CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 - Bij toelichting - Aanvullend ecologisch onderzoek

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen (AANGENOMEN)4.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek ecologie Wilheminalaan 41-45 te Beuningen Aanvullend onderzoek naar huismus en vleermuizen in het kader van de Omgevingswet

Colofon Status:

Definitief

Project:

2023-0924

Datum:

9 augustus 2024

Samensteller:

ing. B.C.E. Vleeshouwers

Collegiale toets:

ing. M.M.G. Vincken

Opdrachtgever:

Buro Waalbrug

Contactpersoon:

S. Rijcken

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

5

1.3

Beschrijving plangebied

5

1.4

Voorgenomen werkzaamheden

6

1.5

Mogelijk aanwezige soorten

6

1.6

Kader Omgevingswet Natuur

7

2 Methode onderzoek

9

2.1

Theoretisch kader

9

2.2

Praktische uitvoering

10

2.3

Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes

11

2.4

Veldbezoeken

11

2.5

Specifieke omstandigheden

11

3 Resultaten

12

3.1

Huismus

12

3.2

Vleermuizen

14

3.3

Overige soorten

16

4 Conclusie

18

4.1

Huismus

18

4.2

Vleermuizen

18

4.3

Overige soorten

19

4.4

Samenvatting

19

4.5

Vervolgstappen

19

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen zijn een ZZG kantoor, huisartsenpraktijk, accountantskantoor en parkeerplaatsen gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande panden te slopen ten behoeve van de realisatie van een supermarkt en meerdere appartementen (figuur 1.1).

Figuur 1.1

Het plangebied is gelegen te Wilheminalaan 41-45 te Beuningen.

Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Omgevingswet onderdeel natuur is een quickscan Natuur uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Smit, 2023). Op basis van de quickscan Natuur kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde huismusnesten en verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Buro Waalbrug heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

4

1.2

Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismussen en/of vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een omgevingsvergunning voor een flora en fauna activiteit noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?

1.3

Beschrijving plangebied Binnen de planlocatie bevinden zich een ZZG kantoor, huisartsenpraktijk, accountantskantoor en parkeerplaatsen (figuur 1.2). De planlocatie is voor het overgrote deel verhard. Op Wilhelminalaan 41 is een accountantskantoor aanwezig. Dit gebouw bevat een plat dak en geen stootvoegen of andere openingen in de muren. Aan de Wilhelminalaan 43 en 43a is een huisartsenpraktijk gelegen. Dit pand bevat een plat dak en enkele stootvoegen dicht bij de grond. Aan de Wilhelminalaan 45 is het ZZG kantoor gesitueerd. Dit pand bevat een luchtspouw en een dak van ijzeren golfplaten. Ten noorden, westen en zuiden van dit pand zijn groenstroken aanwezig met aangeplante vegetatie. Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Natuur (Smit, 2023).

Figuur 1.2 De bebouwing in het plangebied betreft drie verschillende panden.

5

1.4

Voorgenomen werkzaamheden De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de sloop van een ZZG kantoor, huisartsenpraktijk met parkeerplaats en een accountantskantoor, de kap van enkele omliggend bomen en de realisatie van een supermarkt en appartementen. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

1.5

Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Natuur (Smit, 2023) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties en/of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd. Tabel 1.1

Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Smit, 2023).

Soortgroep

Onderzoek nodig

Bescherming

Mogelijke functie plangebied

Ja

Bal art. 11.46

Verblijfplaatsen in gebouwen

Ja

Bal art. 11.37

Nestlocaties en leefgebied

Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4) huismus Vogels (Algemeen en cat. 5)

Tabel 1.2

Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen (Smit, 2023).

Vleermuissoort

Zomer

Kraam

Paar

Massawinter

Gewone dwergvleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

Ruige dwergvleermuis

Ja

Nee

Ja

Nee

6

1.6

Kader Omgevingswet Natuur De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (Bal art. 11.37), Habitatrichtlijnsoorten (Bal art. 11.46) en Andere soorten (Bal art. 11.54). Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna activiteit te verrichten (Ow art. 5.1 lid 2). Hierin worden rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Opzettelijk verstoren als bedoeld onder de Habitatrichtlijn wordt gedefinieerd als: “elke opzettelijke verstoring die van invloed kan zijn op de overlevingskansen, het voortplantingssucces of het voortplantingsvermogen van een beschermde soort, of die leidt tot een verkleining van het leefgebied of tot verplaatsing of verdringing van de soort”. Bij overtreding van een verbodsbepaling geldt de plicht tot een vergunning flora- en fauna activiteit conform de bepalingen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (art. 8.74 lid j, lid k en lid l). Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Vogelrichtlijn (Bal art. 11.37) 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder

omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. 2. Het verbod geldt niet, als: a. het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9, eerste en tweede lid, en 13 van de vogelrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan: 1) een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2) een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3) Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Habitatrichtlijn (Bal art. 11.46) 1.

