Bijlage 12: Bij toelichting - Archeologisch vervolgonderzoek
Tekst van het document
Lycens
Herbestemming 8c hergebruik
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan Gemeente Beuningen (GD)
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan Gemeente Beuningen (GD) Projectnummer 2022-0193 31 augustus 2023 In opdracht van Inveniam Plan ä Gebiedsontwikkeling Versie 2.0 definitief Auteur
Autorisatie
Arjan H ullegie
A.M. Bakker
Senior KNA Archeoloog
Senior KNA-archeoloog
a.hullegie@lycens.nl
a.bakker@lycens.nl
M 06 828 983 87
M 06 828 989 39
Status bevoegde overheid: beoordeeld op 16-08-2023
Lycens B.V.
Euvelgunnerweg 25A
9723 CV Groningen
0541-570730
info@lycens.nl
Inhoud Administratieve gegevens.................................................................................................................... 4 Locatie gegevens................................................................................................................................ 5
1.
Inleiding..................................................................................................... 6 1.1.
2.
Onderzoekskader......................................................................................................................6
Aard, doel en onderzoeksvragen...................................................................8 2.1. 2.2. 2.3.
3.
4.
Doel van het onderzoek............................................................................................................8 Vraagstelling............................................................................................................................8 Onderzoeksvragen....................................................................................................................8
Voorlopige resultaten................................................................................ 11 3.1.
Bodemopbouw ....................................................................................................................... 11
3.2. 3.3. 3.3.1. 3.3.2.
Sporen en Structuren..............................................................................................................12 Vondstmateriaal .....................................................................................................................15 Inleiding .................................................................................................................................15 Aardewerk ............................................................................................................................. 15
3.3.3. 3.3.4. 3.3.5. 3.3.6.
Bouwkeramiek....................................................................................................................... 16 Metaal................................................................................................................................... 16 (Dierlijk) bot...........................................................................................................................16 Natuursteen ...........................................................................................................................16
3.3.7.
Monsters............................................................................................................................... 17
Evaluatie en vervolgstappen.......................................................................18 4.1. 4.2. 4.3. 4.3.1. 4.3.2. 4.3.3.
Voorlopige conclusies .............................................................................................................18 Recapitulatie van de onderzoeksdoelstelling en onderzoeksvragen .......................................... 18 Uitwerkingsplan..................................................................................................................... 22 Structuren, grondsporen, vondstspreidingen ........................................................................... 22 Analyse aardwetenschappelijke gegevens............................................................................... 22 Anorganische artefacten, organische artefacten en Archeozoölogische en -botanische resten ...22
4.3.4. Beeldrapportage .................................................................................................................... 22 4.3.5. Eindrapportage ...................................................................................................................... 22 Bijlage 1 Puttenkaart ..........................................................................................................................24 Bijlage 2 Vlakhoogtes..........................................................................................................................25 Bijlage 3 Allesporenkaart.................................................................................................................... 26 Bijlage 4 Profielen en coupetekeningen ...............................................................................................27 Bijlage 5 Splitstabel met selectievoorstel.............................................................................................28 Bijlage 6 Spoorbeschrijvingen............................................................................................................. 31
3
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
Administratieve gegevens Projectnaam
Beuningen, Augustuslaan
Projectcode
2022-0193
Type onderzoek
IVO-Proefsleuven
ARCHIS zaakidentificatie
5416181100
Projectleider
A.G.J. Hullegie Senior KNA Archeoloog
Contact
T: 0541 570 730 M: 06-828 983 87 E: a.hullegie@lycens.nl
Opdrachtgever
Inveniam Plan ŭ Gebiedsontwikkeling
Contact
R. van Es Oostwal 171 5341 KM Oss T: 06-43283052 E: rvanes@inveniam.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Beuningen
Contact
P. Hoff Van Heemstraweg 46 6641 AE Beuningen T: 14024 E: p.hoff@beuningen.nl Adviseur bevoegde overheid E.K. Mietes (regioarcheoloog Nijmegen)
Depothouder/eigenaar
Provincie
Contact
Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Gelderland (PDB) Stephan Weiss-Koenig Museum Kamstraat 45 6522 GB Nijmegen 024-3608805 pdb@museumhetvalkhof.nl
4
Uitvoering onderzoek
8-5-2023 - 16-5-2023 (veldonderzoek)
Beheer en locatie documentatie
Lycens BV en e-depot
Illustraties
Auteur(s) tenzij anders vermeld
Medewerkers
A.G.J. Hullegie
Lycens
T. van Essen
Synthegra
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
76496379
31 augustus 2023
Locatie gegevens Projectnaam
Beuningen, Augustuslaan
Plaats
Beuningen
Gemeente
Beuningen
Provincie
Gelderland
Kaartblad
40C
Kadastrale gegevens
Beuningen sectie H, nummers 1606, 1744, 1917 en 1900
Coördinaten
X:180807, Y:429633
Oppervlakte
Circa 16.903 m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa 7,7 m +NAP
Afb I.
5
Ligging plangebied en globale begrenzing onderzoeksgebied (bron achtergrondkaart: PDOK).
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
1. Inleiding 1.1. Onderzoekskader In opdracht van Inveniam Plan â Gebiedsontwikkeling heeft Lycens BV een Inventariserend Veldonderzoek Proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd in het plangebied Beuningen, Augustuslaan te Beuningen (zie Afb. 1). Het onderzoek vindt plaats in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Beuningen tussen de Augustuslaan, de Krommehoekstraat en de Wilhelminalaan (zie ŝ 1.2). Op de geactualiseerde beleidskaart van de gemeente Beuningen uit 2022 valt het plangebied grotendeels binnen een zone met “Waarde-archeologie 4”, wat overeenkomt met een hoge archeologische verwachting. In het noordelijke deel van het plangebied ligt een dunne strook binnen een zone met “Waarde-Archeologie 2”, dit zijn zones met waardevolle archeologische terreinen, historische dorpskernen, oude woongronden, huisterpen en overige terreinen van archeologisch belang. Deze waarden zijn overgenomen in het in 2023 vastgestelde parapluplan archeologie.1 Voor de zones met “Waarde-archeologie 4” dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,3 m beneden maaiveld, archeologisch onderzoek plaats te vinden. Daarbij dient minimaal een bureauonderzoek en (verkennend) booronderzoek te worden uitgevoerd.
Voor de zone met “WaardeArcheologie 2” geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 m beneden maaiveld, waarbij minimaal een karterend booronderzoek wordt uitgevoerd. In 2022 is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd.2 Op basis van het onderzoek is geconcludeerd dat de kans op het aantreffen van een intacte archeologische vindplaats in het plangebied klein is. Op basis van de resultaten van het onderzoek is geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de geplande bodemingrepen. Middels een selectiebesluit heeft de bevoegde overheid aangegeven dit advies niet over te nemen. Uit het onderzoek is gebleken dat er sprake is van een middelhoge verwachting op het aantreffen van sporen en resten van perifere activiteiten uit de periode ijzertijd-Romeinse tijd, die gerelateerd kunnen worden aan de bekende nederzetting in het nabije Heuvepark, een archeologisch rijksmonument. Daarnaast is er sprake van een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de periode laat-paleolithicum-neolithicum. De
1 Parapluplan Archeologie Gemeente Beuningen bestemmingsplan vastgesteld (2023-07-11). 2 Soldaat, 2021.
6
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
bevoegde overheid heeft aangegeven dat binnen het plangebied vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor dit onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld.3 Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd door Lycens BV conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1), protocol BRL SIKB 4003 (Inventariserend veldonderzoek) in week 19 en 20 van 2023. Het veldteam bestond uit A.G.J. Hullegie (Senior KNA archeoloog), T. van Essen (Veldmedewerker) en C. van Halm (Veldmedewerker). Het machinale graafwerk is uitgevoerd door Klok GroenProjecten. In dit evaluatie en (de-)selectierapport worden de eerste resultaten van het veldonderzoek beschreven. Aan de hand hiervan wordt een advies voor verdere uitwerking, selectie en deponering geformuleerd. Vervolgens wordt de vraag- en doelstelling van het onderzoek gerecapituleerd. Hierbij wordt vastgesteld in hoeverre de vragen uit het PvE kunnen worden beantwoord en wat de verwachte kosten en beperkingen zijn.
