Bijlage 1 Toelichting en Regels BP Randzone Ewijk 2021
Tekst van het document
Randzone Ewijk 2021
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Historie 2.2 Ruimtelijke structuur
10 10 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
12 12 13 16 22
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
23 23 23 23 25 26 27 28 30 34 35 38 39
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen
40 40 41
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Zienswijzen
44 44 44 44
2
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Regels
46
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
47 47 53
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Groen - Landelijk groen Leiding - Gas Leiding - Riool Maatschappelijk Verkeer Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Water Waterstaat - Waterlopen Wonen
54 54 62 64 65 66 67 68 69 70 72 74 75 76
Hoofdstuk 3 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels
80 80 81 83 84
Hoofdstuk 4 Artikel 20 Artikel 21
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
85 85 86
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Lijst van bedrijven Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten (Wonen) Bijlage 3 Bedrijventabel met buitenopslag
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
87 88 89 90
3
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
4
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Toelichting
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Beuningen werkt hard aan de overgang richting de invoering van de Omgevingswet. Werken met de Omgevingswet en haar instrumenten zoals het omgevingsplan kent een flink aantal veranderingen vergeleken met de nu geldende Wet ruimtelijke ordening en het bestemmingsplan. Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan en de beheersverordening uit de Wet ruimtelijke ordening. Nu hebben gemeenten meerdere bestemmingsplannen voor hun grondgebied. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen ruimte om omgevingsplannen ‘globaler en flexibeler’ in te richten dan bestemmingsplannen. Daardoor kan het omgevingsplan ruimte bieden aan initiatieven binnen daarin opgestelde kaders. Dat is een van de doelen van de Omgevingswet. Totdat er een omgevingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad, wordt in de overgangsperiode gewerkt met een tijdelijk omgevingsplan, het 'omgevingsplan van rechtswege'. Dit omgevingsplan is een formeel juridische samenvoeging van de bestaande ruimtelijke plannen, een drietal gemeentelijke verordeningen (hemelwaterverordening, geurverordening en de archeologiebepalingen uit de erfgoedverordening) en de zogenaamde bruidsschat (rijksregels die worden gedecentraliseerd). De ruimtelijke plannen en de bruidsschat worden getoond in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Hierbij zullen, vergelijkbaar met ruimtelijkeplannen.nl, de op een bepaalde locatie van toepassing zijnde regels zichtbaar worden door deze te selecteren. Echter, zijn bij een beheersverordening de van toepassing zijnde bestemmingen niet direct zichtbaar. In geval van de beheersverordening 'Randzone Ewijk' zijn deze als PDF gekoppeld aan het plan. Voor de overgang naar het DSO en de van toepassing zijnde regels direct toegankelijkheid/zichtbaarheid te maken, is het noodzakelijk de beheersverordening om te zetten naar een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie. Dat wil zeggen het vastleggen en behouden van de bestaande ruimtelijke, functionele en verkeerskundige situatie. Dit betekent uiteraard niet dat er geen bouwactiviteiten zijn toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen zijn echter van ondergeschikte aard en beperken zich tot reeds bestaande realisatiemogelijkheden (conform vastgestelde bestemmingsplannen) en het bieden van uitbreidingsmogelijkheden voor de bestaande bebouwing. Mocht zich toch nieuwe ontwikkeling voordoen, die niet past binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebacht worden.
Dit is bijvoorbeeld het geval voor de realisatie van woningen in het kader van de 'Toetsingskader Historische Linten Ewijk', aangezien de afzonderlijke uitvoering (door middel van onderzoek) nog aangetoond moet worden.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied omvat de kernrandzone van Ewijk, zoals deze ook was bepaald als plangebied voor de geldende beheersverordening, maar dan exclusief de nadien vastgestelde bestemmingsplannen en de zoekzone woningbouw panorama Ewijk. De nadien vastgestelde bestemmingsplannen zijn: » BP Den Elt; » BP Koningstraat ong. kad. nr. 1232 Beuningen; » BP Zonnepark Lage Woerd; » BP Steeg 1B Ewijk; » BP Steeg 4 te Ewijk; » BP Plas van Melssen, Ewijk; » BP Van Heemstraweg 7 Ewijk; » BP Koningstraat 11 Ewijk; » BP Koningstraat tussen 29 en 31; » BP Koningstraat 27C; » BP Klaphekstraat ong. kad. nr. 1602 Ewijk; » BP Vordingstraat tussen 39 en 39a Ewijk; » BP Hoge Woerd; » BP Koningstraat naast nr. 16 Ewijk; » BP Dam 8 Ewijk;
6
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
»
BP Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk.