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder

omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. 2. Het verbod geldt niet als: a. het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan artikel 16, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan:

7

1) een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder

b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2) een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3) Onder de soorten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden niet begrepen de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn.

8

2 Methode onderzoek 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2023). Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.

Soort Huismus

Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen

Cat. 5 vogels Algemene broedvogels

Type Nest Leefgebied

Periode

Omschrijving

1 april t/m 15 mei

2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied.

Kraam

15 mei t/m 15 juli

Zomer

15 april t/m 15 aug.

Paar

15 aug. t/m 30 sep.

Nest

Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren). De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.

9

2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.

Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen.

Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment.

Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied.

10

Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten en/of verblijfplaatsen te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.

2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes Het huismusonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.

2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2

Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.

Veldbezoek

Functie

Huismus 1

Nest + leefgebied

Huismus 2

Aantal

Datum

Zon

Tijd

Weersomstandigheden

1

09-04-2024

06:54

07.50-09.55

5/8, droog, 4 Bft, 11˚C

Nest + leefgebied

1

24-04-2024

06.22

07.30-09.30

6/8, droog, 3 Bft, 5˚C

Vleermuis 1

Kraam + zomer

2

11-05-2024

05.50

03.45-06.00

6/8, droog, 2 Bft, 12˚C

Vleermuis 2

Kraam + zomer

2

23-05-2024

21.36

21.30-23.45

2/8, droog, 1 Bft, 16˚C

Vleermuis 3

Kraam + zomer

2

17-06-2024

22.00

21.50-00.00

3/8, droog, 1 Bft, 18˚C

Vleermuis 4

Paar

1

22-08-2023

20.44

23.00-01.00

0/8, droog, 2 Bft, 17˚C

Vleermuis 5

Paar

1

27-09-2023

19.25

21.00-23.00

3/8, droog, 1 Bft, 19˚C

pers.

2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.

11

3 Resultaten 3.1

Huismus Per veldbezoek zijn in totaal circa 15 huismussen waargenomen. Gemiddeld waren er circa 5 individuen binnen het onderzoeksgebied. De hoogste concentratie waargenomen huismussen bevond zich in de vegetatie aan de zuidzijde van de planlocatie. Gezien het aantal waarnemingen van huismussen is er sprake van een kleine populatie binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Gedurende het onderzoek is één nest van de huismus vastgesteld binnen de grenzen van de planlocatie. Tijdens het onderzoek is er een ander nest aangetroffen ten noorden van de planlocatie. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Ten gevolge van de beoogde ingreep wordt de nestlocatie binnen de planlocatie weggenomen. Het waargenomen functionele leefgebied van huismussen is geconcentreerd in de groenstructuren. Op deze plaats zijn een grote variatie aan wintergroene struiken aanwezig. In figuur 3.1 wordt weergeven welke delen van het onderzoeksgebied veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren.

Het gedefinieerde functioneel leefgebied is niet van essentieel belang voor het functioneren van nestlocaties van huismussen door de aanwezigheid van groot aantal jaarrond groene struiken en andere elementen in de directe omgeving van de planlocatie. Deze elementen worden niet aangetast door de beoogde ontwikkeling. Ten gevolge van de beoogde ingreep wordt dit functioneel leefgebied wel weggenomen. Tabel 3.1

Locaties van de aangetroffen huismusnesten.

Woonblok

Aantal nesten

Plangebied

Omschrijving

Wilhelminalaan 45

1

Binnen

Huismus ging het nest binnen onder de dakrand

Bernhardstraat 8

1

Buiten

Via dakvoet

12

Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties en leefgebied van huismussen binnen het onderzoeksgebied.

13

3.2 Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een tweetal soorten waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.3). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. Tabel 3.2

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.4 en figuur 3.5.

Veldbezoek

Soort

Aantal individuen

Vleermuis 1

N.v.t.

N.v.t.

