Bijlage 19 Bijlage motivering 18 Nader ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Resultaten Winssen-Zuid Vervolgonderzoek Flora en Fauna Definitief
Resultaten Winssen-Zuid
1
colofon
projectnaam Resultaten Winssen-Zuid datum 16 oktober 2023 projectnummer P06266 opdrachtgever Van de Klok Wonen B.V. BRO projectleider MvdS opgesteld door RBo interne controle MvdS bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Resultaten Winssen-Zuid
2
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1 1.2
4 4
Omschrijving plangebied
5
2.1 2.2
5 5
Huidige situatie Toekomstige situatie
Werkwijze
7
3.3 3.4 3.5 3.6
9 10 11 11
Steenuil Vleermuizen Marterachtigen Rugstreeppad, poelkikker en kamsalamander
.Resultaten
12
4.1
Huismus
12
4.1.1 4.1.2 4.1.3
12 12 12
4.2 4.3
4.4
4.5 4.6
5
Aanleiding Doel
Nestlocaties Leefgebied Omgevingscheck
Gierzwaluw
13
4.2.1 4.2.2
13 13
Nestlocaties Omgevingscheck
Steenuil
13
4.3.1 4.3.2
13 13
Territoria Omgevingscheck
Vleermuizen
13
4.4.1 4.4.2 4.4.3
13 13 13
Verblijfplaatsen Foeragerende vleermuizen Vliegroutes
Marterachtigen Amfibieën
14
5.1
14
Resultaten Winssen-Zuid
Gierzwaluw Steenuil Vleermuizen Marterachtigen Overige soorten
14 14 14 14 14
6
Conclusie
15
7
Bronnen
16
8
Verklarende Woordenlijst
17
13 13
Effectenbeoordeling en toetsing Huismus
5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Opdrachtgever is voornemens is om het plangebied bouwrijp te maken en hier een nieuwe woonwijk te realiseren. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door BRO1, is vastgesteld dat het plangebied geschikt leefgebied bevat voor verschillende beschermde soort(groep)en. Naar aanleiding hiervan is vervolg uitgevoerd in het seizoen van 2023, om aanwezigheid van verblijfplaatsen en (essentieel) leefgebied vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.
1.2
Leidt de sloop/ renovatie tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet en is een vergunningsaanvraag noodzakelijk?
Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige verblijfplaats komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een vergunningsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de gebouwen hebben voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in het geding is. Ten behoeve van het eventueel indienen van een vergunningsaanvraag
Doel
Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:
dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging
Zijn er nesten van de steenuil aanwezig in de treffende bebouwing?
te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een
Dient het plangebied als essentieel leefgebied voor de steenuil? Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de betreffende woningen? Zijn er nestplaatsen van de gierzwaluw aanwezig in de betreffende woningen? Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus, gierzwaluw en steenuil betreft het hier? Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in de betreffende bebouwing? Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier?
vergunningstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.
Zijn er nestplaatsen of leefgebied van een bunzing, wezel, hermelijn of steenmarter aanwezig binnen het plangebied?
Dient het plangebied als essentieel leefgebied voor de rugstreeppad,
poelkikker en kamsalamander? Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nesten, verblijfplaatsen, of essentieel leefgebied?
