Bijlage 1 Bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Tekst van het document
Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
13 13 14 16 18
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
19 19 20 21 23 24 25 26 28 31 32 34 34
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen
36 36 37
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Maatschappelijke haalbaarheid
39 39 39 39
Bijlagen toelichting
40
Bijlage 1
Bodemonderzoek
41
Bijlage 2
Waterhuishoudkundig onderzoek
42
Bijlage 3
Quickscan Wet natuurbescherming
43
Bijlage 4
Stikstofdepositieonderzoek
44
Bijlage 5
Verkennend archeologisch onderzoek
45
Bijlage 6
Selectiebesluit archeologisch onderzoek
46
2
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Regels
48
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
49 49 52
Hoofdstuk 2 Artikel 3 53 Artikel 4
Bestemmingsregels Wonen
53
Waarde - Archeologie 2
57
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels
59 59 59 60
Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
61 61 61
Bijlagen regels
64
Bijlage 1
65
Voorwaardelijke verplichting bodemsanering
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
3
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
4
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Toelichting
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
5
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaar van het perceel op de kruising van de Kennedysingel en de Notaris Stephanus Roesstraat in Winssen, is voornemens het bestaande bedrijfspand te slopen en daarvoor in de plaats negen levensloopbestendige, middenhuur woningen te realiseren. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Kennedysingel 84 en de Notaris Stephanus Roesstraat 27, in de kern Winssen en staat kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie F, nummers 158, 2487 en 2706. Het plangebied heeft een omvang van circa 2.665 m2 en wordt begrensd door: » Noordzijde: de Kennedysingel; » Oostzijde: de Notaris Stephanus Roesstraat; » Zuidzijde: de woonperceelsgrenzen van de woningen aan de Notaris Stephanus Roesstraat 25, 23, 21 en 19; » Westzijde: de zijdelingse woonperceelsgrenzen van de woningen aan de Bongerd 25a en de Kennedysingel 82. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding. å .
Hoek
„ ŕVïj
,
re irũ
-
- - -- Winssen
ř JE
Ä5Í V«n
A, ì
,*í RĨS nfEVSTK*»ftt»
Globale ligging plangebied (rode stip)
6
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
āÊJbm Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
1.3
Geldende plannen
De gronden in het plangebied zijn onderdeel van het bestemmingsplan 'Kern Winssen', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 3 juni 2013. Het plangebied is volledig voorzien van een bedrijfsbestemming. Ter plaatse van de bestaande bebouwing is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen een maximum bouwhoogte van 4,0 m geldt. Daarnaast geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Behalve het bestemmingsplan 'Kern Winssen', is ook het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' van toepassing op het hele plangebied. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 29 mei 2018. In dit parapluplan zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de aanduiding 'overige zone - rest bebouwde kom'. ....
r " *
*
* * * *
♦ M+ tl'4
*
*** 1+ + + + + + + + + + + + + +
*** **********
, , , , , , , , , , ,ļ, ,
U++++++++++ ********** * * * **
İ+ * *
4- * + * * 4- * - - * * * •f
* * 4- ţ -ļ Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) De bouw en het gebruik van de beoogde wooneenheden is niet toegestaan op basis van de geldende bedrijfsbestemming. Vandaar dat het bestemmingsplan moet worden herzien.
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
7
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.
Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
In het verleden heeft ter plaatse van het plangebied een herenboerderij gestaan met diverse, grote bijgebouwen. In de huidige situatie is in het plangebied een bedrijfspand met bedrijfswoning gesitueerd bestaande uit één bouwlaag zonder kap. Het gebouw ligt wat verder achter op het perceel. In de directe omgeving van het plangebied komen voornamelijk woningen voor. Uitzondering hierop vormt de bebouwing aan de oostzijde van de Notaris Stephanus Roesstraat, waar een mix van functies (detailhandel, bedrijvigheid en horeca) voorkomt, passend binnen de historische lintstructuur. Op navolgende afbeeldingen zijn impressies van het plangebied en de omliggende bestaande bebouwing weergegeven: T7Ţ-
•'•i '«
Impressie van het plangebied vanaf de zijde van de Kennedysingel
ftTa
__ ŗ* Impressie van het plangebied vanaf de zijde van de Notaris Stephanus Roesstraat
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
9
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
T. ^41
1
‘■
-J
H
ZIm Ĺ
A
1
0t bongero
“ DEBONGERO^'oEBO' ážS® '
^
«atřiä Impressie bestaande bebouwing met globale aanduiding plangebied (rode omkadering)
2.2
Toekomstige situatie
De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van het bestaande bedrijfspand en de bouw van negen wooneenheden. De woningen worden gebouwd voor de verhuur in het middenhuur segment. Het gaat om zowel grondgebonden woningen als appartementen. De beoogde doelgroepen bestaan uit starters, senioren, gezinnen en één- en tweepersoonshuishoudens. De woningen worden levensloopbestendig, duurzaam (gasloos) en zoveel mogelijk zelfvoorzienend (minimaal voldoend aan de BENG-eisen) gerealiseerd. Op navolgende afbeeldingen is de beoogde stedenbouwkundige opzet en zijn impressies van de voorgevels van de bebouwing weergegeven: Notaris Stephanus Roesstraat 27, Winssen
