Bijlage 1 Monitor Sociaal domein Jaarrapportage 2024
Tekst van het document
Jaarrapportage 2024 Monitor Sociaal Domein Gemeente Beuningen Voorzieningen Wmo, Jeugd, Participatie en Schuldhulpverlening
0
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Gebruik Monitor 1.2 Samenvatting uitkomsten 2. Toegang 2.1 Belangrijkste bevindingen 2.2 Toegang Wmo en Jeugdhulp 2.3 Verwijzers Jeugdwet 2.4 Ondersteuner Jeugd en gezin (OJG) 2.5 Schoolmaatschappelijk werk 2.6 Tevredenheid over de toegang Wmo en Jeugdhulp 2.7 Toegang Participatiewet en schuldhulpverlening 3. Jeugd 3.1 Belangrijkste bevindingen 3.2 Algemeen beeld jeugdhulp gebruik 3.3 Zorggebruik per bouwsteen 3.4 Verlengde jeugdhulp 3.5 Tevredenheid / resultaat over Jeugdzorg 3.6 Betaalbaarheid 4. Wmo 4.1 Belangrijkste bevindingen 4.2 Algemeen beeld Wmo gebruik 4.3 Zorggebruik per bouwsteen 4.4 Tevredenheid/resultaat over Wmo 4.5 Betaalbaarheid 5. Participatiewet en schuldhulpverlening 5.1 Belangrijkste bevindingen 5.2 Werkbedrijf Rijk van Nijmegen 5.3 Participatiewet instroom en bestand 5.4 Participatiewet uitstroom 5.5 Armoede, Schuldhulpverlening en vroegsignalering 5.6 Betaalbaarheid. Bijlages Bijlage 1. Demografische gegevens Beuningen Bijlage 2. Cijfers SMI Bijlage 3. Cijfers peutermonitor Bijlage 4. Cijfers Veilig thuis Bijlage 5: Cijfers beschermd wonen 1
1. Inleiding 1.1 Gebruik monitor Met deze monitor maken we inzichtelijk wat de stand van zaken is van de uitvoering Wmo, Jeugdhulp, Participatieweten schuldhulpverlening in de gemeente Beuningen. In deze voorliggende monitor brengen we de laatste ontwikkelingen in het zorggebruik en de daaraan gerelateerde kosten in beeld. De huidige monitor beperkt zich tot maatwerk/ individueel toegekende voorzieningen van de gemeente Beuningen en levert slechts beperkt benchmark gegevens. Deze rapportage gaat over jaar 2024. Het is een proces van oefenen met data en inzicht waar we komende jaren als organisatie in moeten groeien. De monitor kan komende jaren aangevuld worden met meer datagegevens, zodat een steeds completer beeld ontstaat van de inzet van maatwerk en individuele voorzieningen in het sociaal domein. Op dit moment is het niet mogelijk om dwarsdoorsnedes te kunnen maken (bijvoorbeeld een overzicht van overlappende voorzieningen bij kwetsbare gezinnen). Hiervoor is een doorontwikkeling nodig om meer data gedreven te kunnen werken (door middel van data warehouse). Opbouw van de monitor De monitor is opgebouwd uit een hoofdstuk over de Toegang en vervolgens het (zorg)gebruik uitgesplitst in de hoofdstukken Jeugdzorg, Wmo, Participatiewet en schuldhulpverlening. Telkens presenteren we de data op hoofdlijnen, waarbij we gebruik maken van verschillende bronnen.
We laten de voorzieningen/eenheden zien, waarbij het gaat over grote aantallen of dure kosten. We vergelijken bovendien met voorgaande kalenderjaren (vanaf 2022) zodat de ontwikkeling in aantallen en kosten zichtbaar is. In de monitor geven we op hoofdlijnen een inhoudelijke duiding. Eventuele financiële bijstellingen of beleidsinhoudelijke sturing en besluiten zullen via de reguliere P&C-cyclus of beleidsvoorstellen aan raad/college worden voorgelegd. De monitor is dus een beheertool en geeft daadwerkelijk gebruik aan. Voor sturing en beheersing kan de monitor gebruikt worden als onderlegger. Frequentie monitor De monitor leveren we op 2 momenten in het jaar op. Deze momenten laten we aansluiten bij de huidige P&C cyclus. Bij de opmaak van de begroting in de zomerperiode maken we een oplegger bij de jaarmonitor voor het college. De oplegger geeft actuele ontwikkelingen aan die van invloed zijn op het opstellen van de begroting. • Bij de voorjaarsnota (april) - Monitor van het afgelopen jaar • Bij opstellen begroting (augustus) – Oplegger op de jaarmonitor voor college • Bij de herfstnota (oktober) – Gegevens huidige/lopende (half)jaar Opmerking bij de cijfers Data over zorggebruik is per definitie aan vertraging onderhevig. Zo is er bijvoorbeeld een vertraging van indicatie tot betaling. Zorgaanbieders kunnen hun declaraties later indienen (tot 5 jaar na levering).
Die vertraging is helaas niet te voorkomen. Dat betekent dat de gepresenteerde cijfers over de afgelopen maanden niet altijd volledig zijn. Ook worden in de monitor verschillende data bronnen gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te verkrijgen. We zijn daarbij afhankelijk van verschillende systemen en partijen. Zo zijn er gegevens gehaald uit onze eigen S4SR en de Suite sociaal domein, maar ook gegevens van de SVB, regionale monitor Init8, ons financieel systeem, Beuningen in cijfers, landelijke 2
(voorspelmodel) cijfers (Waar staat je gemeente.nl, CBS). Deze databronnen gebruiken allemaal hun eigen definiëring van categorieën. Ook wijzigen jaarlijks categorie indelingen als gevolg van veranderingen bij het Rijk (IV3 verantwoording) en door bijvoorbeeld nieuwe aanbestedingen en indelingen. Dit maakt dat we niet altijd eenvoudig kunnen vergelijken en aansluiten met voorgaande jaren. In veel gevallen volgen we de prognoses van het ROB voor Jeugd en deels WMO (met aanpassingen). Prognoses gaan uit van gelijk blijvende ontwikkelingen, wat niet altijd te voorspellen is in het sociaal domein. De kleine dure aantallen kunnen in de uitgaven op de schaal van Beuningen een groot verschil maken.
3
1.2 Samenvatting Belangrijkste bevindingen TOEGANG • Het Sociaal team verwerkt maandelijks zo’n 150 (her)indicaties voor Wmo en Jeugd. • 1/3e van de indicaties verloopt via het Sociaal team, de rest via andere wettelijk verwijzers. • De algehele tevredenheid over de uitvoering van de Wmo en jeugdzorg is op orde • We zetten in op voorliggende en preventief in te zetten zorg vanuit het schoolmaatschappelijk werk (Smw) en de OJG (ondersteuner jeugd en gezin) • Komende jaren willen we meer zorg op collectieve wijze inzetten en ontwikkelen. • We anticiperen op de ontwikkelingen binnen de Hervormingsagenda jeugd door lokaal en regionaal te verkennen hoe we aan de richtlijnen kunnen voldoen voor sterke sociale teams. • We zijn gaan experimenteren met een poortwachter voor de toegang tot de participatiewet. Belangrijkste bevindingen JEUGD • • • • •
Het aantal jeugdigen neemt in 2024 weer toe (in absolute zin). Het aantal jeugdigen met jeugdhulp neemt weer af. Het aantal jeugdigen in verblijf neemt af; de meerderheid van de jongeren verblijft in gezinsgerichte jeugdhulp. We zien een toename van het aantal jeugdigen met jeugd GGZ. Jeugdigen zijn positiever over de resultaten van de jeugdhulp in het cliëntervaringsonderzoek, ten opzichte van het voorgaande jaar.
Belangrijkste bevindingen WMO • •
•
• •
•
Het Wmo voorspelmodel laat een verwachting zien van een stijging van 18% Wmo gebruik in 2028 t.o.v. 2023. Met name de groep inwoners in de leeftijdscategorie 76-85 jaar met huishoudelijke hulp is de afgelopen jaren fors gestegen. Dit is een trend die vermoedelijk door zal blijven zetten gezien de vergrijzing en de sturing op zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Reguliere begeleiding is gestegen met 20%. Een verkennende sessie met het ondersteuningsbureau en het sociaal team leverde op dat de stijging het gevolg is van de verhoogde intensiteit en de trajectomvang van de hulp Specialistische begeleiding kent een fluctuerend patroon met een stijging van 6% t.o.v. het afgelopen jaar. We zien het aantal klanten met hulp bij het huishouden en gebruikers van hulpmiddelen nog steeds stijgen. Mogelijk als gevolg van de vergrijzing en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Vervoer kent van oudsher een stijgende tendens in kosten, mede ingegeven door vergrijzing en verhogingen van vervoerskosten.
4
Belangrijkste bevindingen PARTICIPATIEWET en SCHULDHULPVERLENING • • • •
De uitstroom naar werk groeit weer voorzichtig. In 2024 (36) ten opzichte van 2023 (26) Er was een hoge instroom Participatiewet in 2024 (97). Het bereik van de Klavervierpas is verder gestegen, en is erg goed voor een minimaregeling. We zijn gestart met een 2de participatiecoach, de benchmark Divosa en een noodfonds stichting urgente noden met Berg en Dal en Druten.
