CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Groenbeheerplan 2025-2028 versie Bestuurlijke besluitvorming

Commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Groenbeheerplan 2025-202819.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Gezien het belang van groen bij de verschillende maatschappelijke opgaven en de groene opgaven is het nodig om ook middelen beschikbaar te stellen voor de structurele vervanging van groenvoorzieningen. Op die manier werken we de achterstanden weg en houden we in de toekomst ons areaal op orde. Kosten De kosten voor het vervangingsonderhoud zijn op basis van het resultaat van de technische inspectie Groen (achterstallig vervangingsonderhoud) en de afschrijvingstermijnen (structureel vervangingsonderhoud) berekend. Hieruit blijkt het volgende: ● De beschikbare middelen op de exploitatie bedragen € 150.000 per jaar; ● De benodigde middelen voor het structureel vervangingsonderhoud bedragen € 321.443 per jaar; ● De benodigde middelen voor het achterstallig onderhoud bedragen in totaal € 291.627; ● Op basis van een wijkgerichte aanpak bedragen de benodigde middelen voor het achterstallig onderhoud gemiddeld € 72.907 per jaar; ● De beschikbare middelen voor de vervangingsinvesteringen nemen in de periode 2025 t/m 2028 gemiddeld toe met € 244.350 per jaar. 8.1.3 Interne organisatie Het voorgaande Groenbeheerplan is vastgesteld in 2013. De ‘groene opgaven’ in de gemeente Beuningen zijn sinds 2013, op basis van een toename in het areaal en de ontwikkelingen in het groenbeheer, steeds groter geworden. Dit is een trend die zich de komende jaren zal gaan voortzetten.

De interne organisatie is echter niet meegegroeid, waardoor we met dezelfde capaciteit voor een steeds grotere opgave staan.

73

Om uitvoering te kunnen geven aan het nieuwe Groenbeheerplan (2025 t/m 2028) is het nodig om: ● De personele capaciteit te vergroten; ● Gebruik te maken van de inzet van externe marktpartijen voor inspecties en monitoring; ● Het gegevensbeheer en het mutatieproces op orde te krijgen; ● Een communicatiekalender Groen op te stellen. De jaarlijkse kosten voor de inzet van externe marktpartijen voor de inspecties en monitoring bedragen gemiddeld € 35.000 per jaar. De benodigde middelen voor het vergroten van de personele capaciteit zijn niet meegenomen in de jaarlijkse kosten. Deze zijn afhankelijk van de gekozen oplossingsrichting; inhuur externe marktpartij(en) of het beschikbaar stellen van vacatureruimte. 8.1.4 Integrale aanpak Het Groenbeheerplan bestaat uit meerdere bouwstenen, zoals de visie op groenbeheer, het dagelijks beheer en onderhoud, de aanpak van de vervangingsopgave en de ontwikkeling van de interne organisatie. De bouwstenen zijn onderling met elkaar verbonden en vormen gezamenlijk de basis voor het toekomstige beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen.

Bij de bestuurlijke vaststelling is het daarom belangrijk om te realiseren dat de financiële- en kwaliteitskeuzes die voorliggen in het Groenbeheerplan met elkaar zijn verbonden en elke beslissing met betrekking tot één of meerdere bouwstenen invloed heeft op het uiteindelijke resultaat (“het één kan niet zonder het ander”). De bouwstenen gezamenlijk vormen de volledige aanpak van het groenbeheer de komende jaren en dragen er zorg voor dat we optimaal invulling kunnen geven aan onze beleidsambities en het areaal aan groenvoorzieningen op orde krijgen en houden. Kortom, willen we kwalitatief beheer in de komende jaren bestendigen dan is een extra investering in zowel onderhoudsniveau, de vervangingsopgave en de personele capaciteit noodzakelijk.

8.2

Aanbevelingen

Voor de implementatie van het Groenbeheerplan zijn enkele aanbevelingen opgenomen, welke bijdragen aan een goede uitwerking van de maatregelen op operationeel niveau. 8.2.1 Onderhoudscontract(en) Het huidige onderhoudscontract is verlengd t/m 31 december 2024. Op basis van de bestuurlijke vaststelling van het Groenbeheerplan en de kwaliteitskeuzes gaan we in 2025 de aanbesteding voorbereiden van het nieuwe onderhoudscontract met als ingangsdatum 1 januari 2026. De maatregelen uit het Groenbeheerplan krijgen uitwerking in het nieuwe onderhoudscontract. Dit betekent dat we in eerste instantie inzichtelijk maken wat de scope (maatregelen, hoeveelheden, kwaliteit, beeld en frequentie) is van het nieuwe onderhoudscontract. Vervolgens bepalen we op basis van de scope de contractvorm (bv. RAW-bestek, RAW-raamovereenkomst of UAV-gc) en de manier van aanbesteden (hanteren van percelen, EMVI en/of laagste prijs). Het resultaat van deze input vertalen we naar één of meerdere onderhoudscontracten, inclusief alle benodigde aanbestedingsdocumenten. In het derde kwartaal van 2025 zal de publicatie van de nieuwe onderhoudscontract(en) plaatsvinden.

