CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10: Bij toelichting - archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Vordingstraat tussen 43 en 45a Ewijk4.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAP-RAPPORT 4260

Plangebied Vordingstraat 43 Gemeente Beuningen Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Archeologie | Cultuurhistorie | Erfgoed

Colofon

Titel: Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek Versie: 12-12-2019 Auteur: J.W.D. Tuinstra (MA) Projectcode: BESV Bestandsnaam: RAAPrap_4260_BESV_20191212 Autorisatie: drs. E.H.L.D. Norde

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2019 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

Samenvatting In opdracht van Willems Winssen heeft RAAP op 28 november 2019 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘Vordingstraat 43 te Ewijk' in de gemeente Beuningen. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de vindplaats. In het verlengde daarvan is in kaart gebracht wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied. Is de archeologische vindplaats behoudenswaardig, en, zo ja, kan deze behouden blijven of dient deze te worden opgegraven? Tijdens het onderzoek is één proefsleuf aangelegd met een totaal oppervlak van 128 m2. Dit komt neer op een dekkingsgraad van 100Zo van het totale plangebied. Verspreid over de proefsleuf zijn enkele archeologische sporen aangetroffen. Hier betrof het voornamelijk staakjes (aangepunte kleine palen). Deze staakjes zijn getuige van de indeling van het prehistorisch landschap tussen het laat neolithicum en de late ijzertijd. Aard van de vindplaats

:

prehistorische landschapsindeling (periferie van een nederzetting)

Diepteligging

:

circa 1 m -Mv

Datering

:

prehistorisch (laat neolithicum tot late ijzertijd)

Op basis van de waardering van de aangetroffen resten, waarbij is gekeken naar zowel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats, wordt geconcludeerd dat het gaat om een nietbehoudenswaardige vindplaats. Het selectieadvies luidt: vrijgeven.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[3]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

Inhoud Samenvatting.................................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................................ 4 1 Inleiding..........................................................................................................................................................5 1.1 Administratieve gegevens....................................................................................................................................6 1.2 Voorgaand onderzoek......................................................................................................................................... 7 1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen..................................................................................................................7

2 Methoden....................................................................................................................................................... 8 2.1 Algemeen..............................................................................................................................................................8 2.2 Werkput................................................................................................................................................................. 8 2.3 Documentatie en registratie................................................................................................................................ 9 2.4 Behandeling van sporen.................................................................................................................................... 10 2.5 Behandeling van vondsten.................................................................................................................................10 2.6 Behandeling van profielen .................................................................................................................................10 2.7 Bemonstering.....................................................................................................................................................

10 2.8 Uitwerking...........................................................................................................................................................11 2.9 Afwijking en aanpassing van de onderzoeksstrategie.....................................................................................11

3 Resultaten.................................................................................................................................................... 12 3.1 Landschap en stratigrafie..................................................................................................................................12 3.2 Sporen en structuren..........................................................................................................................................14 3.3 Vondsten.............................................................................................................................................................17 3.4 Monsters.............................................................................................................................................................17 3.5 Interpretatie van de vindplaats.......................................................................................................................... 17 3.6 Waardestelling....................................................................................................................................................17 3.7 Beantwoording van de onderzoeksvragen.......................................................................................................19

4 Conclusie..................................................................................................................................................... 21 5 Selectieadvies..............................................................................................................................................22 Literatuur.........................................................................................................................................................23 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices............................................................................ 24

RAAP-rapport 4260 I versie 12-12-2019

[4]

RAAP

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

1 Inleiding In opdracht van Willems Winssen heeft RAAP op 28 november 2019 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘Vordingstraat 43 te Ewijk' in de gemeente Beuningen (figuur 1). Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met de voorgenomen werkzaamheden die een bedreiging kunnen vormen voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische resten. 178000

179000

180000

Hooge Waard PI 901-

fClNdS .1.1.1.1

432000

IŤ3." míS:

'o'o'b'o'o'o'oĴ -

? ? ? ? ? r. ? ? ? ? ? ? ^CWanegfrê, ?■ ?'©To'oToToT©M

t? ? ? ř Í9 -r.S.V ffoDòdderĩdáfelo1

iīJk \t *

Poelhof-

Jú *f z|3I—t'-sjH

mmt 431000

/Ánnąüoeve Marialušt*

'Alst/ê Hoeve

Den-Alst

„Alst Akker

mm

't’Ui verstuk

Knooppunt

430000

JSr-rŚ\2Mŕh Mžžy.Tl

//Schoenaker;

]f ‘

V. 0

Keihershoeve

1000 m

fff FwiikfìnhÂ

\ZolHĥñ 178000

179000

180000

Figuur 1. De ligging van het plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

Uit de gemeentelijke verwachtingskaart is gebleken dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor de aanwezigheid van archeologische resten. Het plangebied is voor het eerst onderzocht in

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[5]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

1998, als onderdeel van een groter studiegebied naar uitbreidingsmogelijkheden van het dorp Ewijk.1 Op basis van de landschappelijke bewoningsmogelijkheden en vindplaatsen in de omgeving wordt rekening gehouden met kleinschalige prehistorische vindplaatsen die moeilijk door middel van boringen zijn op te sporen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de erfgoedwet. Onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal zullen worden overgedragen aan het depot van de provincie Gelderland. Voorafgaand aan het onderzoek is, conform de KNA een Programma van Eisen (PvE) opgesteld (Tuinstra, 2019). Dit PvE diende als uitgangspunt voor het onderzoek. In het PvE was ook de mogelijkheid voor de doorstart naar een opgraving opgenomen. Dit is uiteindelijk niet nodig gebleken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, 4004 Opgraven (landbodems) en 4006 Specialistisch onderzoek. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1.1 Administratieve gegevens Plangebied

Vordingstraat 43

Opdrachtgever

Willems Winssen

Contactpersoon opdrachtgever

Roel Janssen

Bevoegde overheid

Gemeente Beuningen

Contactpersoon bevoegde overheid

Paul Franzen (adviseur van de gemeente)

Plaats

Ewijk

Gemeente

Beuningen

Provincie

Gelderland

Coördinaten

178738/430772

Toponiem

Vordingstraat 43

Periode veldwerk

28 november 2019

Projectleider

Jasper Tuinstra

Projectmedewerkers

Eric Norde, Ruud Nillesen

Onderzoeksmeldingsnummer

4751277100

Bewaarplaats vondsten

RAAP Oost

Bewaarplaats documentatie

RAAP Oost

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1 De Boer et al. 1999

RAAP-rapport 4260

Z versie 12-12-2019

[6]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

1.2 Voorgaand onderzoek Soort onderzoek Bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek (Vordingstraat 36) Oppervlaktekartering en booronderzoek

Uitvoerder Econsultancy

Uitvoeringsperiode Januari 2018

Rapportage Ten Broeke 2018

RAAP

1998-1999

De Boer et al. 1999

Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevante onderzoeken.

Aan de overkant van de Vordingstraat (Vordingstraat 36) is in 2015 een bureauonderzoek en booronderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Op basis van dit bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek is geconcludeerd dat de hoge verwachting binnen dit plangebied kan worden bijgesteld naar een lage verwachting. Hierna is geadviseerd om geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Hierbij moet worden opgemerkt dat de conclusie geheel is gebaseerd op het ontbreken van archeologische indicatoren. Tijdens het onderzoek is geen rekening gehouden met het verwachtingsmodel, waarin expliciet rekening wordt gehouden met neolithische vindplaatsen, oftewel. kleinschalige vindplaatsen met een lage vondstdichtheid. Het onderhavige plangebied is voor het eerst onderzocht in 1998, als onderdeel van een groter studiegebied naar uitbreidingsmogelijkheden van het dorp Ewijk.2 Hierbij zijn boringen gezet in een verspringend grid van 45 bij 45 m. Eén boring is tijdens dit onderzoek in onderhavig plangebied geplaatst. Een volgende boring 1,5 m ten zuiden van het plangebied. Op basis van de boringen is de bodemopbouw binnen het plangebied geïnterpreteerd als oeverafzettingen op kom- (op oever-) afzettingen (al dan niet afgedekt door komklei).

Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, waarbij moet worden opgemerkt dat het opsporen van indicatoren niet het voornaamste doel is van verkennend onderzoek. Zo'n 60 meter ten zuiden van het plangebied is tijdens dit booronderzoek een restgeul aangetroffen.

1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen Omdat de binnen het plangebied verwachte kleinschalige vindplaatsen moeilijk door middel van booronderzoek kunnen worden opgespoord is aanbevolen om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Het doel van dit proefsleuvenonderzoek is inzicht te krijgen in de precieze aard, omvang, diepteligging en datering van de vindplaatsen, en te bepalen of het gaat om een behoudenswaardige vindplaats. In het Programma van Eisen (PvE, Tuinstra 2019) zijn hiervoor onderzoeksvragen geformuleerd (zie ş 3.7). Bovendien dient duidelijk gemaakt te worden wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied.

2

De Boer et al. 1999.

RAAP-rapport 4260 7 versie 12-12-2019

[7]

RAAP

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

2 Methoden 2.1 Algemeen Zoals uit het vooronderzoek is gebleken, is de kans groot dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn. Omdat met behulp van booronderzoek geen inzicht kan worden verkregen in de precieze aard en herkomst van de vondsten is verder booronderzoek weinig zinvol. Om inzicht te krijgen in de aard van de vindplaats en om vast te stellen of er daadwerkelijk archeologische sporen binnen het plangebied aanwezig zijn, is proefsleuvenonderzoek een meer geschikte methode.

2.2 Werkput Een overzicht van de ligging van WP1 is afgebeeld in figuur 2. In tabel 3 zijn de afmetingen van de werkput samengevat. De werkput is conform het PvE aangelegd. Werkput

Afmetingen (1 x b in m)

Aantal vlakken

Oppervlakte 1e vlak

Oppervlakte 2e vlak

Totaal oppervlakte

1

32 x 4

2

128

128

256

Tabel 3. Overzicht van WP1.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[8]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

legenda grens plangebied proefsleuf píofieMommen

RAAP Figuur 2. Overzicht van WP1 en de locatie van de gedocumenteerde profielen.

2.3 Documentatie en registratie In WP1 zijn twee vlakken aangelegd van beide 128 m2. Het totaal aantal aangelegde vierkante meters bedraagt hiermee 256 m2. Het eerste vlak is in laag 21 direct onder de eerste vegetatielaag aangelegd (laag 20) op een diepte van circa 1 m. Het tweede vlak is aangelegd in laag 32, direct onder een tweede vegetatielaag op een diepte van circa 1,20 m.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[9]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

De sporen zijn digitaal ingemeten met een RTK-GPS met een maximale afwijking van 3 x 3 x 3 cm. Ook de hoogte van de aangelegde vlakken ten opzichte van NAP is bepaald met een GPS. De ruwe GPSbestanden zijn direct na afloop van het veldwerk uitgelezen, gecontroleerd en gecorrigeerd. De sporen zijn in een doorlopende reeks over de hele opgraving genummerd en worden aangeduid met een S (bijv. S12). Spoor- en vondstgegevens zijn in het veld ingevoerd in de Odile database. In het algemeen geldt dat sporen en vondsten zijn gedocumenteerd conform specificaties OS04 en OS05 van de BRL4000.

2.4 Behandeling van sporen Om sporen te traceren en sporenclusters zo goed mogelijk te kunnen begrenzen, is het vlak waar nodig tijdens de aanleg handmatig opgeschaafd. Met het oog op het doel van het onderzoek (zoveel mogelijk gegevens verzamelen, maar zo min mogelijk archeologische resten beschadigen), zijn sporen slechts spaarzaam gecoupeerd. Bij het couperen is ervoor gekozen om die sporen te onderzoeken waarbij twijfel bestond over de antropogene aard van het spoor. Indien mogelijk viel de coupelijn hierbij samen met de profielwand, zodat de stratigrafische positie van het spoor kon worden vastgelegd. Tijdens het verdiepen is zoveel mogelijk geprobeerd om het stratigrafische ingravingsniveau van de sporen vast te leggen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de laagbeschrijvingen in WP1. Van sporen met een diepte van meer dan 9 cm is een coupetekening (schaal 1:20) gemaakt; van minder diepe sporen is alleen de diepte en vorm in doorsnede vastgelegd in de database. Alle gecoupeerde sporen zijn gefotografeerd. De sporen zijn in een doorlopende reeks genummerd en worden in dit rapport aangeduid met een één- of tweecijferig nummer, voorafgegaan door een S (bijv. S2).

