Bijlage 1 toelichting en regels - Vordingstraat 35 Ewijk
Tekst van het document
Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).
26
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
4.7.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:
Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Inrichtingen c.q. bedrijven Op bedrijventerrein Schoenaker (buiten het plangebied) is het bedrijf InterCheM gelegen met een veiligheidsrisico als bedoeld in het Bevi, waarvan het invloedsgebied tot in het plangebied reikt. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet gekeken worden naar de ligging van de10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour. Nieuwe kwetsbare bestemmingen mogen niet binnen deze plaatsgebonden risicocontour worden geplaatst. Het plangebied ligt met een afstand van circa 980 m ruimschoots buiten de plaatsgebonden risicocontour van InterCheM. Tevens betekent deze afstand dat de toevoeging van één woning geen significante bijdrage levert aan het groepsrisico en zodoende een verantwoording niet aan de orde is. In de nabijheid van het plangebied zijn verder geen bedrijven aanwezig waarvan het invloedsgebied tot in het plangebied reikt. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied ligt circa 1,0 km van twee aardgastransportleidingen: één van 36 inch en één van 42 inch. Voor deze buisleidingen geldt dat de 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour 0 m bedraagt. De maatgevende leiding heeft een inventarisatieafstand van 490 m in het kader van het groepsrisico. Het plangebied ligt niet binnen deze afstand.
Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van een spoorlijn of vaarweg. Wel is het plangebied op circa 720 m van de rijksweg A50 gelegen. Zodoende ligt het plangebied binnen het toxische invloedsgebied van rijksweg A50 (wegvak G6) door het vervoer van toxische vloeistoffen (LT1 en 2) en toxische gassen (GT3 en 4). Het toxische invloedsgebied is meer dan 4,0 km groot. Binnen 200 m van de rijksweg dient de hoogte van het groepsrisico beschouwd en verantwoord te worden. Dit is niet aan de orde, wat maakt dat enkel een beperkte verantwoordingsplicht geldt waarbij de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd moeten worden. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een gifwolk zal de brandweer voornamelijk inzetten op de evacuatie van aanwezigen in het bronen effectgebied. Daarnaast zal ook getracht worden om uitbreiding van de gifwolk te voorkomen en de effecten te beperken, door de omgeving af te schermen. Het is belangrijk dat de bereikbaarheid van hulpdiensten en bluswatervoorzieningen op orde zijn. Bij de aanleg van de erftoegangsweg dient rekening gehouden te worden met de breedte van de weg. Ook dient er een bluswatervoorziening te worden gerealiseerd met minimumcapaciteit van 30 m3/u. Hiertoe is en voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
27
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Het handelingsperspectief bij een gifwolk voor aanwezigen binnen het bron- en effectgebied is binnen blijven (schuilen), naar de bovenste bouwlaag gaan, ramen en deuren sluiten en ventilatie afschakelen. Omdat schuilen het handelingsperspectief is, zijn verdere maatregelen in het plangebied niet nodig. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.8
Waterhuishouding
4.8.1
Regelgeving
Algemeen Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing: Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2016 - 2021, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water; Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Gelderland; Waterschapsbeleid: Watervisie 2050, Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen', Nota riolering 'Samen door één buis' (2019) en de Keur voor waterkeringen en wateren; Gemeente: Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water: Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren naar het freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen moeten voldoen aan het principe van het 'hydrologisch neutraal' bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaal gelijk blijven aan de oorspronkelijke situatie. De oorspronkelijke landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2.
In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3. Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer moeten zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen moeten worden vermeden om watervervuiling te voorkomen. Uitgangspunten Waterschap Rivierenland Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd.
De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets kunnen worden verwoord als: a. Waterneutraal inrichten. Om te voorkomen dat door de aanleg van nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren. b. Schoon inrichten. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater negatief wordt beïnvloed. Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten 28
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
gescheiden van het vuilwater moeten worden afgevoerd: afkoppelen. Het waterschap streeft naar 100 % afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en ander terreinverharding). c. Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast. Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maar tevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk. Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit: De T=10+10% neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. De T=100+10%-neerslag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau.
Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt vooral voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur bedragen. Uitgangspunten gemeente Gemeentelijk riool- en waterplan 2018 - 2022 De gemeenteraad heeft het 'Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027' in november 2022 vastgesteld. In dit plan legt de gemeente haar ambities en doelen voor het watersysteem vast en wordt nadere invulling gegeven aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten. Bij elke ingreep in de leefomgeving wil de gemeente afwegen hoe het water zo hoog mogelijk in de voorkeursvolgorde kan worden verwerkt. Hoe meer water wordt vastgehouden of geborgd hoe minder last is er van droogte, hoe minder is de inzet van pompen en gemalen nodig en des te hoger is het rendement van de RWZI's. Het afvoeren van regenwater is de laatste stap en de minst gewenste oplossing. Het uitgangspunt is dat de perceelseigenaar zelf het regenwater moet verwerken.
Afvalwater en hemelwater worden afzonderlijk van elkaar ingezameld, getransporteerd en verwerkt. Hierdoor komt er minder regenwater in het riool terecht, wat ten goede komt aan de werking van de zuiveringsinstallatie. Als verwerking op eigen terrein in redelijkheid niet mogelijk is, dan kan het overtollige regenwater afgevoerd worden naar het openbare terrein, al waar het afvoeren de verantwoordelijkheid van de gemeente is. 4.8.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Bestaande situatie In de bestaande situatie is het plangebied braakliggend terrein achter de bestaande woning met bijgebouwen aan de Vordingstraat 35. Ongeveer ter hoogte van de beoogde woning staan enkele containers. Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Watergangen In en direct grenzend aan het plangebied ligt een A-watergang met een beschermingszone van 4,0 m. De watergang blijft behouden en de beoogde inrit wordt voorzien van een duiker, om de doorstroming van de watergang niet te belemmeren.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
29
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Uitsnede legger Waterschap Rivierenland met aanduiding plangrens (rode omkadering) Watercompensatie Er is een verhardingsbalans opgesteld om te laten zien hoe de bestaande situatie en de toekomstige situatie zich tot elkaar verhouden: Dakoppervlak (m²) Terreinoppervlak (m²) Onverhard (m²) Totaal (m²) Bestaande situatie
30
0
2.470
2.500
Toekomstige situatie
150
300
2.050
2.500
Verschil
+120
+300
-420
Uit de verhardingsbalans blijkt dat de hoeveelheid verhard oppervlak met circa 420 m 2 toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Tot op heden heeft de initiatiefnemer nog geen gebruik gemaakt van de vrijstelling van 500 m2 in stedelijk gebied, vandaar dat er in principe geen sprake is van een bergingsopgave voor de 420 m2 extra verhard oppervlak. Dit betekent dat er op basis van het beleid van het waterschap geen compensatie hoeft plaats te vinden. Het verhard oppervlak wordt afgekoppeld. Grondwater Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voorkomend uit dit plan zullen het functioneren van het grondwatersysteem niet beïnvloeden. Riolering en hemelwaterafvoer Voor de afvoer van het afvalwater is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de rioolaansluiting. Het hemelwater wordt niet gekoppeld aan het rioolsysteem, maar wordt op het eigen perceel verwerkt. Het plangebied biedt voldoende ruimte om het hemelwater te verwerken. In de regels is een voorwaardelijke verplichting waterberging opgenomen, opdat met realisatie van de woning tevens wordt voorzien in voldoende waterberging. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild.
In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. 30
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het Waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Het Waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkeringen. Het onderhoud van de waterkeringen en hoofdwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het Waterschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij particulieren, de gemeente en andere instanties. Conclusie Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9
Ecologie
4.9.1
Regelgeving
De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb.
Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
31
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. 4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Soortenbescherming De beoogde locatie van de nieuwe woning is in de bestaande situatie braakliggende grond, zonder beplanting. Bovendien is het plangebied geen onderdeel van essentieel leefgebied van beschermde soorten en is het te midden van woongebied gesitueerd, waar veel menselijke activiteiten plaatsvinden. Naar verwachting zijn vanwege de huidge invulling en ligging van het plangebied geen beschermde of bedreigde planten- en diersoorten aanwezig. Nader onderzoek wordt daarom niet nodig geacht. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 1,5 km ten noordoosten van het plangebied. Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de grote afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op voorhand niet uit te sluiten. Vandaar dat ten aanzien van de stikstofdepositie naar stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden een stikstofdepositieberekening is uitgevoerd.
De resultaten zijn opgenomen in bijlage 3 bij de toelichting. Uit de berekeningen blijkt dat zowel in de aanleg- als de gebruiksfase het projecteffect op de Natura 2000-gebieden kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgt en negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.10
Archeologie & cultuurhistorie
4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.
