaus hanteren voor berekening van de verkeersintensiteiten het regionale verkeersmodel. Het verkeersmodel is (gekalibreerd met verkeerstellingen(dus daadwerkelijke intensiteit). Ook zijn ontwikkelingen (woningbouwtypes, aantallen, huishouddichtheid, arbeidsplaatsen alsook omstandigheden om van andere modaliteiten (fiets, voet, OV) gebruik te maken) en een groeipercentage meegenomen in de berekening van de verkeersintensiteit. De genoemde CROW-publicatie is een richtlijn met schattingen van de verkeersgeneratie per woning.
Het gehanteerde verkeersmodel is gekalibreerd met verkeerstellingen (daadwerkelijke intensiteiten) en de prognoses bij ontwikkelingen baseert op de daadwerkelijke situatie (opbouw van een wijk, huishouddichtheid, woningbouw-type en –aantallen, omstandigheden die gekozen vervoermiddel beïnvloeden, zoals nabijheid fietsroutes, OV-haltes etc.). Dit geeft dus een goed beeld van de toekomstige verkeerssituatie op een bepaalde locatie. Ook kan deze hoeveelheid verwacht verkeer dus afwijken van de landelijke richtlijn, omdat in het model meer locatiespecifieke factoren worden meenemen, waar de richtlijn een niet-locatiespecifieke indicatie geeft. BVA Verkeer heeft een verkeersanalyse uitgevoerd. Deze analyse kan afwijken van prognosecijfers van het CROW. De capaciteit van de onderzochte wegvakken is echter ruim voldoende om de verkeersgeneratie van dit bestemmingsplan af te wikkelen. Dit heeft geen effect op de onderzochte geluidsbelasting. Reclamant doet hier een aanname ten aanzien van bodemfactoren, welke niet onderbouwd zijn. De rotonde valt buiten het plangebied. In het bestemmingsplan zijn verkeersbestemmingen opgenomen, welke zullen leiden tot de aanleg van wegen. Dit zullen 30 km/h wegen worden, passende bij een woonwijk. Er is alleen getoetst voor nieuwe woningen. De gevolgen voor bestaande woningen zullen echter verwaarloosbaar zijn.
In het akoestisch onderzoek wordt inderdaad gesproken over de Julianalaan. Dit is per abuis verkeerd opgeschreven, bedoeld wordt de Wilhelminalaan. Dit verandert de uitkomsten van het onderzoek niet. De wens voor het onderzoek om de toekomstige geluiduitstraling en belasting op de Augustuslaan is te begrijpen, maar in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling is dit geen onderdeel van het bestemmingsplan of een noodzakelijk onderzoek in het kader van de beoogde ontwikkeling. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een voertuigverdeling uitgaande van een weekgemiddelde. Een enkele vrachtwagen per week valt weg in dit gemiddelde. Zie eerdere beantwoording onder 1.8. Op dit moment is het onderzoek hiernaar niet gereed. In de regels zal daarom een verbod worden opgenomen voor de plaatsing van warmtepompen (buitenunits), gekoppeld aan een afwijkingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders. Als bij de aanvraag om vergunning aangetoond kan worden dat voldaan wordt aan de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is hiermee voldaan aan het criterium een goede ruimtelijke ordening, en kan de aangevraagde warmtepomp vergund worden.
Deze specifieke regeling in het Bouwbesluit is door de wetgever opgesteld om de geluidhinder als gevolg van de buitenunits te beperken en als vaststaat dat aan deze norm wordt voldaan, is in beginsel aannemelijk dat sprake van een goede ruimtelijke ordening. De inspraakreactie leidt tot het wijzigen van het bestemmingsplan in de regels, door toevoeging van een verbod op plaatsing van warmtepompen (buitenunits) én een afwijkingsbevoegdheid om onder de voorwaarde dat aangetoond wordt dat aan artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 en/of aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldaan wordt, te kunnen meewerken aan plaatsing van een warmtepomp. Daarnaast worden kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd in de bijlage akoestisch onderzoek bij de toelichting.