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Resultaten Winssen-Zuid
4
2
Omschrijving plangebied
2.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen ten zuiden van het plaatsje Winssen, in de gemeente Beuningen. Tussen de Kennedysingel, Leegstraat, Van Heemstr weg en Geerstraat is de nieuwe woonwijk geprojecteerd (figuur 1 & 2). Het plangebied bestaat momenteel voornamelijk uit agrarische percelen. Het betreft met name fruitboomgaarden en grasland. De fruitboomgaarden worden deels door windschermen omringd, ook zijn er enkele andere stru welen en houtopstanden aanwezig. Verder zijn er verschillende vormen van bebouwing in het gebied aanwezig. In het noordwesten van het ge bied bevinden zich twee gebouwen behorende bij de scoutingvereniging. Ook is er in het westen een bedrijventerrein aanwezig met een loods en een verharde ondergrond. Verder zijn er verspreid over het plangebied verscheidene woningen met achtertuin en schuurtjes aanwezig, samen met verschillende kleinschalige weides. In het plangebied zijn waterlicha
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
men aanwezig in de vorm van slootjes gelegen in het midden en aan de zijkanten van het plangebied. Ook zijn er twee grotere wadi’s aanwezig in het noorden van het plangebied. De figuren 3 t/m 7 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt het dorp met ongeveer 350 nieuwe woningen uitgebreid. Hiervoor wordt, de bedrijfsloods op perceel 557, Het scoutingterrein en enkele schuurtjes op perceel 907/908, 916, 634 en 675 verwijderd. Overige woningen blijven behouden. Het plangebied wordt bouwrijp gemaakt en de fruitboomgaarden en een deel van het opgaand groen wordt verwijderd. De schuur op kavel 910, zal worden herbestemd en worden omgebouwd naar een twee onder één kap woning. Het open water in de vorm van de sloten en de wadi blijft in deze inrichting behouden. Potentieel wordt hier iets aan vergraven. Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
Resultaten Winssen-Zuid
5
Figuur 3: Scoutinggebouwen in het noordwesten van het plangebied
Figuur 6: Aanwezige beplanting binnen het plangebied
Resultaten Winssen-Zuid
Figuur 4: Wadi aan de noordzijde van het plangebied
Figuur 5: De fruitboomgaarden te midden van het plangebied
Figuur 7: Windscherm om de boomgaarden
Figuur 8: Bomenrij gelegen aan de van Heemstraweg
6
3
Werkwijze
3.1 Huismussen Ten aanzien van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2023 twee veld-
minimaal 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van: een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of balts.
bezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen, in de ochtenduren tussen 8.00 uur en 12.00 uur. Tabel 1 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismussen. Tijdens de veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Tevens is
Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen gunstig.
gedurende de veldbezoeken in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Op basis van de veldbevindingen is bepaald of zich onder het dakpannen dak van de te renoveren woningen broedlocaties van de huismus bevinden. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, versie 2.1 februari 2023). Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: een nestindicatieve waarneming: een nest of nestbouw of bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of transport van voedsel of ontlastingpakketjes of bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening).
Tabel 1: Bezoeken i.v.m. huismusinventarisaties
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Weer
Temperatuur
17-04-2023
Nestlocaties huismus
11.00 – 12.00
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
8°C
12-05-2023
Nestlocaties huismus
11.00 – 12.00
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
11°C
Resultaten Winssen-Zuid
7
3.2
Gierzwaluwen
De afwezigheid van broedende gierzwaluwen kan voldoende aannemelijk
Voor de gierzwaluw zijn in de periode van 1 juni tot half juli 2023 drie veld-
gemaakt worden als er geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de
bezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10
aanwezigheid van een nest na:
dagen. Tabel 2 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor gierzwaluwen. De veldbezoeken zijn gedurende de avondschemering voor
zonsondergang uitgevoerd. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden. De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het “gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de gierzwaluw (BIJ12, versie 2.0 juli 2023).
minimaal 3 inventarisatiemomenten met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig) tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang tijdens goede (droge) weersomstandigheden.
De veldbezoeken zijn uitgevoerd tijdens goede (droge) weersomstandigheden, wat gunstig is voor het waarnemen van gierzwaluwen (zie tabel 2).
De gierzwaluw is een trekvogel die pas vanaf eind april in Nederland terugkeert vanuit Afrikaanse wintergronden. Kolonies zijn snel herkenbaar doordat de vogels geregeld bij de nesten zwermen en roepen. Deze waarnemingen zijn echter indicatief. Het vaststellen van een broedgeval geschiedt door het waarnemen van een in- of uitvliegende vogel.
