CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programma van Eisen

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel realisatie nieuw zwembad aan de Ooigraaf12.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ę - *

À-

Programma van Eisen

Zwembad Beuningen Gemeente Beuningen

21 juli 2022

\

synarchís

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1

2.

Basiseisen zwembad

2

2.1

Van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften

2

2.2

Toegankelijkheid

3

2.3

Duurzaamheid en klimaat

3

2.4

Architectonische, stedenbouwkundige en ruimtelijke uitgangspunten en beeldkwaliteitsplan

4

3.

Ruimtestaat

6

4.

Ruimtelijk programma

8

4.1

Algemeen

8

4.2

Ruimtelijke relaties

8

4.3

Openbare ruimte

8

4.4

Gebouw

8

5.

Technische eisen (beknopt)

15

5.1

Algemeen

15

5.2

Bruikbaarheid

15

5.3

Deelgebruik

16

5.4

Installaties algemeen

16

5.5

Monitoringsysteem

17

5.6

Watertemperatuur

18

5.7

Waterzuiveringsinstallatie

19

5.8

Werktuigbouwkundige installaties

20

5.9

Elektrotechnische installatie

21

5.10

ARBO

28

Bijlage 1 Eisen sporttechnische inrichting

i

Bijlage 2 Demarcatieoverzicht ON - OG

ii

\ 1.

synarchís

Inleiding

De gemeente Beuningen ontwikkelt een nieuw zwembad ter vervanging van zwembad 'De Plons'. In dit document zijn door de Opdrachtgever (OG) de ruimtelijk-functionele omschreven waaraan het Werk in de eindsituatie dient te voldoen. De in voorlig­ gend Programma van Eisen (PvE) omschreven onderdelen dienen gelezen te worden als minimum eisen behorende tot de opdracht aan de Opdrachtnemer (ON). Indien het in afwijking van vorenstaande een wens, voorkeur of werk door derden betreft, dan is dit specifiek vermeld.

De totstandkoming van dit PvE is middels een participatieproces, waarbij in een aantal overleggen met de toekomstige gebrui­ kers, de sportraad en huidige exploitant de plannen zijn besproken.

Leeswijzer Het voorliggende document is als volgt opgebouwd:

•y

In hoofdstuk 2 worden de nadere randvoorwaarden bij de uitwerking van de opdracht gegeven.

•y

In hoofdstuk 3 is de ruimtestaat uitgewerkt.

•y

In hoofdstuk 4 zijn de, voor de in ruimtestaat opgenomen ruimtes, functionele eisen omschreven.

•y

In hoofdstuk 5 technische eisen (beknopt, dit hoofdstuk wordt nog verder uitgewerkt)

1

\ 2.

synarchís

Basiseisen zwembad

In onderstaand overzicht zijn de basiseisen voor het zwembad weergegeven. Een nadere omschrijving van de ruimtes is te vinden in de ruimtestaat en de omschrijving van het ruimtelijk programma.

Functie

Afmeting

Diepte Z hoogte

Overige

Wedstrijdbad

25,0 x 10,4 m1

netto 2,4 m1

4 banen

Instructiebad

12,0 x 10,0 m1

0,5 tot 1,35 m1

Aflopende bodem

In de gehele accommodatie zijn maximaal 250 personen gelijktijdig binnen aanwezig.

2.1

Van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften

Het zwembad dient te voldoen aan de bij oplevering vigerende wet- en regelgeving, alsmede de daarin genoemde zorgplicht. Speciale aandacht is daarom gevraagd voor wet- en regelgeving waarvan reeds bekend is dat deze wordt gewijzigd. Daarbij moet minimaal, maar niet limitatief, worden voldaan aan onderstaande wet- en regelgeving: •y

Omgevingswet, inclusief bijbehorende Besluiten ter vervanging van onderstaande Besluiten - van toepassing vanaf 1 ja­ nuari 2023;

•y

Bouwbesluit;

•y

Besluit Activiteiten Leefomgeving;

•y

Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (WHVBZ)) - van toepassing t/m 31-12-2022, vanaf 1-1­ 2023 vervangen door de Omgevingswet met daarbij behorende besluiten;

•y

Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (BHVBZ) - van toepassing t/m 31-12-2022, vanaf 1­ 1-2023 vervangen door de Omgevingswet met daarbij behorende besluiten;

•y

Wet milieubeheer - van toepassing t/m 31-12-2022, vanaf 1-1-2023 vervangen door de Omgevingswet met daarbij beho­ rende besluiten;

•y

Activiteitenbesluit milieubeheer - van toepassing t/m 31-12-2022, vanaf 1-1-2023 vervangen door de Omgevingswet met daarbij behorende besluiten;

•y

Besluit lozing afvalwater - van toepassing t/m 31-12-2022 vanaf 1-1-2023 vervangen door de Omgevingswet met daarbij behorende besluiten;

•y

Drinkwaterbesluit 1-7-2018 t/m heden;

•y

Waterwet;

•y

Arbeidsomstandigheden Wet 1-1-2020 t/m heden;

•y

Arbeidsomstandigheden Besluit 1-7-2020 t/m heden;

•y

Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), 25-05-2016 t/m heden;

y Alcoholwet 1-7-2021; •y

Elektriciteitswet 1998;

•y

Warenwetbesluit Hygiëne van Levensmiddelen, 01-07-2021 t/m heden;

•y

Warenwetbesluit liften, 1-2-2020 t/m heden;

y

Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 31: 2020, versie 0.2 (april 2020) - Interim versie;

•y

Biociden verordening,(EU) 528/2012, 1-9-2013 t/m heden;

•y

Regeling kennisgeving badinrichtingen (RKB), 1-10-2010 t/m heden;

•y

Modelbeheersplan Legionellapreventie in leidingwater;

y

NEN-EN 50110-1 8, NEN 3140;

y

NEN 1010:2015;

»

NEN-EN 1069-1: 2017 en NEN-EN 1069-2:2017;

•y

Richtlijn Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP);

•y

NPR 9200:2015 Metalen ophangconstructies en bevestigingsmiddelen in zwembaden;

•y

NEN-EN 15288-1:2019 (Veiligheidseisen voor ontwerp);

•y

Internationale Toegankelijkheid standaard (IT-standaard), 2018;

■y

FINA reglement (o.a. tolerantie 1 cm wedstrijdbad);

2

\ •»

Handboek KNZB, april 2018;

•y

Aanpassingen waterpolo spelregels 2019;

y

DIN 51130:2014-02;

•y

Keurmerk Veilig & Schoon, Handboek versie 2021;

•y

Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten 2019-07;

•y

Berekening ventilatie conform VDI 2089;

•y

Energieprestatie BENG;

•y

Eisen Verbond verzekeraars aan PV-installaties;

•y

Risicoklasseindeling 2 VKRI;

•y

NEN-EN 12193:2018 Licht en verlichting - Sportverlichting;

•y

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG);

•y

Akoestiek norm ISA-US1-bF1 'Nagalmtijd en achtergrondniveau';

•y

CROW richtlijnen.

synarchís

De aanvraag voor keurmerk Veilig & Schoon wordt uitgevoerd door de Exploitant. De kosten hiervoor zijn ook voor de Exploi­ tant. ON dient zorg te dragen dat het gebouw voldoet aan de eisen van het keurmerk.

Indien de eisen in bovengenoemde documenten verschillen, dient de zwaarste eis te worden gerealiseerd.

2.2

Toegankelijkheid

De OG stelt hoge voorwaarden aan de toegankelijkheid voor mindervaliden. Het zwembad dient integraal toegankelijk te zijn. Het ontwerp dient te voldoen aan het Handboek voor Toegankelijkheid en worden voorzien van het ITS Totaal symbool.

Aanvullende eisen zijn:

•y

automatische toegangsdeuren (geen drangers);

•y

ruime verkeersruimten en kleedvoorzieningen;

•y

geen of in ieder geval zo min mogelijk drempels/dorpels (ook in verband met schoonmaak);

•y

de deuren bij de ingang, toegang kleedkamergebied, groepskleedkamers en doucheruimten hebben een minimale dagope­ ning van 120 cm;

•y

de overige deuren in het gebouw dienen een minimale dagopening te hebben van 90 cm;

•y

beugels bij toiletten en doucheruimten;

•y

leuningprofiel in verkeersruimten kleedkamergebied en zwemzaal.

2.3

Duurzaamheid en klimaat

De ON wordt uitgedaagd een zo duurzaam mogelijk zwembad te realiseren. Hierbij de aandacht dat de keuzen die gemaakt worden in basis gericht zijn op:

•y

Energiebesparing;

•y

Toepassen hoogwaardige materialen;

•y

Circulair gebruik van materialen.

Als uitgangspunt voor het zwembad geldt minimaal een GPR score van 8,0. Voor het onderdeel energie geldt eveneens de minimale GPR score van 8,0.

