Bijlage 1 Nota van uitgangspunten Groenbeleidsplan
Tekst van het document
Memo Ja Van Aan Datum Onderwerp
: Sander Bouwens : College van B&W : 8 november 2021 : Nota van uitgangspunten Groenbeleidsplan
Registratienummer : INT21.0724 Registratiecode : *INT21.0724*
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN – GROENBELEIDSPLAN 2022
Aanleiding Het gemeentelijke Groenbeleidsplan (2012) is aan een herziening toe. Het plan is ondertussen 10 jaar oud en moet op een aantal onderdelen worden geactualiseerd. Daarom is het huidige plan eerst geëvalueerd. Ook is gesproken met een aantal betrokken medewerkers van de gemeente en zijn de groene lokale vrijwilligersclub (Vrijwillig Landschapsbeheer Beuningen, Krachtig Groen Winssen, Winssense Hoogstambrigade, Weurt Plus en het Dijkmagazijn) uitgenodigd om mee te denken. De resultaten van de evaluatie zijn verwoord in de memo ‘Evaluatie Groenbeleidsplan 2012’ (augustus 2021). De leerpunten uit de evaluatie zijn verwerkt in voorliggende Nota van Uitgangspunten. Met de Nota van Uitgangspunten geven we de koers weer voor het nieuwe Groenbeleidsplan 2022-2032. In het herziene Groenbeleidsplan willen we ook invulling gegeven aan de ambitie van college voor meer aandacht voor en inzet op biodiversiteit. Het opstellen van het Groenbeleidsplan doen we samen met Idverde Advies. Doelstelling Het formuleren van een heldere en beknopte visie op het gemeentelijk groen, waarbij een duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen beleid en uitvoering. Tegelijkertijd wordt het plan op een aantal onderdelen aangevuld, zoals biodiversiteit en klimaatadaptatie.
Uitgangspunten Uitgangspunt 1: Een leesbaar en levend stuk Het herziene Groenbeleidsplan moet bij voorkeur kort en bondig zijn, voor iedereen leesbaar (Begrijpelijk Beunings; taalniveau B1) en gedragen worden door de Beuningse gemeenschap. Daarom ontwikkelen we het stuk nu in samenspraak met groene lokale clubs. En ook gaan we het definitieve stuk straks ontsluiten via de gemeentelijke website. Zodat het ook gemakkelijk te vinden is voor bewoners en andere geïnteresseerden. Uitgangspunt 2: Update vignerend beleid Sinds de totstandkoming van het huidige GBP is nieuw beleid vastgesteld dat van invloed is op het plan. Een nieuwe inventarisatie en update is dus nodig om de verbindingen te herstellen. Beleidsstukken die in elk geval van invloed zijn, zijn:
Regionale Adaptatie Strategie (RAS), Coalitie Akkoord: Nieuwe Verbindingen, 10-punten plan woningbouw Beuningen, 2020 Woondeal Regio Arnhem Nijmegen, Concept Omgevingsvisie gemeente Beuningen, Concept Panorama 2040, Verstedelijkingsstrategie Regio Arnhem Nijmegen
2019 2020 2020 2021 2021 2021
Uitgangspunt 3: Een heldere visie op groen Beuningen is een echte woongemeente. Het groen is daar ondersteunend aan. De gemeentelijke visie op groen kan worden samengevat als:
Behoud en versterking van een robuuste, aantrekkelijke en functionele groenstructuur. Een groenstructuur die ruimte biedt voor: -
Spel, beweging en ontmoeting Biodiversiteit Klimaatadaptatie
Binnen de groenstructuur onderscheiden we een aantal niveaus op basis van locatie en omvang:
a. Kernoverstijgend groen: Oeverwallengebied Het Oeverwallengebied is waardevol qua cultuurhistorie en biodiversiteit. Het gebied wordt veel gebruikt als recreatief uitloopgebied. Het openbaar groen in het Oeverwallengebied bestaat voornamelijk uit lanen en bermen.
b. Kernoverstijgend groen: Kommengebied Het openbaar groen in het Kommengebied bestaat voornamelijk uit lanen, bermen en oevers. Vanwege de intensieve landbouw en grootschaligheid is ook de huidige ecologische waarde lager dan die van het Oeverwallengebied. Door haar omvang en situering biedt het gebied wel kansen voor de biodiversiteit.
c. Groen op wijkniveau
2
Dit zijn de veelal aaneengesloten groenstructuren en parkjes in de wijken. Met name in Beuningen gaat het ook vaak om een groenblauwe structuur met watergangen en vijvers. Hier is ruimte om dicht bij huis buiten actief te zijn. Er kan gesport en gespeeld worden. Ook zijn het koelte-oases in de zomermaanden. Door de omvang en verbindingen vormt het als vanzelf een groen netwerk waar ook vogels, vlinders en kleine zoogdieren van profiteren. Dit groene netwerk leent zich ook voor ommetjes, joggen en maakt dat kinderen zich verkeersveilig door de wijk kunnen bewegen.