5
2. Toegang 2.1 Belangrijkste bevindingen Toegang Belangrijkste bevindingen toegang • Het Sociaal team verwerkt maandelijks zo’n 150 (her)indicaties voor Wmo en Jeugd. • 1/3e van de indicaties verloopt via het Sociaal team, de rest via wettelijk verwijzers. • De algehele tevredenheid over de uitvoering van de Wmo en jeugdzorg is op orde • We zetten in op voorliggende en preventief in te zetten zorg vanuit het schoolmaatschappelijk werk (Smw) en de OJG (ondersteuner jeugd en gezin) • Komende jaren willen we meer zorg op collectieve wijze inzetten en ontwikkelen. • We anticiperen op de ontwikkelingen binnen de Hervormingsagenda jeugd door lokaal en regionaal te verkennen hoe we aan de richtlijnen kunnen voldoen voor sterke sociale teams. • We zijn gaan experimenteren met een poortwachter voor de toegang tot de participatiewet.
2.2 Toegang Wmo en Jeugdhulp Meldingen Wmo en Jeugdhulp Sinds april 2024 kunnen we management informatie uploaden uit onze nieuwe Suite4SR (werkapplicatie van het sociaal team). Daarmee hebben we voor het eerst inzicht in de hoeveelheid meldingen voor Wmo en Jeugdhulp. Een melding is een telefoontje of een bericht waarin een inwoner een hulpvraag stelt. Een melding kan uitmonden in het verstrekken van een voorziening of een afwijzing, maar kan ook resulteren in een adviesgesprek of verwijzing naar het voorliggend veld. Op voorhand wordt de hulpvraag zo breed mogelijk gesteld en uitgevraagd. Wanneer een in inwoner een melding doet, dan verdelen we de melding onder naar soort hulpvraag. Vragen m.b.t. klassieke Wmo betreffen hulpvragen/meldingen over huishoudelijke hulp, woningaanpassingen en hulpmiddelen. Vragen m.b.t. Wmo nieuw zijn hulpvragen/meldingen over dagbesteding en begeleiding. Gemiddeld verwerkt het sociaal team zo’n 150 indicaties per maand (nieuwe en herindicatie). Het sociaal team bestaat uit 23 medewerkers (18,81 fte). De meldingen Wmo en jeugd worden voornamelijk behandeld door de 8 consulenten uit het sociaal team. Totale formatie hierop is 2,2 fte jeugdconsulent en 4,3 fte wmo-consulent.
6
Aantal meldingen Sociaal team (april 2024 t/m december 2024). Soort melding
Aantal
Soort Melding
Aantal
Adviesgesprek
53
Klassieke Wmo
333
Jeugd
223
Klassieke Wmo herindicatie
129
Jeugd herindicatie
62
Klassieke Wmo spoed
22
Jeugd spoed
8
Verkort proces HH
127
Overig
20
Verkort proces vervoer
53
Veiligheid
5
Wmo nieuw
126
Wmo nieuw herindicatie
149
Wmo nieuw spoed
9
TOTAAL aantal meldingen 1319 (9 maanden) Tabel 1: Bron: suite4SR – meldingen april 2024 t/m december 2024
Wachttijden We weten dat de wachttijden fluctueren door toe- of afname van hulpvragen. Het aantal binnen gekomen meldingen kan flink verschillen per maand (laagste aantal in november (111 meldingen); hoogste aantal in september (182 meldingen). Ook kan soms ziekte en vertrek van personeel mee spelen bij een tijdelijke wachtduur. Sinds najaar 2024 zijn we gaan werken met een nieuw verdeelmodel. Als een hulpvraag binnenkomt, vindt er altijd triage plaats bij de frontoffice. Er wordt gekeken of er sprake is van spoed of dat het voorliggend veld met de hulpvraag aan de slag kan. Zoals bijvoorbeeld ondersteuning door Mee en Sterker (kortdurende hulpverlening) of bijvoorbeeld Perspectief of een jongerenwerker. Spoedmeldingen worden met voorrang opgepakt. Als er sprake is van een hulpvraag die door het sociaal team moet worden opgepakt, wordt deze binnen 2 weken verdeeld aan een consulent. Daarna wordt er zo snel mogelijk een afspraak ingepland voor een gesprek. Afhandeling vindt plaats binnen de wettelijke termijnen van de Wmo en jeugdwet (uitzonderingen daargelaten). Wel kan het zijn dat na toekenning van de indicatie er bij aanbieders nog een wachtlijst is. Dit is afhankelijk van de aanbieder en de betreffende problematiek. Soms hebben we te maken met cliënten waarbij sprake is van blijvende casusregie.
Deze casussen blijven langer openstaan om de hulpverlening goed te kunnen volgen.
Ontwikkelingen toegang Wmo en Jeugdhulp Er zijn verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op de toegang en aantal meldingen voor de Wmo en de jeugdhulp. 1. In 2024 is de Verordening voor Wmo en Jeugdhulp aangepast. Daarbij is de definitie van eigen kracht, gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp herzien. Deze herziening is ingegeven door de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 mei 2024 waarbij zij gemeenten heeft opgeroepen om duidelijker in haar verordeningen en beleidsregels op te nemen wat deze termen betekenen. De scherpere omschrijving maakt dat we gerichter kunnen (aan)sturen op de zelfredzaamheid van inwoners en op hun eigen kracht. 7
2. We verwachten in 2027 een aanpassing van de eigen bijdrage regeling. De eigen bijdrage Wmo wordt vanaf 1 januari 2027 afhankelijk van inkomen en vermogen. Dat heeft de Staatsecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport laten weten aan de Tweede Kamer. Het was eerst 2026. Het schuift een jaar op door een vertraging in het wetgevingstraject. 3. De hervormingsagenda Jeugd vraagt van gemeenten om te gaan werken als Sterke lokale teams. Ook wordt er gewerkt aan een ontwikkelagenda voor het onderwijs. Dit kan ook iets betekenen voor de toegang tot de Wmo en Jeugdhulp in de toekomst.
2.3 Verwijzers Jeugdwet Niet alleen het Sociaal Team mag een inwoner verwijzen naar jeugdhulp. Ook jeugd- en huisartsen, gecertificeerde instellingen en de rechtbank mogen verwijzen naar jeugdhulp. In onderstaand overzicht is te zien wie er in 2024 verwezen naar jeugdhulp.
HERKOMST TOEWIJZINGEN NAAR JEUGDHULP Sociaal Team
Huisarts
Gecertificeerde Instelling en Rechtbank
Medisch specialist en jeugdarts
2024
38%
41%
9%
12%
2023
36%
42%
11%
11%
2022
35%
41%
12%
11%
Tabel 2: Realisatie per verwijzer. (Bron: Initi8)
De huisarts verwijst het vaakst naar jeugdhulp in Beuningen (zie tabel 1). Zij verwijzen vooral door naar de specialistische jeugd GGZ (JGGZ). Een derde van de verwijzingen van de huisarts is via de Ondersteuner Jeugd en Gezin gelopen. Zij zijn sinds 2024 beschikbaar voor alle huisartsenpraktijken. Het Sociaal team geeft ruim een derde van de indicaties af. Als zij verwijzen hebben we de meeste invloed op de afgegeven jeugdhulp. Zij verwijzen de meeste jeugdigen naar reguliere en specialistische begeleiding of jeugdhulp met verblijf Binnen het sociaal team werken we met beschikbaarheid van gedragsdeskundigen van Thujapark psychologen en Aalsterveld psychologen. Ook kunnen we gebruik maken van expertise bij verschillende andere deskundigen en adviestafels (bijvoorbeeld het RET, jeugdbeschermingstafel, REPS etc.). 8
2.4 Ondersteuner Jeugd en Gezin Om meer en beter zicht en invloed te krijgen op de doorverwijzingen van de huisartsen, werken we sinds een 1,5 jaar met de inzet van de OJG (ondersteuner jeugd en gezin). Sinds de zomer 2024 is hiervoor ca 1,3 fte beschikbaar. De OJG kan zelf voorliggend casuïstiek oppakken en met enkele gesprekken een doorverwijzing voorkomen. Ook kan de OJG triage doen voor de huisarts, zodat de jeugdige op de juiste plek terecht komt bij een doorverwijzing. Sinds juli 2024 werkt de OJG met het nieuwe systeem van Zorgdomein, waardoor er rechtstreeks beveiligd gecommuniceerd kan worden met de huisarts. Uit het Systeem van Zorgdomein kunnen we de volgende aantallen halen voor wat betreft de inzet OJG sinds juli 2024.