äRSh-
f -Wmĵm ţx wa få-rzSStf
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Binnen het onderhavige plangebied lopen nog verschillende initiatieven voor wijziging van het bestemmingsplan. Deze initiatieven doorlopen ieder een eigen juridische procedure, maar zijn nog niet in een ver genoeg stadium om het uit voorliggende bestemmingsplan te laten. Vandaar dat voor deze percelen eveneens de huidige bestemming wordt overgenomen. Het plangebied bevindt zich globaal rondom Ewijk met de Van Heemstraweg aan de noordzijde, de Schoenaker, sportpark de Ooijgraaf en de woningbouwlocaties Keizershoeve I, Hof van Campe en Ecowieck aan de oostzijde, bedrijventerrein De Schoenaker en de grondbank Midden-Gelderland aan de zuidzijde en de A50 aan de westzijde. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
1.3
Geldende plannen
Voor het plangebied geldt thans de beheersverordening 'Randzone Ewijk', die de gemeenteraad op 3 juni 2013 heeft vastgesteld. Onderstaand de bijbehorende illustartie, waarop de bestemmingen zijn opgenomen.
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
kiv ‘jjrf.
KaäâfiārżäËř^" x
* .
X
V
.
Cl
SB9B«
X
x sa
!;ìí
,'ar
mm «
X/aX
r,.K~iì
4-*uĶ7M rw .
mm
mm
Uitsnede illustratie geldende beheersverordening Tevens zijn de gronden in het plangebied gelegen binnen het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' en vallen daarin binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - rest bebouwde kom'.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet.
8
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Historie
Het gebied waar Ewijk nu ligt werd vroeger mogelijk al door de Romeinen bewoond. In ieder geval worden er met regelmaat Romeinse opgravingen gedaan. Tot ongeveer 1900 was Ewijk, net zoals Beuningen en Winssen, een arm boerendorp dat vaak door overstromingen getroffen werd. De kern Ewijk is gegroeid vanuit een kruising van oude wegen: de Vordingstraat, de Klaphekstraat en de Julianastraat - Hoogstraat. Dit bestaande wegenpatroon is de basis geworden voor een verdere groei van het dorp, en fungeert dan ook als structuurdrager. Begin 20e eeuw werd begonnen met de aanleg van de stoomtram van Nijmegen naar Druten (1902 1934). De stoomtram kwam over het tracé van de Van Heemstraweg door Ewijk. De komst van de Van Heemstraweg (1927 - 1959) verbond Ewijk met Nijmegen aan de oostkant en aan de westkant de dorpen aan de Waal tot aan Zaltbommel. De dorpskern van Ewijk heeft ondanks de uitgroei van het dorp en de ligging direct aan de Van Heemstraweg een redelijk gaaf karakter behouden.
2.2
Ruimtelijke structuur
2.2.1
Landschappelijke structuur
De gemeente Beuningen is gelegen in een groot groen buitengebied nabij het water van de Waal. Het Beuningse grondgebied vormt min of meer een geleidelijke overgang van de stad naar het meer landelijke 'Land van Maas en Waal'. Dijkdoorbraken en overstromingen hebben hun sporen nagelaten in het Beuningse landelijk gebied. De landschappelijke opbouw van de gemeente Beuningen kent hierdoor 3 landschapszones parallel aan de Waal: 1. Het rivierenlandschap. Een ruig, contrastrijk gebied, gekenmerkt door de dynamiek van rivier, natuurlijke beelden en extensief gebruik. 2. Het oeverwallenlandschap. Een kleinschalig patchwork-landschap met onregelmatige patronen. Hier liggen de bebouwingslinten, dorpen en veel fruitboomgaarden. De oude dorpen liggen op de oeverwal, de stedelijke uitbreidingen liggen daaromheen. De kern Ewijk ligt in dit gebied. 3. Het kommenlandschap, of 'Beuningse Veld'. Een grootschalig open rationeel landschap en tevens een agrarisch productielandschap met weides en veehouderijen. Door de ontwikkeling van een aantal ontzandingen ontstaat in delen een meer parkachtig landschap. Het gebied kenmerkt zich naast de openheid door de lange rechte weteringen en rechte wegen met strakke wegbeplantingen. Verspreid over het plangebied komen meerdere watergangen voor. Het gebied maakt conform het landschapsontwikkelingsplan onderdeel uit van de waaloeverwal en waalkommen.
