Bijlage 18 Bijlage motivering 17 Quickscan ecologie
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna datum 25 november 2024 projectnummer P06266 opdrachtgever Van de Klok Wonen B.V. BRO projectleider MvdS opgesteld door RBo interne controle MvdS bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
Planbeschrijving
5
2.1 2.2
5 5
Huidige situatie Toekomstige situatie
Toetsing gebiedsbescherming
7
3.1 3.2
7 7
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
4
Toetsing beschermde houtopstanden
5
Toetsing soortenbescherming
9
5.1
10
Vogels 5.1.1
5.2
5.2.1
5.3
Toetsing Toetsing
Vaatplanten 5.8.1
Conclusie 6.1
13
Vervolgtraject en advies
13
6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4
13 13 13 14
TAM-omgevingsplan procedure AERIUS-berekening Soortgericht onderzoek Notitie toegevoegde locaties 2024
7
Samenvatting
15
8
Geraadpleegde bronnen
16
8
10
10 11
11 11
11 11
11 11
11
Ongewervelde diersoorten 5.7.1
5.8
Toetsing
Vissen 5.6.1
5.7
Toetsing
Amfibieën 5.5.1
5.6
Toetsing
Reptielen 5.4.1
5.5
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren 5.3.1
5.4
Toetsing
Vleermuizen
6
Toetsing
5.9 Specifieke zorgplicht 5.10 Invasieve exoten
Quickscan Flora en Fauna
12
12 12
12 12
12 12
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Ten behoeve van de komst van een nieuwe woonwijk in Winssen-Zuid, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgaan in de Omgevingswet (Ow). In deze wet vindt men de beschermingsregels voor soortenbescherming en gebiedsbescherming als uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ook de bescherming van houtopstanden is hierin opgenomen. Daarnaast vindt provinciale gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), welke is uitgewerkt in de respectievelijke omgevingsverordening.
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Omgevingswet en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 17 januari 2023 tussen 09.00 – 11.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 2°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 3 Bft. Op 2 mei 2024 tussen 15.00 – 16.00 uur Is een aanvullend veldbezoek uitgevoerd van twee locaties die later bij het projectgebied zijn toegevoegd. Het was circa 26°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoeken is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van NDFF-gegevens, verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland geraadpleegd.
Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZK genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen ten zuiden van het plaatsje Winssen, gelegen in de gemeente Beuningen. Tussen de Kennedysingel, Leegstraat, Van Heemstraweg en Geerstraat is de nieuwe woonwijk geprojecteerd. Daarnaast zijn er nog twee bouwvelden ten westen gepland. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel voornamelijk uit agrarische percelen. Het betreft met name fruitboomgaarden en grasland. De fruitboomgaarden worden deels door windschermen omringd, ook zijn er enkele andere struwelen en houtopstanden aanwezig. Verder zijn er verschillende vormen van bebouwing in het gebied aanwezig. In het westen een bedrijventerrein aanwezig met een loods en een verharde ondergrond. Verder zijn er verspreid over het plangebied verscheidene woningen met achtertuin en schuurtjes aanwezig, samen met verschillende kleinschalige weides. In het plangebied zijn waterlichamen aanwezig in de vorm van slootjes gelegen in het midden en aan de zijkanten van het plangebied. Ook zijn er
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
woning. Het open water in de vorm van de sloten en de wadi blijft in deze inrichting behouden. Potentieel wordt hier iets aan vergraven.
