CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport Jeugdzorg op de agenda

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Rekenkameronderzoek 'Jeugdhulp'7.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

JEUGDZORG OP DE AGENDA Onderzoek naar de implementatie van de hervormingsagenda Jeugd in Beuningen

Rekenkamer Beuningen

Inhoudsopgave Aanleiding ...........................................................................................................................2 Vraagstelling en normenkader ..............................................................................................3 Feitenrelaas/ bevindingen en analyse ...................................................................................4 Definitie en afbakening .....................................................................................................4 Jeugd in Beuningen ...........................................................................................................4 Beleid ..............................................................................................................................5 Organisatie en Uitvoering ..................................................................................................8 Middelen........................................................................................................................ 10 Resultaten ..................................................................................................................... 12 Informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad ................................................. 13 Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd.........................................................

13 Conclusies ........................................................................................................................ 14 Aanbevelingen ................................................................................................................... 15 Documentatie.................................................................................................................... 16 Geïnterviewden ................................................................................................................. 16 Bestuurlijke reactie ............................................................................................................ 17 Nawoord ........................................................................................................................... 19

1

Aanleiding Jeugdbeleid is geen nieuw thema, maar wel een actueel en belangrijk thema. Zowel inhoudelijk als financieel. Het betreft immers de zorg voor een kwetsbare groep inwoners, hetgeen gepaard gaat met een stevige gemeentelijke financiële inspanning. In bijna 25 jaar tijd is het jeugdzorggebruik spectaculair gegroeid. Ging het in het jaar 2000 nog om 1 op de 27 kinderen.1 Volgens het CBS kregen in 2023 in Nederland 478 duizend kinderen en jongeren (tot 23 jaar) jeugdzorg. Dat is ongeveer 1 op de 10 jongeren. Het CBS hanteert de term jeugdzorg als verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jongens krijgen vaker jeugdhulp dan meiden.2 De groei van het gebruik betreft voornamelijk jeugdhulp zonder verblijf, blijkt uit de CBS-cijfers. De meeste andere vormen van jeugdhulp namen juist af. Vergeleken met 2021 daalde in 2023 de jeugdhulp met verblijf met 5 procent, ondertoezichtstelling met 15 procent en voogdij met 10 procent. In 2023 heeft de sector gemeenten met het Rijk (en jeugdzorgpartners) afspraken gemaakt met betrekking tot een Hervormingsagenda Jeugd die er toe moeten leiden dat de kosten voor jeugdzorg beheersbaar blijven en worden teruggedrongen.

Niet alleen probeer ik te beoordelen of er in de gemeente Beuningen sprake is van doeltreffende en doelmatige jeugdhulp, aan de hand van de in de hervormingsagenda opgenomen afspraken probeer ik ook een goed beeld te krijgen van de mate waarin de gemeente Beuningen op koers ligt om hieraan invulling te geven (en mogelijk ook met welk te verwachten resultaat). In mijn zomerbrief aan de gemeenteraad gaf ik al aan dat het aan een helder geformuleerde ambitie niet ontbreekt: “In het Rijk van Nijmegen versterken we kinderen en gezinnen zodat inzet van jeugdzorg minder vaak noodzakelijk is.”3 Kortom, sterkere gezinnen en kinderen en (daarom) minder jeugdzorg. De definitie die de gemeente Beuningen op haar website voor jeugdhulp hanteert is: “hulp bij opvoeden, jeugdbescherming, jeugdreclassering, aanpak van kindermishandeling, geestelijke gezondheidszorg en zorg voor kinderen met een lichte verstandelijke beperking.” 4 Sinds januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de hulp aan en zorg voor kinderen, jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedproblemen. Gemeenten bepalen zelf hoe zij de jeugdhulp lokaal inrichten. Ze organiseren de toegang tot de jeugdhulp, zelfstandig of in samenspraak met andere gemeenten. Ook kopen gemeenten in (boven)regionaal verband hulp in bij jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.

Verschillende organisaties bieden hulp en ondersteuning aan jeugdigen. Gemeenten hebben verschillende rollen ten opzichte van deze organisaties. Soms treedt de gemeente op als opdrachtgever, soms als partner en in andere gevallen hebben gemeenten geen directe betrokkenheid. Op verschillende -van elkaar te onderscheiden- niveaus wordt ondersteuning geboden. Inwoners opereren op het niveau ‘informeel’ met minimale inmenging van de gemeente. Toch wordt ook hier door middel van informele netwerken van alles ondernomen en opgelost. Bij Nederlands Jeugdinstituut, Een andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik, april 2023 CBS 3 Regioprogramma Jeugd 2023-2028, pagina 87 4 https://www.beuningen.nl/jeugdhulp 1 2

2

‘georganiseerd informeel’5 zijn de informele netwerken omgezet in een organisatievorm, bijvoorbeeld een kerk, inwonersorganisatie of sportvereniging. Gemeenten zijn hierbij vaak indirect betrokken, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een (sport)accommodatie of (kleine) subsidie. Organisaties met een overeenkomst of (grote) subsidierelatie met de gemeente vallen onder ‘georganiseerd formeel’6. Het gaat bijvoorbeeld over de jeugdgezondheidszorg, onderwijs en kinderopvang. Gemeenten hanteren verschillende begrippen voor het voorafgaande. In mijn onderzoek heb ik aangesloten op de terminologie zoals die in de gemeente Beuningen gangbaar is en is ontleend aan het beleidsplan Vitaal Beuningen. Deze drie niveaus zijn vrij toegankelijk voor inwoners. Dit betekent dat er geen officiële verwijzing nodig is, maar dat inwoners eenvoudig kunnen binnenlopen voor hulp en ondersteuning. Dit wordt over het algemeen aangeduid als het ‘voorliggend veld’. Het idee hierachter is dat inwoners in eerste instantie gebruik moeten maken van bestaande algemene voorzieningen voordat kan er aanspraak worden gemaakt op gespecialiseerde voorzieningen of regelingen. Gemeenten hadden na de decentralisatie van de jeugdzorg hoge verwachtingen van dit voorliggend veld ten aanzien van de mate waarmee hiermee complexere en duurdere vormen van zorg en ondersteuning konden worden voorkomen.