32
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2021. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. 4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Er is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. Aan de hand van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied een behoudenswaardige archeologische vindplaats is aangetroffen. De vindplaats scoort voor wat betreft de fysieke kwaliteit hoog tot laag met vier punten. In het noorden van het plangebied zijn delen van de bodem verblauwd, maar in het zuiden van het plangebied, ter hoogte van de vindplaats is aangetroffen, is de bodem zeer intact.
Qua zeldzaamheid scoort de vindplaats hoog omdat er weinig vergelijkbare vindplaatsen van goede fysieke kwaliteit uit de periode Neolithicum – Vroege IJzertijd in de omgeving van het plangebied bekend zijn. De ruimtelijke intactheid van het zuiden van het plangebied en het feit dat er in onderhavig plangebied aardewerk in situ is aangetroffen, zorgt ervoor dat de vindplaats een hoge informatiewaarde heeft. De vindplaats heeft geen ensemblewaarde, omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen andere vindplaatsen uit het Neolithicum – Vroege IJzertijd bekend zijn. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd om de aanwezigheid van de vindplaats vast te leggen in het gewijzigde bestemmingsplan. De archeologische vindplaats is aanwezig op circa 6,9 m +NAP (circa 60 cm -Mv). De vindplaats is aangetroffen in het zuiden van het plangebied. Hierbij moet worden opgemerkt dat de proefsleuven buiten de zones met aanwijzingen voor een historisch erf vallen – dit vanwege de aanwezigheid van bebouwing en beplanting. Hoewel hier geen aanwijzingen voor een erf uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd is aangetroffen en hier sprake is van verblauwing, kan er geen definitief uitsluitsel gegeven om deze zone vrij te geven. Er kunnen nog steeds sporen worden aangetroffen die kunnen worden gerelateerd worden aan het erf.
Voor het plangebied gold oorspronkelijk een hoge verwachting. Op basis van het onderzoek is een behoudenswaardige vindplaats aangetroffen. Dat betekent dat in het kader van de bestemmingsplanwijziging voor de zone van het huidige plangebied een ondergrens van 100 m2 en 30 cm -Mv is opgenomen (Waarde - Archeologie 2). Selectiebesluit De gemeente is akkoord met het advies om voor het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie in het bestemmingsplan op te nemen met een ondergrens van 100 m 2 en 30 cm beneden het huidige maaiveld. Het selectiebesluit is als bijlage 5 bij de toelichting gevoegd. Cultuurhistorie Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische kenmerkenkaart is het plangebied gelegen binnen de aanduiding 'oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)'.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
33
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Uitsnede cultuurhistorische kenmerkenkaart met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) De Vordingstraat ten noorden van het plangebied is aangeduid als 'weg of pad, situatie 1932', als 'overloopgeul' en als 'veedrift'. Ook is langs de Vordingstraat de aanduiding 'boerengroen wegbeplanting' opgenomen. Het plangebied is op enige afstand van de Vordingstraat gelegen en de onsluiten van het plangebied is eveneens niet via de Vordingstraat, zodoende heeft de beoogde ontwikkeling geen invloed op de aangeduide cultuurhistorische kenmerken. 4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.11
Leidingen
4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.
34
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
4.12
Vormvrije MER-beoordeling
4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal één wooneenheid toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
35
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. 5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 5.1.2
Bestemmingsregels
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Specifieke gebruiksregels In de gebruiksregels is het strijdig gebruik opgenomen en aangegeven onder welke voorwaarden nietpublieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Daarnaast is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
36
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent parkeren. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. 5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
Het onderhavige bestemmingsplan kent de volgende (dubbel)bestemmingen: Groen - Landelijk Groen Ter plaatse van de beoogde boomgaard is de bestemming 'Groen - Landelijk Groen' opgenomen om het groene karakter te waarborgen, evenals de afstand tot het naastgelegen bedrijfsperceel. Water De in het plangebied gelegen A-watergang is bestemd als 'Water'. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming toegestaan, zoals bruggen. Wonen Deze bestemming is vrijwel gelijk aan de bestemming 'Wonen' in het geldende bestemmingsplan 'Randzone Ewijk' 2021, met dien verstande dat in bestemmingsvlak het maximum aantal woningen is aangegeven. Daarnaast is de maatvoering van de woning aangepast aan de voorwaarden uit het Toetsingskader Historische Linten Ewijk en is in de regels een aantal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Deze regelen dat de te realiseren woning past binnen de gestelde beeldkwaliteitseisen, de woning niet in gebruik mag worden genomen voordat de landschappelijke inpassing is aangelegd en in stand wordt gehouden en dat wordt voorzien in voldoende hemelwaterberging.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
37
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Waarde - Archeologie 2 (dubbelbestemming) De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is opgenomen ter bescherming van de in de bodem aanwezige archeologische waarden. Deze dubbelbestemming geldt voor waardevolle archeologische terreinen, historische dorpskernen, oude woongronden, huisterpen en overige terreinen van archeologisch belang. Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden. Waterstaat - Waterlopen De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen' is ter plaatse van de A-watergang en de berschermingszone van deze watergang gelegen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend andere bouwwerken worden opgericht ten behoeve van een waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie
38
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m² of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is.