Tabel 2: Bezoeken i.v.m. gierzwaluwinventarisaties
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Weer
Temperatuur
01-06-2023
Nestlocaties gierzwaluw
20.17 – 22.17
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
17°C
23-06-2023
Nestlocaties gierzwaluw
20.31 – 22.31
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
24°C
07-07-2023
Nestlocaties gierzwaluw
20.26 – 22.26
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
26°C
Resultaten Winssen-Zuid
8
3.3
Steenuil
Voor steenuil zijn er in de periode 15 februari t/m 15 april drie gerichte veldbezoeken uitgevoerd. Tabel 3 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor steenuil. De veldbezoeken zijn gedurende de avond
Tabel 3
Bezoeken i.v.m. steenuil inventarisatie
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Zon onder
Weer
Temperatuur
09-03-2023
Territoria steenuil
19.30-21.30
18.30
Wind gemiddeld 2 Bft
8°C
uitgevoerd(Kennisdocument Steenuil, BIJ12). De aanwezigheid van een territorium van een steenuil kan worden aange-
Half bewolkt
toond door steenuilen met baltsroep. Nesten kunnen worden aangetoond
Geen neerslag
door nestindicatieve waarnemingen zoals het bezoek van een waarschijnlijke nestplaats en transport van voedsel. Ook aanwezigheid van braakbal-
20-03-2023
Territoria steenuil
19.50-21.50
18.49
8°C
Zwaar bewolkt
len kan hier aan bijdragen. De afwezigheid van steenuilen kan zijn aangetoond als tijdens drie ge-
Wind gemiddeld 2 Bft Geen neerslag
11-04-2023
Territoria steenuil
21.10-23.10
20.13
Wind gemiddeld 2 Bft
richte veldbezoeken verspreid in de periode van half februari tot en met
Zwaar bewolkt
half april geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie
Geen neerslag
10°C
moet bij voorkeur tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaatsvinden. De beste momenten om te inventariseren zijn ’s avonds en ’s nachts. De veldbezoeken zijn uitgevoerd tijdens goede weersomstandigheden, wat gunstig is voor het waarnemen van steenuilen (tabel 3).
Resultaten Winssen-Zuid
9
3.4
Vleermuizen
Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Pet-
Voor vleermuizen zijn in de periode 15 mei tot en met 30 september 2023
De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor
tersson M500-384) met opnamemogelijkheid en weergave van sonogram-
in totaal vijf aanvullende veldbezoeken uitgevoerd. Dit betreft de meest
vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleer-
men. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ul-
gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een
muisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereni-
trasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn.
onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode 15 mei
ging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk
Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soor-
tot en met 15 juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijf-
zijn van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel
ten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is be-
plaatsen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren.
het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermui-
langrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het deter-
Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes
zen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzon-
mineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onder-
zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Win-
der wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitge-
scheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan
terverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen,
sloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende
geven.
kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangeno-
moeten worden aangemerkt.
men worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst).
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarTijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende
nemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan
of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en
de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager
De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invliegtijd. Het zwerm-
passerende vleermuizen. Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voorna-
dan 12 ºC, de windsnelheid niet meer dan 3 Beaufort en geen sprake van
gedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur
melijk gelet op sociale geluiden. In de periode 15 augustus tot en met 30
neerslag (zie tabel 4).
na het uitvliegmoment. In de periode 15 mei tot en met 15 juli hebben
september produceren mannetjes vleermuizen sociale geluiden vanuit een
twee gerichte avondrondes (tot circa 2 uur na zonsondergang) plaatsge-
verblijfplaats of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken.
vonden met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger. Hiervan dient er één avondronde in juni plaats te vinden. Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde
Tabel 4: Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties
(vanaf circa 2 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Zon op/onder
Weer
Temperatuur
29-05-2023
Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)
21.40-23.45
21.43
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
17°C
23-06-2023
Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)
22.00 – 00.00
22.01
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
24°C
01-08-2023
Vleermuizen ochtend (zomerverblijf)
04.00 – 06.00
05.59
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
15°C
28-08-2023
Vleermuizen (paarverblijf)
21.30 – 23.30
20.34
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
18°C
19-09-2023
Vleermuizen (paarverblijf)
23.00 – 01.00
19.45
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
17°C
het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Deze bezoeken zijn uitgevoerd met 1 onderzoeker per veldbezoek, om minimaal 75% van de bebouwing te kunnen overzien. Vervolgens hebben in de periode 15 augustus tot en met 30 september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Omdat de vleermuizen bij deze bezoeken gedurende langere tijd baltsend rond hun paarverblijfplaats aanwezig zijn kunnen deze bezoeken door één onderzoeker per veldbezoek worden uitgevoerd. Tabel 4 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen.
Resultaten Winssen-Zuid
10
3.5
Marterachtigen
Voor de kamsalamander zijn 3 bezoeken uitgevoerd in de periode april –
Om aanwezigheid van de bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter bin-
augustus uitgevoerd. Bij deze avondbezoeken is middels een zaklamp ge-
nen het plangebied aan te tonen dan wel uit te sluiten wordt gebruik ge-
zocht naar adulten, juvenielen en eitjes. Waar nodig is een schepnet ge-
maakt van twee wildcamera’s waarvan één een struikrover. Aan de west-
bruikt (tabel 5).
