Bijlage 1 Wijzigingenoverzicht overzicht wijzigingen
Tekst van het document
Titel
Wijzigingendocument WP Beuningen 2025
Datum Auteur
27 oktober 2025 Steven Velthuijsen MSc.
Inleiding Dit document bundelt alle passages in de toelichting en de planregels van het bestemmingsplan Windpark Beuningen die zijn toegevoegd of gewijzigd. In de integrale tekst (PDF-bestand met zowel de toelichting als de planregels) zijn deze alinea’s gemarkeerd met een gekleurde tekstachtergrond. Wanneer hele alinea’s zijn toegevoegd zijn die in dit wijzigingendocument niet gearceerd. Wanneer tekstuele aanpassingen aan bestaande passages zijn gemaakt zijn de aanpassingen van een gekleurde tekstachtergrond voorzien. De wijzigingen vinden plaats op de volgende locaties in de plantoelichting en regels: ➢ Plantoelichting o Paragraaf 1.5.3 o Paragraaf 3.3.4.2 Tekstuele aanvullingen. o Paragraaf 4.4.1.8 Tekstuele aanvullingen o Paragraaf 4.8.2 Gewijzigd o Paragraaf 4.13 o Paragraaf 6.3 ➢ Planregels o 4.4.3 lid a o 4.4.4 lid a en c o 4.4.6 lid a o 4.4.7 ➢ Bijlagen bij de regels o Bijlage 1 Hernoemd en gewijzigd o Bijlage 2 Reken- en meetvoorschrift windturbines o Bijlage 3 Stopprotocol i.v.m. helihaven ➢ Bijlagen bij de toelichting toegevoegd o Bijlage T memo aanvullende geluidsberekening o Bijlage U Verklaring Veilig Gebruik Luchtruim o Bijlage V Aanvullend onderzoek vliegveiligheid en stopprotocol
Plantoelichting 1.5.3
Aanpassingen oktober 2025 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft met de tussenuitspraak van 25 juni 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2855) inzake de beroepen tegen het bestemmingsplan “Windpark Beuningen” en het daaropvolgende herstelbesluit van 28 februari 2023 de bestuurlijke lus toegepast. De Afdeling heeft de gemeenteraad opgedragen (tussenuitspraak r.o. 66) enkele gebreken van het bestemmingsplan te herstellen en een (tweede) herstelbesluit vast te stellen. Overgangsrecht Op 1 januari 2024 is de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. In artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet heeft de wetgever regels voor het overgangsrecht opgenomen voor bestemmingsplannen. In artikel 4.6 lid 3 onder b. van de Invoeringswet Omgevingswet is bepaald dat het oude recht van toepassing blijft totdat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onherroepelijk is. In de uitspraak van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174, heeft de Raad van State met het oog op de rechtsvorming en rechtspraktijk, uiteengezet welk recht van toepassing is op vervolgbesluiten die na 1 januari 2024 zijn genomen. Op basis van de Invoeringswet en de genoemde uitspraak is het oude recht nog steeds van toepassing op dit tweede herstelbesluit. Verwijzingen naar oude wet- en regelgeving zijn dan ook niet aangepast.
Met een nieuw raadsbesluit zijn de regels en de toelichting van het bestemmingsplan aangepast om aan de opdracht van de Raad van State te voldoen. In dit document [d.w.z. de plantoelichting en -regels – red.] zijn de relevante toegevoegde passages met roze tekstachtergrond weergegeven. Onderstaande tabel vat de opdracht van de ABRvS samen per thema, en geeft aan op welke plek in het plan de gemeenteraad hieraan uitvoering heeft gegeven. Onderwerp In de planregels moet worden bepaald van welke definitie van Lden wordt uitgegaan en welke reken- en meetmethode daarbij van toepassing is. Aan de planregels moet een bepaling worden toegevoegd ter voorkoming van het incidenteel optreden van onaanvaardbaar tonaal geluid. De planregel over slagschaduw moet zo worden aangepast dat duidelijk is dat in verband met de technische stilzettijd van de windturbines per jaar per gevoelig object maximaal 30 minuten slagschaduw mag optreden. Er moet een regeling in het plan worden opgenomen waarin is geborgd dat de windturbines niet mogen worden gerealiseerd zonder de benodigde obstakelverlichting. Het verlichtingsplan (bijlage bij de regels) moet zo worden aangepast dat de gewenste wijze van obstakelverlichting duidelijk en consequent wordt voorgeschreven. De uitvoerbaarheid van de voorwaardelijke verplichting in artikel 4.4.2 moet worden gemotiveerd
De geluidsberekening ter plaatse van de kippenrondeel moet de maximale planologische mogelijkheden beschouwen. Pagina 2 van 8
Planregel 4.4.4a en Bijlage 2 bij de regels. 4.4.4c 4.4.3a
4.4.6a
Bijlage 1 bij de regels.