Problematiek aangegeven door huisarts
Aantal aanmeldingen bij OJG door huisarts
Cognitieve ontwikkeling
16
Gezins- en omgevingsproblemen
35
Opvoedingsproblemen
12
Verwaarlozing/mishandeld
1 64
Tabel 3: uitdraai Zorgdomein 2e half jaar 2024. Deze cijfers betreffen dus aantallen van een half jaar. In de praktijk zien we dat huisartsen vaak ook in de onderlinge samenwerking de OJG weet te vinden en (telefonisch of fysiek) de OJG consulteert voor advies. Deze adviesvragen zijn in deze cijfers niet terug te vinden. In 2025 willen we de systemen zo inrichten dat we beter kunnen zien of de inzet van de OJG heeft geleid tot het voorkomen van de inzet van zorg bij een aanbieder (zoals J-GGZ). Hiervoor moeten we onze instrumenten en werksystemen anders gaan inrichten. Er is periodiek overleg met de huisartsen op bestuurlijk niveau Dit is een constructief overleg, waarbij we ook de samenwerking OJG en huisarts bespreken.
2.5 Schoolmaatschappelijk werk Schoolmaatschappelijk werk is vanuit het sociaal team aanwezig op alle PO scholen in Beuningen. Er is ca 1,5 fte aan schoolmaatschappelijk werk ingezet vanuit het sociaal team. Afgelopen periode heeft het schoolmaatschappelijk werk zich sterk ontwikkeld binnen de scholen. Op dit moment proberen we een transitie te maken van individuele hulpvragen naar collectief groepsaanbod. Omdat de schoolmaatschappelijk werker zonder indicatie werkt (in het voorveld, op de scholen), kunnen we hiervan geen gegevens uitdraaien. Voor de toekomst willen we bekijken hoe we hun inzet in de scholen in beeld kunnen brengen. Dit vereist ook andere inzet van registratie van schoolmaatschappelijk werk, dat we moeten afzetten tegen de administratieve lasten die registratie met zich meebrengt.
9
2.6 Tevredenheid over de toegang Wmo en Jeugdhulp Tevredenheid meten we via het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek onder inwoners die voor het eerst een aanvraag doen. Voor deze jaarrapportage zijn de cijfers over geheel 2024 nog niet bekend. Deze zullen in de volgende rapportage worden opgenomen. De cijfers die hier zijn opgenomen gaan over 2013. Van degenen die voor het onderzoek benaderd zijn, heeft 12% van de jongeren gereageerd, 19% van de ouders en 45% van de inwoners die een Wmo-aanvraag deden. Deze responscijfers zijn representatief vergeleken met landelijke respons cijfers. Om de deelname van jongeren voor 2024 te verhogen zijn we gaan werken met een cadeaubon bij het invullen van de enquête. In het cliëntervaringsonderzoek 2023 zien we een forse verbetering ten opzichte van 2022 als het gaat om de tevredenheid in de toegang voor jeugdhulp. Voor wat betreft Wmo blijven de cijfers stabiel.
Jeugdwet - Jongeren
Jeugdwet – Ouders/verzorgers
10
Wmo
2.7 Toegang Participatiewet en Schuldhulpverlening De toegang tot de participatiewet is wettelijk strak geregeld. Hier zijn weinig sturingsmogelijkheden in. Om de instroom te beperken en de uitstroom te versterken, zijn we gestart met een pilot voor een poortwachter, frequenter hercontroles en jobcoaching voor statushouders. Hiermee willen we de instroom dempen en werkzoekenden beter begeleiden, zodat de bijstandscijfers op termijn hopelijk verbeteren.
Schuldhulpverlening Voor schuldhulpverlening zijn we in mei 2024 met een nieuwe vakapplicatie (Stratech) gaan werken. Op dit moment hebben we nog geen managementgegevens die we kunnen uitdraaien. In de volgende monitor verwachten we meer gegevens te kunnen genereren van het aantal schuldhulpverleningstrajecten.
11
3. Jeugd 3.1 Belangrijkste bevindingen Belangrijkste bevindingen • Het aantal jeugdigen neemt in 2024 weer toe (in absolute zin). • Het aantal jeugdigen met jeugdhulp neemt weer af. • Het aantal jeugdigen in verblijf neemt af; de meerderheid van de jongeren verblijft in gezinsgerichte jeugdhulp. • We zien een toename van het aantal jeugdigen met jeugd GGZ. • Jeugdigen zijn positiever over de resultaten van de jeugdhulp in het cliëntervaringsonderzoek, ten opzichte van het voorgaande jaar.
3.2 Algemeen beeld jeugdhulpgebruik Aantal jeugdigen onder de 18 jaar in Beuningen Eén vijfde van de inwoners in Nederland en Beuningen is onder de 18 jaar. In grafiek 1 is te zien dat het totaal aantal jeugdigen (blauwe lijn) in de gemeente stijgt met 100 kinderen sinds 2020. De stijging is vooral zichtbaar bij jonge kinderen tot 12 jaar.
Jeugdigen in Beuningen 2500
4920
Aantal jeugdigen
4880 4860
1500
4840 1000
4820 4800
500
Totaal aantal jeugdigen
4900 2000
4780 0
4760 2020
2021
2022
2023
2024
Astitel 0-3 jaar
4-11 jaar
12-17 jaar
Jonger dan 18 jaar
Grafiek 1: Aantal jeugdigen in Beuningen onder 18 jaar per leeftijdscategorie afgezet tegen het totaal aantal jeugdigen in dat jaar (bron: waar staat je gemeente).
Aantal jeugdigen met jeugdhulp De afgelopen jaren lag het percentage van jeugdigen met jeugdhulp in Beuningen hoger dan landelijk. De laatste twee jaren zijn wij naar het landelijk gemiddelde toegegroeid. In 2023 lag dit percentage zelfs gelijk (13,9%).
12
Percentage jongeren met jeugdhulp (aandeel t/m 18 jaar) 15,0% 13,0%
11,8% 10,8%
11,8%
11,0%
13,2%
12,3%
12,6%
12,3%
13,4%
14,0%
13,5%
13,2%
13,4%
13,9% 13,9%
11,9%
11,4% 10,8%
10,0%
9,0% 2015
2016
2017
2018 Beuningen
2019
2020
2021
2022
2023
Nederland
Grafiek 2: Percentage jeugdigen met jeugdhulp tot 18 jaar 2015-2023.(Bron: www.waarstaatjegemeente.nl)
Wie maken er gebruik van jeugdhulp Vooral jeugdigen van 4-11 jaar maken gebruik van jeugdhulp (zie grafiek 3). Jeugdhulp wordt het vaakst ingezet in het dorp Beuningen (zie grafiek 4).
Percentage jeugdigen met jeugdhulp per leeftijdscategorie
0-3 jaar
4-11 jaar
12-17 jaar
18-22 jaar
Grafiek 3: Percentage jeugdigen met jeugdhulp per leeftijdscategorie (Bron: Initi8).
Woonplaats van jeugdigen waarvoor gemeente Beuningen financieel verantwoordelijk zijn
Beuningen
Ewijk
Winssen
Weurt
Overig
Onbekend
Grafiek 4: Woonplaats van jeugdigen met jeugdhulp waar gemeente Beuningen financieel verantwoordelijk voor is.
Verhouding Zorg in natura – Persoonsgebondenbudget Jeugdhulp is op twee manieren in te zetten; - via Zorg in Natura (Zin): de gemeente koopt zorg in. - via een Persoonsgebonden budget (PGB): ouders/verzorgers kopen zelf de zorg in. Het aantal ouders/verzorgers dat zelf de zorg inkoopt met een PGB daalt. In 2022 koos 4% voor een PGB. In 2024 nog maar 2%. We denken dat dat komt doordat er een breed aanbod van zorg beschikbaar is met veel keuzevrijheid. We weten ook dat het uitvoeren van een PGB vaardigheden vraagt die niet iedereen bezit. Het Sociaal Team kijkt daarnaast ook altijd zorgvuldig wat onder eigen kracht en gebruikelijke zorg valt. Dit wordt dan niet in een PGB toegekend.
13
3.3 Zorggebruik per bouwsteen De jeugdhulp wordt in zeven verschillende bouwstenen aanbesteed. In deze paragraaf zoomen we in op de verschillende vormen van jeugdhulp: 3.3.1. Ambulante begeleiding 3.3.2. Ambulante behandeling 3.3.3. Jeugdhulp met verblijf 3.3.4. Jeugd Ggz 3.3.5. Jeugdbescherming 3.3.6. Jeugdreclassering 3.3.7. Landelijke transitie arrangementen (LTA) 3.3.1. Jeugdhulp ambulant Onder ambulante jeugdhulp valt reguliere en specialistische begeleiding, dyslexiezorg en ambulante behandeling. Reguliere en specialistische begeleiding Meer jeugdigen maken gebruik van reguliere begeleiding. Wel krijgen zij gemiddeld minder uur begeleiding. In totaliteit neemt het aantal uren reguliere begeleiding af. We zien dat jeugdigen steeds vaker gebruik maken van groepsgerichte begeleiding. Dat past bij de ontwikkeling die we stimuleren. Minder jeugdigen maken gebruik van specialistische begeleiding. Ook de totale urenafname daalt. Een verklaring voor deze daling is de inzet van schoolmaatschappelijk werk, de ondersteuner Jeugd en Gezin bij de huisarts en MEE/Sterker. dragen mogelijk ook bij aan de daling van reguliere en specialistische inzet. In grafiek 5 specificeren we het gebruik van aantal uren reguliere begeleiding en specialistische begeleiding.