Energie Het gebouw en de gebouw gebonden installaties dienen Bijna Energie Neutraal (BENG) te zijn. De keuzes die hierbij worden gemaakt, zijn in basis op energiebesparing en onderhoudsarme materialen gericht. De duurzame opwekking (BENG-3 eis) dient in eerste instantie te worden ingezet om tot een bijna energieneutraal gebouw (inclusief proces gebonden installaties) te komen. Door middel van een warmtenet kan desgewenst in de toekomst aan de energievraag van het zwembad worden vol­ daan en is opwekking op locatie niet nodig.

3

\

synarchís

In het ontwerp dient men rekening worden houden met:

•y

Het volledige dak en de constructie van het zwembad dient geschikt te zijn voor het plaatsen van zonnepanelen (PV of PV­ T);

•y

De midden spanning trafo, hoofdverdeler én bekabeling hoeven niet verzwaard te worden om in de toekomst een energieneutraal zwembad te realiseren;

•y

Het zwembad (gebouw- en proces gebonden installaties) dient volledig All-Electric te worden gerealiseerd en heeft geen aardgas aansluiting.

•y

Het gebouw wordt in de toekomst mogelijk aangesloten op een warmtenet. De installatie is t.z.t. eenvoudig aan te sluiten op dit warmtenet. In het gebouw wordt een ontvangstruimte en distributieruimte voor het warmtenet opgenomen.

Hoogwaardige materialen De inschrijver dient kwalitatief hoogwaardige materialen toe te passen met:

•y

Een lange levensduur van de toegepaste materialen

•y

Een minimum aan kosten voor:

y

Planmatig onderhoud;

y

Periodiek preventief onderhoud;

y

Dagelijks onderhoud;

y

Schoonmaak onderhoud.

Circulariteit Minimaal 100Zo van de toegepaste bouwmaterialen moet Cradle to Cradle gecertificeerd (of gelijkwaardig) zijn. Cradle to Cradle betekent dat producten zo moeten zijn ontworpen dat zij na gebruik op een hoogwaardige manier kunnen worden hergebruikt in een nieuw product, of een voedende functie moeten hebben (afval is voedsel).

2.4

Architectonische, stedenbouwkundige en ruimtelijke uitgangspunten en beeldkwaliteitsplan

De stedenbouwkundige uitgangspunten en het beeldkwaliteitsplan van het zwembad worden, in voorbereiding op de planolo­ gische procedure, nog opgesteld. Deze gelden wel als uitgangspunt voor de aanbesteding en het ontwerp van het zwembad.

2.4.1

Uitbreidbaarheid

Het zwembad dient zo ontworpen te worden dat het in de toekomst relatief eenvoudig kan worden uitgebreid met een sporthal(28 x 48 meter). Met de positionering van de entree en publieke ruimte als centrale hal, maar ook de inrichting van het buiten­ terrein en de ontsluiting, rekening houden met de uitbreidbaarheid.

2.4.2

Architectuur

Het zwembad is zo veel mogelijk ontworpen vanuit een eenduidig, integraal goed concept, dat consequent is uitgevoerd. Het zwembad is een duidelijke architectonische eenheid, passend in de omgeving en uitnodigend. Dit komt tot uiting door de vol­ gende onderdelen:

•y

een eenduidig concept van het gebouw;

•y

een krachtige vormentaal van het gebouw;

•y

de materialisatie draagt bij aan de herkenbaarheid van het gebouw;

•y

in het gebouw geïntegreerde logistiek en techniek.

Het zwembad dient aan te sluiten op de beeldkwaliteit zoals gesteld door de gemeente Beuningen.

2.4.3

Stedenbouwkundig invulling

Het zwembad dient aan te sluiten op het stedenbouwkundig uitgangspunten zoals gesteld door de gemeente Beuningen, als­ mede aan de bestaande omgeving.

4

\ 2.4.4

synarchís

Ruimtelijke kwaliteit

Buitenruimte De buitenruimte rond het zwembad kent een functionele indeling met aandacht voor de bereikbaarheid van het gebouw, sociale veiligheid en passende uitstraling. De functionaliteit, indeling en het ontwerp van de buitenruimte komt tot uiting in:

•y •y

de toegankelijkheid naar het zwembad voor bezoekers (waaronder mindervaliden, personeel en hulpdiensten); aansluiting van de buitenruimte op de omgeving en het zwembad met betrekking tot ontsluiting, bevoorrading en toegang voor hulpdiensten;

•y

functionaliteit van de parkeervoorzieningen voor mindervaliden en fietsenstallingen voor bezoekers en personeel (uitgangs­ punt is een gelijkblijvend aantal paarkeerplaatsen);

•y

De buitenruimte voorziet in voldoende goed te beheren en onderhouden waterberging conform het gestelde in de waterschapsverordening van waterschap Rivierenland;

•y

sociale veiligheid van de buitenruimte.

Verder uitwerking van de eisen ten aanzien van de buitenruimte volgen.

Natuur inclusief bouwen Het zwembad en het bijbehorende terrein dient natuurinclusief te worden ontworpen, met speciale aandacht voor gebouwge­ bonden soorten zoals vleermuis, huismus, gierzwaluw en huiszwaluw. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar verblijfplaatsen voor deze soorten in het gebouw zelf, maar ook functioneel leefgebied (foerageergebied en vliegroutes) in de directe omgeving om de verblijfplaatsen tot een succes te maken.

Klimaatadaptatie De OG heeft zichzelf verplicht om te werken aan een klimaatbestendige en water-robuuste leefomgeving, waarbij wordt gean­ ticipeerd op de gevolgen van klimaatverandering (extremere wateroverlast, extremere droogte en extremere hitte). Dit betekent dat hinder, overlast of schade door extremere weersomstandigheden in de ontwikkeling zelf aantoonbaar zijn voorkomen en niet worden afgewenteld op het omliggende gebied.

Afstromend hemelwater (dak + verhard oppervlak) mag niet op het gemeentelijk riool worden aangesloten en dient in de directe omgeving te worden opgevangen

5

synarchís

\ 3.

Ruimtestaat

In onderstaande tabel is de ruimtestaat voor de basisvariant van het zwembad weergegeven.

Aantal

Opp. per ruimte (m2 FNO)

Opper­ vlak (m2 FNO)

1

10

10

Centrale hal, receptie- en barmeubel

1

70

70

Toilet dames en heren

2

8

16

Ruimte Entreehal

|

Tochtportaal

Toilet mindervalide

1

4

4

Berging algemeen/ containerruimte/ werkkast/ buggy's

4

6

24

Bar

1

120

120

Keuken

1

30

30

Magazijn/ berging/ werkkast/ containerruimte

1

30

30

Koel- vriescellen

1

10

10

Managementruimte

1

15

15

Horeca

Personeel Personeelsruimte (incl. pantry)

1

20

20

Vergaderruimte (personeel en verenigingen)

1

25

25

Serverruimte

1

6

6

Kleedruimte personeel dames

1

12

12

Kleedruimte personeel heren

1

12

12

Wasmachine ruimte

1

4

4

Zwembad - kleedkamergebied Make-up zone

1

10

10

Kleedruimte groepen

2

20

40

Kleedruimten gezinscabines

4

4

16

Kleedruimten wisselcabines

20

1,7

34

2

10

20

Miva kleedruimte met toilet en douche

50 stuks

Garderobekasten

1

8

Sanitaire groepen

2

5

10

Doucheruimte

2

15

30

Werkkast

1

10

10

1

479

479

2

25

50

1

256

256

Wedstrijdbad (compartiment) Wedstrijdbad

25 x 10,4 x 2,5 m

- Perron langszijde

2,5 m1

Perron langszijde

2,5 m

- Perron zijde start

3,5 m1 2,5 m

Perron zijde overkant Bergruimte

Instructiebad (compartiment) Instructiebad

12 x 10 x 0,5 tot 2,0 m1

Perron langzijde - Perron langzijde overkant

2,5 m 2,5 m1

6

synarchís

\ - Perron kopzijde

2,5 m1

- Perron kopzijde overkant

2,5 m1

Whirlpool

1

9

9

Bergruimte

1

25

25

Zitgelegenheid

1

20

20

Toilet

1

2

2

EHBO Z administratie leszwemmen Z juryruimte

1

20

20

1

50

50

Techniek (niet limitatief) Filterruimte Doseerinstallaties, monitoring Buffer wedstrijdbad Buffer instructiebad Vuilwaterbuffer Warmte Z koude opwekking Warmwaterbereiding Luchtbehandeling Transformatorruimte Z middenspanning ruimte Hoofdverdeler elektra Onder verdelers elektra Ruimten t.b.v. warmtenet

7

\ 4.

synarchís

Ruimtelijk programma

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de belangrijkste eisen per ruimte op basis van de ruimtestaat uit hoofdstuk 3 en dient als basis voor het ruimtelijk-functioneel ontwerp.