2.5 Behandeling van vondsten Tijdens het onderzoek zijn geen vondsten aangetroffen.

2.6 Behandeling van profielen De natuurlijke gelaagdheid en de verschillende archeologische niveaus zijn in kaart gebracht door middel van drie profielkolommen (verspreid over WP1) die zijn opgeschaafd, gefotografeerd, getekend en beschreven vanaf het maaiveld (figuur 2). Om de landschappelijke ontwikkeling en de bodemopbouw goed te begrijpen, is er naar gestreefd om tijdens het veldwerk de stratigrafische eenheden (lagen) in de verschillende profielen direct aan elkaar te koppelen. De lagen zijn hierbij in een stratigrafische reeks genummerd, waarbij het eerste deel van het viercijferige nummer verwijst naar de werkput en het tweede deel een laagnummer is (bijv. S1020 = laag 20 in WP1). Om lagen aan te duiden, zal in de tekst alleen naar dit laagnummer verwezen worden.

2.7 Bemonstering Tijdens het onderzoek zijn geen sporen aangetroffen die zich leenden voor monstername.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[10]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

2.8 Uitwerking Documentatie van het onderzoek is na afloop van het onderzoek gecontroleerd. Na afloop van het veldwerk is een laatste controle uitgevoerd en zijn de analoge profiel- en coupetekeningen gedigitaliseerd. Conform het PvE was het niet noodzakelijk om een evaluatierapport op te stellen. Na afloop van de basisuitwerking van de veldgegevens is gestart met het opstellen van de rapportage. Gedetailleerde spoorinformatie is te raadplegen in het e-depot.

2.9 Afwijking en aanpassing van de onderzoeksstrategie Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de onderzoeksstrategie zoals die in het PvE is omschreven.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[11]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

3 Resultaten 3.1 Landschap en stratigrafie Een vindplaats kan niet los worden gezien van het landschap waarin hij is gelegen. Voor een correcte interpretatie is het dan ook van belang om de landschappelijke context inzichtelijk te maken. In het onderstaande wordt kort ingegaan op de geologische, geomorfologische en bodemkundige aspecten van het plangebied en directe omgeving.

3.1.1 Geologie en geomorfologie Het plangebied bevindt zich binnen een gebied van komafzettingen bedekt met oeverafzettingen, gesedimenteerd tijdens zowel de actieve fase van de meandergordel/stroomgordel van Winssen als van de meandergordel/stroomgordel van de Waal (oude fase) die verder ten noorden van het plangebied ligt. Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke gegevens is onderstaande tabel opgesteld. Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie

Oeverwal- op komafzettingen van de Formatie van Echteld, op grotere diepte grove grindhoudende fluviatiele zanden van de Formatie van Kreftenheye.

Geologischegeomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta

Noordelijke deel van het plangebied: Weichselien vlechtende riviervlakte (Holoceen bedekt) Uiterste zuidelijke punt van plangebied: Gelegen binnen de meandergordel/stroomgordel van Winssen, actief van circa 5391 tot 3891 voor Chr. (Vroeg-IMidden-Neolithicum).

Paleo-geografische kaart met archeologische verwachtingen gemeente Beuningen

Binnen een gebied van komafzettingen bedekt met oeverafzettingen, gesedimenteerd tijdens zowel de actieve fase van de meandergordel/stroomgordel van Winssen als van de meandergordel/stroomgordel van de Waal (oude fase) die verder ten noorden van het plangebied ligt.

Zandbanenkaart provincie Gelderland

Pleistoceen zand (Laagterras) tussen 4,0 en 5,0 m -mv (code 24).

Geomorfologie

Binnen een rivierkom- en oeverwalachtige vlakte (2M22).

Bodemkunde

Kalkhoudende ooivaaggronden, bestaande uit zware zavel en lichte klei (Rd90A).

