Bijlage 1 Mobiliteitsplan gemeente Beuningen 2035
Tekst van het document
Gemeente Beuningen
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
1
Opdrachtgever
Gemeente Beuningen
Titel rapport
Mobiliteitsplan 2035
Kenmerk
014400.20240416.R2.01
Datum publicatie
16 april 2024
Projectteam Goudappel
Floris Frederix, Lisa Doornbos
Projectteam opdrachtgever
Carmen Linssen, Laurens Kok © Copyright Goudappel BV 16-4-24
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
2
Inhoudsopgave 3.3
Gedragsmaatregelen voor het stimuleren van actieve
1. Inleiding
5
1.1
Aansluiting op Mobiliteitsvisie
5
1.2
Evaluatie GVVP
6
1.3
Participatie
6
4. Toekomstbestendigheid
1.4
Leeswijzer
7
waarborgen
2. Verkeersveiligheid verbeteren
9
2.1
Wegencategorisering
10
2.2
Gedragsmaatregelen voor verbeteren verkeersveiligheid
2.3
21
Stappenplan voor locaties in de gemeente die als onveilig worden ervaren
3.4
mobiliteit
34
Fysiek toegankelijke infrastructuur
35
37
4.1
Het openbaar vervoer netwerk
38
4.2
Omgaan met de effecten van ruimtelijke plannen op het verkeersnetwerk
41
4.3
Parkeren
42
4.4
Laadvoorzieningen
43
4.5
Deelmobiliteit
44
22
3. Gezonde mobiliteit bevorderen 25 3.1
Het voetgangersnetwerk
27
3.2
Het fietsnetwerk
30
5. Vervolg
45
Bijlage 1 Evaluatie GVVP 2011
49
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
3
Bijlage 2 Basiskenmerken per wegcategorie
55
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
4
1. Inleiding Voor u ligt het nieuwe Mobiliteitsplan van de gemeente Beuningen. Dit plan is de uitwerking van de Mobiliteitsvisie, en is tot stand gekomen in samenwerking en met input van onder andere inwoners en belangengroepen.
1.1
Aansluiting op Mobiliteitsvisie
Bij alles wat de gemeente doet op het gebied van mobiliteit staan in de toekomst deze drie doelen centraal. Op die manier blijft Beuningen een prettige omgeving om in te wonen, werken en recreëren. Het mobiliteitsplan is een verdere uitwerking van de gestelde doelen en de bijbehorende maatregelen. Het is een plan voor de lange
In de mobiliteitsvisie zijn de doelen en ambities voor de gemeente
termijn, met een doorkijk naar 2035. In een uitvoeringsprogramma,
Beuningen vastgelegd. In dat document staat ook de inventarisatie
wat op het mobiliteitsplan volgt, is vervolgens ruimte om de
en het proces dat voorafging aan het opstellen van het nieuwe
prioriteiten en integraliteit met andere ontwikkelingen van de
mobiliteitsbeleid beschreven.
maatregelen te bepalen, en een verdere inschatting te maken van de benodigde investeringen per maatregel. De uitvoering van de maatregelen hangt vervolgens af van de beschikbaarheid van middelen, capaciteit, en integraliteit met andere werkvelden. Projecten zullen op elkaar afgestemd moeten worden, om zo ook overlast voor onder andere inwoners, hulpdiensten en het openbaar vervoer zo veel mogelijk te beperken.
De doelen uit de mobiliteitsvisie zijn erop gericht om in onze gemeente… … de verkeersveiligheid te verbeteren. … de gezonde mobiliteit te bevorderen. … de toekomstbestendigheid te waarborgen.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
5
1.2
Evaluatie GVVP
3.
Het maximaal voorkomen van sluipverkeer De derde doelstelling is destijds tot stand gekomen omdat er op
Als onderdeel van dit mobiliteitsplan kijken we eerst terug naar het
verschillende locaties in de gemeente overlast werd ervaren door
vorige mobiliteitsplan in Beuningen, het GVVP van 2011. In Bijlage 1
sluipverkeer. Dit ging om locaties als de Koningsstraat (Ewijk en
van dit document is achtergrondinformatie te lezen over de totstandkoming van de evaluatie.
Beuningen), Elsenpas, Ooigraaf en Kooistraat. In de afgelopen
In het GVVP zijn destijds drie doelen opgesteld, namelijk:
op deze wegen te voorkomen.
1.
40% minder slachtofferongevallen in 2020 ten opzichte van 2009 Het is niet te concluderen of doelstelling één van het GVVP is
jaren zijn er verschillende maatregelen genomen om sluipverkeer
1.3
Participatie
behaald. Het aantal slachtofferongevallen in de gemeente
2.
schommelt sterk (zie inventarisatie mobiliteitsvisie) en het gaat
Uit de gemeentebrede enquête die medio 2023 is uitgevoerd als
jaarlijks om zo’n 10 tot 20 slachtofferongevallen. Een daling van
onderdeel van het opstellen van de mobiliteitsvisie, is gebleken wat
40% ten opzichte van 2009 in absolute aantallen is dus relatief
de inwoners van de gemeente als prioriteit voor het mobiliteitsbeleid
klein, en de bronnen die verkeerslachtoffers bijhouden laten
zien. Verkeersveiligheid, en met name het gevoel van
verschillende aantallen zien (vanwege een verschillende
verkeersveiligheid, speelt daarbij een grote rol. De door de
registratiegraad). Er is daarom niet te concluderen of er een
respondenten genoemde knelpuntlocaties hebben ook als input
afname van 40% in het aantal slachtofferongevallen te zien is.
gediend voor de maatregelen in dit mobiliteitsplan.
Bevorderen gebruik duurzame vervoermiddelen zoals fiets en openbaar vervoer
Daarnaast zijn net als tijdens het opstellen van de mobiliteitsvisie
Doelstelling twee is behaald. Zo is er de afgelopen jaren meer
twee dialoogsessies georganiseerd. In deze sessies zijn de
gefietst en meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer in
doelstellingen uit de mobiliteitsvisie en daarop aansluitende acties en
de gemeente. De investeringen voor het bevorderen van
mogelijke maatregelen voorgelegd aan belanghebbenden. Denk
duurzame vervoersmiddelen hebben daaraan bijgedragen. Eén
hierbij aan omliggende gemeenten, de regio en provincie,
van deze investeringen is het aanleggen van de regionale
hulpdiensten, openbaar vervoerbedrijven en
hoogwaardige fietsroutes (Batavierenpad Noord en -Zuid) vanuit
belangenvertegenwoordigers van onder andere senioren,
Nijmegen.
bedrijventerreinen, fietsers, centrum ondernemers en agrariërs.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
6
Tijdens de sessie met de regiopartners kwamen de volgende reacties
Tot slot zijn raadsleden geïnformeerd over het concept van het
meerdere keren terug:
mobiliteitsplan in een informatiebijeenkomst. De vragen en
•
•
Zoek zoveel mogelijk verbinding met ontwikkelingen in de regio
opmerkingen tijdens deze sessie, en de schriftelijke vragen, vormden
(bijvoorbeeld fietsnetwerk, openbaar vervoer, deelmobiliteit)
weer input voor de te maken afwegingen. Alle stappen in het proces
zodat samenwerking mogelijk is;
en de betrokken groepen leverden op deze manier inzichten voor het
Ga in het mobiliteitsplan uit van een ideaal toekomstbeeld (waar
op te stellen mobiliteitsbeleid voor Beuningen.
wil je naartoe?); •
Neem onderzoek op voor projecten die over een langere periode lopen en om een grotere inzet (uren en investeringen) vragen, als deze nog niet direct vast te stellen zijn.
Uit de sessie met de maatschappelijk partners kwamen de volgende aandachtspunten naar voren: •
Verkeersveiligheid is een belangrijk thema! De vraag om veilige en toegankelijke voorzieningen voor o.a. voetgangers en fietsers speelt bij veel belangenvertegenwoordigers;
•
Blijf belangengroepen structureel meenemen in de voorbereiding en uitvoering van de projecten.
De opmerkingen, vragen en afwegingen die tijdens deze sessies op tafel kwamen zijn meegenomen bij het maken van keuzes in dit concept mobiliteitsplan. Zo hebben opmerkingen op de voorgestelde wegencategorisering geleid tot een advies om een aantal wegen nader te onderzoeken. Ook is er een sterkere link met regionale ontwikkelingen gelegd en zijn onderwerpen die nog onderbelicht waren toegevoegd.