4.1

Algemeen

In de ruimtestaat zijn de benodigde verblijfsruimten en opslagruimten met afmetingen weergegeven. Met uitzondering van het wedstrijdbad en de perrons mag van de afmetingen zoals opgenomen in de ruimtestaat beperkt worden afgeweken. Afwijken mag verder alleen onder voorwaarde dat aan de eisen als genoemd in paragraaf 2.1 wordt voldaan.

Voor verkeersruimten en technische ruimten dient de afmeting te worden bepaald aan de hand van het ontwerp en de toege­ paste installaties. Afmetingen van de bergingen moeten optimaal worden afgestemd op de inrichting ervan.

4.2

Ruimtelijke relaties

De routing en relaties tussen ruimten zijn essentieel voor het goed functioneren van het zwembad. Het is aan de ON om tot de beste en/of meest optimale (ontwerp) oplossing te komen. Hierbij is het van belang dat:

•y

Ruimten logisch zijn gesitueerd in relatie tot het gebruik van de ruimte;

•y

Relaties tussen ruimten logisch zijn voor bezoekers, gebruikers, personeel en onderhoudswerkzaamheden;

•y

Verkeersruimten voldoende breed zijn om opstoppingen te voorkomen;

•y

De routing overzichtelijk is, onnodige hoeken en omwegen dienen te worden voorkomen;

•y

Ruimten drempelloos zijn te bereiken;

•y

Vlucht- en looproutes zo kort mogelijk zijn;

•y

Er een praktische zonering is voor sleutel- en alarmbeheer;

•y

Ruimten hufterproof zijn daar waar bezoekers en gebruikers komen.

4.3

Openbare ruimte

Algemeen Het entreegebied is een sociaal veilige en rookvrije plaats met voldoende goede zichtlijnen en verlichting. Voorkomen dient te worden dat er sociaal onveilige plaatsen ontstaan op het terrein. De ligging ten opzichte van de andere gebouwen op de Ooigraaf verdienen hierbij aandacht.

De buitenverlichting schakelen door middel van een schemerschakelaar en een tijdklok. De verlichtingssystemen zijn energie­ zuinig en de levensduur van de toegepaste lampen optimaal lang. Buitenverlichting en straatmeubilair zijn vandaal bestendig.

Nabij de entree zijn een tweetal vlaggenmasten voor vlaggen met banieren, en diverse prullenbakken, aangebracht.

Parkeervoorzieningen Dicht bij de entree is parkeergelegenheid voor 78 fietsen en scooters. Voor auto's zijn 57 parkeerplaatsen benodigd. De open­ bare verlichting bestaat uit hoge masten met LED-verlichting, geen slagschaduw. 20oZo van het totale oppervlak van het par­ keerterrein is groen.

Overig De vereiste opstelplaats voor brandweer en ambulance heeft een directe relatie met de entree van het gebouw. Tevens wordt rekening gehouden met voorzieningen ten behoeve van laden en lossen door vrachtwagens voor afvalstromen, horeca, tech­ nische zaken en attributen. Dicht bij de entree is een parkeerplaats voorzien voor het laden- en lossen van duikuitrusting.

4.4

Gebouw

In onderstaande paragrafen worden de ruimtelijk-functionele eisen per ruimte weergegeven.

8

\ 4.4.1

synarchís

Publieke ruimten

Entree Het gebouw heeft een van buiten herkenbare, aansprekende, sfeervol verlichte en uitnodigende entree. De entree biedt direct toegang tot de centrale hal. De entree is goed vindbaar (met (verlichte) naamaanduiding van het zwembad, bewegwijzering én goed bereikbaar vanaf de parkeerplaatsen en de fietsenstalling.

De entree bestaat uit een ruime tochtsluis (inclusief luchtgordijn) met schuifdeuren en is goed toegankelijk voor mindervaliden, hulpdiensten en voor groter transport. Er is geen separate personeelsingang, de entree wordt gebruikt door zowel bezoekers als personeel. Bij de situering van de entree wordt rekening gehouden met de (overheersende) windrichting om tocht in de entreehal te voorkomen.

Vanuit de entree/ horeca is zicht op de zwemzalen. Bij specifieke doelgroepen is dit zicht niet gewenst, ramen naar de zwemzalen dienen derhalve te worden voorzien van screens.

Centrale hal De afmeting van de centrale hal dient voldoende groot te zijn voor een zwembad van deze omvang. In de centrale hal is een informatiescherm aangebracht en is er een overzichtelijke routing voor de verschillende bezoekers.

Receptiemeubel Het open receptiemeubel is rolstoeltoegankelijk. Het meubel krijgt een centrale positie met zicht op de entree en de overige verkeersruimten. De voorzieningen voor het meubel zijn weergegeven in de demarcatielijst (bijlage 2). Aandachtspunt is het voorkomen van hinderlijk lichtinval. Lichtinval kan voorkomen worden door toepassing van actieve zonwering. Tevens dient er aandacht te zijn voor de privacy aan de balie en dient het zicht op het beeldscherm te worden voorkomen.

Aan het receptie- en barmeubel dient één (kassa) werkplek te komen. De medewerkers achter de receptiebalie hebben even­ eens zicht op de schermen van de beveiligingscamera's die op de diverse plaatsen in en rond het zwembad geplaatst worden voor de sociale veiligheid.

Toiletruimte Ten behoeve van de publieke ruimten is een toiletruimte opgenomen, bestaande uit:

•y

Twee herentoiletten met voorportaal met één wastafel en één herentoilet en één urinoir;

•y

Drie damestoiletten met voorportaal met één wastafel en één damestoilet;

•y

Een mindervalidetoilet inclusief baby-omkleedruimte (verzorging).

De toiletgroep is in verband met schoonmaak voorzien van hangende toiletten en holle plinttegels.

Werkkast en opslagruimte Voor de schoonmaak is in de nabijheid van de publieke ruimten een werkkast opgenomen inclusief uitstortgootsteen met warm­ en koud water, mechanische afzuiging met bijbehorende luchttoevoer, aansluitpunten elektra-, wateraansluitpunten en leegloopleiding schrobzuigmachine (PVC afvoer 70 mm met schroefdeksel, 50 mm + afgewerkte vloer). Deze ruimte is voorzien van een schrobput. Tevens is een aparte opslagruimte voorziening voor onder andere de horeca en kantoor artikelen.

Interieur De publieke ruimten heeft een strakke en rustige uitstraling. Sfeer is van groot belang. Het dient ook gezellig voor kinderen te zijn. Dit dient terug te komen in de afwerking van de ruimte en de verlichtingsinstallaties (directe verlichting ruimte, sfeer- en indirecte verlichting). Materiaalkeuze dient onderhoudsarm en stevig te zijn, de uitstraling gastvrij. Aandacht in het interieur voor mindervaliden. Beperkte nagalmtijd, beperkte contrasten in vloer (voor slechtzienden), heldere kleurgebruik, bewegwijze­ ring helder en contrastrijk.

9

\ 4.4.2

synarchís

Horeca

Horeca De horecaruimte heeft een visuele verbinding met de centrale hal en is de ontmoetingsplek voor de actieve en passieve sporter. Bij het ontwerp van de horeca wordt veel aandacht besteed aan transparantie. Vanuit de horeca is goed zicht op het wedstrijdbad. Het zicht dient vanuit de zwemzaal en bij gebruik van specifieke doelgroepen te kunnen worden geblindeerd.

Voor de bar zijn de voorzieningen weergegeven in de demarcatielijst die als bijlage 2 is toegevoegd.

De horeca is afsluitbaar vanaf de centrale hal. De centrale hal en horeca hebben een gezamenlijke toiletgroep hebben.

Keuken en magazijn Vanachter de bar is er een directe toegang tot de bereidings- en spoelkeuken. De bereidingskeuken wordt minimaal voorzien van de apparatuur als genoemd in de demarcatielijst (bijlage 2). Vanuit de (bereidings)keuken zijn de koel- en vriescel en het magazijn direct bereikbaar. Bij voorkeur is het magazijn voor de horeca ook van buitenaf te bevoorraden. Indien het magazijn op de verdieping geplaatst wordt dan graag dicht bij de lift.

4.4.3

Personeelsruimten

Managementruimte /Kantoorruimte Direct achter de receptie is een kantoorruimte met 2 werkplekken incl. kasten.

Personeelsruimte De personeelsruimte is dicht bij de zwemzalen gesitueerd, én dient zich eveneens niet te ver van de kantoorruimte te bevinden. De ruimte is voorzien van een pantry. De ruimte kan eveneens gebruikt worden als een vergaderruimte voor 4 personen of als tijdelijke werkplek voor personeel.

