CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - bij toelichting - Ecologische quickscan flora en fauna

Commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen12.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Verlengde Reekstraat 1 Beuningen Rapportnummer: 2023-BE-0622 In opdracht van: S.F. Equestrian Stables B.V. Gasthuisbergweg 18 6603 KN Wijchen

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0622 Opdrachtgever S.F. Equestrian Stables B.V. Contactpersoon De heer S. Frederiks Locatie Verlengde Reekstraat 1 Beuningen Auteur Frenk van de Wal

Opleverdatum 30 juni 2023

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4

2.

BELEIDSKADER .............................................................................................................. 5 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 7 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 7

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 9

4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 11 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 12 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 12

5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 17 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 17 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 19

6.

RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 28 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 28 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 28 6.3 Toelichting op nader onderzoek ........................................................................................ 29

7.

BRONNEN ................................................................................................................... 30

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

SAMENVATTING

Opdrachtgever is voornemens om op de planlocatie, Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen, de bestaande manege te beëindigen en te slopen. Hiervoor zal circa 5600m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Daarna wordt een gebruiksgerichte paardenhouderij gerealiseerd. De bestemming wordt gewijzigd van ‘Sport’ naar ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf ; gebruiksgerichte paardenhouderij’. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing kan niet met zekerheid worden uitgesloten.

Hierdoor zijn de effecten met voorgenomen werkzaamheden mogelijk van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van vleermuizen en hun functioneel leefgebied. Derhalve vindt mogelijk overtreding plaats van de Wet natuurbescherming. Een nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk voordat met de werkzaamheden aangevangen wordt. Indien er verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen in de te slopen stallen of bedrijfswoningen zal een ontheffing bij het bevoegd gezag dienen te worden aangevraagd. Daarnaast zijn in het plangebied in en aan de te slopen bedrijfswoningen nesten van huismussen en huiszwaluwen aanwezig. Voordat met de werkzaamheden begonnen kan worden zal er een mitigatieplan dienen te zijn opgezet en een ontheffing bij het bevoegd gezag te zijn verkregen voor het verstoren van het leefgebied met nestlocaties van huismussen. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. De zorgplicht is altijd van toepassing. Frenk van de Wal Brabant Eco Juni 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever S.F. Equestrian Stables B.V. is men voornemens om op de planlocatie Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen de bestaande manege te beëindigen en te slopen. Hiervoor zal circa 5600m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Daarna wordt ten behoeve van de paardenhouderij rijhallen, een stapmolen, paardenboxen, een kantine, een zadelkamer, wasplaatsen, een opslagruimte, een vergaderruimte, een kantoor, een foyer, een buitenbak, een longeercirkel, een bijgebouw, twee groomverblijven en één bedrijfswoning gerealiseerd. De bestemming wordt gewijzigd van ‘Sport’ naar ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf ; gebruiksgerichte paardenhouderij’. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

2. BELEIDSKADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Verlengde Reekstraat 1, ten zuidoosten van de kern van Beuningen, in de gelijknamige gemeente. Beuningen is een gemeente gelegen in de provincie Gelderland en bestaat uit de dorpskernen Beuningen, Ewijk, Weurt en Winssen. De gemeente telde op 31 januari 2023 26.576 inwoners (bron CBS) en heeft een oppervlakte van 47,5 km2. Beuningen ligt in het Rijk van Nijmegen in de oksel van knooppunt Ewijk met aan de zuidzijde de A73 en ten westen de A50. In het oosten grenst Beuningen aan rivier de Waal en aan de oostkant aan Nijmegen. De planlocatie bevindt zich in het buitengebied van Beuningen, ter hoogte van Knooppunt Neerbosch, noordelijk van de A73. De directe omgeving van de planlocatie bestaat uit een gemengd agrarisch landschap en weilanden. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Beuningen