Tabel 4. Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Op basis van de ouderdom van de stroomgordel van Winssen is in principe bewoning mogelijk geweest vanaf het vroeg neolithicum. De stroomgordel van Winssen staat dan ook bekend om een enorme rijkdom aan prehistorische vindplaatsen, naast vindplaatsen uit de Romeinse tijd en middeleeuwen.

RAAP-rapport 4260

I versie 12-12-2019

[12]

RAAP

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

3.1.2 Bodemopbouw van de vindplaats In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van de drie gedocumenteerde profielkolommen. Aan de hand van de profielen in de proefsleuf kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven. Binnen de gehele proefsleuf is de bodemopbouw intact en zijn de conserveringsomstandigheden goed. Laagnr.

Interpretatie

Diepte (cm -Mv)

Vermoede ouderdom3

1010

bouwvoor

0-40

Recent

1011

oeverpakket

40-60

Middeleeuwen - Nieuwe tijd

1020

Vegetatieniveau (ingravingsniveau sporen)

60-70

Romeinse tijd

1021

oeverpakket

70-80

Ijzertijd - Romeinse Tijd

1030

Vegetatieniveau (ingravingsniveau prehistorische sporen)

80-95

Laat Neolithicum - Late Ijzertijd

1031

oeverpakket

95-100

neolithicum

1032

oeverpakket

100-125

neolithicum

1033

oeverpakket

125-150

neolithicum

1034

oeverpakket

150-175

neolithicum

1040

zandige oever

175-200

neolithicum

1041

zandige oever

200+

neolithicum

Tabel 5. Samenvattend overzicht van de laagopeenvolging.

"tïįTįZï

■S)C . * -t*-/- w’*

'' 'Ĉ' ' ~' ---

X ŵjä

i įöįj

Figuur 3. Profielkolom 1022 (foto gemaakt richting het oosten)

3 Globaal op basis van waarnemingen in de omgeving.

RAAP-rapport 4260

Z versie 12-12-2019

[13]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

3.2 Sporen en structuren 3.2.1 Inleiding Tijdens het onderzoek zijn in de opgravingsvlakken 17 archeologische grondsporen gedocumenteerd waarvan het merendeel (15 stuks) bestond uit kleine paaltjes (staakjes). Een samenvattend overzicht van de aantallen aangetroffen sporen is weergegeven in tabel 6. De complete sporencatalogus is opgenomen in bijlage 2. De sporen worden hieronder per spoorcategorie beschreven. Spoorcategorie

Aantal

Greppel (sloot)

1

Paalspoor

1

Paalspoor (staakjes)

15

Tabel 6. Aantal sporen per spoorcategorie.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[14]

RAAP

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

legenda archeologische sporen vlak 1 ]

natuurlijke laag paalspoor

RAAP Figuur 4. Allesporenkaart vlak 1.

RAAP-rapport 4260

Z versie 12-12-2019

[15]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

legenda archeologische sporen vlak 2 ]

natuurlijke laag paalspoor

RAAP Figuur 5. Allesporenkaart vlak 2.

3.2.2 Sporen De sporen bestaan uit één sloot (waarschijnlijk daterend in de nieuwe tijd) en 16 paalsporen waarvan 15 bestaan uit staakjes (kleine, aangepunte palen). Een aantal van de staakjes is gecoupeerd, deze zijn puntig van vorm en hebben een diepte van circa 5 cm. De staken zijn vermoedelijk onderdeel geweest van hekwerken die het landschap in percelen opdeelden. Vergelijkbare stakenrijen zijn in de omgeving opgetekend in het plangebied Hoge Woerd en A50/A73 en dateren uit de periode van het Neolithicum tot en met de late ijzertijd.4 Het laatste paalspoor is een spoor met een diepte van circa 1 3 cm.

4 Van Dijk 2019; Norde 2019.

RAAP-rapport 4260

I versie 12-12-2019

[16]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

3.3 Vondsten Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd. Tijdens de aanleg van de twee vlakken is ook geen vondstlaag aangetroffen die de aanwezigheid (of nabijheid) van een nederzetting aantoont. Hierbij moet opgemerkt worden dat kortstondig bewoonde erven niet per se worden afgedekt door een vondstlaag.