twee grotere wadi’s aanwezig in het noorden van het plangebied. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt het dorp met ca. 400 nieuwe woningen uitgebreid. In figuur 3 is een concept inrichting weergegeven. Hiervoor wordt, de bedrijfsloods op perceel 557 en enkele schuurtjes op perceel 907/908, 916, 634 en 675 verwijderd. Overige woningen blijven behouden. Het plangebied wordt bouwrijp gemaakt en de fruitboomgaarden en een deel van het opgaand groen wordt verwijderd. De schuur op kavel 910, zal worden herbestemd en worden omgebouwd naar een twee onder één kap Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
Quickscan Flora en Fauna
5
Figuur 4: Scoutinggebouwen in het noordwesten van het plangebied
Figuur 5: Wadi aan de noordzijde van het plangebied
Figuur 6: De fruitboomgaarden te midden van het plangebied
Figuur 7: Aanwezige beplanting binnen het plangebied
Figuur 8: Windscherm om de boomgaarden
Figuur 9: Bomenrij gelegen aan de van Heemstraweg
Quickscan Flora en Fauna
6
3
Toetsing gebiedsbescherming
van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een sa-
netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die
De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking
menhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.
op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en
De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnet-
Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura
werk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en
2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en acti-
verordeningen. De provincie Gelderland beschermt de bestaande natuur
viteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf
in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en versterkt de samenhang door na-
in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Pro-
tuurgebieden in het Gelders natuurnetwerk uit te breiden en verbindings-
jecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de be-
zones aan te leggen in de Groene ontwikkelingszone (GO). Het netwerk
schermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Na-
wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en eco-
tura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet
logische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar
significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige
en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze
gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt wor-
gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op
den.
de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
Het plangebied is niet gelegen binnen het GNN (zie figuur 10). Het dichtst-
2000-gebied, Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Rijntakken”,
bijzijnde onderdeel van het GNN ligt ongeveer 500 meter ten noorden van
bevindt zich op circa 0,5 kilometer afstand ten noorden van het projectge-
het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de
bied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een
omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke
extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht
kenmerken en waarden van het GNN niet worden aangetast. Vervolgon-
of depositie van stikstof.
derzoek in het kader van het GNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Door de voorgenomen ontwikkeling van de komst van een nieuwe woonwijk bestaand uit ca. 350 woningen, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUSberekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding
Quickscan Flora en Fauna
7
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwingscontour houtkap bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet bij dit plan niet aan de orde.
Figuur 10:
Ligging GNN/GO (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna
8
5
Toetsing soortenbescherming
Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor
De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-
11.54 Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-
men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-
schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies
scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden
zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling
voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een
bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een
vergunning hiervoor wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art.
aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Gelderland niet vrijgesteld.
geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschre-
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
ven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.
Vogels (Art. 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(Art. 11.46 Bal)
(Art. 11.54 Bal)
De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in
Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal
Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
gen Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal
-
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-
Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal
richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningsplichtige activitei-
de staat van instandhouding van de desbetref-
ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-
fende vogelsoort
Vogels (artikel 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)
Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)
-
genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de vergunningsplichtige activiteiten per regime weergegeven.
Quickscan Flora en Fauna
-
Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
9
Op het terrein is bebouwing aanwezig in de vorm van twee scoutingge-
Bij het bouwrijp maken van het plangebied bestaat de kans dat er (essen-
Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle
bouwen in het noordwesten, een grotere bedrijfsloods in het westen, en
tieel) leefgebied en nestgelegenheid van de beschermde steenuil verloren
‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige
verspreid over het plangebied meerdere kleine schuurtjes. In de gebou-
gaan. Hiervoor moet er vervolgonderzoek plaatsvinden waarbij de aan- of
gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-
wen behorende bij de scoutingvereniging in het noordwesten van het plan-
afwezigheid van nesten, rustplaatsen of (essentieel) functioneel leefgebied
maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de
gebied kunnen broedlocaties van huismus en gierzwaluw niet worden uit-
(zoals foerageergebieden) van de steenuil worden onderzocht.
rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-
gesloten. De loodsen en schuurtjes zijn voor deze soorten niet geschikt,
bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen
doordat deze bestaan uit plaatmateriaal, geen dakbetimmering bevatten,
Bij de werkzaamheden kunnen ook nesten verloren gaan die niet jaarrond
worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-
en/of te laag zijn. Hierdoor zijn geschikte broedruimtes afwezig. De steen-
zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het
len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.