REGULIERE EN SPECIALISTISCHE BEGELEIDING 2022 2023 2024
0
2.000
4.000
6.000
8.000
10.000
12.000
UREN INZET PER JAAR Specialistische begeleiding
Reguliere begeleiding
Grafiek 5: Aantal uren reguliere en specialistische begeleiding (bron Initi8)
Dyslexiezorg Het aantal jeugdigen met dyslexiezorg is de afgelopen jaren met 56% toegenomen (zie grafiek 6). Tegelijkertijd zien we een verminderde productie; meer jeugdigen krijgen hulp bij dyslexie alleen met een korter traject.
14
Aantal jeugdigen met dyslexiezorg 2500
100
2000 1500 1000
83
78 1911
1852
53 1285
80 60 40
500
20
0
0 2022
2023
Aantal uren
2024 Aantal jeugdigen
Grafiek 6: Aantal uren dyslexiezorg afgezet tegen het aantal unieke jeugdigen (bron Initi8)
3.3.2. Ambulante behandeling Minder jeugdigen maken gebruik van ambulante behandeling; ook de totale productie is gedaald (zie grafiek 7). Door hogere tarieven is deze beweging in de kosten nog niet in dezelfde mate zichtbaar. We zien in de praktijk dat de complexiteit van de problemen van jeugdigen in ambulante behandeling toeneemt en dat het moeilijk is de zorg af te bouwen of te stoppen.
4600
120
4400
100
4200
80
4000
60
3800
40
3600
20
3400
0 2022
2023
2024
totaal aantal unieke jeugdigen
aanatl uren ambulante behandeling
Ambulante behandeling J&O/J-LVG
Astitel Realisatie
Aantal unieke jeugdigen
Grafiek 7: Aantal uren ambulante behandeling afgezet tegen het aantal unieke jeugdigen met behandeling. (bron Initi8)
3.3.3. Jeugdhulp met verblijf Onder jeugdhulp met verblijf vallen verschillende vormen van verblijf. Ons uitgangspunt is dat jongeren zoveel mogelijk gezinsgericht opgroeien. We streven daarom naar meer verblijf in pleegzorg of een gezinshuis, en minder in een jeugdzorginstelling. Het aantal jeugdigen in verblijf fluctueert van 45 in 2022, 49 in 2023 naar 43 in 2024. Een ruime meerderheid maakt gebruik van gezinsgerichte verblijfsvormen, of verblijfsvormen waar aan de zelfstandigheid van een jeugdige wordt gewerkt (zie grafiek 8). We zien echter dat het gebruik van pleegzorg en gezinshuiszorg daalt, ten opzichte van voltijdsinstellingen. Dit komt door matchingsproblemen. De werving van nieuwe pleeggezinnen stokt, waardoor de wachtlijst oploopt. Ook komt het voor dat de problematiek van kinderen te zwaar is om deze kinderen binnen pleegzorg te plaatsen.
15
In de eerste helft 2024 was er ook een verzwaring van de problematiek van jeugdigen te zien; het gebruik jeugdzorg plus en instelling voltijd schoot omhoog en was voor de zomer al hoger dan heel 2023. Na de zomer is deze inzet weer gestabiliseerd. Dat laat vooral zien dat de cijfers soms te verklaren zijn door één of enkele jeugdigen. De gecertificeerde instellingen en de rechtbank waren verwijzers voor deze zorg. De hulp is vaak al zo intensief dat het een behoorlijke tijd in beslag neemt om de jeugdige weer thuis te krijgen, of naar een alternatieve vorm van gezinsgericht wonen.
Percentage jeugdigen per type verblijf 7%
19%
24% 26%
2% 21%
Gezinshuis Leerhuis/kamertraining Instelling (voltijd)
Pleegzorg Jeugdzorg Plus Verblijf overig
Grafiek 8: Percentage jeugdigen in verblijf in 2024 per type verblijf (bron Initi8).
3.3.4. Jeugd GGZ De landelijke trend is dat steeds meer jeugdigen gebruik maken van jeugd GGZ. We zien deze stijging ook in Beuningen. Bij de basis- GGZ zien we dat het aantal jeugdigen is gestegen. De productie is echter niet mee gegroeid Dat betekent dat meer jeugdigen minder zware trajecten ontvangen (zie grafiek 9). Het aantal jeugdigen met specialistische GGZ neemt ook toe. We zien dat de productie is gegroeid wat betekent dat meer jeugdigen specialistische jeugdhulp nodig hebben én deze trajecten steeds zwaarder worden (zie grafiek 10). We weten nog onvoldoende wat de oorzaak is van deze groei. Hier gaan we nader onderzoek naar uitvoeren. Dat past ook bij het aanbevelingen van de Rekenkamer ‘Jeugdzorg op de agenda’. Grafiek 18: Aantal jeugdigen met jeugd GGZ. (Bron: Initi8)
Basis jeugd GGZ
Specialistische jeugd GGZ
3.000
200
20.000
320
15.000
310
2.000
190
10.000
300
1.000
180
5.000
290
170
0
0 2022 Realisatie
2023
2024
Aantal unieke jeugdigen
Grafiek 9: Aantal uren basis jeugd- GGZ afgezet tegen het aantal unieke jeugdigen(Bron: Initi8)
280 2022 Realisatie
2023
2024
Aantal unieke jeugdigen
Grafiek 10: Aantal uren specialistische jeugd GGZ afgezet tegen het aantal unieke jeugdigen (Bron: Initi8)
3.3.5. Jeugdbescherming Binnen Jeugdbescherming wordt voornamelijk gewerkt met een onder toezicht stelling (OTS). Dit betekent dat de kinderrechter heeft geoordeeld dat de jeugdige ernstig bedreigd wordt in zijn ontwikkeling. Een voogd kijkt en beslist mee met ouders over de opvoeding. Bij de start wordt er 16
altijd een OTS van maximaal één jaar afgegeven, voordat er wordt ingezet op een meerderjarige OTS. Het aantal korte en lange OTS maatregelen is in 2024 gedaald (zie grafieken 11 en 12). Dit kan betekenen dat er voor jeugdigen en gezinnen voorliggende hulpverlening wordt gevonden waardoor er niet hoeft opgeschaald te worden naar de jeugdbeschermingstafel. We zijn in 2024 gestart met toetsing aan de jeugdbeschermingstafel. Door deze toets wordt voor ouders en jeugdigen duidelijk en overzichtelijk hoe de jeugdbeschermingstafel werkt, en wat van hen verwacht wordt. Aan deze tafel bespreken ouders, jongeren en hulpverlening ook samen wat is bereikt en kan er tijdig vervolghulp ingezet worden voor als de OTS stopt.
OTS > 1 jaar
OTS < 1 jaar 50
10
300
30
40
8
250
25
30
6
200
20
150
15
20
4
100
10
10
2
50
5
0
0
0 2022
2023
Realisatie
2024
0 2022
Aantal jeugdigen
Realisatie
Grafiek 11: Aantal korte OTS maatregelen jeugdigen met een maatregel. (bron Initi8)
2023
2024 Aantal jeugdigen
Grafiek 12: Aantal lange OTS maatregelen afgezet tegen het aantal jeugdigen met een maatregel. (bron Initi8)
3.3.6. Jeugdreclassering Het aantal jeugdigen met reguliere reclassering is de afgelopen stabiel. In 2024 maakten 7 jeugdigen hier gebruik van. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jeugdige tussen 12 en 18 jaar als zij met de politie in aanraking zijn geweest. Toewijzing verloopt via de rechtbank. 3.3.7. Landelijke transitie arrangementen (LTA) Landelijke transitie arrangementen worden voornamelijk ingezet via een medisch specialist of huisarts. Het gaat hierbij om zeer specialistische zorg voor zware en/of complexe problematiek. Deze jeugdigen kunnen bij reguliere aanbieders van zorg terecht met hun zorgvragen. Het gaat onder andere om genderproblematiek, eerwraak, zware GGZ zorg en eetproblematiek. In 2024 waren er 14 unieke jeugdigen met een LTA-arrangement (zie grafiek 13).
2000
20
1000
10
0
0 2022
2023
2024
Astitel Realisatie
Aantal jeugdigen
Aantal uren
LTA maatregelen
Aantal jeugdigen
Grafiek 13: Aantal uren LTA afgezet tegen aantal jeugdigen. (Bron: Initi8)
17
3.4. Verlengde jeugdhulp Wat opvalt is dat 40 jongvolwassenen gebruik maken van een vorm van verlengde jeugdhulp na hun 18de (zie grafiek 13). Dat is ongeveer 4% van het totaal aantal jeugdigen met hulp. Het gebruik is het hoogst bij jeugdhulp met verblijf (zie grafiek 15). Daarbij zien we dat de inzet vooral is gericht op het vergroten van zelfstandigheid (kamertraining etc.) of wordt ingezet voor verblijf in een gezinsgerichte verblijfssetting tot 21 jaar. Dat verklaart wel een deel van het gebruik na het 18de levensjaar.