3 Hullegie, 2023.
7
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
2. Aard, doel en onderzoeksvragen 2.1. Doel van het onderzoek Doel van het karterende onderzoek in de vorm van proefsleuven is het vaststellen of binnen het plangebied sprake is van een vindplaats. Indien een vindplaats wordt aangetroffen dient de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de vindplaats te worden vastgesteld ten einde tot een waardestelling te kunnen komen. Daarbij dient inzichtelijk te worden gemaakt wat de consequenties zijn van de voorgenomen bodemingrepen op de archeologische resten. Het proefsleuvenonderzoek resulteert in een rapport met daarin de waardering van de eventueel aanwezige archeologische resten en een selectieadvies conform KNA 4.1.
2.2.
Vraagstelling
Voor het plangebied dient het onderzoek zich te richten op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en vindplaatsen. Van eventuele vindplaatsen dienen in eerste instantie de aard en omvang te worden vastgesteld. Verder dient gekeken te worden in hoeverre deze aansluiten bij reeds bekende vindplaatsen in de directe omgeving van het plangebied. De hoofdvraag van het onderzoek is tweeledig en luidt als volgt: Zijn er archeologisch resten aanwezigter plaatse van het plangebied? Wat is de aard, omvang en ouderdom van eventuele archeologische resten?
2.3.
Onderzoeksvragen
Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen zoals gespecifieerd in het Programma van Eisen4: Bodemopbouw en landschap 1 2 3 4
Hoe is de opbouw van het profiel (lithologische laagopeenvolging en bodemhorizonten)? Wat was (waarschijnlijk) het niveau van het maaiveld in de onderscheiden archeologische perioden? Welke hydromorfe kenmerken zijn in het profiel aanwezig (sporen van oxidatie en reductie) en op welke diepte(n)? Zijn er, gelet op de lokale lithologie, bodems en hydrologie, onverbrande dierlijke en plantaardige resten te verwachten? Zo ja, in welke context(en)?
4 Hullegie, 2023.
8
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
5
6 7
Zijn er sedimentiefases te onderscheiden in het profiel? Wat zijn de onderscheidende kenmerken daarvan? Wat is de geschatte datering? Heeft tussen de onderscheiden fases van sedimentatie bodemvorming plaats gevonden? Is er sprake van processen van bodemvorming, erosie, laterale verplaatsing, afdekking? In welke mate en waar is de bodem in het plangebied verstoord?
Indien het onderzoek geen archeologische resten oplevert of categoraal beperkte (bijvoorbeeld alleen losse diffuus verspreide vondsten), welke verklaring is hiervoor te geven? In hoeverre is er sprake van: 8 9
(Sub)recente verstoring en post-depositionele processen? Beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door bodemprocessen, methodische, technische, logistieke of personele beperkingen, weersomstandigheden, terreinomstandigheden (zoals huidig gebruik)? 10 Afwezigheid van bewoning en/of intensief landgebruik? 11 Een combinatie van genoemde factoren? Indien het onderzoek wel archeologische resten heeft opgeleverd: 12 13 14 15
24
Welke archeologische lagen zijn in het profiel te onderscheiden en wat is de diepte, dikte, textuur en vulling? Welke sporen zijn te onderscheiden en wat is de vorm, diepte, lengte, breedte, textuur, kleur, vulling? Hoe is de horizontale en verticale spreiding van sporen en wat is hun samenhang? In welke mate zijn lagen en sporen op vlakken te koppelen aan lagen in de profielen? Wat zijn de ingravingsniveaus? Zijn begrenzingen van het sporencomplex vast te stellen? Wat is de aard en/of de functie en conservering van de sporen? Wat is de relatieve en/of absolute datering van de sporen en spoorniveaus en waarop is de datering gebaseerd? Zijn er (delen van) structuren te onderscheiden? Zo ja, a. Van welk soort (mogelijke) structuren? b. Welke (mogelijke) delen? c. Wat is de relatieve en/of absolute datering van de structuren? d. Waarop is/zijn de datering(en) gebaseerd? e.
Is er bij steenbouw sprake van hergebruikt bouwmateriaal? Welke fasering (relatieve en absolute datering) is in de vindplaats aan te brengen? Zijn er aanwijzingen voor specifieke activiteiten (bijvoorbeeld ambachtelijk)? Zo ja, waaruit blijkt dat en welke kenmerken zijn hieraan te geven? Zijn er aanwijzingen voor landgebruik (off-site-patronen) in de zin van wegen, percelering, akkers, grondstofwinning, etc.? Zo ja, hoe kunnen deze gedateerd worden? Wat kan er op basis van de onderzoeksresultaten gezegd worden over de archeologische verwachting van het direct omliggende terrein? Kan een verband met de nederzetting in het Heuvepark worden vastgesteld?
9
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
16 17 18 19
20 21 22 23
31 augustus 2023
Vondsten en paleo-ecologische resten 25 Welke mobiele vondsten zijn gedaan? a. Om welke materialen, soorten, typen, functies, aantallen, gewichten gaat het en uit welke context komen de vondsten? b. Wat is de datering van de vondsten en waarop is de datering gebaseerd? 26 In welke mate bevinden vondsten zich in primaire positie/gesloten context en in welke mate gaat het om vondsten zonder context? 27 Welke conclusies zijn te trekken uit de fragmentatiegraad en de mate van conservering of verwering van vondsten? 28 Wat is de vondstdichtheid (aantal scherven per m2) per vlak, per werkput en in het geheel? Zijn er plaatsen aan te wijzen met een opvallend grote vondstconcentratie en wat is de samenstelling ervan? 29 Is er sprake van intentionele deposities? 30 Wat is de aard en conservering van paleo-ecologische resten? In welke mate en in welke context worden ze aangetroffen? Welke betekenis ontlenen zij of kunnen zij geven aan deze context? In welke mate kunnen ze bijdragen aan de datering van sporen, lagen, structuren? Welke informatie kunnen zij geven over landschap en vegetatie (voorafgaand, tijdens en/of na bewoningsfase(n)), voedseleconomie, verwerving en toepassing van organisch materiaal e.d.? Conclusie en evaluatie 31 Hoe verhouden de conclusies zich tot de resultaten van het eerdere onderzoek of andere bekende gegevens? In welke mate wijkt de geconstateerde waarde af
van de eerder toegekende waarde of van de gespecificeerde verwachting? 32 In welke mate zijn de gehanteerde strategieën en methoden effectief geweest? Indien het onderzoek niet volgens plan kon worden uitgevoerd, om welke reden en op welke wijze is van het PvE afgeweken? 33 Welke planologische beschermingsmaatregelen kunnen geadviseerd worden om de in-situ aanwezige archeologische resten in de directe omgeving van het onderhavige plangebied duurzaam te behouden?
