CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 15 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen

Commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen4.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regels Verlengde Reekstraat 1, Beuningen

Gemeente Beuningen

Colofon: Opgesteld door:

Van Santvoort Advies B.V. Berg 2-4 5671 CC Nuenen

Plangebied:

Verlengde Reekstraat 1, 6642 KM Beuningen Gld

Kenmerk:

FÜ/BCO100267/4474950

Datum:

3 juni 2024

Status:

Ter vaststelling

IMRO-code:

NL.IMRO.0209.BPVerlReekstr1-vadf

2 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................... 4 Artikel 1 Artikel 2

Begrippen......................................................................................................................... 4 Wijze van meten .............................................................................................................. 8

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel: ................................................................................. 8 de goothoogte van een bouwwerk:......................................................................................................... 8 de inhoud van een bouwwerk: ................................................................................................................ 8 de bouwhoogte van een bouwwerk: ....................................................................................................... 8 de oppervlakte van een bouwwerk: ........................................................................................................ 8

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ................................................................................................ 9 Artikel 3

Bedrijf .............................................................................................................................. 9

3.1 3.2 3.3 3.4

Bestemmingsomschrijving ....................................................................................................................... 9 Bouwregels................................................................................................................................................ 9 Specifieke gebruiksregels .......................................................................................................................10 Afwijken van de gebruiksregels .............................................................................................................10

Artikel 4

Leiding – Gas .................................................................................................................. 12

4.1 Bestemmingsomschrijving .....................................................................................................................12 4.2 Bouwregels..............................................................................................................................................12 4.3 Afwijken van de bouwregels ..................................................................................................................12 4.4 Specifieke gebruiksregels .......................................................................................................................12 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ...................................................................................................................................................12

Artikel 5

Leiding – Riool ................................................................................................................ 14

5.1 Bestemmingsomschrijving .....................................................................................................................14 5.2 Bouwregels..............................................................................................................................................14 5.3 Afwijken van de bouwregels ..................................................................................................................14 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ...................................................................................................................................................14

Hoofdstuk 3 Algemene regels ................................................................................................... 15 Artikel 6 Artikel 7

Anti-dubbeltelbepaling .................................................................................................. 15 Algemene bouwregels ................................................................................................... 15

7.1 7.2

Ondergeschikte bouwdelen ...................................................................................................................15 Afwijkende maatvoering ........................................................................................................................15

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels ......................................................................................... 15

8.1 8.2

Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied ........................................................15 Overige zone – bodemverstoringen ......................................................................................................15

Artikel 9

Algemene gebruiksregels ............................................................................................... 15

9.1

Stikstof .....................................................................................................................................................15

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ...................................................................................... 16 Artikel 10

Overgangsrecht.............................................................................................................. 16

10.1 10.2

Overgangsrecht bouwwerken ................................................................................................................16 Overgangsrecht gebruik .........................................................................................................................16

Artikel 11

Slotregel ......................................................................................................................... 17

Bijlagen ..................................................................................................................................... 18

3 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan 'Verlengde Reekstraat 1, Beuningen' van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0209.BPVerlReekstr1-vadf, met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren; onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven en productiegerichte paardenhouderijen; 1.5 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten; 1.7 bedrijfswoning: een woning, in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering noodzakelijk moet worden geacht; 1.8 bestaand: ▪ t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; ▪ t.a.v.

gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.9 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.11 bijgebouw: een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid; 1.12 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.14 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 4 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

1.15 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16 bouwwijze: de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd; c. onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); d. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd.

1.17 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.18 detailhandel in eigen vervaardigde en/of voortgebrachte producten: het verkopen van producten, die door het toegelaten bedrijf zijn voortgebracht, geteeld of vervaardigd; 1.19 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.20 gebruiksgerichte paardenhouderij: een paardenhouderij waar het gebruik van paarden in de vorm van het berijden van of het mennen met paarden, voorop staat, ten behoeve van recreatie en sport. Pensionstalling is eveneens een vorm van gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.21 geluidzoneringsplichtige inrichtingen: bedrijven en/of inrichtingen die op grond van de Wet geluidhinder zijn aangewezen als categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; 1.22 groom: a. iemand die zich bezighoudt met de dagelijkse verzorging van een paard en het assisteren van een ruiter; iemand die rijpaarden verzorgt; b. bijrijder van een koetsier; ook: bijrijder van een menner tijdens een menwedstrijd; hulpkoetsier.