Verlengde jeugdhulp totaal
Verlengde jeugdhulp in verblijf
7,50%
17,50%
7,50% 5%
2,50%
20%
10% 50%
40%
Ambulant 45%
GGZ Jeugdbescherming/reclassering Jeugdhulp met verblijf Kortdurend verblijf
Instelling voltijd
Gezinsgericht
Specialistsiche begeleiding
Kamertraining/leerhuis
Beschermd wonen
Grafiek 14: Percentage jongvolwassenen met verlengde jeugdhulp in 2024 (bron Initi8).
Grafiek 15: Percentage jongvolwassenen met verlengde jeugdhulp in verblijf in 2024 (bron Initi8).
3.5 Tevredenheid/ Resultaat over de jeugdzorg In het tevredenheidsonderzoek wordt meegenomen wat de jongeren of de ouder zelf vindt van het resultaat van inzet van de hulp.
Jeugdwet -Jongeren
18
Jeugdwet – Ouders/verzorger
s 3.6 Betaalbaarheid In deze paragraaf betaalbaarheid geven we alleen de kosten weer van de maatwerk- en individuele voorzieningen. Deze zijn daarom niet 1 op 1 langs de programmabegroting te leggen, omdat in de verschillende programma’s ook andere kosten zijn opgenomen dan alleen de maatwerkvoorzieningen. Er is tevens voor gekozen om maar een beperkte verklarende tekst te geven van de cijfers. Uitgebreidere en verklarende teksten zijn worden opgenomen in de vaste P&C-documenten zoals de jaarrekening, voorjaarsnota, begroting en herfstnota. 2023
2024
Beuningen
Realisatie 2023
Primitieve Herfstnota Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil uitgave t.o.v. herfstnota
6.2 - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
€ 10.000
€ 25.000
€ 15.000
€ 15.000
€0
6.72a – Jeugdhulp begeleiding 6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.72c – Jeugdhulp dagbesteding
€ 1.440.000
€ 1.320.000
€ 1.490.000
€ 1.435.000
€ 55.000
€ 730.000
€ 760.000
€ 790.000
€ 800.000
€ -10.000
€ 695.000
€ 690.000
€ 550.000
€ 555.000
€ -5.000
6.73a – Pleegzorg
€ 265.000
€ 400.000
€ 200.000
€ 185.000
€ 15.000
6.73b – Gezinsgericht
€ 630.000
€ 630.000
€ 450.000
€ 525.000
€ -75.000
6.73c - Jeugdhulp met verblijf overig
€ 1.040.000
€ 1.080.000
€ 1.380.000
€ 1.375.000
€ 5.000
6.74a – Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf 6.74b – Crisis/LTA/GGZverblijf
€ 2.345.000
€ 2.300.000
€ 2.820.000
€ 2.740.000
€ 80.000
€ 200.000
€ 300.000
€ 350.000
€ 380.000
€ -30.000
6.74c – Gesloten plaatsing 6.82a – Jeugdbescherming 6.82b – Jeugdreclassering
€ 145.000
€ 100.000
€ 195.000
€ 135.000
€ 60.000
€ 320.000
€ 350.000
€ 320.000
€ 340.000
€ -20.000
€ 55.000
€ 60.000
€ 60.000
€ 55.000
€ 5.000
PGB Jeugd
€ 235.000
€ 295.000
€ 185.000
€ 190.000
€ -5.000
Totaal
€ 8.110.000
€ 8.310.000
€ 8.805.000
€ 8.730.000
€ 75.000
19
De kosten van de jeugdhulp zijn de afgelopen jaren gestegen en dit zet zich voort. Dit komt door verschillende aspecten: De transformatie van jeugdzorginstellingen naar kleinschalige voorzieningen zorgt voor een kostenstijging. Daarnaast zorgen krapte op de arbeidsmarkt en de CAO-stijging van de afgelopen jaren (die hoger was dan reguliere indexatie) voor stijgende tarieven. De bovenstaande tabel bevat de realisatiecijfers over 2024. Er is voor gekozen de bedragen af te ronden op duizendtallen. Ten opzichte van de herfstnota zien we een positief resultaat op de inzet van jeugdhulp. Op basis van prognoses zijn er mutaties doorgevoerd bij de herfstnota. Er is bijvoorbeeld een besparing verwacht op jeugdhulp dagbesteding, pleegzorg, en de uitgaven voor pgb. Zichtbaar is dat deze besparingen op een klein bedrag na zijn uitgekomen. Op een aantal jeugdproducten verwachtte we een stijging op basis van de prognoses. Dat betrof bijvoorbeeld begeleiding, jeugdhulp met verblijf en de Jeugd GGZ. De verwachtte realisatie bleek positiever dan het eerste half jaar deed vermoeden.
20
4. Wmo 4.1 Belangrijkste bevindingen Wmo Belangrijkste bevindingen Wmo • •
•
• •
•
Het Wmo voorspelmodel laat een verwachting zien van een stijging van 18% Wmo gebruik in 2028 t.o.v. 2023. Met name de groep inwoners in de leeftijdscategorie 76-85 jaar met huishoudelijke hulp is de afgelopen jaren fors gestegen. Dit is een trend die vermoedelijk door zal blijven zetten gezien de vergrijzing en de sturing op zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Reguliere begeleiding is gestegen met 20%. Een verkennende sessie met het ondersteuningsbureau en het sociaal team leverde op dat de stijging het gevolg is van de verhoogde intensiteit en de trajectomvang van de hulp Specialistische begeleiding kent een fluctuerend patroon met een stijging van 6% t.o.v. het afgelopen jaar. We zien het aantal klanten met hulp bij het huishouden en gebruikers van hulpmiddelen nog steeds stijgen. Mogelijk als gevolg van de vergrijzing en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Vervoer kent van oudsher een stijgende tendens in kosten, mede ingegeven door vergrijzing en verhogingen van vervoerskosten.
4.2 Algemeen beeld Wmo gebruik Totaal aantal volwassenen dat hulp ontvangt Om het totale zorggebruik binnen de WMO inzichtelijk te maken, werkt gemeente Beuningen mee aan de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD), die periodiek op www.waarstaatjegemeente.nu wordt gepubliceerd. In deze monitor maken we gebruik van de meest recent beschikbare gegevens, die over het eerste half jaar van 2024. De gegevens uit de GMSD over het tweede half jaar van 2024 worden gepubliceerd na oplevering van deze monitor en zullen in een volgende monitor worden meegenomen. In de gemeente Beuningen waren er in het eerste halfjaar van 2024 in totaal 1600 unieke WMOcliënten. Binnen de Wmo wordt onderscheid gemaakt in product categorieën: - Ondersteuning thuis, zoals begeleiding of persoonlijke verzorging. - Huishoudelijke hulp. - Verblijf en opvang, zoals spoedopvang. - Hulpmiddelen en woningaanpassingen zoals rolstoelen en trapliften.
21
Woonplaats Wmo cliënten Beuningen
Waar wonen inwoners die gebruik maken van maatschappelijke ondersteuning?
Beuningen
Ewijk
Winssen
Weurt
Grafiek 16: Bron: Initi8 op wijkniveau.
Unieke clienten eerste halfjaar 2023 10
Unieke clienten eerste halfjaar 2024
30
15
1525 Zorg in Natura
PGB
PGB + Zorg in Natura
40
1545 Zorg in Natura
PGB
PGB + Zorg in natura
Grafiek 17 en 18: Bron: waar staat je gemeente.nl. In bovenstaande cirkels is het aantal unieke Wmo cliënten uitgesplitst naar financieringsvorm. Dit is Wmo inclusief beschermd wonen. Gemeentelijke monitor sociaal domein - 2. Wmo Beuningen
Verhouding zorg in natura – PGB In onze eigen systemen worden voorzieningen ook uitgesplitst naar een voorziening via een Persoonsgebonden Budget (PGB) of een voorziening via Zorg in Natura (ZIN). En sommige inwoners hebben zowel hulp die ze zelf inkopen (PGB) als een gecontracteerde zorgaanbieder. Verreweg de meeste hulp verloopt via Zorg in Natura. Zorg inkopen via een PGB kan prettig zijn voor inwoners, die meer regie willen voeren op welke partij of medewerker die zorg gaat leveren. Zie hierboven voor de verhoudingen in het eerste halfjaar van 2023 t.o.v. het eerste half jaar van 2024. Op de totalen zien we dat het percentage inwoners dat gebruikt maakt van een PGB om hulp in te kopen, stabiel is gebleven en iets terug is gelopen van 3% naar 2,5%. Voor bijbehorende financiële vertaling wordt verwezen naar paragraaf 4.5. In ons beleid sturen we erop aan dat het mogelijk moet blijven voor mensen om zelf een keuze te maken of zij ondersteuning wensen te ontvangen vanuit ZIN of PGB. Wel moeten mensen in staat zijn om aan de voorwaarden te voldoen en hanteren we uitsluitingsgronden om onwenselijke situaties te voorkomen, zoals oneigenlijk gebruik van budget of het onvermogen om de bijbehorende administratie te voeren. Het sociaal team kijkt hierin bij aanvraag met de inwoner mee.
