CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 - bij toelichting - Nader onderzoek vleermuizen

Commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen5.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming

Locatie: Verlengde Reekstraat 1 Beuningen Rapportnummer: 2023-BE-0622 In opdracht van: S.F. Equestrian Stables B.V. Gasthuisbergweg 18 6603 KN Wijchen

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0622 Opdrachtgever S.F. Equestrian Stables B.V. Contactpersoon De heer S. Frederiks Locatie Verlengde Reekstraat 1 Beuningen Auteur Frenk van de Wal

Opleverdatum 22 september 2023 Uitvoerder

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 5 1.5 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 5

2.

BELEIDSKADER .............................................................................................................. 6 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 6 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 6 2.3 Zorgplicht .............................................................................................................................. 6

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 7 3.1 Situering plangebied ............................................................................................................ 7 3.2 Verblijfplaatsen vleermuizen ............................................................................................... 7

4.

ONDERZOEK ................................................................................................................ 10 4.1 Onderzoeksmethode .......................................................................................................... 10 4.2 Gebiedsfunctie .................................................................................................................... 13 4.3 Overige soorten .................................................................................................................. 14

5.

RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 15 5.1 Resultaten ........................................................................................................................... 15 5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding ......................................... 15 5.3 Aanbevelingen .................................................................................................................... 16

6.

BRONNEN ................................................................................................................... 17

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

SAMENVATTING

Opdrachtgever is voornemens om op de planlocatie, Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen, de bestaande manege te beëindigen en te slopen. Hiervoor zal circa 5.600m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Daarna wordt een gebruiksgerichte paardenhouderij gerealiseerd. De bestemming wordt gewijzigd van ‘Sport’ naar ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf ; gebruiksgerichte paardenhouderij’. Bij deze werkzaamheden is men gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht van S.F. Equestrian Stables B.V. is door Brabant Eco in juni 2023 een ecologische quickscan uitgevoerd. Volgens het rapport met nummer 2023-BE-0622 (d.d. 30 juni 2023) biedt het pand potenties voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarom is er op basis van voornoemde quickscan naar natuurwaarden geadviseerd om aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar het voorkomen van vleermuizen en de functie van het plangebied voor deze beschermde dieren. Deze rapportage is een verslaglegging van het gedane onderzoek met de te verwachten effecten en kan als addendum van de quickscan worden gebruikt. Het doel van het aanvullend vleermuisonderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van vleermuizen en zo ja, voor welke soorten en met welke functie.

Uitgevoerd onderzoek van juni tot en met september 2023 leidt tot de conclusie dat er waarnemingen zijn gedaan van twee vleermuissoorten in de directe omgeving van het plangebied, namelijk de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de rosse vleermuis (Nyctalus noctula). De gewone dwergvleermuis is foeragerend en passerend waargenomen, de rosse vleermuis is overvliegend waargenomen in de omgeving van het plangebied. Er zijn geen in- of uitvliegende, bouncende of baltsende vleermuizen bij de te slopen bedrijfsgebouwen of bedrijfswoningen waargenomen. Op basis van uitgevoerd veldonderzoek zullen de voorgenomen ontwikkelingen door gebrek aan verblijfslocaties en het ontbreken van een gebruiksfunctie geen invloed hebben op de aldaar voorkomende vleermuizen. Er zijn geen effecten te verwachten die van negatieve invloed zijn op de duurzame staat van instandhouding van de waargenomen soorten en hun functioneel leefgebied. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is dan ook niet nodig. Frenk van de Wal Brabant Eco September 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever S.F. Equestrian Stables B.V. is men voornemens om op de planlocatie Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen de bestaande manege te beëindigen en te slopen. Hiervoor zal circa 5600m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Daarna wordt ten behoeve van de paardenhouderij rijhallen, een stapmolen, paardenboxen, een kantine, een zadelkamer, wasplaatsen, een opslagruimte, een vergaderruimte, een kantoor, een foyer, een buitenbak, een longeercirkel, een bijgebouw, twee groomverblijven en één bedrijfswoning gerealiseerd. De bestemming wordt gewijzigd van ‘Sport’ naar ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf ; gebruiksgerichte paardenhouderij’. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om, voordat de ingreep plaatsvindt, onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Uit een ecologische potentie-inschatting uitgevoerd door Brabant Eco (Ecologische Quickscan met projectnummer 2023-BE-0622 d.d. 30 juni 2023) blijkt dat in het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Citaat uit het rapport: “Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde fauna niet worden uitgesloten.