Nijmegen

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, grasvelden en verharding. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit een bestemmingswijziging van de planlocatie aan de Verlengde Reekstraat 1 te Beuningen. Het voornemen is om de bestaande manege te beëindigen en te slopen. Hiervoor zal circa 5600m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Daarna wordt ten behoeve van de paardenhouderij rijhallen, een stapmolen, paardenboxen, een kantine, een zadelkamer, wasplaatsen, een opslagruimte, een vergaderruimte, een kantoor, een foyer, een buitenbak, een longeercirkel, een bijgebouw, twee groomverblijven en één bedrijfswoning gerealiseerd. De bestemming wordt gewijzigd van ‘Sport’ naar ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf ; gebruiksgerichte paardenhouderij’. Om de plannen mogelijk te maken zal de vorm van het bouwvlak enigszins veranderd worden, zodat alle bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak gebouwd kan worden. De oppervlakte van het bouwvlak blijf gelijk en zal dus niet toenemen. Echter zal de bebouwingsoppervlakte binnen het bouwvlak met circa 1400m2 toenemen. De beoogde bebouwingsoppervlakte is circa 7000m2.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Beoogde situatie. Bron: Van Santvoort Advies

Sfeerimpressie. Bron: Van Santvoort Advies

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Gelderland De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Gelderland.

4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er van 17 tot 27 mei 2023 699 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk algemene soorten, maar ook

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 22 zeldzame soorten zoals gele kornoelje, peperkers, kuifvlinder, beemdkroon en plasrombout. Binnen een kilometer rond het plangebied zijn er 73 waarnemingen. Dit zijn waarnemingen van algemeen voorkomende soorten.

Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl. d.d. 27-05-2023

4.2 Veldonderzoek Op vrijdag 2 juni 2023 in de voormiddag heeft ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een noordenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 11 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder lenteachtige omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied met een totale oppervlakte van bijna 2,5 hectare bestaat voor het grootste deel uit paardenweides met daarnaast twee bedrijfswoningen, en een paardensportcentrum met twee rijhallen,

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 horecagebouw, paardenboxen en een vrijstaande schuur met ernaast mestopslag en stapmolen omgeven door paddocks en buitenweides.

Bestaande situatie. Bron: Van Santvoort Advies

De bedrijfswoningen a en b zijn gebouwd met spouwmuren van baksteen en een pannendak met overstek. Er zijn tijdens het veldbezoek diverse nesten van huiszwaluwen aan de overstekken van de daken van deze woningen waargenomen en ook diverse huismussen met nesten onder de pannendaken van de bedrijfswoningen.

Voorzijde bedrijfswoningen

Achterzijde bedrijfswoningen

Het paardensportcentrum C met een oppervlakte van ongeveer 4.000 m2 bestaat uit twee rijhallen met ertussen een horecagelegenheid, ruitersportzaak en wasboxen voor paarden. In het noordelijkste deel zijn paardenboxen gehuisvest. Het totale dak bestaat uit 3 afzonderlijke kappen welke van sandwichpanelen zijn. De muren zijn spouwmuren met open stootvoegen en ruime raampartijen in de zijgevels. Rondom is het dak voorzien van een ruime overstek. De kopgevel van de middelste kap aan de voorzijde is betimmerd met hout.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Overzicht paardensportcentrum vanaf entree

Voorzijde paardenstallennoordoost

Paardensportcentrum voorzijde

Zijgevel rijhal zuidoost

Achtergevel paardensportcentrum zuidwest

Achterzijde paardensportcentrum

Zijgevel paardenstallen noordwest

Achterzijde paardensportcentrum zuidwest

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Binnenzijde met paardenboxen

Binnenzijde rijhal 2

Horeca

Binnenzijde rijhal 1

Aan de achterzijde van de drie hallen staat een deels open schuur met binnen droogstapmolen en een mestvaalt ernaast. De schuur is gebouwd met een golfplaten dak en wanden van damwand en aan een zijde geheel open. De schuur is niet geïsoleerd wordt gebruikt voor de opslag van voeders en stalling van machines.

Voorzijde schuur

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Stapmolen met rechts mestvaalt

15

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Binnenzijde schuur

Paardenboxen in schuur

De bebouwing wordt omsloten door tuin bij de woningen en vooral paddocks en paardenweides rondom het paardensportcentrum. Alle gebouwen zijn bereikbaar via een verharde tussenruimte en inrit van asfalt. Aan de voorzijde bevinden zich parkeerplaatsen met bomen waaronder plataan en eik. Deze bomen zullen tijdens de werkzaamheden behouden blijven. Ten noordoosten van het plangebied is een water gelegen als gevolg van zandafgravingen.

Voorzijde plangebied met parkeerplaats en bomen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Aanzicht vanaf inrit met rechts bebouwing en links zandafgraving.

