CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 17: Bij toelichting - Aanmeldnotitie vormvrije mer

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Augustuslaan/Krommehoekstraat6.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herbestemming à hergebruik

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling Augustuslaan te Beuningen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling Augustuslaan te Beuningen Projectnummer: 2022-0193 Datum: 6-2-2023 Opdrachtgever: Inveniam Plan 8i Gebiedsontwikkeling Versie 2.0

Chelsea van Zwieten

Justin Hendriks

Adviseur Ruimtelijke ordening

Projectleider Ruimtelijke ordening

c.vanzwieten@lycens.nl

j.hendriks@lycens.nl

06 264 662 39

06 578 505 05

Lycens B.V. y Deventerstraat 10 y 7575 EM Oldenzaal y 0541-570730 y info@lycens.nl

ínhoud 1. Inleiding............................................................................................................ 4 1.1.

Aanleiding......................................................................................................................................................4

1.2.

Leeswijzer...................................................................................................................................................... 4

2. M.E.R.-plicht....................................................................................................... 5 2.1.

Wet en regelgeving....................................................................................................................................... 5

2.1.1.

De directe m.e.r.-plicht:(project of plan) milieueffectrapportage............................................................ 5

2.1.2

De m.e.r.-beoordelingplicht: de m.e.r.-beoordeling..................................................................................7

2.1.3

De m.e.r.-beoordelingsplicht: de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling............................................................ 7

2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen.........................................................................................................8

2.2.1

Is er sprake van een plan of een besluit...................................................................................................... 8

2.2.2

Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht?.................................................................................................. 8

2.2.3

Is er sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht?........................................................................................ 9

2.2.4

Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht?....................................................................... 9

2.2.5

Activiteiten waar mogelijk sprake van is.................................................................................................... 9

2.3

Procedure en betrokken partijen............................................................................................................... 10

3. De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling...................................................................... 11 3.1.

De kenmerken van de activiteit.................................................................................................................11

3.2.

Plaats van het project................................................................................................................................. 12

3.3.

Kenmerken van het potentiële effect....................................................................................................... 13

3.3.1

Flora en fauna.............................................................................................................................................. 14

3.3.2

Stikstof..........................................................................................................................................................15

3.3.3

Verkeer..........................................................................................................................................................15

3.3.4

Akoestiek......................................................................................................................................................17

3.3.5

Luchtkwaliteit.............................................................................................................................................. 17

3.3.6

Externe veiligheid........................................................................................................................................ 17

3.3.7

Bodem..........................................................................................................................................................18

3.3.8

Archeologie..................................................................................................................................................19

3.3.9

Overige effecten.......................................................................................................................................... 19

4. Conclusie..........................................................................................................20

3 y Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

1. Inleiding 1.1. Aanleiding Het voorliggende plan heeft betrekking op het nieuwe woongebied "de Tuinen" gelegen achter de woningen aan de Augustuslaan, Wilhelminalaan en Krommehoekstraat te Beuningen. De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te ontwikkelen met woningbouw. In de beoogde situatie worden 50 woningen gerealiseerd. Het plangebied bestaat momenteel uit grasland (en enkele bosschages en sloten). Het programma is als volgt: 18 sociale huurwoningen 09 levensloopbestendige rijwoningen 10 levensloopbestendige tweekappers 02 levensloopbestendige half vrijstaande woningen 06 tweekappers 03 half vrijstaande woningen 02 vrijstaande woningen In deze rapportage is de toetsing aan het Besluit m.e.r. opgenomen. Uit de eerste toetsing is gebleken dat sprake is van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht (zie hoofdstuk 2). Het bevoegd gezag dient te besluiten of de realisatie van de 50 woningen al dan niet leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Onderhavige rapportage betreft de Aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten.

1.2.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt in de eerste plaats ingegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt het beoogde plan, de activiteit, getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling.

4 y Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

2. M.E.R.-plicht 2.1. Wet en regelgeving Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De milieueffectrapportageprocedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r. toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Figuur 1.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van een directe m.e.r.-plicht, een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht.