1.9 Bij de beantwoording van zienswijze 4 is uitgebreid ingegaan op de verkeersintensiteiten. De acceptabele verkeersintensiteit voor ‘ondergeschikte’ wegen zoals de Augustuslaan bedraagt ca. 1.500 motorvoertuigen per etmaal. Een toevoeging van ca. 80 extra ritten is daarom gering te noemen en valt ruimschoots binnen de richtlijnen. De verkeersveiligheid nabij de school zal bij de uitwerking zeker prioriteit krijgen. Een aanpassing aan deze kruising is verkeerskundig gezien nodig om onjuiste voorrangssituatie te voorkomen. Er worden maatregelen getroffen om aansluiting conform huidige eisen vorm te geven. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
4
1.10
1.11
1.12
Volgens reclamant druist de uitweg van het plan op de school in tegen de aanbevelingen van CROW;
Reclamant stelt dat er in het verkeersonderzoek geen rekening is gehouden met fietsverkeer en voetgangers en dat dit kan leiden tot problemen met betrekking tot de verkeersveiligheid. Reclamant stelt dat veel kinderen uit de Beuningse Plas naar de basisschool komen via het fiets-voetpad vanaf de Wilheminalaan naar de Augustuslaan (ter hoogte van de Augustuslaan 59), welke tot onveilige situaties kan leiden;
Volgens reclamant voldoet in de huidige situatie de infrastructuur al niet, laat staan als daar ook nog extra behoefte komt vanuit een aan te leggen wijk;
1.10 Bij de uitwerking van de ontsluiting is er speciale aandacht voor de verkeersveiligheid, waarbij zorgvuldig gekeken wordt naar een verkeersveilige aansluiting nabij de school. Ter plaatse van de kruising bij de school wordt mogelijk een plateau gerealiseerd. Hiermee wordt de snelheid geremd en ontstaat er een veilige aansluiting. Daarnaast is de schoolingang via een “parallelweg” van de Augustuslaan bereikbaar. Deze sluit niet direct aan op deze kruising vanuit het nieuwe plan. Verkeer vanuit de nieuwe ontwikkeling mengt zich daarom niet met verkeer bij de schoolingang. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.11 Het bestemmingsplan heeft geen invloed op de fiets- of voetgangersveiligheid. Bij het wegontwerp zal hier op getoetst worden. Het bestemmingsplan is niet de juridische plaats om dit te borgen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.12 De bestaande Augustuslaan en het wegprofiel past bij de inrichting van een 30 km/u zone. Versmalling van de weg (door op rijbaan geparkeerde voertuigen) past bij het gemeentelijk beleid om autoverkeer te verminderen en langzaam verkeer te stimuleren. Daarnaast zorgt de lagere snelheid voor meer verkeersveiligheid. De Augustuslaan heeft voldoende verkeerscapaciteit om de bestaande en nieuwe verkeersintensiteit op de te kunnen vangen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.13 Zie beantwoording 1.9 tot en met 1.12. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.13
Volgens reclamant wordt de veiligheid van omwonenden en de gebruikers van de weg ernstig aangetast door meer auto’s toe te laten op de Augustuslaan. Reclamant stelt dat de Augustuslaan nu al ongeschikt is voor 2-richtingen verkeer, mede door het smalle wegprofiel en geparkeerde auto’s, door toename van het verkeer door de nieuwbouwwijk zal dit versterkt worden; 1.14 Zie beantwoording 1.12. Dit staat los van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.14
1.15
Volgens reclamant geven de gehanteerde aantallen in het verkeersonderzoek een vertekend beeld van de werkelijkheid en de feitelijke verkeersituatie die zal ontstaan. Reclamant verzoekt dat naar alle punten gedegen onderzoek wordt gedaan, zodat de veiligheid van al het verkeer wordt gewaarborgd. Reclamant stelt voor dat er onderzoek wordt gedaan om van de Augustuslaan een 1-richtingsweg te maken en wensen hierbij betrokken te zijn;
Reclamant geeft aan de parkeerbehoefteberekening in de toelichting niet te kunnen volgen en merkt op dat een nadere toelichting van deze berekening ontbreekt. In Bijlage 7 Parkeernormen gemeente Beuningen zijn de gemiddelde parkeernormen voor de functie opgenomen, maar volgens reclamant wordt in de parkeerbalans niet uitgegaan van deze normen, maar worden lagere normen gehanteerd. Reclamant stelt dat er meer parkeerplaatsen nodig zijn, omdat in de praktijk niet alle beschikbare parkeergelegenheid op eigen terrein wordt benut. Reclamant vindt het een onwenselijke situatie nu er 5 parkeerplaatsen op de Augustuslaan worden weggehaald, omdat er minder parkeerruimte is voor omwonenden;
1.15 In de tabel parkeren van de Toelichting staat een klein foutje. Voor woningen met een brede oprit van minimaal 4,5m breed geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen op eigen terrein. Dit is wel juist gebruikt in de berekening voor het aantal parkeerplaatsen, maar in het overzicht voor geldende parkeernormen staat nu op 1.8. Dit zal in de tabel aangepast worden, maar maakt niets uit voor de berekening. De berekening zoals opgenomen klopt, waarbij voor woningen met een brede oprit een parkeernorm geldt van 1,7 parkeerplaats per woning (hierna: pppw). Voor woningen met een diepe oprit van minimaal 10m diep geldt een parkeernorm van 1,3 pppw. Hoewel voor beide opritten in theorie ruimte is voor 2 parkeerplaatsen op eigen terrein wordt in de berekening en in de praktijk gerekend met lagere parkeernormen. De geldende normen zijn correct opgenomen in de berekening en tabel. Volgens de berekening zijn naast de parkeerplaatsen op eigen terrein, 64 parkeerplaatsen benodigd in de openbare ruimte. In het plan zitten ook 64 openbare parkeerplaatsen. Hiermee zijn er voldoende parkeerplaatsen opgenomen in het plan. Voor optimalisatie van het plan is een voorstel gedaan om de drie bestaande parkeerplaatsen voor de Augustuslaan 61, 63 en 65 te verplaatsen naar een nieuw parkeerhofje nabij de nieuwe zuidelijke entree van het plan.
Hierdoor kan op dit gedeelte van de Augustuslaan het wegprofiel worden verbreed, zodat twee auto’s elkaar kunnen passeren. Deze parkeerplaatsen blijven voor de bestaande woningen beschikbaar, maar worden iets verder geclusterd in een parkeerhofje. Ter hoogte van de bestaande entree en keerlus worden totaal ca. 5 parkeerplaatsen gerealiseerd voor de bestaande woningen. Het plan beschikt over voldoende parkeerplaatsen voor de nieuwe woningen dus deze parkeerplaatsen zijn alleen voor de huidige bewoners en woningen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van huidige
5
bewoners voor een betere doorstroming, waardoor geen files ontstaan voor hun woning. Daarnaast bedraagt de afstand van de huidige parkeerplaatsen en woningen tot dit nieuwe parkeerhofje ca. 35m, welke overeenkomst met een acceptabele loopafstand voor parkeren bij de woning. De inspraakreactie leidt tot een tekstuele, maar geen inhoudelijke wijziging in het bestemmingsplan, met betrekking tot het aanpassen van de parkeernorm in de tabel.