1.4
Leeswijzer
Het mobiliteitsplan is opgedeeld in drie hoofdstukken die aansluiten bij de drie hoofddoelen uit de mobiliteitsvisie. In hoofdstuk twee worden alle acties en mogelijke maatregelen besproken die ondersteunend zijn aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Hieronder vallen het wegencategoriseringsplan en gedragsmaatregelen voor het bevorderen van verkeersveilig gedrag. In hoofdstuk drie worden alle acties en mogelijke maatregelen besproken die ondersteunend zijn aan het bevorderen van gezonde mobiliteit. Hieronder vallen maatregelen voor de voetganger en de fiets en gedragsmaatregelen voor het stimuleren van schone verplaatsingen. In hoofdstuk vier worden alle acties en mogelijke maatregelen besproken die ondersteunend zijn aan het waarborgen van toekomstbestendigheid. Hier wordt het openbaar vervoer besproken, net als maatregelen die gaan over parkeren, laadinfrastructuur en deelmobiliteit.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
7
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
8
2. Verkeersveiligheid verbeteren •
Subjectieve verkeersveiligheid heeft betrekking op de beleving van de verkeersveiligheid door weggebruikers. De subjectieve verkeersveiligheid is in de mobiliteitsvisie aan bod gekomen in de gemeentebrede online enquête. Een veiligheidsgevoel draagt eraan bij dat de kwetsbare verkeersdeelnemer met een gerust hart zich in het verkeer durft te mengen.
Door in te zetten op zowel objectieve (“gemeten”) verkeersveiligheid en subjectieve (“gevoelde”) verkeersveiligheid wordt de komende jaren gewerkt aan een gemeente waar iedereen zich comfortabel en De verkeersveiligheid is te verbeteren door enerzijds de infrastructuur
veilig kan (blijven) verplaatsen.
aan te passen en anderzijds het gedrag van de weggebruikers te beïnvloeden. Hoewel er allerlei andere factoren zijn die ook de verkeersveiligheid beïnvloeden, is de ambitie om in de komende
Leeswijzer In dit hoofdstuk komen eerst de huidige en toekomstige
jaren een dalende trend in het aantal verkeersslachtoffers te
wegencategorisering van de gemeente aan bod. Daarna worden
realiseren.
maatregelen op het gebied van educatie en gedrag benoemd, en wordt een stappenplan gepresenteerd voor de omgang met
Er wordt onderscheid gemaakt tussen objectieve en subjectieve
subjectieve verkeers(on)veiligheid.
verkeersveiligheid: •
De objectieve verkeersveiligheid is gebaseerd op ongevallendata, snelheidsdata en inrichtingscriteria/conform richtlijnen en wetgeving.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
9
2.1
Wegencategorisering
Uitgangspunten wegencategorisering Een weg is in balans als vormgeving, functie en gebruik op elkaar aansluiten. Dit sluit aan bij de principes van Duurzaam Veilig1, en leidt tot uniform ingerichte en herkenbare wegen in heel Nederland. De wegencategorisering bevat een indeling van het wegennetwerk in Beuningen in een aantal wegcategorieën. Dit geeft inzicht in het gewenste gebruik en de bijpassende vormgeving van de wegen voor gemotoriseerd verkeer. Hiermee wordt ook de plek op de weg voor
Gebiedsontsluitingswegen (GOW) De functie van gebiedsontsluitingswegen is het bundelen van de verkeersstromen vanuit de diverse gebieden en verbindingen te bieden naar kerngebieden, naburige kernen en stroomwegen. De nadruk ligt op het verwerken van verkeer. In de praktijk betreft het vooral provinciale wegen en gemeentelijke hoofdwegen. Buiten de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 80 km/u, en binnen de bebouwde kom een limiet van 50 km/u. Een ontwikkeling van de afgelopen jaren is de opkomst van een
fietsers en voetgangers bepaald.
gebiedsontsluitingsweg met een snelheid van 30 km/u binnen de
Landelijk worden drie wegcategorieën onderscheiden in de opbouw
verblijfsfunctie als verkeersfunctie vervullen, de zogenaamde ‘grijze
van het wegennetwerk, in de bijlage zijn de kenmerken per categorie opgenomen. •
Stroomwegen: stromen op wegvakken en over kruisingen.
•
Gebiedsontsluitingswegen: stromen op wegvakken en uitwisselen op kruispunten.
•
Erftoegangswegen: uitwisselen op wegvakken en kruispunten.
Stroomwegen De primaire functie van een stroomweg is het verkeer zo snel
bebouwde kom. Deze categorie is passend bij wegen die zowel een wegen’. Dit type gebiedsontsluitingsweg wordt al in verschillende gemeenten toegepast. Erftoegangswegen (ETW) Erftoegangswegen zijn met name bedoeld voor het ontsluiten van erven, woningen en andere bestemmingen. Hierbij staat de verblijfsfunctie voorop. Buiten de bebouwde kom is de snelheidslimiet 60 km/u, en binnen de bebouwde kom 30 km/u.
mogelijk van punt A naar B te brengen. Dit betreft met name lange afstandsverkeer, maar ook regionaal verkeer. Er geldt een maximumsnelheid van 100, 120 of 130 km/u.
1
Duurzaam Veilig houdt in dat de verkeersomgeving zó is ingericht, dat er
geen ernstige ongevallen kunnen gebeuren. De weginrichting is daarbij vergevingsgezind en biedt weggebruikers ondersteuning en bescherming.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
10
Huidige wegencategorisering
Naast de meeste GOW50 wegen is een vrijliggend fietspad aanwezig,
De huidige wegencategorisering is onderverdeeld in het regionale
maar dit geldt niet voor alle wegen. De wegen op de
netwerk en de gemeentelijke wegen. Het regionale netwerk bestaat
bedrijventerreinen hebben bijvoorbeeld geen fietsvoorzieningen, en
voornamelijk uit stroomwegen, en de gemeentelijke wegen zijn
ook een paar wegen binnen de kern van Beuningen hebben enkel
uitsluitend gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen.
fiets(suggestie)stroken. Dit betekent dat de fietser op de rijbaan rijdt.
Regionale hoofdstructuur
Op de volgende pagina is de huidige wegencategorisering
In de gemeente lopen twee rijkswegen, de A73 en de A50. De twee
weergegeven. De wegen met een snelheidslimiet hoger dan 80 km/u
snelwegen kruisen elkaar op knooppunt Ewijk. De N322 (Maas en
zijn niet meegenomen in de weergave van de huidige
Waalweg) loopt vanaf knooppunt Ewijk verder in de richting van Tiel.
wegencategorisering.
In zuidelijke richting verbindt de N847 (Schoenaker) de gemeente Beuningen met de gemeente Wijchen. De rijkswegen A73 en A50 hebben een snelheidslimiet tussen 100 en 130 km/u, en de provinciale wegen N847 en N322 hebben een snelheidslimiet tussen 80 en 100 km/u. Deze wegen worden onderhouden door het Rijk en de provincie Gelderland. De N847 is een GOW80 binnen de gemeente Beuningen, en wordt ten zuiden van de rotonde Schoenaker-Goudwerf-Hadrianussingel onderhouden door de provincie. Gemeentelijke wegen De verkeersstructuur binnen de gemeente is overzichtelijk; er zijn een aantal ontsluitende wegen binnen de kernen, en het grootste gedeelte van de overige wegen is een erftoegangsweg. Buiten de bebouwde kom is de snelheidslimiet grotendeels 60 km/u, en binnen de bebouwde kom grotendeels 30 km/u. Op de bedrijventerreinen Schoenaker (Beuningen) en De Sluis (Weurt) geldt een snelheidslimiet van 50 km/u.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
11
HUIDIGE WEGENCATEGORISERING
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
12
Gewenste wegencategorisering
wegencategorisering in Beuningen is er gekeken naar de
Op een aantal wegen voldoet de inrichting niet aan de richtlijnen die
gebiedsontsluitingswegen vanuit het uitgangspunt:
gesteld zijn door het CROW2. De vorm, functie en (toekomstig)
•
50 km/uur binnen de bebouwde kom,
gebruik zijn hier niet in balans. Dit heeft tot gevolg dat deze wegen
•
mits dit kan volgens de normen van Duurzaam Veilig.
mogelijk niet optimaal verkeersveilig zijn. De wegen waarvan is
Dit betekent dat een weg waar bijvoorbeeld de fietsers gescheiden
onderzocht of het gewenst is om de wegcategorie aan te passen
zijn van het gemotoriseerde verkeer en veilige
worden besproken. Hierbij worden de huidige inrichtings- en
oversteekvoorzieningen aanwezig zijn (of gerealiseerd kunnen
gebruikskenmerken en de toekomstige verkeersintensiteit (inclusief
worden), deze weg voldoet en een snelheid van 50 km/uur passend
toekomstige ontwikkelingen) beschreven. Daarna is onderzocht welke
is.