2.2.2
Stedenbouwkundige structuur
Langs de Van Heemstraweg bevindt zich lintbebouwing in de vorm van historische villa's en voormalige agrarische bebouwing op ruime percelen. De bebouwing staat hier op enige afstand van de weg en varieert per perceel, bestaande uit 1 of 2 bouwlagen met kap. Langs de Van Heemstraweg is nabij de Binnenweg sprake van brede bermen met laanbeplanting, in westelijke richting sluit het wegtracée (met vrijliggende fietspaden) veelal aan op de percelen. De Vordingstraat, de Klaphekstraat, de Hoogstraat, Dam en de Koningstraat zijn nog duidelijk herkenbaar als oude verbindingswegen. Langs deze wegen staat voornamelijk vrijstaande woningen (oudere boerderijen met bijbehorende schuren en nieuwbouwwoningen) afgewisseld met onbebouwde ruimtes, in gebruik als weide of boomgaard. De rooilijn ligt in de meeste gevallen evenwijdig aan de weg, waarbij de afstand tot de weg variabel is. De wegen zijn vaak bochtig en hebben in veel gevallen aan beide zijden laanbeplanting. In de loop van de tijd zijn de linten verdicht met burgerwoningen. De Dam en het gedeelte van de Koningstraat dat hier onderlangs loopt, inclusief de kruising met de Hoogstraat en de Klaphekstraat, staat ook bekend als het buurtschap Hoeve
10
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
2.2.3
Verkeersstructuur
De omgeving van Ewijk heeft als belangrijke doorgaande weg de Van Heemstraweg aan de noordzijde van de kern en de Schoenaker (N847) op enige afstand aan de oostzijde. De Van Heemstraweg vormt de verbinding naar Druten in westelijke richting en naar Beuningen en Nijmegen in oostelijke richting. De Schoenaker vormt de verbinding tussen de Van Heemstraweg en de Randweg Noord in Wijchen met aansluitingen op de A73 en de A326. In het gebied vormt de Koningstraat een oost-west verbinding vanuit Beuningen (voor autoverkeer via de parallelweg van de Schoenaker) naar de omgeving Winssen/Deest. Via de Hoogstraat, Klaphekstraat en Vordingstraat is de Koningstraat verbonden met de kern Ewijk. De Steeg vormt vanuit de Koningstraat een verbinding in zuidelijke richting over de A73 naar de Elsenpas.
2.2.4
Functionele structuur
Verspreid in de randzone liggen voornamelijk woningen. In het verleden werd het merendeel daarvan bewoond door agrariërs. Door de ontwikkelingen in de landbouw hebben veel boerderijen hun agrarische functie echter verloren en zijn nu in gebruik als burgerwoning. In de loop van de tijd zijn en worden tussen deze percelen nog burgerwoningen gebouwd. Daarnaast komen met name langs het westelijke deel van het plangebied, ter hoogte van de plas Marialust, enkele agrarische bedrijven voor. Verder is er sprake van functiemenging in het gebied Den Elt ter plaatse van het MFA 't Hart en enkele (solitair) gelegen bedrijven langs de oude verbindingswegen.
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: » Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; » De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; » Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; » Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.'
12
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie. Dat wil zeggen het vastleggen en behouden van de bestaande ruimtelijke, functionele en verkeerskundige situatie. Nieuwe ontwikkelingen zijn van ondergeschikte aard en beperken zich tot reeds bestaande realisatiemogelijkheden (conform vastgestelde bestemmingsplannen) en het bieden van uitbreidingsmogelijkheden voor de bestaande bebouwing. Een onderbouwing in het kader van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is derhalve niet noodzakelijk.
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)' hebben de Provinciale Staten op 1 februari 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. Er moeten samen keuzes worden gemaakt over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Gelderland heeft de ambitie om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus te hebben, dat past bij de diversiteit van de woningvraag; voor iedereen een passende (levensloopgeschikte), duurzame woning.
Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. De omgevingsvisie doet dan ook geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor dit bestemmingsplan.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. De Omgevingsverordening kent, behalve ten aanzien van het plussenbeleid, geen specifieke aanduiding die van invloed is op dit bestemmingsplan. In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zoals onder andere in 3.1.3 is beschreven is met dit bestemmingsplan geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Met het plussenbeleid geeft de provincie vorm aan haar beleid voor een duurzame niet-grondgebonden veehouderij. Doel van het plussenbeleid is het versnellen van de transitie naar een duurzame niet-grondgebonden veehouderij en het verbreden van maatschappelijk draagvlak door het aangaan van de dialoog met de omgeving, transparantie en stimuleren van extra investeringen.