Hierdoor wordt een nader onderzoek door middel van extra veldonderzoek naar vleermuizen aanbevolen.” Alle soorten vleermuizen zijn beschermd. Daarom heeft Brabant Eco in opdracht van S.F. Equestrian Stables B.V. in het plangebied onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen uitgevoerd. De bevindingen van dit vervolgonderzoek zijn beschreven in deze rapportage en de rapportage kan als addendum aan genoemde quickscan worden toegevoegd.

1.2 Doelstelling Het doel van het aanvullend nader onderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van vleermuizen en zo ja, voor welke soorten en met welke functie. Eveneens wordt naar aanleiding van de onderzoeksresultaten een effectbeoordeling gedaan om te toetsen of de Wet natuurbescherming wordt overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ingreep.

1.3 Centrale vraagstelling Vragen die centraal staan binnen dit nader onderzoek: o Welke vleermuissoorten maken functioneel gebruik van het plangebied en welke functies worden hierbij onderscheiden? o Heeft de ruimtelijke ingreep een negatief effect op aanwezige vleermuizen? o Is het naar aanleiding van de ruimtelijke ingreep noodzakelijk een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming?

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming, waarbij onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen en het functioneel gebruik. o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundig onderzoekers volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 van Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Dit protocol bevat de meest recente wetenschappelijke inzichten, waarbij per soort is voorgeschreven onder welke veldcondities, in welke periodes, met welke frequentie en voor welke duur onderzoek uitgevoerd dient te worden. o Bij het hanteren van het protocol, wordt in juridische zin voldaan aan de wensen die het bevoegd gezag stelt. Tevens wordt voldaan aan de inspanningsverplichting om tot een gedegen onderzoek te komen. o Bij het veldonderzoek is door Brabant Eco gebruik gemaakt van een batdetector, de Batlogger M/M2, voor het maken van geluidsopnames in het veld.

Voor de analyse van de geluidsopnames is gebruik gemaakt van het programma BatExplorer.

1.5 Geldigheid onderzoek Houdbaarheid van verspreidingsgegevens zijn aan een maximale periode gebonden. Voor zwaar beschermde soorten als vleermuizen geldt een bruikbaarheidsperiode van circa 2-3 jaar. Na deze periode zijn de gegevens verouderd en dient beoordeeld te worden of de gegevens voldoende up-to-date zijn om te gebruiken bij ruimtelijke ingrepen. Bovengenoemde geldigheidstermijnen zijn in de Wet natuurbescherming niet dwingend voorgeschreven en kunnen afwijken indien de omstandigheden ter plaatse dat verlangen. Voor dit alles geldt wel dat de planlocatie niet significant is veranderd waardoor nieuwe leefsituaties kunnen zijn ontstaan.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

2. BELEIDSKADER

Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.

2.1 Gebiedsbescherming Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland.

2.2 Soortenbescherming Het nader onderzoek naar vleermuizen voor het project is uitgevoerd in het kader van hoofdstuk 3 (soortenbescherming) van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (vogel- en habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten.

2.3 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Situering plangebied De planlocatie is gelegen aan de Verlengde Reekstraat 1, ten zuidoosten van de kern van Beuningen, in de gelijknamige gemeente. De planlocatie bevindt zich in het buitengebied van Beuningen, ter hoogte van Knooppunt Neerbosch, noordelijk van de A73. De directe omgeving van de planlocatie bestaat uit een gemengd agrarisch landschap en weilanden. Het plangebied bestaat uit bebouwing, grasvelden en verharding. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.