zijde van het scoutingterrein is de struikrover geplaatst. In midden van het plangebied, langs de sloot, is de andere wildcamera geplaatst. Op het terrein is veel begroeiing aanwezig waardoor het gebied geschikt is als leefgebied voor de marterachtigen (figuur 9). Bij de cameraval wordt gebruik gemaakt van een lokstof middels een blikje sardines. Deze methode is bij uitstek geschikt om de bunzing en steenmarter te inventariseren. Daarnaast zijn sporenbuizen geplaatst, waarbij een witte plank in een pvc buis wordt gelegd. In het midden van de plank bevindt zich een stempelkussen met inkt (houtskoolpoeder en paraffineolie). De buizen zijn in hogere vegetatie gelegd. Er zijn 20 sporenbuizen geplaatst. Sporenbuizen zijn geschikt voor onderzoek naar wezel en hermelijn. Conform de eisen gesteld in de Handreiking Kleine Marters (Provincie Noord-Brabant, 2017) hebben de
Figuur 4: Locatie martercamera (rood) en sporenbuizen (paars)
materialen gedurende ruim 6 weken gelegen, van 15 mei tot en met 28 juni. De cameravallen zijn om de drie weken gecontroleerd, waarbij de SD-kaart en batterijen vervangen zijn. De sporenbuizen zijn tussendoor
Tabel 5: Bezoeken i.v.m. amfibie inventarisaties
gecontroleerd en schoongemaakt.
3.6
Rugstreeppad, poelkikker en kamsalamander
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Zon op/onder
Weer
Temperatuur
29-05-2023
Rugstreeppad en kamsalamander
22.50-23.50
21.47
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
17°C
23-06-2023
Rugstreeppad en kamsalamander
23.00 – 00.05
22.04
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
24°C
07-07-2023
Rugstreeppad en kamsalamander
23.00 – 00.00
22.00
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
27°C
02-08-2023
Poelkikker
8.00-10.00
21.29
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
18°C
31-08-2023
Poelkikker
10.00 – 12.00
20.30
Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag
18°C
Voor de rugstreeppad is middels drie bezoeken in de periode half april t/m mei en half juni tot begin augustus, op warme, broeierige avonden na regen geluisterd naar kooractiviteit. Dit vond plaats vanaf 1 uur na zonsondergang tot 02.00 uur. Bij de bezoeken is ook gezocht naar eisnoeren, larven, juvenielen en adulte rugstreeppadden. Voor de poelkikker is middels twee bezoeken in de periode mei t/m september overdag gezocht naar volwassen dieren. Deze zijn met een schepnet gevangen en moeten in de hand gedetermineerd worden.
Resultaten Winssen-Zuid
11
4
.
Resultaten
4.1
Huismus
4.1.1
Nestlocaties
Tijdens de veldbezoeken zijn in totaal vier nestlocatie van huismus waargenomen in de bebouwing van de scouting in het noordwesten van het plangebied zie figuur 5. Het betrof een nestlocatie onder het pannendak van het noordelijke gebouw, aan de noord- en zuidzijde, welke via de dakgoot bereikt werd. Ook is er een verblijfplaats in het zuidelijke scoutinggebouw aangetroffen. Deze huismussen werden aangetroffen in de ventilatieschacht in de oostelijke gevel van de bebouwing. Gedurende het veldbezoek werd hier een roepend mannetjes waargenomen en vloog er een vrouwtje in en uit. 4.1.2
Leefgebied
Het groen rondom de scouting werd regelmatig bezocht door huismussen. Met name de beukenhaag tussen de twee gebouwen, en het groen in het westen op de grens van en naast het plangebied werd veel bezocht. Ook de tuinen aan de overzijde werden bezocht. 4.1.3
Omgevingscheck
De huismus is een soort die zowel voorkomt in de stadcentra als op het platteland, maar een voorkeur heeft voor bebouwde gebieden. Hierbij heeft huismus als vaste rust- en verblijfplaats en nestlocatie een voorkeur voor woningen die openingen hebben die toegang verlenen tot geschikte nestlocatie tussen het dak en het dakbeschot met tevens voldoende groen in de omgeving van de woningen. In de omgeving zijn nog meer aangrenzende woningen aanwezig welke een pannendak hebben waar huismussen onder kunnen nestelen. In de woningen aan de Kennedysingel 1 en 5 zijn vier huismusnesten aangetroffen. Eén nest aan de Kennedysingel 5 en de overige drie nesten aan de Kennedysingel 1. Verder is er nog 1 nest gevonden aan de Molenstraat 31a, Molenstraat 33 en de Jan van Harenstraat 7. Figuur 5: Locatie huismusnesten (geel) bij de scouting bebouwing in het noordwesten van het plangebied
Resultaten Winssen-Zuid
12
4.2
Gierzwaluw
4.4.2
Foeragerende vleermuizen
4.2.1
Nestlocaties
Tijdens vrijwel ieder veldbezoek zijn enkele (5-8) foeragerende gewone
Tijdens geen van de veldbezoeken zijn gierzwaluwen waargenomen bin-
dwergvleermuizen rondom het groen in het plangebied aangetroffen. Later
nen of in de directe omgeving van het plangebied. Er kan redelijkerwijze
in de avond trokken deze weg en vloog er slechts incidenteel een individu
worden aangenomen dat er geen nestlocaties van gierzwaluwen aanwezig
over. Gezien de vleermuizen hier niet de hele avond aanwezig waren en
zijn binnen het plangebied.