1.16
1.17
1.18
1.19
1.20
Reclamant stelt dat door de komst van de nieuwe wijk de privacy en het uitzicht wordt aangetast. Reclamant vindt de geplande achterom van de nieuwe woningen onwenselijk en levert voor omwonenden een gevoel van onveiligheid met zich mee;
Reclamant stelt dat de geplande gestapelde woningen aan de oostzijde van het plan voor meer inkijk zorgen in de tuinen en dat betekent een verlies van privacy. Reclamant vindt de gestapelde woningen niet passend in het plangebied;
Reclamant ziet graag een groenstrook ( net als aan de westelijke zijde van het plangebied) achter zijn woning en tussen de nieuwe geplande woningen, zodat de aanwezige bomen en het groen gewaarborgd wordt. Hierdoor wordt volgens reclamant zijn privacy minder aangetast;
Reclamant stelt voor om de voorgevellijn, ter hoogte van Augustuslaan 59 door te trekken naar de voorgevellijn ter hoogte van Augustuslaan 61 om op deze manier meer ruimte te realiseren tussen de bebouwingen en hierdoor het huidige groen te behouden;
Reclamant wenst vooraf met de projectontwikkelaar afspraken te maken om te overlast van de bouw zoveel morgen te beperken;
1.16 De gronden van reclamant grenst momenteel tegen privé tuinen met een woonbestemming (zonder bouwvlakken). Er is geen sprake van vrij uitzicht, want de huidige eigenaren kunnen binnen de huidige regels daar een erfafscheiding realiseren, waardoor er geen zicht meer is vanuit de woning / tuin van reclamant op het plangebied. Hoewel bij de planvorming zorgvuldig is gekeken naar de meest logische en optimale inpassing van het plan in de bestaande omgeving kunnen omwonenden dit ervaren als aantasting van hun Privacy. In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de erfafscheiding langs de Augustuslaan 61, 63, 65 en 67 verhoogd mag worden tot 2,5m. Hierdoor wordt de aantasting van privacy verminderd. De geplande achterom is noodzakelijk voor ontsluiting van de tuinen en berging van de nieuwe (rij)woningen. Het betreft hier een achterom alleen voor die woningen, waardoor een gevoel van onveiligheid minimaal zal zijn. Op grond van vaste jurisprudentie bestaat geen recht op vrij uitzicht. Met de toe te stane verhoging van de erfafscheidingen wordt invulling gegeven aan een zorgvuldige belangenafweging en het waar mogelijk wegnemen van nadelige gevolgen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.17 Het betreffen gestapelde woningen in maximaal 3 lagen. Architectuur volgt in een latere fase, maar de bouwhoogte sluit aan bij de nieuwe woningen, welke ook bestaan uit 3 woonlagen. De gestapelde woningen hebben met name een uitzicht over het nieuwe groene centrale park. Er is zijdelings zicht vanuit de appartementen op de betreffende tuin. De tuin van reclamant ligt schuin t.o.v. de gestapelde woningen op een afstand van ca. 35m. Tevens staat er een nieuwe vrijstaande woning tussen de tuin van reclamant en de gestapelde woningen. Aantasting van privacy is gezien deze afstand en tussenliggende bebouwing niet te verwachten. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.18 Aan de oostzijde van het plangebied wordt een brede groenstrook gerealiseerd als buffer tussen de bestaande woningen aan de Wilhelminalaan en het nieuwe plan. In deze groene buffer wordt een kleinschalig woongebouw gerealiseerd met gestapelde woningen. Aan de oostzijde van het plan is speciaal gekozen voor een openbare groenstrook, welke als buffer dient tussen de bestaande woningen en de nieuwe gestapelde woningen. Hierdoor is zicht en aantasting van privacy door de situering van gestapelde woningen minimaal. Een kleine groenstrook tussen de tuin van reclamant en het nieuwe plan is aan de zuidzijde niet wenselijk in verband met beheer en onderhoud. De gemeente geeft de voorkeur aan bredere groenstructuren, waarbij de groenstrook aan de oostzijde een toegevoegde waarde is voor het plan. Waar mogelijk worden bestaande bomen behouden of toegevoegd, echter zal dit pas nader uitgewerkt worden in een latere fase. Achter de woningen Augustuslaan 63, 65 en 67 is momenteel alleen grasland aanwezig. Hier zijn geen bomen aanwezig. Om het totale plan in te passen in het plangebied en daarbij ruimte te houden voor groen, is het logisch dat ter plaatse sprake is van tuinen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.19 Reclamant doelt hier op de voorgevelrooilijn ter plaatse van de nieuwe woningen, gelegen achter de woningen Augustuslaan 59 en 61. De hier gekozen inspringing biedt ruimte aan parkeerfaciliteiten en maakt het plan minder massief, doordat volumes minder groot zijn. Het voorstel van de reclamant leidt echter tot een stukje snippergroen dat niet te onderhouden is. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
1.20 De ontwikkelaar is bereid om vooraf in overleg te gaan met omwonenden om te kijken of en op welke manier de overlast beperkt kan worden. Dit kan echter niet bindend worden vastgelegd in het bestemmingsplan. In het kader van een later eventueel te verlenen Omgevingsvergunning zal een werkplan worden overgelegd. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
6
Reclamant 2 IN23.01531 Wilhelminalaan 162.