3.2 Verblijfplaatsen vleermuizen Tijdens het veldbezoek op 2 juni 2023, behorende bij de quickscan, kon de aanwezigheid van mogelijk vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen in het te slopen pand niet worden uitgesloten. Citaat en foto’s uit het rapport: “Het voorkomen van vleermuizen is op voorhand niet met zekerheid uit te sluiten. De bedrijfswoningen in het plangebied beschikken over een pannendak, met kieren en gaten waar vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen in kunnen vinden. Ook in de spouwmuren van het paardensportcentrum zijn meerdere open stootvoegen waargenomen. Een nader onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk.” Onderstaande afbeeldingen geven een aantal mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen weer.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Open stootvoegen in spouwmuur paardencentrum

Open stootvoegen in bedrijfswoning

3.3 Te verwachten soorten en functies Uit oriënterend onderzoek op 2 juni 2023 bleek dat op basis van habitatkenmerken de bedrijfswoningen en het paardensportcentrum mogelijk een functie hebben voor vleermuizen. De potentie voor vleermuizen bestaat uit kieren en gaten onder het pannendak van de bedrijfswoningen welke kunnen leiden naar ruimtes in de spouw. Ook het paardensportcentrum heeft mogelijk functie voor vleermuizen bestaande uit meerdere open stootvoegen. Het nader onderzoek naar vleermuizen heeft zich specifiek gericht op de te slopen bedrijfsbebouwing, maar de nadere omgeving is ook meegenomen. Bijlage 1, project Verlengde Reekstraat met nummer BE-0622 d.d. 5 juli 2023 geeft een overzicht van de waargenomen soorten vleermuizen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in onderstaande tabel.

TABEL: eventueel te verwachten voorkomende vleermuissoorten Soort Beschermings- Winter- Kraam- Zomerregime verblijf verblijf verblijf Franjestaart Wnb X X (Myotis nattereri) Habitatrichtlijn Gewone Wnb X X X dwergvleermuis Habitatrichtlijn (ook (Pipistrellus massapipistrellus) winterverblijf) Gewone Wnb X X X grootoorvleermuis Habitatrichtlijn (Plecotus auritus) Ruige Wnb X X dwergvleermuis Habitatrichtlijn (Pipistrellus nathusii) Watervleermuis Wnb (Myotis Habitatrichtlijn daubentonii)

Paarverblijf -

Verblijf in gebouwen Soms

Status*

X

Vooral

A

X

Vaak

VA

X

Soms

VA

-

Nooit

Z

Z

* A = algemeen, VA = vrij algemeen, Z = zeldzaam, ZZ = zeer zeldzaam

In de tabel staat per soort weergegeven waar verblijfplaatsen kunnen worden aangetroffen en de status van voorkomen in Nederland. Daarnaast is met een kruisje per soort aangegeven welke potenties het onderzochte plangebied en de nabije omgeving voor de desbetreffende soort heeft.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2017), kunnen in dit deel van het land daarnaast ook o.a. watervleermuis en de franjestaart voorkomen. Deze soorten zijn ook in de tabel opgenomen. Aangezien de te onderzoeken gebouwen zich in een stedelijk bebouwde omgeving bevinden, de werkzaamheden uitsluitend invloed hebben op de gebouwen en er geen geschikte bomen aanwezig zijn die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen, is er in dit onderzoek nadrukkelijk gelet op typisch gebouw bewonende soorten die voor hun verblijfplaats en foerageergebied niet afhankelijk zijn van bossen: de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de ruige dwergvleermuis. Er is tijdens de onderzoek rondes ook gelet op eventueel andere voorkomende soorten vleermuizen. De onderzoek tijden zijn verlengd voor de gewone grootoorvleermuis en meervleermuis volgens voorschriften in het Kennisdocument. Bij twijfel zijn opnames gecontroleerd met Bat Explorer.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