Pĩogrommo * » *
3 rljwonlngen (bergingen inpandig) 2 appartementen groot (ca. 120 m') 4 appartementen middel (ca. 80 m')
Porkeren * Parkeerbehoefte: 17,8 parkeerplaatsen « Parkeercapaciteit: 17 parkeerplaatsen * 6 garageboxen (4x8 meter)
Schaal 1:500
WAAL BRUG
Impressie beoogde toekomstige situatie
10
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
’
NlfPíì
r'iHf
F ľl - —
Impressie voorgevels van de beoogde bebouwing Met de beoogde stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten op de diversiteit van de lintbebouwing langs de Notaris Stephanus Roesstraat. Aan de zijde van de Kennedysingel wordt een hoofgebouw in de vorm van een T-boerderij gerealiseerd en aan de zijde van de Notaris Stephanus Roesstraat komt een notariswoning. In beide woongebouwen bevinden zich meerdere wooneenheden. De kop van de T-boerderij bestaat uit twee lagen met een kap, de grondgebonden woningen (achterdeel) bestaan uit één laag met ruime kap. De notariswoning krijgt een hoogte van twee lagen met een kap. Ter vergroening van het straatbeeld is aan de zijde van de Kennedysingel en de Notaris Stephanus Roesstraat voorzien in een groenstrook met een lage haag. Tussen de kop van de T-boerderij en de notariswoning is een bakenboom geprojecteerd met rondom deze boom een zitmogelijkheid. De groene voorruimte zal collectief worden ingericht en beheerd, waardoor een duidelijk groen en duurzaam kwalitatief kader kan worden gecreëerd en de eenheid van het ensemble wordt versterkt. Tevens wordt hiermee een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Achter op het perceel wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, door het realiseren van garageboxen en parkeerplaatsen op het maaiveld.
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
11
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Programma Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van negen middenhuur woningen mogelijk. De wooneenheden worden ontwikkeld als levensloopgeschikte woningen. Maximaal drie wooneenheden mogen hiervan afwijken. De stedenbouwkundige verkaveling voorziet in de bouw van: » drie rij- c.q. hoekwoningen (bergingen inpandig) in het lage deel van de T-boerderij; » twee appartementen (circa 120 m2) in de kop van de T-boerderij; » vier appartementen (circa 80 m2) in de notariswoning. Het programma is gebaseerd op de stedenbouwkundige uitwerking van het gebied, maar vormt nadrukkelijk geen blauwdruk. De verkaveling en differentiatie in het woningbouwprogramma is indicatief en kan op onderdelen nog wijzigen.
12
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: » Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; » De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; » Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; » Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
13
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling. Planspecifiek Onderhavig initiatief betreft de toevoeging van negen wooneenheden in bestaand stedelijk gebied. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Desondanks kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda, zie subparagraaf 3.3.2.
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Algemeen
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)' hebben Provinciale Staten op 1 februari 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
3.2.2
Omgevingsvisie
De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing.
Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden.
14
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. Het plangebied ligt in de kern van Winssen en de ter plaatse aanwezige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor de beoogde woningen.
Bovendien is de voorgenomen toevoeging van woningen afgestemd in het woningbouwprogramma, zie hiervoor subparagraaf 3.3.2. Daarnaast worden de woningen, aansluitend op de provinciale duurzaamheidsambities, zonder aardgasaansluiting en zoveel mogelijk zelfvoorzienend gerealiseerd. Tevens wordt het hemelwater op de eigen percelen geborgd. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt daarom geen belemmering voor de nieuw te bouwen woningen.
3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zoals in subparagraaf 3.3.2 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling zowel binnen de woonvisie alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (en daarmee binnen de subregionale woonagenda). Daarnaast is het plangebied onderdeel van een intrekgebied van een waterwingebied.
De omgevingsverordening regelt in artikel 2.38 dat een intrekgebied geen bestemming mag krijgen die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. Hiervan is geen sprake. In de omgevingsverordening zijn verder geen specifieke doelstellingen geformuleerd ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. Vandaar dat de omgevingsverordening geen belemmering vormt voor de planrealisatie.
3.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
15
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Beuningen
De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.