In 2019 tekende de Binnenlands Bestuur uit de mond van wethouder Van Teffelen op dat de gemeente Beuningen ‘vol inzet op preventie en algemene voorzieningen. Door vroegtijdig preventieve zorg te geven, voorkomen we dure zorg’.7 Beuningen was en is daarmee zeker geen uitzondering. De hoge verwachtingen ten aanzien van het tegengaan van complexe en vaak duurdere zorg bleken over het algemeen niet realistisch. Inwoners hebben voor specialistische jeugdhulp van zorgaanbieders een verwijzing nodig. Vanuit de Jeugdwet zijn de gemeenten, huis-, jeugd- en kinderartsen, gecertificeerde instellingen en de kinderrechter gemachtigd om te verwijzen naar specialistische jeugdhulp. Gemeenten sluiten contracten af met zorgaanbieders, waarin afspraken staan over onder andere de kwaliteit van de specialistische jeugdhulp. Gemeenten treden op als opdrachtgever. Doordat er nog andere (dan de gemeente Beuningen) wettelijke verwijzers zijn, is de gemeente Beuningen wel degene die deze inzet betaalt, maar zeker niet altijd degene die de inzet bepaalt.

Vraagstelling en normenkader Het voorafgaande leidt tot de volgende centrale vraagstelling: is er sprake van doeltreffende en doelmatige jeugdhulp in de gemeente Beuningen en wordt er goed voorgesorteerd op de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd? Dit leidt tot het volgende normenkader: 1. Er is sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke doelen en kaders. 2. Het (lokaal en regionaal) beleid is concreet vertaald naar de uitvoering, i.c. naar werkafspraken, aanbestedingen, verordeningen en beleidsregels. In de gemeente Beuningen aangeduid met ‘gemeenschappelijke sociale basis’ In de gemeente Beuningen aangeduid met ‘institutionele sociale basis’ 7 https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/beuningen-kent-geen-tekort-op-jeugdzorg 5 6

3

3. Jeugdhulp (inclusief toegang en verwijzing) en informatie daarover is eenduidig georganiseerd. 4. Er is sprake van adequate regie en aansturing van de uitvoering. 5. Er is zicht op de ontwikkeling van de cliëntenpopulatie en het zorggebruik, de ontwikkeling van de (gemiddelde) zorgzwaarte en duur van zorg. Deze ontwikkeling voltrekt zich analoog in de in het beleid opgenomen doelen. 6. Er is sprake van eenduidige en structurele monitoring en resultaten zijn conform de in het beleid opgenomen doelen. 7. Het lastenniveau en de ontwikkeling daarvan blijft binnen de door de raad gestelde kaders en is vergelijkbaar met gemeenten van vergelijkbare omvang en structuur. 8. De gemeente Beuningen kan invulling geven aan de afspraken die zijn gemaakt tussen Rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd, zowel inhoudelijk als wat betreft beoogde financiële opbrengsten.

Feitenrelaas/ bevindingen en analyse Definitie en afbakening De gemeente Beuningen definieert op haar website jeugdhulp als “hulp bij opvoeden, jeugdbescherming, jeugdreclassering, aanpak van kindermishandeling, geestelijke gezondheidszorg en zorg voor kinderen met een lichte verstandelijke beperking.” 8 Jeugdbescherming en jeugdreclassering worden in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Dit komt door het unieke karakter van deze vormen van hulp en de grote schaal (regionaal en bovenregionaal) waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt georganiseerd. De gemeenteraad van Beuningen heeft hier weinig directe invloed op.

Jeugd in Beuningen Voor dit onderzoek heb ik gebruik gemaakt van de benchmark Waatstaatjegemeente.nl op basis van de typologie van gemeenten. De gemeente Beuningen is getypeerd als ‘perifere gemeente met (historische) economische specialisatie. Gemeenten met een specifieke dominante economisch activiteit of industriële geschiedenis’ (type F).9 Ten opzichte (het gemiddelde) van vergelijkbare gemeenten is de gemeente Beuningen wat betreft haar jeugd en jeugdhulpverlening over het algemeen ‘zeer gemiddeld’. Alleen het significant lager aantal HALT-verwijzingen (5% in plaats 8%), het iets hoger aandeel jeugdhulp zonder verblijf en iets lager voortijdige beëindigde jeugdhulptrajecten valt (in positieve zin) op. Indien we Beuningen vergelijken met de gemeenten in de Regio Nijmegen10 dan valt opnieuw een veel lagere HALT-verwijzing op (5% in plaats van 9%), maar ook het veel lager percentage Beuningen jongeren dat in een uitkeringsgezin opgroeit. En deze verschillen blijven wanneer we

https://www.beuningen.nl/jeugdhulp Dashboard - Jeugd en jeugdhulpverlening - Beuningen, jeugdhulp zonder verblijf (1e halfjaar 2024), voortijdig beëindigde trajecten (1e helft 2022) 10 Beuningen, Druten, Nijmegen, Mook en Middelaar, Heumen, Berg en Dal en Wijchen 8 9

4

Beuningen vergelijken met het Nederlands gemiddelde. Zo op het eerste gezicht is de positie van de gemeente Beuningen licht positiever ten opzichte van haar soortgenoten en van het regionaal en landelijk gemiddelde.

Beleid Regioprogramma Jeugd (vastgesteld maart 2024) Iedere regio heeft in het kader van de Norm voor Opdrachtgeverschap een regiovisie opgesteld met afspraken over de samenwerking, de beschikbaarheid van jeugdzorg en randvoorwaarden (zoals administratie en inkoop). De in mijn inleiding en de in mijn zomerbrief aangehaalde ambitie is aan dit regioprogramma ontleend, i.c. “in het Rijk van Nijmegen versterken we kinderen en gezinnen zodat inzet van jeugdzorg minder vaak noodzakelijk is.” De zeven gemeenten in de regio Nijmegen organiseren door deze regionale samenwerking de inkoop en het contractmanagement van jeugdhulp en Wmo-taken regionaal door middel van het ‘Regionaal Ondersteuningsbureau’ (ROB) . Het ROB vertegenwoordigt de samenwerkende gemeenten daarnaast ook in de landelijke (VNG) en bovenregionale (G7) inkoop van hoog specialistische jeugdzorg. In 2024 droeg de gemeente Beuningen €277.000 bij aan het ROB. Naast het ROB omvat de regionale samenwerking ook afstemming tussen de verschillende disciplines van de gemeenten, zoals tussen portefeuillehouders, het beleid, financiën, de backoffices en handhaving. De kosten van het Regioprogramma Jeugd bedroegen in 2024 €820.000, waaraan de gemeente Beuningen €66.000 bijdroeg. Uit het regioprogramma blijkt ook dat de zeven gemeenten gezamenlijk invulling (willen gaan) geven aan de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd.