4. ONDERZOEK

4.1 Onderzoeksmethode Voor het in kaart brengen van mogelijke vleermuisverblijfplaatsen in het gebouw is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Het onderzoek is uitgevoerd door vooral te zoeken naar in- en uitvliegende vleermuizen. De echolocaties die vleermuizen uitzenden is voor ons hoorbaar gemaakt door gebruik te maken van de Batlogger M of M2 van Elekon. Ultrasone geluiden (range 10-150 kHz) worden door deze geavanceerde detector/recorder opgenomen. De Batlogger M registreert ook de GPS coördinaten (via een geïntegreerde GPS-ontvanger) en omgevingstemperatuur op het moment van opname. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden is er een opname gemaakt op een SDHC-kaart. Met de BatExplorer Software voor Windows werden opnames eventueel ook later geanalyseerd. De opnames werden in tijd en dus in het hoorbare bereik beluisterd. De software detecteert automatisch vleermuisgeluiden en geeft deze weer waarbij BatExplorer ondersteunende identificatie van soorten aangeeft. Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik.

Het weer is van invloed op de activiteiten van vleermuizen en daardoor op de doelmatigheid van het inventariseren. Harde wind (meer dan 3 Beaufort), langdurige regenval, dichte mist en temperaturen onder 7 tot 12 graden Celsius zijn (afhankelijk van de soort) belemmerende factoren. Vleermuisonderzoek is behoorlijk complex, doordat de soortgroep gedurende het jaar verschillende verblijfplaatsen kent, met elk hun eigen functie. Een verblijfplaats kan gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Daarom wordt het onderzoek uitgevoerd volgens het landelijk vastgesteld protocol voor vleermuisonderzoek: Vleermuisprotocol 2021, zoals opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Het Vleermuisprotocol 2021 is een door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) en het Netwerk Groene Bureaus goedgekeurde methodiek. De protocollen hebben tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Wet natuurbescherming. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie. De protocollen zijn opgesteld om het onderzoek voor de Wet natuurbescherming optimaal te laten verlopen.

Wanneer de protocollen in essentie zijn gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn. Onderzoeken die volgens deze protocollen uitgevoerd worden, kunnen in principe volstaan bij ontheffingsaanvragen en juridische procedures. De planlocatie is 5x bezocht (zie onderstaande tabel) door deskundig onderzoekers van Brabant Eco. De onderzoekers van Brabant Eco zijn deskundig zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bedoelt. Er wordt gewerkt vanuit de expertise van de te onderzoeken soorten opgedaan door ervaring, studie, vrijwilligerswerk en bijscholing onder andere door de opleidingen in natuur, vogels, amfibieën en reptielen en vleermuizen (planologie en analyse van geluiden) en scholing algemeen in ecologie en natuurwetgeving. Brabant Eco voert ecologisch onderzoek uit voor een opgebouwde kring van opdrachtgevers onder ecologische bureaus, overheden, bedrijven en particulieren.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 De onderzoeken zijn uitgevoerd door de deskundig onderzoekers: Tommy Peters (TP), Maartje Lucius (ML), Frank Mallens (FM), Jasper van den Hoven (JH), Ryan Neef (RN), Freek Rovers (FR), Dave Donders (DD), Bas Aarts (BA), Chris Raaijmakers (CR), Regilio Eijck (RE), Ewelina Slominska (ES), Koen van de Wal (KW), Rens Vermeijden (RV) en Frenk van de Wal (FW). Om de aanwezige vleermuizen zo goed mogelijk in kaart te brengen zijn er op verschillende momenten in het jaar veldwerkrondes uitgevoerd. De voorzomerbezoeken in 2023 zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven en eventueel de vlieg- en foerageerroutes. Hiervoor zijn 3 rondes uitgevoerd, waarvan 1 in de ochtend (ronde 2) en 2 avondrondes (ronde 1 en 3). Tijdens de nazomerronden lag de nadruk op het in kaart brengen van balts- en paarlocaties en daarmee indicaties voor winterverblijven. (ronde 4 en 5)