De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: » Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; » Beuningen is gezond, inclusief en veilig; » Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; » Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico's. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit; » Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Voldoende woningen Beuningen is een echte woongemeente. Er is een uiteenlopend aanbod van woonmilieus, van landelijk tot dorpscentrum. Dat is een aanvulling op de meer grootstedelijke milieus in de regio. De gemeente wil dit aanbod blijven bieden, versterken en uitbouwen. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling en dynamiek op de regionale woningmarkt. Bij de groei staat het behoud van de woonkwaliteiten (groen, blauw, rust en ruimte) voorop. Daarvoor moeten een andere aanpak worden gekozen dan ongebreideld uitbreiden. In samenhang met thema's als duurzaamheid en klimaatverandering is een uitgekiende ontwikkeling nodig.
Dit resulteert in de volgende opgaven: » Voldoende woningen voor de eigen behoefte én de regionale groei; » Betaalbare woningen voor diverse doelgrepen, verschillende soorten woningen binnen de wijken, levensloopbestendige woningen en bevordering van doorstroming; » Behoud van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen; » Nieuwe woningen moet zoveel mogelijk duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd, maar ook de bestaande voorraad moet verduurzamen. Inbreiding Bij nieuwbouw wordt het principe ‘inbreiding voor uitbreiding' gehanteerd. In de bestaande kernen is beperkte ruimte voor inbreiding. Onbebouwde, laag gewaardeerde locaties komen nauwelijks voor. Mogelijkheden ontstaan vooral door functieverandering. De invulling is altijd maatwerk. Dat geldt voor iedere inbreidingslocatie. Het gaat om goed aanhaken op debestaande structuur en benutten van mogelijkheden zodat de woningbouw bijdraagt aan versterking van het dorp. Behoud van het eigen, groene karakter is daarbij belangrijk. Naast functieverandering is het in Beuningen beleid om waar mogelijk ook mee te werken aan vervanging van oudere slechtere woningen voor moderne, energieneutrale woningen. Planspecifiek Het plan betreft een inbreiding door functieverandering.
Door de groene randen aan de straatzijde, zal het straatbeeld aan zowel de Kennedysingel als de Notaris Stephanus Roesstraat vergroenen. Het perceel aan de Kennedysingel 84 is centraal gelegen in de kern Winssen. Gezien de ligging nabij voorzieningen is een invulling met levensloopbestendige woningen logisch. Bovendien worden de woningen allen binnen de middenhuur grens op de markt gebracht. Middenhuur woningen zorgen voor een doorstroom van zowel koop als sociale huurwoningen. Bovendien worden de woningen uitgevoerd in de stijl van een boerderij, waardoor wordt aangesloten bij de historie van de plek. In het verleden heeft ter plaatse van het plangebied namelijk een herenboerderij gestaan met diverse bijgebouwen.
16
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
3.3.2
Woonvisie
De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Woonwaarts. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio.
Kwalitatieve opgave: inspelen op de mismatch Het is de ambitie om over voldoende woningen te beschikken én de juiste woningen op de juiste plekken te hebben, passend bij de doelgroepen en woonwensen nu en op langere termijn. De mismatch tussen vraagontwikkeling en huidig woningaanbod is daarbij maatgevend. Binnen de gemeente moet een gevarieerd aanbod aan woonmilieus worden aangeboden: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Uitgangspunten zijn voorts: » Inbreiding gaat voor uitbreiding, tenzij inbreiding ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit van een wijk of kern (ruimte en groen). Uitbreiding buiten stedelijk gebied zal dan juist een ruimtelijke kwaliteitsimpuls voor het buitengebied (of de overgang van bebouwde kom en buitengebied) moeten bieden of een bijzonder woonmilieu moeten creëren dat niet mogelijk is in de bestaande kern; » De gemeente zet in op transformatie van leegstaand c.q. vrijkomend (agrarisch) vastgoed richting woningbouw, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat dit meerwaarde biedt voor de volkshuisvestelijke, maatschappelijke en/of ruimtelijke kwaliteit; » Transformatie wordt als een bredere opgave gezien.