2.1.1. De directe m.e.r.-plicht: (project of plan) milieueffectrapportage De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de C-lijst wordt overschreden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapport worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten.

5 y Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

Plan- of project-m.e.r. Voor milieueffectrapportages wordt onderscheid gemaakt in een ‘plan’-m.e.r. en in een ‘projecť-m.e.r.. Koiom 3 van de bijlage (Besluit MER) bevat plannen die de gewenste activiteit mogelijk kunnen maken. Er is sprake van een pian als er na besluitvorming over het betreffende plan nóg een procedure (besluit) gevolgd moet worden om de activiteit mogelijk te maken. Het ‘plan’ is in dat geval kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. Daarnaast is de plan-m.e.r. ook direct van toepassing op ‘plannen’ die worden opgesteld voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor deze activiteiten is dus geen m.e.r.-beoordeling mogelijk. Er is sprake van een besluit als er na besluitvorming geen andere procedures noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit. Een besluit is project/activiteit specifiek en is niet kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. De project-m.e.r. kan hierdoor heel specifiek de te ontwikkelen activiteit onderzoeken. Besluiten waarvoor een project-m.e.r. noodzakelijk is komen voor in kolom 4 van de C-lijst.

Beperkte of uitgebreide m.e.r.-procedure Er wordt onderscheid gemaakt in de uitgebreide m.e.r.-procedure en de beperkte m.e.r.-procedure. Voor alle plannen en voor bepaalde complexe besluiten is de uitgebreide m.e.r.-procedure direct van toepassing. De beperkte procedure is van toepassing voor een groot deel van de besluiten inzake (omgevings)vergunningen. Echter indien naast het besluit inzake de (omgevings)vergunning ook sprake is van één van de onderstaande situaties, is de uitgebreide m.e.r.-procedure van toepassing. Er dient in het kader van de activiteit ook een passende beoordeling worden opgesteld; >

Er voor de uitvoering van de activiteit tevens een omgevingsvergunning tot het afwijken van het bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo) noodzakelijk is; Er voor het besluit inzake de (omgevingsvergunning) ook tegelijkertijd een onlosmakelijk plan wordt opgesteld.

Bij de beperkte procedure is het voortraject beknopter en zijn enkele stappen niet verplicht (zoals ‘kennisgeving van het initiatief’, advies over reikwijdte en detailniveau en geen verplichting in het voortraject de gelegenheid te bieden om zienswijzen in te dienen. Bovendien is het bij de beperkte procedure niet verplicht om decommissiem.e.r. in te schakelen waardoorde daarmee gepaard gaande hoge kosten voorkomen kunnen worden.

6 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

2.1.2

De m.e.r.-beoordelingpĮicht: de m.e.r.-beoordeling

De wetgever heeft activiteiten aangewezen waarvan de gevolgen van de activiteit op het milieu niet bij voorbaat bekend is. Deze activiteiten zijn opgenomen op de D-lijst in de bijlage van het Besluit MER. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de D-lijst wordt overschreden, geldt de m.e.r. beoordelingsplicht. In de m.e.r.-beoordelingwordt middels hetopstellen van een aanmeldingsnotitie beoordeeld of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden; er dient een m.e.r.-procedure doorlopen wo rden. Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op; er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Bij een m.e.r.-beoordeling is het vaak niet noodzakelijk om een diepgaand (en kostbaar) onderzoek úitte voeren om goede uitspraken te kunnen doen of de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Een m.e.r.-beoordeling geldt uitsluitend voor besluiten. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de Dlijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan, dan geldt altijd en direct de m.e.r.plicht. De m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria. Deze criteria zijn vastgelegd in Bijlage lil van de Europese richtlijn m.e.r..

In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast dient een formele procedure te worden gevolgd.