regelmatig een kwartier of langer verdwenen is het niet de verwachting dat het plangebied essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleer-
4.2.2
Omgevingscheck
muis betreft. Daarnaast is er in de directe omgeving genoeg groen aanwe-
Wel zijn er overvliegende gierzwaluwen in de omgeving van het plange-
zig dat kan dienen als foerageermogelijkheid. De voorgenomen plannen
bied waargenomen. Deze vlogen hoog over het plangebied, hierdoor is
zullen niet leiden tot een afname in essentieel foerageergebied.
aan te nemen dat deze gierzwaluwen geen verbinding hebben met de bebouwing binnen het plangebied.
4.4.3
Vliegroutes
Tijdens de veldbezoeken zijn in de directe omgeving geen eenduidig vlieg-
4.3
Steenuil
4.3.1
Territoria
patronen aangetroffen welke door meerdere individuen werd gevolgd.
Tijdens geen van de veldbezoeken zijn steenuilen waargenomen binnen
4.5
Marterachtigen
of in de directe omgeving van het plangebied. Er werd niet gereageerd op
Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van de wezel, her-
de geproduceerde baltsroepen. Er kan redelijkerwijze worden aangeno-
melijn, bunzing of steenmarter binnen het plangebied. Wel zijn er met de
men het plangebied niet dient als territoria van de steenuil.
camera’s waarnemingen gedaan van onder andere katten, egels, een
Figuur 6: Haas waargenomen in het midden van het plangebied
haas, eenden en meerde muizen (figuur 6). Met de sporenbuizen zijn uit4.3.2
Omgevingscheck
sluitend muizensporen aangetroffen, deze sporen zijn te herkennen aan
In de woonwijk ten noorden van het plangebied zijn tijdens een van de
het stippenpatroon die gevormd wordt door de vingertoppen van de mui-
vleermuisrondes sociale roepjes van de steenuil waargenomen. Deze wa-
zen (figuur 7). Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat geen kleine
ren echter zo ver van het plangebied verwijderd dat geconcludeerd kon
marterachtigen binnen het plangebied aanwezig zijn.
worden dat het leefgebied van de steenuilen niet binnen het plangebied valt. Vermoeden is dat deze aan de noordrand van Winssen is gebonden.
4.6
Amfibieën
Tijdens de veldbezoeken zijn geen beschermde soorten amfibieën aange-
4.4
Vleermuizen
troffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan van poelkikker, rugstreeppad
4.4.1
Verblijfplaatsen
of kamsalamander. Tijdens de bezoeken zijn wel waarnemingen gedaan
Tijdens de veldbezoeken zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen waar-
van kleine watersalamander (larven), bastaardkikker (jonge en adulte indi-
genomen in bebouwing binnen het plangebied. Er kan om die reden rede-
viduen), en bruine kikker (larven). Ook waren drie- en tiendoornige stekel-
lijkerwijze aangenomen worden dat er geen verblijfplaatsen van de vleer-
baarsjes aanwezig.
muis aanwezig zijn binnen het plangebied. Figuur 7: Muizensporen op de sporenbuizen
Resultaten Winssen-Zuid
13
5 5.1
Effectenbeoordeling en toetsing
5.4
Vleermuizen
Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geen rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort waargenomen. Er gaan bij werkzaamheden geen rust- en verblijfplaatsen verloren. Wel zijn er foeragerende vleer-
Huismus
muizen waargenomen bij de bomen in het noordwesten van het plange-
Tijdens de onderzoeksrondes zijn er vier verblijfplaatsen van de huismus aangetroffen in de scoutinggebouwen in het noordwesten van het plangebied. Bij sloop of renovatie van de gebouwen kunnen de aanwezige nes-
bied en in het oosten naast het scoutingterrein. Deze bomen zullen echter behouden blijven. Overtreding van een verbodsbepaling van de Omgevingswet met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten.