14
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Belangrijk bij uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf is dat de ecologische afdruk waar mogelijk wordt verkleind. Denk aan de uitstoot van ammoniak, CO2 en fijnstof. Andere onderwerpen in het plussenbeleid zijn dierenwelzijn, milieu en landschap. Van belang is dat een agrarische ondernemer met uitbreidingsplannen tijdig de dialoog met de omgeving aangaat. Niet-grondgebonden veehouderijen kunnen groeiruimte verdienen door maatschappelijke tegenprestaties (plus-maatregelen) welke leiden tot een betere kwaliteit voor de leefomgeving en verduurzaming van de niet-grondgebonden veehouderij. Hiermee wordt beoogd dat er meer innovatieve, duurzame niet-grondgebonden veehouderijen ontstaan die kunnen rekenen op meer draagvlak vanuit de omgeving. De maatregelen komen bovenop de wettelijke eisen en het bestaande provinciaal en gemeentelijk beleid. . In de Omgevingsverordening Gelderland wordt door middel van een instructieregel voorgeschreven dat uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en -takken alleen mogelijk is als de uitbreiding voldoet aan de gemeentelijke regels voor het plussenbeleid. Deze gemeentelijke regels moeten in overeenstemming zijn met de kaders in de Handreiking Plussenbeleid van de Provincie Gelderland. Op1 januari 2027 moeten de bestemmingsplannen in overeenstemming zijn met de Omgevingsvisie.
De verplichting om plussenbeleid vast te stellen geldt alleen voor het gebied dat in de Omgevingsverordening Gelderland de gebiedsaanduiding 'Plussenbeleid’ heeft.
Ootçfxaf
Uitsnede kaart Regels Landbouw Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie) Bij besluit van 24 september 2019 heeft de gemeenteraad de Beleidsregel Plussenbeleid Beuningen vastgesteld, zie 3.3.6.
3.2.3
Regionale woningbouwafspraken
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. Mocht zich toch nieuwe ontwikkelingen voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebracht worden.
3.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Beuningen
De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.
De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: » Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; » Beuningen is gezond, inclusief en veilig; » Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; » Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico's. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit; » Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Ewijk Ewijk is een echte woonkern. Ingezet wordt op het behoud van het huidige basisniveau van de voorzieningen en het verder versterken van de woonkern Ewijk. Wanneer extra woningen in of bij de kernworden gerealiseerd, moeten ook de groenstructuur, uitloopmogelijkheden en mogelijkheden voor extensieve recreatie verbeterd worden. Daarnaast is goede bereikbaarheid met alle soorten vervoer een belangrijk aandachtspunt. Het streven is om de fietsverbindingen tussen de nieuw aangelegde woonwijken en het centrum van Beuningen en Ewijk te versterken. De verbetering van de entree van het dorp aan de Van Heemstraweg is een aandachtspunt.
Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. Mochten zich toch nieuwe ontwikkelingen voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebracht worden. Daarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke Omgevingsvisie en de uitwerking daarvan in het Omgevingsprogramma Woningbouw.
16
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
3.3.2
Omgevingsprogramma Woningbouw
Woningbouw is één van de onderdelen die in de omgevingsvisie is opnemen, met als belangrijke taak om meer woningen te bouwen voor nu en de toekomst. Het omgevingsprogramma geeft antwoord op de vraag hoe de gemeente dat wil doen. In het Omgevingsprogramma woningbouw is op kaart weergegeven hoe Beuningen tot 2040 wil groeien. Dit wordt het Panorama 2040 genoemd. Het panorama wordt per kern uitgewerkt in een structuurmodel. Panorama 2040 In het concept Panorama 2040 is gekeken waar tot 2040 woningbouw in gemeente Beuningen mogelijk is. De potentiële ontwikkelgebieden zijn op kaart weergegeven. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. Aangezien in de zoekzone voor woningbouw, in het panorama Ewijk, nieuwe ontwikkelingen beoogd worden zijn deze zones niet meegenomen in het plangebied van dit bestemmingsplan. Mochten binnen het plangebied nieuwe ontwikkelingen zich voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebracht worden. Daarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke Omgevingsvisie en de uitwerking daarvan in het Omgevingsprogramma Woningbouw.
3.3.3
Woonvisie
De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Standvast Wonen. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio.
Kwalitatieve opgave: inspelen op de mismatch Het is de ambitie om over voldoende woningen te beschikken én de juiste woningen op de juiste plekken te hebben, passend bij de doelgroepen en woonwensen nu en op langere termijn. De mismatch tussen vraagontwikkeling en huidig woningaanbod is daarbij maatgevend. Binnen de gemeente moet een gevarieerd aanbod aan woonmilieus worden aangeboden: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Het percentage sociale huurwoningen moet minimaal gelijk blijven, maar de samenstelling van de huurwoningvoorraad moet veranderen om beter in te spelen op de woonwensen van kleine huishoudens, waaronder met name ouderen en zorgbehoevenden. De gemeente zet in op transformatie van leegstaand c.q. vrijkomend (agrarisch) vastgoed richting woningbouw, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat dit meerwaarde biedt voor de volkshuisvestelijke, maatschappelijke en/of ruimtelijke kwaliteit. Transformatie wordt als een bredere opgave gezien. Daaronder valt ook: aanpassingen van woningen met het oog op levensloopbestendigheid, investeringen in verduurzaming in energetisch opzicht, verkoop van huurwoningen en terugbouwen van toekomstgerichte sociale huurwoningen (de dubbelslag), transformatie van wijken (herstructurering), splitsing grotere boerderijen/woningen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat.