2.1.3 De m.e.r.-beoordelingsplicht: de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling De Nederlandse wetgever had (kleine) projecten die de drempelwaarden van de D-lijst van het Besluit MER niet overschrijden, als gevolg van de beperkte invloed op de omgeving, oorspronkelijk vrijgesteld van de MER-plicht. Het Besluit MER is echter door - hoofdzakelijk - 2 Europese uitspraken gewijzigd. Als gevolg van de eerste uitspraak is in 2011 ook voor ‘kleine’ activiteiten de ‘vormvrije m.e.r.- beoordeling’ geïntroduceerd. De Ínhoud en procedure van deze ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ waren daadwerkelijk vormvrij. Als gevolg van de tweede uitspraak is het Besluit MER in 2017 nogmaals aangepast en is de procedure en Ínhoud van de ‘vormvrije’ versie nagenoeg gelijkgetrokken aan de m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het uitvoeren van een plan/project MER al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De ínhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage lil van de Europese MER richtlijn’. In feite bestaat er nu slechts één m.e.r.-beoordeling en is het verschil tussen de ‘vormvrije’ en de ‘formele’ variant nagenoeg verdwenen.

7 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit Onderhavig plan betreft een bestemmingsplan dat de realisatie van 50 extra woningen mogelijk maakt. Het bestemmingsplan is in dit geval een besluit omdat na besluitvorming geen andere procedures (die voorkomen in kolom 4) noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit.

2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het projectactiviteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Dit zijn projecten met een dusdanige impact op de omgeving waarvan duidelijk is dat nadelige gevolgen voor het milieu niet bij voorbaat uitgesloten kunnen worden. Als er sprake is van m.e.r.plicht dienteen Milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld en gelden de bijbehorende procedurele vereisten (kennisgeving doen metzienswijzetermijn, MERtervisie leggen en toetsing door de Commissie voor de m.e.r.). Er kunnen drie oorzaken zijn, van waaruit direct een m.e.r.-plicht ontstaat.

Voorwaarde 1: C-lijst Besluit Milieueffectrapportage De bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage bevat twee lijsten (bijlagen C en D) waarin categorieën van activiteiten zijn opgenomen (kolom 1). Daarnaast wordt in de lijst de omvang beschreven in de vorm van de zgn. drempelwaarden (kolom 2). Kom je boven de drempelwaarde van de C-lijst, dan dient gelijk een project/plan MER doorlopen te worden. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis van de bijlage is derhalve geen pian/project-m.e.r. noodzakelijk.

Voorwaarde 2: Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Voor het onderhavige plan is het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig (zie paragraaf 3.3.1. ter onderbouwing hiervan). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.-plicht.

Voorwaarde 3: Provinciale milieuverordening Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Gelderland heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt niet tot m.e.r.-plicht.

8 y Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

2.2.3 Is er sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit MER het toetsingskader. Het onderhavige plan behoort in ieder geval tot de categorie “D11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouwvan winkelcentra of parkeerterreinen”. De drempelwaarde (I0. een oppervlakte van 100 hectare of meer, T. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3”. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) wordt echter niet overschreden. Het uitvoeren van een (formele) m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk.

2.2.4 Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht? Omdat het onderhavige plan als activiteit voorkomt op de D-lijst, als plan en als besluit voorkomt in respectievelijk kolom 3 en 4 van de D-lijst, maar de drempelwaarden zoals opgenomen in de tweede kolom niet worden overschreden is het noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uítte voeren.

2.2.5 Activiteiten waar mogelijk sprake van is Van de onderstaande activiteiten is mogelijkerwijs sprake: Ontgrondingen: D16.1: De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2; Grondwateronttrekking: D15.2: De infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties en onttrekkingen. De drempelwaarden van beide activiteiten worden niet overschreden. Bovendien is in dit stadium nog niet duidelijk of sprake zal zijn van de activiteiten waarbij tevens sprake is van een besluit zoals opgenomen in kolom 4. Indien een vergunning voor deze activiteiten aangevraagd moet worden, zal in het kader van deze vergunningen met de provincie (ontgrondingen) en het waterschap (grondwateronttrekking) worden besloten of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.