Bijlage U bij de toelichting. In aanvulling daarop artikel 4.4.7 en Bijlage 3 bij de regels en Bijlage V bij de plantoelichting. Bijlage T bij de toelichting
3.3.4.2
Lichthinder (artikel 4.4.6) Om lichthinder te voorkomen is een nieuwe planregel toegevoegd voor een verplicht verlichtingsplan voor het in gebruik nemen en houden van het windpark. Obstakelverlichting op de windturbines is nodig en wettelijk verplicht voor de luchtvaartveiligheid. Om hinder van obstakelverlichting voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken is een verlichtingsplan opgesteld dat (uiteraard) ook voldoet aan de luchtvaartveiligheidseisen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), zoals opgenomen in het informatieblad “Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland” (versie juni 2020). Dit informatieblad is gebaseerd op internationale voorschriften voor het aanduiden van obstakels ten behoeve van de luchtvaartveiligheid en bevat maatregelen om mogelijke hinderbeleving van obstakellichten te reduceren. In het Informatieblad wordt onder meer ingegaan op de lichtintensiteit van de obstakellichten. Daarbij is in het verlichtingsplan (opgenomen als bijlage 1 bij deze planregels) op welke wijze obstakelverlichting wordt uitgevoerd. Zo is gekozen om alle windturbines in de nachtperiode te voorzien van vastbrandende lampen in plaats van knipperende verlichting om hinder zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast kan de verlichting worden uitgevoerd met een toepassing die er voor zorgt dat de verlichting wordt gedimd bij helder weer.
Voor zover het windpark niettemin nog enige lichthinder voor omwonenden met zich brengt weegt het belang bij de toepassing van (wettelijk verplichte) obstakelverlichting uit een oogpunt van luchtvaartveiligheid zwaarder dan het belang van omwonenden bij het gevrijwaard blijven van (enige) lichthinder. Het Informatieblad biedt de mogelijkheid om af te wijken van de voorgeschreven obstakelverlichtingswijze, bijvoorbeeld door de obstakellichten in- en uit te schakelen op basis van naderingsdetectie van luchtvaartuigen. In de planregels is daarom een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarmee een binnenplanse afwijkingsvergunning kan worden verleend voor andere geschikte wijzen van aanduiding van de windturbines ten behoeve van de luchtvaartveiligheid.