Er is sprake van regionale programmasturing op jeugd. Een eerste stap daarin is dat er vanaf 2023 gewerkt wordt vanuit een Regioprogramma Jeugd met in de aansturing een regionale programmamanager.11 De programmamanager geeft -samen met het regioteam- in de praktijk sturing aan de (regionale) beleidsontwikkeling. Ik merk hierbij op dat de gemeente Nijmegen ‘penvoerder’ van deze samenwerking (op het gebied van jeugd en Wmo-taken) en daarmee formeel uitvoering geeft aan deze omvangrijke opdracht. Medewerkers van het ROB zijn in dienst bij de gemeente Nijmegen en middelen verlopen via de Nijmeegse begroting.12 In dit verband merk ik op dat in de Startfoto Rijk van Nijmegen wordt opgemerkt dat het Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg een verplichte vorming van een gemeenschappelijke regeling voorschrijft, waarop op dit op dit moment niet wordt voldaan. Uiteraard is dit (op dit moment nog) geen formele wet, maar zodra deze door het parlement is vastgesteld wordt een gemeenschappelijke regeling dus wettelijk verplicht. Afgezien van deze nog ontbrekende verplichting brengt een gemeenschappelijke regeling de gemeenteraad in een veel betere kaderstellende en controlerende positie dan de huidige constructie.

Nijmegen is gemandateerd door de andere gemeenten om namens het Rijk van Nijmegen in te kopen, wat in de praktijk lijkt op een centrumgemeenteregeling, hoewel dit formeel niet het geval is.13

Beleidsnotitie sociaal domein, pagina 16 Contactgegevens ROB - ROB regio Nijmegen - Regionaal Ondersteuningsbureau Wmo & Jeugdhulp 13 VNG, Platform Sociaal Domein en OZJ, Startfoto Rijk van Nijmegen, maart 2024, pagina 4 11 12

5

Binnen de regiovisie wordt de nadruk gelegd op de context en omgeving waarin het kind opgroeit. De visie is om uit te gaan van wat kinderen nodig hebben om gezond, veilig en kansrijk op te groeien. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden (“wat kan”), in plaats van naar mogelijke beperkingen. Dit vraagt om een breed maatschappelijk debat over het herstellen van sociale gemeenschappen, wijkgericht werken, bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid. Zo hoeft alleen “in uitzonderlijke gevallen” jeugdzorg de oplossing te zijn. Opvallend in deze visie is de disclaimer die eveneens is opgenomen waarin gesteld wordt dat de regio weliswaar een fantastische ambitie heeft, maar we ook realistisch moeten zijn.14 We hebben geen controle over het daadwerkelijk slagen. We zijn afhankelijk van alle partners in de zorg voor onze jeugd, van ouders, van de maatschappij als geheel, van onderwijs en (zorg)aanbieders tot overheidsinstanties. We zijn afhankelijk voor de uitvoering van de ambitie, maar ook voor de financiële en juridische kaders. Kortom, er wordt hier een enorme slag om de arm gedaan. Er is sprake van zes “hogere doelen” en daarmee van zes opgaven waaraan de regio concreet invulling geeft en wil geven. Er is verder voorzien in de monitoring van de voortgang en resultaten op deze opgaven.15 1. Meer inclusie in de basis.

Versterken kinderopvang en onderwijs, goede aansluiting onderwijs en jeugdzorg. a. Minder instroom in speciaal onderwijs b. Minder schooluitval en langdurige thuiszitters c. Hogere score mentaal welbevinden 2. Versterken mentale veerkracht. a. Minder instroom in specialistische GGZ jeugd b. Versnellen uitstroom uit specialistische GGZ jeugd c. Minder directe inzet GGZ door huisarts, meer verwijzing naar lokaal team 3. Het organiseren van passende hulp voor complexe casuïstiek bij jeugdigen en hun gezinnen. a. Meer consultaties van het Regionale Expertise Team (RET) b. Minder doorstroom van kinderen in verblijf c. Meer inzet van een doorbraakaanpak 4. Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. a. Minder instroom in verblijf b. Meer inzet van informele zorg c. Minder kinderen op de regionale wachtlijst voor pleegzorg 5. Scheiden zonder schade voor alle gezinsleden. a. Meer consultaties van het Regionaal Expertise Punt Scheidingen (REPS) b. Minder inzet jeugdzorg omdat verwijzers effectief advies van REPS ontvangen 6. Veiligheid voor gezinnen, samen voor veilig. a. Toename aanmeldingen bij de jeugdbeschermingstafel b. Verkorting duur van ondertoezichtstellingsmaatregel Per opgave zijn een groot aantal concrete activiteiten opgenomen die -in samenhang- dienen te zorgen voor progressie op de hiervoor genoemde resultaten en doelen.

De regio wil graag langjarige contracten afsluiten en samenwerking met betrouwbare en kwalitatief goede 14 15

Regioprogramma jeugd, pagina 10 Regioprogramma jeugd, pagina 16

6

aanbieders. Het regioprogramma voorziet dat met een ontwikkeling van sterke lokale teams in de toekomst een deel van de begeleidingsvragen mogelijk door hen zouden kunnen worden opgepakt. Binnen het regioprogramma is ruimte om zo goed mogelijk aan te sluiten bij het tempo van afzonderlijke gemeenten. De regio Nijmegen is in 2022 gestart met de ontwikkeling van het meerjarig regioprogramma jeugd en heeft daarbij steeds rekening gehouden met de (toen nog aanstaande) Hervormingsagenda jeugd. Dat maakt dat de inhoud van het regioprogramma inhoudelijk goed aansluit bij de inhoudelijke doelstellingen en initiatieven van de Hervormingsagenda. Per thema uit de hervormingsagenda is in het regioprogramma in detail aangegeven welke beleidsmaatregelen van toepassing. De VNG heeft met het oog op de afspraken uit de hervormingsagenda een implementatieplan ontwikkeld (voor alle gemeenten). In 2024 heeft er aan de hand daarvan een uitvoeringstoets (startfoto) plaats gevonden (door de VNG)16 op basis waarvan er inzicht ontstaat in de robuustheid van het plan, de samenhang van maatregelen en de haalbaarheid van het geheel. Op dat moment wordt het voor de regio Nijmegen naar verwachting inzichtelijk wat met name de besparingscomponent zal betekenen. In het kader van dit onderzoek heb ik inzage gekregen in de (nog niet gepubliceerde) startfoto. In het vorige hoofdstuk refereerde ik hier al naar.