Datum 14-062023

23-082023

Ecoloog ML + TP +FM +JH +FW RN + FR + DD + BA + FM CR + TP + FR + JH + ML KW + RV +ES +RE

13-92023

RV + KW +ES +RE

05-072023 07-072023

Tijd 22:00 – 00:30

Functie Kraam- en zomer verblijfplaatsen

Temperatuur 18 C

Wind 4 BFT NO

Neerslag geen

Bewolking helder

02:30 – 05:30 22:00 – 00:30 20:45 00:00 20:00 – 23:00

Kraam- en zomer verblijfplaatsen

15C

4 BFT ZW

kwartier motregen

bewolkt

Kraam- en zomer verblijfplaatsen

23C

2 BFT NO

geen

bewolkt

Paarverblijfplaatsen

20C

2 BFT N

geen

Helder

Paarverblijfplaatsen

16C

1 BFT NO

geen

Half bewolkt

4.1.1 Avondbezoeken voorjaar De zomeravondbezoeken in juni en juli waren met name gericht op het vaststellen van verblijfplaatsen van vleermuizen in het te slopen gebouw. Er is vooral gelet op uitvliegende vleermuizen door op strategische posities te focussen op de te onderzoeken bebouwing door de vijf aanwezige onderzoekers. Deze stonden rondom de bebouwing verspreid en hielden ieder een deel in de gaten op uitvliegende vleermuizen. en voorafgaande aan het onderzoek is er gezocht naar sporen (vleermuiskeutels, invliegopeningen, afgebeten insectenvleugels en vetsporen) die duiden op de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Daarnaast is tevens gelet op foeragerende of passerende vleermuizen in en rond het plangebied. Tijdens de avondbezoeken is de gewone dwergvleermuis foeragerend en passerend tijdens het tweede uur van het onderzoek waargenomen. Er zijn twee waarnemingen van passerende en een foeragerende gewone dwergvleermuis. Aan de achterkant van de manege, de oostzijde van de stallen en boven de tuin van het woonhuis.

4.1.2 Ochtendbezoek 5 juli 2023 Het ochtendbezoek in juli, uitgevoerd door vijf deskundig onderzoekers was vooral gericht op het vaststellen van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing. Dit door te zoeken naar zwermende vleermuizen, eventuele invliegers en sporen van vleermuizen. Tijdens het onderzoek in de ochtend zijn in totaal vier (dezelfde?) gewone dwergvleermuizen passerend waargenomen. Een aan de oostzijde van de stallen, een tussen de stallen en het woonhuis en twee boven de mestvaalt achter de manege. Ook is er een rosse vleermuis waargenomen op hoogte overvliegend van oost naar west. Geen van deze waargenomen vleermuizen heeft een poging gemaakt tot invliegen, ook foerageerden ze, tijdens dit onderzoek, niet in het plangebied. Er zijn geen invliegende vleermuizen Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 waargenomen. Na het ochtendbezoek is er gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan.

4.1.3 Avondbezoeken najaar De avondbezoeken in augustus en september waren vooral gericht op het vaststellen van zwermgedrag bij verblijfplaatsen en baltsende gewone dwergvleermuismannetjes en ruige dwergvleermuismannetjes. Mannetjes van de gewone dwergvleermuis vliegen rond in hun territorium en roepen daarbij om vrouwtjes te lokken. Mannetjes van de ruige dwergvleermuis roepen meestal vanuit een verblijfplaats. De baltsgeluiden hebben een vrij lage frequentie (sommige mensen kunnen ze horen zonder detector), die dus vanaf een grote afstand zijn te horen. Het is daarom belangrijk dat er goed gekeken wordt naar waar de vleermuis baltsgeluiden maakt (m.b.v. een goede zaklamp en/of warmtebeeldcamera), zodat er duidelijk wordt in welke delen van gebouwen zich paarverblijfplaatsen bevinden en hoeveel territoria er aanwezig zijn in een plangebied. Op 23 augustus is er waarneming van een gewone dwergvleermuis en een rosse vleermuis. De gewone dwergvleermuis is passerend en kortstondig foeragerend waargenomen in de voortuin van de woningen. De rosse vleermuis is op hoogte vliegend waargenomen boven de westelijk gelegen paardenweides en vloog in zuidoostelijke richting. Ook tijdens het avondbezoek op 29 augustus zijn er slechts kortstondig twee passerende gewone dwergvleermuis waargenomen. Waarvan er ditmaal een kortstondig foerageerde nabij de bomen op de parkeerplaats.