d. Groen op straatniveau Groenvakken van beperkte omvang, bomen en boomspiegels gelegen in de wijken. Vanwege de beperkte ruimte zijn de mogelijkheden tot spelen/ontmoeten of voor biodiversiteit gering. Voor de algehele beeldkwaliteit van het straatbeeld zijn ze van groot belang en daarmee ook voor het woongenot. Ook bij klimaatadaptieve maatregelen om hittestress en wateroverlast in de straat tegen te gaan bieden deze groene elementen mogelijkheden.
E. Bijzonder groen Dit zijn de huidige accentzones. Groen op locatie met een hoge representatieve waarde. Hier verwachten we een hoge beeldkwaliteit en is ruimte voor verbijzondering en maatwerk qua inrichting. Bijvoorbeeld; begraafplaats Haaghove, het groen rondom de molen in Winssen, etc. Maar ook bijzondere plekken in de wijken kunnen daaronder vallen.
Functie en kwaliteit Het openbaar groen vervult vele functies. En er zijn nieuwe ambities. Om goede keuzes te kunnen maken bij beheer en inrichting is behoefte aan een heldere prioritering:
v
c. Groen op wijkniveau
vvv
d. Groen op straatniveau e. Bijzonder groen (accenten)
1
Beheerniveau / beeldkwaliteit
b. Kernoverstijgend groen: Kommengebied
a. Kernoverstijgend groen: Oeverwallengebied
klimaatadaptatie
v
Locatie en omvang
biodiversiteit
spelen/ontmoeten
Kwaliteit/functies
vvv
v
n.v.t1
vvv
v
n.v.t
vv
vvv
vv
v
v
vvv
vv
maatwerk
maatwerk
maatwerk
vvv
In kernoverstijgend groen vindt voornamelijk frequentiebeheer plaats
3
Uitgangspunt 4: Duurzaam behoud van het gemeentelijk bomenbestand De gemeente beheert zo’n 19.000 bomen. Die bomen leggen CO2 vast, vangen fijnstof in en zorgen voor schaduw en koelte. Ook vormen ze het leefgebied van veel diersoorten. Bomen zijn daarom van groot belang voor het duurzaam behoud van onze leefomgeving. Behoud van een duurzaam bomenbestand is daarom van groot belang. Toch is vervanging van bomen (kap) soms helaas noodzakelijk. Om plaats te maken voor noodzakelijke ruimtelijk ontwikkelingen of door boomziekten of droogte. We willen vervanging echter zo veel mogelijk spreiden. Zo voorkomen we kaalslag. Ook willen we toewerken naar een bestendig bomenbestand: dat wil zeggen een bomenbestand dat divers is qua soortenaanbod en leeftijd, waardoor het beter bestand is tegen boomziekten en klimaatveranderingen. De ambitie is om het bomenbestand op peil te houden door voor elke boom die moet verdwijnen, een nieuwe boom te planten. Door te kiezen voor gefaseerd vervanging en een bestendig bomenbestand blijven de baten van bomen (lees: schaduwwerking, beeldkwaliteit, leefgebied, etc) geborgd. Om het gemeentelijk bomenbestand in stand te houden, is het nodig om de Bomenverordening te updaten, zodat deze weer aansluit bij actuele wet- en regelgeving. Ook moet voor iedereen helder zijn, wanneer we over gaan tot vervanging (kap) en wanneer niet.
De procedure rondom kapvergunningen, de daaraan voorafgaande verplichte belangenafweging en de procedure voor noodkap maken we daarom eenduidiger. Uitgangspunt 5: Versterking van de biodiversiteit Ook biodiversiteit draagt in hoge mate bij aan een duurzame leefomgeving. Biodiversiteit verbetert de totstandkoming van ons voedsel, zorgt voor zuurstof en draagt bij aan zuivering van het drinkwater. Daarnaast komen in een gezond ecosysteem niet zo snel plagen voor. Door ons belastende consumptiepatroon staat de biodiversiteit in ons land onder druk. Veel dier- en plantensoorten verliezen in rap thema leefgebied door versnippering, vermesting en verdroging. We willen daarom meer aandacht besteden aan de biodiversiteit bij de inrichting en het beheer van het gemeentelijk groen. Zo geven we ook invulling aan deze ambities. Dat betekent dat we in het Groenbeleidsplan beschrijven hoe we ons beheer beter gaan afstemmen op de biodiversiteit. Dat betekent bijvoorbeeld: ecologisch maaibeheer waar dit zinvol is; toewerken naar een meer natuurvriendelijke bestrijding van de eikenprocessierups; gebruik van natuurvriendelijk of inheems groen- en boomsortiment en beheersing van invasieve exoten. Ook gaan we actief inzetten op behoud en versterking van ecologische verbindingen.