Vergaderruimte (personeel en verenigingen) De vergaderruimte is dicht bij de horeca gesitueerd, én dient zich eveneens niet te ver van de kantoorruimte te bevinden. De ruimte is geschikt voor vergaderingen en presentaties en voorzien van een eenvoudige pantry. Tevens is er ruimte voor twee opbergkasten.

Kleedruimten personeel Voor zowel dames als heren (personeel) is een kleedruimte met een douche, een toilet en garderobekasten voorzien. De kleedruimten is direct bereikbaar vanuit het instructiebad en ligt eveneens in de nabijheid van het wedstrijdbad. De kleedruimte is vanuit de centrale hal goed te bereiken. De garderobekasten (dames 8 stuks en heren 2 stuks) hebben een minimale afmeting van 40x80 cm per garderobekast en een diepte van 40 cm. Ze zijn tot het plafond afgewerkt om stofvorming te voorkomen.

Wasmachineruimte De wasruimte is voorzien van voorzieningen (elektra, water en riolering) voor een wasautomaat en wasdroger. Er is een mo­ gelijkheid om badkleding uit te hangen en aan de lucht te laten drogen. Ventilatie is hierop afgestemd. De wasruimte is vanuit de personeelsruimte toegankelijk.

Serverruimte In nabijheid van de kantoorruimte is een ruimte voor een printer, kopieermachine, servers, alarminstallatie en een aan de vloer gemonteerde kluis. In deze ruimte worden ook de patchkast, geluidsinstallatie (eindversterkers) en CCTV installatie (HDD recorders) geplaatst. De ruimte is voorzien van een (lokale) koeling.

10

\ 4.4.4

synarchís

Kleedkamergebied zwembad

Algemeen Vanuit de centrale hal betreden de actieve bezoekers een licht en overzichtelijk (afsluitbaar) kleedkamergebied. In verband met klimaatbeheersing en veiligheid is het kleedkamergebied afsluitbaar. De toegang is zonder toegangscontrole. Wel dienen voor­ zieningen te worden opgenomen voor twee tourniquets en mindervalide poortje.

Make-up ruimte In het kleedkamergebied in de nabijheid van de in- en uitgang is een make up ruimte voor minimaal 2 personen voorzien van ten minste een in tegelwerk opgenomen RVS spiegel en twee flexibele elektrische haardrogers aan een snoer.

Buggy Z rolstoel Z rollator ruimte In de nabijheid van de make up ruimte aan de vuile voetenzijde is een ruimte ingericht voor de stalling van 5 buggy's (nis met een rail waaraan buggy's zijn vast te maken). Deze is ook geschikt voor rolstoelen en rollators.

Kleedruimten De kleedruimten voor het wedstrijdbad en instructiebad dienen te worden gecombineerd, en zijn voorzien van:

•y

2 afsluitbare groepskleedruimten;

•y

20 wisselcabines (semi-vrijhangend uitvoeren);

•y

4 familiecabines (semi-vrijhangend) incl. verschoonmeubel

•y

2 miva kleedruimten

Vanuit de toegang vanuit de entreehal gezien dienen allereerst de gezins- en wisselcabines te worden bereikt en daarna de groepskleedruimten. Bij niet gebruik staan de deuren voor de gezin- en wisselcabines open en zijn de kledinghaakjes zichtbaar. De familiecabines zijn voorzien van een aankleedmeubel voor baby's.

De groepskleedkamers zijn voorzien van bredere toegangsdeuren en voor 500Zo van bredere banken en lagere kledinghaken zodat het ook voor mensen vanuit een rolstoel mogelijk is om zich in de kleedkamers om te kleden. Tevens zijn alle groeps­ kleedruimten voorzien van een meter hoge spiegel die beginnen op 85cm vanaf de vloer. Inkijk in de kleedkamers dient te worden voorkomen.

De miva kleedruimte is voorzien van een toilet en douche. Tevens kan hier de zwembad rolstoel en brancard in opslag staan. De ruimte dient geschikt te zijn om in de toekomst ook een plafond tillift aan te brengen.

Lockers en ophangvoorzieningen Nadat zwemmers zijn omgekleed wordt de schone voetengang bereikt. Tussen de kleedruimten en de doucheruimten zijn lockers (met pandsloten) geplaatst. De lockers hebben de afmetingen van 30x60 cm (50 st). De lockers staan minimaal 20 cm van de vloer en zijn tot plafond afgewerkt en worden in nissen geplaatst. Voor het ophangen van kledingstukken is in een meubel een garderobestang voorzien (circa 1,5 m1 boven de vloer over een lengte van 3 m1)

Toiletruimten De toiletruimten zijn zo gesitueerd dat deze tevens dicht bij de zwemzalen liggen voor gebruik van de zwemmers en voor personeel dat les geeft.

Doucheruimten De doucheruimten zijn zodanig gesitueerd dat zwemmers er verplicht doorheen moeten voordat ze de zwemzaal betreden. De doucheruimten hebben een afsluitbare deur naar zowel het compartiment wedstrijdbad als het compartiment instructiebad. De doucheruimten zijn voorzien van minimaal 6 (sensor) douchepunten tegen de wand en 6 douchepunten aan het plafond. De sleutelschakelaar voor de plafonddouches bevindt zich in beide zwemzalen en heeft meerdere standen zodat ook een deel van de plafonddouches kan worden aangezet.

11

\

synarchís

Werkkast Voor de schoonmaak is in het kleedkamergebied een werkkast opgenomen inclusief uitstortgootsteen met warm- en koudwater, mechanische afzuiging met bijbehorende luchttoevoer, aansluitpunten elektra-, wateraansluitpunten en leegloopleiding schrobzuig machine (PVC afvoer 70 mm met schroefdeksel, 50 mm + afgewerkte vloer). Deze ruimte is voorzien van een schrobput en is tevens opslagruimte voor de schrob-zuigmachine. De uitstortgootsteen en schoonmaakspullen dienen bereik­ baar te zijn als de schrob-zuigmachine in de ruimte staat.

4.4.5

Zwemzalen

Algemeen Het zwembad is in twee compartimenten opgedeeld:

•y

instructiebad;

•y

wedstrijdbad.

Tussen de compartimenten bevindt zich een vaste transparante scheiding op een borstwering voorzien van elektrische zichtwering in geleiding. De scheiding is voorzien van dubbele deuren.

Instructiebad Het instructiebad heeft een afmeting van 12,0 x 10,0 m1 en een netto diepte van 0,5m1 aflopend tot 1,35 m1. Voor de betreding van het bad is een luie trap voorzien die in de wand schuift. Voor mindervaliden is een mobiele lift beschikbaar die ook mindervaliden op een brancard te water kunnen laten.

Het instructiebad zal regelmatig als 'peuterbad' fungeren. Rondom het bad is daarom voldoende zitgelegenheid en toezichtmogelijkheden voor ouders. Omkleed/verschoonvoorzieningen zijn aan het bad geplaatst zodat ouders met meerdere kinderen ook hun andere kinderen in de gaten kunnen houden.

In de directe nabijheid van het instructiebad is een whirlpool aanwezig.

Ruimten aan het bad:

•y

Vaste omkleed I verschoon meubel baby's (minimaal 6 m1) met opbergvoorzieningen voor meerdere tassen en maxicosi's (minimaal 10 stuks);

•y

Boxen (los) (2 stuks);

•y

Berging;

•y

Toilet geschikt voor kinderen en senioren.

Er dient geen negatieve beïnvloeding van het comfort door koude lucht vanuit de kleedkamerruimte te zijn. Vanuit het kleedka­ mergebied kunnen de allerkleinsten zonder zwemdiploma op een veilige manier bij het instructiebad komen.

Het instructiebad is verder voorzien van aan de muziekinstallatie gekoppelde RGBW verlichting met boven water minimaal 12 spots en onder water minimaal 6 onderwaterlampen.

De hoogte van het instructiebad hoeft niet aan de eisen van de KNZB te voldoen. Hoogte is wel van belang voor gevoel en functionaliteit van het instructiebad.

Opties •y

Beweegbare bodem over de gehele bodem. Instelbare diepte van 0,0 tot 2,0 meter.

•y

Eenvoudige tube-glijbaan met lengte van 30 meter met eigen skim-out.

•y

Saunavoorzieningen met een oppervlak van minimaal 25 m2.

12

\

synarchís

Wedstrijdbad Het wedstrijdbad heeft een afmeting van minimaal 25,0 x 10,4 m1 en een diepte van 2,5 m1 en is voorzien van vaste wanden aan de kopse kanten. Voor de betreding van het zwembad is een luie trap aanwezig die in de wand schuift. Voor mindervaliden zijn voorzieningen voor de plaatsing van een tillift opgenomen. Tevens mogelijkheden aan de zwembadranden en vloer voor het bevestigen van touwwerk voor bijvoorbeeld een grote opblaasbare waterbaan aan vast te maken en/of een duikscherm.