16

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 2,8 kilometer afstand van noordelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000 gebied Rijntakken. Op ongeveer 12,1 kilometer afstand naar het zuidoosten ligt Natura 2000 gebied Wyler Meer en zuidoostelijk op 12,2 kilometer Natura 2000 gebied Vogelschutzgebiet ‘Unterer Niederrhein’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in rood en blauw aangegeven.

Minimaal 2,7 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven.

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 770 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.

Minimaal 770 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlas Leefomgeving

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

5.2 Soortenbescherming Bijlage 1, project Verlengde Reekstraat met nummer BE-0620 d.d. 27 mei 2023 geeft een overzicht van de waargenomen plant- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. De soorten worden per alinea beschreven.

5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit grasveld en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Conclusie Het volledige plangebied is bebouwd, verhard of wordt gebruikt als paardenweide. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Enkel algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem tussen de betonklinkers en gaten in de erfverharding werden aangetroffen zoals paarse dovenetel, herderstasje, paardenbloem. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 10 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 3 vleermuissoorten, 5 marterachtigen en 2 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Ruige dwergvleermuis

Afstand plangebied 0-2 km

Habitat en bescherming

0-2 km

Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd

0-2 km

Vooral bomen, strikt beschermd

Vooral bebouwing, strikt beschermd

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. Het voorkomen van vleermuizen is op voorhand niet met zekerheid uit te sluiten. De bedrijfswoningen in het plangebied beschikken over een pannendak, met kieren en gaten waar vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen in kunnen vinden. Ook in de spouwmuren van het paardensportcentrum zijn meerdere open stootvoegen waargenomen. Een nader onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk.

Open stootvoegen in spouwmuur paardencentrum

Open stootvoegen in bedrifswoning

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Marter soort Bunzing Das Hermelijn Steenmarter Wezel

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd

Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Hermelijn De hermelijn komt in alle habitats voor, van open plekken, in bossen, houtwallen, duinen, akkers, vochtig terrein. De enige voorwaarde is dat er voldoende dekking aanwezig is. De hermelijn is zowel overdag als ‘s nachts actief en is een actief jager. Het is een karnivoor die vooral op kleine zoogdieren jaagt. De hermelijn leeft in een hol, meestal een oud mollen nest of konijnennest en verplaatst zich meestal langs lijnvormige elementen die dekking bieden zoals heggen, muurtjes en oeverlijnen. Ook maakt hij hierbij geregeld gebruik van holen van andere dieren.

Een hol of gang moet een doorsnede hebben van vijf centimeter. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor marterachtigen ontbreken geheel. Het plangebied is te opgeruimd en de stallen worden bezemschoon gehouden. Daardoor zijn er voor marterachtigen geen ruigtehoekjes aanwezig om te schuilen. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze.

Doordat de bestaande houtwallen en verdere vegetatie rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de kleine marterachtigen niet verslechteren. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Gelderland tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Overige soort Bever Eekhoorn

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Bescherming Beschermd Beschermd

Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever of eekhoorn. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Gelderland tot de vrijgestelde soorten. Conclusie In het plangebied zijn verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bedrijfswoningen en paardensportcentrum niet met zekerheid uit te sluiten. Door de uitvoering van de voorgenomen activiteiten kunnen vleermuizen verstoord, verwond of gedood worden en kunnen er rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield worden. Een nader onderzoek naar vleermuizen wordt geadviseerd om te beoordelen of een ontheffing naar deze soortgroep nodig is. Het is daarnaast mogelijk dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Het voorkomen van essentieel leefgebied van marterachtigen, bevers of eekhoorns is met zekerheid uit te sluiten. Mitigerende maatregelen Nader onderzoek is nodig om uit te kunnen sluiten of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de te slopen woningen en paardencentrum in het plangebied. Dit om met zekerheid overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden bepaald welke effecten optreden, of een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen dient te worden uitgevoerd tussen 15 mei en 30 september.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend

22

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km

3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust - en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Op de planlocatie zouden de bedrijfswoningen de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied zijn weliswaar geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden, maar hiervan zijn geen waarnemingen gedaan. Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al.

2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Er zijn tijdens het veldbezoek huismussen een tiental huismussen waargenomen rond en nabij de bedrijfswoningen. Deze hebben nesten onder het pannendak van de woningen en schuilgelegenheden in de eromheen gelegen tuin met hagen.