9 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

2.3

Procedure en betrokken partijen

Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. De eigenaar van het perceel is opdrachtgever en de Gemeente Beuningen treedt op als bevoegd gezag.

Procedure Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aan meld ingsnotitie of er al of niet een m.e.r.beoordeling moet worden opgesteld. Het besluit hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant maar moet worden genomen voordat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Het (vormvrije) m.e.r.beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: het ontwerp en vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het te nemen besluit (in dit geval het bestemmingsplan Augustuslaan, Beuningen).

10 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

3. De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling 3.1.

De kenmerken van de activiteit

Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: >

de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruikvan natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreinigingen hinder; het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering.

Ad a. de omvang van het project De Augustuslaan is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Beuningen en heefteen oppervlakte van circa 16.903 m2. Binnen het plangebied worden 50 extra woningen mogelijk gemaakt met bijbehorende bijgebouwen en infrastructuur (wegen en parkeervoorzieningen). Het plan blijft binnen het eigen kadastrale perceel en binnen de bestaande ruimtelijke structuren. De structuur van de omgeving blijft derhalve intact. De omvang van het gebied is niet zodanig groot dat dit een m.e.r. (beoordeling) rechtvaardigt.

Ad b. cumulatie met andere projecten De realisatie van de 50 extra woningen betreft een op zichzelf staand project en maakt geen onderdeel uit van een grotere ontwikkelingslocatie. Omdat er sprake is van een op zichzelf staand project is er geen sprake van een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. Van cumulatie met projecten buiten onderhavig plan is derhalve geen sprake.

Ad c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maarookvernieuwbare bronnen, zoals hout, rubber, drinkwateren zuurstof. Het gebruikvan natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De woningen worden immers gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn.

Ad d. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van de 50 woningen en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik van de woningen. De categorieën vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het doorlopen van een milieueffectrapportage.

11 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

Ad e. verontreiniging en hinder Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. De nieuw te bouwen woningen vormen geen vergunningplichtige (milieukundige) inrichtingof een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied, door 50 extra huishoudens, is niet aan de orde.

Ad f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van 50 woningen betreft geen risicovolle inrichting. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen.

Ad g. risico’s voor menselijke gezondheid Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Relevante risico’s voor menselijke gezondheid als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied, door 50 extra huishoudens, is niet aan de orde.

3.2.

Plaats van het project

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik, relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands kustgebieden berg- en bosgebieden reservaten en natuurparken gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (- Habitatrichtlijn) gebieden waarde milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen

12 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

gebieden meteen hoge bevolkingsdichtheid landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Ad a. het bestaande grondgebruik De locatie waarde 50 extra woningen worden gerealiseerd is in gebruik als grasland. Het betreft geen bijzondere plaats die aanleiding geeft tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of een mer.

Ad b. relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied In de huidige situatie bestaat het plangebied uit grasland met enkele bosschages en sloten. In de huidige situatie is er sprake van een matige rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. De realisatie van de nieuwe woningen worden voorzien van een landschappelijke inpassing.

Ad c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen van de in de opsomming genoemde (potentieel) waardevolle gebieden. Het onderhavige plan oefent geen invloed uit op één van de opgesomde waardevolle gebieden.

3.3.

Kenmerken van het potentiële effect

Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) >

de aard van het effect het grensoverschrijdend karakter van het effect de intensiteit en de complexiteit van het effect de waarschijnlijkheid van het effect de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen

Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de aard en omvang zeer beperkt, voor wat betreft het fysieke bereik en de grootte van de getroffen bevolking. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per deelaspect het effect weergegeven en wordt vanwege de verwaarloosbare effecten niet specifiek stilgestaan bij de bovenstaande punten.

13 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

3.3.1

Flora en fauna

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke nationaal beschermde faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepaling met betrekking tot het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.

Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied en er is geen sprake van beschermde houtopstanden in het plangebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent. Een negatief effect op houtopstanden is niet aan de orde. Verder is een negatief effect van stikstof op Natura 2000gebieden, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Vanuit ecologisch oogpunt dient er een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Uit de berekening volgt dat de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,0 mol/ha/j. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.

Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats en het plangebied vormt een ongeschikt biotoop voor beschermde ongewervelden. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield

worden.

Indien

de

voorgenomen

activiteiten

uitgevoerd

worden

tijdens

de

voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uítte sluiten. De kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en de vaste rust- en voortplantingsplaats van de kleine marterachtigen zijn beschermd. Kleine marterachtigen mogen niet gedood worden en de vaste rust- en/of voortplantingsplaats mogen niet zonder ontheffing beschadigd of vernield worden. Vaste rust- en

14 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

voortplantingsplaatsen mogen echter wel verstoord worden. Voor het mogen uitvoeren van activiteiten, met negatieve effecten voorde kleine marterachtigen (met uitzondering van verstoring), dient een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wnb verkregen te zijn. Naar aanleiding van de quickscan flora en fauna is een nader soortenonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek richt zich op de aanwezigheid van de marter. Uit veldbiologisch onderzoek, dat in 2022 (12 april tot en met 24 mei) is uitgevoerd, is gebleken dat de steenmarter een vaste rust­ en voortplantingsplaats binnen het plangebied bezet. Door het rooien van de beplanting en het verwijderen van takkenhoen wordt de vaste rust- en voortplantingsplaats van de steenmarter vernield. Daarom is een ontheffingsaanvraag ingediend bij de provincie Gelderland welke is goedgekeurd op 28 november 2022.

Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu, geen significant negatieve effecten op het aspect flora en fauna. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.2

Stikstof

Bij de ingebruikname van de woningen en bij de realisatie van de woningen vindt emissie van stikstof plaats. Om te beoordelen of als gevolg van de stikstofemissies afkomstig van onderhevig plan significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden optreden is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn in de totale stikstofdeposities afkomstig van zowel de gebruiksfase als de realisatiefase doorgerekend. Uit de rekenresultaten van de AERIUS-calculator is gebleken dat als gevolg van onderhavig project in de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Uit de rekenresultaten van de AERIUS-calculator is gebleken dat als gevolg van onderhavig project in de realisatiefase in één van de twee bouwjaren sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j, namelijk 0,01 mol/ha/j. Echter, is deze uitstoot slechts tijdelijk gedurende een periode van maximaal 1 jaar. Dit is geoorloofd conform de de uitspraak van de Raad van State: AbRS van 26 oktober 2022, ECLI:NLRVS:2022:3093.

Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu geen significant negatieve effecten op het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.3

Verkeer

Verkeersgenera tie De ontsluiting voor het (gemotoriseerde) verkeer is voorzien aan de west- en aan de zuidzijde van het plangebied, in beide gevallen aansluitend op de Augustuslaan. Omdat aan de westzijde van het plangebied ook een basisschool is gevestigd, is er extra zorgvuldigheid gewenst met betrekking tot de ontsluiting van het plangebied.

15 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

Dit om de verkeersveiligheid bij en in de directe omgeving van de school te kunnen waarborgen. In 2022 is door BVAVerkeersadviezen een beoordeling uitgevoerd naarde verkeersveiligheid. De woningen zijn gesitueerd rondom het al eerdergenoemde park/plantsoen. Dit centraal gelegen gebied wordt omringd door een soort ringweg, waarop het leeuwendeel van de woningen direct wordt ontsloten. De ringweg kent aan de westzijde een uitloper in noordelijke en in zuidelijke richting (beide doodlopend), waaraan ook enkele woningen zijn ontsloten. Een vergelijkbare vorm zien we aan de noordoostzijde van het plangebied. De aansluiting in de richting van de omliggende lokale wegen vindt plaats vanaf de genoemde ringweg in noordwestelijke richting en in zuidoostelijke richting. In beide gevallen sluiten deze ontsluitende takken aan op de Augustuslaan. De realisatie van 50 nieuwe woningen leidt tot extra verkeersbewegingen in de omgeving. Op basis van de invulling van het plangebied wordt een verkeersgeneratie van 400 motorvoertuigbewegingen per etmaal geprognosticeerd. Deze voertuigen gaan zich begeven op het lokale wegennet. De grootste toename van verkeer wordt voorzien aan de zuidzijde van het plangebied op de Augustuslaan. klier neemt de intensiteit toe met circa 320 voertuigbewegingen per etmaal.