2.1
2.2
Reclamant is van mening dat door de komst van 50 woningen de gebruiksintensiteit van de gronden zal toenemen, welke ene nadelige ruimtelijke factor is voor reclamant. Daarnaast is volgens reclamant niet gebleken hoe de raad dat heeft afgewogen in het kader van het behoud van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
2.1 Het woon- en leefklimaat is in het bestemmingsplan in Hoofdstuk 4 van de toelichting, Milieu- en Omgevingsaspecten, uitvoerig onderbouwd. Het beoogde plan voldoet aan deze aspecten, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor zowel het beoogde plan als de voor de omgeving. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
Reclamant stelt dat er in de plantoelichting niet wordt ingegaan op de gevolgen voor schaduwwerking en dag- en zonlichtinval in de tuin en op de woning van reclamant;
2.2 In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient allereerst onderscheid gemaakt te worden tussen daglichttoetreding en bezonning. Daglichttoetreding wordt getoetst aan het Bouwbesluit 2012. Het bestemmingsplan voorziet niet in een ontwikkeling op het woonperceel van reclamant, welke leidt tot vermindering van daglichttoetreding. Bezonning, of ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing daarmee samenhangende schaduwwerking, kan ruimtelijke gevolgen hebben. Deze dienen in beginsel te worden meegewogen in het kader van een goede ruimtelijke ordening door de Raad. Er is geen staande wetgeving voor schaduwwerking, welke dienovereenkomstig getoetst moet worden in, bijvoorbeeld, de toelichting van het bestemmingsplan. Op grond van jurisprudentie wordt echter wel altijd getoetst aan de zogenaamde TNO bezonningsnorm. Er zijn twee normen, een zogenaamde ‘lichte’ en ‘zware’ norm. De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam. De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht.
Er is geen aanleiding tot het aannemen dat deze norm door het onderhavige plan niet gehaald kan worden, gelet op de geplande bebouwing. Schuin achter de tuin van reclamant is een bijgebouw gepland voor de bouw van bergingen met een goothoogte van 3m en nok van 6m in de vorm van een kapschuur. De gronden van reclamant liggen ook nog ca. 60cm hoger dan het plangebied. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat het plan geen nadelig effect heeft in die zin dat de TNO-norm niet gehaald kan worden. Dit zal worden aangevuld in de toelichting. Zoals op onderstaande afbeelding te zien heeft reclamant een tuin op het noordwesten. De hele dag door heeft reclamant dus volop zon in zijn tuin, want de zon gaat onder in het westen. Als de zon ondergaat in het westen is de schaduwwerking minimaal in de tuin van reclamant. Reclamant zal meer schaduw ondervinden van de boom van zijn buurman dan de nieuwe bebouwing. Dit is voor het plan niet relevant en zal dus niet worden aangevuld in de toelichting.
De inspraakreactie leidt tot het wijzigen van het bestemmingsplan, door bovenstaande te verwerken in de toelichting.
7
2.3
Reclamant stelt dat de aspecten uitzicht en privacy nadrukkelijk in het geding komen door de komst van gestapelde woningen. Volgens reclamant is niet kenbaar gewogen het ruimtelijk effect van zicht in de tuin en woning van reclamant;
2.4
Reclamant stelt dat er voor de strook met de bestemming ‘groen’ tussen het perceel van reclamant en de nieuw op te richten bebouwing geen plant- en instandhoudingsverplichting geldt. Reclamant vindt het ruimtelijk wenselijk om die groenstrook te voorzien van beplanting die het zicht in de tuin en woning van reclamant (gedurende alle jaargetijden) onmogelijk maakt;
2.5
Reclamant wenst dat de mogelijkheid, voor B&W om binnen de bestemming ‘groen’ (artikel 3.4.1) een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een jongerenontmoetingsplek, geschrapt wordt uit het ontwerpbestemmingsplan;
2.5 Artikel 3.4.1 is een standaard planregel welke de mogelijkheid biedt om middels omgevingsvergunning binnen de bestemming ‘groen’ een jongerenontmoetingsplek te realiseren. Dit is een regeling die in alle bestemmingsplannen staat en gaat ook terugkomen in het omgevingsplan. Uniformering is voor de gemeente een van de uitgangspunten bij de opstelling van plannen. Het artikel wordt niet geschrapt. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
2.6
Reclamant vraagt zich af of het verdelen van de realisatiefase (in het kader van de stikstofdepositie) over twee jaar, te weten 2023 en 2024, realistisch is. 80% van de werkzaamheden zou in 2023 moeten plaatsvinden, terwijl het bestemmingsplan nog niet is vastgesteld;
2.6 Bij de realisatiefase zal rekening gehouden worden met de uitgangspunten voor de stikstofdepositie. Als de planning zal uitlopen zal de verdeling ook evenredig doorlopen. De in het rekenmodel Aerius weergegeven rekenjaren zijn in beginsel relevant wanneer het gaat om te registreren overschrijding, zodat een jaarlijkse overschrijding van de KDW kan worden gemonitord. In casu is er sprake van een depositie van 0,01 mol/ha/jr in de aanlegfase, wat niet significant wordt beschouwd gelet op de betreffende habitattypen. Het is daarom niet relevant welk rekenjaar exact is genomen en de gemeente mocht bij het beoordelen van het onderzoek uitgaan van het toen gekozen rekenjaar. Waar het om gaat is dat de realisatiefase in twee jaar zal worden uitgevoerd. Dit is realistisch en zal getoetst worden bij de aanvraag Omgevingsvergunning. Bij de uitvoer zal voldaan worden aan de geldende regels. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
2.3 Zoals te zien op bovenstaande afbeelding is er vanuit de gestapelde woningen niet direct zicht op de tuin van reclamant. De gestapelde woningen liggen verder noordelijk t.o.v. tuin van reclamant (n.b.: het gaat in dit punt niet meer over schaduwwerking). . Daarbij is op de hoek van de gestapelde woningen een lift en trapopgang gepland. De galerij voor de gestapelde woningen liggen nog verder noordelijk dus er is minimaal overlast te verwachten van inkijk en vermindering privacy. Direct grenzend aan de tuin van reclamant komt een groenstrook met groen bestemming. Vanuit de tuin kijkt reclamant dus altijd uit over nieuw groen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
2.4 De groenbestemming biedt voldoende mogelijkheden voor een groene invulling tussen het perceel van reclamant en de nieuw op te richten bebouwing. De overige mogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Een instandhoudingsverplichting is daarom overbodig. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan omdat de inrichting van het groen geen onderdeel is van het bestemmingsplan, maar van de uitvoering ervan. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
8
Reclamant 3 IN23.01732 En pro forma IN23.01530 Krommehoekstraat 5, Augustuslaan 65, 67, Wilhelminalaan 146.