En hoewel in deze beknopte notitie zichtbaar is dat de gemeenten in de Regio Nijmegen op een breed vlak voortgang boeken, is niet aangegeven wat dit betekent voor de te realiseren kostenbesparing. Beleidsnotitie Vitaal Beuningen De basis van het lokaal beleid is de beleidsnotitie Vitaal Beuningen - Beleidsnotitie Sociaal Domein 2024-2028.17 De basis van de beleidsnotitie wordt gevormd door ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda Jeugd en het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA). De focus ligt op drie thema's, i.c. de sociale basis, het terugdringen gezondheidsachterstanden en een gezonde (mentale en fysieke) leefstijl. In de notitie zijn de ambities en daaraan ontleende opgaven voor het sociaal domein opgenomen voor de periode 2024 t/m 2028. Het met deze aanpak beoogde effect, zoals dat is opgenomen in het betreffende raadsvoorstel, is wel heel breed geformuleerd, namelijk ‘Gemeente Beuningen is een gezonde gemeente met vitale inwoners in een aantrekkelijke woonomgeving; met een sterke sociale basis en een sociaal hart.’ De gemeente Beuningen staat een integrale benadering in preventie voor om (op deze wijze) zorgkosten te voorkomen. Deze brede blik op gezondheid en het bevorderen van gezondheid noemt de gemeente Beuningen ‘Health in all Policies’. Organisatiebreed wordt hier (dus) aandacht aan gegeven, over de afzonderlijke beleidsterreinen en domeinen heen.

Verder zet de gemeente Beuningen in op sociale basis in de wijk, een gezonde leefstijl en het tegengaan van gezondheidsachterstanden en er wordt aangesloten op de hervormingsagenda en het regioprogramma Jeugd. Er wordt voor de eisen die de hervormingsagenda stelt aan lokale teams een meerjarig ontwikkelplan aangekondigd voor het Sociaal Team, in de vorm van een ontwikkelplan ‘binnen de dagelijkse uitvoeringspraktijk’ met verdere aanscherpingen in de

16 17

VNG, Platform Sociaal Domein en OZJ, Startfoto Rijk van Nijmegen, maart 2024 Vastgesteld door de gemeenteraad op 9 april 2024

7

werkwijze en het proces.18 Jeugdzorg is daarmee als thema goed geïntegreerd in het lokaal sociaal-maatschappelijke beleid. Inhoudelijk sluit het lokaal beleid daarmee goed aan op het regionaal programma en daarin opgenomen activiteiten. Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2024 De basis voor de concrete uitvoering van het jeugdbeleid is de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Beuningen 2024.19 Deze verordening verschaft duidelijkheid aan de inwoners van de gemeente Beuningen en aan professionals over het beleid dat gemeente Beuningen voert ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Alle kaders die gelden ten aanzien van de ondersteuning op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn hierin opgenomen.

Organisatie en Uitvoering In de aanleiding gaf ik aan dat gemeenten in (boven)regionaal verband hulp inkopen bij jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde Instellingen. De gemeente Beuningen vervult verschillende rollen ten opzichte van deze organisaties. Soms treedt de gemeente op als opdrachtgever, soms als partner en in andere gevallen hebben gemeenten geen directe betrokkenheid. Inwoners opereren op het niveau ‘informeel’ met minimale inmenging van de gemeente. In de (Beuningse) beleidsnotitie sociaal domein zijn al deze organisatie gezamenlijk aangeduid als ‘sociale basis’. De opzet is in vrijwel alle gemeenten gelijk, de terminologie kan nogal verschillen. Zo wordt het georganiseerd formeel aanbod in Beuningen aangeduid institutionele sociale basis, het georganiseerd informeel aanbod als gemeenschappelijke sociale basis en het (niet-georganiseerd) informeel aanbod als persoonlijke sociale basis.20 De toegang tot hulp verloopt via een aantal kanalen, i.c. de huisarts, de jeugdrechter of de gemeentelijke toegang, het Sociaal Team. Het Sociaal Team is per e-mail te bereiken (sociaalteam@beuningen.nl) of telefonisch (tussen 8.30 en 12.30 uur op 14 024). Sommige vragen kan het Sociaal Team direct beantwoorden.

Als er mogelijkheden zijn om het voorliggend veld in te zetten, dan worden inwoners daar eerst naar verwezen of worden inwoners daar aangemeld (bijvoorbeeld bij Mee of Sterker). Bij complexere vragen maakt het Sociaal Team een afspraak voor een keukentafelgesprek.21 Door het (lokaal) Sociaal Team wordt zo dichtbij en zo laagdrempelig mogelijk hulp geboden aan jongeren en gezinnen. Het Sociaal Team biedt zelf hulpverlening op het gebied van schoolmaatschappelijk werk en preventieve ondersteuning vanuit de huisarts door de ondersteuner jeugd en gezin (OJG). Maatschappelijk werk en ondersteuning vanuit MEE is dichtbij georganiseerd en daar wordt nauw mee samengewerkt. Er wordt ook nauw samen gewerkt met psychologen en gedragswetenschappers, die regelmatig aansluiten bij het sociaal

Ambtelijk wederhoor, e-mail 12 februari 2025 Vastgesteld door de gemeenteraad op 9 april 2024 20 Beleidsnotitie Sociaal Domein 2024-2028, pagina 9-11 21 https://www.beuningen.nl/jeugdhulp 18 19

8

team. Deze aanpak draagt er aan bij dat de inzet van (duurdere) maatwerkvoorzieningen minder nodig is. In het Sociaal Team werken deskundige procesregisseurs en wordt nauw samengewerkt met veiligheid, veilig thuis, bij uithuisplaatsingen en met de rechtbank. Op landelijk niveau ligt het accent met name op het inzetten van preventieve hulpverlening en voorliggend veld, maar de gemeente Beuningen vindt het belangrijk om ook te sturen op regievoering bij dure jeugdzorgplaatsingen aan het einde van de keten. Daarom heeft Beuningen er sinds 2022 gekozen voor nauwe samenwerking met partners binnen de keten en het werken met procesregisseurs. 22 Er is sprake van uitgewerkte werkinstructies en procesbeschrijvingen (zoals opgenomen in de tool ‘Engage’ en S4SR23). Er is daarmee sprake van adequate, geïntegreerde, digitale ondersteuning. De foutengevoeligheid en het gebruikersgemak is daarmee sterk verbeterd.24 Meldingen worden binnen het Sociaal Team bij weekstart met elkaar besproken waarbij er onderlinge consultatie en afstemming plaats vindt. Meldingen worden in de praktijk op de wettelijk voorgeschreven wijze in behandeling genomen, waarbij -wat de procedure betreftsprake is van afwijkende termijn tussen meldingen jeugd en Wmo.