Op het centrale deel van de Augustuslaan ter hoogte van de basisschool vinden slechts marginale wijzigingen plaats. Tijdens de periode dat halen en brengen van schoolkinderen plaatsvindt zal dit leiden tot 2 à 3 voertuigen extra. Deze zijn daarmee niet van invloed. Algemeen bekend is dat er in de omgeving van basisscholen sprake is van een piek tijdens het in- en uitgaan van de school. Uit een observatie ter plaatse blijkt dat dat ook in deze situatie het geval is in de huidige situatie. In de toekomst zal dat niet anders zijn. De realisatie van de nieuwe wijk is hierop echter niet van invloed. Met andere woorden, indien er al sprake zou zijn van een onveilige situatie dan is dat nu ook al het geval. De toename als gevolg van nieuwe woonwijk gebonden verkeer is hier zo gering (1 voertuig per 7,5 minuten in het spitsuur) dat de invloed hiervan op de situatie rondom de bassischool verwaarloosbaar is. Vanuit dit perspectief is er dan ook geen wijziging in deze verkeerssituatie (veiligheid en afwikkeling) te verwachten in de omgeving van de basisschool en op de het wegvak van de Augustuslaan ten zuiden hiervan (het deel dat is voorzien van de smalle parkeerstrook). Ook voor de overige wegvakken geldt dat de toenames niet van zodanige aard zijn dat er afwikkelings- of veiligheidsknelpunten zullen ontstaan.

De maximaal geprognosticeerde intensiteit op de Augustuslaan van ruim 900 motorvoertuigbewegingen per etmaal is van dusdanige omvang dat dit verkeer eenvoudig kan worden afgewikkeld en de intensiteitsrichtwaarden voor30 km/uurwegen (bij lange na) niet overschrijdt. Kortom het is niet de verwachting dat de toename van verkeer leidt tot verkeerskundige problemen. Noch voor de afwikkeling noch voor de verkeersveiligheid worden knelpunten verwacht. Temeer daar het gebied is gelegen binnen een 30 km/uur zone en de snelheid, mede als gevolg van de vormgeving van de verkeersstructuur, laag zal zijn.

Conclusie

16 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu geen significant negatief effect op het aspect verkeer. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.4

Akoestiek

Het plangebied ligt in een gebied met veel infrastructuur. Om de geluidsbelasting van deze infrastructuur te berekenen is door akoestisch onderzoeksbureau Tideman is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn hierna weergegeven. Het akoestisch onderzoek heeft betrekking op de geluidbelasting door wegverkeer binnen zones langs wegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Bijna alle wegen in de directe omgeving hebben een rijsnelheid van 30 km/u. Alleen de Julianalaan heeft een rijsnelheid van 50 km/u. De geluidbelasting op het plan als gevolg van het verkeer over alle wegen samen is na aftrek van 5 dB ex art 110G lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De cumulatieve geluidbelasting minus 33 bedraagt 18 dB. De minimaal vereiste geluidwering aangegeven in het Bouwbesluit bedraagt 20 dB. Er wordt zonder nadere voorzieningen voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB vereist voor een goed woon- en leefklimaat in de woning als gevolg van de cumulatieve geluidbelasting zonder aftrek ex art. 110G. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet Geluidhinder. Het aspect geluid is geen beletsel voor het wijzigen van de bestemming.

Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu, geen significant negatieve effecten op het aspect akoestiek. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.5

Luchtkwaliteit

In het onderhavige plangebied worden 50 extra woningen gerealiseerd. De realisatie van woningen heefteen zeer beperkte invloed op de luchtkwaliteit in de directe omgeving. De daarmee gepaard gaande verkeersgeneratie is zeer beperkt. Een onderzoek is ook niet noodzakelijk, omdat het plan valt onder één van de categorieën (1.500 woningen) die automatisch ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het effect van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar.

Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu, geen significant negatieve effecten op het aspect luchtkwaliteit. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.6

Externe veiligheid

In het onderhavige plan worden geen risicovolle bronnen gerealiseerd. Het plangebied is tevens niet gelegen binnen de invloedsgebieden van risicobronnen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

17 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu, geen significant negatieve effecten op het aspect externe veiligheid. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.7

Bodem

In het onderhavige plan worden 50 extra woningen gerealiseerd. Woningen betreffen geen potentiële verontreinigingsbronnen voor de bodem. De ontwikkeling heeft daarmee geen negatieve gevolgen voor het bodemkwaliteit ter plaatse. In het kader van de planologische procedure is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten worden hierna beschreven. Resultaten grond De zintuiglijk met baksteen en/of kolengruis verontreinigde bovengrond bevat licht verhoogde gehalten aan nikkel, lood en minerale olie. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en worden gerelateerd aan de waargenomen bodemvreemde bij mengingen. In de zintuiglijk schone bovengrond zijn geen parameters verhoogd gemeten. In de toplaag van de bodem zijn geen verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen gemeten. In de aanvullend onderzochte bovengrondmonsters ter plaatse van de ontsluitingswegen zijn eveneens geen verhoogde gehalten gemeten. In de ondergrond bestaande uit klei afkomstig van het oostelijke terreindeel is kobalt en minerale olie licht verhoogd gemeten. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate. Een directe oorzaak voor deze gehalten is op basis van de bekende gegevens niet te geven. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat hooguit sprake is van licht verhoogde gehalten.

De milieuhygiënische kwaliteit van de boven- en ondergrond vormt om die reden geen belemmering voorde geplande planologische procedure, de geplande herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Op basis van de civieltechnische analyses blijkt dat de onderzochte zandlagen in de ondergrond geschikt zijn voor het gebruik als zand in aanvulling of ophoging. De grond is niet geschikt voor gebruik als zand in zandbed of als draineerzand. Resultaten grondwater In het grondwater zijn geen parameters in een verhoogde concentratie gemeten. Er bestaat ten aanzien van de chemische kwaliteit van het grondwater derhalve geen belemmering tegen de geplande planologische procedure, de herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen).

18 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

Resultaten geohydrologisch onderzoek Uit de meetresultaten blijkt dat de infiltratiecapaciteit in de kleilagen slecht tot zeer slecht is. Deze bodemlagen zijn daardoor niet of nauwelijks geschikt voor infiltratie. In de verzadigde zandlagen direct onder de kleilagen is sprake van een slechte tot plaatselijk matige infiltratiecapaciteit. Hoewel de infiltratiecapaciteit in deze bodemlagen hoger ligt, is de beperkte capaciteit vermoedelijk het gevolg van het feit dat deze bodemlagen reeds verzadigd zijn met grondwater.

Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu geen significant negatief effect op het aspect bodem. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.8

Archeologie

Om te bepalen of er in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn is door Lycens B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft aangetoond dat er geen archeologische resten meer worden verwacht binnen het plangebied. Op basis van de resultaten van het onderzoek adviseert Lycens het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen plannen.

Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft met het oog op het milieu geen significant negatief effect op het aspect archeologie. Het plan wordt in het kader van de van toepassing zijnde wetgeving uitvoerbaar geacht.

3.3.9

Overige effecten

Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, zijn er geen andere effecten te verwachten.

19 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

4. Conclusie De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan ‘Augustuslaan, Beuningen’ zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, nietzodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om de gemeenteraad van de gemeente Beuningen op basis van deze notitie te laten besluiten dat er geen milieueffectrapportage benodigd is.

20 > Vormvrije m.e.r.-beoordeling Augustuslaan te Beuningen

6-2-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=83c52fec-11e9-4d60-90a3-a65ebdd16ee7