uil leeft op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische
verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitge-
cultuurlandschap en aan dorpsranden, en in gebieden met open tot half-
voerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met be-
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
open landschap met een gevarieerd aanbod van prooien zoals muizen, re-
trekking tot broedvogels. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
genwormen en insecten. Voor de steenuil is het plangebied geschikt als
gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
foerageergebied, door de aanwezigheid van boomgaarden, bemeste gras-
periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
landjes en kleinschalige landschapselementen. Nestgelegenheid is binnen
de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
het plangebied beperkt aanwezig. Er zijn geen nestkasten van steenuil
twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
waargenomen. Mogelijk bevindt zich een nest in de gebouwen binnen of
(bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te
den. Indien dit niet mogelijk is, zal een omgevingsvergunning voor een
direct rond het plangebied. In de loodsen en schuurtjes binnen het plange-
bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel
flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen aangevraagd moeten
bied zijn geen sporen als krijtstrepen of braakballen aangetroffen. Leefge-
broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige
worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat
bied van steenuil is wel veelvuldig aanwezig. Verder bevind zich in de op-
staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De
gaande beplanting binnen en rond het plangebied twee nestkasten van to-
vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.
renvalk. Ook kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, rood-
5.2
borst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen.
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is
5.1
Vogels
Vleermuizen
het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende
Conform het Ministerie van EZK wordt onderscheid gemaakt in verschil-
5.1.1
lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-
Bij sloop van de scoutinggebouwen bestaat de kans dat er één of meer-
dwergvleermuis, rosse vleermuis, laagvlieger, gewone grootoorvleermuis
ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode
dere nesten van de huismus en gierzwaluw verloren gaan. Nesten van de
baardvleermuis, meervleermuis en watervleermuis.
in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
huismus en gierzwaluw zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgon-
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw
derzoek dient duidelijk te worden of zich onder de daken van de gebou-
De twee scoutinggebouwen bevatten geschikte rust- en verblijfplaatsen
bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de
Toetsing
vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige
wen nesten van de huismus of gierzwaluw bevinden. Op basis van het
voor een vleermuizensoort in de vorm van kierende dakranden en andere
functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-
vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is
openingen naar ruimtes onder het dak of in de spouw. De aanwezige be-
gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de
van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een vergunningaan-
drijfsloods en schuurtjes zijn niet geschikt als broedlocatie door de aanwe-
plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-
vraag aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.
zigheid van glad plaatmateriaal als gevel, het ontbreken van de benodigde
doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,
kieren, het ontbreken van dakbetimmering en spouw, en/of de beperkte
zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
Quickscan Flora en Fauna
10
hoogte van de bebouwing. Wel kan er sprake zijn van potentieel (essenti-
Volgens de NDFF komen in de omgeving van het plangebied ook de niet
5.5
eel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien de aanwezigheid van as-
vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, eekhoorn en
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als
pecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijn-
wild zwijn voor. Gezien het aanwezige gevarieerde landschap met schuil-
bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
vormige landschapselementen.
mogelijkheden en voldoende voedselvoorziening, betreft het hier geschikt
Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-
habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Ook voor de steenmar-
bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker,
ter is geschikt leefgebied en potentiële verblijfplaatsen aanwezig, bijvoor-
knoflookpad, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. De slo-
Bij de sloop van de twee aanwezige scoutinggebouwen op het plangebied
beeld in de aanwezige schuurtjes en bosschages. Door de aanwezigheid
ten binnen het plangebied zijn zeer nutriëntrijk en bevatten stromend wa-
bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleer-
van konijnen is de aanwezigheid van een konijnenburcht binnen of in de
ter. Deze zijn niet geschikt als voortplantingswater voor amfibieën. De in
muissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond
directe omgeving aannemelijk, welke als verblijfplaats kan dienen voor
2020 gegraven wadi’s in het noorden van het plangebied zijn deels water-
beschermd. Ook kan het plangebied dienen als essentieel foerageerge-
deze soorten. Binnen het plangebied zijn geen nesten of sporen van de
houdend, en zouden in het voorjaar eventueel als voortplantingswater
bied en vliegroute. Middels protocollair vervolgonderzoek dient duidelijk te
eekhoorn aangetroffen. Aanwezigheid van het wild zwijn is gezien het
voor enkele beschermde en algemene soorten kunnen dienen. Enkel Al-
worden welke functie het plangebied voor de vleermuizen heeft. Op basis
aanwezige habitat eveneens op voorhand uitgesloten.