Kwantitatieve opgave: bandbreedte Vanzelfsprekend is het inspelen op de kwalitatieve mismatch op de woningmarkt op termijn cruciaal, dat is vertrekpunt. Een kwantitatieve bandbreedte, als kader waarbinnen de juiste kwaliteiten gerealiseerd kunnen worden, blijft echter nodig. Meer dan in het verleden wil de gemeente daarin ruimte voor flexibiliteit creëren, zodat sneller wordt ingespeeld op nieuwe kansrijke initiatieven.
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
De gemeente gaat voor de periode 2015 - 2025 uit van een gedoseerde groei van het aantal woningen, gericht op de eigen woningbehoefte, waarbij gedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens). De woningvoorraad wordt uitgebreid binnen de regionale afspraken en houdt tevens rekening met enige mate van planvertraging (realisatie na 2025) en -uitval. Het is belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern wordt gebouwd, passend bij de ontwikkeling van de kern, zodat deze vitaal blijven. Wat betreft een goede programmering is het van belang, dat plannen die niet binnen een bepaalde termijn tot uitvoering komen, niet eindeloos op de planningslijst blijven staan. Dat zorgt er immers voor dat het bouwprogramma als het ware dichtslibt, het voorgenomen volume niet gehaald wordt en kansrijke alternatieven geblokkeerd worden. Jaarlijks stelt de gemeente het kwalitatieve woningbouwprogramma bij op basis van de voortgang van woningbouwplannen. Daarbij vindt afstemming plaats op de spelregels die worden afgesproken met de subregio bij het opstellen van de in de regionale woonagenda. De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen hebben begin februari 2018 (na het vaststellen van de gemeentelijke woonvisie) gezamenlijk een nieuwe subregionale woonagenda 2017 - 2027 vastgesteld.
Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 16.500 woningen worden gebouwd. Dit is een toename ten opzichte van de eerdere regionale woningbouwafspraken (en de woningaantallen zoals opgenomen in de woonvisie). Voor Beuningen komt dit neer op circa 950 woningen. Op 14 juni 2011 heeft de gemeenteraad van Beuningen uitgangspunten voor particuliere verzoeken vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de gemeente jaarlijks meewerkt aan 5 losse verzoeken steeds voor de bouw van één woning. Met de vaststelling van het 'Toetsingskader Historische Linten Ewijk' is daarbij bepaalkd dat van deze 5 woningen er 2 voor woningen in de linten worden gereserveerd. Op 24 maart 2020 heeft het college besloten, vanwege de druk op de woningmarkt, deze wachtlijst los te laten. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. Mocht zich toch nieuwe ontwikkelingen voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebacht worden.
3.3.4
Toetsingskader Historische Linten Ewijk
In de vergadering van 19 december 2017 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om bouwen in de linten van Ewijk mogelijk te maken, waarbij de uitgangspunten door het college worden uitgewerkt in een toetsingskader. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit toetsingskader met spelregels op 16 april 2019 vastgesteld. Op basis van het toetsingskader zijn de bestaande en mogelijk toekomstige bouwinitiatieven nader uitgewerkt. Het gaat daarbij zowel om de stedenbouwkundige opzet, de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten alsmede de beeldkwaliteit. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee wil de gemeente duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust conserveren en potentiele bouwers inspireren. Het toetsingskader is een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zouden kunnen worden. Het vastleggen als blauwdruk gaat voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten. Over het besef van kwaliteit van de oude linten van Ewijk is geen discussie. Met het 'bevriezen' van deze fase van de linten wil de gemeente de huidige kwaliteiten behouden; namelijk het spel tussen gevarieerde bebouwing en 'lucht', de doorzichten op het landschap. Hierbij zijn de huidige kenmerken uitgangspunt voor verdere ontwikkeling van het gebied.
Er is ruimte voor enige verdichting, maar in beperkt mate. Om de kwaliteiten te kunnen behouden en tegelijkertijd ontwikkeling mogelijk te maken zijn de belangrijkste doorzichten op het achterland vastgelegd, de zogenaamde vista’s. Deze vista’s verankeren de linten met zijn omgeving door op een aantal plaatsen zicht te geven op het bestaande Ewijk, nieuw te ontwikkelen gebieden van Ewijk en het agrarische 'lege' achterland.