Er zijn tijdens de onderzoeken in het najaar geen aantikkende of invliegende vleermuizen waargenomen. Ook zijn er tijdens de paarrondes in het najaar geen waarnemingen van baltsende vleermuizen in het plangebied gedaan.

4.1.4 Samenvatting en conclusies In de gehele onderzoeksperiode zijn in en nabij het plangebied twee vleermuissoorten waargenomen: de gewone dwergvleermuis, (Pipistrellus pipistrellus) en de rosse vleermuis (Nyctalus noctula). De gewone dwergvleermuizen zijn passerend en foeragerend waargenomen. De rosse vleermuis is twee keer overvliegend waargenomen. Er zijn geen in- of uitvliegende, bouncende of baltsende vleermuizen bij de te slopen bedrijfsgebouwen of woningen waargenomen. In onderstaande afbeelding worden de meest relevante waarnemingen van vleermuizen in en nabij het plangebied weergegeven. Gewone dwergvleermuizen worden met gele stippen, de vliegrichtingen met pijlen, de rosse vleermuis is met een rode stip aangegeven. Het plangebied is blauw omlijnd.

Plangebied blauw omlijnd, gewone dwergvleermuis in geel, rosse vleermuis in rood aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 De aangegeven waarnemingen betreffen alle waarnemingen tijdens alle uitgevoerde onderzoeken. Het is zeer aannemelijk dat hetzelfde individu tijdens meerdere rondes aanwezig was. Het bovenstaande figuur kan daarom een vertekend beeld geven over het werkelijke aantal vleermuizen in het plangebied. Alle volgens de Nationale Databank Flora en Fauna eventueel voorkomende vleermuissoorten kunnen, afhankelijk van de soort, in meer of mindere mate gebouw bewonend zijn. De gewone dwergvleermuis is tijdens het onderzoek foeragerend en passerend, de rosse vleermuis overvliegend in en rond het plangebied aangetroffen. De gewone dwergvleermuis is een typisch gebouw bewonende soort en gebruikt ruimten onder daken, in de spouwmuur en achter gevelbekleding als kraam-, zomer-, paar-, en overwinteringslocatie (Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). De rosse vleermuis is in West-Europa een uitgesproken boom bewonende soort. Zowel solitaire mannetjes, groepen vrouwtjes met jongen, als dieren in winterslaap gebruiken boomholten als onderkomen. Doordat de rosse vleermuis tamelijk luidruchtig is zijn ze en hun verblijfplaatsen relatief makkelijk te vinden Overige vleermuissoorten zijn niet waargenomen tijdens de veldbezoeken.

Afwezigheid van deze soorten nabij het plangebied geeft aan dat het plangebied geen functionele betekenis heeft voor deze soorten.

4.2 Gebiedsfunctie 4.2.1 Verblijfplaatsen/zwermgedrag Tijdens de veldbezoeken in de zomermaanden (juni-juli 2023) zijn er in het plangebied geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen gevonden. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. Tijdens de paarperiode (augustus-september) zijn er geen waarnemingen geweest van baltsende vleermuizen in en direct rond het plangebied. Op basis van de verrichte onderzoeksinspanning kan het voorkomen van verblijfplaatsen voor vleermuizen in het onderzochte de te slopen bebouwing worden uitgesloten.