1.23 groomverblijf: een verblijfsruimte in of aan het bedrijfsgebouw met paardenstallen voor de tijdelijke huisvesting van een verzorger van paarden (groom of stalknecht), zodanig gepositioneerd dat de dieren dag en nacht onder direct toezicht staan; 1.24 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.25 horecabedrijf: een bedrijf, gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bieden van nachtverblijf;

5 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

1.26 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 1.27 lawaaisport: een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen; 1.28 mantelzorg: het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een op dat perceel wonende huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.29 ondergeschikte horeca: een horecavoorziening die in ruimtelijke en bedrijfseconomische zin ondergeschikt is aan de hoofdfunctie binnen een bestemming, waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en verstrekt; 1.30 peil: ▪ voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; ▪ in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.31 risicovolle inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.32 seksinrichting: een voor publiek

toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.33 tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers: het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voorzover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; 1.34 vloeroppervlak: de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt; 1.35 watergang: een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 1.36 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.37 Wet geluidhinder: Wet van 16 februari 1979 (Stb.

99) houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.38 woning/wooneenheid: een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;

6 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

1.39 Woningwet: Wet van 29 augustus 1991 , (Stb. 1991, nr. 439), tot herziening van de Woningwet, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan;

7 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;

2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

8 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3

Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. niet-agrarische bedrijven, b. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen waaronder de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslagen een en ander overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 3.1.2 Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: a.

Toegestane bedrijven Op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – gebruiksgerichte paardenhouderij’ is uitsluitend een gebruiksgerichte paardenhouderij toegestaan, met dien verstande dat: 1. risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan; 2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan; 3. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit met een maximum verhuurbaar vloeroppervlak (vvo) van 100 m2.

b.

Parkeren Het parkeren dient plaats te vinden op het eigen terrein.

c.

Bedrijfswoning Per bestemmingsvlak is één bedrijfswoning toegestaan.

d.

Ondergeschikte horeca Binnen de bestemming is een horecavoorziening toegestaan, uitsluitend in ondergeschikte vorm. De horeca-activiteiten dienen ondersteunend en in overeenstemming met de doelstellingen van de hoofdactiviteit te zijn. Het brutovloeroppervlak van de horecavoorziening mag niet meer bedragen dan 150 m² inpandig en 100 m2 terras. De horecavoorziening is geopend tot uiterlijk 23.00 uur.

e.

Groomverblijf Groomverblijven voor grooms, stagiaires en/of (buitenlandse) ruiters bij een gebruiksgerichte paardenhouderij, met dien verstande dat: 1. het verblijf gerealiseerd wordt in een bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan; 2. er verblijven maximaal 4 personen; 3. het verblijf niet aan te merken is als een of meerdere zelfstandige wooneenheden; 4. de totale gezamenlijke oppervlakte per hippisch bedrijf niet meer dan 275 m2 mag bedragen; 5. het moet gaan om huisvesting van grooms, stagiaires, en/of buitenlandse ruiters die binnen de betreffende paardenhouderij werkzaam zijn.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. 3.2.2 Bedrijfswoning Voor de bedrijfswoning geldt het volgende: a. er is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; 9 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

d.

de inhoud van de bedrijfswoningen inclusief de aangebouwde bijgebouwen, mag niet meer bedragen dan 1000 m³, met dien verstande dat indien de bestaande inhoud van een van de bestaande woningen reeds meer bedraagt, de bestaande inhoud als maximum geldt.

3.2.3 Bijgebouwen bij de bedrijfswoning Voor de bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. c. De bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 120 m2. 3.2.4 Bedrijfsgebouwen Voor bedrijfsgebouwen geldt het volgende: a. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken geen gebouwen zijnde dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. De bouwhoogte van vlaggenmasten en verlichtingsmasten mag niet meer bedragen dan 8 m. b. De bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; 3.2.6 Ondergrondse gebouwen Ondergrondse gebouwen zijn toegestaan, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebouwen; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds.

3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor : a. het verhuur van ruimte aan derden ten behoeve besloten bijeenkomsten van persoonlijke aard zoals feesten, partijen, bruiloften, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleance bijeenkomsten en dergelijke anders dan ondersteunend aan de hoofdactiviteit. b. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; c. buitenopslag, met uitzondering van buitenopslag voorzover deze buitenopslag ten dienste van de ter plaatse toegestane activiteiten staat; d. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; e. woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; f. het bewonen van bedrijfsruimte; g. lawaaisporten; h. een seksinrichting. 3.3.2 Voorwaardelijke verplichting Landschappelijk inpassingsplan a.