aanpassingen nodig of mogelijk zijn en is geconcludeerd of aanpassing van de wegencategorisering gewenst is. In dit hoofdstuk
De gebiedsontsluitingswegen hebben de functie om verkeer te
worden uitsluitend wegen besproken waarbij de huidige inrichting of
bundelen. Als gemeente is het mogelijk om met een onderscheid
wegcategorie niet klopt met het gebruik. Het uitgangspunt is hierbij
tussen gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen verkeer te
het creëren van uniformiteit en herkenbaarheid. Het realiseren van de
sturen naar wegen die bijvoorbeeld breed genoeg en veilig ingericht
daadwerkelijke aanpassingen maakt geen deel uit van dit
zijn om bepaalde hoeveelheden verkeer te verwerken. Met een
mobiliteitsplan, maar is een vervolgproject. Ook de nader te
passende inrichting en snelheid is het mogelijk om doorgaand
onderzoeken wegen zijn projecten die volgen uit dit mobiliteitsplan.
verkeer uit bijvoorbeeld woonstraten te houden, wat bijdraagt aan een prettige en veilige woonomgeving. Op het moment dat een weg
De kaart met de gewenste wegencategorisering is opgenomen op
niet conform de richtlijn voor 50 km/uur ingericht kan worden, is er
pagina 20.
gekeken naar de mogelijkheden voor een andere wegcategorie en een veilige inrichting die past in de beschikbare ruimte.
30 km/uur binnen de bebouwde kom? Landelijk is er steeds meer aandacht voor het verlagen van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom naar 30 km/uur. In enkele gevallen wordt er zelfs voor gekozen dat alle wegen binnen de bebouwde kom 30 km/uur worden. Bij een analyse van de huidige
2
Het CROW is een kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte,
verkeer en vervoer, en werk en veiligheid.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
13
Burgemeester Geradtslaan De Burgemeester Geradtslaan verbindt het winkelcentrum van Beuningen met de Wilhelminalaan, de Haagstraat en de Houtduiflaan en is daarmee een belangrijke ontsluitende route voor erven, woonwijken en verschillende voorzieningen. Op het wegvak tussen de Wilhelminalaan en de rotonde met de Houtduiflaan zijn veel overstekende bewegingen. Ook zijn er in de gemeentebrede enquête (zie mobiliteitsvisie) veel reacties ontvangen over het gevoel van
N
verkeersonveiligheid op de Burgemeester Geradtslaan. Er is daarom gekeken naar een oplossing voor het bevorderen van de verkeersveiligheid, met name voor voetgangers en fietsers. Huidig:
Figuur 2.1: De Burgemeester Geradtslaan ter hoogte van het winkelcentrum.
•
GOW 50 km/u
Gewenst in de toekomst: GOW 30 km/u
•
Busroute
De functie van de weg als gebiedsontsluitingsweg past bij een GOW
•
Wegbreedte: 6,0 meter, asfalt met rode fietssuggestiestroken
50 km/u. Echter, omdat er niet voldoende ruimte is om de weg
•
4 voetgangersoversteekplaatsen (zebrapaden)
conform richtlijnen in te richten met het behoud van 50 km/u ligt een
•
Prognose verkeersintensiteit (2032) tussen Wilhelminalaan-
snelheidsverlaging naar 30 km/u voor de hand. Gezien de
Houtduiflaan circa 10.000 mvt/etmaal3
verkeersintensiteit op het wegvak tussen de rotonde Wilhelminalaan
Prognose verkeersintensiteit (2032) tussen Houtduiflaan en
en de rotonde Houtduiflaan past een ETW30 niet (te veel
Haagstraat circa 3.000 mvt/etmaal
gemotoriseerd verkeer). Bovendien is de Geradtslaan een busroute.
•
Daarom heeft een GOW30-inrichting de voorkeur. In de toekomstige wegencategorisering is daarom een aanpassing van GOW50 naar GOW30 opgenomen. Het wegvak tussen de rotonde met de Wilhelminalaan en de rotonde met de Houtduiflaan heeft hierbij prioriteit vanwege de vele oversteekbewegingen, de ruimtelijke ontwikkelingen en de reacties uit de enquête.
3
Mvt/etmaal = het aantal motorvoertuigen dat elke dag over dit wegvak rijdt.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
14
Haagstraat Voor de Haagstraat geldt hetzelfde als voor de Burgemeester Geradtslaan: in de huidige situatie is dit een GOW50 weg met fietssuggestiestroken. Echter zijn er op de Haagstraat minder overstekende bewegingen en is de intensiteit de helft lager. Huidig: •
GOW 50 km/u
•
Busroute
•
Wegbreedte: 6,0 meter, asfalt met smalle rode fietssuggestiestroken en voor een deel een groene middenberm
•
Prognose verkeersintensiteit (2032) circa 3.000-4.000 mvt/etmaal
N
Figuur 2.2: De Haagstraat in zuidelijke richting. Schoenaker
Gewenst in de toekomst: GOW 30 km/u
De Schoenaker is de doorgaande route die als N847 de gemeente via
De functie van de weg als gebiedsontsluitingsweg past bij een GOW
zuidelijke richting binnenkomt en deze verbindt met de Van
50 km/u. Echter is er niet voldoende ruimte om de weg conform
Heemstraweg. De weg ligt geheel buiten de bebouwde kom, wat
richtlijnen in te richten met het behoud van 50 km/u. Er is
betekent dat op alle rotondes het langzaam verkeer geen voorrang
bijvoorbeeld geen ruimte voor vrijliggende fietspaden. Daarom ligt
heeft op het gemotoriseerde verkeer. Bij de Koningstraat is een met
ook hier een snelheidsverlaging naar 30 km/u voor de hand. De
verkeerslichten geregelde fietsoversteek. Daarnaast is langzaam
prioriteit ligt echter bij de Burgemeester Geradtslaan, omdat deze
verkeer niet toegestaan op de rijbaan.
weg drukker is. In dit mobiliteitsplan is daarom uitgegaan van het voorlopig behouden van de huidige wegcategorie, met in de
De Schoenaker heeft een barrièrewerking tussen de kern van
toekomst een gewenste aanpassing naar GOW30.
Beuningen en de kern van Ewijk; er zijn slechts drie locaties waar de Schoenaker overgestoken kan worden. Bovendien kwamen er veel opmerkingen binnen uit de enquête (zie mobiliteitsvisie) en tijdens de dialoogsessies over gevoelde verkeersonveiligheid. Dit geldt voornamelijk voor de rotonde Leigraaf/Ooigraaf en de fietsoversteek Koningsstraat. Daarom is er gekeken naar mogelijke oplossingen
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
15
voor het bevorderen van de verkeersveiligheid voor overstekende
liggen wordt de snelheid 50 km/uur. De huidige snelheid van 80
voetgangers en fietsers.
km/uur is positief voor de aanrijtijden van hulpdiensten. De snelheid van 80 km/uur op de Schoenaker in combinatie met de huidige
Huidig:
inrichting en het huidige en toekomstige gebruik zijn niet direct een
•
GOW 80 km/u
aanleiding om de wegcategorie aan te passen; deze zijn op dit
•
Busroute, hoofdfietsroute, hulpdienstenroute
moment in balans. Omdat de bebouwing op een afstand van de weg
•
Prognose verkeersintensiteit (2032) tussen afrit Beuningen en
staat, is het geloofwaardig verlagen van de snelheid een
rotonde Hadrianussingel/Goudwerf is circa 22.000 mvt/etmaal
aandachtspunt. Het verbeteren van de oversteekbaarheid is de
Prognose verkeersintensiteit (2032) tussen rotonde
grootste aanleiding om toch iets aan de Schoenaker aan te passen.
•
Hadrianussingel/Goudwerf en rotonde Leigraaf/Ooigraaf is circa •
14.000 mvt/etmaal
Verder geldt op het deel van de Schoenaker ten zuiden van de
Prognose verkeersintensiteit (2032) tussen rotonde
rotonde Schoenaker-Goudwerf-Hadrianussingel een verbod voor
Leigraaf/Ooigraaf en rotonde Van Heemstraweg is circa 6.000
landbouwverkeer. Hierdoor rijdt dit verkeer via de Wilhelminalaan
mvt/etmaal
door de kern van Beuningen. Omdat landbouwverkeer veelal zeer grote voertuigen betreft, is het veiliger als dit om de kern rijdt.