Alle kosten die gemaakt moet worden voor het opstellen van een bestemmingplan, de aanleg van een duiker, de rioolaansluiting, het onderhoud van de duiker, de ontsluitingsweg en de rioolaansluiting en het gebruik van gemeentelijke- en waterschap grond zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.
6.2
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen: Provincie Gelderland; Waterschap Rivierenland; Brandweer Gelderland-Zuid i.z. externe veiligheid.
6.3
Maatschappelijke haalbaarheid
Inspraak In het kader van de beoogde ontwikkeling is door de initiatiefnemers met de omwonenden gesproken. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
39
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
40
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
41
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Bijlage 1
42
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Bijlage 2
Nader onderzoek naar asbest
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
43
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Bijlage 3
44
Stikstofdepositieonderzoek
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Bijlage 4
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
45
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Bijlage 5
46
Selectiebesluit archeologie
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Regels
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
47
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk met identificatienummer NL.IMRO.0209.BPVordingstraat35-vadf van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.6 afhankelijke woonruimte een voor huisvesting van een (zelfstandig) huishouden geschikt gebouw, dat ruimtelijk ondergeschikt is aan en/of ruimtelijke een geheel vormt met het hoofdgebouw en blijvend onderdeel uitmaakt van de kavel van het hoofdgebouw. Het betreft een aangebouwd of vrijstaand bijgebouw en/of een tijdelijke mantelzorgunit met een eigen toegang en eigen voorzieningen, maar wel gelegen op hetzelfde perceel en in de nabijheid van de woning waarin de zorgverlener of zorgvrager woont. De afhankelijke woonruimte is ten behoeve van mantelzorg (verlenen of ontvangen).
Het bijgebouw of de tijdelijke unit blijft een onderdeel van de bestaande woning en er is geen sprake van een nieuwe woonbestemming; 1.7 archeologisch onderzoek onder archeologisch onderzoek wordt verstaan het verrichten van een archeologisch onderzoek, in de zin van de KNA. Een archeologisch onderzoek mag enkel worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet of een certificaat ex artikel 5.1 Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.8 archeologische waarden waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bed & breakfast een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.11 bestaand t.a.v.
bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
48
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.15 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid; 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18 bouwlaag een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct
hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 bouwwijze de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt een woning verstaan, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd; c. onder twee-aaneen wordt een woning verstaan, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); d. onder vrijstaand wordt een woning verstaan, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
49
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
1.26 hoofdgebouw een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.27 huishouden één of meerdere personen die in vast verband samenleven (eventueel met (hun) kinderen) waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; 1.28 kamer een onzelfstandige woonruimte in een woning en/of vrijstaand bijbehoren bouwwerk, die geen eigen adres heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 1.29 kamerbewoning bewoning van een kamer; 1.30 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.31 seksinrichting een gelegenheid waarin beroepsmatig of bedrijfsmatig voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk pornografische aard plaatsvinden, en/of verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van
pornografische en/of erotische aard plaats heeft, en/of tegen vergoeding seksuele diensten worden verricht dan wel bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot seksuele handelingen; 1.32 voldoende parkeergelegenheid van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Op het moment dat de CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.