3.4 Monsters Tijdens het onderzoek zijn geen grondmonsters verzameld.

3.5 Interpretatie van de vindplaats De aangetroffen sporen zijn een getuige van de inrichting van een prehistorisch landschap door de mens tussen het late neolithicum en de late ijzertijd. Mogelijk bevinden deze sporen zich in de periferie van een nederzetting. Het ontbreken van een vondstlaag is een belangrijke aanwijzing dat de sporen zich niet binnen een nederzetting bevinden. Het landschap waarbinnen de sporen zich bevinden leent zich wel uitstekend voor bewoning. Dit zien we ook terug in de verschillende onderzoeken uit de omgeving.5

3.6 Waardestelling 3.6.1 Algemene waarderingssystematiek Voor de waardering is de KNA-systematiek 'Waarderen van vindplaatsen' gevolgd (KNA versie 4.0, specificatie VS06; www.sikb.nl). Daarbij worden numerieke waarden toegekend aan de verschillende waarderingsaspecten. Afhankelijk van de score is een vindplaats wel of niet behoudenswaardig (tabel 7). De vindplaatsen worden eerst op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Ze worden op basis van hun fysieke kwaliteit als behoudenswaardig (opgraven of beschermen) aangemerkt indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (5 of 6 punten) scoren. Bij een middelmatige tot lage score (4 punten of minder) wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of het terrein toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria 'hoog' wordt gescoord, wordt de vindplaats in principe ook behoudenswaardig geacht. Dit Vangnet' heeft t ot doel er voor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, buiten de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden eveneens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. Een afweging vindt plaats op de eerste drie inhoudelijke kwaliteitscriteria: zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde.

Belevingswaarde (schoonheid en herinneringswaarde) is slechts van belang voor zichtbare archeologische monumenten en is derhalve voor onderhavig onderzoek niet

5

Norde 2019 en Van Dijk 2019.

RAAP-rapport 4260

Z versie 12-12-2019

[17]

RAAP

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

relevant. Bij een bovengemiddelde score van 7 punten of meer voor de eerste drie criteria, wordt de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt.

3.6.2 Fysieke kwaliteit De fysieke kwaliteit bestaat uit de deelaspecten gaafheid en conservering. De bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied is intact. De conserveringsomstandigheden zijn goed, maar binnen het rivierengebied is bijna altijd sprake van een goede conservering. In verhouding tot de rest van het rivierengebied scoren de aangetroffen sporen gemiddelde op het gebied van gaafheid en conservering.

3.6.3 Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit bestaat uit de deelaspecten zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. De vindplaats is gelegen binnen de stroomgordel van Winssen, waarop diverse vindplaatsen uit de prehistorie bekend zijn. Hierdoor is sprake van een gemiddelde zeldzaamheid. Dit maakt echter wel dat er sprake is van een hoge ensemblewaarde. De informatiewaarde is als gevolg van het ontbreken van een duidelijke relatie tussen de sporen (structuren) en het ontbreken van vondstmateriaal laag tot middelhoog. Op basis van de totaalscore in tabel 7 is er geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats.

waarde

criteria

scores hoog

beleving

fysieke kwaliteit

inhoudelijke kwaliteit

midden

schoonheid

wordt niet gescoord

herinneringswaarde

wordt niet gescoord

gaafheid

2

conservering

2

zeldzaamheid

2

informatiewaarde

laag

1

ensemblewaarde

3

representativiteit

n.v.t.

Tabel 7. Scoretabel waardestelling van de vindplaats (tabel 5 uit de KNA).

RAAP-rapport 4260

I versie 12-12-2019

[18]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

3.7 Beantwoording van de onderzoeksvragen Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het PvE als volgt beantwoord worden: Bodemopbouw en genese 1.

Hoe ziet de bodemopbouw eruit in het onderzoeksgebied?

Binnen het plangebied zijn verschillende oeverpakketten aangetroffen met op een diepte van 1 m en 1,20 m twee vegetatieniveaus. Deze vegetatieniveaus zijn potentiele bewoningsniveaus en vlak hieronder liggen potentiele spoorniveaus. 2.

Is in (alle delen van) het gebied sprake van een intact bodemprofiel? In welke delen van het plangebied is sprake van een recentelijk verstoord bodemprofiel?