Medewerkers van de gemeente Beuningen maken gebruik van een kennisbank (van een externe leverancier)25 waarin protocollen, handleidingen en overzichtelijk vrijwel alle actuele en achtergrondinformatie te vinden zijn die betrekking hebben op hun werk, inclusief wetgeving en rechtsspraak. Consulenten nemen actief deel aan scholing en aan activiteitendagen van deze leverancier. Zij nemen deel aan intervisie en sessies met zorgverleners in het kader van samen leren. Op dit moment vindt er een doorontwikkeling plaats ten aanzien van collegiale toetsing. 26 Alle huisartsen in de gemeente Beuningen kunnen beschikken over een Ondersteuner Jeugd en Gezin die in dienst is van de gemeente Beuningen. Deze doet haar/ zijn werk in nauw overleg met het Sociaal Team en het schoolmaatschappelijk werk. Tweemaal per jaar vindt er een zogenaamd ‘bestuurlijk huisartsenoverleg’ plaats waarbij er afstemming plaats vindt tussen huisartsen en het sociaal domein ‘breed’. Onderwerpen die hierbij de revue kunnen passeren zijn zaken als de praktijkondersteuning jeugd, geldzorgen, nieuwkomers en de kwaliteit van de samenwerking. Het uitgangspunt bij meldingen is om aan de hand van een vraagverheldering samen met de inwoner te kijken naar een zo licht mogelijke oplossing, zo veel mogelijk op eigen kracht of binnen het voorliggend veld. Pas wanneer dit niet mogelijk blijkt dan wordt er gekeken naar maatwerk.

De gemeente Beuningen staat een brede inrichting van het (lokaal) sociaal domein voor. Zowel op lokaal als op regionaal niveau wordt -aansluitend daarop- de inzet van de integrale benadering door middel van de doorbraakmethode onderzocht.27 Het is de bedoeling hiermee in 2025 te starten.28

E-mail, 31 december 2024 Suite voor Sociale Regio 24 Interview 25 Schulinck Jeugd/e-mail 21 oktober 2024 26 Interview 27 Methode met name gericht op multiproblem problematiek 28 E-mail, 31 december 2024 22 23

9

Wanneer er sprake is van verwijzing (door een wettelijk verwijzer) naar een zorgaanbieder verzorgt de backoffice de beschikking, het verslag en de motivering. Dit gebeurt aan de hand van formats met (standaard-) tekstblokken. Wanneer een zorg- of ondersteuningstraject begint ontvangt de gemeente Beuningen een toewijzingsbericht en vervolgens de daarop volgende declaraties van de aanbieder. Wanneer dit het traject is afgerond (of tussentijds is gestopt) ontvangt de gemeente Beuningen eveneens bericht. Heel af en toe is er sprake van discussie tussen de gemeente Beuningen en de aanbieder over de lengte of zwaarte van het aanbod. De gemeente Beuningen maakt wat betreft management- en stuurinformatie (ten aanzien van jeugdzorg) gebruik van Initi8 (onder beheer bij het ROB). De basis voor deze informatie vormt het berichtenverkeer (tussen aanbieders en gemeente Beuningen) en het declaratiegedrag van aanbieders. Dit biedt een goed inzicht in het zorgpad van jongeren en maakt vergelijking tussen gemeenten in de Regio Nijmegen mogelijk. Het systeem maakt het bijvoorbeeld ook mogelijk om zicht te houden op de groep inwoners met de hoogste (duurste) zorgvraag. Een gering aantal inwoners verklaart immers een relatief groot aandeel in de uitgaven. Vermoedens van fraude kunnen worden gemeld bij het Regionaal Meldpunt Zorg.

In de praktijk zijn er zeer weinig meldingen.29 Het ROB checkt (als verantwoordelijke voor de inkoop en het contractmanagement) het gebruik en voert contractgesprekken op basis van input van gemeenten. Deze gesprekken gaan zowel over inhoud van zorg als over financiën. In voorkomende gevallen pakken zij fraude of andere signalen op die zijn gemeld bij het Regionaal Meldpunt Zorg. Op de website van het ROB is een helder overzicht opgenomen van alle gecontracteerde aanbieders en zorgcodes. Er is sprake van hoofdaanbieders en onderaannemers, zodat het aantal gecontracteerde aanbieders (in omvang) beperkt blijft. Ten aanzien van de doorontwikkeling van het Sociaal Team maakt de gemeente Beuningen gebruik van de Ondersteuningslijn stevige lokale teams van de VNG. Daarnaast zijn alle activiteiten uit het implementatieplan Hervormingsagenda Jeugd 2023-202830 opgepakt.

Middelen In deze paragraaf vergelijk ik de netto-lasten van de gemeente Beuningen met de gemiddelde netto-lasten van haar soortgenoten, gemeenten die in qua structuur op Beuningen lijken.31 Daarbij heb ik de ontwikkeling van (begrote en gerealiseerde) nettolasten van de betreffende taakvelden voor de jaren 2023 en 2024 vergeleken32. De definitie van de betreffende taakvelden is in 2023 namelijk ingrijpend veranderd, hetgeen vergelijkingen op dit niveau met de periode daarvoor buitengewoon lastig maakt. De aan het dashboard ontleende informatie heb ik in de hieronder opgenomen tabel weergegeven. Het betreft de volgende taakvelden:

In het eerste half jaar van 2024 zijn er in totaal voor alle gemeenten in het Rijk van Nijmegen 28 meldingen binnengekomen; 3 van de meldingen gingen over rechtmatigheid, 9 over de kwaliteit van zorg, 9 over de werkwijze van een aanbieder en 7 overig. 30 Implementatieplan Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 31 Type F (matig stedelijk), Waarstaatjegemeente.nl 32 Op basis van de openbare (IV3-) informatie zoals deze is weergegeven op dashboard Gemeentefinanciën uit Venster voor Bedrijfsvoering 29

10

Taakveld

Beuningen 2023 B 2023 JR 6.72 Maatwerkdienstverlening 180 0 6.72a Jeugdhulpbegeleiding 66 77 6.72b Jeugdhulpbehandeling 27 28 6.72c Jeugdhulp dagverblijf 22 26 6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig 0 0 6.73a Pleegzorg 14 10 6.73b Gezinsgericht 36 24 6.73c Jeugdhulp met verblijf overig 22 39 6.74a Jeugdbehandeling GGZ zonder verblijf 73 88 6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/ GGZ-verblijf 9 7 6.74c Gesloten plaatsing 3 5 Netto-lasten per inwoner € B= begroting; JR = Jaarrekening

272

304

Nederland 2024 B 2023 B 2023 JR 0 5 1 89 56 60 28 37 43 20 16 19 0 34 35 11 12 13 23 12 14 36 28 42 66 30 39 9 17 21 3 6 6 285