18
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Als contramal van de vista’s is in de oude linten daarnaast ook een bepaalde 'dikte' van de verkaveling met bouwpercelen en boerenerven te zien. Achter deze verkaveling met de oorspronkelijke boerenerven en tal van bijbehorende gebouwen liggen de open velden. Deze dikte en de daarachterliggende openheid maken het karakter van het landelijke lint. Samen vormen deze zaken het groene raamwerk. Dit raamwerk bestaat uit de volgende vier lagen: » Vista’s - deze vormen de basis van het plan; » Groene begrenzingen; » Groene kamertjes; » Bufferzones. Tussen de vista’s en binnen de gestelde dikte is ruimte voor bebouwing die een bijzondere compositie kent. Deze compositie ontleent zijn karakter direct aan de gebiedseigen ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken. In de huidige situatie is er vrij compact rondom bestaande boerderijen en erven gebouwd. Het effect hiervan is dat delen van het lint onbebouwd zijn gebleven, wat resulteert in de vista’s. De lintenstructuur van Ewijk is kwetsbaar, daarom moet er zorgvuldig worden omgegaan met het toevoegen van extra woningen. Het handhaven van de belangrijkste vista’s betekent dat er slechts een beperkt aantal woningen kan worden toegevoegd langs de linten.
Door kritisch naar de dikte van de linten te kijken ontstaan her en der mogelijkheden om bijvoorbeeld achter een bestaande woning (die al aan het lint staat) te bouwen, en soms ernaast. In het toetsingskade is vervolgens aangegeven waar en op welke wijze nieuwe woningen mogelijk zijn. Daarbij gaat het niet enkel om vrijstaande woningen. Van oorsprong zijn vrij grote woningen in dit gebied terug te vinden. Om hierbij aan te sluiten kan het soms interessant zijn om twee woningen in één volume onder te brengen. Of dit passend en gewenst is wordt per aanvraag getoetst. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. Mocht zich toch nieuwe ontwikkelingen voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebacht worden. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de realisatie van woningen in het kader van de 'Toetsingskader Historische Linten Ewijk'.
3.3.5
Landschapsontwikkelingsplan
De gemeente Beuningen heeft in 2006 samen met de gemeente Wijchen en Druten een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. De visie zet in op de versterking en ontwikkeling van de verschillende landschapstypen die het landschap in deze gemeenten karakteriseren. De kernrandzone van Ewijk is grotendeels gelegen binnen het gebied 'Waalkommen'. Alleen het noordelijke gedeelte valt binnen het gebied 'Waaloeverwallen'. Waaloeverwallen De doelstelling in de Waaloeverwallen is het behouden van het kleinschalig samenspel van bebouwingslinten, dorpen, boomgaarden, kleine landschapselementen en weiden in onregelmatige patronen. De belangrijkste kwaliteiten van dit gebied zijn: » Kleinschalig samenspel van bebouwingslinten, dorpen, weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen; » Zeer groene uitstraling door erven, boomgaarden, wegbeplantingen, windsingels en opslag rond plassen; » Afwisselend beeld; » Groene zones tussen dorpen. Het kleinschalig samenspel van bebouwingslinten, dorpen, weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen is uitgangspunt bij ontwikkelingen, evenals de zeer groene uitstraling door erfbeplanting, hagen en wegbeplantingen. Belangrijk daarbij is het behouden van een vitaal en divers agrarisch gebruik. De overgang naar de Waalkommen is geleidelijk en verloopt in een grove slinger langs de Van Heemstraweg.