4.2.2 Foerageergebied Uit het vleermuisonderzoek blijkt dat de directe omgeving van de te slopen bebouwing van geringe betekenis is voor vleermuizen als foerageergebied. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren, de ingreep en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen is. Gezien de geringe betekenis van het plangebied als foerageergebied, is geen sprake van een negatief effect op foeragerende vleermuizen. De gunstige staat van instandhouding van vleermuissoorten komt niet in het geding.

4.2.3 Vliegroutes In de directe omgeving zijn er aantal structuren (bomenrijen en bebouwing) aanwezig die als vliegroute kunnen dienen. De aan de westzijde naast het plangebied gelegen houtwal zal behouden blijven tijdens de voorgenomen werkzaamheden. Ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep worden ook overige structuren niet aangetast. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt er geen vliegroute aangetast.

4.2.4 Paarterritoria Tijdens de bezoeken in de paarperiode zijn er geen baltsende vleermuizen waargenomen in of direct rond het plangebied. De te slopen bebouwing hoort zeker niet tot een territorium en er zijn geen paarverblijven aanwezig.

4.2.5 Winterverblijfplaatsen De gebouwen zijn ongeschikt als massawinterverblijfplaats. De afwezigheid van zwermactiviteiten tijdens de najaarsonderzoeken bevestigt dit.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 De aanwezigheid van paarverblijfplaatsen is voor de gewone dwergvleermuis vaak een indicatie dat gebouwen ook geschikt zijn als winterverblijfplaats voor een kleine groep of solitair overwinterende gewone dwergvleermuizen. Afhankelijk van het type bebouwing zijn deze winterverblijfplaatsen alleen geschikt in milde winters of ook tijdens strenge vorst. Omdat er geen zomer- of paarverblijfplaatsen zijn vastgesteld in het plangebied is het onwaarschijnlijk dat er kleine winterverblijfplaatsen van solitair overwinterende vleermuizen in de bebouwing aanwezig zijn.

4.3 Overige soorten Volledigheidshalve is tijdens het onderzoek gelet op de aanwezigheid van kleine zoogdieren en nestindicatief gedrag van overige gebouw bewonende soorten zoals spreeuw en kauw welke mogelijk aanwezig zijn nabij het plangebied. Er zijn hiervan geen waarnemingen gedaan. Tijdens de onderzoeken zijn er boven het plangebied enkel op grote hoogte gierzwaluwen waargenomen. Aan de gevels van de te slopen bedrijfswoningen en onder het pannendak bevinden zich nesten van respectievelijk huiszwaluwen en huismussen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

5. RESULTATEN EN ADVIES

5.1 Resultaten o o o o o o

o o o o

Er zijn in en nabij het plangebied twee soorten vleermuizen waargenomen, de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de rosse vleermuis (Nyctalus noctula). Het onderzoek vond plaats van juni 2023 tot en met september 2023. Het gehele plangebied met daarbij alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Bij inspectie van het plangebied bij daglicht zijn geen vleermuiskeutels of andere sporen gevonden die duiden op vleermuisverblijfplaatsen. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen in de te slopen bedrijfsgebouwen of bedrijfswoningen. De omgeving rond het plangebied fungeert als foerageergebied voor maximaal twee of drie dwergvleermuizen. Gelet op dit kleine aantal en het ruime aanbod aan vergelijkbaar foerageergebied in de omgeving is het geen essentieel foerageergebied. Een onmisbaar foerageergebied binnen de plangrenzen is niet aan de orde. Er zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een essentiële vliegroute. Eventuele vliegroutes zullen behouden blijven. Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Het zogenaamde najaarszwermgedrag is niet waargenomen. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen.