Huismussen op dak van bedrijfswoningen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Ooievaar, roek, grote gele kwikstaart en roofvogels Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze uitgesloten kan worden. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen bomen met nesten in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Boerenzwaluw In het paardencentrum zijn op leidingen en balken twee nesten van boerenzwaluwen waargenomen. Deze hebben toegang tot de stallen via open deuren, terwijl de open nok geheel gesloten is voor vogels met mussengaas. Er is ook een leeg derde nest gevonden in deze stal. De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd.

Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Van boerenzwaluwen zijn nestplaatsen jaarrond beschermd als er weinig of geen vervangende nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. Voor de aanwezige nesten van de boerenzwaluw zullen deze winter vervangende nestplaatsen moeten worden aangeboden. Ook is het plaatsen van een zogenaamde zwaluwdraad aan te bevelen. Vervangende nestplaatsen kunnen bestaan uit plankjes met een oppervlak van 15 x 15 cm waarop een nest gebouw kan worden. Deze plankjes moeten in een toegankelijke schuur of onder een overkapping worden aangebracht. De sloop van de paardenstal met nesten moet worden uitgevoerd in de periode september – april. Buiten deze periode kunnen nesten in gebruik zijn.

Boerenzwaluw met nest in te slopen paardenstal

Oud en verlaten nest van boerenzwaluw

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Huiszwaluw Onder de witte overstek van de bedrijfswoningen zijn aan alle kopgevels nesten van huiszwaluwen aangetroffen. Ook onder de met hout betimmerde overstek aan de voorzijde van het paardensportcentrum bevinden zich nesten van huiszwaluwen. Een deel van de nesten was afgebroken. De huiszwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en dus zijn ook deze nestplaatsen jaarrond beschermd. De huiszwaluw broedt in kolonieverband en bouwt een komvormig nest tegen rotswanden in hun natuurlijke omgeving. Echter zijn bakstenen gebouwen een uitstekend substituut en broedvogels bouwen dan ook vaak hun nest onder de gevels van gebouwen. Er zijn onder de gevels van de bedrijfswoningen in totaal 28 intacte nesten geteld, waarvan het merendeel ook bezet was tijdens het veldbezoek. Voordat de woningen en voorzijde van het centrum gesloopt zullen worden zal er om de huiszwaluwen te ondersteunen een tijdelijke voorziening moeten worden gemaakt waar huiszwaluwen ondersteund worden in het bouwen van nesten.

Nesten van huiszwaluw onder overstek bedrijfswoningen

Nesten huiszwaluw voorzijde paardencentrum

Huiszwaluwen

Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is aan de randen van het plangebied en in de tuinen van de bedrijfswoningen geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Conclusie Er zijn tijdens het veldbezoek geen bomen met nesten waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. De gecultiveerde tuin biedt wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten zoals de huismus. De beoogde ontwikkeling kan negatieve effecten hebben op het leefgebied van beschermde vogelsoorten. Er kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren gaan. Hiervoor zal een ontheffing aangevraagd dienen te worden nadat er reen mitigatieplan is opgesteld. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander

Afstand plangebied 0-2 km

Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd

De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. Het is echter altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van libellensoorten. Er is 1 dagvlindersoort en 1 nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders.

Soort

Soortgroep en habitat

Grote vos

Afstand plangebied 0-2 km

Teunisbloempijlstaart

2 km

Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart

Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen

Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622 Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

Ecologische quickscan Verlengde Reekstraat 1 Beuningen, BE-0622

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde QuickScan kan het voorkomen van verblijf-schuil, - nest- of rustplaatsen van vleermuizen niet met zekerheid worden uitgesloten. In de spouwmuren van de woningen en het paardencentrum zijn meerdere open stootvoegen aanwezig die door vleermuizen als verblijfplaats gebruikt zouden kunnen worden. Onder de pannendaken van de bedrijfswoningen zijn naar schatting 10 nesten van huismussen waargenomen en onder de overstekken 30 nesten van huiszwaluwen. In het paardencentrum zijn 3 nesten van de boerenzwaluw gevonden. De beoogde ontwikkeling kan de beschermde vogelsoorten en vleermuizen verstoren en nestof verblijf locaties vernietigen. Een nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk. Daarnaast zal er een mitigatieplan voor de huismussen geschreven dienen te worden en zal er een ontheffing bij het bevoegd gezag moeten worden aangevraagd. Voor de huiszwaluwen en boerenzwaluwen zullen compenserende voorzieningen moeten worden gebouwd. Binnen het plangebied komt geen beschermde flora voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=ed95d596-bfac-4a5f-b120-67d728521406