Wmo voorspelmodel Het blijft van belang om de kostenontwikkeling voor maatschappelijke ondersteuning te monitoren, omdat voor de komende jaren voorspeld is dat het aantal WMO-gebruikers jaarlijks 22
zal stijgen. Met deze monitor tonen we de meest recente gegevens van het Wmo voorspelmodel. In 2028 18% meer gebruikers dan in 2023. De toename is hiervan gradueel per jaar weergegeven
Bron: Grafiek 19: WMO voorspelmodel, aantal wmo-gebruikers in percentage t.o.v. 2023. Wmo voorspelmodel
Toenemende vergrijzing Dat is grotendeels te verklaren vanuit de toenemende vergrijzing. Waar gemeente Beuningen zich nu nog onder het landelijk percentage bevindt, zal het percentage 75+’ers al voor 2030 naar verwachting boven het landelijk gemiddelde uit zijn gestegen en blijven stijgen, totdat rond 2045 de vergrijzing zal stabiliseren.
Grafiek 20: Bron: www.beuningen.incijfers.nl, percentage 75+ van alle inwoners. Groene lijn = Beuningen, oranje lijn = Nederland
4.3 Zorggebruik per bouwsteen Maatschappelijke ondersteuning wordt aanbesteed in 7 verschillende bouwstenen. In deze paragraaf gaan we in op de verschillende vormen: 4.3.1. Dagbesteding 4.3.2. Ambulante begeleiding 4.3.3. Kortdurend verblijf 4.3.4. Hulp bij het huishouden 4.3.5. Wmo-vervoer 23
4.3.6. Hulpmiddelen 4.3.7. Woningaanpassingen 4.3.1. Dagbesteding In onderstaande grafiek is het regionaal gecontracteerde aanbod van dagbesteding opgenomen. Géén onderdeel hiervan zijn de lokaal gecontracteerde dagbesteding via Personnebos, vanuit stichting Perspectief (Proathuys) en de dagbesteding ZMW. Hieronder staat het geleverde aantal dagdelen dagbesteding voor volwassenen. In 2022 zagen we, mede door het opheffen van de coronamaatregelen, een toename. Mensen durfden weer naar de dagbesteding te komen waar ze eerder terughoudend waren in verband met de kans op besmettingen. De verwachte stijging in 2023 zette niet door. Het aantal gebruikers en dagdelen is daarna in 2024 stabiel gebleven. Dagbesteding is een interessante voorziening omdat deze vooral bijdraagt in vragen van inwoners over participatie, sociaal-maatschappelijke deelname en het vinden en houden van een zinvolle dag invulling.
Aantal dagdelen dagbesteding 2024
3703
2023
3702
2022
3300
4321
3400
3500
3600
3700
3800
3900
4000
4100
4200
4300
4400
Realisatie Grafiek 21: Bron: Initi8, Realisatie Q op versiedatum 5 februari 2025, Dagbesteding, 07A03 07A11 07L02
4.3.2. Ambulante begeleiding Onder ambulante begeleiding valt reguliere begeleiding, specialistische begeleiding en specialistische begeleiding in een groep. Reguliere en specialistische begeleiding (in een groep) Voor zowel individuele begeleiding als begeleiding in groepsvorm is het aantal uren geboden begeleiding in onderstaande staafdiagram te zien. De verwachting dat reguliere begeleiding met zo’n 20% zou stijgen, blijkt nu ook uit de jaarcijfers. Bij de vorige monitor werd al geconstateerd dat er meer uren hulp werd geboden, terwijl het aantal cliënten vrijwel gelijk bleef. Dit werd vooral bij zorgaanbieder HomeInstead gezien. Een verkennende sessie heeft daarom in oktober 2024 plaatsgevonden met zowel het sociaal team als het Regionaal OndersteuningsBureau (ROB) die voor onze gemeente alle data verwerken. Bij reguliere begeleiding zijn de redenen voor de stijging te wijten aan de intensiteit en de trajectomvang van de hulp. De vraagstukken waarvoor inwoners hulp vragen, zijn complexer en arbeidsintensiever geworden en kosten daarmee meer uren voordat de inwoner zelfstandig verder kan. 24
Bij specialistische begeleiding zien we een stijging t.o.v. 2023. Deze stijging betreft ruim 6%. We constateerden hierbij dat bij enkele van de zorgaanbieders sprake is van een stijging in de uren t.o.v. afgelopen jaar en zien we dat het aantal uren begeleiding kan fluctueren.
Reguliere en specialistische begeleiding in uren 320 2024
9687 13961
114 2023
7971 13066
323 2022
7811 13768 0
2000
4000
6000
Specialistische begeleiding in groep
8000
10000
Reguliere begeleiding
12000
14000
16000
Specialistische begeleiding
Grafiek 22: Bron: Initi8, Realisatie Q op versiedatum 5 februari 2025, reguliere begeleiding, 02A03. specialistische begeleiding, 02A05 en specialistische begeleiding in een groep 02A20
4.3.3 Kortdurend Verblijf In ons financiële systeem vallen hieronder de volgende posten; kortdurend verblijf, vervoer naar kortdurend verblijf en dagbesteding, casemanagement. In 2024 zien we dat er geen gebruik is gemaakt van kortdurend verblijf, maar vooral is ingezet op vervoer naar dagbesteding en in een enkel geval casemanagement. Kortdurend verblijf wordt normaliter ingezet op momenten dat mogelijkheden voor verblijf voor onze inwoner in de thuissituatie dan wel netwerk geen optie is, en dit komt gelukkig zelden voor. In 2024 hebben 12 cliënten gebruik gemaakt van vervoer naar dagbesteding (bron: Initi8, op versiedatum 3 maart 2025, 08A03). 4.3.4. Hulp bij het huishouden Hier kijken we naar het aantal cliënten dat gebruik maakt van huishoudelijke hulp. Het afgelopen jaar zijn er verschillende periodes geweest waarbij de aanbieders kampten met een personeelstekort. Dit kan effect hebben gehad op de wachtlijsten en het verzilveringspercentage. Vanuit de gemeente doen we aan verwachtingsmanagement richting onze klanten. We proberen samen met de aanbieders zoveel mogelijk in te spelen op de vraag die er is. Mede door vergrijzing stijgt het aantal huishoudelijke hulp indicaties. Dit is te zien in onderstaande afbeelding. Met name de leeftijdscategorie 76-85 jaar is de afgelopen jaren fors gestegen.
Dit is een trend die vermoedelijk door zal blijven zetten gezien de vergrijzing en de sturing op zo lang mogelijk thuis blijven wonen.
25
Grafiek 23: Bron: applicatiebeheer, Betreft zowel ZIN als PGB-klanten.
4.3.5 Wmo-vervoer Sommige cliënten hebben een vervoersvoorziening: een pas voor Avan-vervoer of een andere vervoersoplossing. Een andere vervoersoplossing is bijvoorbeeld een scootmobiel, een handbike of gebruik maken van het BuurtVervoer Beuningen (BVB), onder de vleugel van Stichting Perspectief. In 2023 is er door Moventum een evaluatie-onderzoek gedaan naar het buurtvervoer, om de vraag te beantwoorden in hoeverre het buurtvervoer bijdraagt aan de maatschappelijke deelname van onze kwetsbare inwoners. In dit onderzoek kwam o.a. naar voren dat BVB met grote waarschijnlijkheid bijdraagt aan de daling van Avan-ritten met de Wmo-vervoerspas in Beuningen. In 2018 werd gestart met BVB en werden 2003 ritten in dat jaar gereden. Dit getal is sinds 2023 enorm gestegen en in 2024 werden 11.558 ritten binnen de gemeentegrenzen van Beuningen gereden. BVB werkt met 3 auto’s en 49 vrijwilligers, die deze ritten verzorgen. Het lijkt erop, dat daarom het gebruik van de Wmo-vervoerspas (vervoer met Avan) achterblijft. Slechts ongeveer 1/5 deel van de inwoners met een pas gebruikt het momenteel actief. Een vergelijking met de regio is in het kader van het onderzoek van Moventum over BVB interessant. Er worden aanwijzingen gevonden die het aannemelijk maken dat BVB invloed heeft op het aantal inwoners dat in Beuningen zijn/haar pas actief gebruikt, dan wel aanvraagt.
Zie hieronder voor percentage gebruikers in Beuningen in verhouding tot (alle gemeenten in) de regio Arnhem-Nijmegen. 26
2023 2024
Pashouders
Actieve gebruikers
646 576
155 126
Percentage op totaal 24,0% 21,9%
Percentage regio 30,3% 32,1%
Tabel 4: Bron 2023 en 2024: managementrapportages BVO DRAN; Q3 en Q4 2024, Q1 2025.