Het wedstrijdbad is verder voorzien van:

•y

Bergingen van vaste afsluitbare kasten voor verenigingen;

•y

Sporttechnische inrichting conform bijlage 1;

•y

Aan de muziekinstallatie gekoppelde RGBW verlichting met boven water minimaal 12 spots en onder water minimaal 8 onderwaterlampen;

•y

Bouwkundige en installatietechnische voorzieningen zodat in toekomst een groot LED scherm kan worden aangebracht.

Voor grotere evenementen als zwemwedstrijden zijn voor de sporters aan de langszijde van het wedstrijdbad aan beiden vol­ ledige zijden zitfaciliteiten aanwezig voor zo'n 80 sporters en toeschouwers.

Opties •y

Bassin verbreden naar 5 banen. Breedte van het bassin wordt 12,9m1

•y

Deel bassin voorzien van een beweegbare bodem van 8,0 m1 lengte (exclusief klep) en breedte van 4 banen die tot een diepte van 0 tot 2,0m1 kan.

•y

Deel van het bassin voorzien van diepte van 3,0m1ten behoeve van duik activiteiten.

Ruimte voor EHBO, administratie leszwemmen, administratie en jury zwemwedstrijden Tussen het wedstrijdbad (aan zijde startblokken) en het instructiebad wordt een algemene ruimte gesitueerd met voorzieningen voor EHBO Z administratie leszwemmen en jury voor wedstrijd zwembaden. Vanuit deze ruimte is zowel toegang tot het wed­ strijdbad als tot het instructiebad. Deze ruimte is voorzien van:

•y

2 werkplekken;

•y

Voorzien van een wastafel met een hendel kraan en een laaggeplaatste voetwasbak die beiden voorzien zijn van warm- en koud water;

»

EHBO tafel;

•y

Bedieningspaneel voor de recreatieve elementen (indien van toepassing);

•y

Twee archief kasten voor het opbergen van administratie t.b.v. verenigingen en wedstrijden;

•y

Bedieningen voor geluid (bekabeling en bluetooth), (disco)verlichting en zicht/zonwering.

4.4.6

Technische ruimten zwembad

Technische ruimte zwembadinstallaties De technische installatieruimte is (vanaf maaiveld) goed toegankelijk voor het vervangen grote installatiecomponenten of toe­ leveringen. De leidingen zijn zoveel mogelijk langs de wanden gelegd en de vrije hoogte is minimaal 2,1 m1. Naast dat de ruimte van buitenaf logisch bereikbaar is, dient deze ook van binnenuit goed bereikbaar te zijn. Installatieonderdelen die ge­ controleerd of onderhouden moeten worden, zijn goed bereikbaar in een plenum met voldoende hoogte.

In de technische ruimte is een kleine werkplaats van 6 m2 met een minimale vrije hoogte van 2,1 m1 met onder andere data aansluiting, twee dubbele wcd's en een krachtstroom aansluiting.

Bergruimte chemicaliën De bergruimten voor chemicaliën zijn voor bevoorrading met vrachttransport van buitenaf goed bereikbaar.

13

\

synarchís

Ruimten ten behoeve van warmtenet Mogelijk wordt het zwembad in de toekomst aangesloten op een warmtenet. In het gebouw zal ook het distributiepunt voor de omgeving worden geplaatst. Voor dit warmtenet dient naast de ontvangstruimte ook een distributieruimte voor het warmtenet te worden gerealiseerd.

14

\ 5.

Technische eisen (beknopt)

5.1

Algemeen

synarchís

De keuzen die worden gemaakt dienen in basis gericht te zijn op energiebesparing en onderhoudsarme materialen. De OG wil in principe geen systeemkeuzen maken aan de voorkant. Wel zijn er uitgangspunten waar het (technisch) ontwerp aan moet voldoen.

5.2

Bruikbaarheid

5.2.1

Sporttechnische eisen

Het zwembad moet voldoen aan de sporttechnische eisen zoals gesteld in paragraaf 2.1 en het gestelde in bijlage 1.

5.2.2

Akoestische en geluidseisen

Als gevolg van geluidsproductie door installaties, sporters, toeschouwers en geluidsinstallaties dienen maatregelen te worden getroffen om hinder in andere verblijfsruimten en omgeving te voorkomen.

Hiervoor te rekenen op:

Ruimte

Geluidsproductie

Spectrum

Toegestaan achtergrond-geluidsniveau

Wedstrijdbad

80 dB(A)

Dance

45 dB(A)

Instructiebad

80 dB(A)

Dance

45 dB(A)

Overige verblijfsruimten

75 dB(A)

Spraak

40 dB(A)

Het toegestaan achtergrondgeluidsniveau is het maximaal aanwezige geluidsniveau in de betreffende ruimte als gevolg van de interne geluidsproductie conform bovenstaande tabel. Als gevolg van de aanwezige installaties mag het achtergrondge­ luidsniveau maximaal 40 dB(A) bedragen in verblijfsruimten en 35 dB(A) in kantoorruimten.

Verder geldt dat het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een aangrenzende ruimte:

•y

42 dB(A) tussen verblijfsruimten;

•y

33 dB(A) richting verkeersruimten.

Dit geldt ook voor de door een met een mobiele wand gescheiden ruimtes tenzij specifiek anders vermeld.

De akoestiek in de ruimten dient uiteraard te voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften zoals gesteld in paragraaf 2.1, alsmede het overige aangegeven in dit document.

Akoestiek in zwemzalen Met betrekking tot geluid dienen de zwemzalen akoestisch gescheiden te zijn van de overige ruimten. Door de kakofonie aan geluiden in de zwemzaal welke onder andere worden veroorzaakt door stemmen, zwemmen, plonsen, spatten, stromend water, geluidsinstallaties en technische installaties is het zeer belangrijk dat er in de accommodatie in hoge mate aandacht wordt besteed aan de akoestiek (nagalmtijd en flutterecho's) in het zwembad.

De ON is verantwoordelijk voor een uitgewerkt plan dat voldoet aan de akoestische eisen die aan het zwembad worden gesteld. Dit dient vooraf aantoonbaar gemaakt te worden middels berekeningen op basis van het uitgewerkt ontwerp en na oplevering dit te verifiëren middels geluidmetingen in praktijk.

Voor de akoestiek in de zwemzalen wordt de akoestische norm van sporthallen toegepast. Voor de zwemzalen is de akoestiek norm ISA-US1-bF1 ‘Nagalmtijd en achtergrondniveau', zoals vastgesteld in de normcommissie ‘Overdekte Multidisciplinaire Sportcentra' van toepassing.

15

\ 5.2.3

synarchís

Diverse exploitatie technische aandachtspunten

Vanuit exploitatie dienen onderstaande opgenomen te zijn in het ontwerp:

•y

Geen hinderlijk licht/zon inval in de baden. Altijd toepassen van zonwering op de zuid-, oost- en westgevel.

•y

Schilderij rail in kantoren en personeelsruimte;

•y

Stormankers op buitendeuren (behoudens toegangsdeur hoofdentree);

•y

Hoekbeschermers op alle buitenhoeken;

•y

Deurstoppers (niet op vloer gemonteerd);

•y

Hoofdverkeersruimte breedte doorgang minimaal 1,50 m1;

•y

Bij toepassing koekoek deze voorzien van een rooster met luik;

•y

Wandtegelwerk in kleedkamergebied zwembad (inclusief schone voetengang, douches en toiletten): tot plafond;

•y

Wandtegelwerk in zwemzaal minimaal 2,0 m1 hoog, behoudens waar akoestische voorzieningen opgenomen;

•y

Indien houten binnendeurkozijnen, deze voorzien van hardsteen of kunststof neuten minimaal 150mm hoog;

•y

Brandslanghaspels in brandslanghaspelkasten verwerkt vlak in de wand.

•y

Wandcontactdozen in grotere ruimtes (zwembad, publieke ruimten) over meerdere groepen verdelen;

•y

Deurmelding openstaande deuren (optisch en programmeerbaar akoestisch);

•y

Installaties zijn op afstand digitaal regelbaar.

5.2.4

Instelhoogten beweegbare bodem (optioneel)

Binnen de mogelijkheden van de regelgeving dien een beweegbare bodem op zoveel mogelijk hoogten te kunnen worden ingesteld. Onder de bodem dient schoonmaak mogelijk te zijn middels een zuigmachine. De traptreden van de zwembadtrappen zo aanpassen dat minimaal onderstaande instelling van de beschikbare hoogten beschikbaar is:

•y

0-18 cm;

•y

30-38 cm;

•y

59-67 cm;

•y

88-96 cm;

y

Vanaf 115 cm.

