CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting en regels - Ontwerpbestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Raadsvergadering 11 juni 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling ontwerpbestemmingplan Centrum Beuningen 202430.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Centrum Beuningen 2024

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 8

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande situatie 2.1 Historie 2.2 Ruimtelijke structuur 2.3 Functionele structuur

9 9 11 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal & regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

13 13 14 17 22

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Waterhuishouding 4.8 Ecologie 4.9 Cultuurhistorie & archeologie 4.10 Leidingen 4.11 Vormvrije MER-beoordeling

23 23 23 24 25 26 26 29 31 32 35 35

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen

36 36 36 38

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Inspraak 6.4 Zienswijzen

42 42 42 42 42

Bijlagen toelichting

43

Bijlage 1

Inspraaknotitie

44

Bijlage 2

Nota van Zienswijzen

45

2

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Regels

47

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

48 48 55

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Bestemmingsregels Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Centrum Gemengd - 1 Gemengd - 2 Groen Horeca Maatschappelijk Verkeer Water Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 4 Leiding - Riool

56 56 58 59 62 63 64 66 67 68 70 71 76 79 82

Hoofdstuk 3 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

83 83 83 84 85 87 88

Hoofdstuk 4 Artikel 23 Artikel 24

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

89 89 89

Bijlagen regels

90

Bijlage 1

91

Staat van Bedrijfsactiviteiten

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

3

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

4

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Toelichting

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

5

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In juni 2013 heeft de gemeenteraad een beheersverordening vastgesteld voor het centrum van Beuningen. Daarbij heeft de raad uitgesproken de beheersverordening te vervangen door een bestemmingsplan. Aangezien er ontwikkelingen spelen die van invloed zijn op het functioneren van een detailhandel- c.q. centrumlocatie is eerst een visie vastgesteld voor de belangrijkste winkelgebieden in Beuningen, de Heuve en het centrum van Beuningen, die vervolgens kan worden doorvertaald in een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan heeft alleen betrekking op het centrum van Beuningen. Daarnaast speelt de overgang richting de Omgevingswet een rol. Werken met de Omgevingswet en haar instrumenten zoals het omgevingsplan kent een flink aantal veranderingen vergeleken met de nu geldende Wet ruimtelijke ordening en het bestemmingsplan. Totdat er een omgevingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad, wordt in de overgangsperiode gewerkt met een tijdelijk omgevingsplan, het 'omgevingsplan van rechtswege'. Dit omgevingsplan is een formeel juridische samenvoeging van de bestaande ruimtelijke plannen, een drietal gemeentelijke verordeningen (hemelwaterverordening, geurverordening en de archeologiebepalingen uit de erfgoedverordening) en de zogenaamde bruidsschat (rijksregels die worden gedecentraliseerd).De ruimtelijke plannen en de bruidsschat worden getoond in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Hierbij zullen, vergelijkbaar met ruimtelijkeplannen.nl, de op een bepaalde locatie van toepassing zijnde regels zichtbaar worden door deze te selecteren. Echter, zijn bij een beheersverordening de van toepassing zijnde bestemmingen niet direct zichtbaar. In geval van de beheersverordening 'Centrum Beuningen' zijn deze als PDF gekoppeld aan het plan. Voor de overgang naar het DSO en de van toepassing zijnde regels direct toegankelijkheid/zichtbaarheid te maken, is het noodzakelijk de beheersverordening om te zetten naar een bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan heeft deels een beheersfunctie, dat wil zeggen het vastleggen en behouden van de bestaande ruimtelijke en verkeerskundige situatie. Dit betekent uiteraard niet dat er geen bouwactiviteiten zijn toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen zijn van ondergeschikte aard en/of beperken zich tot reeds bestaande realisatiemogelijkheden (conform geldende plannen). Daarnaast wordt de detailhandelsvisie middels dit bestemmingsplan planologisch-juridisch geborgd. De betekenis van deze visie op het centrum is vooral functioneel van aard.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied omvat het centrum van de kern Beuningen en wordt globaal begrensd door het evenemententerrein ten noorden van de Van Heemstraweg met de hier omheen gelegen percelen, de Schoolstraat - Alexiastraat aan de oostzijde, de Burgemeester Geradtslaan aan de zuidzijde en de Wilhelminalaan aan de westzijde. Naast de beheersverordening 'Centrum Beuningen', zijn de bestemmingsplannen 'Oranjekwartier Zuid' (deel met centrumbestemming) en de locatie van het tankstation aan de Schoolstraat opgenomen in dit bestemmingsplan. De bestemmingsplannen 'Oranjekwartier Noord', 'Alde Steeg', 'De Regenboog Beuningen', 'Kerkplein 1-3' en het ontwikkelingsgebied 'Asdonck', zijnde ontwikkelingsplannen gericht op de realisatie van (zorg)woningen, maken geen deel uit van dit bestemmingsplan.

6

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Plangrens bestemmingsplan Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

7

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

1.3

Geldende plannen

Voor het plangebied gelden de volgende plannen die door dit plan worden vervangen: Naam plan

Vaststellingsdatum

Bestemmingsplan Oranjekwartier Zuid

7 februari 2012

Beheersverordening Centrum Beuningen

3 juni 2013

Bestemmingsplan Oranjekwartier Zuid Plandeel C 3 juni 2013 Bestemmingsplan Kern Beuningen

3 juni 2013

Parapluplan Archeologie

11 juli 2023

1.4

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd:  In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven. Achtereenvolgens komen de historie van de kern, de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied aan de orde.  In hoofdstuk 3 wordt het ruimtelijk relevante beleidskader van de verschillende overheidslagen weergegeven dat op het plangebied van toepassing is;  In hoofdstuk 4 worden milieu- en omgevingsaspecten als geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, bedrijven (milieuzonering), waterhuishouding, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en leidingen besproken;  In hoofdstuk 5 volgt de juridische planbeschrijving;  In hoofdstuk 6 tenslotte komen de economische uitvoerbaarheid en de resultaten uit overleg en inspraak aan de orde.

8

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving bestaande situatie

Historie

Het gebied waar Beuningen nu ligt werd vroeger mogelijk al door de Romeinen bewoond. In ieder geval worden er met regelmaat Romeinse opgravingen gedaan. Tot ongeveer 1900 was Beuningen, net zoals Ewijk en Winssen, een arm boerendorp dat vaak door overstromingen getroffen werd. Toch waren er ook een behoorlijk aantal zeer goed bemiddelde families in Beuningen, met name grote boeren, die voor de hoogste belastingopbrengst in de streek zorgden. Van 1900 tot 1970 was er een nonnenklooster gevestigd, dat trachtte de armoede te verlichten. Eind jaren twintig veranderde deze situatie door de bouw van de nieuwe Waalhaven op de grens van Weurt en Nijmegen (1928) en de aanleg van betere straten. Ook was er de aanleg van de stoomtram van Nijmegen naar Druten. De stoomtram kwam over de Van Heemstraweg door Beuningen. De komst van de Van Heemstraweg (1927 - 1959) verbond Beuningen met Nijmegen aan de oostkant en met de dorpen aan de Waal aan de westkant (tot aan Zaltbommel). Omdat fruitteelt steeds belangrijker werd in het Rivierengebied, kwam er op het terrein waar nu de bioscoop is een jamfabriek. Deze werd vernoemd naar 'De Asdonck', het adellijke huis dat hier in de Middeleeuwen stond. Behalve een jamfabriek was er ook een bierbrouwerij op het terrein. Eind jaren twintig van de vorige eeuw verdween deze fabriek weer.

Beuningen is halverwege de tweede helft van de 20e eeuw aangewezen als groeikern voor Nijmegen. Het aantal inwoners in Beuningen groeide daardoor sterk, waardoor ook de vraag naar winkels sterk toenam. Door de snelle groei was er behoefte aan een nieuw (winkel)centrum. In het begin van de jaren '90 is op basis van een prijsvraag een start gemaakt met de verdere uitbreiding van het centrum. Dit is ongeveer 10 jaar tijd werd dit plan gerealiseerd. Er kwamen nieuwe pleinen met een ruim aanbod aan winkels en woningen: het Thorbeckeplein, het Mauritsplein, het Kerkplein en het Amaliaplein met daarbij aan de randen parkeervoorzieningen. Op het Thorbeckeplein kwam een bibliotheek.

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

9

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Ontwikkeling van het plangebied

Eind 2003 is de stedenbouwkundige visie gepresenteerd voor de afronding van de oostzijde van het centrum, het Oranjekwartier, waarna een start is gemaakt met het uitwerken van de diverse deelplannen. De projecten omvatte(n) een programma met winkelruimte, woningen en de realisatie van de huidige Alexiastraat. Met deze straat is een logische ringstructuur ontstaan rondom het dorpscentrum. Oranjekwartier Zuid is gerealiseerd en maakt deel uit van dit bestemmingsplan. Het gebied Oranjekwartier Noord, waar alleen woningen worden gerealiseerd, is gedeeltelijk gerealiseerd. Dit gebied maakt geen deel uit van dit bestemmingsplan. In 2011 is ten noorden van de Van Heemstraweg een bioscoop met kantoren en een restaurant geopend.

10

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

2.2

Ruimtelijke structuur

2.2.1

Stedenbouwkundige structuur

2.2.1.1 Van Heemstraweg Langs de Van Heemstraweg (aan de noordzijde van het plangebied) bevindt zich voornamelijk lintbebouwing in de vorm van historische villa's. De bebouwing staat hier op grotere afstand van de weg dan in de woonwijken, maar varieert per perceel, en bestaat uit 1 of 2 bouwlagen met kap. Ook het gebied ten noorden van de Van Heemstraweg dat deel uitmaakt van dit bestemmingsplan is zeer divers van karakter. In het deel direct aangrenzend aan de Van Heemstraweg neemt de bioscoop een prominente plek in. Om dit terrein heen is sprake van een organisch gegroeide situatie, maar een eigen karakter ontbreekt. Bebouwing is divers van schaal en maat, waardoor enerzijds de centrale ligging in het dorp wordt benadrukt, anderzijds is sprake van een overgang naar het buitengebied.

Overzicht centrumgebied (bron: Google Maps)

2.2.1.2 Centrumvoorzieningen/ winkelcentra Het gebied ten zuiden van de Van Heemstraweg is op te delen in een deelgebied ten noorden en zuiden van de Kerkplein. Ten noorden van het Kerkplein betreft het historische deel van de kern met meerdere monumenten, zoals de kern en de pastorie. Ten zuiden van het Kerkplein is het kernwinkelgebied aanwezig. Het is een duidelijk herkenbaar, relatief jong winkelcentrum, dat zich nabij het Julianaplein kenmerkt door gesloten wanden met een winkelfunctie op de begane grond en 2 tot 3 woonlagen daarboven. Het winkelgebied van Beuningen bestaat uit 5 pleinen (Julianaplein, Thorbeckeplein, Mauritsplein, Amaliaplein en Kerkplein) en de overdekte Julianapassage. Het centrum van Beuningen is sterk naar binnen toe gericht. Vanaf de buitenkant en vanaf doorgaande wegen zijn voorzieningen in het centrum niet of maar beperkt zichtbaar. Binnen het centrum is de structuur enigszins onduidelijk, doordat het centrum gevoelsmatig uit verschillende deelgebieden bestaat en zichtlijnen soms worden gebroken. Het centrum van Beuningen kenmerkt zich deels door een naar hedendaagse maatstaven gedateerde architectuur en een stenige uitstraling. Alleen aan de noordelijke rand van het plangebied (bij de Van Heemstraweg) komt openbaar groen voor. Voor het overige komt groen alleen voor in de vorm van bomen of haagbeplanting om parkeervakken.

In algemene zin is er weinig sfeer, mede door de uniformiteit van de panden.

2.2.2

Verkeersstructuur

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

11

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Het centrum van Beuningen ligt enigszins noordelijk (decentraal) in het dorp, maar is desondanks goed bereikbaar door een goede aansluiting op de hoofdverkeersstructuur van Beuningen met onder andere de Van Heemstraweg, Wilhelminalaan en de Leigraaf. Beuningen heeft als belangrijke doorgaande weg de Van Heemstraweg aan de noordzijde van de kern (en het plangebied). De Van Heemstraweg vormt de verbinding naar Druten en verder naar Zaltbommel in westelijke en naar Nijmegen in oostelijke richting. De belangrijkste wegen om het plangebied zijn de Wilhelminalaan aan de westzijde, de Burgemeester Geradtslaan aan de zuidzijde en de Schoolstraat - Alexiastraat aan de oostzijde. De wegen zorgen voor ringstructuur rondom het centrum, waardoor alle (parkeer)voorzieningen goed bereikbaar zijn. In het centrum is een aantal grote parkeervoorzieningen aanwezig. Deze voorzieningen zijn aan alle kanten van het centrum aanwezig. Met name het Maurits- en Thorbeckeplein zijn door hun goede ontsluiting via de Wilhelminalaan goed bereikbaar voor het hele dorp. Ook per fiets wordt het centrum goed ontsloten. Met name de vrijliggende fietspaden zorgen voor een goede bereikbaarheid van de verschillende kernen.

In het dorp loopt de vrijliggende verbinding naar Nijmegen vanaf het centrum enerzijds via de Van Heemstraweg en anderzijds via de Burgemeester van Suchtelenstraat, Pieckelaan en Kinderdorp Neerbosch.

2.3

Functionele structuur

Het centrum van Beuningen betreft bestaand stedelijk gebied. In het gebied is een mix van voorzieningen (maatschappelijke voorzieningen, dienstverlenende bedrijven en horeca) en woningen aanwezig. Het plangebied kent een grote mate van functiemenging, zowel ten noorden als zuiden van de Van Heemstraweg. In het gebied ten noorden van de Van Heemstraweg zijn onder andere de bioscoop (met kantoren en een restaurant), een café/zalencentrum, kunstenaarsinitiatief De Nieuwe Gang en diverse woningen aanwezig. Tussen de Van Heemstraweg en het Kerkplein overweegt de woonfunctie, maar is ook sprake van maatschappelijke functies (2 kerken), horeca en dienstverlening. In het kernwinkelgebied ten zuiden van het Kerkplein komen veel verschillende functies naast elkaar voor zoals maatschappelijke voorzieningen (bibliotheek, Sociaal Cultureel Centrum de Lèghe Polder), dienstverlening, horeca, detailhandel en wonen. Ook komen er nog enkele bedrijven voor in het plangebied. Deze bevinden zich voornamelijk aan de Van Heemstraweg en de Wilhelminalaan. In het centrum zijn met circa 70 winkels de meeste winkels van de gemeente gevestigd. Het aanbod bestaat voor ruim de helft uit frequent bezocht boodschappenaanbod, met onder andere 4 supermarkten, een divers palet aan (vers)speciaalzaken, een aantal winkels in persoonlijke verzorging en diverse niet-dagelijkse winkels.

Aanvullend aan dit boodschappenaanbod bestaat het winkelaanbod uit winkels die minder frequent worden bezocht. Ongeveer de helft hiervan is modisch winkelaanbod. De andere helft bestaat uit een diversiteit aan branches. Behalve winkels zijn er in het centrum ook andere publieksgerichte commerciële voorzieningen gevestigd, zoals horeca, fitness, kappers, een bank en particuliere dienstverleners (reisbureaus). In het centrum is (nog) geen sprake van structurele leegstand; geen pand staat langer dan 3 jaar leeg.

12

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het actuele algemene ruimtelijke beleidskader behandeld met conclusies over de betekenis van het beleidskader voor het plangebied. Het specifieke sectorale beleid gericht op bepaalde thema's komt in Hoofdstuk 4 aan bod.

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken;  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. De NOVI is niet specifiek van toepassing op het plangebied.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied.

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

13

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder.

Planspecifiek Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan bestendigd de bestaande (planologische) situatie en borgt de gemeentelijke detailhandelsvisie en centrumvisie voor het centrum van Beuningen in planologisch-juridische zin. Ook in deze visie wordt uitbreiding van het bestaande aanbod c.q. programma niet voorgesteld, maar wordt geopteerd naar een meer compact winkelgebied. Dit betekent dat met de vaststelling van dit bestemmingsplan geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en is het doorlopen van de ladder dan ook niet noodzakelijk.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal & regionaal beleid

Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)' hebben de Provinciale Staten op 21 december 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

14

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

3.2.1

Omgevingsvisie

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal:  Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water,bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen.

En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s:  Energietransitie: van fossiel naar duurzaam.  Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer.  Circulaire economie: sluiten van kringlopen.  Biodiversiteit: werken met de natuur.  Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.  Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.  Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot.

Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Gelderland heeft de ambitie om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus te hebben, dat past bij de diversiteit van de woningvraag; voor iedereen een passende (levensloopgeschikte), duurzame woning. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor dit bestemmingsplan.

De omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling.

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

15

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

3.2.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Detailhandel Het doel van het beleid is het behoud van een evenwichtige en toekomstbestendige detailhandelstructuur in Gelderland, die bijdraagt aan de vitaliteit van steden en dorpen. Het vernieuwen en aanpassen van bestaande centra en winkelgebieden aan een afnemende vraag naar winkels en nieuwe marktontwikkelingen heeft prioriteit. Het doel is supermarkten te realiseren dicht bij de burgers en supermarkten dragen bij aan versterking van nieuwe en bestaande winkelgebieden.

Detailhandel kan in principe alleen op een perifere locatie worden toegestaan, wanneer dit uit oogpunt van ruimte of veiligheid vereist is. Gedacht kan worden aan detailhandel in volumineuze goederen, zoals tuincentra, bouwmarkten, meubelwinkels, handel in auto's en boten en detailhandel die uit veiligheidsoverwegingen niet in winkelgebieden kan worden gevestigd. Andere vormen van detailhandel zijn op perifere locaties uitgesloten. Dit geldt ook voor supermarkten. Als bij internetwinkels en afhaalpunten sprake is van uitstalling van goederen ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan consumenten, dan beschouwt de provincie dit als detailhandel. Hierbij geldt het uitgangspunt dat, als de internetwinkels en afhaalpunten ruimtelijk inpasbaar zijn, ze een plaats moeten krijgen in bestaande binnenstedelijke winkelgebieden. Ze dragen bij aan bezoekersstromen in winkelgebieden en het voorkomen van leegstand en versterken zo de vitaliteit van winkelgebieden. Wonen In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zoals onder andere in 3.1.2 is beschreven is met dit bestemmingsplan geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Landbouw Aan de noordzijde van het plangebied is een agrarisch perceel aanwezig.

Dit perceel valt binnen de provinciale Verordening onder het thema 'Landbouw' en omvat instructieregels omtrent (niet-)grondgebonden veehouderijen. Binnen dit bestemmingsplan wordt dit ook niet mogelijk gemaakt. Cultuurhistorie Windmolens met een monumentenstatus zijn een onlosmakelijk onderdeel van de regionale identiteit. Daarom streeft Gelderland naar het behoud en bescherming van molenbiotopen. Om een monumentale molen met een vrije windvang te laten functioneren, geldt dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen, hoogtebeperkingen moeten worden gesteld aan het oprichten van bebouwing en beplanting. Verder dient rekening te worden gehouden met de belevingswaarde en het historisch karakter van de omgeving van de molen. Door maatwerk/compensatie wordt de belevingswaarde en het functioneren van de molen door middel van windvang niet beperkt. Met name in een bebouwde omgeving kunnen ook andere belangen in het geding zijn waarbij zekere beperkingen ten aanzien van de windvang of de belevingswaarde niet altijd zijn uit te sluiten. Binnen de kern Beuningen is de standerdmolen 'De Haag' gelegen. Ten behoeve van het waarborgen van de windvang van deze molen is een beschermingsregeling opgenomen, zie ook 4.9. Planspecifiek Dit bestemmingsplan is in lijn met de omgevingsverordening.

16

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

3.2.3

Regionale woningbouwafspraken

Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Planspecifiek Dit bestemmingsplan voorziet niet in een nieuwe woningbouwontwikkeling.

3.2.4

Conclusie

Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan bestendigd de bestaande (planologische) situatie en borgt de gemeentelijke detailhandelsvisie en centrumvisie voor het centrum van Beuningen in planologisch-juridische zin. Ook in deze visie wordt uitbreiding van het bestaande aanbod c.q. programma niet voorgesteld, maar wordt geopteerd naar een meer compact winkelgebied. Dit bestemmingsplan is dan ook in lijn met de omgevingsvisie en -verordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Beuningen

De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.

De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn:  Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben;  Beuningen is gezond, inclusief en veilig;  Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig;  Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico's. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit;  Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Centrum: Gestreefd wordt naar behoud en versterking van de voorzieningen in de kernen, waaronder versterking en verbreding van de functie van Beuningen-centrum: als boodschappencentrum plus (winkels dagelijkse sector en frequent niet-dagelijks) en als “huiskamer van Beuningen” (horeca, winkels niet-dagelijkse sector, diensten) in prettige en sfeervolle ambiance. De winkels worden geconcentreerd in een winkelkerngebied. Rondom dit winkelkerngebied is ruimte voor combinatiesvan winkels en andere functies, zoals wonen. Het centrum van Beuningen is compact. Dit is een kwaliteit.

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

17

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

3.3.2

Detailhandelsvisie en centrumvisie

Detailhandelsvisie en centrumvisie Beuningen Aangezien er ontwikkelingen spelen die van invloed zijn op het functioneren van een detailhandelc.q. centrumlocatie is een visie opgesteld voor de belangrijkste winkelgebieden in Beuningen, de Heuve en het centrum van Beuningen. De gemeenteraad heeft op 17 november 2015, met uitzondering van 2 punten, ingestemd met de 'Detailhandelsvisie en centrumvisie Beuningen'. De bedoelde 2 punten hebben geen invloed op dit bestemmingsplan. Het doel van de visie is:  Het streven om het huidige complete en diverse boodschappenaanbod te behouden en te versterken.  Het versterken van de 'woonkamer'-functie van het centrum. Het centrum krijgt dan een bredere functie dan alleen een winkelfunctie. Voorzieningen die in toenemende mate bij de 'woonkamer' horen, zijn dag- en avondhoreca en sociaalmaatschappelijke voorzieningen als een bibliotheek en zorgvoorzieningen. Door een sterk boodschappenaanbod en de 'woonkamer'-functie uit te breiden, worden de kansen op behoud van aanvullend winkelaanbod (o.a. mode) vergroot. Om dit doel te bereiken zijn in de visie een aantal beleidsuitgangspunten en -maatregelen geformuleerd.

Algemeen: Clustering in twee complementaire winkelgebieden; namelijk in een sterk centrum met boodschappen- en verblijfsfunctie en in het Shoppingpark De Heuve dat vooral gericht is op grote winkels met volumineuze detailhandel met naast een lokale ook een streekfunctie.

Beleidsuitgangspunten centrum Centrum:  Inzetten op een compact kernwinkelgebied: Om potenties in het centrum zo goed mogelijk te benutten en om een duurzaam centrum te realiseren, wordt ingezet op een compacter winkelgebied.  Verschillende deelgebieden onderscheiden: In de centrumvisie zijn voor het kernwinkelgebied verschillende deelgebieden te onderscheiden met elk hun eigen karakteristieken. Rondom de belangrijkste parkeerpleinen ligt de nadruk op het boodschappen doen. Door het parkeren voor de deur lenen deze gebieden zich hier uitstekend voor. Supermarkten zijn belangrijke publiekstrekkers. Het goed functioneren hiervan is van belang. Het centrale deel van het kernwinkelgebied is vooral gericht op het 'shoppen' met een mix aan winkels, aangevuld met horeca en dienstverlenende bedrijven. Om bezoekers uit te nodigen hier te verblijven en diverse winkels te bezoeken is een aantrekkelijke verblijfsomgeving van belang, waarbij het hart van het centrum, het Julianaplein, zich het best leent voor de verblijfsfunctie. De oostelijke delen van het centrum (Schoolstraat en Amaliaplein) behoren niet tot het kernwinkelgebied, maar behoren functioneel wel tot het centrumgebied. Voor deze gebieden wordt ingezet op een meer gemengde invulling met functies zoals wonen, diensten en ambachten. Bovenstaande uitgangspunten zijn geborgd in dit bestemmingsplan, zie ook 5.3.

18

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Onderzoek actualiteit detailhandels- en centrumvisie Om te kunnen beoordelen of de uitgangspunten en kaders van het huidige beleid nog actueel zijn heeft de gemeente in 2023 een onderzoek laten uitvoeren naar de actualiteit van de detailhandels- en centrumvisie (DTNP, 2401.1222, 23 augustus 2023). Hieruit blijkt dat de situatie in het centrum van Beuningen beperkt is gewijzigd. De leegstand is sinds 2015 meer dan gehalveerd. Het aanbod winkels (niet-dagelijkse sector) is afgenomen, waarbij veel panden zijn ingevuld met andere publieksgerichte functies dan detailhandel. Deze functies versterken het centrum als ontmoetings- en verblijfsplek. Het aanbod in het centrum is dus meer pluriform geworden. Uitgangspunt blijft de afbakening van het kernwinkelgebied, zoals opgenomen in de Detailhandels- en Centrumvisie Beuningen uit 2015. Gelet op de afgenomen leegstand, de afname in het winkelaanbod en toename van andere functies in de afgelopen jaren, is het niet noodzakelijk om in dit bestemmingsplan - naast de Schoolstraat - op andere locaties de huidige detailhandelsmogelijkheden in te perken.

3.3.3

Woonvisie

De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Woonwaarts. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio.

Kwalitatieve opgave: inspelen op de mismatch Het is de ambitie om over voldoende woningen te beschikken én de juiste woningen op de juiste plekken te hebben, passend bij de doelgroepen en woonwensen nu en op langere termijn. De mismatch tussen vraagontwikkeling en huidig woningaanbod is daarbij maatgevend. Binnen de gemeente moet een gevarieerd aanbod aan woonmilieus worden aangeboden: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Het percentage sociale huurwoningen moet minimaal gelijk blijven, maar de samenstelling van de huurwoningvoorraad moet veranderen om beter in te spelen op de woonwensen van kleine huishoudens, waaronder met name ouderen en zorgbehoevenden. De gemeente zet in op transformatie van leegstaand c.q. vrijkomend (agrarisch) vastgoed richting woningbouw, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat dit meerwaarde biedt voor de volkshuisvestelijke, maatschappelijke en/of ruimtelijke kwaliteit. Transformatie wordt als een bredere opgave gezien. Daaronder valt ook: aanpassingen van woningen met het oog op levensloopbestendigheid, investeringen in verduurzaming in energetisch opzicht, verkoop van huurwoningen en terugbouwen van toekomstgerichte sociale huurwoningen (de dubbelslag), transformatie van wijken (herstructurering), splitsing grotere boerderijen/woningen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat.

Kwantitatieve opgave: bandbreedte Vanzelfsprekend is het inspelen op de kwalitatieve mismatch op de woningmarkt op termijn cruciaal, dat is het vertrekpunt. Een kwantitatieve bandbreedte, als kader waarbinnen de juiste kwaliteiten gerealiseerd kunnen worden, blijft echter nodig. Meer dan in het verleden wil de gemeente daarin ruimte voor flexibiliteit creëren, zodat sneller wordt ingespeeld op nieuwe kansrijke initiatieven. Het is belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern wordt gebouwd, passend bij de ontwikkeling van de kern, zodat deze vitaal blijven. Geen grootschalige uitbreidingen, maar kleinschalige impulsen, passend bij de bestaande sfeer en identiteit.

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

19

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Planspecifiek Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Met dit bestemmingsplan worden echter geen nieuwe ontwikkelingen voor woningbouw mogelijk gemaakt. Indien dit aan de orde is, zal voor dat project een nieuw bestemmingsplan in procedure worden gebracht.

3.3.4

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan

Eind 2011 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP) vastgesteld. In dit plan staat hoe de gemeente omgaat met verkeersveiligheid, openbaar vervoer, bereikbaarheid en duurzaamheid. Het doel van dit plan is een verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar Beuningen tot 2020. Het plan beschrijft eerst de knelpunten en visies voor de verschillende thema's. Daarna komen de gewenste verkeersmaatregelen aan bod in combinatie met een uitvoeringsplan. De gemeente streeft er naar de verkeersveiligheid verder te verbeteren en het verkeer in goede banen te leiden. Dit wil de gemeente bereiken door het creëren van een robuuste verkeersstructuur. In 2012 is een nieuwe zuidelijke randweg van Beuningen gerealiseerd. Dit zorgt voor een betere verdeling van het verkeer in de woonwijken. Daarnaast wordt, door de Burgemeester Geradtslaan en de Houtduiflaan ook aan het netwerk van gebiedsontsluitingswegen toe te voegen en aan de volledige Van Heemstraweg de functie van gebiedsontsluitingsweg toe te kennen, een logische en herkenbare ontsluitingsstructuur voor Beuningen gecreëerd. Wel heeft de gemeente de wens om de Van Heemstraweg in het centrum van Beuningen af te waarderen zodat deze weg veel minder een barrière vormt in het hart van het dorp.

Om de verkeerscirculatie in en rond het centrum van Beuningen te verbeteren worden enkele suggesties gedaan om met name het bevoorradingsverkeer beter af te wikkelen en een duidelijke parkeerroute rondom het centrum te realiseren via de Burgemeester Geradtslaan en de Alexiastraat. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe wegen mogelijk gemaakt. Aanpassingen aan de wegen zijn binnen de bestemming 'Verkeer' mogelijk.

3.3.5

Evenementenbeleid

Jaarlijks vinden een groot aantal, zowel incidentele als jaarlijks terugkerende, evenementen plaats in de gemeente Beuningen. Hoewel dit een positieve invloed heeft op het beeld van de gemeente, kan het ook leiden tot een toenemende druk op het woon- en leefmilieu. Het is daarom van belang om aan te geven onder welke voorwaarden een evenement in de gemeente gehouden kan worden en om een samenloop van meerdere belastende evenementen te voorkomen. Daarnaast vragen voornamelijk de grootschalige en/of (zwaar) belastende evenementen om de inzet van (extra) capaciteit van de hulpverleningsdiensten wat een goede voorbereiding en afstemming tussen alle betrokken partijen vergt. Om dit zo goed mogelijk te reguleren is door het college op 31 maart 2009 het evenementenbeleid vastgesteld. Bepalend voor de invloed van een evenement op de omgeving zijn met name de aspecten: type evenement, locatie, aantrekkende werking/aantal bezoekers en geluid. Door deze aspecten in het bestemmingsplan op te nemen, wordt de toelaatbaarheid van een bepaald evenement op een bepaalde locatie zo in het algemeen binnen het kader van de ruimtelijke ordening geplaatst. De evenementenvergunning op grond van de APV wordt door middel van voorschriften specifiek op het betreffende evenement afgestemd. Deze voorschriften betreffen veiligheid, hygiëne, parkeren, geluidsniveaus en overige aspecten van openbare orde.

Planspecifiek Binnen het plangebied worden jaarlijks diverse evenementen georganiseerd, uiteenlopend van een kleinschalige braderieën tot de Lentefeesten (met kermis).

20

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Type evenementen In het bestemmingsplan voor het Centrum van Beuningen is op de eerste plaats onderscheid gemaakt naar type/categorie evenement, waarbij een directe relatie met het aantal bezoekers is gelegd. Dit onderscheid is vastgelegd in het begrip 'evenement'. In dit begrip wordt een evenement als volgt gedefinieerd en onderscheiden in categorieën: 'een georganiseerde gebeurtenis, (openlucht)manifestatie, themadag of -week in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak. Hierbij worden de volgende categorieën onderscheiden: a. categorie 1: evenementen met geluid waarbij het totaal aantal bezoekers meer bedraagt dan 10.000 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 50.000 personen; b. categorie 2: evenementen met geluid waarbij het totaal aantal bezoekers meer bedraagt dan 5.000 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 10.000 personen; c. categorie 3: evenementen met geluid waarbij het totaal aantal bezoekers meer bedraagt dan 500 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 5.000 personen; d. categorie 4: evenementen met geluid waarbij het totaal aantal bezoekers niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 500 personen; e.

categorie 5: evenementen zonder geluid waarbij het totaal aantal bezoekers niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 500 personen.' In de juridische regeling zijn aan de toelaatbaarheid van een 'evenement' de volgende voorwaarden verbonden: categorie

maximaal aantal evenementen per jaar

maximale duur van een Totaal aantal bezoekers evenement, exclusief per evenement op- en afbouw

1

0

-

2

2

3 aaneengesloten dagen meer dan 5.000 en minder dan of gelijk aan 10.000

3

3

3 aaneengesloten dagen meer dan 500 en minder dan of gelijk aan 5.000

4

2

3 aaneengesloten dagen minder dan of gelijk aan 500

5

onbeperkt

3 aaneengesloten dagen minder dan of gelijk aan 500

meer dan 10.000 en minder dan of gelijk aan 50.000

De op- en afbouw van bij het evenement behorende voorzieningen mag maximaal 7 dagen duren. Voor de kermis mag in afwijking van de tabel, de maximale duur (exclusief op- en afbouw) niet meer bedragen dan 7 dagen. Geluid Bij evenementen met geluid/ muziek zijn er bepaalde maxima die in acht genomen moeten worden om 'onleefbare situaties' te voorkomen. Algemeen geaccepteerd is dat voor het maximum toelaatbaar geluidsniveau moet worden uitgegaan van een woning waarbij met gesloten ramen en deuren een normaal gesprek mogelijk moet zijn. Hiervoor is nodig dat in de dagperiode en in de avondperiode het geluidniveau ten gevolge van een evenement binnen de dichtstbijzijnde woning (of een andere geluidsgevoelige bestemming) maximaal 50 dB(A) bedraagt. Uitgaande van een gemiddelde gevelisolatiewaarde van woningen van 30 dB(A) moet het maximaal geluidniveau op de gevel van de woning worden begrensd op 80dB(A).

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

21

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Speciale aandacht moet worden geschonken aan laagfrequent geluid (dB(C)). Laagfrequent geluid door o.a. bastonen levert vaak de meeste hinder op. Daarvoor geldt als maximaal geluidniveau 93 dB(C) op de gevel van de woning. Geluidnormen worden gemeten op een hoogte van 1,5 meter. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

3.3.6

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend in het gemeentelijke beleid.

3.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend in het beleid van de verschillende overheden.

22

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Hoofdstuk 4

Milieu- & omgevingsaspecten

Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan geen nieuwe ontwikkelingen. Met uitzondering van het gebied rondom de Schoolstraat. In lijn met de centrumvisie worden ter plaatse de functies dienstverlening, praktijkruimten en ambachten opgenomen voor het gehele blok van panden aan de Schoolstraat. In de centrumvisie is genoemd dat delen van het centrum, zoals het Amaliaplein en de Schoolstraat, niet tot het kernwinkelgebied behoren. Deze delen van het centrum hebben nu niet de kwaliteiten van een kernwinkelgebied (o.a. geen grote passantenstroom, geen sterke trekker, niet in de loop, relatief beperkt parkeerterrein). Gelet op de wens voor een compacter kernwinkelgebied wordt in de toekomst niet ingezet op vergroting van het kernwinkelgebied, en dus niet op versterking en opwaardering van onder andere het Amaliaplein en de Schoolstraat. Daarom wordt voor deze gebieden ingezet op een meer gemengde invulling van functies als wonen, diensten en ambachten. Aangezien nu al sprake is van horeca, dienstverlening en detailhandel kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

4.1

Verkeer & parkeren

Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie. Mocht zich nieuwe ontwikkelingen voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebacht worden. In die plannen zal nader ingegaan worden op de eventuele betekenis voor de verkeersstructuur. In dit bestemmingsplan is tevens de regeling opgenomen, zoals deze ook reeds was vastgesteld in het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren'. Dit houdt in dat bij elke vergunningplichtige activiteit tevens voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Planspecifiek Het bestemmingsplan staat geen nieuwe bodemgevoelige functies toe, maar legt de bestaande situatie vast. In het kader van dit plan is dan ook geen verkennend bodem- en grondwateronderzoek uitgevoerd. Bij eventuele bebouwingsuitbreidingen wordt via de bouwverordening in het kader van de omgevingsvergunning tot bouwen zorg gedragen voor een goede bodemkwaliteit. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

23

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

4.3

Geluid

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied.

Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft.

Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.'

24

bestemmingsplan "Centrum Beuningen 2024" (definitief)

bestemmingsplan Centrum Beuningen 2024

Planspecifiek Het bestemmingsplan staat geen nieuwe geluidgevoelige functies toe, maar legt de bestaande situatie vast. Bij eventuele planologische ontwikkelingen zal in het kader van die ruimtelijke plannen het aspect wegverkeerslawaai worden behandeld. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.4

Milieuzonering

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.

Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien richtafstanden worden overschreden is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=279da631-0c99-4357-a12b-11cef3ed8e87