3.1 Reclamant stelt dat er gebruik is gemaakt van de verkeerde parkeerkencijfers, waardoor er op dit moment onvoldoende parkeergelegenheid zal zijn binnen het plangebied. Dit omdat er is gerekend met de gebiedsaanduiding 'rest bebouwde kom’ i.p.v. ‘weinig stedelijk’. Daarnaast wordt er aangesloten bij de CROW-publicatie 317 terwijl er al een opvolger is, namelijk CROWpublicatie 381 (december 2018);
3.1 Zie eerdere beantwoording 1.15 De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
3.2 Reclamant stelt dat het aantal parkeerplaatsen in de bestaande omgeving afneemt, omdat door de nieuwe zuidelijke ontsluitingsweg de ‘aanwezige’ parkeerplaatsen naast Augustuslaan 67 komen te vervallen;
3.2 Zie eerdere beantwoording 1.15 De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
3.3 Reclamant stelt dat het akoestisch onderzoek aangepast dient te worden op de volgende punten: 1. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd voor prognosejaar 2032, echter zal dit a. volgens de wet zou dit voor peiljaar 2033 moeten zijn (10 jaar na b. onherroepelijk BP);
3.3 Zie eerdere beantwoording 1.8 De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
2.
Op pagina 4, Situatie 1 is gebruik gemaakt van een onjuist uitgangspunt, a. want er wordt gesproken over 46 woningen i.p.v. 50;
3.
Inzake de gegevens voor berekening (pag. 7) zou het peiljaar ook berekend moeten worden voor 2033; Ook de aangeleverde verkeersgegevens door de gemeente moeten worden gebaseerd op peiljaar 2033;
4.
5.
Reclamant stelt vraagtekens bij de gehanteerde invoergegevens van de a. verkeersintensiteiten, volgens de CROW publicatie 381 zijn er namelijk meer verkeersbewegingen per woning. Reclamant maakt zich zorgen voor de toekomstige geluiduitstraling en belasting op de Augustuslaan door het aantal verkeersbewegingen en het wegdektype elementen verharding in keperverband. Reclamant vindt de etmaalintensiteiten en voertuigcategorie niet realistisch door de aanwezigheid van de school.
6.
Reclamant stelt dat volgens het reken en meetvoorschrift de Wilhelminalaan moet worden doorgetrokken en de rotonde gemodelleerd moet worden;
7.
Reclamant stelt dat de bodemfactoren minimaal zijn gemodelleerd en een onrealistisch beeld geven van de bestaande verhardingen. Een hard bodemgebied heeft invloed op het geluidsoverdracht en reflecties;
8.
Reclamant stelt dat de wegen slordig zijn gemodelleerd en dat de geluidsbelasting op de uiterste woningen niet goed zijn onderzocht; reclamant stelt dat het akoestisch onderzoek moet worden uitgebreid en worden getoetst aan de bestaande woningen nabij de ontsluitingswegen;
9.
3.4 Reclamant stelt dat het verkeersonderzoek gebrekkig en incompleet is en aangepast dient te worden op de volgende onderdelen: 1.
2.
3.
3.4 Zie beantwoording 1.8 De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
Volgens reclamant schetst het onderzoek een onrealistisch beeld van de werkelijke situatie met gevaarlijke situaties en opstoppingen. Daarnaast wordt de verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsende kinderen t.h.v. de nieuwe ontsluitingen niet goed onderzocht. Reclamant stelt dat er geen gedegen observatie is uitgevoerd en dat er slechts aannames worden gedaan over ontsluitingen en voertuigbewegingen. Reclamant stelt dat er een gedegen onderzoek moet worden gedaan naar verkeersbewegingen d.m.v. tellussen; Reclamant stelt dat er een foutieve conclusie wordt getrokken m.b.t. de hoeveelheid verkeersbewegingen en daarmee de verkeersveiligheid in de toekomstige situatie nabij de noordelijke ontsluiting in het geding komt;
9
4.