Mogelijk in de toekomst: •
•
Hoewel aanpassingen aan de snelheidslimiet van de Schoenaker
tussen rotonde Hadrianussingel/Goudwerf en rotonde
geen voorwaarde zijn voor het aanpassen van het verbod, kan dit wel
Leigraaf/Ooigraaf naar GOW50 of ETW I 60 km/u met versterken
een (extra) aanleiding zijn om hierover met de provincie in gesprek te
oversteekbaarheid;
gaan.
tussen rotonde Leigraaf/Ooigraaf en rotonde Van Heemstraweg naar ETW I 60 km/u.
Bij het binnen de bebouwde kom brengen van de rotondes op de Schoenaker krijgen de fietser en mogelijk de voetganger voorrang bij het oversteken. Hiermee verbetert de oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers van Beuningen naar Ewijk, en vice versa. Als de rotondes binnen de bebouwde kom liggen ontstaat er bovendien uniformiteit voor verkeer dat zich van de ene kern naar de andere kern beweegt. Als de rotondes binnen de bebouwde kom komen te
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
16
Huidig: •
ETW 60 km/u
•
Wegbreedte: 6,0 meter, asfalt met rode fietssuggestiestroken, maar ook alternatieve parallelfietsroute op korte afstand en directe(re) verbinding.
•
Prognose verkeersintensiteit (2032) is circa 2.500 mvt/etmaal
N
Figuur 2.3: De Schoenaker heeft op de meeste locaties een ruime afstand tot bebouwing. Nader onderzoek en afstemming met belanghebbenden over de
N
gewenste wegcategorie voor de Schoenaker en daarop aansluitend de Van Heemstraweg en Ooigraaf (en de oversteekbaarheid van de Schoenaker) is daarom nodig. Dit onderzoek volgt na het vaststellen van het mobiliteitsplan als onderdeel van het uitvoeringsprogramma. Ooigraaf
Figuur 2.4: Het wegvak van de Ooigraaf waar de beschrijving van maatregelen over gaat.
De Ooigraaf tussen de rotonde Leigraaf/Ooigraaf en de Campsebaan
Mogelijk in de toekomst: ETW I 60 km/u, GOW 50 km/u of ETW 30
is een weg waar de snelheidslimiet 60 km/u is. De weg ligt buiten de
km/u, kan alleen in verkeerskundige samenhang met een eventuele
bebouwde kom, maar met de woningbouwontwikkelingen en
aanpassing op de Schoenaker. De gewenste wegencategorisering
(geplande uitbreiding van) de omliggende sportvoorzieningen krijgt
staat nog niet vast:
de weg steeds meer het karakter van een weg binnen de bebouwde
•
Voor het bevorderen van de verkeersveiligheid waarbij fietsers
kom. Daarom is er gekeken naar de mogelijke verlaging van de
op de rijbaan fietsen hoort een andere inrichting. Een snelheid
maximumsnelheid. Bij een verlaging van de snelheid hoort een
van 30 km/u past bij de functie en het gebruik van de weg als
bijpassende inrichting om deze snelheid geloofwaardig, herkenbaar
toegang tot verschillende voorzieningen. Hiervoor zijn een
en te handhaven te maken.
aanpassing van de rijbaan, de kruispunten en
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
17
•
snelheidsremmende maatregelen nodig. Een randvoorwaarde
is een uitzondering. Hier kan de maximumsnelheid van 50 km/uur
voor het verlagen van de snelheid op de Ooigraaf is een
worden behouden, mits hier vrijliggende fietsvoorzieningen worden
snelheidsverlaging op de Schoenaker; een overgang van 80
gerealiseerd. De maatregelen waar verder aan gedacht wordt komen
km/u naar 30 km/u is niet mogelijk.
uit een eerder uitgevoerd verkeersonderzoek, en zijn als volgt:
Een andere mogelijkheid is een GOW 50 km/u, welke past bij de
•
Optimaliseren fietsstroken;
functie van de weg als ontsluiting van Ewijk. Hiervoor is een
•
Aanpassen kruisingen;
aanpassing van de rijbaan en kruispunten nodig. Er is voldoende
•
Busdrempels;
ruimte voor het realiseren van gescheiden fietsvoorzieningen
•
Vrijliggend fietspad langs de Goudwerf;
(welke grotendeels al aanwezig zijn) waardoor het
•
Vrijliggende looproutes (o.a. van en naar bushaltes en recreatief).
snelheidslimiet 50 km/u kan worden. De verlaging van de
•
snelheid op de Ooigraaf gaat samen met de verlaging van de
Overige wegen
snelheid op de Schoenaker, en de rotonde
In voorgaande tekst zijn een aantal wegen benoemd waar vanuit een
Schoenaker/Ooigraaf/Leigraaf komt hiermee binnen de
Duurzaam Veilige inrichting een aanleiding is om de wegcategorie te
bebouwde kom te liggen. De inrichting van de oversteken voor
veranderen. Echter zijn er ook een aantal wegen die wel als
fietsers en voetgangers op de rotonde en de verbinding van
aandachtspunt benoemd zijn, bijvoorbeeld in de enquête uit de
Ewijk met Beuningen sluiten hierdoor aan bij de andere rotondes
mobiliteitsvisie of de recente dialoogbijeenkomsten, maar waarvan
binnen de gemeente.
de wegencategorisering niet is gewijzigd. Voor deze wegen past de
Een derde mogelijkheid is het behoud van de snelheid van 60
huidige wegcategorie bij de functie en het gebruik van de weg. Op
km/u, waarbij de fietser niet meer op de rijbaan fietst maar op
basis van de richtlijnen is er daarom geen reden tot aanpassing van
het gehele stuk vrijliggende fietsvoorzieningen krijgt. Omdat er
de wegcategorie. Dat betekent echter niet dat er geen verdere
meerdere mogelijkheden zijn die nauw samenhangen met de
maatregelen gewenst zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren.
gewenste functie van de weg is nader onderzoek (in samenhang
Een aantal wegen waar ook maatregelen gewenst zijn worden in
met de Schoenaker) nodig.
onderstaande alinea’s benoemd.
Bedrijventerreinen
Voor de inrichting van een veilige GOW 50 km/uur zijn vrijliggende
Op bedrijventerreinen geldt op dit moment een maximumsnelheid
fietsvoorzieningen een belangrijk kenmerk. Om de Leigraaf veiliger te
van 50 km/uur. Om de verkeersveiligheid van kwetsbare
maken voor fietsers worden de fietsstroken (tussen Koningstraat en
weggebruikers zoals voetgangers en fietsers te verbeteren is de
Aalsterveld) vervangen door vrijliggende fietsvoorzieningen.
gewenste maximumsnelheid in de toekomst 30 km/uur. De Goudwerf
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
18
Daarnaast zijn er nog een aantal kruispunten die vragen om aanpassingen. Om de verkeersveiligheid te verbeteren zijn het kruispunt Blatenplak – Van Heemstraweg en Leegstraat – Van Heemstraweg opgenomen in de lijst met acties. Daarnaast wordt de
e. Knip Koningstraat – Schoenaker; f. Wilhelminalaan – Forelgracht; g. Wilhelminalaan – Krommehoekstraat (oversteek langzaam verkeer.
(fiets)oversteek tussen de Forelgracht en de Wilhelminalaan, en de (fiets)oversteek Krommehoekstraat-Wilhelminalaan aangepast om zo de oversteekbaarheid te verbeteren. Deze wegen en kruispunten zijn bij actie 3 opgenomen en worden
Op de volgende pagina is de gewenste wegencategorisering te zien. De wegen die nog in onderzoek zijn, zijn ook aangegeven.
verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Deze lijst is echter niet uitputtend. Zo werden bijvoorbeeld de Lagunesingel, Betenlaan en Ficarystraat ook genoemd tijdens één van de dialoogsessies of in de enquête. Maatregelen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op deze wegen worden verder onderzocht en uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma Acties:
1. Onderzoeken mogelijke aanpassing wegcategorie Schoenaker
en/of verbeteren oversteekbaarheid voor fiets en voetganger (in samenhang met Ooigraaf en Van Heemstraweg);
2. Uitwerken herinrichting Burgemeester Geradtslaan naar GOW30 km/u;
3. Overige maatregelen naar aanleiding van de
wegencategorisering, nader uit te werken in het uitvoeringsprogramma:
a. Leigraaf: Fietsstroken vervangen door vrijliggende fietsvoorzieningen;
b. Nieuwe ontsluiting Ewijk west en zuid als onderdeel van woningbouwplannen;
c. Kruispunt Blatenplak – Van Heemstraweg verbeteren; d. Kruispunt Leegstraat – Van Heemstraweg verbeteren;
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
19
GEWENSTE WEGENCATEGORISERING
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
20
2.2
Gedragsmaatregelen voor verbeteren verkeersveiligheid
Ter verbetering van de verkeersveiligheid wordt ingezet op het beïnvloeden van het verkeersgedrag van weggebruikers. Dit wordt gedaan door middel van educatie, campagnes, financiële stimulansen, aanpassingen in de openbare ruimte en handhaving. Deze gedragsbeïnvloeding bestaat bijvoorbeeld uit: •
verkeerseducatie voor alle leeftijden gericht op gedrag, vaardigheden, kennis en kunde van de verkeersdeelnemers;
•
jaarlijks worden gedragscampagnes (voorlichting) uitgevoerd op
scholen, senioren, nieuwkomers in de gemeente en het Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVO-B). Bij scholieren wordt bijvoorbeeld lopen en fietsen naar school gestimuleerd. Dit vermindert haal- en brengritten met de auto rond scholen, en is bovendien gezond. Met gerichte campagnes kunnen de doelgroepen het beste worden bereikt. Acties:
4. Stimuleren van verkeerseducatie voor specifieke doelgroepen; 5. Stimuleren en faciliteren van initiatieven vanuit de gemeente; 6. Aansluiten bij lokale/regionale/landelijke gedragscampagnes.