10
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
3. Voorlopige resultaten 3.1. Bodemopbouw Tijdens het verkennend booronderzoek is een bodemopbouw van holocene komafzettingen op pleistocene overstromingsafzettingen op pleistoceen rivierterras aangetroffen. Het werd mogelijk geacht dat in de bouwvoor nog een laag jongere dijkdoorbraakafzettingen aanwezig is. In de top van het rivierterras en de overstromingsafzettingen is geen bodemvorming (paleosol) geconstateerd. Het ontbreken van bodemvorming wijst er op dat de bodem niet lang genoeg aan de oppervlakte heeft gelegen voor de vorming van vegetatie of dat de oorspronkelijke toplaag mogelijk is geërodeerd door latere overspoelingen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in elke proefsleuf minimaal 2 profielen gedocumenteerd van circa 1 m breed om de laagopeenvolging en de diepteligging van archeologisch relevante sporen en lagen vast te leggen. Ter hoogte van deze profielen zijn kijkgaten gegraven tot in het pleistocene niveau. De profielen zijn lithologisch beschreven volgens de NEN 5104, getekend en gefotografeerd. In totaal zijn 24 profielen gedocumenteerd (zie bijlage 3). Bij het veldonderzoek zijn geen afwijkingen van de laagopeenvolging aangetroffen zoals vastgesteld in het vooronderzoek (Afb. 2). Er is zeer weinig variatie in de laagopeenvolging binnen het plangebied. De bouwvoor (S9001) bestaat uit matig tot sterk siltige, bruingrijze, kalkloze, zwak humeuze klei.
Het betreft holocene komafzettingen, de siltfractie kan mogelijk het gevolg zijn van opname van jongere oeverafzettingen van de Waal in de bouwvoor. Voor een dergelijk binnenterrein is zeer weinig vondstmateriaal of puin in de bouwvoor aanwezig. De onderliggende laag bestaat uit grijze matig, kalkloze, siltige klei (S9002). Het pakket is geïnterpreteerd als komafzettingen. Vanuit deze laag zijn greppels ingegraven in de onderliggende laag. Onder de komafzettingen is een pakket oranjegrijze, sterk ijzerhoudende, kalkloze, matig siltige klei aangetroffen. In het pakket is waar mogelijk onderscheid gemaakt tussen een sterk mangaanhoudende laag (S9003) en een minder mangaanrijke laag eronder (S9004). Het pakket is geïnterpreteerd als de pleistocene overstromingsafzettingen (oeverafzettingen) behorende tot de Laag van Wijchen. Een vegetatiehorizont is niet aangetroffen in de top van dit pakket. Op basis van het niet gepubliceerde onderzoek in de wijk De Hutgraaf II is door de bevoegde overheid aangegeven dat hier gelijksoortige afzettingen zijn aangetroffen. Op locatie Hutgraaf II zijn deze afzettingen onder een vegetatiehorizont aangetroffen, op dit niveau zijn hier sporen uit de bronstijd aangetroffen. Het bovenliggende pakket komafzettingen (S9002) is als oude bouwvoor geïnterpreteerd.
Onder S9003/S9004 is een pakket grijs, sterk grindig zand aanwezig behorende tot het pleistocene rivierterras (S9005).
11
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
Afb. 2.
profielkolom 11, werkput 7
3.2. Sporen en Structuren Tijdens het veldonderzoek zijn een beperkte hoeveelheid sporen aangetroffen (zie Bijlage 2; Allesporenkaart en bijlage 6 Sporenlijst). Een aantal sporen is alleen in het profiel gedocumenteerd (S9, S11, S19, zie bijlage 4). Het eerste vlak is aangelegd op ca. 10-20 cm onder de bouwvoor in de relatief schone komafzettingen. Op niveau tekenden geen sporen af, de zichtbaarheid van sporen was matig tot slecht. Hierop is besloten om conform het PvE een tweede vlak aan te leggen in de top van de pleistocene oeverafzettingen van de Laag van Wijchen. Hier tekenden zich wel een aantal sporen af en was de zichtbaarheid van sporen uitstekend. De aangetroffen sporen bestaan grotendeels uit kuilen en greppels die zijn geïnterpreteerd als ontginningsgreppels of afwateringsslootjes. De sporen tekenen zich duidelijk af in de top van de afzettingen van de Laag van Wijchen. Een datering van deze greppels is niet met zekerheid vast te stellen aangezien ze voornamelijk gevuld zijn met vrij schone komafzettingen. Uit Spoor 4 en 6 is een roodbakkend baksteenfragmentje verzameld, uit Spoor 29 een roodbakkend geglazuurde aardewerkscherf.
12
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
Een aantal sporen zijn met zekerheid als recente verstoring geïnterpreteerd en onder spoornummer 999 ingemeten. Daarnaast zijn een aantal vierkante als recente verstoring geïnterpreteerde sporen waargenomen (o.a. S2 en S3). In Spoor 2 is een scherf roodbakkend geglazuurd aardewerk aangetroffen en een spijker. Een kuiltje in werkput 7 (S14) kan op basis van het recente glas en aardewerk als modern worden geïnterpreteerd. Een viertal aantal kuilen in werkput 8 zijn bemonsterd met het oog op 14C-dateringen, in de sporen zijn geen vondsten aangetroffen. Uitzondering vormt Spoor 16 waarin verbrand bot is aangetroffen.
Afb. 3.
Greppel S11 en S10 in het west en zuidprofiel van werkput 12 (profiel 10).
Afb.4.
Kuilen S15 tot S18 in het vlak van werkput 8.
13
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
Afb. 5.
Kuil met houtskool (S15) in werkput 8.
Afb. 6.
Kuil met verbrand bot (S16) in werkput 8.
14
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan > > 31 augustus 2023
3.3. Vondstmateriaal
3.3.1. Inleiding De vondsten aangetroffen tijdens de opgraving worden hieronder besproken. Er zijn tijdens de onderzoeken vondsten van diverse materiaalcategorieën verzameld (zie tabel 1 en bijlage 5 splitstabel). Er zijn archeologische vondsten verzameld uit verschillende werkputten, die op enkele uitzonderingen na allemaal zijn gevonden tijdens het laagsgewijs verdiepen van de werkputten tot het archeologisch relevante niveau waarop sporen zichtbaar konden worden. De vondsten zijn voornamelijk afkomstig uit de bouwvoor en het onderliggende pakket komafzettingen. Het metaal is over het algemeen verzameld door middel van metaaldetectie. Een zeer beperkt aantal vondsten is uit sporen verzameld. Een vijftal kansrijke sporen zijn bemonsterd met het oog op 14C-dateringen. Gezien het gebruik van het gebied als boomgaard en de ligging binnen een woonwijk zijn opvallend weinig vondsten verzameld. In tabel 1 worden de aantallen per categorie weergegeven. Daarbij is een voorstel opgenomen voor deselectie, uitwerking, conservering of deponering. In de volgende paragrafen wordt deze tabel per vondstcategorie verder toegelicht. Tabel 1 Aantallen vondsten, uitwerking, deponering, deselectie, conservering Materiaal
Aantal
Gewicht
Uitwerking
Deselectie
(gram) 530,6 98,5 554,2 482,3
Bouwkeramiek 10 1 10 Glas 9 1 9 Keramiek 103 2 101 Metaal 15 0 15 Monster * verbrand bot 1 1 0** Monster * houtskool 4 3 1** Natuursteen 4 28,2 0 4 Totaal 146 1693,8 8 140 *Niet geteld/* residu wordt gedeponeerd indien van toepassing.