74

8.2.2 Aanpak vervangingsopgave Het resultaat van de technische inspectie Groen maakt inzichtelijk welke maatregelen nodig zijn om de groenvoorzieningen weer aan het gewenste kwaliteit te laten voldoen. De vervolgstap is deze maatregelen te vertalen naar een meerjarenprogrammering voor de vervangingsopgave van de groenvoorzieningen. Dit doen we aan de hand van de volgende stappen: Toetsen aan integrale programmering Op dit moment vinden er geen grootschalige vervangingen plaats van onze groenvoorzieningen. Het toetsen van de maatregelen uit de technische inspectie Groen aan de programmering Groen is dan ook niet noodzakelijk. Daarentegen is het wel van belang om het resultaat van de technische inspectie Groen te toetsen aan de integrale programmering. Op die manier dragen we er zorg voor dat, indien mogelijk, de vervangingsopgaven van de groenvoorzieningen gelijktijdig met andere vervangingsopgaven worden uitgevoerd (werk met werk maken). Praktijktoets De praktijktoets is de vertaling van de technische inspectie Groen naar een uitvoeringsprogramma. Het doel van de praktijktoets is om het resultaat van de technische inspectie Groen af te stemmen op andere disciplines (integrale programmering), te prioriteren en te vertalen naar definitieve maatregelen en budgetten.

Het is daarbij van belang om de maatregelen uit de technische inspectie Groen te toetsen aan de gewenste doelstellingen en de onderlinge samenhang van de maatregelen. Tijdens de technische inspectie Groen zijn alle groenvakken afzonderlijk van elkaar beoordeeld en is er bij een te laag kwaliteitsniveau een maatregel toegekend. Hierbij is niet gekeken naar een integrale en/of volledige aanpak van een straat of buurt. Het is daarom belangrijk om tijdens de praktijktoets een verband te leggen tussen de afzonderlijke maatregelen (bv. alle beplantingsvakken in de straat renoveren) en met de maatregelen vanuit de andere assets (integrale aanpak van een locatie). Beleidsdoelstellingen De laatste stap in het proces is het toetsen van de maatregelen aan onze beleidsdoelstellingen, zoals; ● Het vergroenen van de openbare ruimte (klimaatadaptatie); ● De aanplant van klimaatadaptieve beplanting en functioneel en kwalitatief groen; ● Het vergroten van de biodiversiteit. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat we bij de uitvoering van de maatregelen uitgaan van de aanplant van dezelfde beplantingssoort, terwijl de aanplant van een andere beplantingssoort juist bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit. Een ander voorbeeld is dat er bij het opstellen van de maatregelen geen rekening is gehouden met kansen voor vergroening (groen in plaats van verharding).

Hiervoor zullen we tijdens de ‘praktijktoets’ de kansrijke locaties in beeld brengen en deze afstemmen met de betrokken assetbeheerders. Het doel is om in het uitvoeringsprogramma en binnen de beschikbare middelen zo optimaal mogelijk invulling te geven aan de beleidsdoelstellingen ‘klimaatadaptatie’ en ‘biodiversiteit’.

75

8.2.3 Werken met voorziening(en) Het Groenbeheerplan gaat uit van exploitatiekosten en vervangingsinvesteringen en werkt nog niet met voorzieningen. Voor de maatregelen met betrekking tot groot onderhoud (bv. het dunnen van bosplantsoen of de inboet van beplanting) is het echter gewenst om te werken met één of meerdere voorzieningen. De belangrijkste reden hiervoor is dat deze werkzaamheden vaak een meerjaarlijkse onderhoudscyclus hebben (bv. 1x per 3 of 5 jaar). Het gebruik van voorzieningen heeft als voordeel dat er minder grote schommelingen zijn op de exploitatie en de werkzaamheden door de beheerder planmatig zijn te organiseren. Denk bijvoorbeeld aan een wijkgerichte aanpak, waarbij we alle maatregelen voor het groot onderhoud binnen een wijk in één keer uitvoeren.

76

77

Bijlagen Bijlage 1 Omschrijving beheergroepen Omschrijving van alle voorkomende beheergroepen in de gemeente Beuningen. De omschrijving van de beheergroepen bestaat uit een definitie, de objectenregistratie, maatregelenpakketten en de technische kwaliteitseisen.

Bijlage 2 Financieel overzicht exploitatie Tabel met daarin een overzicht van de beschikbare middelen op de exploitatie op basis van de indeling naar kostenplaats en kostencode. De beschikbare middelen zijn vergeleken met de benodigde middelen op basis van de kwaliteitskeuzes in scenario 1 en 2 (zie hoofdstuk 5)

78

Bijlage 1, Omschrijving beheergroepen Zie separate bijlage ‘Uitwerking beheergroepen, Beuningen (2024)’

79

Bijlage 2, Financieel overzicht exploitatie

80

Beheeraccent advies Alcoalaan 4 5151 RW Drunen T. 0416 533 374

info@beheeraccent.nl www.beheeraccent.nl

81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=187cfbe1-7fbc-4a76-b01e-0a041eaccb4e