landelijke, regionale en lokale schaal en deze sluiten op elkaar aan; •
het stimuleren van initiatieven vanuit inwoners. Denk bijvoorbeeld aan pakketten op een pakketpunt laten bezorgen in plaats van aan huis, waardoor er minder verkeersbewegingen binnen de buurt nodig zijn. Dit is ook goed voor de luchtkwaliteit;
•
ongevallen worden ten dele veroorzaakt doordat verkeersregels worden genegeerd of onbekend zijn. Daarom wordt ook ingezet op campagnes gericht op bewustwording in samenwerking met inwoners (bijvoorbeeld meedenken over locatie snelheidsdisplays).
Figuur 2.5: voorbeelden van campagnes waar als gemeente op aangesloten kan worden.
In de regio zijn al veel campagnes op het gebied van verkeersveiligheid. Een voorbeeld hiervan is Doortrappen, gericht op veilig fietsen “tot je 100ste”. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten op de campagnes in de regio. Verder wordt gekeken naar campagnes gericht op specifieke organisaties of doelgroepen. Denk hierbij aan
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
21
2.3
Stappenplan voor locaties in de gemeente die als onveilig worden ervaren
De gemeente gebruikt de volgende standaard aanpak voor onveilige
Acties:
7. Uitwerken stappenplan verkeersveiligheid; 8. Uitwerken communicatie stappenplan verkeersveiligheid; 9. Standaardmaatregelen bij verkeersveiligheidsmeldingen met
wegen, kruispunten, rotondes en oversteeklocaties om de
daarbij de uitvoerbaarheid op korte, middellange en lange
verkeersveiligheid te waarborgen. Bij meldingen van
termijn.
verkeersonveilige situaties gaan we uit van de volgende stappen: 1.
We kijken naar de objectieve verkeersveiligheid. Vinden er op deze locatie veel ongevallen plaats (die ook geregistreerd worden)? En voldoet de weginrichting met het gebruik van de weg?
2.
Als er ongevallenconcentraties zijn, kijken we in overleg met belanghebbenden of fysieke maatregelen mogelijk zijn om deze in het vervolg te voorkomen.
3.
Zijn er geen ongevallenconcentraties dan proberen we factoren die mogelijk bijdragen aan de subjectieve veiligheid meetbaar te maken. Bijvoorbeeld, als er wordt aangegeven dat op een bepaalde weg te hard wordt gereden, dan gaan we eerst de snelheid meten.
4.
Als blijkt dat de snelheid een risico is, dan starten we in overleg met belanghebbenden een bewustwordingscampagne met bijvoorbeeld een snelheidsdisplay.
5.
Bij het uitblijven van verbetering gaan we in gesprek met belanghebbenden over andere mogelijkheden en onderzoeken we infrastructurele maatregelen.
Figuur 2.6: Stappenplan verkeersveiligheidsaanpak.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
22
Voorbeeld De enquêteresultaten die eerder gepresenteerd werden in de mobiliteitsvisie, weergegeven in figuur 2.7, laten zien dat er een aantal locaties in de gemeente als onveilig worden ervaren. Dit gaat om bijvoorbeeld oversteekvoorzieningen, het ontbreken van veilige voet-/fietspaden of het te hard rijden van gemotoriseerd verkeer. Dit soort locaties kunnen worden onderzocht met het gebruik van het voorgestelde stappenplan.
Figuur 2.7: In de enquête werden locaties aangewezen die als onveilig worden ervaren.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
23
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
24
3. Gezonde mobiliteit bevorderen
In een gezonde leefomgeving is het prettig om te wonen, werken, en recreëren. Het streven naar ruimte om te fietsen en te lopen is daarom van groot belang. Uitgangspunt is het STOMP-principe waar de voetganger (S van Stappen) en fietser (T van Trappen) op de eerste plaats komen bij het opstellen van een ruimtelijk ontwerp. Zoals figuur 3.1 laat zien is er daarnaast aandacht voor Openbaar vervoer, MaaS (Mobility as a Service) en tenslotte de Privé-auto. Figuur 3.1: Vanuit het STOMP-principe ontwerpen betekent dat er veel De actieve vervoerswijzen dragen bij aan de gezondheid van mensen,
aandacht is voor veilige en directe voetgangers- en fietsverbindingen;
zowel mentaal als fysiek. Bovendien zijn dit schone en ruimte-
S (Stappen) en T (Trappen) krijgen de meeste ruimte. De precieze
efficiënte vervoerswijzen. Het blijven stimuleren en faciliteren van
uitwerking hiervan verschilt per locatie en kern binnen de gemeente.
fietsen en wandelen binnen onze gemeente past daarom goed bij
Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het verbeteren van fysieke
deze ambitie.
toegankelijkheid. Met de toenemende vergrijzing neemt het gebruik van scootmobielen, rollators en rolstoelen op straat toe. Maar ook de
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
25
behoefte om dichtbij voorzieningen te wonen en deze te voet of op de fiets te kunnen bezoeken past hierbij. Daarom wordt ingezet op een sluitend (waar mogelijk obstakelvrij) voetgangers- en fietsnetwerk van en naar dagelijkse voorzieningen. Luchtkwaliteit Minder verplaatsingen met de auto en het stimuleren van schone vervoerswijzen draagt bij aan een betere luchtkwaliteit. Als ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord zet de gemeente zich in voor het permanent verbeteren van de luchtkwaliteit. De doelen uit het Schone Lucht Akkoord zijn onder te verdelen in vier sporen, die zijn meegnomen in dit mobiliteitsplan: •
gezondheidsdoelen in verkeers- en vervoersplannen (hoofdstuk 3 gezonde mobiliteit bevorderen);
•
verduurzaming van eigen voertuigen/transportdiensten (gemeente heeft elektrische auto’s en fietsen voor medewerkers, en aanbesteding van diensten zijn/worden elektrisch vervoerd);
•
verminderen voertuigemissies (hoofdstuk 4 toekomstbestendigheid waarborgen);
•
internationaal bronbeleid (geen rol voor gemeente).
Leeswijzer Dit hoofdstuk gaat in op de verschillende actieve vervoerswijzen in de gemeente: de voetganger en de fietser. Ook worden gedragsmaatregelen om gezonde verplaatsingen te stimuleren benoemd en zijn acties opgesteld voor een fysiek toegankelijke openbare ruimte.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
26
3.1
voetgangerszone. We zoeken altijd naar een balans van een
Het voetgangersnetwerk
prettige en veilige verblijfsruimte voor de voetganger, en de bereikbaarheid voor de (brom)fiets. Dit ook in relatie tot de
Vanuit de STOMP-aanpak geven we prioriteit aan voetgangers en
bereikbaarheid van de detailhandel en de verschillende afhaal-
fietsers en zal dit de standaard zijn in beleid, ontwerp en gebruik.
en bezorgrestaurants. Het gebruik van de (elektrische) fiets in
Veilige weginrichting en beter gedrag in het verkeer zorgen voor een zo verkeersveilig mogelijke omgeving.
deze zone wordt gemonitord. Eventuele aanpassingen vragen
Voor de voetganger betekent dit een onderscheid tussen het
worden afgewogen.
hoofdnetwerk en het secundaire netwerk, en eventueel een
om een integrale afweging waarbij met verschillende belangen •
en routes ernaartoe. Duidelijke loopverbindingen en veilige
toeristisch voetgangersnetwerk. Het hoofdnetwerk bevindt zich rond
oversteken maken het voor kinderen veiliger om (zelfstandig)
de belangrijkste bestemmingen in de gemeente. Het secundaire
naar school te wandelen.
netwerk is er voor de overige voetgangersverbindingen. •
winkelcentrum, is het belangrijk dat iedereen daar veilig naartoe kan lopen. Ook rondom locaties als de huisarts, een verzorgingstehuis of
Op plekken waar gesport wordt is het van belang dat er ook veilig gelopen kan worden. Ditzelfde geldt voor de speelzones,
De eisen voor de voetganger zijn verschillend per wijk. Op plekken waar veel voorzieningen bij elkaar liggen, bijvoorbeeld in een
Een schoolzone gaat over de directe omgeving van een school
bijvoorbeeld speeltuinen in de wijk. •
In de zorgzones is het belangrijk dat voetgangersvoorzieningen voldoende breed zijn, met zo min mogelijk obstakels. In
sportvereniging zijn voetgangersvoorzieningen van belang.
zorgzones zitten bijvoorbeeld huisartsen en verzorgingstehuizen.