Conservering
Deponering
0 0 0 0 0
0 0 2 0 1**
0 0 0
3** 0 6
3.3.2. Aardewerk In totaal zijn er 103 stuks aardewerk verzameld tijdens het veldwerk. Het gros van het aangetroffen aardewerk bestaat uit faience en roodbakkend en witbakkend geglazuurd aardewerk. Het aardewerk dateert in de nieuwe tijd en is voornamelijk verzameld uit de bouwvoor of de direct onderliggende komafzettingen. Gezien de historie van het gebied als boomgaard is het zeer goed mogelijk dat het materiaal als opbracht of verspoeld moet worden geïnterpreteerd. Een groot aantal fragmenten is afgerond en in matige staat waarbij vrijwel geen glazuur meer aanwezig is. Twee scherven zijn uit greppels verzameld ^4/Vnr. 17 en S297Vnr. 45), één scherf is
15
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
afkomstig uit een kuil ^2/Vnr. 15). Van deze vondsten wordt geadviseerd om deze te selecteren voor uitwerking en deze uiteindelijk te deponeren. Voor het overige vondstmateriaal wordt vanwege de recente aard en de herkomst deselectie voorgesteld. Deze vondsten zullen geen aanvullende informatie opleveren voor de beantwoording van de onderzoeksvragen.
3.3.3. Bouwkeramiek Van de in het veld waargenomen baksteenfragmenten zijn 10 fragmenten verzameld. Geen van deze resten is van voldoende afmeting om nadere determinatiemogelijk te maken. Slechts één fragment is uit een spoor afkomstig, voor dit fragment wordt voorgesteld om deze op te nemen in de eindrapportage en vervolgens te deselecteren. De overige 9 vondsten leveren geen aanvullende informatie op voor de beantwoording van de onderzoeksvragen. Voorgesteld wordt om deze vondsten te deselecteren.
3.3.4. Metaal De 15 verzamelde metalen voorwerpen zijn voornamelijk met behulp van een metaaldetector aangetroffen bij het verdiepen van het vlak. De resten zijn voornamelijk afkomstig uit de bouwvoor en de onderliggende komafzettingen. Een spijker en een slakfragment zijn verzameld uit spoor 2 een als (sub-)recent geïnterpreteerde kuil. De verzamelde metaalvondsten zijn door metaalspecialist T. Kauling gewaardeerd en gezien het beperkte aantal resten direct gedetermineerd (zie bijlage 5). Geen van de aangetroffen vondsten kan een bijdrage leveren aan het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Voorgesteld wordt om geen vondsten te selecteren voor uitwerking en alle vondsten te deselecteren.
3.3.5. (Dierlijk) bot Er is opvallend genoeg geen dierlijk bot aangetroffen buiten een kuiltje waarin verbrand bot is gevonden (S16, Afb. 6). Het spoor is bemonsterd met het oog op nadere determinatie en eventuele C14 datering. Het materiaal is te fragmentarisch om determinatie mogelijk te maken door gebruikelijke analyse. De grootste fragmenten zijn slechts enkele millimeters in omvang en vertonen geen diagnostische kenmerken die gebruikt kunnen worden voor een analyse. Inzet van DNA-analyse of ZooMS zal aangezien de resten sterk gefragmenteerd en wit verbrand zijn niet mogelijk zijn. DNA zal sterk aangetast zijn en uit onderzoek is gebleken dat de colageen peptiden geschikt voor ZooMS analyse slechts overleven tot een temperatuur van 250-300 graden Celsius. Aangezien de resten wit verbrand en geheel gecalcineerd zijn is sprake geweest van een veel hogere temperatuur ^ 700 graden). Het monster wordt wel geselecteerd voor C14-datering,
3.3.6. Natuursteen Er zijn 4 fragmenten natuursteen gevonden. Het betreffen drie kiezels verzameld met ander materiaal en een fragment verbrand natuursteen (metamorf, vermoedelijk leisteen) uit de komafzettingen in werkput 9. Geen van
16
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
deze vondsten kan een bijdrage leveren aan de beantwoording van de onderzoeksvragen. Geadviseerd wordt om de vondsten te deselecteren.
Afb.
Vondstnummer 5, werkput 8, verbrand steenfragment.
3.3.7. Monsters Tijdens het onderzoek zijn 5 monsters genomen. Het betreft vier houtskoolmonsters en het reeds hierboven beschreven monster met verbrand bot uit Spoor 16. Drie van de sporen kan niet op voorhand worden gedateerd doordat hierin geen vondstmateriaal is aangetroffen. Het monster uit Spoor 14 wordt niet aan nader onderzoek onderworpen gezien het recente materiaal dat in dit spoor is aangetroffen. Van het botmonster en drie van de houtskoolmonsters wordt voorgesteld om deze te laten dateren om hiermee de aard van de sporen in werkput 8 vast te kunnen stellen. De monsters zijn gewaardeerd op onderzoekspotentie door J. van der Laan van Cambium Botany.
17
Evaluatie- en selectierapport IVO-P Beuningen, Augustuslaan >
31 augustus 2023
4. Evaluatie en vervolgstappen 4.1.
Voorlopige conclusies
Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat het plangebied in een komgebied ligt, direct ten zuiden van de oeverwal waarop Beuningen is ontstaan. Voor het plangebied is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld, waarbij een middelhoge verwachting geldt voor het laat-paleolithicum t/m neolithicum, een hoge verwachting voor de Romeinse tijd en ijzertijd en een lage verwachting voor de overige periodes. Deze verwachting is gekoppeld aan landschappelijke elementen, voor de steentijd is dat het pleistocene rivierterras en mogelijk een daarbovenop afgezet pakket laat-pleistocene overstromingsafzettingen, en voor de Romeinse tijd en ijzertijd betreft dit eventuele crevasseafzettingen. Deze verwachting is op basis van het uitgevoerde booronderzoek gespecificeerd. Tijdens het verkennend booronderzoek is een bodemopbouw van holocene komafzettingen op pleistocene oeverafzettingen op pleistoceen rivierterrasafzettingen aangetroffen. Jongere dijkdoorbraakafzettingen zijn mogelijk omgewerkt in de bouwvoor vanwege de hogere siltfractie van deze toplaag. Aangezien er geen crevasseafzettingen zijn gezien en er ook geen cultuurlaag is aangetroffen onder de bouwvoor, is de verwachting voor het aantreffen van resten uit de Romeinse tijd en ijzertijd naar middelhoog bijgesteld.
Het betreft voornamelijk resten van activiteiten behorende tot het buitengebied van de nederzetting die ten westen van het plangebied ligt. Er werd rekening gehouden met sporen in de vorm van sloten en greppels met een lage dichtheid, ook qua vondsten. Ook in de onderliggende rivierterrasafzettingen werden geen archeologisch waarden verwacht. Bij het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek komt hetzelfde beeld naar voren dat ontstaan is op basis van het vooronderzoek. De aangetroffen sporen behoren tot het buitengebied van een nederzetting. In de sporen is zeer beperkt vondstmateriaal aangetroffen, het gaat in alle gevallen om roodbakkend geglazuurd aardewerk met een datering in de nieuwe tijd. Het is zeer goed mogelijk dat de greppels in het geheel in de nieuwe tijd gedateerd kunnen worden en niet gerelateerd zijn aan de Romeinse nederzetting. Dit kan echter niet met zekerheid worden vastgesteld. De sporen in werkput 8 zijn mogelijk wel wat ouder, datering van de monsters kan hierover uitsluitsel geven.
4.2.