5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding De voorgenomen ontwikkelingen zullen geen invloed hebben op de in het plangebied of directe omgeving voorkomende vleermuizen. Er worden geen verblijfplaatsen aangetast en er worden geen essentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied aangetast. Daarmee kan gesteld worden dat de duurzame instandhouding van de aangetroffen vleermuissoorten niet in gevaar zal komen door de geplande ontwikkeling. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is daarmee niet nodig. Er zijn geen zomer-, kraam-, paar-, of winterverblijfplaatsen aangetroffen in het plangebied. Zodoende worden er met de sloop geen verbodsartikelen overtreden van de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsverzoek bij bevoegd gezag niet noodzakelijk. Daarnaast kan de nieuwbouw natuurinclusief ontworpen en uitgevoerd worden. Dit houdt in dat er definitieve verblijfplaatsen en een geschikte leefomgeving voor gebouw bewonende soorten zoals huismussen en vleermuizen worden gerealiseerd in en om de nieuwbouw. De gewone dwergvleermuis is in Nederland de meest algemene soort. Hij kan vrijwel overal in Nederland aangetroffen worden. Ook komt de gewone dwergvleermuis algemeen voor in de omgeving van het plangebied, de gemeente Beuningen en elders in de provincie Gelderland.

De rosse vleermuis is een uitgesproken boombewoner en wordt zelden in gebouwen aangetroffen. Net als de gewone dwergvleermuis komt de rosse vleermuis vrij algemeen voor in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn geen bouncende of invliegende vleermuizen waargenomen, waardoor aangenomen mag worden dat er geen verblijfplaatsen in de bedrijfsgebouwen of bedrijfswoningen aanwezig zijn. Zie de afbeelding hierna voor recente verspreidingsinformatie van de gewone dwergvleermuis en de rosse vleermuis.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Verspreiding gewone dwergvleermuis. Bron: verspreidingsatlas.nl

Verspreiding rosse vleermuis

5.3 Aanbevelingen o

Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn dus afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen. Er zijn onderhoudsvrije vleermuiskasten in de handel die kunnen worden ingemetseld of die eenvoudig te bevestigen zijn aan muren. Deze positieve maatregelen zijn veelal eenvoudig en met geringe meerkosten in of bij nieuwbouw en renovaties toe te passen. (www.checklistgroenbouwen.nl) (www.bouwnatuurinclusief.nl)

o

o

o

Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes. De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Verder kunnen er vogels broeden in de omgeving van het plangebied. Werkzaamheden die een verstorend effect op broedende vogels veroorzaken dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli). Bij onvoorziene omstandigheden dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Nader onderzoek vleermuizen Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

6. BRONNEN

Voorafgaand Quickscan Brabant Eco d.d. 30 juni 2023 (nummer 2023-BE-0622)

Websites www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl www.vivarapro.nl www.checklistgroenbouwen.nl www.zoogdiervereniging.nl

Andere bronnen Netwerk Groene Bureaus Checklist Vleermuisprotocol Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Uitvoerportaal Verlengde Reekstraat

BE-0622

107 records Middelpunt < 1km²

Middelpunt > 5km²

Middelpunt 1km² - 5km²

Vlak

schaal 1 : 25000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

5 juli 2023 16:41:41

1

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Verlengde Reekstraat

BE-0622 Zoekvraag Soort

Soortgroep

Wet en Beleid

Periode

Alle

Vleermuizen

Wnb - andere soorten 5 juli 2018 tot 5 juli (NB) 2023 Jaarrond beschermde nesten Wnb - Vogelrichtlijn Wnb - Habitatrichtlijn

Samenvatting

Bronhouder

Zoekgebied

Alle

Alles rakend aan of binnen zoekgebied

(unieke soorten) / totaal aantal waarnemingen Beleid

Wnb - Habitatrichtlijn Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone/Ruige dwergvleermuis

(3) 107 105 1 1 Soortgroepen

Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone/Ruige dwergvleermuis

(3) 107 105 1 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

5 juli 2023 16:41:41

2

Auteur: Jeannette Welten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=e01a4a3d-b146-4e00-accb-42f483ed2787