Op de kaart op de volgende pagina zijn een aantal zones
(‘dementievriendelijk’), veilige oversteekvoorzieningen en
weergegeven waar extra aandacht is voor de voetganger. Deze zones zijn gebonden aan de voorzieningen binnen de zones, en zijn indicatief. Verschillende zones in het voetgangersnetwerk •
Zones rond seniorencomplexen vragen om herkenbaarheid aandacht voor rustplaatsen onderweg, in samenwerking met andere beleidsdomeinen. Naast deze zones zijn in onderstaande acties ook de mogelijkheden voor lunchwandelingen op bedrijventerreinen meegenomen.
In de centrumzones komen meerdere voorzieningen bij elkaar. Daardoor zijn er op dit soort locaties vaak meer voetgangers. Het is van belang dat deze zone voor iedereen goed en veilig toegankelijk is. Zo is het centrum van Beuningen een
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
27
DE VOETGANGER
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
28
Het recreatieve wandelnetwerk Er zijn nog vele recreatieve wandelroutes in de gemeente. Zo zijn er twee Klompenpaden (zie www.klompenpaden.nl), de Beuningse Ommetjes, het Dierenbeweegpad in Beuningen, Winssen en een actieve route in het centrum van Beuningen. Verder zijn er een tweetal langeafstandswandelingen (Grote Rivierenpad en Streekpad Nijmegen). Ook wordt er vanuit de regio gewerkt aan een nieuw, regionaal wandelnetwerk. Acties:
10. Looproutes en knelpunten bepalen (waar bijvoorbeeld infrastructuur ontbreekt);
11. Stappenplan opstellen bij onderhoud en voor het stellen van prioriteiten.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
29
3.2
Het fietsnetwerk
De gemeente zet zich in voor een aantrekkelijk, samenhangend fietsnetwerk van utilitaire en recreatieve fietspaden. Voor het utilitaire fietsverkeer zijn met name de volgende kwaliteitsaspecten van belang: •
Samenhang: het fietsnetwerk moet een samenhangend geheel vormen van routes die belangrijke herkomsten en bestemmingen met elkaar verbinden.
•
Directheid: fietsroutes moeten zo direct mogelijk zijn.
•
Aantrekkelijkheid: fietsinfrastructuur moet aantrekkelijk zijn voor fietsers en goed zijn ingepast in de omgeving.
•
Verkeersveiligheid: de infrastructuur moet veilig zijn voor alle weggebruikers.
•
Comfort: de fietsinfrastructuur moet een vlotte en comfortabele doorstroming mogelijk maken
Voorbeelden van maatregelen zijn het optimaliseren van het fietsnetwerk door daar waar nodig paden te verbreden, paaltjes te verwijderen, scherpe bochten/knikken te reduceren, oversteken
Regionaal fietsnetwerk Het Batavierenpad Noord en -Zuid verbinden Beuningen met Nijmegen. Het Batavierenpad Noord loopt vanaf de rotonde Schoenaker/Van Heemstraweg in Beuningen via Weurt en de Kanaalhavens naar het station Nijmegen Centraal. Het Batavierenpad Zuid begint bij de Schoenaker in Beuningen en loopt via de Koningstraat en de Beuningse Plas naar Goffert en Heyendaal in Nijmegen. Met deze regionale verbindingen is het mogelijk om in ongeveer een halfuur naar het station Nijmegen te fietsen (vanuit Beuningen). Ook sluiten de routes aan op het Rijnwaalpad en het Maaswaalpad. Op deze fietsroutes gelden hoge kwaliteitseisen. We kijken naar mogelijkheden om dit netwerk verder uit te breiden. Zo is de ambitie om het Batavierenpad in westelijke richting door te trekken langs de Van Heemstraweg en hiermee een aansluiting te maken met Druten. Dit doen we in samenwerking met buurtgemeenten en de regio. Acties:
12. Kwaliteitsimpuls fietsnetwerk: doortrekken van het Batavierenpad
veiliger te maken en nieuwe infrastructuur aan te leggen waar deze
Noord langs de Van Heemstraweg richting Druten (regionale
ontbreekt.
samenwerking), zie kaart gewenst fietsnetwerk;
13. Kwaliteitsimpuls fietsnetwerk: doortrekken van het Batavierenpad Naast het fietsnetwerk zijn ook de overige fietsvoorzieningen
Zuid over de Koningsstraat richting Ewijk, zie kaart gewenst
belangrijk, zoals het bieden van goede en voldoende
fietsnetwerk.
fietsenstallingen, routeinformatie en rustpunten voor recreatieve fietsers. Bij onderhoud en realisatie van infrastructuur blijven we de fiets prioriteit geven.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
30
Hoofdfietsnetwerk Uitgangspunt is dat binnen de gemeente in principe bestemmingen voor de fiets gelijk of directer bereikbaar zijn dan voor gemotoriseerd verkeer. Daarom kiezen we voor een aantal lokale hoofdfietsroutes in de gemeente. Voor het hoofdfietsnetwerk gaan we uit van de volgende kwaliteitseisen (hoewel altijd maatwerk en afstemming op de omgeving nodig zal zijn): •
gesloten (bij voorkeur asfalt) verharding;
•
vrijliggende of solitaire fietspaden;
•
voldoende breedte;
•
herkenbaar;
•
goed onderhouden;
• •
opgenomen in de gladheidbestrijding; verlicht.
Op de volgende pagina is het gewenste hoofdfietsnetwerk te zien. Op de kaart staan ook de regionale hoofdfietsroutes binnen de gemeente aangegeven. Voor deze regionale routes gelden andere kwaliteitseisen dan voor het hoofdfietsnetwerk. De pijl vanuit de Goudwerf laat een nieuwe route zien die op de woningbouwontwikkelingen bij Ewijk aansluit en tevens zorgt voor een veiligere fietsontsluiting langs de Goudwerf voor werknemers op het bedrijventerrein.
maken, en de fietsroute tussen de Steeg en de Ficarystraat autoluw te maken zorgt ervoor dat ook de evenementenlocatie Groene Heuvels veilig met de fiets bereikt kan worden. Het scheiden van gemotoriseerd verkeer van het fietsverkeer draagt bij aan de verkeersveiligheid voor de fietser in het buitengebied. Het tracé van deze hoofdroute moet nog verder onderzocht worden. Acties:
14. Inventariseren van intensiteiten functioneel routenetwerk, materialisering, onderhoud, menging met gemotoriseerd verkeer, breedte, knelpunten en missing links;
15. Opstellen verbeterplan op basis van inventarisatie. Recreatief fietsnetwerk Naast het regionale netwerk van hoogwaardige fietsroutes en lokale hoofdfietsroutes binnen de gemeente is er ook het recreatief fietsnetwerk. Binnen de gemeente zijn er meerdere knooppunten te vinden en is er een aansluiting met een veer over de Waal. Er zijn recent een aantal aanpassingen geweest aan dit recreatieve fietsnetwerk. Een kaart van het recreatieve netwerk is te zien op de pagina na het gewenste hoofdfietsnetwerk.
Daarnaast is er ook indicatief een nieuwe fietsroute over de Elsenpas aangegeven. Er wordt veel gefietst over de Elsenpas vanaf de Wilhelminalaan richting Nijmegen, maar door de combinatie van een smalle weg met (soms hardrijdend) auto- en landbouwverkeer heeft de fietser hier beperkt de ruimte. Verkeersveiligheid is hier een aandachtspunt. Op de Elsenpas tussen de Schoenaker en de Ficarystraat wordt ook veel (recreatief) gefietst. Het ontvlechten van de fietsroute tussen de Schoenaker en de Steeg door deze autovrij te
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
31
GEWENST FIETSNETWERK
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
32
RECREATIEF FIETSNETWERK
01
Knooppunten
Recreatief fietsnetwerk Routedelen
4
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
33
3.3
Gedragsmaatregelen voor het stimuleren van actieve mobiliteit
Ook sluiten we aan bij regionale campagnes gericht op bewoners en werknemers/werkgevers zoals Slim & Schoon onderweg vanuit de regio.