3.5
Reclamant stelt dat de extra geschatte verkeersbewegingen op het kruispunt van de Augustlaan naar de Trajanussingel zorgt voor onoverzichtelijke en gevaarlijke situaties, met name voor langzaam verkeer en schoolgaande kinderen;
Reclamant vraagt zich af of er rekening is gehouden bij bepaling van het peil dat er een hoogteverschil bestaat tussen het plangebied en de omliggende percelen. Reclamant vraagt zich af waarom gekozen is voor een bouwhoogte van 10 meter, terwijl het volgens reclamant meer voor de hand had gelegen om aan te sluiten bij de omliggende woningen. Reclamant stelt dat er ook aan de noord en zuidzijde een groenstrook moet worden ontwikkeld om verslechtering van het uitzicht voor reclamant te beperken. Mede door de mogelijkheid om in het nieuwe plan bijgebouwen te realiseren van 4m hoog tegen de achtererfgrens aan. Reclamant stelt dat er een bezonningsstudie moet worden uitgevoerd;
3.5 De bepaling van het peil zal pas in een latere fase bepaald worden bij het inrichtingsplan. De verwachting is dat het peil niet veel hoger komt te liggen dan het huidige maaiveld. De percelen aan de oostzijde en zuidzijde liggen hoger dan het plangebied, dus zal er daar geen overlast te verwachten zijn van water. De maximale bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt 3.2 meter.. Alleen voor aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken, zoals bijvoorbeeld een uitbouw, mogen maximaal 4 meter bedragen. De gemeente heeft het standpunt dat het geen reststroken groen in eigendom wil hebben in verband met beheer en onderhoud. Daarnaast is er geen sprake van vrij uitzicht, omdat de huidige eigenaar van de gronden volgens het vigerende bestemmingsplan de mogelijkheid heeft om een erfafscheiding van bijvoorbeeld 2 meter rondom zijn perceel te plaatsen. Zie beantwoording bij 2.2. De woningen aan de Augustuslaan 65 en 67 liggen aan de zuidzijde van het plangebied en hebben dus geen schaduw vanuit het plan op hun woning of tuin. Het perceel aan de noordzijde van het plangebied, Krommehoekstraat 5, zal minimale schaduwwerking hebben door de aanwezigheid van de aanwezige diepe tuin van ca. 35 meter tot de woning. Daarnaast staat er nog op ca. 13 meter vanaf de perceelgrens nog een vrijstaand bijgebouw die schaduw geeft op de eigen tuin van reclamant.
Daarnaast hebben de beoogde woningen in het plan een maximale goothoogte van 4 en 4,5 meter (noord en zuidzijde) en nok van 10 meter. Hierdoor zal de schaduwslag ook minimaal zijn. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
3.6
Reclamant stelt dat het schetsontwerp als voorwaardelijke verplichting aan het bestemmingsplan moeten worden toegevoegd, waardoor de groene waarden gewaarborgd kunnen worden. Reclamant wenst dat de bestaande bomen aan de zuidzijde worden behouden en opgenomen in het plan in de door reclamant voorgestelde nieuwe groenstrook aan noord- en zuidzijde;
3.7
Reclamant stelt dat het schetsplan inclusief ingetekende waterberging opgenomen moet worden in het bestemmingsplan om zo ook de afwatering te waarborgen;
3.8
3.9
Reclamant is onduidelijk hoe gegarandeerd wordt dat binnen het plan alleen woningen uit het laag en middensegment worden gebouwd en uitgesloten dat hier ook woningen uit het hoge segment worden gebouwd;
Reclamant wenst een aanvullend akoestisch onderzoek naar geluidsoverlast van warmtepompen;
3.6 Het schetsontwerp is binnen de planregels inderdaad niet opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Het bestemmingsplan bieet met de regels en de verbeelding voldoende juridische zekerheid, waarbij maximale aantallen, woningtypen, bouwhoogten zijn aangegeven. Ook is de bestemming groen voldoende juridisch vastgelegd in het bestemmingsplan.. Hiermee is groen gewaarborgd in het plan. Zoals eerder aangegeven, wenst de gemeente geen reststroken groen in verband met beheer en onderhoud. Niet wordt juridisch geregeld dat de bestaande bomen behouden blijven. De bestemming wonen die nu in het ontwerpplan is opgenomen zal niet gewijzigd worden naar openbaar groen. Wij achten het plan zoals dat ter vaststelling wordt aangeboden getuigen van een goede ruimtelijke ordening De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
3.7 Waterberging is voldoende juridisch gewaarborgd in het bestemmingsplan. Indien het plan niet voldoet aan de normen en eisen, dan kan het plan immers niet uitgevoerd worden. Een uitwerking van het schetsplan, een bouwplan, inrichtingsplan, behoeft in het kader van de ruimtelijke ordening niet toegevoegd te worden aan het bestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan is het inrichtingsplan als bijlage bij de regels gevoegd zonder dat dit juridische consequenties heeft. Deze bijlage wordt daarom verwijderd. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan. Wel wordt de inrichtingstekening als bijlage bij de regels verwijderd.