Daarnaast beschrijven we in het Groenbeleidsplan wat we doen om invulling te geven aan de regionale ambitie (regionale Woondeal en Verstedelijkingsstrategie) om natuurinclusief te ontwikkelen. Natuurinclusief bouwen betekent niet alleen dat er in de schil van nieuwbouwwoningen fysieke voorzieningen worden aangebracht voor gebouwgebonden soorten als huismus en dwergvleermuis. Ook de omgeving, bv het openbaar groen, moet dan geschikt zijn voor deze soorten.
4
Uitgangspunt 6: Klimaatadaptief groen Het klimaat verandert. We ervaren de laatste jaren hevigere buien en langere perioden van droogte en hittestress. Groen draagt in belangrijke mate bij aan tegengaan van de excessen. Zo zorgen bomen voor schaduw en dus koelte. Ook kan openbaar groen worden gebruikt om regenwater in op te vangen en te laten bezinken. De gemeente Beuningen bevat een aantal wijken uit de bouwperiode ’70-’80, waar weinig openbaar groen aanwezig is. De zogenaamde grijze wijken. Met name in deze wijken staan we voor een opgave. Hoe zorgen we dat het in deze wijken aangenaam wonen blijft, ook tijdens perioden van aanhoudende hitte? Uitgangspunt 7: Functioneel en hoogwaardig ‘nieuw’ groen Als gevolg van de woningbouwplannen zal er de komende jaren veel nieuw openbaar groen worden opgeleverd. Hoe borgen we dat dit hoogwaardig wordt ingericht? Naast een kwantitatieve richtlijn (100m2 per woning) ontwikkelen we daarom ook kwalitatieve kaders. Dit kan bijvoorbeeld zijn in de vorm van beoogde functies: een minimaal percentage ecologisch groen, gebruiksgroen, speelgroen, etc. Daarnaast beschrijven we wat onze wensen zijn voor de groene extensieve recreatiegebieden of landschapszones.
Uitgangspunt 8: Ruimte voor bewonersinitiatieven De inrichting en het onderhoudsniveau van het gemeentelijk groen hebben een grote invloed op het algehele straatbeeld en daarmee de uitstraling van de persoonlijke leefomgeving van onze inwoners. Daarbij komt dat persoonlijke ideeën van groen gestoeld zijn op een dieper liggend wereldbeeld: sommigen houden van wild en natuurlijk groen (meer ecocentrisch), anderen van net en overlastvriendelijk groen (meer antropocentrisch). Het is daarmee een weerspiegeling van persoonlijke waarden. Het verklaart mogelijk mede de vele klachten, meldingen en persvragen over groen en bomen. En ook de vele groene bewonersinitiatieven en groene vrijwilligers. We willen dan ook in het groenbeleid ruimte bieden aan de hoge mate van persoonlijke betrokkenheid van bewoners. Dat doen we door bewonersinitiatieven te faciliteren.
5
Vervolgproces Na vaststelling door het college van de Nota van Uitgangspunten, begint Idverde met het schrijven van de eerste hoofdstukken, waarbij er op vaste momenten afstemming is met de gemeente. Eind februari verwachten we de conceptversie te kunnen bespreken met het college. Daarna gaan we, over een aantal specifieke thema’s, te weten biodiversiteit, klimaatadaptatie en duurzaam boombeleid, in gesprek met de lokale groene clubs. Daarnaast organiseren we een inloopavond voor bewoners. Waar nodig passen we het conceptplan hierop aan. Eind april is het Groenbeleidsplan dan rijp voor besluitvorming door achtereenvolgens college en raad. Bewonerbetrokkenheid De groene lokale vrijwilligersclub (Vrijwillig Landschapsbeheer Beuningen, Krachtig Groen Winssen, Winssense Hoogstambrigade, Weurt Plus en het Dijkmagazijn) betrekken we nadrukkelijk bij het opstellen van het Groenbeleidsplan. Zij hebben ook input gegeven voor de Nota van Uitgangspunten. Ook zijn in een eerder stadium al gesprekken met hen gevoerd over de biodiversiteit. Een conceptversie van het Groenbeleidsplan gaan we dan ook opnieuw met hen bespreken. Daarnaast zal een conceptversie worden voorgelegd aan bewoners tijdens een inloopavond. Planning Weeknummers
51
52
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
NvU in College Uitwerken Presentatie nw college Participatie Verwerken feedback Definitief Start besluitvorming
6
7