Om fietsen en lopen verder te stimuleren is er ook een rol weggelegd voor campagnes en educatie. Deze zijn er op het gebied van verkeersveiligheid zoals al eerder beschreven, maar ook voor het stimuleren van actieve mobiliteit. Samenwerking met de buurgemeenten en de regio is hierbij belangrijk. Daarnaast verbinden we ambities aan elkaar, zoals het stimuleren van fietsen naar het werk en carpoolen met een werkgeversaanpak vanuit de regio. Maar ook door samen te werken met andere beleidsterreinen zoals sport,
Bevorderen ketenmobiliteit
recreatie en gezondheid. Naast het stimuleren van actieve
Ketenmobiliteit is het gebruik van meerdere vervoerwijzen binnen
vervoerswijzen ontmoedigen we bepaalde vervoerswijzen. We zorgen
een reis. Bijvoorbeeld met de fiets naar de bushalte en vervolgens
bijvoorbeeld dat een rit op de fiets voor veel bestemmingen korter of
met de bus naar de eindbestemming. Een goed netwerk van
sneller is dan een rit met de auto.
overstappunten, nabijheid van openbaar vervoer (OV)-haltes, beschikbaarheid van deelsystemen, een goede doorstroming van de
Stimuleren fietsgebruik De fiets is een duurzame vervoerswijze. De bereikbaarheid met de fiets en voorzieningen voor de fiets worden blijkt uit de enquête redelijk goed beoordeeld . Echter, het belang van zowel de bereikbaarheid als de voorzieningen wordt hoger gescoord dan de huidige kwaliteit (zie enquêteresultaten mobiliteitsvisie). Het fietsgebruik in Beuningen is wat lager dan gemiddeld in Nederland. Om het fietsgebruik te stimuleren blijven we daarom inzetten op het geven van prioriteit aan de fiets in ontwerp en inrichting van de openbare ruimte. We investeren daarnaast in fietslessen, educatie, voorlichting, en het promoten van fietsroutes.
bus en goede verbindingen tussen (fiets)parkeerplaatsen en OVvoorzieningen zijn voorbeelden van aspecten die het maken van ketenverplaatsingen makkelijker maken. Door het bevorderen van ketenmobiliteit neemt het gebruik van duurzamere vervoermiddelen toe. De kwaliteit van het openbaar vervoer en het overstappen tussen de vervoersmiddelen is hierin belangrijk. De gemeente heeft zelf geen zeggenschap op de lijnvoering van het openbaar vervoer. Maar zij kan wel potentiële verbeteringen onderzoeken en daarvoor lobbyen. Hiervoor werken we samen met de provincie en concessiehouders. Ook kan de gemeente bijdragen aan de kwaliteit door het aanbieden van goede gemeentelijke infrastructuur en haltevoorzieningen in
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
34
samenhang met de wegencategorisering, woningbouw en sociale voorzieningen. Naast het aanbieden van een alternatief voor de auto, draagt het openbaar vervoer bij aan een leefbare gemeente. De gemeente wil minimaal het huidige kwaliteitsniveau van het openbaar vervoer behouden, maar streeft naar het verbeteren van de kwaliteit. Dit draagt bij aan het verbeteren van de mogelijkheden voor ketenmobiliteit en is verder uitgewerkt in paragraaf 4.1. Acties:
16. Aansluiten op regionale campagnes gericht op bewoners en
3.4
Fysiek toegankelijke infrastructuur
We willen onze infrastructuur toegankelijk maken door beter rekening te houden met de wensen en beperkingen van verkeersdeelnemers. Het gebruik van scootmobielen, rollators en rolstoelen op straat neemt door de vergrijzing toe. Versmallingen, oneffenheden en stoeprandjes kunnen voor deze groepen mensen een ware hindernisbaan vormen. De gemeente zet zich daarom in voor voldoende brede trottoirs en voor middengeleiders om oversteken van drukke straten te vergemakkelijken. Ook het verbeteren van de zichtbaarheid van de
werknemers/werkgevers, zoals Slim & Schoon onderweg vanuit
infrastructuur (goede verlichting, markering) is hiervan onderdeel.
de regio;
Ernstige knelpunten krijgen prioriteit, de overige worden
17. Bieden van goede voorzieningen zoals wachtruimtes en
meegenomen in combinatie met onderhoud. Hiermee sluiten we aan
hoogwaardige fietsenstallingen bij OV-knopen en bushaltes
op het verbeteren van de voetgangersvoorzieningen door bij
zodat dit de mogelijkheden van ketenmobiliteit verbetert;
onderhoud en realisatie van infrastructuur specifiek rekening te
18. Bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen onderzoeken we de mogelijkheden voor het toevoegen van openbaar vervoer en/of het voorzien van goede loop/fietsroutes naar OV-haltes;
19. Bij herinrichtingen van bestaande busroutes kijken we waar verbetering voor het OV mogelijk is binnen de andere opgaven
houden met de voetganger. Acties:
20. Bij de herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met eisen aan toegankelijkheid.
van de herinrichting.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
35
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
36
4. Toekomstbestendigheid waarborgen een bestemming te bereiken. Hieronder valt dus onder andere een vlotte verkeersafwikkeling met een goede doorstroming van het verkeer op de wegvakken en kruispunten voor alle vervoerswijzen. Met duurzame mobiliteit bedoelen we een toekomstbestendige manier van vervoer, waarbij onze verplaatsingen steeds minder invloed gaan hebben op het milieu en een steeds lagere CO₂-uitstoot hebben. Drie belangrijke uitgangspunten voor het verduurzamen van de mobiliteit zijn: Toekomstbestendig mobiliteitsbeleid betekent dat we om kunnen gaan met alle veranderingen die de toekomst gaat brengen. Binnen dit thema gaat het om: •
Mobiliteitseffecten van ruimtelijke plannen, zoals: woningbouwplannen en evenementen.
•
Duurzame mobiliteit, zoals: fiets (elektrisch, bakfiets, speedpedelec, etc.), openbaar vervoer, deelmobiliteit en elektrische auto.
•
het voorkomen van verplaatsingen;
•
het veranderen van vervoerswijze;
•
het verschonen van vervoermiddelen.
Leeswijzer In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het openbaar vervoernetwerk, de effecten van ruimtelijke plannen op het verkeer en hoe daarmee om te gaan, parkeren, laadvoorzieningen en deelmobiliteit.
We willen voorkomen dat de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente en de bijbehorende verkeerstoename op de aanwezige infrastructuur leiden tot een verslechtering van de bereikbaarheid. Met bereikbaarheid wordt de toegankelijkheid van bestemmingen bedoeld, uitgedrukt in de kosten, tijd en/of moeite die nodig is om
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
37
4.1
Het openbaar vervoer netwerk
De gemeente Beuningen heeft geen spoorverbindingen. Reizen met
gaat uit van minimaal het behoud van het huidige kwaliteitsniveau, maar streeft naar het verbeteren van de kwaliteit. Er wordt hiervoor samengewerkt met de provincie en concessiehouder.
het openbaar vervoer vanuit de gemeente vinden dus plaats met de (buurt)bus, lokaal vervoer of taxi. De huidige lijnen zijn:
Regionale samenwerking
Lijn 5 tussen Beuningen Tiberiuslaan – Nijmegen Centraal
Naast de buslijnen zijn de spoorlijnen ook belangrijk voor de
Station – Groesbeek de Horst/Breedeweg
bereikbaarheid van onze gemeente, al heeft de gemeente zelf geen
•
Lijn 11 tussen Beuningen Aalsterveld – Nijmegen Dukenburg
treinstation. In regionaal verband (Groene Metropoolregio Arnhem-
•
Lijn 12 en 89 tussen Druten – Nijmegen Centraal Station (nu
Nijmegen) werken we aan betrouwbaar openbaar vervoer en een
nog geen halte in Beuningen)
goede aansluiting daarvan op de gemeente. Dit vraagt om een
•
Lijn 65 en 565 tussen Beuningen Kerk – Wijchen Mozaïek
kwaliteitsimpuls.