Vleermuis 2 Vleermuis 3

Vleermuis 4 Vleermuis 5

Gedrag en verblijfplaatsen Geen vleermuizen waargenomen

Gewone dwergvleermuis

1

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

1

Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x

Gewone dwergvleermuis

2

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

1

Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x

Gewone dwergvleermuis

5

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

1

Baltsend mannetje

Gewone dwergvleermuis

1

Paarverblijfplaats vastgesteld 1x

Laatvlieger

1

Overvliegend

Gedurende het vleermuisonderzoek zijn twee vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Alle verblijfplaatsen zijn binnen de planlocatie aangetroffen. Binnen het plangebied is sprake van 1 zomerverblijfplaats en een gewone dwergvleermuisverblijfplaats met een dubbele functie namelijk zomer en paar. De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.4 en in figuur 3.5. Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of essentieel foerageergebied vastgesteld. Op basis van het vleermuisonderzoek wordt de parkeerplaats ten oosten van de planlocatie frequent gebruikt als vliegroute en foerageergebied (figuur 3.2). Op basis van het aantal waargenomen individuen is de aanwezigheid van een veel gebruikte vliegroute uitgesloten. De waargenomen individuen verspreiden zich nabij de bebouwing diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. De werkzaamheden hebben geen invloed op een mogelijke vliegroute (Smit, 2023). De resultaten van het vleermuisonderzoek onderschrijven deze beoordeling. Tabel 3.3

Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Adres

Soort

Functie

Plangebied

Omschrijving

Wilhelminalaan 45

Gewone dwergvleermuis

Zomer

Binnen

1 individu invliegend via stootvoeg

Wilhelminalaan 41

Gewone dwergvleermuis

Zomer/paar

Binnen

1 individu uitvliegend en binding met daklijst

14

Figuur 3.2 Overzicht van de onderzoeksgebied.

aangetroffen

vleermuisverblijfplaatsen

en

territoria

in

het

Figuur 3.3 Foto van de vleermuisverblijfplaats aan de Wilhelminalaan 45. 15

Figuur 3.4 Overzicht van de aangetroffen foerageerplaatsen. Dit betreffen geen essentiële foerageerplaatsen.

3.3 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: ekster, houtduif, kauw, koolmees, merel, nijlgans, pimpelmees, roek, Turkse tortel en zwarte kraai. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.8. Deze nesten zijn aangetroffen op lampen, airconditioningunits en in bomen. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.

16

Figuur 3.8 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van algemene broedvogels en vogels die vallen onder cat. 5.

17

4 Conclusie 4.1

Huismus In april 2024 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Wilheminalaan 41-45 te Beuningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2023). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied 2 nesten van huismussen aanwezig zijn. Hierbij is er 1 huismusnest aangetroffen binnen de planlocatie. Dit nest wordt bij de beoogde ingreep weggenomen. De overige nesten bevinden zich in woningen buiten het plangebied. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt tot een schadelijke handeling als bedoeld onder Bal artikel 11.37 lid b (wegnemen één nest). Er dient ten aanzien van huismus een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit voorhanden te zijn alvorens de bebouwing met huismusnesten gesloopt kunnen worden.

4.2 Vleermuizen In augustus 2023 – juni 2024 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Wilheminalaan 41-45 te Beuningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn tweeverblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de bebouwing in het plangebied (Wihelminalaan 41 en 45) een functie hebben voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Deze verblijfplaatsen worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde leidt tot een schadelijke handeling als bedoeld onder Bal artikel 11.46, lid 1b (verstoren vleermuizen) en lid 1d (wegnemen twee verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voorhanden te zijn alvorens de bebouwing met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt kunnen worden.

18

4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn in totaal 4 nesten van houtduif en Turkse tortel aangetroffen binnen het plangebied. Er is geen sprake van nesten van cat. 5 vogelsoorten en derhalve ook geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van Omgevingswet Natuur te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

4.4 Samenvatting Tabel 4.1

Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Soort

Type

Aantal wegnemen

Aantal behouden

Bescherming

Omgevingsvergunning FFA nodig

Huismus

Nest

1

1

Art. 11.37

Ja

Gewone dwergvleermuis

Zomer/paar

1

0

Paar

1

0

Art. 11.46

Ja

Nesten broedvogels en cat. 5 vogels

Houtduif

2

0

Turkse tortel

2

0

Art. 11.37

Nee

4.5 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig (tabel 4.1). Conform de relevante teksten in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Kennisdocument is essentieel om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het mitigatieplan ten behoeve van de aanvraag tot omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit (Bkl art. 8.74j (VR) en/of art. 8.74k (HR);. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang; 2. Voor het verrichten van de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing; 3. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 8 weken om een aanvraag tot omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te beoordelen (Ow art. 16.64 lid 1). Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen (Ow art. 16.64 lid 2). De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.

Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.

19

Bronvermelding Smit, M., 2023. Quickscan Wnb aan de Wilheminalaan 41-45 te Beuningen. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017/2024) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) (2024) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) (2023)

20

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=22b8bf97-859f-4dc8-889f-8edbe3d7e82f