5.3

Deelgebruik

De afzonderlijke gebouwdelen (wedstrijdbad, instructiebad, algemene ruimte) dienen zelfstandig en los van elkaar gebruikt te kunnen worden. Deze gebouwdelen dienen te beschikken over zelfstandig te gebruiken installaties ten behoeve van beveiliging, verwarming, verlichting, ventilatie (en verwarming) en geluid. Zelfstandig functionerende compartimenten dienen elektronisch te kunnen worden afgesloten en bewaakt.

5.4

Installaties algemeen

Montage Installatiecomponenten zoveel als mogelijk buiten bereik van publiek aanbrengen in separate ruimtes (technische ruimtes). Daar waar in verblijfsruimtes toegepast en verlaagde plafonds aanwezig zijn, de componenten opnemen in het plenum boven het plafond.

Leidingwerk (waterleidingen, mantelbuizen, kabels) in de wanden wegwerken of zoveel mogelijk in kruipruimten/kelders in. In de douche-/ kleedruimte plafonds uitvoeren in een slagvaste uitvoering. In de zwembadomgeving hangende componenten voorzien van een extra safety ketting.

Beschikbaarheid Bij uitval van energielevering uit het openbare net zal het gebouw ontruimd worden, na terugkeer van de energielevering her­ starten de installaties systemen zelfstandig en automatisch. Logfuncties dienen bij stroomuitval niet verloren te gaan. Klokken (tijdsaanduiding) dienen, na stroomuitval, de juiste tijd weer te geven. Klokken dienen automatisch zomer- en wintertijd aan­ passing te hebben.

16

\

synarchís

Veel installatiecomponenten kunnen enkelvoudig worden uitgevoerd, waarbij een enkel toestel de gevraagde functie vervult. Bij uitval, niet zijnde stroomuitval openbare net, zal dan de functie niet langer kunnen worden uitgevoerd, wat in veel gevallen voor een beperkte periode acceptabel is. Voor een aantal functies is volledige uitval niet acceptabel, deze dienen voorzien te zijn van een noodstroomvoorziening: nood- en vluchtwegverlichting (centraal of decentraal, ter keuze ON), brandmeldinstallatie, inbraakinstallatie, CCTV-installatie en water-op-de-vloer alarmen.

Voor andere functies is een uitval acceptabel voor een korte periode, dit geldt voor: Bijlage 1

Warmteopwekking en warmtapwatervoorziening;

Bijlage 2

Circulatie van badwater.

Een acceptabele uitval is een uitval waarbij de essentiële bedrijfsprocessen uitvallen, doch doorgang kunnen vinden, zonder dat de wettelijke eisen overschreden worden. Voor de waterzuivering geldt bijvoorbeeld de waterkwaliteit als bepalend: als door uitval geen circulatie plaatsvindt, doch de parameters blijven binnen de bandbreedte, dan is een uitval over een beperkte tijd acceptabel. Een sluiting als gevolg van uitgevallen functie is niet acceptabel.

T ransportpompen die het transport van verwarmingswater naar meer dan één groep verzorgen, moeten dubbel worden uitge­ voerd, zodat geen “single point of failure” ontstaat, waarbij uitval van één centrale circulatiepomp leidt tot uitval van de warm­ tevoorziening van het gehele gebouw, of een groot deel van het gebouw.

5.5

Monitoringsysteem

5.5.1

Algemeen

De energieverbruiken van belangrijke afnemers dienen inzichtelijk te worden gemaakt. Deze energieverbruiken bestaan vaak uit meerdere onderdelen. Zo geldt voor de luchtbehandelingskast enerzijds algemeen elektriciteitsverbruik voor de toe- en afvoerventilator (direct of indirect), de klepmotoren en eventueel geïntegreerde warmtepompen, daarnaast heeft een luchtbehandelingskast een warmte- of koude vraag, waarmee thermische energie (aangeleverd door centraal opgewekte warmte- of koude opwekking) wordt verbruikt. Deze thermische energie, alsmede de opgenomen elektrische energie dient te worden gemonitord.

5.5.2

Monitoring van verbruiken

Voor de bewaking van de prestaties t.a.v. energie, water en chemicaliën verbruik zal door de ON worden voorzien in een digitaal monitoringssysteem. Met het monitoringssysteem wordt geregistreerd, gesignaleerd en gerapporteerd. Het systeem is een dynamisch model waarin de energiestromen van het zwembad inzichtelijk gemaakt worden. Het (online) monitoringsys­ teem is inzichtelijk voor de OG en Exploitant door middel van inlog gegevens en een wachtwoord.

Met het monitoringssysteem worden relevante gegevens geregistreerd en opgeslagen over onder andere (niet limitatief):

•y

Het totaal en deelverbruik van elektriciteit, water en chemicaliën, verdeeld in de volgende bouwdelen:

y

zwembad (incl. kleedruimtes);

y

overige ruimten.

•y

Klimaat in zwembad (temperatuur, relatieve vochtigheid);

•y

Zwemwaterkwaliteit (temperatuur, chloor en pH-waarden) per bassin;

•y

Contractueel overeengekomen parameters zoals bezoekersaantallen (input handmatig door derden), openingsuren (vaste data handmatig ingegeven) en graaddagen (28);

•y

Stand beweegbare bodem(s)(optioneel);

•y

Elektriciteitsverbruik en warmteverbruik:

ON dient het systeem zodanig in te richten dat voorkomen wordt dat storingen en ontregelingen te laat worden ontdekt en dat deze nadelige invloed hebben op het energiegebruik van het complex. De monitoring draagt op deze manier bij aan het reali­ seren van de energie- en onderhoudsprestatie.

17

\

synarchís

Alle informatie zichtbaar op scherm moet opgeslagen worden (logfunctie) en via rapportages zichtbaar gemaakt kunnen wor­ den. Vanuit het monitoringssysteem dienen rapportages worden uitgedraaid. Er kan zowel actuele als historische informatie over zaken als verbruik, onderhoud en dergelijke worden gegenereerd. Zo kunnen overzichtelijke rapportages door ON aan de OG en Exploitant worden geleverd gedurende een vooraf gestelde periode en daarna door gebruikers zelf geregistreerd wor­ den.

Voor de elektrische energie van de luchtbehandelingskast volstaat de monitoring van het totaal elektrisch verbruik van elke kast afzonderlijk. Er hoeft geen meting van elke klepmotor of afzonderlijke ventilatormotor geregistreerd te worden. Voor de thermische energie volstaat het totaal aan warmte (of koude) welke aan de individuele kast geleverd wordt.

Het chemie verbruik mag middels handmatige invoer geregistreerd worden, evenals de bezoekersaantallen en de openings­ uren. De analoge gegevens dienen wel in de monitoring verwerkt te worden (rapportage).

5.5.3

Bemeteren van verbruiken

Gegevens voor de energieregistratie kunnen geïntegreerd worden middels het Gebouw Beheer Systeem (GBS), aangeleverd door de koppeling met de elektriciteits-, water- en warmtemeters. Dit betreffen zowel de hoofdmeters van de meetbedrijven als tussenmeters voor registratie van de verschillende (deel)energiestromen, alsmede warmtemeters voor productie en verbruik. Om de energiestromen goed te kunnen beheersen, dient door de ON in overleg met de OG een indeling te worden gemaakt (groepering) van componenten die apart worden bemeterd.

Minimaal dient worden opgenomen:

•y

Hoofdvoeding Elektriciteitsaansluiting;

•y

Hoofwatermeter;

•y

Bruto Productiemeter PV-installatie;

•y

Het totaal en deelverbruik van elektriciteit, water en chemicaliën, verdeeld in de volgende bouwdelen Z onderdelen:

y

zwembad;

y

overige ruimten.

•y

Watermeters op alle suppletie- en spuileidingen die in het WZ buffer komen (ook verplicht volgens WHVBZ);

•y

Elektriciteitsverbruik en warmteverbruik:

•y

Klimaat in zwembad (temperatuur, relatieve vochtigheid);

y

warmte opwekkingsinstallaties - alleen de totaal opgewekte warmte in kWh

Meters mogen niet als pulse meters uitgevoerd worden maar dienen als ModBus meters uitgevoerd te worden.

Het energieverbruik is onder meer gerelateerd aan openingsuren (gebruikstijden) en bezoekersaantallen (zwembad, suppletiewater en gebruik douches zwembad). Buiten de openingsuren worden installaties anders geregeld of zijn dan uitgeschakeld. Dit is van invloed op het energie- en waterverbruik. De openingstijden zoals aangegeven in de vraagspecificatie zijn de referentietijden zoals die worden ingevoerd in het GBS.

5.6

Watertemperatuur

De uitgangspunten voor de watertemperatuur zijn onderstaande tabel weergegeven.

Minimaal

Maximaal

Gemiddeld

Wedstrijdbad

27,0 o0

30,0 oo

28,0 oo

instructiebad

29,0 oo

32,0 oo

30,5 oo

Voor diverse doelgroepen is diverse keren per week een hogere temperatuur benodigd. De temperaturen van de baden moet eenvoudig en in zo kort mogelijke tijd (wenselijk is maximaal 12uur) te kunnen worden verwarmd en gekoeld.