•
Lijn 85 tussen Druten – Winssen – Ewijk – Beuningen – Weurt –
Om dit voor elkaar te krijgen gaan we voor:
Nijmegen
1. Snel, direct en vaak naar belangrijke economische kernen buiten
•
de regio; Verder is het met Buurt Vervoer Beuningen voor inwoners van de
2. Betere ontsluiting van dorpskernen, bijvoorbeeld richting Ewijk met
gemeente mogelijk om voor een €1 per rit (bron:
de beoogde woningbouwlocaties;
buurtvervoerbeuningen.nl) binnen de gemeente te reizen. De service
3. Aantrekkelijke OV-knooppunten.
is een project van Stichting Perspectief, en wordt ondersteund door een team vrijwilligers. Op deze manier blijft vervoer binnen de
Hubs
gemeente mogelijk voor de inwoners die dit niet (meer) zelfstandig
Vanuit de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, waar
kunnen ondernemen.
Beuningen ook onder valt, wordt gewerkt aan de realisatie van hubs. Dit zijn locaties waar het makkelijk is om bijvoorbeeld te parkeren en
Goede busverbindingen
over te stappen op de bus of op de fiets. Daarnaast kunnen er andere
Voor de bereikbaarheid van de gemeente is het belangrijk dat de
diensten ondergebracht worden, zoals een pakketpunt of
huidige buslijnen blijven bestaan. Het is voor bijvoorbeeld mensen
deelmobiliteit.
zonder auto of rijbewijs, zoals jongeren en ouderen, hét vervoersmiddel om zich te verplaatsen naar bijvoorbeeld (beroeps-
De regio heeft een aantal hub-locaties aangewezen die onderzocht
en hoger) onderwijs en maatschappelijk voorzieningen. De gemeente
kunnen worden. Bijvoorbeeld een zoeklocatie langs de A73 bij Beuningen. Een hub geeft de gemeente Beuningen de kans om ook
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
38
een opstapplaats te realiseren op de busverbinding die nu al tussen
Acties:
Nijmegen en Druten rijdt. Dit zijn lijn 12 en lijn 89 die op dit moment
21. In regionaal verband samenwerken voor robuust en
nog geen halte hebben in de gemeente. Zo heeft een grotere hub de potentie om gebruikt te worden als P&R locatie. “De P&R Nijmegen West functioneert momenteel niet naar behoren. Onder andere de ligging en inrichting zorgen ervoor dat weinig gebruikers de P&R weten te vinden. Op deze locatie zijn de meeste automobilisten de file naar verwachting reeds gepasseerd. Een locatie
hoogwaardig openbaar vervoer;
22. Regionaal samenwerken aan de verdere invulling van hubs, zodat de inwoners van de gemeente Beuningen daar ook profijt van hebben;
23. Potentieel van OV bij ruimtelijke ontwikkelingen in kaart brengen en meenemen.
westelijker ligt meer voor de hand, waarmee al snel Beuningen in zicht komt. [..] In plaats van verder te investeren in P&R West adviseren wij met gemeente Nijmegen en gemeente Beuningen naar een geschikte hublocatie te zoeken die complementariteit biedt aan beider gemeentelijke doelen. Door het aanbieden van deelmobiliteit op zo’n locatie wordt de regionale ontsluiting van Beuningen geoptimaliseerd. Door bijvoorbeeld aan te sluiten op buslijn 5 of een nieuwe (pendel)buslijn met minder halteplaatsen te introduceren, kan ook de toekomstige hub NYMA bediend worden. Deze optie vraagt om een (pendel)busverbinding waarmee de bus niet in dezelfde file komt te staan als de auto’s. En zo de reiziger sneller naar zijn bestemming kan brengen.” (Uit Meerjarige investeringsagenda regionale hubs en knooppunten GMR, 2021) Daarnaast zijn er binnen de gemeente ook kansen voor andere typen hubs. Veel bushaltes liggen aan de randen van kernen en hier liggen kansen voor het opwaarderen met goede fietsenstallingen en het aanbieden van deelmobiliteit.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
39
OPENBAAR VERVOER
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
40
4.2
Omgaan met de effecten van ruimtelijke plannen op het verkeersnetwerk
Winssen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals woningbouwlocaties,
+400 woningen
bedrijfsvestigingen en evenementen) brengen we het effect op de verkeerstromen in beeld. Daarbij kijken we naar de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid en passen we daar waar nodig de
Ewijk
infrastructuur aan. De afstemming tussen bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid is opgenomen in de wegencategorisering, welke een onderdeel is van hoofdstuk 2.
+1000 woningen
In het Omgevingsprogramma Woningbouw 2.0 uit 2022 geeft de gemeente richting aan de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente middels structuurmodellen die voor de kernen Winssen en Ewijk zijn opgesteld (Beuningen en Weurt volgen later). Deze
Figuur 4.1: Woningbouwlocaties bij Winssen en Ewijk
structuurmodellen zijn de basis voor het toekomstige Omgevingsplan. Zo komen er bij Ewijk en Winssen nieuwe woningen bij, zie figuur 4.1. Bereikbaarheid van deze nieuwe locaties, maar ook bestaand bebouwd gebied, wordt onder andere gegarandeerd door
Acties:
24. Volgen van ontwikkelingen omtrent bestemmingsplan Groene Heuvels en daaraan gerelateerd evenementvergunningen;
25. Daarnaast volgen van landelijke ontwikkelingen met impact op
optimalisering van het huidige netwerk en de aanleg van nieuwe
mobiliteit (rekeningrijden, thuiswerken, spitsheffing, etc.) en
infrastructuur waar nodig. Daarnaast wordt ingezet op
andere vormen van mobiliteit (deelvervoer, elektrische fietsen,
snelheidsbeperkend ontwerp van wegen en verkeersroutes voor
etc.).
langzaam verkeer, waarbij laatstgenoemde evenveel of meer ontsluitingen krijgt ten opzichte van gemotoriseerd verkeer. Ook wordt er ingezet op geclusterd parkeren.
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
41
4.3
Parkeren
Het Parapluplan Parkeren zoals dat er nu ligt is opgesteld als toetsingskader voor omgevingsvergunningen. In het plan worden de parkeerkencijfers conform CROW publicatie 316 ‘Kencijfers parkeren
parkeernorm kunnen toepassen en de parkeervoorzieningen kunnen clusteren. Daarnaast zetten we in op het bieden van goede alternatieven voor de auto, zoals goede en veilige fietsinfrastructuur en de mogelijkheden voor deelmobiliteit.
en verkeersgeneratie’ gebruikt.
Al met al is het nodig om het huidige parkeerregime te evalueren en
Het bestaande Parapluplan gaat uit van een lagere
onderscheid maken tussen de verschillende kernen, en kunnen we de
stedelijkheidsgraad dan de gemeente Beuningen op dit moment heeft (weinig stedelijk ten opzichte van matig stedelijk). Daarnaast is CROW publicatie 316 niet meer actueel. De actuele publicatie (381) gaat uit van een andere en lagere bandbreedte voor de parkeernormen. Op dit moment is enkel in de kern Beuningen sprake van een ‘centrumgebied’, en daaromheen de ‘schil centrum’. De overige bebouwde gebieden zijn ‘rest bebouwde kom’, en daarnaast is er nog
het huidige Parapluplan te actualiseren. Hierin kunnen we parkeernormen uitbreiden (meer woonvormen) en waar mogelijk verlagen. Ook is het mogelijk hier specifiek parkeernormen in op te nemen voor de nieuwe woongebieden en het centrum van Beuningen. Acties:
26. Evalueren blauwe zone (parkeerschijfzone) in het centrum van Beuningen;
27. Herijken Parapluplan Parkeren.
het ‘buitengebied’. Het centrum van Beuningen geldt als blauwe zone (tussen Burgemeester Geradtslaan, Wilhelminalaan, Alexiastraat en Kerkplein). We evalueren regelmatig of de blauwe zone (parkeerschijfzone) naar behoren functioneert. Binnen de gemeente Beuningen zijn verder verschillende kernen waar in het huidige beleid geen onderscheid tussen wordt gemaakt. We kunnen niet in elke kern uitgaan van dezelfde stedelijkheidsgraad en dezelfde ruimtelijke positie, bijvoorbeeld t.o.v. Nijmegen; maatwerk is daarom nodig. Verder is de parkeerdruk op een aantal locaties veranderd en hebben we te maken met nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw. Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we of we een lagere
Mobiliteitsplan 2035 - 16 april 2024
42
4.4
Laadvoorzieningen
Omdat voor het merendeel van de ritten de auto wordt gebruikt, is winst te behalen door de auto te verduurzamen. Om het autogebruik te verduurzamen zetten we ook in op de overstap naar elektrische auto’s. Voor deze auto’s is laadinfrastructuur onmisbaar. Door de toename van het aantal elektrische voertuigen groeit ook de vraag naar laadpunten voor de elektrische auto.