Alleen de oplettende waarnemer ziet duidelijke verschillen tussen oeverwal en kom. Het goed vormgeven van deze overgang is bij nieuwe ontwikkelingen een opgave. De ontwikkeling van nieuwe landgoederen, buitenplaatsen en landelijk wonen passen bij het beeld van een veelzijdig en toegankelijk landschap met een functie voor landelijk wonen. Er geldt een 'ja, mits' beleid indien deze ontwikkelingen gericht zijn op de versterking van de kleinschaligheid en de functies van de oeverwallen. De verhouding tussen groen en bebouwing in de linten moet zodanig
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
blijven dat er sprake is van een groen en open lint. Er wordt ingezet op het kleinschalig houden van het patchwork door de aanwezigheid van hagen, bosjes, wegbeplanting en solitaire bomen. Waalkommen De doelstelling in de Waalkommen is het behouden van een grootschalig samenhangend open gebied met rationele verkaveling en groene erven in een strak ritme en het ontwikkelen van lange wegbeplantingen. De belangrijkste kwaliteiten van dit gebied zijn: » Grootschalig, open, rationele verkaveling, recht en ritmisch; » Lange weteringen en lange rechte wegen met strakke wegbeplantingen; » Vooral veehouderij, grote erven als groene eilanden in het open gebied; » Rendabel landbouwgebied; » Bovenregionale infrastructuur met beplante noord-zuidoversteken. De openheid is waardevol, vooral in contrast met de besloten oeverwallen en rivierduinen. Het ritme van lange rechte wegen en weteringen en de rechte kavels met repeterende maten maken het landschap duidelijk, overzichtelijk en herkenbaar. De met name grootschalige landbouw is de drager van deze openheid. Het gebied heeft een functionele uitstraling. Doordat de breedte van dit kommengebied beperkt is, is het ook aantrekkelijk als onderdeel van een doorsteek in een recreatieve route. Door het niet consequent doorvoeren van wegbeplantingen zijn de voor de kommen zo karakteristieke landschappelijke kamers niet overal even sterk.
Het ritme van groene erven op flinke afstand van elkaar geleed de ruimte op een prettige manier. De openheid van de kom is de belangrijkste kwaliteit die overeind moet worden gehouden. Het duidelijke ritme van sloten, wegen en erven en incidentele bossen benadrukt het rationele karakter en biedt mogelijkheden voor versterking. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. Mocht zich toch nieuwe ontwikkelingen voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebacht worden. Bij de planvorming daarvan wordt rekening gehouden met de specifieke landschapskenmerken en -kwaliteiten.
3.3.6
Plussenbeleid
Bij besluit van 24 september 2019 heeft de gemeenteraad de Beleidsregel Plussenbeleid Beuningen vastgesteld. Het plussenbeleid van de gemeente Beuningen is alleen van toepassing op niet-grondgebonden veehouderijbedrijven die hun bedrijf, of een niet-grondgebonden veehouderijtak, verder willen uitbreiden dan de geldende bestemming toelaat. Met uitbreiding bedoelen we iedere uitbreiding van gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de niet-grondgebonden veehouderij. Bestaande rechten, wanneer dus geen bestemmingsplanherziening nodig is, worden gerespecteerd. Uitzondering hierop betreft de geitenhouderij waarvoor een geitenstop geldt. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland wordt overigens voor wat betreft veehouderij alleen nog onderscheid gemaakt in grondgebonden en niet-grondgebonden veehouderij. Veehouderijen met varkens, pluimvee, vleeskalveren, pelsdieren en geiten zijn in de regel niet-grondgebonden veehouderijen. Het plussenbeleid kan bij iedere uitbreiding ten opzichte van het geldende bestemmingsplan van toepassing zijn. Het hoeft niet alleen te gaan om uitbreiding van het bouwperceel, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om een verhoging van een bebouwingspercentage, een bouwhoogte, stikstofdepositieplafond of dieraantallen. Toepassing vindt overigens nog steeds plaats in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
Bij de beoordeling vinden onder meer onderzoeken plaats naar beleid en omgevingsaspecten. Aanvragen worden dus ook beoordeeld op ruimtelijke aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid. Het gemeentelijk beleid sluit aan op het provinciale plussenbeleid. Daarom is tevens in het beleid een dynamische verwijzing opgenomen. Dit betekent dat wijzigingen automatisch invloed hebben op het gemeentelijk beleid. Het Plussenbeleid hoeft dus niet in de tussentijd te worden aangepast. In het gemeentelijke beleid wordt de handreiking Plussenbeleid Gelderland gevolgd, met daarnaast enkele Beuningse aanvullingen c.q. aandachtspunten: » De initiatiefnemer maakt duidelijk hoe hij met ‘plussen’ de ontwikkeling aanvaardbaar acht. In de beschrijving, de tekeningen als in de berekening is dit helder, zodat de gemeente het voorstel goed kan beoordelen.