ten verloren gaan. Dit betreft een overtreding van artikel 11.37 Bal, lid 1b van de Omgevingswet. Daarnaast gaat door het verwijderen van het groen
5.5
Marterachtigen
geschikt foerageer- en rustgebied verloren. De hoeveelheid geschikte
De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van
heggen en struiken rondom de scouting is beperkt. Het betreft met name
de wezel, bunzing, hermelijn en steenmarter binnen het plangebied. De
te hoge bomen en te lage struiken. de geschikte struiken zijn onderdeel
aanwezigheid van de marterachtigen is dan ook redelijkerwijs uitgesloten.
van het leefgebied van de huismus. Rondom het plangebied hebben de tuinen van Kennedysingel 6, Jan van Harenstraat 14 en Molenstraat 29
5.6
Overige soorten
geschikte tuinen met genoeg groen dat kan dienen als alternatief foera-
Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het
geergebied. Dit werd reeds door de huismussen benut. De hoeveelheid te
plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat
verwijderen geschikt groen binnen het plangebied is hierbij relatief be-
men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten.
perkt.
Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plange-
5.2
Gierzwaluw
bied worden verplaatst.
Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van de gierzwaluw gedaan. Negatieve effecten op de gierzwaluw
Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen
en een overtreding is van een verbodsbepaling van de Omgevingswet is
beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plange-
daarmee redelijkerwijs uitgesloten.
bied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende
5.3
vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot
Steenuil
half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.
Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van de steenuil gedaan. Negatieve effecten op de steenuil en een overtreding is van een verbodsbepaling van de Omgevingswet is daarmee redelijkerwijs uitgesloten.
Resultaten Winssen-Zuid
14
6
Conclusie
In de scoutinggebouwen aan de Kennedysingel zijn vier nestlocaties van de huismus aangetroffen. De sloop van de bebouwing is vergunningsplichtig. Hiervoor dient een vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag, in dit geval de Provincie Gelderland. Daarnaast dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: -
De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus;
-
Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.
Tabel 4: Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen
Soortgroep
Aanwezig
Aantal
Overtreding
Maatregelen
Huismus
Ja
4 nesten
Mogelijk
Afhankelijk van de invulling van de werkzaamheden zal worden bepaald in hoeverre het treffen van maatregelen dan wel het aanvragen van een vergunning aan de orde is
Gierzwaluw
Nee
-
Nee
-
Steenuil
Nee
-
Nee
-
Vleermuizen
Nee
-
Nee
-
Nee
-
Nee
-
Mogelijk
-
Te voorkomen
Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht
Marterachtigen 2
Overige soorten
2
Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.
Resultaten Winssen-Zuid
15
7
Bronnen
-
Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.
-
Kennisdocument Huismus, versie 2.1 BIJ12 februari 2023
-
Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen
-
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
-
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.
-
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht.
Resultaten Winssen-Zuid
16
8
Verklarende Woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring.
Habitat
Paarverblijfplaats
Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de
Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/ok-
abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van
tober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje
die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme
kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de
stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.
omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de
Populatie
vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep ge-
Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort
noemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleer-
die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere
muizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden
zulke groepen.
exemplaren. Rode Lijst Mitigerende maatregelen
Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.
Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soor-
Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of re-
ten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er be-
duceren.
staan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen.
Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.
Resultaten Winssen-Zuid
Omgevingscheck
Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de
Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van
lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van
een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep
de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een be-
(tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een
langrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen
ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende al-
alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening hou-
ternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
den met bedreigde soorten.
Vergunning
Vaste rust- of verblijfplaats
De Omgevingswet is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in
Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de
het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te be-
levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact
schermen bevat de Omgevingswet een aantal verbodsbepalingen.
wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een vergunning benodigd zijn. Een vergunning is een
Vliegroute
besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op
Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijf-
een wettelijk verbod wordt gemaakt.
plaatsen naar foerageergebieden.
17
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door de vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.
Resultaten Winssen-Zuid
18
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Resultaten Winssen-Zuid
19