253

293

2024 B 2 54 44 17 34 13 13 33 38 19 6 273

Zoals ik heb aangegeven in de onderzoeksafbakening heb ik in dit onderzoek jeugdbescherming en jeugdreclassering (taakveld 6.82) buiten beschouwing gelaten. De gemeenteraad heeft vanwege het afwijkende karakter van deze ondersteuning hier immers weinig invloed op. Zichtbaar is dat Beuningen geen uitgaven kent op taakveld 6.72d en veel hogere (dan de referentiegemeenten) op 6.72a. Dit is een administratieve keuze is, waarbij deze lasten worden verantwoord onder andere ambulante (zonder verblijf) taakvelden. Het taakveld ‘Overig’ was in Beuningen dus niet nodig.33 Onduidelijk is in hoeverre dit (ten dele) een verklaring is voor de hogere lasten voor jeugdbehandeling GGZ zonder verblijf. Overigens neemt dit verschil af. De netto-lasten in ogenschouw nemend valt op dat Beuningen per saldo aan Jeugdzorg gemiddeld iets hogere (dan in vergelijkbare gemeenten) lasten heeft in de ‘lichtere vormen van jeugdzorg’ en tegelijkertijd lagere lasten in de zwaardere, kostbaardere vormen (6.74b en 6.74c). Opvallend is ook dat de gerealiseerde nettolasten over 2023 een stuk hoger zijn dan de begrote lasten over dat jaar, zowel in Beuningen als in de andere gemeenten. De toename is in Beuningen per saldo echter lager, waardoor het verschil ten opzichte van het gemiddelde kleiner is geworden.

Tegen de achtergrond van de voorgestane hervorming van de jeugdzorg onderscheidt Beuningen zich daarmee in positieve zin van vergelijkbare gemeenten. Dat resulteert (op dit moment) nog niet in lagere (totaal) lasten. In dit perspectief is het vermeldenswaardig dat de geprognosticeerde kostenstijging in 2024 voor jeugdzorg (in Nederland) is geraamd op 12%, waarvan 9,25% als gevolg van CAO-ontwikkeling in de sector.34 Deze stijging is zichtbaar in de tarieven van de aanbieders. In dat licht lijkt de lokale lastenontwikkeling in Beuningen -hoewel aanzienlijk- vooralsnog vrij gematigd.

33 34

Interview/ e-mail d.d. 28 november 2024 Improven, Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024, november 2024, pagina 19

11

Resultaten De gemeente Beuningen maakt gebruik van data en van kwalitatieve gegevens. Bij het opstellen, monitoren en evalueren van beleid wordt gebruik gemaakt van informatie zoals de GGD monitor, cliëntervaringsonderzoeken, gebruik maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdwet.35 Het regioprogramma is door alle aangesloten gemeenten in het voorjaar van 2024 vastgesteld. In het regioprogramma lees ik dat de voortgang op de daarin geformuleerde zes opgaven wordt gemeten op basis van een 0-meting en op basis van de in het programma opgenomen indicatoren. Op dit moment is daarvan nog geen sprake. De verwachting is dat deze (voor het kalenderjaar 2024) begin 2025 zal verschijnen.36 De monitoring door de gemeenteraad is een belangrijk aandachtspunt. Door de organisatie wordt nagedacht over de wijze waarop dit, aansluitend op het P&C-proces, invulling kan krijgen. Het is nog niet duidelijk welke informatie voor de raad precies relevant is. Tijdens het onderzoek heb ik kennis genomen van een concept-monitor Sociaal Domein. De verwachting is dat deze drie maal per jaar verschijnt: bij de voorjaarsnota, bij het opstellen van de begroting en de najaarsnota.37 Op basis van de inhoud van deze concept-monitor laat zich een volgend beeld destilleren: •

•

•

• •

•

De tevredenheid van de inwoners over de toegang was in 2023 ruim voldoende tot goed en sinds de vorige meting in 2022 verbeterd. De tevredenheid over het resultaat (mbt de jeugdzorg) is -zowel onder jeugdigen als hun ouders- zeer hoog; Het aantal verwijzingen via het Sociaal Team en via de huisarts is licht toegenomen, hetgeen te koste is gegaan van verwijzingen door gecertificeerde instellingen en de rechter. Dit is conform de beoogde ontwikkeling; Het aandeel jeugdigen met jeugdhulp in Beuningen is de afgelopen jaren gestegen naar circa 14% en sinds 2021 stabiel. Dit percentage lag in het verleden een stuk hoger dan het Nederlands gemiddelde, maar inmiddels niet meer; Het aantal jeugdigen in verblijf neemt (sinds 2021) af, conform het beleid om jeugdigen gezinsgericht te laten opgroeien; Het aantal verwijzingen naar reguliere en specialistische begeleiding neemt de afgelopen jaren af, hetgeen wordt toegeschreven aan de inzet van schoolmaatschappelijk werk, de ondersteuner jeugd en gezin en MEE/ Sterker; Ten aanzien van de inzet van Jeugd GGZ is sinds 2022 een sterke afname van het aantal jeugdigen zichtbaar, maar tegelijkertijd ook een toename van het aantal uren per jeugdige. Bij de inzet van specialistische jeugd GGZ is, ondanks deze daling van het aantal jeugdigen (van 303 in 2021 naar 274 in 2024) een toename zichtbaar van het aantal ingezette (en gedeclareerde) uren.

Dit duidt op een (stevige) toename van de gemiddelde zorgzwaarte. De oorzaak hiervan is onduidelijk;

Het geheel in ogenschouw nemend tekent er zich een ontwikkeling af die in lijn ligt met het door de gemeenteraad beoogde effecten, met uitzondering ten aanzien van de inzet van specialistische jeugd GGZ waar een toename zichtbaar is. Onduidelijk is wat hiervoor de oorzaak is.

Beleidsnotitie Sociaal domein E-mail d.d. 9 december 2024 37 Interview, Concept-monitor Sociaal Domein 1 helft 2024 35 36

12

Informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad De gemeenteraad wordt (tijdens het P&C-proces) periodiek geïnformeerd op basis van het in de begroting opgenomen raadsprogramma 2: Jeugd. Hierin zijn ambities, ontwikkelingen en voorgenomen activiteiten opgenomen, net als de met dit programma verbonden middelen. De nettolasten van het programma Jeugd bedragen circa €9,5 miljoen en lopen de komende jaren naar verwachting geleidelijk op. Bij de totstandkoming van het regioprogramma jeugd zijn alle gemeenteraden en adviesraden betrokken. Er is een raadsinformatiebijeenkomst georganiseerd. Daarnaast heeft er op 9 januari 2024 een informatiebijeenkomst plaats gevonden in de gemeenteraad van Beuningen. En hoewel er veelvuldige uitwisseling en overleg plaats vindt tussen portefeuillehouders en ambtelijk betrokkenen vindt er op het niveau van de regio (nog) geen onderlinge informatieuitwisseling plaats tussen gemeenteraden. Gegeven de verplichting tot regionale samenwerking, de inhoudelijke opgave en het budgettair belang is dat een opvallende constatering.

Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd Na het afronden van (de bevindingen van) mijn onderzoek publiceerde de (op 1 april 2024 ingestelde) Commissie van Deskundigen Hervormingsagenda Jeugd haar bevindingen, conclusies en aanbevelingen.38 De opdracht was om een onafhankelijk en zwaarwegend advies te geven over de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten. De commissie moest beoordelen of de voortgang en aanpak voldoende vertrouwen geven dat de beoogde hervormingen en besparingen gerealiseerd worden. De commissie richtte zich op zes deelvragen, waaronder: de effectiviteit van de uitvoering, de interventies die nodig zijn, de financiële risicoverdeling en mogelijke bijstellingen, de sturing op de agenda en suggesties voor een verbeterde organisatie. De commissie concludeerde dat de Hervormingsagenda Jeugd een noodzakelijke, maar onvoldoende voorwaarde is voor een beter functionerend jeugdstelsel. De nadruk ligt te veel op de organisatie van de jeugdzorg en te weinig op de onderliggende maatschappelijke factoren die leiden tot instroom in de jeugdhulp, zoals armoede, prestatiedruk en scheidingsproblematiek. De oplossing ligt -naar het oordeel van de commissie- meer in preventie en het versterken van het gewone leven van jongeren dan in het anders organiseren van de zorg.

Naar aanleiding van haar bevindingen doet de commissie de volgende bevindingen.

38

•

Kies voor een brede benadering: De agenda moet niet alleen focussen op jeugdzorg, maar op jeugd in brede zin, met inzet op gezin, school en samenleving;

•

Versterk lokale steunstructuren: Gemeenten moeten investeren in laagdrempelige hulp binnen scholen en buurten.

•

Wettelijke vastlegging basisvoorzieningen: Een minimumniveau van jeugdhulp moet gegarandeerd worden.

Rapport ‘Groeipijn’, 30 januari 2025

13

•

Betere samenwerking tussen domeinen: Jeugdzorg moet beter aansluiten op het onderwijs, de volwassenen-GGZ en de sociale zekerheid.

•

Verplichte regionale samenwerking: Specialistische jeugdzorg moet op regionaal of landelijk niveau worden ingekocht om versnippering te voorkomen.

•

Minder vrijblijvendheid: Er moeten duidelijke prestatie-indicatoren en monitoring komen om voortgang en resultaten te meten.

Ten aanzien van de financiën zet de commissie vraagtekens bij de haalbaarheid van de beoogde besparingen van de Hervormingsagenda. De financiële sturing is onvoldoende onderbouwd en er is te weinig inzicht in welke maatregelen effectief zijn. Daarbij is het risico groot dat de besparingen ten koste gaan van kwetsbare jongeren. Verder signaleert zij dat de komende jaren niet geld, maar een tekort aan gekwalificeerd personeel het grootste probleem vormt in de jeugdzorg. Daarnaast signaleert zij een tekort aan zware specialistische zorg, terwijl lichtere zorg versnipperd is over te veel aanbieders. Ten aanzien van de regionale samenwerking constateert de commissie dat de sturing op de Hervormingsagenda vooral procesmatig is en gericht op draagvlak, maar doorzettingskracht mist. Er is te veel vrijblijvendheid en partners kijken naar elkaar in plaats van samen verantwoordelijkheid te nemen. De commissie concludeert dat ondanks de inzet van alle betrokkenen, de huidige aanpak onvoldoende vertrouwen biedt dat de beoogde effecten van de Hervormingsagenda Jeugd gehaald worden. Er moet meer focus komen op preventie, een betere afstemming tussen domeinen en een realistisch financieel beleid. De commissie roept Rijk en gemeenten op om voor de zomer van 2025 een routekaart te presenteren met concrete stappen om de aanbevelingen uit te voeren.

In het licht van de bevindingen en aanbevelingen zoals die zijn opgenomen in het rapport van de Deskundigencommissie Jeugdzorg stel ik vast dat de gemeente Beuningen op de goede weg is, maar ook dat de met de hervormingsagenda en het ingezette beleid beoogde besparingen onwaarschijnlijk zijn. In die zin bevat het rapport weinig meer nieuws, dan een bevestiging van hetgeen inmiddels door veel professionals en organisaties en niet in de laatste plaats door gemeenten zelf is aangegeven.

Conclusies Conclusies trekken is antwoord geven op de vraag of er sprake van doeltreffende en doelmatige jeugdhulp in de gemeente Beuningen en of goed wordt voorgesorteerd op de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd? Dit doen we aan de hand van het in de onderzoeksaanpak opgenomen normenkader. 1. De positie van jeugdigen in de gemeente Beuningen is licht positiever ten opzichte van haar soortgenoten en ten opzichte van het regionaal en landelijk gemiddelde. 2. Er is in de gemeente Beuningen en binnen de regio Nijmegen sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke doelen en kaders. Het is duidelijk met welke acties een bijdrage wordt beoogd aan welke doelen. 3. Het (lokaal en regionaal) beleid is concreet vertaald naar de uitvoering, i.c. naar werkafspraken, aanbestedingen, verordeningen en beleidsregels. 14

4. Jeugdhulp (inclusief toegang en verwijzing) en informatie daarover is eenduidig georganiseerd. Op regionaal niveau is er -in strijd met het bepaalde in het Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg- echter nog geen sprake van een geformaliseerde vorm van samenwerking. 5. Er is sprake van adequate regie en aansturing van de uitvoering. Er wordt gebruik gemaakt van monitoring o.a. op basis van berichtenverkeer en declaraties. 6. Er is zicht op de ontwikkeling van de cliëntenpopulatie en het zorggebruik, de ontwikkeling van de (gemiddelde) zorgzwaarte en duur van zorg. Deze ontwikkeling voltrekt zich analoog in de in het beleid opgenomen doelen. De verdeling van de uitgaven over de afzonderlijke taakvelden laat een verschuiving zien van zwaardere (en dus kostbaardere) vorm van jeugdzorg naar lichtere (en dus minder kostbare) vorm van zorg en ondersteuning. De inzet van specialistische jeugd GGZ vormt hierop een opvallende uitzondering. Onduidelijk is wat hiervoor de oorzaak is. 7. Er is sprake van eenduidige en structurele monitoring en inhoudelijke resultaten zijn conform de in het beleid opgenomen doelen. 8. Het lastenniveau is vergelijkbaar met gemeenten van vergelijkbare omvang en structuur. Het nettolastenniveau is iets hoger, maar het verschil wordt kleiner.