4.4.1.8
Rekenen en meten Om de geluidsbelasting te berekenen is een rekenmethodiek vereist die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van windturbinegeluid. Het document ‘Reken- en meetvoorschrift Windturbines (opgenomen als Bijlage 2 bij de planregels)1’ is specifiek opgesteld voor het berekenen van windturbinegeluid. De overdrachtsberekeningen van deze rekenmethode zijn integraal overgenomen van de ”Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai“ (HMRI), uitgave 1999 van het Ministerie van VROM, methode II.8. Het HMRI is op zijn beurt op vele fronten vergelijkbaar2 met ISO 9613-2, de volgens de EU-richtlijn aanbevolen methode voor overdrachtsberekeningen voor industriegeluid (windturbinegeluid wordt niet genoemd in de EU-richtlijn). Het Reken- en meetvoorschrift windturbines is gebaseerd op het HMRI, maar is aangevuld met onderdelen die specifiek voor windturbines van belang zijn. Zo komt de beschreven methode
Het Reken- en meetvoorschrift windturbines was voor invoering van de Omgevingswet opgenomen als Bijlage 4 bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer https://wetten.overheid.nl/BWBR0022830/2023-10-26#Bijlage4 en is in Bijlage 2 van de planregels integraal opgenomen. 2 Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 Pagina 3 van 8 1
om geluidbronmetingen uit te voeren grotendeels overeen met de methode die in IEC 61400-11 wordt beschreven. Daarnaast worden, om de jaargemiddelde geluidemissie van een windturbine te bepalen, windsnelheidsverdelingen beschikbaar gesteld3 op ashoogtes tussen 10 en 260 meter. De betreffende bijlage is daarmee de best beschikbare methode voor het bepalen van windturbinegeluid. Het windturbinegeluid is berekend met het rekenprogramma Geomilieu, module IL-WT. Dit rekenprogramma volgt het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Bij de beoordeling van geluid wordt primair gekeken naar de effecten op geluidgevoelige objecten zoals die zijn gedefinieerd in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Overige objecten en terreinen worden niet beschermd tegen andersoortige geluidbronnen en worden daarom voor windturbinegeluid eveneens buiten beschouwing en normering gelaten. Op basis van voorgenoemde redenen wordt het Reken- en meetvoorschrift windturbines toepasbaar geacht om geluidberekeningen uit te voeren voor windturbinegeluid. De methodiek in het Reken- en meetvoorschrift is de best beschikbare methode waarmee de gevolgen voor het milieu inzichtelijk kunnen worden gemaakt. 4.8.2
Onderzoek De alinea ‘Helihaven’ onder figuur 19 is verplaatst naar een eigen paragraaf 4.13.
4.13
Helihaven In de inspraakprocedure is aan het licht gekomen dat in de buurt van het windpark helihaven Winssen is gelegen. Deze beschikt sinds februari 2011 over een Luchthavenregeling van de provincie Gelderland. De bereikbaarheid van de helihaven kan mogelijk beïnvloed worden door de geplande windturbines. Om zeker te stellen dat er geen onveilige situaties kunnen ontstaan is een gebruiksregel aan het bestemmingsplan toegevoegd waarmee een Verklaring Veilig gebruik Luchtruim van de Inspectie Leefomgeving en Transport verplicht wordt gesteld voor het in gebruik nemen van het windpark. Inmiddels is deze VVGL ook verleend en als Bijlage U bij deze plantoelichting gevoegd. Daarnaast heeft luchtvaartadviesbureau Adecs een stopprotocol geformuleerd waarmee wordt geborgd dat windturbines worden afgeschakeld onder bepaalde omstandigheden, ten behoeve van de vliegveiligheid. Het stopprotocol wordt voorgeschreven in de planregel 4.4.7a en is als Bijlage 3 opgenomen bij de regels. Zie voor een nadere toelichting op de onderzoeken naar (helikopter)vliegveiligheid en het stopprotocol Bijlage V bij de plantoelichting.
6.3
Tussenuitspraak Afdeling / bestuurlijke lus (8:51a Awb) De Afdeling heeft met de tussenuitspraak van 25 juni 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2855) over de beroepen tegen het bestemmingsplan “Windpark Beuningen” en de omgevingsvergunning en de herstelbesluiten een bestuurlijke lus toegepast. Paragraaf 1.5.3 en Bijlage V beschrijven de wijzigingen die als gevolg van de tussenuitspraak zijn doorgevoerd.
Brief van de StaS van Economische Zaken en Klimaat d.d. 9 juni 2021, DGKEWO/21119163 Pagina 4 van 8 3
Planregels (alleen gewijzigde artikelen/leden)
4.4.3
Mitigatie slagschaduw en lichtschittering a. de windturbine dient voorzien te zijn van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voorzover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en voorzover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige objecten of woonwagens ramen bevinden. In verband met de technische stilzettijd mag per jaar per gevoelig object maximaal 30 minuten slagschaduw optreden.