4.3.6. Hulpmiddelen Zoals te zien is in onderstaande afbeelding is het aantal cliënten met hulpmiddelen gestegen. Het kan daarnaast zijn dat één cliënt meerdere hulpmiddelen heeft. Onder hulpmiddelen worden producten zoals rolstoelen en scootmobielen verstaan. Het aantal cliënten is de afgelopen jaren fors gestegen. Dit komt mogelijk door de vergrijzing. Een kanttekening bij deze cijfers is, dat sommige inwoners in de periode van 2019 t/m 2024 vanuit het vorig hulpmiddelencontract nog hulpmiddelen hebben ter beschikking hebben gehad vanwege de sterfhuisconstructie. Hierdoor kan het beeld iets vertekend zijn. We hebben daarnaast ook enkele hulpmiddelen als poolvoorziening zoals een rolstoel en duofiets. Deze kunnen door inwoners geleend worden bij de werf.
Aantal cliënten bij Welzorg 400 354 350 300 256 250 200
193
150 100 50 0 2022
2023
2024
Grafiek 24: Bron: Initi8.
4.3.7. Woningaanpassingen Het aantal (dure) woningaanpassingen fluctueert per jaar. Mede door de gestegen loon- en materiaalkosten en een aantal dure woningaanpassingen zien wij de totale kosten jaarlijks stijgen. Door de vergrijzing in combinatie met de sturing vanuit de overheid om inwoners langer thuis te laten wonen, zullen de kosten de komende jaren blijven stijgen. Voorbeelden van een woonaanpassing zijn een traplift, het breder maken van een deurkozijn, een aanbouw maken of een niet-verrijdbare douchevoorziening aanbrengen.
27
4.4 Tevredenheid/ Resultaat over de Wmo
4.5 Betaalbaarheid In deze paragraaf betaalbaarheid geven we alleen de kosten weer van de maatwerk- en individuele voorzieningen. Deze zijn daarom niet 1 op 1 langs de programmabegroting te leggen, omdat in de verschillende programma’s ook andere kosten zijn opgenomen dan alleen de maatwerkvoorzieningen. In deze paragraaf is er voor gekozen om een beperkte verklarende tekst te geven van de cijfers. Uitgebreidere en verklarende teksten zijn worden opgenomen in de vaste P&C-documenten zoals de jaarrekening, voorjaarsnota, begroting en herfstnota.
2023
2024 Verschil Primitieve
Herfstnota
Realisatie
Begroting
2024
2023
2024
Reguliere Begeleiding
486.036
530.000
Spec. Begeleiding Wmo
1.017.144
Dagbesteding
realisatie t.o.v. Realisatie 2024
herfstnota
640.000
627.807
12.193
1.100.000
1.225.000
1.147.509
77.471
164.019
180.000
180.000
166.986
13.014
Kortdurend verblijf
21.834
50.000
50.000
21.808
28.192
Huishoudelijke hulp
2.340.456
2.274.015
2.548.200
2.656.022
-107.822
Vervoersvoorzieningen*
214.074
155.000
155.000
215.138
-60.138
Rolstoelvoorzieningen
195.169
242.000
242.000
247.699
-5.699
Woonvoorzieningen Coll. Vraagafh. Verv. **
175.387 631.167
250.000 678.915
220.000 678.915
195.506 621.969
24.494
PGB (WMO vz.: HH + BG)
129.000
115.000
115.000
133.400
56.946 -18.400
5.374.286
5.574.930
6.054.115
6.033.844
20.271
Totaal
Bron: Lias, Realisatie totalen 2024, op alle productcategorieën WMO *Onder de vervoersvoorzieningen bedoelen we alle vervoershulpmiddelen, niet zijnde vervoer via de DRAN. **Onder de component collectief vraagafhankelijk vervoer via DRAN valt naast het WMO-vervoer ook het project MEEreizen en het routevervoer; jeugdwetvervoer en leerlingenvervoer.
28
Bovenstaande tabel bevat de realisatiecijfers over 2024. Op reguliere en specialistische begeleiding is de begroting bij de herfstnota incidenteel bijgesteld geweest vanwege de verwachtte stijgingen. Bij reguliere en specialistische begeleiding is gebleken dat dit nodig was vanwege de groei in het aantal geboden uren. Bij huishoudelijke hulp en hulpmiddelen (vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen) zijn de kosten verder gestegen. Dit beeld is passend bij de vergrijzing die wij zien in Beuningen.
29
5.Participatiewet (Inkomen en schuldhulpverlening) 5.1 Belangrijkste bevindingen Belangrijkste bevindingen Participatiewet en schuldhulpverlening • • • •
De uitstroom naar werk groeit weer voorzichtig. In 2024 (36) ten opzichte van 2023 (26) Hoge instroom Participatiewet in 2024 (97). Het bereik van de Klavervierpas is verder gestegen, en is erg goed voor een minimaregeling. We zijn gestart met een 2de participatiecoach, de benchmark Divosa en een noodfonds stichting urgente noden met Berg en Dal en Druten
5.2 WerkBedrijf Rijk van Nijmegen In april ontvangen we de officiële jaarrekening van WerkBedrijf. Hieronder delen we alvast enkele belangrijke cijfers die nu beschikbaar zijn. Uitstroom naar werk (personen) Uitstroom naar werk 2024 2023 2022 2021 2020 2019 2018
Jaarresultaten 36 26 42 39 43 58 66
Tabel 5: Bron: concept-jaarrekening WerkBedrijf
Plaatsingen betaald werk (personen) Plaatsingen betaald werk Plaatsingen op werk 0-28 uur Plaatsingen op werk > 28 uur
2023 28
2024 45
37
28
Plaatsingen prioritaire doelgroep 1 met 25 arbeidsbeperking 2 jongeren 20 3 55-plussers 12 4 statushouders 8
40 28 4 6
Tabel 6: Bron: concept-jaarrekening WerkBedrijf
We zien dat de uitstroom naar werk weer toeneemt, toch halen we het niveau pre corona nog niet. We zien een duidelijke stijging in parttime plaatsingen. Dit sluit aan bij onze verwachting, omdat het voor de huidige doelgroep lastig is om fulltime uit te stromen. Tegelijkertijd blijft het aantal statushouders dat uitstroomt achter bij wat we graag zouden zien. Hier willen we extra aandacht aan besteden in de komende periode. 30
5.3 Participatiewet Instroom en bestand Instroom in 2024 5.3.1 Gemiddelde doorlooptijd aanvragen algemene bijstand
Tabel 7: Bron: Divosa benchmark 2024
De doorlooptijd voor bijstandsaanvragen in Beuningen is in 2024 gedaald naar 13 dagen. Beuningen presteert hiermee eind 2024 beter dan zowel het regionale (coropgebied Arnhem/Nijmegen) als landelijke gemiddelde. Dit laat zien dat aanvragen sneller worden afgehandeld en de dienstverlening goed en efficiënt was in 2024.
5.3.2 Instroom en uitstroomcijfers 2024 Instroom algemene bijstand
Uitstroom algemene bijstand
Volume algemene bijstand
December 2024
6
5
379
November 2024
3
4
377
Oktober 2024
8
5
379
September 2024
9
15
386
Augustus 2024
8
8
385
Juli 2024
9
12
389
Juni 2024
11
8
388
Mei 2024
11
12
389
April 2024
12
7
385
Maart 2024
14
12
385
Februari 2024
6
13
384
Tabel 8: Bron: Divosa benchmark 2024
31
De instroom in de bijstand in Beuningen bleef in 2024 onverminderd hoog, waardoor de positieve effecten van hoge uitstroommaanden niet zichtbaar zijn in het totale bijstandsvolume. Vooral in maart, april en mei was de instroom flink, terwijl de uitstroom piekte in februari en september. Toch bleef het aantal bijstandsgerechtigden grotendeels stabiel tussen 385 en 389 personen.
5.3.3 Leeftijdsopbouw instroom
Grafiek 25: Bron: Divosa benchmark 2024
De leeftijdsopbouw bij de instroom in de bijstand in Beuningen wijkt af van vergelijkbare gemeenten, met name in de jongere leeftijdsgroepen. In 2024 bestond 38,3% van de instroom uit 18-27-jarigen, wat hoger is dan in gemeenten van vergelijkbare grootte (33,0%) en landelijk (31,6%). Ook de groep 27-35 jaar was met 22,5% groter dan in andere gemeenten. Daarentegen was de instroom van ouderen (55-65 jaar) in Beuningen lager (7,5%) dan elders, waar dit percentage tussen 10-10,5% lag. Dit betekent dat de bijstandsinstroom in Beuningen relatief jong is, wat in potentie gunstig is voor de uitstroom naar werk en de inzet van begeleidingstrajecten. Jongeren bieden binnen de Participatiewet doorgaans meer mogelijkheden tot uitstroom, maar door de sluiting van de WAJONG zien we dat steeds meer arbeidsbeperkte jongeren in de bijstand instromen. Deze groep heeft vaak intensieve begeleiding nodig en kunnen niet altijd volledig uitstromen. Toch biedt de jonge samenstelling van het bestand een kans.