In 2023 is er per saldo 10% meer dan aan jeugdzorg besteed dan oorspronkelijk door de raad in de begroting was opgenomen. 9. De gemeente Beuningen kan naar verwachting inhoudelijk invulling geven aan de afspraken die zijn gemaakt tussen Rijk en VNG in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd. Onwaarschijnlijk is of hiermee ook de beoogde financiële opbrengsten worden gehaald. 10. De raad wordt -als onderdeel van het P&C-proces- periodiek geïnformeerd aan de hand van de (nog concept-) monitor sociaal domein en het raadsprogramma Jeugd. 11. Op het regionaal niveau vindt er geen informatie-uitwisseling plaats tussen de afzonderlijke gemeenteraden.

Aanbevelingen 1. Houd vast aan de door u ingezette koers; 2. Breng daarbij echter nadrukkelijker in beeld wat de beoogde financiële opbrengst is van de door u en door de regio ingezette aanpak en stuur nadrukkelijk(er) op de realisatie daarvan; 3. Onderzoek daarbij onder andere de toegenomen zorgzwaarte bij de inzet van specialistische jeugd GGZ; 4. Breng de regionale samenwerking onder in een geformaliseerde vorm van regionale samenwerking, bij voorkeur (aansluitend bij het bepaalde in het Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg) in een gemeenschappelijke regeling. Dit versterkt ook de formele positie van de gemeenteraden in de aangesloten gemeenten; 5. Overweeg, gelet op het maatschappelijk en financieel belang, de toegevoegde waarde van regionale afstemming tussen gemeenteraden.

15

Documentatie Regioprogramma Jeugd (vastgesteld maart 2024) & presentatie aan de raad Beleidsplan Vitaal Beuningen (vastgesteld april 2024) & presentatie aan de raad Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2024 (at 24000152) Rapportages (Jeugd Regio Nijmegen - Samen Kleuren Wij De Toekomst) Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Beuningen 2024 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR718900/1) Gemeentelijke monitor sociaal domein Beuningen (https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaaldomein) https://www.venster.nl/dashboard-gemeentefinancien/ Nederlands Jeugdinstituut, Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik, april 2023 www.jeugdregionijmegen.nl VNG, Platform Sociaal Domein en OZJ, Startfoto Rijk van Nijmegen, maart 2024 Improven, Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024 (in opdracht van het Ministerie van VWS), 1 november 2024

Geïnterviewden Teamleider sociaal domein en beleidsmedewerker jeugd, 23 november 2024

16

Bestuurlijke reactie (ontvangen op 11 maart 2025)

GEMEENTE

BEUNINGEN

Rekenkamerdirecteur de heer H. Smeets p/a Van Heemstraweg 46 6641 AE Beuningen Datum Zaaknummer Uw contact Telefoon Onderwerp

: 11 februari 2025 : 719673 Dyanne Kocken - Ouwens : 14 024 Bestuurlijke reactie rekenkamerrapport Jeugdzorg op de agenda

Geachte meneer Smeets, beste Harry, Met aandacht heeft het College uw onderzoeksrapport gelezen. We geven graag onze bestuurlijke reactie. U wilde met het onderzoek erachter komen of jeugdhulp in Beuningen doeltreffend en doelmatig is geregeld, en weten of we de Hervormingsagenda Jeugd uitvoeren. De resultaten zijn positief en herkenbaar voor ons; gemeente Beuningen ligt op koers. We voeren de Hervormingsagenda uit en hebben helder regionaal en lokaal beleid, dat concreet is vertaald naar de uitvoering. We volgen hoeveel en welke jeugdhulp wordt gebruikt. Met elkaar willen we dat meer kinderen, jongeren en gezinnen eerder lichtere hulp krijgen, zodat zwaardere jeugdhulp niet nodig is. Zoals ook u terecht heeft opgemerkt wordt de verschuiving in Beuningen zichtbaar. Daar hebben we de afgelopen jaren regionaal en lokaal op ingezet en daar blijven we op investeren. Het recent uitgebrachte rapport van de Commissie van Deskundigen van het Rijk en de VNG adviseert gemeenten meer te investeren in de sociale basis om de beweging verder te versterken. Deze uitkomst is voor ons niet nieuw. In ons beleidsplan 2024-2028 Vitaal Beuningen hebben wij hier op geanticipeerd; het versterken van de sociale basis is een belangrijk speerpunt. De Jeugd-GGZ in onze gemeente gaat (nog) onvoldoende mee in de beweging.

Een conclusie die de Commissie trekt is dat: "de complexe samenleving de veerkracht van jongeren en ouders ernstig op de proef stelt. Factoren als armoede, bestaanszekerheid, wonen, complexe scheidingen en de GGZproblematiek zijn van invloed op draagkracht en draaglast". Zoals aanbevolen gaat het college nader onderzoek doen naar de toegenomen zorgzwaarte. De Commissie van deskundigen wijst net als u ook op betere governance; formele regionale afspraken, en een gezamenlijke visie. In uw aanbevelingen geeft u aan dat regionale afstemming tussen gemeenteraden mist. Dit is bij de start van het regioprogramma in het kader van de Hervormingsagenda zeker georganiseerd, maar mist structurele borging. Er is inderdaad geen consistente afstemming op dit niveau geformaliseerd. Vanuit het regionale programma is het passend om in de toekomst de lokale sociale basis in regionaal verband te organiseren waar de gemeenteraad haar bestuurlijke rol goed kan pakken. 17

Daarnaast geeft u terecht aan dat regionale afspraken nu nog niet zijn geformaliseerd zoals met een gemeenschappelijke regeling. Het nieuwe Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, roept regio's ook op om hier werk van te maken. Zodra de wet in werking treedt gaan wij met onze regiogemeenten hierover in gesprek. Tot slot willen we u meegeven dat er in het najaar van 2024 is gestart met de nieuwe monitor Grip op het Sociaal Domein. Het College biedt hiermee de gemeenteraad elk half jaar inzicht in de financiële opbrengsten/ontwikkelingen in de gemeente: dit voorjaar wordt de raad geïnformeerd over de totaalcijfers van 2024. Hiermee denkt het college al te voldoen aan aanbeveling 2. Wij danken u voor uw uitvoerig en gedegen onderzoek en rapport. Wij nemen zoals aangegeven de aanbevelingen in acht.

Met vriendelijke groet,

eest r en wethouders secretaris

2 18

Nawoord De rekenkamer dankt het college van B&W voor zijn bestuurlijke reactie en heeft er met belangstelling kennis van genomen. Indien, zoals het college van B&W stelt, de door hem aangehaalde rapportage aan de gemeenteraad (in de vorm van een monitor) inderdaad voldoet aan het doel om ten behoeve van de gemeenteraad het financiële effect van het ingezette beleid in beeld te brengen, dan kan inderdaad aanbeveling 2 achterwege blijven. Deze is dan inmiddels door het college adequaat ingevuld en kan in het raadsvoorstel achterwege blijven.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=00282142-16b1-4614-a9ab-c99a81aab647