3.8 Het plan voldoet aan het Omgevingsprogramma Woningbouw 2040, met daarin uitgangspunten uit het 10-punten plan. Dit plan voldoet aan het gemeentelijk beleid met minimaal 30% sociale woningen en in totaal 50% betaalbare woningen. Dit is in het bestemmingsplan geborgd, omdat het bestemmingsplan niet enkel vrijstaande woningen mogelijk maakt, maar ook appartementen en twee-onder-een-kappers. Hiermee ontstaat een gevarieerd woningbouwprogramma in verschillende prijsklassen, wat de doorstroming ten goede komt. Bij contract met de ontwikkelaar is de uitvoering vastgelegd. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
3.9 Op dit moment is het onderzoek hiernaar niet gereed. In de regels zal daarom een verbod worden opgenomen voor de plaatsing van warmtepompen (buitenunits), gekoppeld aan een afwijkingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders. Als bij de aanvraag om vergunning aangetoond kan worden dat voldaan wordt aan de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is hiermee voldaan aan het criterium een goede ruimtelijke ordening, en kan de aangevraagde warmtepomp vergund worden. Deze specifieke regeling in het Bouwbesluit is door de wetgever opgesteld om de geluidhinder als gevolg van de buitenunits te beperken en als vaststaat dat aan deze norm wordt voldaan, is in beginsel aannemelijk dat sprake van een goede ruimtelijke ordening. De inspraakreactie leidt tot het wijzigen van het bestemmingsplan in de regels, door toevoeging van een verbod op plaatsing van warmtepompen (buitenunits) én een afwijkingsbevoegdheid om onder de voorwaarde dat aangetoond wordt dat aan artikel 3.8 lid 2 van het
10
Bouwbesluit 2012 en/of aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldaan wordt, te kunnen meewerken aan plaatsing van een warmtepomp.
3.10 Het alternatieve plan van reclamant wordt gewaardeerd, maar dat is niet waar de gemeenteraad voor kiest. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
3.10
Reclamant stelt dat de omwonenden tegen de plannen zijn voor woningbouw. Reclamant heeft een alternatieve schets opgesteld zonder woningbouw. Reclamant stelt voor om het aantal woningen binnen het plan te verminderen, waardoor er ook meer groen ontwikkeld kan worden.
11
Reclamant 4 IN23.01599 IN23.01607 Krommehoekstraat 3
4.1
Reclamant stelt dat in de toelichting niet inzichtelijk is gemaakt hoeveel woningen reeds gerealiseerd zijn in verhouding tot de 1.325 woningen voor 2030 welke de gemeente Beuningen als opgave heeft gekregen van de provincie. Verder stelt reclamant dat er niet specifiek onderzoek is gedaan naar de kwalitatieve behoefte aan woningen van de typen die nu in het plangebied zijn gepland;
4.1 Zoals beschreven in de toelichting op het bestemmingsplan, is er in het Omgevingsplan Woningbouwprogramma 2040 tot 2040 ruimte voor ongeveer 2.000 extra woningen in Beuningen. In de Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030 is de behoefte tot 2030 geraamd op circa 1.325 woningen. In de periode 2020-2022 zijn er 231 woningen opgeleverd. Voor de periode tot 2030 resteert een opgave van 1.094 woningen. Hiervan zijn 419 woningen verankerd in vastgestelde bestemmingsplannen. In totaal zijn er in de vastgestelde en nog niet vastgestelde bestemmingsplannen1.479 woningen opgenomen. Er wordt altijd rekening gehouden met een overmaat aan plannen vanwege planuitstel en -uitval. Zie ook de informatie op de website van de Groene Metropoolregio. In de woonvisie is op basis van diverse onderzoeken een indicatieve verdeling opgenomen van het gewenste, kwalitatieve woningbouwprogramma. Dit is het programma voor de gehele gemeente. Tevens is vastgelegd dat er een goede mix moet zijn van appartementen en grondgebonden woningen, waarbij de specifieke kwaliteiten en potenties van de locaties leidend zijn en wordt bij het gewenste woningbouwprogramma ingespeeld op de specifieke behoeften van doelgroepen die in de knel komen op de woningmarkt.
De doelgroepen die bijzondere aandacht vragen zijn senioren, zorgvragers, starters, lage inkomens, middeninkomens en overige bijzondere doelgroepen (statushouders, woonwagenbewoners, arbeidsmigranten). In de woonvisie zijn specifiek voor de kern Beuningen een aantal kansen benoemd waaronder centrumwonen voor senioren/starters en kansen voor middeldure huur. Op de locatie wordt invulling gegeven aan de kwalitatieve behoefte van de diverse doelgroepen zoals senioren (levensloopgeschikte woningen), starters, lage en middeninkomens en de kansen voor Beuningen zoals beschreven in de woonvisie. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
4.2
Reclamant is van oordeel dat de toegestane bouwhoogte niet strookt met hetgeen in de omgeving gebruikelijk is. Alle huizen worden hoger dan de woningen die in de direct omgeving staan. Reclamant vindt de bouwhoogte van 10m voor de gestapelde woningen dan ook niet passend in de omgeving;
4.3
Reclamant wil graag dat als peil voor het plangebied de huidige hoogte op de perceelgrens van reclamant met het plangebied wordt aangehouden. Volgens reclamant moet er nader onderzoek worden verricht naar een acceptabel peil voor het plangebied ten opzichte van de omliggende woningen;
4.4
Reclamant wenst graag een groenstrook tussen zijn perceel en de nieuwe woningen met behoud van groen en bomen, vergelijkbaar met de groene strook aan de oostelijke zijde van het plangebied. Reclamant stelt dat hij door de komst van de woningen en ook de gestapelde woningen inkijk krijgt in zijn tuin en daarmee aangetast wordt in zijn privacy;
4.5
Reclamant is het niet eens met de planschaderisicoanalyse en stelt dat het verdwijnen van de ‘groene oase’ achter hun woning en sterk waarde drukkend effect heeft op de woning. Reclamant stelt dat de begrote planschade veel hoger is en dat daarmee de economische haalbaarheid van het plan onder druk staat;