1.33 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 1.34 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.; 1.35 watergang een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 1.36 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning, als bedoeld in 1.37; 1.37 woning/ wooneenheid een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
50
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 het bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 2.7 het peil de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen
of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
51
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen - Landelijk groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Landelijk groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grasvelden; b. weilanden; c. groenvoorzieningen; d. tuinen; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Situering van bouwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn niet toegestaan en met dien verstande dat: 1. deze gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
52
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Artikel 4 4.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. oeververbindingen (bruggen); b. in- en uitritten; c. oever; d. sluis; e. aanlegsteiger; f. stuw; g. vaarweg; h. vijver; i. water; j. waterberging; k. waterkering; l. waterstaat; m. waterhuishouding; n. waterlopen en waterpartijen; één en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Situering van bouwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat voor aanlegsteigers geldt dat aansluitend aan elk bouwperceel maximaal één aanlegsteiger mag worden gesitueerd. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van stuwen, sluizen en bruggen mag niet meer bedragen dan 4 m; b. de bouwhoogte van aanlegsteigers mag niet meer bedragen dan 1 m, de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m² en de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m gemeten vanuit de bestemmingsgrens; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
53
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaalde in sublid 5.3.2; c. na een omgevingsvergunning ex 5.4.2: een bed & breakfast; d. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Toegestane bebouwing
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, zoals woningen met aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven; b. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; 5.2.2
Situering van bouwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen zijn ter plaatse van het bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat 1. bijgebouwen op een minimum afstand van 1,0 m achter de voorgevelrooilijn van de woning moeten worden gerealiseerd; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan.
54
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
5.2.3
Maatvoering
Met betrekking tot de maatvoering en situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: DE WONING
MAATVOERING
MAXIMUM GOOTHOOGTE
3,0 m, met dien verstande dat: - bij het bouwen van een T-boerderij een maximum goothoogte van 6,0 m is toegestaan; - indien een gootlijn verspringt om ter plaatse een deur te kunnen realiseren, ter hoogte van deze gevelopening een maximum goothoogte van 5,0 m is toegestaan
MAXIMUM (BOUW)HOOGTE
11,0 m
MAXIMUM INHOUD VRIJSTAANDE WONING
1.000 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen)
MINIMUM LENGTE HOOFDGEBOUW
15,0 m
MINIMUM AFSTAND ZIJDELINGSE PERCEELSGRENS
2,0 m
MINIMUM DAKHELLING
35 graden
MAXIMUM DAKHELLING
50 graden, met dien verstande in het geval er een mansarde kap wordt gerealiseerd, over een dakhoogte van maximaal 3 m een dakhelling van maximaal 75 graden is toegestaan
VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN BIJ WONING
MAXIMUM
GEZAMENLIJKE OPPERVLAKTE PER WONING 120 m², met dien verstande dat minimaal 50 % van het achterfgebied onbebouwd moet blijven GOOTHOOGTE
3,0 m
(BOUW)HOOGTE
6,0 m
MINIMUM DAKHELLING
35 graden
MAXIMUM DAKHELLING
50 graden, met dien verstande dat deze bepaling alleen geldt voor symmetrische daken
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAXIMUM
(BOUW)HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN ACHTERERFGEBIED
2,0 m
(BOUW)HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN BUITEN ACHTERERFGEBIED
1,0 m
(BOUW)HOOGTE CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN
3,0 m
OPPERVLAKTE CARPORTS C.Q. OVERKAPPING
20,0 m2
(BOUW)HOOGTE OVERIGE BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
6,0 m
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
55
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
5.2.4
Ondergrondse gebouwen
Ondergrondse gebouwen zijn toegestaan, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebouwen; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds. 5.2.5
Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit
Op of in de in deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in het beeldkwaliteitplan dat als bijlage 1 bij de regels is opgenomen. 5.2.6
Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en het Gemeentelijk riool- en waterplan. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag; b. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. detailhandel; d. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; e. kamerbewoning; f. seksinrichtingen; g. meer dan 15 m² aan bijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren. 5.3.2
Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit
Binnen deze bestemming wordt het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 % van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer (Wm), is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan. 5.3.3
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik van de woningen, zoals beschreven in deze bestemming, is pas toegestaan indien en zolang aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de landschappelijke inpassing zoals deze is opgenomen in bijlage 2 van deze regels moet binnen 1,5 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen voor de woning / het woongebouw zijn aangelegd en vervolgens in stand worden gehouden.
56
bestemmingsplan "Vordingstraat 35 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Vordingstraat 35 Ewijk
5.3.4
Voorwaardelijke verplichting bluswatervoorziening
Het gebruik van de woningen, zoals beschreven in deze bestemming, is pas toegestaan indien binnen 40 meter van de woningen een geschikte bluswatervoorziening met een minimumcapaciteit van 30 m3/u aanwezig is. 5.4
Afwijken van de gebruiksregels
5.4.1
Omgevingsvergunning publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 5.3.2 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of bijbehorende bouwwerken voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 % van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. het gebruik blijft ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen moeten op eigen terrein worden gesitueerd of in de directe omgeving, mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; e. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan. 5.4.2