Het gebruik en het (doen) laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing conform Bijlage 1 bij deze regels, ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’, binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen, doch uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden op de wijze zoals is aangegeven. b. De erfbeplanting is binnen uiterlijk 12 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan aangelegd en vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Omgevingsvergunning mantelzorg Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.1 onder d en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 10 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

a.

b. c.

d.

e. f. g. h. i.

een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent advies aan een onafhankelijk terzake deskundige instantie; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen; met dien verstande dat de maximale oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen niet meer dan 120 m² mag bedragen; er dient gebruik te worden gemaakt van het dichtst bij de hoofdwoning gelegen bijgebouw, tenzij op grond van doelmatigheidsmotieven een ander op het perceel gelegen bijgebouw/bedrijfsgebouw meer geschikt is; de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene(n) die de zorg nodig heeft/ hebben; de voorziening dient te voldoen aan de eisen van het bouwbesluit; zakenrechtelijke splitsing is niet toegestaan; de afhankelijke woonruimte mag geen eigen perceelsontsluiting hebben; parkeren dient op eigen erf plaats te vinden.

3.4.2 Afwijken voorwaardelijke verplichting Landschappelijk inpassingsplan Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.3.2, onder a, en het landschappelijk inpassingsplan zoals is opgenomen in Bijlage 1, mits in plaats daarvan andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat deze landschapsmaatregelen: a. minimaal gelijkwaardig zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschapsmaatregelen; b. voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het landschappelijk inpassingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; c. zijn afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken.

11 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Artikel 4

Leiding – Gas

4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor ‘Leiding – Gas’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een gastransportleiding; één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 4.1.2 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.

4.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de voor ‘Leiding – Riool’ aangewezen gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid.

4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schríftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

4.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Verbod Het is verboden op of in de voor ‘Leiding – Gas’ aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 4.5.2 Uitzonderingen Het onder 4.5.1 vervatte is niet van toepassing opwerken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

12 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

4.5.3 Verlening Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 4.5.1, wint het bevoegd gezag schríftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

13 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Artikel 5

Leiding – Riool

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding – Riool’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor aanleg en instandhouding van een rioolpersleiding, één en ander met de bijbehorende voorzieningen.

5.2 Bouwregels Binnen deze dubbelbestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van deze dubbelbestemming.

5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de leiding geen bezwaar bestaat; dienaangaande wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden op of in de voor ‘Leiding – Riool’ aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van (half-)verhardingen; b. het vergraven, ophogen, diepwoelen of diepploegen van de bodem; c. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; d. het verwijderen van beplanting; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven c.q. indrijven van voorwerpen; f. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; g. het graven van sloten en het leggen van (drainage)leidingen. 5.4.2 Uitzonderingen Het onder 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanleg- of omgevingsvergunning is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het normale beheer en onderhoud van de leidingen betreffen. 5.4.3 Toelaatbaarheid De in 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zover door de werken en werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de leidingen niet worden aangetast.

Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 5.4.1, wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.

14 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Ondergeschikte bouwdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

7.2 Afwijkende maatvoering Bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn opgericht in overeenstemming met de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar in afwijking van dit bestemmingsplan, zijn toegestaan.

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

8.1 Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied' zijn gronden gelegen ter plaatse waarvan archeologisch onderzoek is gestart maar nog niet is afgerond.

8.2 Overige zone – bodemverstoringen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bodemverstoringen ' zijn de gronden ter plaatse van afgegraven, geëgaliseerde, opgeworpen en vergraven zones gelegen.

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Stikstof Het gebruik van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet leiden tot een (tijdelijke) een toename in stikstofemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan, tenzij: a. hiervoor een vergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming; of b. is aangetoond dat een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is, daar de toename in stikstofemissie niet resulteert in een toename in stikstofdepositie (mol/ha/jaar) groter dan 0,00 mol/ha/j op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.

15 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10

Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken 10.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

10.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 10.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 10.1.1 met maximaal 10 %. 10.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

10.2 Overgangsrecht gebruik 10.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 10.1.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

16 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Verlengde Reekstraat 1, Beuningen'.

17 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

Bijlagen ▪

Bijlage 1:

Landschappelijk inpassingsplan

18 Regels bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=64689273-f836-4833-9300-7089f52a1f9d