Recapitulatie van de onderzoeksdoelstelling en onderzoeksvragen
Tijdens het verdere onderzoek zullen, voor zover de resultaten daartoe de mogelijkheid geven, antwoord worden gegeven op de onderzoeksvragen uit het Programma van Eisen. In onderstaand overzicht wordt per onderzoeksvraag de (on-)mogelijkheid aangegeven tot beantwoording op basis van de eerste onderzoeksresultaten en de verwachte resultaten van het specialistisch onderzoek.
Tabel 2 Aantallen vondsten, uitwerking, deponering, deselectie, conservering Onderzoeksvraag Beantwoording mogelijk
Noodzakelijke onderzoeken
Bodemopbouw en landschap 1
Hoe is de opbouw van het profiel (lithologische laagopeenvolging en bodemhorizonten)?
Ja
Profielen
2
Wat was (waarschijnlijk) het niveau van het maaiveld in de onderscheiden archeologische perioden?
Ja
Profielen
Welke hydromorfe kenmerken zijn in het profiel aanwezig (sporen van oxidatie en reductie) en op welke diepte(n)?
Ja
Profielen
4
Zijn er, gelet op de lokale lithologie, bodems en hydrologie, onverbrande dierlijke en plantaardige resten te verwachten? Zo ja, in welke context(en)?
Ja
Profielen
5
Zijn er sedimentiefases te onderscheiden in het profiel? Wat zijn de onderscheidende kenmerken daarvan? Wat is de geschatte datering? Heeft tussen de onderscheiden fases van sedimentatie bodemvorming plaats gevonden?
Ja
Profielen
6
Is er sprake van processen van bodemvorming, erosie, laterale verplaatsing, afdekking?
Ja
Profielen
In welke mate en waar is de bodem in het plangebied verstoord?
Ja
Profielen
Indien het onderzoek geen archeologische resten oplevert of categoraal beperkte (bijvoorbeeld alleen losse diffuus verspreide vondsten), welke verklaring is hiervoor te geven? In hoeverre is er sprake van: (Sub)recente verstoring en post-depositionele processen?
Ja
Beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden door bodemprocessen, methodische, technische, logistieke of personele beperkingen, weersomstandigheden, terreinomstandigheden (zoals huidig gebruik)?
n.v.t
10 Afwezigheid van bewoning en/of intensief landgebruik?
Ja
9
Profielen
Profielen, sporen, vondsten
11 Een combinatie van genoemde factoren?
Ja
Profielen, sporen, vondsten
Indien het onderzoek wel archeologische resten heeft opgeleverd: 12 Welke archeologische lagen zijn in het profiel te onderscheiden en wat is de diepte, dikte, textuur en vulling?
Nee
Niet van toepassing.
Lycens 13 Welke sporen zijn te onderscheiden en wat is de vorm, diepte, lengte, breedte, textuur, kleur, vulling?
Ja
14 Hoe is de horizontale en verticale spreiding van sporen en wat is hun samenhang?
Ja
15 In welke mate zijn lagen en sporen op vlakken te koppelen aan lagen in de profielen? Wat zijn de ingravingsniveaus?
Ten dele
16 Zijn begrenzingen van het sporencomplex vast te stellen?
Ten dele
Sporen, coupes, profielen Sporen, coupes, profielen Sporen, coupes, profielen Sporen, coupes, profielen
17 Wat is de aard en/of de functie en conservering van de sporen?
Ja
18 Wat is de relatieve en/of absolute datering van de sporen en spoorniveaus en waarop is de datering gebaseerd?
Ten dele
19 Zijn er (delen van) structuren te onderscheiden? Zo ja, a. Van welk soort (mogelijke) structuren? b. Welke (mogelijke) delen? c. Wat is de relatieve en/of absolute datering van de structuren? d. Waarop is/zijn de datering(en) gebaseerd? e. Is er bij steenbouw sprake van hergebruikt bouwmateriaal?
Nee
Niet van toepassing.
20 Welke fasering (relatieve en absolute datering) is in de vindplaats aan te brengen?
Nee
Niet van toepassing.
21 Zijn er aanwijzingen voor specifieke activiteiten (bijvoorbeeld ambachtelijk)? Zo ja, waaruit blijkt dat en welke kenmerken zijn hieraan te geven?
Nee
Niet voldoende
22 Zijn er aanwijzingen voor landgebruik (off-site-patronen) in de zin van wegen, percelering, akkers, grondstofwinning, etc.? Zo ja, hoe kunnen deze gedateerd worden?
Ja
23 Wat kan er op basis van de onderzoeksresultaten gezegd worden over de archeologische verwachting van het direct omliggende terrein?
Ten dele
24 Kan een verband met de nederzetting in het Heuvepark worden vastgesteld?
Mogelijk
Sporen, coupes, profielen C14- analyse, bestudering vondsten
gegevens, niet van toepassing. Bestudering vondsten. Stratigrafie. Sporen, Specialistisch onderzoek, profielen, coupes Afhankelijk van de resultaten van het C14-onderzoek
Lycens Vondsten en paleo-ecologische resten 25 Welke mobiele vondsten zijn gedaan? a. Om welke materialen, soorten, typen, functies, aantallen, gewichten gaat het en uit welke context komen de vondsten? b. Wat is de datering van de vondsten en waarop is de datering gebaseerd?
Ten dele
26 In welke mate bevinden vondsten zich in primaire positie/gesloten context en in welke mate gaat het om vondsten zonder context?
Ja
Vondsten/sporen
27 Welke conclusies zijn te trekken uit de fragmentatiegraad en de mate van conservering of verwering van vondsten?
Ja
Specialistisch
28 Wat is de vondstdichtheid (aantal scherven per m2) per vlak, per werkput en in het geheel? Zijn er plaatsen aan te wijzen met een opvallend grote vondstconcentratie en wat is de samenstelling ervan?
Nee
29 Wat is de aard en conservering van paleo-ecologische resten? In welke mate en in welke context worden ze aangetroffen? Welke betekenis ontlenen zij of kunnen zij geven aan deze context? In welke mate kunnen ze bijdragen aan de datering van sporen, lagen, structuren? Welke informatie kunnen zij geven over landschap en vegetatie (voorafgaand, tijdens en/of na bewoningsfase(n)), voedseleconomie, verwerving en toepassing van organisch materiaal e.d.?
Ja
Analyse monsters.
Ja
Synthese
31 In welke mate zijn de gehanteerde strategieën en methoden effectief geweest? Indien het onderzoek niet volgens plan kon worden uitgevoerd, om welke reden en op welke wijze is van het PvE afgeweken?
Ja
Synthese
32 Welke planologische beschermingsmaatregelen kunnen geadviseerd worden om de in-situ aanwezige archeologische resten in de directe omgeving van het onderhavige plangebied duurzaam te behouden?
Ja
Synthese
Specialistisch onderzoek.
onderzoek Te weinig relevante vondsten.
Conclusie en evaluatie Hoe verhouden de conclusies zich tot de resultaten van het eerdere onderzoek of andere bekende gegevens? In welke mate wijkt de geconstateerde waarde af van de eerder toegekende waarde of van de gespecificeerde verwachting?
4.3. Uitwerkingsplan
4.3.1. Structuren, grondsporen, vondstspreidingen Conform het in het PvE opgenomen uitwerkings- en conserveringsplan worden sporen en structuren niet verder uitgewerkt dan nodig is voor het maken van een basisrapportage volgens KNA 4.1. Alle sporen en structuren worden afgebeeld op een duidelijke en leesbare allesporenkaart. Op deze kaart worden ook verstoorde delen van het onderzoeksgebied aangegeven. Daarnaast wordt per periode en/of fase een overzichtskaart gemaakt van alle sporen en structuren indien mogelijk.
