Bijlage 1 Toelichting en Regels - Koningsstraat 11 Ewijk
Tekst van het document
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
51
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 het bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 2.7 het peil de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen
of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.
52
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven uit categorie 1 of 2 van de als bijlage 1 opgenomen Lijst van bedrijven met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autospuitinrichting' tevens een autospuitinrichting met SBI-code 45204 is toegestaan; b. detailhandel, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.3.1; één en ander met bijbehorende voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Situering van bouwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 3.2.2
Maatvoering van hoofdgebouwen
Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' 3.2.3
Maatvoering van bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' gelden de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; c. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50 m². 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van pergola's mag niet meer bedragen dan 2,75 m; c. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. detailhandel, behoudens: 1. ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten; b. buitenopslag, met uitzondering van auto's; c. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen; d. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; e. risicovolle inrichtingen.
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
53
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1
Omgevingsvergunning Staat van Bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 onder a, voor het toestaan van bedrijven die zijn opgenomen in een categorie hoger dan de ingevolge 3.1 onder a, toegelaten categorieën, mits deze bedrijven naar aard, milieubelasting en ruimtelijke impact vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven, met inachtneming van de volgende regels: a. een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat is niet toegestaan; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken plaats; c. risicovolle inrichtingen en nieuwe activiteiten uit kolom 1 van onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. in de gevallen als genoemd in kolom 2 van de betreffende bijlage zijn niet toegestaan; d. geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan.
54
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Artikel 4 4.1
Groen - Landelijk groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Landelijk groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. tuinen; c. inritten; d. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.2
Bouwregels
Het oprichten van gebouwen en bouwwerken is niet toegestaan. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest; b. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten; c. buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; d. het parkeren van auto's ten behoeve van en/of behorende bij het binnen de bestemming Bedrijf gelegen autobedrijf.
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
55
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaalde in sublid 5.3.2; c. na een omgevingsvergunning ex 5.4.2: een bed & breakfast; d. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Toegestane bebouwing
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, zoals woningen met aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven; b. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; 5.2.2
Situering van bouwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat 1. bijgebouwen op een minimum afstand van 1,0 m achter de voorgevelrooilijn van de woning moeten worden gerealiseerd; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 5.2.3
Maatvoering
Met betrekking tot de maatvoering en situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: DE WONING
MAATVOERING
MAXIMUM GOOTHOOGTE
3,0 m, met dien verstande dat: - bij het bouwen van een T-boerderij een maximum goothoogte van 6,0 m is toegestaan; - indien een gootlijn verspringt om ter plaatse een deur te kunnen realiseren, ter hoogte van deze gevelopening een maximum goothoogte van 5,0 m is toegestaan
MAXIMUM (BOUW)HOOGTE
11,0 m
MAXIMUM INHOUD VRIJSTAANDE WONING
1.000 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen)
MINIMUM AFSTAND ZIJDELINGSE PERCEELSGRENS
2,0 m
MINIMUM DAKHELLING
35 graden
MAXIMUM DAKHELLING
50 graden, met dien verstande in het geval er een mansarde kap wordt gerealiseerd, over een
56
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
dakhoogte van maximaal 3 m een dakhelling van maximaal 75 graden is toegestaan
VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN BIJ WONING
MAXIMUM
GEZAMENLIJKE OPPERVLAKTE PER WONING 120 m², met dien verstande dat minimaal 50 % van het achterfgebied onbebouwd moet blijven GOOTHOOGTE
3,0 m
(BOUW)HOOGTE
6,0 m
MINIMUM DAKHELLING
35 graden
MAXIMUM DAKHELLING
50 graden, met dien verstande dat deze bepaling alleen geldt voor symmetrische daken
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAXIMUM
(BOUW)HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN ACHTERERFGEBIED
2,0 m
(BOUW)HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN BUITEN ACHTERERFGEBIED
1,0 m
(BOUW)HOOGTE CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN
3,0 m
OPPERVLAKTE CARPORTS C.Q. OVERKAPPING
20,0 m2
(BOUW)HOOGTE OVERIGE BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
6,0 m
5.2.4
Ondergrondse gebouwen
Ondergrondse gebouwen zijn toegestaan, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebouwen; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds. 5.2.5
Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit
Op of in de in deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in het beeldkwaliteitplan dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen. 5.2.6
Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en het Beleidsplan Water en Riolering.
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
57
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag; b. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. detailhandel; d. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; e. kamerbewoning; f. seksinrichtingen; g. meer dan 15 m² aan bijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren; h. het parkeren van auto's ten behoeve van en/of behorende bij het binnen de bestemming Bedrijf gelegen autobedrijf. 5.3.2
Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit
Binnen deze bestemming wordt het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 % van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer (Wm), is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan. 5.3.3
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik van de woning, zoals beschreven in deze bestemming, is pas toegestaan indien en zolang aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de landschappelijke inpassing zoals deze is opgenomen in bijlage 3 van deze regels moet binnen 1,5 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen voor de woning / het woongebouw zijn aangelegd en vervolgens in stand worden gehouden. 5.4
Afwijken van de gebruiksregels
5.4.1
Omgevingsvergunning publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 5.3.2 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of bijbehorende bouwwerken voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 % van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. het gebruik blijft ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen moeten op eigen terrein worden gesitueerd of in de directe omgeving, mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; e. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan.
58
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
5.4.2
Omgevingsvergunning bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in lid 5.1 onder c om een bed & breakfastvoorziening voor maximaal 8 personen in maximaal 4 kamers toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. deze nevenactiviteit is enkel in de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende bijgebouwen toegestaan; b. de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; c. de voor bed & breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; d. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; e. er wordt een nachtregister bijgehouden; f. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; i. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 5.4.3
Omgevingsvergunning mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 5.3.1 onder d en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent advies aan een onafhankelijk ter zake deskundige instantie; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken; d. de afstand van de achtergevel van de woning tot de tijdelijke mantelzorgunit mag maximaal 15 m bedragen. Van deze afstand kan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken zodra de omstandigheden op of de inrichting van het perceel plaatsing van een tijdelijke mantelzorgunit binnen een afstand van maximaal 15 m tot de woning niet mogelijk maakt; e. de afhankelijke woonruimte moet worden bewoond door degene(n) die de mantelzorg nodig heeft/ hebben; f. de afhankelijke woonruimte mag geen eigen perceelsontsluiting hebben; g. parkeren moet op eigen erf plaatsvinden; h. er geen zelfstandige woning ontstaat; i.
de omgevingsvergunning kan worden ingetrokken indien de noodzaak vanuit oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, in verband waarmee ook een tijdelijke mantelzorgunit moet worden verwijderd.
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
59
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Artikel 6 6.1
Waarde-Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde-Archeologie 2 mede aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Het gaat hierbij om waardevolle archeologische terreinen, historische dorpskern, oude woongronden, huisterpen en overige terreinen van archeologisch belang. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 2' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 6.2.2
Uitzonderingen
In afwijking van het bepaalde in 6.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder maaiveld niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 100 m 2 d. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Afwijken a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 6.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 6.3 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
60
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
6.3.2
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige. 6.3.3
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 6.3.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het ophogen van de bodem hoger dan 0,3 m; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 6.4.2
Uitzonderingen
Het in 6.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in 6.3.1 in acht is genomen; b. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; c. die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; d. die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m 2; e. die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden het bestaande maaiveld; f. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; g. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 6.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning a. Vergunning als bedoeld in 6.4.1 wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3.
er geen archeologische waarden zijn. b. Aan de vergunning als bedoeld in 6.4.1 kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden:
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
61
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 6.4.4
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige. 6.4.5
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 6.4.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
62
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Artikel 7 7.1
Waarde-Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde-Archeologie 4 mede aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 4' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 7.2.2
Uitzonderingen
In afwijking van het bepaalde in 7.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 250 m 2 d. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Afwijken a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 7.2.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 7.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 7.3 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
63
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
7.3.2
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige. 7.3.3
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het ophogen van de bodem hoger dan 0,3 m; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 7.4.2
Uitzonderingen
Het in 7.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in 7.3.1 in acht is genomen; b. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; c. die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; d. die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m 2; e. die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden het bestaande maaiveld; f. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; g. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 7.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning a. Vergunning als bedoeld in 7.4.1 wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3.
er geen archeologische waarden zijn. b. Aan de vergunning als bedoeld in 7.4.1 kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de
64
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 7.4.4
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige. 7.4.5
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 7.4.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige. 7.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
65
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1
Ondergeschikte bouwdelen
9.1.1
Overschrijding bouw- en bestemmingsgrenzen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,0 m bedraagt. 9.1.2
Overschrijding bouwhoogte
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1,0 m bedraagt. 9.2
Bestaande maatvoering
In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een bouw- of omgevingsvergunning voor het bouwen, het volgende: a. indien en voor zover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, danwel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum. 9.3
Parkeren
9.3.1 Parkeerregeling bouwen a. Een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, mag niet worden gebouwd of verbouwd, indien op het bijbehorende bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom', op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden. 9.3.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 9.3.1 onder a en b en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in
66
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; 2. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. Afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sublid 9.3.1 onder a en b, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Parkeren
10.1.1 Parkeerregeling gebruik a. Indien voor de wijziging van het gebruik van gronden en bouwwerken een omgevingsvergunning is vereist, wordt deze omgevingsvergunning pas verleend als is verzekerd dat op het bijbehorende bouwperceel wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. Of er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom', op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden. 10.1.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; 2.
er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van de parkeernormering, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
67
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Artikel 11 11.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied' zijn gronden gelegen ter plaatse waarvan archeologisch onderzoek is gestart maar nog niet is afgerond.
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2,5 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot. b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2,5 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot. c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.
68
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Koningstraat 11 Ewijk'.
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
69
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Bijlagen bij regels
70
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
71
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Bijlage 2
72
Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing
bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)
73