Binnen het gehele plangebied is sprake van een intact bodemprofiel. De eerste circa 40 cm binnen het plangebied bestaat uit een (recent bewerkte) bouwvoor). 3.

Is de bodemkundige situatie overeenkomstig de verwachting op basis van het vooronderzoek? Waarom wel/niet?

De bodemkundige situatie komt overeen met de verwachtingen uit het voorgaande booronderzoek en het booronderzoek aan de Vordingstraat 36. 4.

Welke post-depositionele processen hebben plaatsgevonden? In hoeverre is sprake van erosie en aantasting of verstoring van archeologische resten door dit soort processen?

Binnen het plangebied zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor ingrijpende post-depositionele processen die van invloed zijn geweest op het bodemarchief. Sporen, structuren en vondsten 5.

Zijn in het onderzoeksgebied archeologische vondsten, sporen en/of structuren aanwezig? Zo ja: a. Wat is de exacte aard, omvang, datering, gaafheid, conservering, het karakter en de inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten? Binnen het onderzoeksgebied zijn verschillende staakjes en één paalspoor aangetroffen. Daarnaast is een (recente) sloot aangetroffen. De staakjes en het paalspoor zijn hoogstwaarschijnlijk getuigen van het inrichten van het prehistorische landschap door de mens tussen het late neolithicum en de late ijzertijd. Binnen het onderzoeksgebied is geen sprake van een nederzetting. Mogelijk gaat het om de periferie van een nederzetting. Tijdens het onderzoek zijn geen aanwijzingen voor uiteenlopende dateringen aangetroffen. Wel toont het profiel verschillende potentiële bewoningsniveaus. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om sporen die op basis van de stratigrafische ligging dateren tussen het late neolithicum en de late ijzertijd. b. Is er sprake van een behoudenswaardige vindplaats? Op basis van de onderzoeksresultaten is geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats. c. Wat is de functionele interpretatie van de aangetroffen vondsten, sporen en structuren?

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[19]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

Het merendeel van de sporen betreft staakjes. Dit zijn kleine aangepunte palen die in de grond geslagen/gestoken konden worden zonder eerst een kuil te graven. Deze hebben mogelijk gediend voor de indeling van het landschap. Denk hierbij aan gebieden waar het vee kon grazen. d. Zijn er vondsten, sporen of structuren aanwezig uit verschillende perioden? Zo ja, is een relatie te leggen tussen deze verschillende fasen (continuïteit)? Tijdens het onderzoek zijn geen aanwijzingen voor uiteenlopende dateringen aangetroffen. Wel zijn in de profielen twee potentiële bewoningsniveaus aangetroffen. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om sporen die op basis van de stratigrafische ligging dateren tussen het late neolithicum en de late ijzertijd. 6.

Is er sprake van concentraties aardewerk en/of (vuur)stenen artefacten? Zo ja, beschrijf de horizontale en verticale spreiding van de vondsten en de mogelijke relatie met grondsporen.

Niet van toepassing. 7.

Kunnen (clusters van) sporen worden toegewezen aan één of meerdere struct(u)ur(en)? Zo ja, om wat voor type struct(u)ur(en) gaat het en wat is de oriëntatie, (max.) afmeting, constructie (dak, wanden, vloer), datering, conservering en (functionele) indeling van deze struct(u)ur(en)?

Niet van toepassing.

RAAP-rapport 4260 I versie 12-12-2019

[20]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

4 Conclusie De aangetroffen sporen maken hoogstwaarschijnlijk onderdeel uit van de inrichting van het prehistorische landschap door de mens. Door het ontbreken van een vondstlaag en sporen of kuilen die onderdeel maken van een nederzettingsterrein kan niet gesproken worden over een nederzetting. Wel over de periferie van een nederzetting. Denk hierbij aan door de mens ingedeelde delen van het landschap die begraasd konden worden door vee. Vanwege het ontbreken van daadwerkelijke bewoningssporen of dateerbaar vondstmateriaal is geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[21]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

5 Selectieadvies Op basis van het onderzoek en de waardestelling wordt het volgende selectieadvies gegeven: »

Vrijgeven van het plangebied.