penwatersalamander en knoflookpad zijn hier niet te verwachten, gezien
5.2.1
Toetsing
van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop
Amfibieën
de beperkte en specifieke verspreiding in de omgeving van het plangebied
en bouwrijp maken van het terrein sprake is van overtreding, en of het tref-
5.3.1
fen van maatregelen en een vergunningaanvraag aan de orde is alvorens
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van
5.5.1
er mag worden gesloopt. Zie tabel 2 voor een samenvatting van de beoor-
niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-
De wadi’s binnen het plangebied kunnen geschikt voortplantingshabitat
deling per vleermuissoort.
bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-
bevatten van rugstreeppad, poelkikker en kamsalamander. Ruigtes en
stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en po-
vergraafbaar zand in de omgeving hiervan kunnen dienen als landhabitat
5.3
Grondgebonden zoogdieren
Toetsing Toetsing
tentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader van de
voor deze soorten. Vervolgonderzoek naar het gebruik van de wadi’s als
Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren.
zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen
voortplantingswater voor deze soorten is noodzakelijk. In het kader van de
Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waar-
voor (incidenteel) aanwezige individuen.
algemene zorgplicht is het ook noodzakelijk om voldoende zorg te dragen
genomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageerge-
voor eventueel passerende individuen.
bied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied
5.4
Reptielen
voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrij-
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het
5.6
stelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het
plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De
Het aanwezig oppervlaktewater binnen het plangebied, biedt geen ge-
echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te
waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving.
schikt habitat voor beschermde vissoorten. In de directe omgeving van het
dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief
Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat
plangebied zijn tevens geen waarnemingen bekend van beschermde vis-
trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.
voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daar-
soorten. Wel kunnen in de aanwezige sloten algemene soorten zoals ste-
Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om
mee dan ook uitgesloten.
kelbaars, blankvoorn, zeelt, snoek en baars voorkomen.
krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien
5.4.1
Wel dienen er bij werkzaamheden aan het open water zorgplichtmaatrege-
noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen
len genomen te worden. Te denken valt aan het zoveel mogelijk overdag
het werkgebied.
zijn op voorhand uitgesloten.
uitvoeren van de werkzaamheden. Bij werkzaamheden met harde gelui-
Vissen
het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid
Quickscan Flora en Fauna
Toetsing
11
den en/of trillingen moeten voorafgaand aan de werkzaamheden afge-
5.8.1
zwakte waarschuwingsgeluiden worden afgegeven om fauna in de gele-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
kend van invasieve exoten. Binnen het plangebied zijn ook geen waarne-
genheid te stellen tijdig weg te komen. Vlak voorafgaand aan de werk-
schermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
mingen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.
zaamheden dient roering in het water gecreëerd te worden zodat vissen vroegtijdig het werkgebied kunnen verlaten. 5.6.1
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
Specifieke zorgplicht
Behalve de genoemde soorten geldt een bescherming onder de specifieke
Ongewervelde diersoorten
NDFF zijn waarnemingen bekend van rode lijst-soorten, steenuil en kapjesmorielje, binnen het plangebied. Het plangebied bestaat uit verschillende bebouwingsvormen, fruitboom-
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van
gaarden en kleinschalige dierenweitjes. De kans op aanwezigheid van /
de grote vos, teunisbloempijlstaart en de rivierrombout. Al deze soorten
negatieve effecten op soorten van de rode lijst is daarmee zeer laag. Voor
stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied
de steenuil dient echter wel vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Wan-
niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en
neer de steenuil niet aanwezig is binnen het plangebied is een overtreding
vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten.