20
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
»
»
»
»
»
De vereiste investeringsbijdrage bedraagt C 20,- per m2 bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding. Hier wordt voor gekozen omdat duurzaamheid voor de gemeente Beuningen een speerpunt is. Voor het bestemmingsplan ‘Geerstraat 16 en Begijnenstraat’ is het plussenbeleid niet van toepassing, omdat dit bestemmingsplan van vrij recente datum is en expliciet door de raad is beoordeeld op de maximale mogelijkheden ter plaatse. De raad heeft toen, bij de vaststelling van het bestemmingsplan op 25 maart 2014, een amendement aangenomen. Dit amendement is verwerkt in de regels van het bestemmingsplan zoals deze beschikbaar zijn gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. De oorspronkelijke wijzigingsbevoegdheid in artikel 3.3.1 is daarmee vervallen en gewijzigd. De omvang van 500 NGE (definitie megabedrijf) is in elk geval een maximum. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan buitengebied heeft de gemeenteraad van Beuningen (via een voorbereidings- en aanhoudingsbesluit in 2010/2011) expliciet besloten dat zij de vestiging van grootschalige intensieve veehouderij en stallen met meer dan 1 bouwlaag willen voorkomen. Via de maximale hoogtematen van gebouwen en oppervlaktematen van het bouwblok is dit in het bestemmingsplan buitengebied verankerd. De strekking is dat er geen plaats is voor megabedrijven in de gemeente. De dialoogprocedure is nader vorm gegeven.
Beuningen vindt burgerparticipatie belangrijk en past het ook toe. Doel is dat de initiatiefnemer -voor de formele planprocedure- investeert in begrip en draagvlak. De initiatiefnemer gaat al vroeg in gesprek met belanghebbenden en omwonenden. In de handreiking Plussenbeleid Gelderland zijn mogelijke plus-investeringen opgenomen. Beuningen kiest beargumenteerd ook voor mogelijke plus-investeringen op het gebied van: 1. Duurzaamheid. Dit omdat het verbeteren van duurzaamheid een speerpunt van het gemeentelijke beleid is. Ook hier moet het gaan om bovenwettelijke investeringen. Met name innovaties kunnen hiermee een kans krijgen. 2. Educatie. Als ondernemers bereid zijn om te investeren in educatie, dan kunnen (vooral) kinderen op een speelse manier kennis maken met zowel de voedselproductie, het buitengebied alswel de verschillende vraagstukken hieromtrent. Investeringen in een zichtruimte of een aangepaste inrichting om veilige educatie mogelijk te maken behoren tot de mogelijkheden. 3. Onvoorzien. Niet alles is vooraf te bedenken. Een voorbeeld: Wellicht heeft de omgeving ‘last’ van de te smalle weg van de vrachtauto’s. In zo’n geval kan een verbreding van een deel van de weg een oplossing zijn, waardoor de grootste weerstand kan worden ondervangen. (bij deze variant is breed draagvlak van de omgeving een voorwaarde).
Planspecifiek Aangezien dit bestemmingsplan niet voorziet in planologische uitbreidingsmogelijkheden via afwijkingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden hoeft het plussenbeleid niet aan de regels gekoppeld te worden als aanvullend toetsingskader. Uiteraard wordt dit plussenbeleid wel als toetsingskader gehanteerd in geval van (buitenplanse) planologische procedures of herzieningen van het bestemmingsplan.
3.3.7
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend binnen de gemeentelijke beleidskaders.
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
3.4
Conclusie
Dit bestemmingsplan is overeenkomstig binnen het nationaal, provinciaal en gemeentelijke beleid.
22
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- ä omgevingsaspecten
Verkeer S parkeren
Dit bestemmingsplan heeft net als de geldende beheersverordening primair een beheersfunctie en omvat dan ook geen nieuwe ontwikkelingen. Mocht zich toch nieuwe ontwikkelingen voordoen, die niet passen binnen deze kaders, dan zal hiervoor een separaat bestemmingsplan in procedure gebacht worden. In die plannen zal nader ingegaan worden op de eventuele betekenis voor de verkeersstructuur. In dit bestemmingsplan is tevens de regeling opgenomen, zoals deze ook reeds was vastgesteld in het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren'. Dit houdt in dat bij elke vergunningplichtige activiteit tevens voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.2
Bodem
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Planspecifiek Het bestemmingsplan staat geen nieuwe bodemgevoelige functies toe, maar legt de bestaande situatie vast. In het kader van dit plan is dan ook geen verkennend bodem- en grondwateronderzoek uitgevoerd. Bij eventuele bebouwingsuitbreidingen wordt via de bouwverordening in het kader van de omgevingsvergunning tot bouwen zorg gedragen voor een goede bodemkwaliteit. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh).
De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel. Zonebreedte Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
5 of meer 3 of 4 1 of 2
350 meter 350 meter 200 meter
600 meter 400 meter 250 meter
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft.
Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: » waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; » waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.' Planspecifiek Het bestemmingsplan staat geen nieuwe geluidgevoelige functies toe, maar legt de bestaande situatie vast. Bij eventuele planologische ontwikkelingen zal in het kader van die ruimtelijke plannen het aspect wegverkeerslawaai worden behandeld. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
24
bestemmingsplan "Randzone Ewijk 2021" (vastgesteld)
bestemmingsplan Randzone Ewijk 2021
4.4
Milieuzonering
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.