Dit betekent dat de aangetroffen archeologische sporen geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied.

RAAP-rapport 4260 / versie 12-12-2019

[22]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

Literatuur De Boer, Roymans en Schute 1999. Plangebied Ewijk, gemeente Beuningen; een archeologische

kartering en waardering. RAAP Rapport 371. Dijk, van, X.C.C., 2019. Hoge Woerd, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek:

proefsleuvenonderzoek. RAAP-rapport 3704. Raap Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Norde, E.H.L.D., 2019. Plangebied A50/A73 te Ewijk, gemeente Beuningen, archeologisch

vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek. RAAP-rapport 4014. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Tuinstra, J.W.D., 2019. Programma van Eisen Plangebied Vordingstraat 43 te Ewijk. RAAP-PvE 2211.

Raap Archeologisch Adviesbureau, Weesp.

RAAP-rapport 4260 I versie 12-12-2019

[23]

Vordingstraat 43, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

RAAP

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. De ligging van het plangebied. Inzet:

ligging in Nederland (ster).

5

Figuur 2. Overzicht van WP1 en de locatie vande gedocumenteerde profielen.

9

Figuur 3. Voorbeeld bijschrift figuur.

13

Figuur 4. Allesporenkaart vlak 1

15

Figuur 5. Allesporenkaart vlak 2

16

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

6

Tabel 2. Overzicht van voorgaande voor het plangebied relevanteonderzoeken.

7

Tabel 3. Overzicht van WP1.

8

Tabel 4. Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

12

Tabel 5. Samenvattend overzicht van de laagopeenvolging.

13

Tabel 6. Aantal sporen per spoorcategorie.

14

Tabel 7. Scoretabel waardestelling van de vindplaats (tabel 5uitde KNA).

18

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Sporenlijst

RAAP-rapport 4260

Z versie 12-12-2019

[24]

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

1945

C

Nieuwe tijd

1850

B

1650

A

1500

Laat B Laat A D: Ottoonse tijd

Middeleeuwen

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden Vroeg Laat

IJzertijd

Midden Vroeg Laat

Bronstijd

Midden Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (Midden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden Oud

tabel1—standaard—Archeologisch—RAAP—2014

1250 1050 900 725 525 450 270 70 na Chr. 15 voor Chr. 250 500 800 1100 1800 2000 2850 4200 4900/5300 6450 8640 9700 12.500 16.000 35.000 250.000

textuur

bijmenging

humus

kleur

gevlekt

femn

GWT

K

z1

h1

UY

YU

FE1

PL

PK

K

z1

h2

DUY

YU

FE1

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

5

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

6

0

PL

PK

K

z1

h1

DY

U

FM1

7

0

PL

PK

K

z1

h1

DY

U

FM1

8

0

PL

PK

K

z1

h1

DY

U

FM1

9

0

PL

PK

K

z1

h1

DY

U

FM1

10

0

PL

PK

K

z1

h1

DY

U

FM1

11

0

punt

PL

PK

K

z1

h1

DY

U

FM1

12

0

kom

PL

PK

K

z1

h1

DY

U

FM1

12

1

kom

PL

PK

K

z1

h1

YU

U

FM1

13

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

14

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

15

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

16

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

17

0

PL

PK

K

z1

h1

UY

U

FM1

1010

0

LG

LGBO

K

z2

h2

DUY

YU

FE1

1011

0

LG

LGN

K

z1

1020

0

LG

LGN

K

z1

1021

0

LG

LGN

K

z1

1030

0

LG

LGN

K

z1

1031

0

LG

LGN

K

z1

1032

0

LG

LGN

K

1033

0

LG

LGN

1034

0

LG

1040

0

LG

spoor i

0

2

0

3 4

kom

YU

FM1

UY

FM1

YU

FM1

h2

DUY

FM1

h1

UY

U

FM1

z2

LYU

YU

FM2

K

z1

YU

LY

FM2

LGN

K

z1

LYU

LY

FM1

LGN

K

z1

LY

LU

FE2

h1

puin

intprspec

GW

vulling

intpralg

vormcoupe

Bijlage 2. Sporenlijst

MB

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=08b7ff22-5590-4461-8a95-94482b365dcb