met betrekking tot de specifieke zorgplicht is niet aan de orde, mits alge-
Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlinder-
mene zorgplichtmaatregelen worden genomen om het doden en verwon-
soort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige
den van individuen te voorkomen.
beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. 5.7.1
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen be-
zorgplicht voor soorten van de rode lijst. Dit zijn circa 4.300 soorten. In de
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
5.7
5.9
Toetsing
5.10
Invasieve exoten
Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of vervoerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel,
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.
kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties om-
5.8
Vaatplanten
schreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor
In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten be-
enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Azi-
kend als kluwenklokje en kruiptijm. Deze soorten stellen echter zeer speci-
atische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd.
fieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het
Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aan-
plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten re-
wezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien,
delijkerwijs uitgesloten.
bestrijden of beheersen van de duizendknopen.
Quickscan Flora en Fauna
12
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt genomen:
Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;
Indien de scoutinggebouwen worden gesloopt zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van
6.1
Vervolgtraject en advies
Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofe-
6.1.1
TAM-omgevingsplan procedure
missie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gas-
Er moeten nog nadere onderzoeken plaatsvinden. Voor een omgevings-
verbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen
vergunning wordt doorgaans de volgende procedure toegepast:
gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewe-
-
gingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er
Voor het TAM-omgevingsplan is deze quickscan flora en fauna vol-
doende.
dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personen-
-
auto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vracht-
Verwacht wordt dat, ondanks de eventuele noodzaak voor nader on-
derzoek, wel de aan waarheid grenzende verwachting is dat een eventuDit, doordat er voldoende mogelijkheden zijn binnen, en in de omgeving
6.1.3
van het plangebied voor mitigerende maatregelen indien er beschermde
De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevol-
soorten worden waargenomen binnen het planegbied.
gen hebben voor vleermuizen, steenuil, gierzwaluw en/of huismus, wat
Soortgericht onderzoek
een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet betreft.
een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Ver-
6.1.2
volgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluit-
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege
sel te geven;
ten worden of in de huidige situatie nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn
stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd wor-
Het plangebied beidt potentieel leefgebied voor steenuil. Vervolgon-
van de betreffende soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleermui-
den. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase
derzoek gedurende het juiste seizoen dient uitsluitsel te geven of het
zen loopt van half mei tot en met eind september. Een vervolgonderzoek
niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige
plangebied tot het territorium van een steenuil behoort;
naar gierzwaluwen valt binnen de onderzoeksperiode van vleermuizen.
habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het
Onderzoek dient de aanwezigheid van steenmarter, wezel, hermelijn
Het vervolgonderzoek van steenuilen begint echter al eerder en loopt van
aspect stikstofdepositie geen aparte vergunning benodigd. Als uit de bere-
en bunzing aan te tonen dan wel uit te sluiten;
15 februari tot en met 15 april. Een onderzoek naar de huismus loopt van
kening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen
Vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten
april tot half mei. Voor de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en we-
te worden.
zel) en de steenmarter is vervolgonderzoek nodig in de periode maart tot
AERIUS-berekening
amfibieën (rugstreeppad, poelkikker en kamsalamander) dient te wor
wagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
ele omgevingsvergunning voor flora- en fauna activiteiten verleenbaar is.
Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moe-
en met augustus (6 weken) of hierbuiten (12 weken). Bij het onderzoek
den uitgevoerd om de functies binnen het plangebied te bepalen;
Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens no-
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op op-
wordt aangeraden om gebruikt te maken van cameravallen in combinatie
dig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van be-
gaand groen zoveel mogelijk te worden vermeden;
met een sporenbuis en/of ‘Mostela’ en/of struikrover.
lang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan,
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om vol-
graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van
doende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al
Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een beschermde soort, waarbij
fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze
het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van
een overtreding aannemelijk is, zal door het treffen van maatregelen; zo-
werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW).
individuen te voorkomen.
als het aanbieden van tijdelijke nestkasten, werken buiten de gevoelige
Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanleg-
periode en het geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit
fase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personen-
behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voor-
auto’s, enz.) ook meegenomen te worden.
komen. Bij een overtreding dient een flora- en fauna-vergunning te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval
Quickscan Flora en Fauna
13
de Provincie Gelderland. Een vergunningsaanvraag dient te worden on-
6.1.4
Notitie toegevoegde locaties 2024
derbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspec-
In 2023 is reeds een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de steenuil, huis-
ten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat
mus, gierzwaluw, vleermuizen, marterachtigen en amfibieën. Tijdens deze
van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de
veldbezoeken zijn ook de locaties meegenomen die zijn toegevoegd tij-
planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de flora- en fauna-ver-
dens het extra veldbezoek in 2024. Dit is toendertijd gedaan doordat deze
gunning kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen ver-
locaties direct naast het plangebied gelegen waren en in 2024 bij het plan-
blijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de vergunning
gebied zijn toegevoegd. Tijdens de vervolgonderzoeken zijn geen be-
wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De provincie
schermde soorten waargenomen binnen het plangebied van Winssen-
neemt normaliter binnen 20 weken een besluit over de aanvraag.
Zuid. Dit is ook geldend voor de in 2024 toegevoegde locaties. Hierdoor is redelijkerwijs aan te nemen dat er geen beschermde soorten binnen het
Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een vleer-
plangebied aanwezig is.
muizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Omgevingswet voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de vergunning voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies.
Indien de projectplanning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt.
Quickscan Flora en Fauna
14
7
Samenvatting Tabel 3: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 0,5 km
Mogelijk
AERIUS-berekening
Uitvoering mogelijk indien
wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of een omgevingsvergunning. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om flora- en fauna-activiteiten met schadelijke
uitkomst onder 0,00
handeling voor bepaalde soortgroepen te voorkomen
mol/ha/j Natuurnetwerk Nederland
Ca. 525 m
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 2: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Jaarrond be-
Potentieel aanwezig
Sprake van schadelijke handeling
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp
Globale broedseizoen loopt van maart tot
maken of controle vooraf
half augustus
Vervolgonderzoek naar steenuil, huismus
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamhe-
en gierzwaluw
den een omgevingsvergunning nodig
Vervolgonderzoek naar gebruik van scou-
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamhe-
tinggebouwen door vleermuizen
den een omgevingsvergunning nodig
Vervolgonderzoek vlieg- en foerageerfunc-
-
Ja
Mogelijk
schermd Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Foerageerhabitat Vliegroutes Grondgebonden zoogdieren
Ja
Nee
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
ties Vervolgonderzoek wezel, hermelijn, bun-
-
zing, steenmarter Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar rugstreeppad, poel-
-
kikker en kamsalamander Vissen Ongewervelden Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Nee
Nee
-
-
Nee
Nee
-
-
15
8
Geraadpleegde bronnen
Algemene Literatuur Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. alle soorten en stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd op 16 mei 2024
https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale bronnen https://www.gelderland.nl/themas/natuur/natuur-beheren-en-ontwikkelen/natuurbeheerplan-waar-welke-natuur (NNN en natuurbeheerplan Gelderland)
Algemene websites https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur/ (informatiekaart natuur (IKN)) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/beschermde-soortenindicator-besi/ (beschermde soortenindicator (BeSI) https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden) https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten) https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels) https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden) https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten) https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen) https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/geconsolideerde-teksten-omgevingswet/ (wettekst Omgevingswet)
Quickscan Flora en Fauna
16
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna
17