4.2 Kenmerkend voor Beuningen is de bouw van diverse uitbreidingswijken aanvullend op de historische linten. Deze wijken zijn divers van karakter en bestaan voornamelijk uit grondgebonden woningen tot twee bouwlagen met kap. Hier en daar komt gestapelde bebouwing voor van drie tot vijf bouwlagen. De invulling van het plangebied borduurt hier op verder met een inbreiding achter het historische lint van de Krommehoekstraat. De bebouwing is ten opzichte hiervan zorgvuldig ingepast en in de omgeving met bouwhoogten die vergelijkbaar zijn met de omringende uitbreidingswijken. De beoogde woningen hebben ook een goede afwisseling van goothoogte, waardoor er een gevarieerd straatbeeld ontstaat. De gestapelde woningen hebben een bouwhoogte van 3 woonlagen. Architectuur wordt pas in een latere fase uitgewerkt, maar drie woonlagen is vergelijkbaar met de overige woningen, namelijk 2 lagen en een kap. Daarnaast worden de gestapelde woningen zorgvuldig ingepast in een ruime en groen opgezette parkzone met veel groen en bomen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
4.3 Bepaling van het peil zal pas in een latere fase plaatsvinden en is afhankelijk van de peilhoogte van de aansluitingen. Indien het plangebied toch (gedeeltelijk) opgehoogd moet worden, dan zal er zorgvuldig gekeken worden naar de invulling hiervan, waarbij er geen overlast zal ontstaan voor de omliggende woningen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
4.4 De woningen en het plan zijn zorgvuldig ingepast in de omgeving, waarbij gekozen is voor een besloten woonhofje met achtertuinen tegen elkaar en een centraal ruim en groen park. De situering van achtertuinen tegen elkaar zal voor reclamant dan ook een minimale inkijk en aantasting van privacy opleveren. De gemeente wenst daarnaast geen kleine reststroken van groen te realiseren in verband met beheer en onderhoud. Tussen de gestapelde woningen en de achtertuin van reclamant zit ca. 40 – 50 m afstand en daartussen staan grondgebonden woningen. Sprake van inkijk of aantasting privacy door de gestapelde woningen is dan ook uitgesloten. Langs een gedeelte van de achtertuin van reclamant komt zelfs een groenstrook als buffer. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
4.5 De zogenoemde ‘groene oase’ heeft op grond van het geldende bestemmingsplan Kern Beuningen al een bestemming Wonen. Op grond van deze bestemming kunnen de gronden in principe ook anders ingericht worden dan met groen, bijvoorbeeld helemaal bestraat worden. Aan de feitelijke groene inrichting kan dus in het kader van een planschadebeoordeling geen hogere waarde worden gehecht. Een vergoeding voor tegemoetkoming in planschade zal echter kunnen worden verzocht in een aparte procedure, na onherroepelijk worden van de planologische maatregel. Daarbij zal een onafhankelijke deskundige advies uitbrengen. De inspraakreactie leidt niet tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
12
Wijzigingen in toelichting
Wijzigingen n.a.v. zienswijzen Tabel parkeren van de toelichting: Parkeernorm behorend bij woningen met een brede oprit van minimaal 4,5m breed is gewijzigd van 1,8 naar 1,7. Schaduwwerking en dag- en zonlichtinval zijn toegelicht onder het kopje Participatie in paragraaf 6.2 van de toelichting.
Ambtelijk door te voeren wijzigingen Nader onderzoek Archeologie Om te bepalen of er in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn is door Lycens B.V. een inventariserend booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 5 Archeologisch onderzoek behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Parallel aan de bestemmingsplanprocedure werd nader onderzoek archeologie uitgevoerd, om daadwerkelijk uit te kunnen sluiten dat er geen archeologische resten meer worden verwacht of worden verstoord door de uitvoering van de werkzaamheden. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 6 Archeologisch onderzoek: Evaluatie- en selectierapport. Bij het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek komt hetzelfde beeld naar voren dat ontstaan is op basis van het vooronderzoek. De aangetroffen sporen behoren tot het buitengebied van een nederzetting. In de sporen is zeer beperkt vondstmateriaal aangetroffen, het gaat in alle gevallen om roodbakkend geglazuurd aardewerk met een datering in de nieuwe tijd. Het is zeer goed mogelijk dat de greppels in het geheel in de nieuwe tijd gedateerd kunnen worden en niet gerelateerd zijn aan de Romeinse nederzetting. Dit kan echter niet met zekerheid worden vastgesteld. De sporen in werkput 8 zijn mogelijk wel wat ouder, datering van de monsters kan hierover uitsluitsel geven.
Conclusie Op basis van de resultaten van het onderzoek volgt enkel een voorlopige conclusie. De gronden kunnen nog niet worden vrijgegeven. De eindrapportage wordt binnen twee jaar na de laatste veldwerkdag opgeleverd. In een plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch meer losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Wijzigingen in Bijlagen bij toelichting
Bijlage 9 Akoestisch onderzoek: Het uitgangspunt van 46 woningen is aangepast naar 50 woningen. Julianalaan is gewijzigd in Wilhelminalaan. Gewijzigde versie van het akoestisch onderzoek is toegevoegd als bijlage 9.
Wijzigingen in regels
Toevoeging van een verbod op plaatsing van warmtepompen (buitenunits) én een afwijkingsbevoegdheid om onder de voorwaarde dat aangetoond wordt dat aan artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 en/of aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldaan wordt, te kunnen meewerken aan plaatsing van een warmtepomp. Inrichtingsplan is verwijderd