4.4.4
Geluid a. De geluidsbelasting van alle windturbines van Windpark Beuningen samen mag ten behoeve van het beperken van geluidhinder niet hoger zijn dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen en terreinen. Op deze bepaling is het Reken- en meetvoorschrift Windturbines van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels. […] c. Een windturbine mag, gemeten volgens IEC-61400-11, op het referentiepunt, de ‘reference position’ zoals omschreven in IEC-61400-11, maximaal +3 dB tonal audibility veroorzaken.
4.4.6
Verlichting a. Een nieuwe windturbine mag slechts gebouwd worden en vervolgens in gebruik worden genomen en gehouden met obstakelverlichting conform het verlichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij de planregels.
4.4.7
Stopprotocol vanwege helihaven Zolang de helihaven aan de Betenlaan 3 in Winssen in gebruik is geldt het volgende: a. De windturbines mogen uitsluitend in werking zijn voor de opwekking van energie als het stopprotocol zoals beschreven in bijlage 3 bij deze regels in werking is. b. Van het bepaalde onder a. kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken, als uit aanvullend deskundigenonderzoek blijkt dat met geen of een andere voorziening dan in bijlage 3 is vastgelegd, kan worden voorzien in voldoende vliegveiligheid van aankomende en vertrekkende helikopters van en naar de helihaven.
Pagina 5 van 8
Bijlagen bij de planregels De gewijzigde of toegevoegde bijlagen zijn hieronder niet integraal overgenomen. Dit wijzigingenoverzicht bevat enkel een omschrijving van de wijziging en/of reden van toevoeging van de bijlagen. Bijlage 1
Verlichtingsplan Het verlichtingsplan is hernoemd (van Bijlage naar Bijlage 1). Daarnaast zijn twee figuren uit het verlichtingsplan aangepast ten behoeve van de eenduidigheid: in de schemer- en nachtperiode is enkel rode, vastbrandende obstakelverlichting toegestaan.
Bijlage 2
Reken- en meetvoorschrift windturbines Het reken- en meetvoorschrift zoals dat gold op 31 december 2023 als bijlage 4 bij de regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer is voor de volledigheid integraal als bijlage bij de regels opgenomen.
Bijlage 3
Stopprotocol t.b.v. helihaven In aanvulling op de Verklaring Veilig Gebruik Luchtruim heeft de gemeente ervoor gekozen om ook een stopprotocol op te nemen in het bestemmingsplan, op basis waarvan een of meer windturbines afgeschakeld moeten worden als anders sprake zou kunnen zijn van ongunstige vliegomstandigheden voor gebruikers van de nabijgelegen helihaven. Het stopprotocol is opgesteld door Adecs, een deskundig luchtvaartadviesbureau.
Pagina 6 van 8
Bijlagen bij de toelichting Bijlage T
Memo aanvullende geluidsberekeningen Dit memo berekent de cumulatieve geluidsbelasting ter plaatse van de rondeelstal, uitgaande van diens maximale planologische mogelijkheden.
Bijlage U
Verklaring Veilig Gebruik Luchtruim Conform planregel 4.4.2 is er een Verklaring Veilig Gebruik Luchtruim nodig voordat de windturbines in gebruik genomen mogen worden. In de periode tussen de tussenuitspraak en vaststelling van het herstelde plan is deze verklaring door de Inspectie Leefomgeving en Transport verleend. Ter volledigheid is de verklaring bij de toelichting op het bestemmingsplan gevoegd.
Bijlage V
Aanvullend onderzoek vliegveiligheid en stopprotocol Luchtvaart adviesbureau Adecs heeft diverse onderzoeken uitgevoerd naar de vliegveiligheid van helikopterverkeer. Op basis van worst-case aannames heeft Adecs een stopprotocol opgesteld (bijlage 3 bij de planregels). Bijlage V bevat de technische onderbouwing, een beschrijving van de technische uitwerking, en een nadere toelichting op het stopprotocol zelf.
Pagina 7 van 8
Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel:
030 - 677 64 66
Mail: info@boschenvanrijn.nl Web: www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2025 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie.