CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting en Regels - Koningsstraat 11 Ewijk

Raadsvergadering 11 juni 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling ontwerpbestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk23.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Koningstraat 11 Ewijk

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionale woningbouwafspraken 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie

10 10 11 13 14 19

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling

20 20 21 22 24 25 26 27 29 32 34 37 38

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen

39 39 40

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Maatschappelijke haalbaarheid

42 42 42 42

Bijlagen bij toelichting

43

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

44

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek industrielawaai

45

Bijlage 3

Stikstofdepositieonderzoek

46

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

47

2

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Regels

48

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

49 49 52

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Bedrijf Groen - Landelijk groen Wonen Waarde-Archeologie 2 Waarde-Archeologie 4

53 53 55 56 60 63

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene wijzigingsregels

66 66 66 67 68 68

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

69 69 69

Bijlagen bij regels

70

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

71

Bijlage 2

Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk

72

Bijlage 3

Landschappelijke inpassing

73

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

3

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Toelichting

4

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In de vergadering van 19 december 2017 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om bouwen in de linten van Ewijk mogelijk te maken, waarbij de uitgangspunten door het college zijn uitgewerkt in een toetsingskader. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit toetsingskader met spelregels voor de linten van Ewijk op 16 april 2019 vastgesteld. Op basis van het toetsingskader kunnen bouwinitiatieven nader uitgewerkt worden (zie verder subparagraaf 3.4.2). In navolging op het toetsingskader heeft het onderhavige bouwinitiatief betrekking op een deel van he perceel aan de Koningstraat 11 in Ewijk. De eigenaren (hierna: initiatiefnemers) zijn voornemens om ter plaatse één vrijstaande woning te realiseren. Hiertoe is een principeverzoek ingediend. Op 21 februari 2023 heeft het college besloten om principemedewerking te verlenen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, zal het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied moeten worden herzien. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in de randzone van de kern Ewijk. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie E, nr. 2106 (deels) en wordt begrensd door:  Noordzijde: de Koningstraat;  Oostzijde: het bestaande woonperceel aan de Koningstraat 11a en 11b;  Zuidzijde: percelen ten behoeve van toekomstig groen en wonen (Hoge Woerd);  Westzijde: het bestaande woonperceel aan de Koningstraat 13. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Globale ligging plangebied (rode cirkel)

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

5

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)

1.3

Geldende plannen

Het plangebied is onderdeel van het bestemmingsplan 'Koningstraat 11 Ewijk', zoals de gemeenteraad deze geconsolideerd heeft vastgesteld op 9 april 2015. De gronden in het plangebied hebben hierin de bestemming 'Bedrijf' en zijn tevens voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Voor archeologie is het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie' vigerend.

Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) De beoogde ontwikkeling past niet binnen de bestemming 'Bedrijf', omdat ter plaatse geen burgerwoning mag worden opgericht. De geldende bestemming moet daarom worden herzien. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet hierin.

6

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en de regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

7

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

In de bestaande situatie is het plangebied onderdeel van de bedrijfsgronden bij de autogarage aan Koningstraat 11. Het plangebied ter plaatse van de te realiseren woning is onbebouwd. Ten zuiden van het plangebied is een A-watergang gelegen. De beschermingszone van deze watergang reikt niet tot in het plangebied. Het plangebied is onderdeel van het historische bebouwingslint de Koningstraat. In de directe nabijheid van het plangebied zijn voornamelijk burgerwoningen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied wordt het nieuwe woongebied de Hoge Woerd ontwikkeld. Op navolgende afbeeldingen zijn impressies van de omliggende bebouwing en van het plangebied weergegeven

Impressie bestaande bebouwing met globale aanduiding plangebied (rode omkadering)

Impressie van de bestaande situatie vanaf de Koningstraat

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemers zijn voornemens om in aansluiting op het toetsingskader de huidige basis van het lint uit te breiden door, voor het autobedrijf, één vrijstaande woning met bijgebouw toe te voegen. Het wordt een duurzame (gasloze), zoveel mogelijk zelfvoorzienende woning (minimaal voldoend aan de BENG-eisen). De boogde ontwikkeling is op de navolgende afbeelding stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast.

8

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Impressie landschappelijke inpassing, zie ook bijlage 3 bij de regels Voor alle plannen in de linten heeft de gemeente Beuningen een Beeldkwaliteitplan Historische linten Ewijk op laten stellen. De woning is in de eerste bebouwingslijn gesitueerd. Wat betreft de maatvoering en beeldkwaliteit wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het ‘Beeldkwaliteitsplan Historische Linten Ewijk’. De maximum goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3,0 m en 11,0 m en de woning wordt uitgevoerd is een landelijke architectuur. De woning krijgt een rechthoekige grondvorm, maar in afwijking van het toetsingskader een lengte van maximaal 12 m. Indien de beoogde maat van 15 m wordt gehanteerd dan resteert op de kavel te weinig groen. Middels dit ontwerp kan ter plaatse op diverse manieren groen worden ingepast hetgeen zorgt voor een goede landschappelijke inpassing. Aan de noordzijde van het perceel komt een geschoren, eventueel gemengde haag met aan de westzijde een bakenboom. Tussen de woning en de Koningstraat wordt een groene kamer ingericht met fruitbomen. Om het woonperceel landschappelijk af te scheiden van het bedrijfsgebouw wordt aan de zuidzijde van het perceel een rij bomen met onder beplanting gerealiseerd. Tot slot wordt aan de westzijde over de volledige perceelslengte een gemengde haag geplant. Alle soorten zijn gebiedseigen.

De beoogde woning wordt via een inrit aan de westzijde ontsloten op de Koningstraat.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

9

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied. Wel is het plangebied op basis van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) gelegen binnen een 'radar verstoringsgebied'.

Aangezien objecten met een grote hoogte aanleiding kunnen geven tot verstoring van het radarbeeld, moet ter plaatse van het betreffende radar verstoringsgebied voor obstakels, hoger dan 90 m boven N.A.P., worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Met de in onderhavig plan opgenomen hoogtebeperkingen wordt geen bebouwing hoger dan 90 m mogelijk gemaakt. Zodoende vormt het radar verstoringsgebied geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

10

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk

gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling. Planspecifiek Onderhavig initiatief betreft het realiseren van maximaal één extra burgerwoning. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Desondanks kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda, zie verder subparagraaf 3.4.3. 3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)' en het 'Actualisatieplan 9 Omgevingsverordening' hebben de Provinciale Staten op respectievelijk 1 februari 2022 en 5 juli 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

11

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

3.2.2

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt.

Het plangebied ligt namelijk binnen de 'kernrandzone' van Ewijk, in de 'rest bebouwde kom', langs een lint met relatief veel bebouwing. Bovendien is de beoogde woningtoevoeging afgestemd in het woningbouwprogramma, zie hiervoor subparagraaf 3.4.3. Daarnaast wordt de nieuwe woning, aansluitend op de provinciale duurzaamheidsambities, zonder aardgasaansluiting en zoveel mogelijk zelfvoorzienend gerealiseerd. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt daarom geen belemmering voor de beoogde woning. 3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening.

12

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Planspecifiek In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zoals in subparagraaf 3.4.3 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling zowel binnen de woonvisie alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (en daarmee binnen de subregionale woonagenda). Daarnaast dient op grond van artikel 2.65b in het bestemmingsplan te worden toegelicht welke maatregelen of voorzieningen worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In het onderhavige geval zal het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak niet worden gekoppeld aan het rioolsysteem, waardoor overbelasting van het riool wordt voorkomen. Daarnaast zal rond de woning beplanting worden aangebracht, waardoor hittestress wordt beperkt. Tevens zorgt de beplanting voor een verbetering van de biodiversiteit. Ook zal door het beperken van terreinverharding en het toepassen van halfverharding het grondwater aangevuld blijven worden met regenwater, zodat droogteschade wordt voorkomen. Bovendien zal er geen wateroverlast optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling, aangezien de ingrepen voorkomend uit dit plan het functioneren van het grondwatersysteem niet zullen beïnvloeden.

Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening. Vandaar dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt. 3.2.4

Conclusie

Het voorliggende bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie.

3.3

Regionale woningbouwafspraken

Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030 Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Woondeal 2.0 In 2020 sloten het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeenten hun eerste Woondeal. Met deze Woondeal is er een samenwerking die gericht is op het bouwen van meer woningen in de regio. De Woondeal Arnhem – Nijmegen uit 2020 is nu geactualiseerd naar een Woondeal 2.0. Hierin staan, naast afspraken over voldoende woningen, afspraken over betaalbare woningen en duurzaam en circulair gebouwde woningen. Belangrijk onderdeel van de nieuwe Woondeal-afspraken is de overeenkomst tussen de gemeenten dat zij de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen eerlijk spreiden over de regio. Dan gaat het bijvoorbeeld om huisvesting van mensen met een zorgvraag of mensen die dakloos dreigen te worden. Iedere gemeente zet zich in voor 30% sociale huur bij nieuwbouw, zodat deze aandachtsgroepen overal in de regio kansen op een woning hebben.

Daarnaast realiseert elke gemeente minimaal 35% tot 40% van de nieuwe woningen als middenhuurwoning tot €1.000,- of koopwoning tot €355.000,-. Daarmee krijgen jonge starters een kans. In de woonvisie van de gemeente Beuningen was al rekening gehouden met het bouwen van twee derde aan betaalbare (huur- en koop)woningen. De verdeling hierbinnen verandert wel. Vooralsnog werd rekening gehouden met 20% sociale huur. Bij alle woningbouwplannen waar het programma nog niet vastligt, wordt vanaf nu toegewerkt naar 30% sociale huur. De regio spant zich in om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% van het aantal woningen industrieel te laten bouwen. En om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% minder primaire grondstoffen in projecten te gebruiken. Deze verschuiving leidt onder meer tot een betere betaalbaarheid, kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

13

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Planspecifiek Dit bestemmingsplan kent een (zeer) kleinschalig woningbouwprogramma in plaats van de huidige bedrijfsbestemming. Hierdoor ontstaat een sterke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en wordt voorzien in de behoefte aan landelijk woningen. Het gemeentelijke functieveranderingsbeleid is randvoorwaardelijk ten aanzien van het te realiseren woningbouwprogramma. Met dit bestemmingsplan worden derhalve maximaal 1 nieuwe woning mogelijk gemaakt. Gelet op de beperkte ruimte binnen het plangebied, het realiseren van de landschappelijke inpassing en overige inrichting van het gebied, is het financieel (en overigens ook organisatorisch) niet mogelijk binnen dit bestemmingsplan betaalbare woningen te realiseren. Kwantitatief past dit bestemmingsplan binnen de Woonagenda en Woondeal 2.0. Het is dusdanig klein dat het ook geen wezenlijke invloed heeft op het beoogde woningbouwprogramma. In de planvorming worden de nodige duurzaamheid- en klimaatadaptieve maatregelen getroffen, zie ook 3.2.2 en 3.2.3.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.3

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Beuningen

De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.

De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn:  Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben;  Beuningen is gezond, inclusief en veilig;  Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig;  Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico's. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit;  Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Voldoende woningen Beuningen is een echte woongemeente. Er is een uiteenlopend aanbod van woonmilieus, van landelijk tot dorpscentrum. Dat is een aanvulling op de meer grootstedelijke milieus in de regio. De gemeente wil dit aanbod blijven bieden, versterken en uitbouwen. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling en dynamiek op de regionale woningmarkt. Bij de groei staat het behoud van de woonkwaliteiten (groen, blauw, rust en ruimte) voorop. Daarvoor moeten een andere aanpak worden gekozen dan ongebreideld uitbreiden. In samenhang met thema's als duurzaamheid en klimaatverandering is een uitgekiende ontwikkeling nodig.

Dit resulteert in de volgende opgaven:  Voldoende woningen voor de eigen behoefte én de regionale groei;  Betaalbare woningen voor diverse doelgroepen, verschillende soorten woningen binnen de wijken, levensloopbestendige woningen en bevordering van doorstroming;  Behoud van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen;  Nieuwe woningen moet zoveel mogelijk duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd, maar ook de bestaande voorraad moet verduurzamen. Inbreiding Bij nieuwbouw wordt het principe 'inbreiding voor uitbreiding' gehanteerd. In de bestaande kernen is beperkte ruimte voor inbreiding. Onbebouwde, laag gewaardeerde locaties komen nauwelijks voor.

14

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Mogelijkheden ontstaan vooral door functieverandering. De invulling is altijd maatwerk. Dat geldt voor iedere inbreidingslocatie. Het gaat om goed aanhaken op de bestaande structuur en benutten van mogelijkheden zodat de woningbouw bijdraagt aan versterking van het dorp. Behoud van het eigen, groene karakter is daarbij belangrijk. Naast functieverandering is het in Beuningen beleid om waar mogelijk ook mee te werken aan vervanging van oudere slechtere woningen voor moderne, energieneutrale woningen. Planspecifiek De ontwikkeling van het plangebied sluit aan bij de gemeentelijke omgevingsvisie. Het betreft de verdichting van een bestaand bebouwingslint. De nieuwe woning wordt zoveel mogelijk zelfvoorzienend gerealiseerd. 3.4.2

Toetsingskader Historische Linten Ewijk

In de vergadering van 19 december 2017 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om bouwen in de linten van Ewijk mogelijk te maken, waarbij de uitgangspunten door het college zijn uitgewerkt in een toetsingskader. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit toetsingskader met spelregels op 16 april 2019 vastgesteld. Op basis van het toetsingskader zijn de bestaande en mogelijk toekomstige bouwinitiatieven nader uitgewerkt. Het gaat daarbij zowel om de stedenbouwkundige opzet, de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten alsmede de beeldkwaliteit. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee wil de gemeente duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust conserveren en potentiële bouwers inspireren. Het toetsingskader is een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zouden kunnen worden. Het vastleggen als blauwdruk gaat voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten. Over het besef van kwaliteit van de oude linten van Ewijk is geen discussie. Met het 'bevriezen' van deze fase van de linten wil de gemeente de huidige kwaliteiten behouden; namelijk het spel tussen gevarieerde bebouwing en 'lucht', de doorzichten op het landschap. Hierbij zijn de huidige kenmerken uitgangspunt voor verdere ontwikkeling van het gebied.

Er is ruimte voor enige verdichting, maar in beperkt mate. Om de kwaliteiten te kunnen behouden en tegelijkertijd ontwikkeling mogelijk te maken zijn de belangrijkste doorzichten op het achterland vastgelegd, de zogenaamde vista’s. Deze vista’s verankeren de linten met zijn omgeving door op een aantal plaatsen zicht te geven op het bestaande Ewijk, nieuw te ontwikkelen gebieden van Ewijk en het agrarische 'lege' achterland. Als contramal van de vista’s is in de oude linten, is daarnaast ook een bepaalde 'dikte' van de verkaveling met bouwpercelen en boerenerven te zien. Achter deze verkaveling met de oorspronkelijke boerenerven en tal van bijbehorende gebouwen liggen de open velden. Deze dikte en de daarachter gelegen openheid maken het karakter van het landelijke lint. Samen vormen deze zaken het groene raamwerk. Dit raamwerk bestaat uit de volgende vier lagen:  Vista’s – deze vormen de basis van het plan;  Groene begrenzingen;  Groene kamertjes;  Bufferzones. Tussen de vista’s en binnen de gestelde dikte is ruimte voor bebouwing die een bijzondere compositie kent. Deze compositie ontleent zijn karakter direct aan de gebiedseigen ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken. In de huidige situatie is er vrij compact rondom bestaande boerderijen en erven gebouwd. Het effect hiervan is dat delen van het lint onbebouwd zijn gebleven, wat resulteert in de vista’s.

De lintenstructuur van Ewijk is kwetsbaar, daarom moet er zorgvuldig worden omgegaan met het toevoegen van extra woningen. Het handhaven van de belangrijkste vista’s betekent dat er slechts een beperkt aantal woningen kan worden toegevoegd langs de linten. Door kritisch naar de dikte van de linten te kijken ontstaan her en der mogelijkheden om bijvoorbeeld achter een bestaande woning (die al aan het lint staat) te bouwen, en soms ernaast. De rode contramal geeft de ontwikkelvlekken weer en de maximum breedte en dikte waar het lint langzaam naartoe mag groeien. De bijbehorende kaart is een contramal van het groene raamwerk en de daarin vastgestelde kaders met betrekking tot het landschap en vista’s, en laat de 'rode' ontwikkelingen zien. Binnen de gestelde spelregels die volgen is hier in de toekomst eventueel nieuwe bebouwing mogelijk.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

15

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Planspecifiek Het plangebied grenst aan het lint. De bestaande vista's en groene begrenzingen worden niet aangetast als gevolg van deze ontwikkeling.

Uitsnede kaart Groene Raamwerk met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) Navolgende kaart laat de rode contramal rond de linten zien. De nieuwe woning past binnen de huidige basisdikte van het lint.

Uitsnede kaart Rode Contramal met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Navolgende kaart laat een overzicht zien van de gemeentelijke en particuliere gronden, waar ontwikkelingen mogelijk zijn langs de linten. Het plangebied is particuliere grond, in eigendom van de initiatiefnemer en is weergegeven als ontwikkellocatie waar één extra woning mag worden toegevoegd.

16

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Uitsnede kaart Mogelijk te ontwikkelen gronden, met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) In het toetsingskader is voor het plangebied een proefverkaveling met één woning uitgewerkt. Op navolgende afbeelding is deze weergegeven.

Impressie proefverkaveling met globale aanduiding te ontwikkelen woning (rode cirkel) In tegenstelling tot de beoogde positionering, is de woning in de proefverkaveling aan de zuidzijde van het perceel gesitueerd. Dit is echter niet mogelijk vanwege het bestaande autobedrijf aan de Koningstraat 11. Binnen het toetsingskader van de proefverkaveling is geen rekening gehouden met de nieuwbouw van de bedrijfshal. Hierdoor is deze locatie achter het perceel onterecht aangemerkt als potentiële woningbouwlocatie en is het daardoor aanvaardbaar als de woning aan de voorzijde op het perceel wordt gepositioneerd. Met de realisatie van de woning aan de voorzijde (het noordelijke deel) van het perceel, wordt het bedrijf teruggedrongen naar de achterzijde van het perceel, verder weg van de Koningstraat. Er kan dan geen stalling van auto's meer plaatsvinden op het voorterrein en het directe zicht op het nieuwe bedrijfspand wordt ontnomen. Daarnaast is de groene kamer uit het 'Toetsingscriteria historische linten Ewijk' tussen het woonperceel en de weg in het ontwerp overgenomen.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

17

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

De woning krijgt in afwijking van het toetsingskader een lengte van 12 m. Indien de beoogde maat van 15 m wordt gehanteerd dan resteert op de kavel te weinig groen. Middels dit ontwerp kan ter plaatse op diverse manieren groen worden ingepast hetgeen zorgt voor een goede landschappelijke inpassing. Aan de noordzijde van het perceel komt een geschoren, eventueel gemengde haag met aan de westzijde een bakenboom. Tussen de woning en de Koningstraat wordt een groene kamer ingericht met fruitbomen. Om het woonperceel landschappelijk af te scheiden van het bedrijfsgebouw wordt aan de zuidzijde van het perceel een rij bomen met onder beplanting gerealiseerd. Tot slot wordt aan de westzijde over de volledige perceelslengte een gemengde haag geplant. De beoogde ontwikkeling voldoet aan het 'Toetsingskader Historische Linten Ewijk'. Het plangebied is aangewezen als locatie voor verdichting van het lint in de vorm van woningbouw. 3.4.3

Woonvisie en Kwaliteitskaders Woningbouw

De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Woonwaarts. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio. Planspecifiek Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht.

Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. De voorgenomen bouw van één woning past kwantitatief zowel binnen de woonvisie alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma van 1.325 woningen (en daarmee binnen de subregionale woonagenda). Kwalitatief sluit de bouw van de woning aan bij de behoefte om op eigen grond een woning te kunnen bouwen (particulier opdrachtgeverschap) en met de ontwikkeling van de linten wordt voorzien in een specifiek woonmilieu. Recentelijker zijn in regionaal verband nieuwe afspraken gemaakt omtrent de woningbouw (Woonagenda Nijmegen e.o. en Woondeal 2.0). Om inzichtelijk te maken wat dit inhoudt op gemeentelijk niveau, is het Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023 opgesteld. Voor een beschouwing van de betekenis van dit plan in het kader van dit woonbeleid wordt verwezen naar 3.3. Hiermee is het initiatief passend binnen de gemeentelijke woonvisie. 3.4.4

Landschapsontwikkelingsplan

In het landschapsontwikkelingsplan ‘Landschap in beweging’ (december 2006) voor de gemeente Beuningen, Druten en Wijchen wordt voor het deelgebied 'Waaloeverwal', waarbinnen het plangebied valt, een uitvoerige lijst met richtlijnen voor beeldkwaliteit van erven gegeven. Navolgend is een relevante selectie van deze richtlijnen opgenomen:  Het streven naar een erf met een landelijk karakter;  Het creëren van samenhang tussen bebouwing en beplanting op het erf;  Het gebruiken van streekeigen, inheemse beplantingen, met royale afmetingen en voldoende ruimte om te groeien, die passen bij de maat en schaal van de bebouwing en het betreffende landschapstype;  Het niet gebruiken van coniferen als erfafscheiding. Dit is geen inheemse beplanting, heeft weinig natuurwaarden en draagt niet bij aan de beleving van verschillende seizoenen;  Het beperken van harde materialen zoals verharding, verlichting, hekwerken en paardenbakken;

18

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Het rond woonhuizen gebruikmaken van traditionele verhardingen, zeker waar deze in het oog springen, zoals grind en klinkers. Het kleinschalige samenspel van bebouwingslinten, dorpen, weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen is uitgangspunt bij ontwikkelingen, evenals de zeer groene uitstraling door erfbeplantingen, hagen en wegbeplantingen. Doelstellingen op de Waaloeverwal zijn daarbij onder andere:  Het behouden en versterken van kleinschaligheid;  Het toestaan van kleinschalige bebouwing;  Het handhaven van groene zones tussen dorpen. 

Planspecifiek Vanwege de ligging op de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied vindt er een extra kwaliteitsimpuls plaats op het gebied van landschappelijke inpassing. In aansluiting op het landschapsontwikkelingsplan bestaat alle nieuwe beplanting in het plangebied uit streekeigen, inheemse soorten en past de inpassing binnen de uitgangspunten van het beleid. Voor verdere uitleg zie paragraaf 2.2. 3.4.5

Conclusie

In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.

3.5

Conclusie

Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig met het beleid van de verschillende overheden.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

19

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Hoofdstuk 4

Milieu- & omgevingsaspecten

4.1

Verkeer & parkeren

4.1.1

Verkeer

Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Om de verkeersgeneratie te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Beuningen is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom', waardoor de verkeersgeneratie (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedtes) uitkomt op:  8,2 voertuigbewegingen per woning (koop, vrijstaand); In de toekomstige situatie neemt het aantal woningen in het plangebied met één woning toe. Dit betekent dat het aantal voertuigbewegingen slechts beperkt toeneemt met 8,2 extra voertuigbewegingen per weekdag. De beoogde woning wordt middels een nieuwe inrit ontsloten op de Koningstraat. De capaciteit van de Koningstraat is ruim voldoende om de toename van het aantal voertuigbewegingen op te vangen. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.1.2

Parkeren

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is conform het 'Parapluplan Parkeren' gebruik gemaakt van CROW-kencijfers uit de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. De parkeerkencijfers uit de publicaties van CROW worden weergegeven in de vorm van een bandbreedte. De gemeente Beuningen gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van de gemiddelde parkeernorm. Voor onderhavige ontwikkeling, in de 'rest bebouwde kom', bedraagt de gemiddelde parkeernorm:  2,3 parkeerplaatsen per woning (koop, vrijstaand); Uitgaande van de toevoeging van maximaal één woningen, betekent dit dat er 2,3 parkeerplaatsen nodig zijn om te voldoen aan de parkeernorm. Het uitgangspunt is dat de parkeervraag voor een nieuwe ontwikkeling op eigen terrein wordt opgelost. Ter plaatse van het plangebied is voldoende ruimte om op eigen erf in het benodigde aantal parkeerplaatsen te voorzien. Het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernormen is bovendien geborgd in de algemene regels van dit bestemmingsplan. In verband met de nieuw te realiseren woning wordt de oude bedrijfshal aan de noordzijde van de nieuwe bedrijfshal gesloopt zodat de nieuwe bedrijfshal ook aan de westzijde bereikbaar blijft. Door sloop van de oude bedrijfshal ontstaat er extra ruimte voor het stallen van auto's.

Op het voorterrein van de nieuwe bedrijfshal is ruimte voor het parkeren van circa 50-60 auto's met een kleine uitloop naar de westzijde van de bedrijfshal. De auto's zullen - zoals gebruikelijk bij een autobedrijf - strak geparkeerd worden met weinig ruimte er tussen. Derhalve is er voldoende parkeergelegenheid op het bestaande bedrijfsperceel. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

20

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (Wbb) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan daarom alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Vanwege de beoogde functiewijziging is ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Voor de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige sloten, voormalige boomgaarden en voormalige bebouwing wel aandachtspunten. Algemene kwaliteit Op basis van de analyseresultaten kan de gestelde verdachte hypothese verworpen worden, aangezien in de boven- en ondergrond en in het grondwater maximaal verhoogd gehalten voor zware metalen, en/of PCB zijn aangetoond, waarbij de index van een 0,5 niet wordt overschreden. Teeltlaag In de teeltaag zijn voor OCB geen noemenswaardig verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden, waardoor de verdachte hypothese voor OCB eveneens dient te worden verworpen. Asbest Zowel op het maaiveld, als in de grond en het puin is zintuigelijk (>20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch (<2 mg/kg d.s.) is geen gehalte voor asbest aangetroffen, waardoor de verdachte hypothese dient te worden verworpen.

Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is een indicatie verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ter plaatse van de ontwikkelingslocatie aan de Koningstraat 11 te Ewijk. Voor wat betreft de onderzochte grond (NEN en OCB), grondwater en asbest in de grond/puin is op basis van de voorliggende onderzoeken de milieuhygiënische kwaliteit in voldoende mate onderzocht. De voormalige sloten, voormalige boomgaarden en voormalige bebouwing hebben niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

21

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft. Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.

Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.

22

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

Industrielawaai In het principeakkoord is opgemerkt dat nader onderbouwd dient te worden dat de burgerwoning geen hinder ondervindt van het bedrijf en omgekeerd. 4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Wegverkeerslawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidscontour van een weg met een snelheidsregime van 50 km/u of meer. Daarom hoeft er geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd te worden voor de beoogde woning in het plangebied. Industrielawaai Vanwege het nabijgelegen bedrijf is ter plaatse van het plangebied een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. In dit onderzoek zijn de geluidniveaus ter plaatse van de beoogde woning aan de Koningstraat vanwege naastgelegen autobedrijf berekend. Getoetst is of ter plaatse van de beoogde woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of het naastgelegen autobedrijf in de bedrijfsvoering wordt beperkt. Toetsing Activiteitenbesluit Uit hoofdstuk 4 blijkt dat er plaatse van alle beoordelingspunten aan de grenswaarden van respectievelijk 50 dB(A) etmaalwaarde en 70 dB(A) in de dagperiode (maximale geluidniveaus) uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde woning het naastgelegen autobedrijf niet in de bedrijfsvoering beperkt. Toetsing RO Woning (gevels) Uit hoofdstuk 4 blijkt dat ter plaatse van de beoogde woning aan de richt- en grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de indirecte hinder wordt voldaan.

In het kader van de maximale geluidniveaus worden een aantal overschrijdingen van de richt- en/of grenswaarden uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering berekend. Het gaat om maximale geluidniveaus door optrekkende vrachtwagens en het laden en lossen met een heftruck. In hoofdstuk 5 zijn maatregelen beschouwd. Maatregelen aan de bron en in de overdracht worden niet doelmatig geacht. In paragraaf 5.3 van het onderzoek is toegelicht welke maatregelen benodigd zijn om binnen in de beoogde woning alsnog een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. De benodigde gevelwering van 24 dB wordt bij nieuwbouw standaard behaald waardoor er binnen in de beoogde woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tuin De geluidniveaus in de (achter) tuin bedragen maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde en 77 dB(A) in de dapgeriode vanwege maximale geluidniveaus. Deze berekende geluidniveaus in de (achter) tuin worden als aanvaardbaar aangemerkt. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk" (definitief)

23

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten via een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.

Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. 4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Ten zuiden van het plangebied is een bedrijfsbestemming aanwezig. Ter plaatse is een bedrijf uit milieucategorie 1 of 2 toegestaan, evenals een autospuitinrichting. In de bestaande situatie is een autogarage met autospuitinrichting aanwezig. Uitgaande van de ligging van het plangebied in gemengd gebied geldt voor geur een richtafstand van 30,0 m. Voor geluid en stof betreft de richtafstand 10,0 m. Voor wat betreft de richtafstand voor geur (30,0 m) wordt in de voorgenomen situatie voldaan. De spuitcabine is gelegen op circa 40 m van het bouwvlak van de beoogde woning. Ook komt het bouwvlak meer dan 10,0 m van het bedrijfsbestemmingsvlak, zodoende wordt eveneens aan de richtafstand voor geluid en stof voldaan. De aanwezige inrichtingen en bedrijven in de omgeving van het plangebied worden, als gevolg van dit bestemmingsplan, niet in hun bedrijfsvoering geschaad. Andersom geldt dat de beoogde woning geen overlast ondervindt van de bedrijvigheid. Er is dus sprake van een goede woon- en leefomgeving. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

24

bestemmingsplan "Koningstraat 11 Ewijk” (definitief)

bestemmingsplan Koningstraat 11 Ewijk

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om:  negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken.  mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde).

Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen.  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.

In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. 4.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=75d851f8-a111-4327-8f59-7a503e0fe923