4.3.2. Analyse aardwetenschappelijke gegevens De uitwerking vindt plaats tot een niveau dat noodzakelijk is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen en geeft voldoende inzicht in de aangetroffen terreinomstandigheden om uitspraken te kunnen doen over de geogenese van de locatie en de geschiktheid voor bewoning en andere vormen van gebruik. De verzamelde aardwetenschappelijke gegevens worden op lithologische, lithogenetische, hydrologische en archeologische kenmerken beschreven.
4.3.3. Anorganische artefacten, organische artefacten en Archeozoölogische en botanische resten Aangeraden wordt om een deel van het vondstmateriaal nader te bestuderen conform het selectievoorstel in bijlage 5. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door KNA-gecertificeerde materiaalspecialisten. De uitwerking van anorganische en organische artefacten zal niet verder gaan dan nodig is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen in de basisrapportage.
4.3.4. Beeldrapportage Beeldrapportage wordt uitgevoerd conform KNA 4.1. Relevante tekeningen en/of foto's van vlakken, profielen, structuren, belangrijke individuele sporen (vlak en coupe) en vondsten worden voor publicatie gereed gemaakt. Het beeldmateriaal dient de locatie van het onderzoek, de werkwijze en de bevindingen te illustreren.
4.3.5. Eindrapportage Op basis van de specialistische rapportages en eventuele dateringen worden de eerste onderzoeksresultaten aangevuld in een basisrapportage conform KNA 4.1. De onderzoeksvragen zoals opgesteld in het PvE kunnen op basis van het uit te voeren specialistische onderzoek ten dele worden beantwoord. Voor een correcte beantwoording van de in het PvE gestelde onderzoeksvragen worden de resultaten vervolgens in een breder historisch kader geplaatst. De eindrapportage wordt binnen twee jaar na de laatste veldwerkdag opgeleverd. De definitieve rapportage wordt ter beschikking gesteld aan de opdrachtgever, het bevoegd gezag, RCE en het depot.
Literatuur >
Vos, P.L. ŭ S. de Vries, 2013: 2e generatie pateogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
>
Boshoven, E. H., B.J.G. van Snippenburg, N.W. Willemse, 2022. Archeologie ín de gemeente Beuníngen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen-, en beleidskaart. (RAAP-Rapport 5337). RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Weesp. Carmiggelt, A. P.J.W.M. Schuiten, 2002: Veldhandleiding archeologie, Archeologie Leidraad 1. Soldaat, M., 2021: Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O) Beuningen, Augustuslaan Gemeente Beuningen (GD). Lycens Archeologisch Rapport 123
Lijst van afbeeldingen Af a. 1.
Ligging plangebied en globale begrenzing onderzoeksgebied (bron achtergrondkaart: PDOK)
..5
Af a. 2.
profielkolom 11, werkput 7...................................................................................................
12
Afb. 3.
Greppel Sll en S10 in het west en zuid profiel van werkput 12 (profiel 10)...............................
13
Afb. 4.
Kuilen S15 tot S18 in het viak van werkput 8.........................................................................
13
Afb. 5.
Kuii met houtskool (S15) in werkput 8...................................................................................
14
Afb. 6.
Kuii met verbrand bot (S16) in werkput 8...............................................................................
14
Afb. 7.
Vondstnummer5, werkput 8, verbrand steenfragment..........................................................
17
Lijst van tabellen Tabel 1 Aantallen vondsten, uitwerking, deponering, deselectie, conservering.................................................15 Lijst van bijlagen Bijlage 1 Puttenkaart
24
Bijlage 2 Vlakhoogtes
25
Bijlage 3 Allesporenkaart
26
Bijlage 4 Profielen en coupetekeningen
27
Bijlage 5 Splitstabel met selectievoorstel
28
Bijlage 6 Spoorbeschrijvingen
31
Bijlage 1 Puttenkaart
180663
I I Plangebied Ü H Geplande werkputten l l Werkput - Vlak 1
180713
180763
0
25
180813
50
75
----------- ^-------
180863
100
125
180913
150 m
—i
180663
I I Plangebied Ü H Geplande werkputten l l Werkput - Vlak 2
180713
180763
0
25
180813
50
75
----------- ^-------
180863
100
125
180913
150 m
—i
180663
\U Plangebied Z ^ Geplande werkputten I I Werkput - Vlak 3
180713
180763
Q 25 ^—
180813
5Q 75 100 —--------,
180863
125
180913
15Q m
Bijlage 2 Vlakhoogtes
180713
180763
180813
180863
180913
180713
180763
180813
180863
180913
10 CT1
M \D . tn vl ui
180663
I I Plangebied O Werkput Vlakhoogte
150 m
Lycens
180663 429723
429673 429623 429573
I I Plangebied O Werkput Vlakhoogte
Bijlage 3 Allesporenkaart
Bijlage 4 Profielen en coupetekeningen
180663
180713
180763
180813
180863
180913
-p*
ro ud . cn
vi oj
4». IO . o» ro ÜJ
«X) cn fM *r
m iv ln cn rsi ^r
ro
Augustuslaan 180663
I I
I Plangebied I Werkput - Coupes
180713
180763
180813
180863
180913
180663
180713
180763
180813
180863
180913
-p*
ro ud . cn
vi oj
4». IO . o» ro ÜJ
«X) cn
fM *r
m iv ln cn rsi ^r
ro
180663
I I Plangebied I I Werkput ----- Profielen
180713
180763
180813
180863
180913
Jcítth.Uĵ t
rį
' «I l/ , u/ *? ^. i/Ao* !- s-2^ AG»
Ţ| t * h
(ř* f
^
fìcJ I * ' "t- . Ua p d
^ ^ 10 * . AG» , » to . CT' * ’ * ^ -jtf .
^
Of
/y ļ
ŗ ^ d - , i~P ĵ.
,
^ id*
A®, ,:^ , J-WJ
Soo»
Ś įÿioi
/í' ------ -
~
f j to. ;*öfc :^LÍJt?l çfiioo
ř'
1
5Ĵ*'
caJ». ; 0eaU- îl ÙXl.-Jl
^
i i
5CDe
7.
Z I
-*N*f
í»4! įOĎÎ
r*0*f .
M*, v*-Ck . P^‘ //Un ) ’ ^ ? Ĺ /- 1 . towy»
^ kSz'
\a M
:| J~o: ;,
įK řHŵfróŵ ŵ.'mCw u-i^^^^wctOí
Pî0pr.l C , W- 10,„Z k»« kũt './O *
, t ,
^00»
V
X»
ċ ŕQü^,K/'ļo';u ĵ, j ft Jķ,öř-í5 ’j
bĻj c ^ ^^\ĩr„1 't-o\oy ^?3
^ '
t: off
ÿ*a ? 00/ íV
f,, á);Pį,C 3» •7 y0^
Mt J*^l ^4İ JGüí
‘ I
^—A ^y
’
-«I.
fW 'S
J
Co*CI*It^İ .C , 'MtćJi/ì'
V»*ļ •’j iļ d
, įļtt3^*
^'•'"l,MtÄ*
İ
į* Ŵ AS* ,14 ■říT'aČ *1,6* VPí^Of’l
í^^iK' Dţ; ftñļtf i3ť\íï,yP
(DO 1 , U l , ĵi Q\JLcŗtL
9 i
pìoīk. I 7 , u/p l i/ ÍO*f V/r ! - to
t« »*mņy 4 ?QZ? OŲİ RCĄiļ -2*1 r\ -ļ^.A J CU*xaA ÍQtèUňą
n (oort SS
ŵ-f - O
^‘*l
\
CoLtį c işji+ŗ |i# ÿf loiļ
f3o2 ti å, Uŗ i1 , v/l lō‘l
A&k, f.70 , |ö- ĩ- 1 7»
AÍ'
^t-
' 70
4.»