18

\ 5.7

Waterzuiveringsinstallatie

5.7.1

Waterzuiveringsinstallatie

synarchís

Desinfectie door middel van zoutelektrolyse met gesloten cellen en zoutregeneratie uitvoeren met de volgende voorzieningen:

•y

Correctie van de Ph;

•y

Dubbele waterontharder;

•y

Regeneratie van de ontharder op basis van automatische hardheidsmeting;

•y

Chloorgasdetectie;

•y

Vat met dagvoorraad.

Circulatie met minimaal 2 frequentiegeregelde circulatiepompen per systeem, zodanig dat bij uitval van een pomp minimaal 750Zo van de nominale circulatie mogelijk is. Pompen uitvoeren met, per systeem één (gezamenlijk) separate haarvanger (geen geïntegreerde haarvangers in pompen).

Filtratie: Filters uit te voeren op voorstel ON in stalen filters met rubbercoating (uitgevoerd met doppenbodem), of een (bewezen) goede kwaliteit kunststof filter (uitgevoerd met doppenbodem), gevuld met zand, meerlaags vulling (zand/hydroantacit), glas­ parels of ceoliet. Filters voorzien van goede ruime kijkglazen.

Beoogd wordt een filter met een zeer lange levensduur. Voor de filters wordt een garantie van 20 jaren op het filter gevraagd. Deze garantie geldt niet voor de filterdoppen of bovenverdelers.

SiC vulling in filters1, zijn zeker ook denkbaar als alternatief voor traditionele oplossingen met zand- of zand/hydroantracyt. Actief kool in een meerlaags filter (volstroom) is niet toegestaan.

Nieuwe filterconcepten, zoals SiC voldoen niet aan de criteria van voorfiltratie, maar hebben wel een gunstige invloed op het spoelwatergebruik. Als SiC filters worden toegepast, dan moeten deze automatisch zelfreinigend zijn.

De installatie moet zijn uitgerust met vlokmiddeldosering en bicarbonaatdosering per filtersysteem. De bicarbonaatdosering moet een concentratie van 40 mg/l in het badwater kunnen realiseren en onderhouden. De bicarbonaat doseerinstallatie zoda­ nig uitvoeren dat continue circulatie is gewaarborgd, ook als de bicarbonaat-voorraad is opgebruikt, zodat verstoppingen wor­ den voorkomen. De voorraadtanks van vlokmiddel en bicarbonaat moeten een toereikende inhoud hebben voor 10 dagen gebruik.

Toepassen van een leegzuigvoorziening door middel van de circulatiepompen: perszijdig leidingwerk via een bypass aansluiten op de zuigzijde van één circulatiepomp of beide circulatiepompen en perszijde filters via bypass aansluiten op spoelleiding, zodat via de inblaasroosters het bad leeggezogen kan worden en rechtstreeks op het riool lozen.

Bufferkelders voorzien van een leegloopvoorziening met afsluiter (in put nabij bufferkelder) met aansluiting op de vuilwaterput kelder.

Voor de buffers rekening houden dat de bestaande riolering een diameter van 30 cm en een capaciteit van circa 8 tot 10 m3 per uur.

5.7.2

Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

De kwaliteit van het zwemwater moet voldoen aan het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL), welke per 1 januari 2023 in werking zal treden (laatste geconsolideerde versie d.d. 21-12-2021). De installaties moeten dusdanig worden ontworpen en gerealiseerd dat het zwemwater aan deze nieuwe wet voldoet en aansluit op het gebouw beheer systeem.

1

SiC filters kunnen niet goed in de GPR worden ingevoerd. Een Sic filter gebruikt minder spoelwater dan een zandfilter, maar vraagt wel weer eenzelfde hoeveelheid pompenergie. Daarom is als oplossing gekozen voor het invullen van een percentage hergebruik van spoelwater indien SiC filters worden toegepast, omdat dit een vergelijkbaar effect op het energie en waterverbruik heeft.

19

\

synarchís

Een aspect wat in de nieuwe Waterwet ook belangrijker wordt, is een goede en snelle verdeling van het toevoerwater (en daarmee de verdeling van vrij chloor). Met name boven beweegbare bodems is de snelheid waarmee toevoerwater in het bassin wordt verdeeld matig tot slecht. Hierdoor kan de vrij chloorconcentratie boven beweegbare bodems sterker fluctueren dan in een bad zonder beweegbare bodem, iets wat bij lagere regelwaardes van vrij chloor problematisch kan worden. Daarom is het realiseren van een goede (directe) watertoevoer boven een beweegbare bodem belangrijk.

5.8

Werktuigbouwkundige installaties

Drinkwateraansluiting Teneinde het Legionella beheer mogelijk toekomstig te vereenvoudigen, zal het niet prioritaire deel gescheiden moeten zijn van het prioritaire deel. De risico analyse en het beheersplan Legionella dient voor de gehele installatie te worden opgesteld.

In het ontwerp van de installatie dien een terugstroombeveiliging te worden opgenomen direct na de aftakking van het niet prioritaire deel van de installatie. Deze terugstroombeveiliging dient te voldoen aan de eisen van het drinkwaterbedrijf.

Warmteopwekking en warmtapwatervoorziening De warmteopwekking en warmwaterbereiding zal niet worden aangesloten op het aardgasnet en moet volledig worden ver­ warmd met warmtepompen. Voor lucht-water warmtepomp geldt een (minimale) gemiddelde COP van 3,5. Voor water-water warmtepompen geldt een (minimale) gemiddelde COP van 4,0.

De warmteopwekking in het gebouw moet onder alle omstandigheden worden gewaarborgd. Om hieraan te kunnen voldoen moet de warmteopwekking worden verzorgd door minimaal 2 onafhankelijke toestellen, waarvan het opgewekte vermogen bij - 10^ voldoet aan de volgende eisen:

•y

Continue verwarming van het gebouw conform de transmissieberekening;

•y

Ventilatie van het gebouw met 50Zo van het buitenluchtaandeel in zwemzalen en 100Zo van het buitenluchtaandeel voor de overige ventilatie installaties;

•y

De volledige warmtapwaterverzorging;

•y

De handhaven van de temperatuur van de baden op de maximale waarde zoals genoemd in paragraaf 5.6

De capaciteit van de installatie, buffer en appendages dient zo uitgevoerd te worden dat de benodigde functionaliteit gewaar­ borgd wordt (buffercapaciteit, etc.).

Het thermisch spoelen van de drinkwaterleidingen t.b.v. legionella beheer dient op minimaal 70^ te geschieden. De capaciteit van de warmteopwekking dient dusdanig te zijn dat de thermische spoeling geheel en ongehinderd kan plaatsvinden gedurende de benodigde tijd (op basis van leidinglengte, temperatuur en waterhoeveelheid).

Elke aftakking vanaf aanvoerleiding of circulatieleiding dient voorzien te zijn van controleerbare terugstroombeveiliging met kogelafsluiter.

Extra opwarmvermogen van het opwarmen van de baden kan in deze configuratie weggelaten worden, aangezien het (extra) opwarmen van de baden bij -10 X een gezochte bedrijfswijze is.

Indien vloerverwarming wordt toegepast dienen de lokale verdelers hiervan te worden weggewerkt in een kast of omkasting zodat deze niet in het zicht is/zijn. Indien vloerverwarming in de zwemzaal wordt toegepast dient de verdeler in een naastgele­ gen ruimte geplaatst te worden en niet in de zwemzaal.

De luchttemperatuur in de zwemzaal dient 0,5 - 1 graad Celsius boven de watertemperatuur te zijn. De relatieve luchtvochtig­ heid in de zwemzalen hangt af van de ruimtetemperatuur en zal liggen tussen 550Zo bij 290C en 47,50Zo bij 340C. Wanneer de vochtigheid van de buitenlucht hoger wordt dan 9 g/kg, zullen deze waardes meestijgen met de (absolute) buitenvochtigheid.

20

\

synarchís

Naast de eisen van NOC*NSF en de wettelijke eisen (ventilatiedebiet verblijfsruimtes, sanitaire ruimtes) geldt een minimale ventilatie van 30 mP/h per persoon voor bijeenkomstruimten verkeersruimten en 50 mP/h per persoon voor overige ruimten.

Voor de (kantoren) verblijfsruimten geldt een minimale temperatuur tijdens verwarmingsbedrijf van 21 “C en een maximale GTO (conform NEN ISO 7730) van 507o van de gebruikstijd gedurende het gehele jaar.