32
5.3.4 Gezinssamenstelling instroom
Grafiek 26: Bron: Divosa benchmark 2024
De instroom in de bijstand in Beuningen wordt grotendeels gevormd door alleenstaanden (76,5%), wat vergelijkbaar is met gemeenten van vergelijkbare grootte (75,3%) en het landelijk gemiddelde (74,6%). Opvallend is dat het aandeel alleenstaande ouders in Beuningen lager is (5,9%) dan in andere gemeenten, waar dit percentage tussen 10,7% en 12,1% ligt. Daarentegen ligt het percentage gehuwden/samenwonenden met 17,6% juist hoger dan elders, waar dit gemiddeld 13,6%-12,8% bedraagt.
5.3.5 Bestand BUIG index ten opzichte van december 2020 in percentage
Grafiek 27: Bron: Divosa benchmark 2024
33
De BUIG-index in Beuningen is sinds begin 2023 structureel gestegen en ligt in december 2024 op 101% ten opzichte van december 2020. Dit betekent dat de uitgaven nu 1% hoger zijn dan in december 2020, terwijl vergelijkbare gemeenten en de regio Arnhem/Nijmegen een stabiele of dalende trend laten zien. Beuningen beweegt dus in de tegenovergestelde richting, wat samenhangt met de hogere instroom in de bijstand en verklaart waarom de BUIG-ontwikkeling hier minder gunstig is dan de regio.
5.4 Participatiewet Uitstroom 5.4.1 Duurzaamheid uitstroom (herinstroom binnen 12 maanden)
Grafiek 28: Bron: Divosa benchmark 2024
De herinstroom binnen 12 maanden in Beuningen schommelt het hele jaar rond de 1 à 2 personen, met enkele opvallende pieken, zoals in september 2023 en maart-mei 2024. Dit komt doordat mensen na een periode van werk, relatie, onderwijs of zelfstandigheid toch weer bijstand nodig hebben. Hoewel duurzame uitstroom naar werk ons doel is, wordt dit steeds uitdagender door verschillende zorgvragen waar onze inwoners mee te maken hebben. Voor veel inwoners is fulltime werken niet haalbaar, waardoor tijdelijke uitstroom soms gevolgd wordt door een herinstroom. We zien herinstroom dan ook niet per definitie als negatief. Het laat zien dat mensen kansen krijgen en proberen deel te nemen aan werk. Ons regionale beleidskader blijft gericht op het stimuleren van participatie, waarbij inwoners worden ondersteund om werk te proberen, terwijl de bijstand als vangnet blijft bestaan als dat nodig is.
34
5.4.2 Redenen beëindiging uitkeringen
Grafiek 29: Bron: Divosa benchmark 2024
De beëindiging van uitkeringen in Beuningen volgt grotendeels hetzelfde patroon als in vergelijkbare gemeenten, maar er zijn enkele opvallende verschillen. 32,1% van de beëindigingen komt door uitstroom naar werk, wat iets lager is dan gemeenten van vergelijkbare grootte (34,3%) en landelijk (33,7%). Het aandeel beëindigingen door handhaving (5,5%) ligt in Beuningen hoger dan gemiddeld. Dit komt doordat we weer actiever inzetten op handhaving via IBO. Ook het aandeel beëindigingen door andere inkomsten (12,8%) is vergelijkbaar met andere gemeenten. Dit gaat over situaties waarin mensen recht krijgen op AOW of nabestaandenuitkeringen, pensioenen, dividend en vergelijkbare inkomstenbronnen. Bovenstaande laat zien dat de uitstroom naar werk verder kan worden versterkt.
35
5.4.3 Beëindiging uitkering t.o.v. aantal personen in bestand met zelfde verblijfsduur
Grafiek 30: Bron: Divosa benchmark 2024
Toelichting: Deze grafiek laat zien hoeveel procent van het totale bijstandsbestand binnen een bepaalde verblijfsduur uitstroomt. Dit geeft inzicht in wanneer uitstroom het vaakst plaatsvindt, bijvoorbeeld kort na instroom of pas na een langere periode. De beëindiging van uitkeringen in Beuningen volgt een vergelijkbaar patroon als in andere gemeenten, met enkele kleine afwijkingen. Het hoogste percentage beëindigingen vindt plaats binnen de eerste drie maanden (6,1%), wat net iets lager is dan het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (6,5%) en landelijk (7,1%). Dit laat zien dat het grootste gedeelte van de instromers relatief snel weer uitstroomt, mogelijk door het vinden van werk of andere inkomsten. Opvallend is dat de uitstroom na 3-6 maanden (2,4%) in Beuningen lager ligt dan in andere gemeenten (3,7% en 3,9%), wat kan betekenen dat inwoners in deze periode meer moeite hebben met uitstroom. De uitstroom na 12-24 maanden (3,9%) is juist iets hoger dan gemiddeld, wat suggereert dat ons bestand wellicht wat langer nodig heeft om uit te stromen.
5.5. Schuldhulpverlening, Vroegsignalering en Armoede 5.5.1 Schuldhulpverlening We zijn nog in afwachting van de monitoring van KredietbankNL. We zijn hierover in overleg met KredietbankNL en werken eraan om zo snel mogelijk de belangrijkste gegevens te krijgen. We verwachten in de volgende rapportage meer informatie te kunnen delen. Ondanks het wachten op het gebied van monitoring horen we vanuit de uitvoering veel positieve geluiden over de samenwerking met KredietbankNL. De dienstverlening verloopt dus goed.
36
5.5.2 Vroegsignalering Vroegsignalering houdt in dat we inwoners zo goed mogelijk monitoren in hun geldzorgen en in een vroeg stadium inwoners bereiken die te maken hebben met geldzorgen, om betalingsachterstanden en schulden te voorkomen. De gemeente Beuningen werkt voor de vroegsignalering samen met XXLNC Vs Matching, dit is een softwareprogramma waar signalen en meldingen worden verwerkt. Onderstaande data is een momentopname. Signalen kunnen ingetrokken zijn of niet langer zichtbaar in XXLNC, maar tellen hier wel mee. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de termen ‘’signaal’’ en ‘’melding’’. Signalen zijn alle doorgegeven betalingsachterstanden door vaste lastenpartners (zoals woningbouwcoorperaties, zorgverzekeraars en energieleveranciers). Signalen worden door het systeem gematcht. Er ontstaat dan een melding (dossier), bestaande uit één of meerdere signalen op hetzelfde adres. De signalen die onderdeel zijn van een melding, worden door de gemeente opgepakt. In totaal zijn er 1224 betalingsachterstanden gesignaleerd in 2024. Deze worden weergegeven per vaste lasten partner en per maand. Hieruit blijkt dat 26% van de betalingsachterstanden komt vanuit de zorgverzekeraar (316), 26% vanuit de energieleverancier (321), 35% vanuit de waterleverancier (423) en 13% vanuit de woningcorporatie. Vaste lasten partner
Betalingsachterstanden Aantal
Betalingsachterstanden Percentage
Energieleverancier
321
26%
Woningcorporatie
164
13%
Waterleverancier
423
35%
Zorgverzekeraar
316
26%
Grafiek 31: Bron: Verdeling betalingsachterstanden onder vaste lastenpartners https://matching.inforing.nl/management/rapport. Basisrapportage XXLCL 2024.
Wanneer er meerdere signalen op één adres binnenkomen, krijgen wij als gemeente bericht dat er een dossier is aangemaakt (melding). Van de 1224 signalen zijn er 925 (= 76%) signalen doorgezet als melding in Vroeg Eropaf. Dit betekent dat de gemeente contact opneemt. In geval van crisis of hoge betalingsachterstanden benadert de gemeente de inwoners actief om met deze inwoners in contact te komen. Criteria hiervoor zijn:
37
- Bij twee of meerdere meldingen van lastenpartners op één adres; - Bij jongeren tot 23 jaar (met betalingsachterstand bij één of meerdere partijen); - Bij een eenmalige hoge betalingsachterstand. Inwoners worden geïnformeerd per brief, e-mail, huisbezoek en/of SMS. Het blijkt dat in 2024 de meeste inwoners bereikt zijn middels een huisbezoek (66%), daarna via e-mail (30%) en ten slotte via een brief (4%). SMS blijkt geen bereik op te leveren (0%). Indien inwoners niet (ook niet telefonisch) worden bereikt, wordt er altijd een huisbezoek gedaan.
Contactmanier
Percentage meldingen bereikt
Brief
4%
30%
Huisbezoek
66 %
SMS
0%
Tabel 9: Bron: https://matching.inforing.nl/management/rapport. Basisrapportage XXLCL 2024.
Het grootste gedeelte van de inwoners die wél bereikt zijn, geven aan dat hij of zij het zelf probeert op te lossen (56%). Tevens krijgt 28% van de inwoners een verwijzing, bijvoorbeeld naar bewindvoering of het Sociaal Team. 5% is al bekend bij schuldhulpverlening en 7% geeft aan geen behoefte te hebben aan hulp. De reden dat een aantal inwoners niet bereikt zijn, is meestal omdat het niet gelukt is om contact te krijgen. Dat betekent dat er geen respons is geweest.