yfci r*~
a-ï'ĩ' itíy 1
-t—
3*,-,
^003
■Jŵ J
-9
5
aOÔ r íc
USS
Jĵt . s» . h*. f0'!'**
ţr,vť o»
ŝ S’
U5ľ, Iļl , 3» /*ì*/ fe 1 ( Hl Cc*0 , y'ļť}
\ŞĻ
^7' 'ĵ* , «I/ ļ“ , l* z coo ,ÿ«pfJ
ÍH
bixc^HM?vFC2(*^) uí(ao,
n
vsì.c^^'v^n v'J|vUo,ù(^)
*,0-kU v(ï
^'/c^vii Uo.liJ(nhl\
ut''b\^icť,PL^ CLZvTĖvl
•V-
.vţ^ļļļ .
Ĩĩool
^?o«ř i
*
i.faōfc
í í' W
-V *6
~0“
»řî
í*į# W ľ'î vW lĄJhtifl* Jt , ' ř* J«X*j
x*
36į
/\
I-
P«*l
f —ř
C
1 W'
!
iį' ‘ \ 'ï ,.k
»
p'loļ
M
, vľf ? , K/ļ »o3
1AGh, M
lpVį » *-í l ?, Uŗ 7 ,
*
W*-** į
t01
pfo/.d
i
/A
7
A6\ I îo ,ii-r-!t
'b
n- Aj
^ p ^ i/l M
C\4f f'.20
0*5‘ ^
lOu - oi i y ^cou,. iy z*L. smi hĵiiico
w
‘*k. *30ot
5
I #
ļotí 2. «»w
\ -r
tu
y*»v
ĵjoöf D
í J«»î
4v*« åř^y^fu^ r-'Li1,**’ cįj’ Vr.Uf*, 'I, r**1 a ;-}
J*ĮJ
«u SM cAw b^ítn , *
5eo* oK touta V«^cUecZ’t-.
fo
‘■ţ
»*~J A Qt^ rV ƒ8. Vİ»H v/í/id^ 5*i»lí SU \n to3, z İ*|, , f ÜIą I fi, f**l Uu» co^ C IV, U/p^, \SİĨ A^,,:?of ,,-s-zī f
f"ö{\cJ
ŷu4(f
O** ‘.20: tî^
T'J .i.
éoL
\j\
io
Cci^pt S*Ç l‘^(p cľVI t ĩ 2.0 »Z ' öb
İİ»
PSí/'W^wŕiļ V^/ťW ĩf 'M|Í4C^ ^
.•tf
«ÎCg'
—r ~~ --: X ^íļCOi 'ï
TOT
A ř^fitií If, Kifl.lVlkl,lE,l^.' ,4^j f
r
-
'
ļ
S-i, ~
J ^o(
!
; ?6«?
1
-.\r*o (Lof* *|ì,uŗ ţ, .JnJ
İ7öo5
cxo"b , 1 ’o , n-t-1^ ćj\cj
*v ^L.
AL
-ö*
ksai . ĩ-1 ro»M baü^«/) ^?,kj^c 1
5ä *
í&ift S IS
t, vl z Olć*}
N^ *)^i
ns
^
ÍOUfQ i '7 lüf-S vl ï A6A »:?o, ip-r-z**
/ļ
ĵccl * I
ç3^ol t 1
ty,
, f* *uu
ày ,Usi ,şi, Ui. ft, , r”1 \ í KJľt # /«u ciy
kst, Jti
, üią i , ^v, ì
Cc^/jť ui.wpJ.y/ll A 4C.".'-V,I?-W. Z
TT
S tl
6*(} ćKV z ^Ĵ( b&ţýi*ļt-1 rt'r.'i .
y*
1 , »M vśJtęL*
í«oX
fÖMļfç 2J
k*0
J-Ŵ, //-5«í (\*/
^OO! t
■ļ
yoç
couft Çĩ - * S
\oiļz
Kt, t /o, \l-r-ĩ\ V
I
I
Sî í vyo Uf2 do mn l , /e| ÿt*fŗt! I* vo İ|S* cm ř^rv fci ļlefpidofityiĩì, v«
J., ,ĵV«.fvpİ
Bijlage 5 Splitstabel met selectievoorstel Vnr. Subnr. Spoor Vulling Put Vlak
Materiaal
Specifiek Aantal Gewicht
Omschrijving
Selectie Deselectie Conservering Deponering
1
0
9002
0
6
1
MXX
FER
1
76,1
deurbeslag/hekbeslag
0
1
0
0
2
0
9002
0
6
1
KER
KER
7
51,3
uit komafzettingen, roodbakkend geglazuurd
0
7
0
0
2
1
9002
0
6
1
BKR
-
1
18,4
sterk afgerond baksteenfragment
0
1
0
0
2
2
9002
0
6
1
MXX
NONFER
4
58,7
fragm. beslag ijzer
0
4
0
0
2
3
9002
0
6
1
SXX
-
1
6,6
kiezel
0
1
0
0
3
0
9002
0
9
1
KER
KER
5
14,4
3x faience, 2x roodbakkend
0
5
0
0
3
1
9002
0
9
1
GLS
-
1
10,5
bruin glasfragment
0
1
0
0
4
0
9002
0
9
1
KER
KER
5
29
uit komafzettingen, roodbakkend, steengoed, witbakkend
0
5
0
0
4
1
9002
0
9
1
BKR
-
3
17,1
uit komafzetting, baksteen rood
0
3
0
0
4
2
9002
0
9
1
GLS
-
1
18,5
uit komafzetting, groen flesbodem
0
1
0
0
5
0
9002
0
9
1
KER
KER
9
52,7
uit komafzettingen, steengoed, witbakkend geglazuurd en roodbakkend
0
9
0
0
5
1
9002
0
9
1
SXX
-
1
7,1
uit komafzetting, verbrand
0
1
0
0
6
0
9002
0
10
1
KER
KER
3
8,2
uit komafzettingen, faience
0
3
0
0
6
1
9002
0
10
1
GLS
-
3
25,5
Fragm. flesje, blauwwit glas
0
3
0
0
7
0
9002
0
10
1
KER
KER
5
50,4
uit komafzettingen, roodbakkend, 1x witbakkend
0
5
0
0
8
0
9002
0
10
1
KER
KER
1
5
uit komafzettingen, roodbakkend
0
1
0
0
8
1
9002
0
10
1
MXX
NONFER
3
270,7
fragm. beslag en fragm. kookpot
0
3
0
0
9
0
9002
0
11
1
KER
KER
2
3,6
uit komafzettingen, roodbakkend geglazuurd
0
2
0
0
10
0
9002
0
11
1
KER
KER
4
20,2
uit komafzettingen, roodbakkend geglazuurd
0
4
0
0
11
0
9002
0
11
1
KER
KER
5
34
uit komafzettingen, 3x roodbakkend, 2x witbakkend faience
0
5
0
0
Lycens Vnr. Subnr. Spoor Vulling Put Vlak
Materiaal
Specifiek Aantal Gewicht
12
0
9002
0
12
1
KER
KER
3
9
12
1
9002
0
12
1
MXX
NONFER
1
13
0
9002
0
12
1
KER
KER
13
1
9002
0
12
1
GLS
14
0
9002
0
12
1
14
1
9002
0
12
15
0
2
0
15
1
2
15
2
16
Omschrijving
Selectie Deselectie Conservering Deponering
2x faience, 1x steengoed
0
3
0
0
46,2
fragment plaatijzer
0
1
0
0
8
30,8
4x roodbakkend, 4x faience
0
8
0
0
-
1
22,2
bruin flesfragment
0
1
0
0
KER
KER
3
13,1
uit komafzetting, roodbakkend, 1x faience
0
3
0
0
1
MXX
NONFER
4
25,8
modern ijzer waaronder een fragment met plastic dopje
0
4
0
0
1
1
KER
KER
1
2,8
uit S2, roodbakkend geglazuurd
0
1
0
0
0
1
1
MXX
NONFER
2
4,8
spijker en gebroken slakfragm.
0
2
0
0
2
0
1
1
SXX
-
1
4,8
kiezel
0
1
0
0
0
9001
0
10
104
BKR
-
4
228,8
Demping op spoor 1
0
4
0
0
17
0
4
0
11
102
KER
KER
1
0
uit S4, roodbakkend geglazuurd, NT
1
0
0
1
18
0
6
0
11
2
BKR
-
1
205,6
uit S6, baksteenfragment roodbakkend, te klein
0
1
0
0
19
0
9001
0
8
1
GLS
-
1
2
uit bouwvoor, wit vensterglas
0
1
0
0
20
0
9001
0
8
1
KER
KER
1
0,6
uit bv, scherfje faience
0
1
0
0
21
0
9001
0
8
1
KER
KER
3
8,3
uit bv, witbakkend geglazuurd
0
3
0
0
22
0
9001
0
8
1
KER
KER
4
29,4
uit bv, porselein, steengoed, faience
0
4
0
0
23
0
9001
0
7
1
KER
KER
1
1,6
uit bv, witbakkend geglazuurd
0
1
0
0
24
0
9001
0
7
1
KER
KER
2
5,8
uit bv, witbakkend geglazuurd
0
2
0
0
24
1
9001
0
7
1
SXX
-
1
9,7
kiezel
0
1
0
0
25
0
9001
0
7
1
KER
KER
5
15,4
uit bv, 1x roodbakkend, 4x faience
0
5
0
0
26
0
14
0
7
2
OPK
-
1
0
HK monster
0
1
0
0
27
0
14
0
7
2
BKR
-
1
60,7
uit spoor, rood baksteenfragment
1
1
0
0
27
1
14
0
7
2
GLS
-
1
0
uit spoor, bruin glas
1
1
0
0
28
0
9001
0
4
1
KER
KER
2
22
uit bv, witbakkend
0
2
0
0
Lycens Vnr. Subnr. Spoor Vulling Put Vlak
Materiaal
Specifiek Aantal Gewicht
Omschrijving
Selectie Deselectie Conservering Deponering
29
0
9001
0
4
1
KER
KER
2
17,2
uit bv, steengoed en roodbakkend
0
2
0
0
29
1
9001
0
4
1
GLS
-
1
16,8
uit bv, groen flessenglas
0
1
0
0
30
0
9001
0
4
1
KER
KER
1
3,5
uit bouwvoor, scherfje roodbakkend
0
1
0
0
31
0
9001
0
4
1
KER
KER
1
1
faience scherfje uit bv
0
1
0
0
32
0
15
0
8
2
OPK
-
1
0
HK MONSTER
1
0
0
1
33
0
17
0
8
2
OPK
-
1
0
HK MONSTER
1
0
0
1
34
0
16
0
8
2
OPK
-
1
0
HK MONSTER
1
0
0
1
35
0
16
0
8
2
ODB
1
0
Verbrand bot, monster
1
0
0
1
36
0
9002
0
5
1
KER
KER
1
2,3
scherfje faience
0
1
0
0
37
0
9001
0
1
1
KER
KER
1
8,4
uit bv, steengoed
0
1
0
0
38
0
9001
0
1
1
KER
KER
2
5,3
uit bv, roodbakkend en witbakkend geglazuurd
0
2
0
0
39
0
9001
0
1
1
KER
KER
3
8
uit bv, 2x witbakkend, 1x roodbakkend
0
3
0
0
40
0
9001
0
1
1
KER
KER
1
2,3
uit bv, faience
0
1
0
0
41
0
9001
0
1
1
KER
KER
4
26,1
uit bv, 1x roodbakkend rand, 3x faience
0
4
0
0
42
0
9001
0
3
1
KER
KER
1
4,1
uit bouwvoor NT frame. schoteltje
0
1
0
0
43
0
9001
0
3
1
KER
KER
2
49,1
uit bouwvoor, NT, oortje steengoed plus inde fragm.
0
2
0
0
44
0
9001
0
3
1
KER
KER
3
7,3
steengoed, 1x witbakkend
0
3
0
0
45
0
29
0
3
2
KER
KER
1
12
roodbakkend geglazuurd
1
0
0
1
146
1690,8
8
140
0
6
Totaal
Bijlage 6 Spoorbeschrijvingen Spoor
Vulling
Vlak
Put
Type
Specifiek
Textuur
Vondst
Foto
1
0
10
2 GW
GW
Ks2
-
-
2
0
10
2 KL
KL
Ks2
15
18
3
0
10
2 KL
KL
Ks2
-
19
4
0
11
2 GW
GW
Ks2
17
24
5
0
11
102 GW
GW
Ks2
-
25
6
0
11
104 GW
GW
Ks2
18
26
7
0
11
-
Ks2
-
29
8
0
12
102 GW
GW
Ks2
-
-
9
0
11
104 KL
KL
Ks3
-
-
10
0
12
104 KL
KL
Ks2
-
-
11
0
12
103 KL
KL
Ks2
33
-
12
0
7
1 GW
GW
Ks3
-
9002
13
0
7
102 GW
GW
Ks2
-
38, 9003
14
0
7
2 PL
PK
Ks3
26, 27
36, 9004
15
0
8
2 KL
KL
Ks2
32
46, 9005
16
0
8
2 KL
KL
Ks2
34, 35
47, 9008
17
0
8
2 KL
KL
Ks2
-
49, 9006
18
0
8
2 SP
-
Ks3
-
48, 9007
19
0
8
103 KL
KL
Ks2
-
-
20
0
4
2 VS
VSR
Ks2
-
-
21
0
5
2 VERVAL
-
Ks2
-
59, 9009
22
0
5
104 KL
KL
Ks2
-
60, 9010
22
1
5
104 KL
KL
Ks2
-
60, 9010
23
0
5
104 KL
KL
Ks2
-
9011,9014
24
0
1
102 GW
GW
Ks2
-
9012
25
0
1
102 GW
GW
Ks2
-
70
2 VERVAL
26
0
2
2 KL
KL
Ks2
-
66, 9015
27
0
2
102 GW
GW
Ks2
-
73
28
0
2
102 GW
GW
Ks2
-
73
29
0
3
102 GW
GW
Ks2
45
74
9001
0
6
101 LG
LGBO
Ks3
16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 28, 29, 30, 31, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44
-
9002
0
6
1 LG
LGN
Ks2
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 36
-
9003
0
6
101 LG
LGN
Ks2
-
-
9004
0
6
101 LG
LGN
Ks2
-
-
9005
0
6
101 LG
LGN
Zs2
-
-
9006
0
7
103 LG
LGN
Zs2
-
-