Sanitair Al het sanitair dient vrij van de grond te worden aangebracht i.v.m. schoonmaak. Al het sanitair (zoals douches, toiletten, kranen op wastafels, enz.) dienen bedient te worden d.m.v. sensoren. Deze zijn aangesloten op een vaste voeding (niet batterij ge­ voed). Alle douches dienen voorzien te zijn van een automatisch spoelsysteem, welke de individuele douches automatisch kan laten 'aan' gaan (frequentie op basis van beheersplan Legionella) en het totale systeem thermisch kan laten spoelen. In de drinkwaterinstallatie rekening houden met automatische doorspoeling van leidingen (ook koud waterleiding), geen dode einden en het einde van de leiding bijvoorbeeld op een automatisch spoelend toilet of suppletie zwembad aansluiten.

Leidingwerk dient opgenomen te zijn in de wanden. Kranen op wastafels dienen voorzien te zijn van stopkranen direct onder de wastafel. Achter uitstortgootstenen of wasbakken is tegelwerk aangebracht. In de voorruimte van toiletten zijn vloerputten opgenomen.

Afvoer water Voor de afvoer van water op vloeren van kleedruimtes en perrons dienen brede, getegelde vuilwatergoten te worden toegepast met geïntegreerde putten met uitneembare deksels en emmers. Als alternatief mogen goten worden toegepast met afneembare deksels (RVS goten met RVS of kunststof deksels of getegelde goten met kunststof deksels. In overige ruimte mogen schrobputten worden toegepast.

Afvoer hemelwater Hemelwater (dak + verhard oppervlak) mag niet op het gemeentelijk riool worden aangesloten en dient in de directe omgeving te worden opgevangen.

Brandbeveiligingsinstallatie Brandslanghaspels aanbrengen in inbouw haspelkasten met handbrandmelders in de deur geïntegreerd. Brandslanghaspels in corrosiebestendige kunststof uitvoering, gemonteerd in kunststof haspelkasten. De haspelkasten voorzien van inbouwruimte voor een ontruimingsmelder. In de technische ruimtes en in de keuken handblusmiddelen met wandbeugel opnemen, inhoud 6 kg, in de keuken een blusdeken met wandbevestiging opnemen.

Wateraansluitpunten schoonmaak zwembad In het kleedkamergebied en zwemzalen voldoende wateraansluitpunten opgenomen om de schoonmaak werkzaamheden mo­ gelijk te maken met een maximale lengte 15 m1.

Douches De plafonddouches dienen per ruimte met een sleutelschakelaar te bedienen zijn. Voor de levering van warm water uitgaan van een gelijktijdigheid van 100o7o van de douches in het zwembad.

5.9

Elektrotechnische installatie

Trafo Indien ten behoeve van de aansluiting op het elektriciteitsnet een (middenspanning) transformator benodigd is, dient te worden voorzien in een eigen (koop) middenspanning trafo met voldoende capaciteit voor het zwembad (energieneutraal). Ter keuze aan de ON om de transformator in- of uitpandig te voorzien. De trafo dient binnen het Projectgebied te worden opgesteld.

21

\

synarchís

Vandalisme en veiligheid Wandcontactdozen in publieksruimten voorzien van kinderbeveiliging. Contactdozen voor algemeen gebruik in kleedruimten en verkeersgebieden plaatsen op een hoogte van 2.000mm +vloer.

Toepassen van een inbraakinstallatie, een brandmeldinstallatie, water-op-de-vloer alarmen (filterruimte, technische ruimte wa­ terzuivering) en een minder validen signalering.

Vluchtdeuren in publieksruimtes voorzien van een akoestisch alarm, waarbij oneigenlijk gebruik (ook bij uitgeschakelde inbraakinstallatie) gesignaleerd wordt in de receptie.

Interne infrastructuur Bekabeling bij voorkeur opnemen in kabelgoten. Hierbij een strikte scheiding tussen zwakstroombekabeling en 230V/400V bekabeling. De kabelgoten zó dimensioneren, dat bij oplevering maximaal 800Zo vulling plaats vindt, dit ten behoeve van toe­ komstige uitbreiding.

Afgaande kabels in gebruiksruimtes opnemen in mantelbuizen in de (binnen- en buiten)wanden.

In zwemzaal en ruimtes waar zwembadlucht aanwezig is dienen lasdozen geschikt te zijn voor toepassing in een chloride omgeving.

Gebruikersvoorzieningen Naast de benodigde voorzieningen voor de vaste inrichtingen vereiste en elders specifiek benoemde voorzieningen gelden de volgende uitgangspunten (voor zover niet benoemd in hoofdstuk 4):

•y

iedere ruimte voorzien van tenminste 1 dubbele wandcontactdoos voor algemeen gebruik (schoonmaak) nabij de toegangs­ deur;

•y

•y

een dubbele wandcontactdoos algemeen gebruik:

y

per 20 m2 verblijfsruimte;

y

per 10 m1 ganggebied/verkeersruimte;

y

per 20 m2 technische ruimte;

y

nabij iedere verdeelkast elektra en regelkast.

per werkplek

y

4 wandcontactdozen;

y

2 Cat 6A data aansluiting.

•y

in de personeelsruimen, kantoren en dienen de wcd's voorzien te zijn van usb aansluitingen;

•y

achter de receptie- en barmeubel:

•y

y

20 wandcontactdozen;

y

10 Cat 6A data aansluitingen

y

400V aansluiting 25A toegepast voor het koffie apparaat,

y

separate groep 230V/16A voor een ander warme drank apparaat (hot chocomel of waterkoker of dergelijke)

y

3 dubbele universeel te gebruiken Cat 6A data aansluitingen voor kassa apparatuur;

y

wateraansluitingen en afvoeren voor onder andere koffiemachine, chocomelmachine en spoelbak;

een dubbele universeel te gebruiken (wifi, multimedia) Cat 6A data aansluiting ter plaatse van

y

iedere verblijfsruimte groter dan 40 m2;

y

per 30 m1 verkeersruimten en technische ruimten;

Bij meervoudige inbouw wandcontactdozen iedere contactdoos in een afzonderlijke inbouwdoos opnemen;

Alarmering en calamiteiten Ingeschakelde inbraaksignalering zal onnodig ingeschakelde systemen en verlichting afschakelen en alle functies terugscha­ kelen naar de basisinstelling (veegschakeling). Uitgeschakelde inbraaksignalering zal oriëntatieverlichting ter plaatse van de verkeerswegen inschakelen (waakfunctie). Bij detectie van een inbraak zal de verlichting in verkeerswegen inschakelen.

22

\

synarchís

De (nood) oproepen uit de MIVA's en verzamelde urgente storingsmeldingen uit de verschillende installaties worden weerge­ geven ter plaatse van de receptiebalie. Storingsmeldingen en (nood)oproepen worden vergezeld door middel van een tekstueel instructiescherm. De instructies zijn door de gebruiker aan te passen.

Brandmeldingen (automatisch en handbrandmeldingen) worden op de brandmeldcentrale gesignaleerd. Het akoestisch signaal van de Brandmeldinstallatie dien in de receptie hoorbaar te zijn (naast of behoudens een eventueel slow whoop signaal).

Gebouw Beheer Systeem Er dient een integraal Gebouw Beheer Systeem te worden toegepast waarin de HVAC-installaties, waterzuiveringsinstallaties, verlichtingsinstallatie, beweegbare bodems en energie monitoring zijn opgenomen. Desgewenst mogen dit losse besturingen zijn, maar dienen in één systeem geïntegreerd en bedienbaar te zijn.

Er dient een PC (desktop of laptop) te worden geleverd waarop het GBS lokaal (in LAN) bediend kan worden. Daarnaast dient de bediening webbased (HTML5), per mobiel benaderbaar, zonder Java scripts, te zijn zodat men vanuit elke computer (WAN) met een standaard Browser2 kan inloggen. De bediening van het GBS dient vrij benaderbaar zijn middels inlog accounts. Op de bediening mag geen licentieverplichting liggen.

De functionaliteit van de bediening moet voldoende zijn voor het beheer van de installaties op afstand en het monitoren en analyseren en rapporteren van het functioneren van de installaties en het energie- en waterverbruik over langere tijd. Wij kunnen daarvan een omschrijving verstrekken, maar dat is nooit een volledig RTO en draagt het gevaar in zich dat die om­ schrijving wordt opgevat als een bestek omschrijving. In deze aanbesteding is er juist voor gekozen om de marktpartijen hun visie en expertise te laten zien. Wel moet rekening worden gehouden met de volgende specifieke functionaliteiten:

•y

In recirculatiebedrijf moet het actuele, van buiten aangevoerde, luchtdebiet worden gemeten en ingelezen.

•y

Het debiet van de ventilatoren in de LBK's moet worden gemeten en ingelezen;

•y

Software om het setpoint van het minimale buitenluchtdebiet en het minimale rondpompdebiet in de bassins, automatisch te verstellen op basis van tijd en chloorvraag moet worden geprogrammeerd;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=edb39413-6e16-48d0-a843-12b115218ee0