Daaronder vallen ook: aanpassingen van woningen met het oog op levensloopbestendigheid, investeringen in verduurzaming in energetisch opzicht, verkoop van huurwoningen en terugbouwen van toekomstgerichte sociale huurwoningen (de dubbelslag), transformatie van wijken (herstructurering), splitsing grotere boerderijen/ woningen; » Er wordt ingezet op een goede mix van appartementen en grondgebonden woningen, waarbij de specifieke kwaliteiten en potenties van de locaties leidend zijn; » De gemeente geeft prioriteit aan projecten die echt op korte termijn ontwikkeld moeten worden, vanwege de behoefte en de impuls die de projecten bieden voor bijvoorbeeld de woningmarkt; » Er wordt ingespeeld op de specifieke behoeften van doelgroepen die in de knel komen op de woningmarkt; » Voor woningbouwinitiatieven wordt een kwalitatieve meetlat ontwikkeld. Deze meetlat moet ervoor zorgen dat (ver-)bouwplannen zoveel mogelijk sporen met de door ons gewenste kwaliteiten. De meetlat wordt toegepast op nieuwe initiatieven, maar ook de huidige projecten worden getoetst. Zo kan de gemeente optimaal op kwaliteit sturen. Kwantitatieve opgave: bandbreedte Vanzelfsprekend is het inspelen op de kwalitatieve mismatch op de woningmarkt op termijn cruciaal, dat is het vertrekpunt. Een kwantitatieve bandbreedte, als kader waarbinnen de juiste kwaliteiten gerealiseerd kunnen worden, blijft echter nodig.
Meer dan in het verleden wil de gemeente daarin ruimte voor flexibiliteit creëren, zodat sneller wordt ingespeeld op nieuwe kansrijke initiatieven. Het is belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern wordt gebouwd, passend bij de ontwikkeling van de kern, zodat deze vitaal blijven. Geen grootschalige uitbreidingen, maar kleinschalige impulsen, passend bij de bestaande sfeer en identiteit.
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
17
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Planspecifiek Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. De beoogde toevoeging van negen wooneenheden voorziet in een lokale woningbehoefte en past zowel binnen de woonvisie, alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma van 1.325 woningen (en daarmee binnen de subregionale woonagenda). Kwalitatief legt het planvoornemen in lijn met de woonvisie de focus op doelgroepen als senioren en middeninkomens. Dit is ook vastgelegd in de woningbouwafspraken met de regio. Bovendien vindt door de beoogde mix van grondgebonden woningen en appartementen en het toevoegen van levensloopgeschikte woningen een kwalitatieve differentiatie plaats van het woningaanbod in Winssen.
3.3.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan is passend c.q. niet strijdig met het beleid van de verschillende overheden.
18
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Hoofdstuk 4
Milieu- Å omgevingsaspecten
4.1
Verkeer Å parkeren
4.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Om de verkeersgeneratie te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Beuningen is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom', waardoor de verkeersgeneratie (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedtes) uitkomt op: » 7,4 voertuigbewegingen per woning (huur, vrije sector); » 4,1 voertuigbewegingen per woning (huur, etage, midden). Op basis van de meest recente stedenbouwkundige uitwerking voorziet de ontwikkeling in de bouw van 9 woningen waarvan 3 rij- c.q. hoekwoningen in de vrije huursector en 6 middenhuur appartementen. Uitgaande van deze aantallen bedraagt de verkeersgeneratie ((3 x 7,4) + (6 x 4,1) ^ 46,8 voertuigbewegingen per weekdag.
In de huidige situatie zijn in het plangebied één kantoor- annex bedrijfspand met bedrijfswoning gevestigd, met een gemiddelde verkeersgeneratie van: » 7,4 voertuigbewegingen voor de bedrijfswoning aan de Notaris Stephanus Roesstraat 27, uitgaande van een huurwoning, vrije sector; » 16,6 voertuigbewegingen per 100 m2 bvo voor het kantoor- annex bedrijfspand aan de Kennedysingel 84 (circa 530 m2 bvo), uitgaande van commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie). In totaal komt dit uit op 7,4 + (5,3 x 16,6) = 95,4 voertuigbewegingen per etmaal. Het aantal voertuigbewegingen dat als gevolg van de beoogde ontwikkeling gegenereerd wordt, neemt vanwege de functiewijziging van 'Bedrijf naar 'Wonen' af ten opzichte van de bestaande situatie. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.1.2
Parkeren
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is conform het 'Parapluplan Parkeren' gebruik gemaakt van CROW-kencijfers uit de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. De parkeerkencijfers uit de publicaties van CROW worden weergegeven in de vorm van een bandbreedte. De gemeente Beuningen gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van de gemiddelde parkeernorm. Voor onderhavige ontwikkeling, in de 'rest bebouwde kom', bedraagt de gemiddelde parkeernorm: » 2,0 parkeerplaatsen per woning (huur, vrije sector); » 1,4 parkeerplaaten per woning (huur, etage, midden). Op basis van de meest recente stedenbouwkundige uitwerking voorziet de ontwikkeling in de bouw van 9 woningen waarvan 3 rij- c.q. hoekwoningen in de vrije huursector en 6 middenhuur appartementen. Dit betekent dat er ((3 x 2,0) + (6 x 1,4) ^ 14,4 parkeerplaatsen nodig zijn om te voldoen aan de parkeernorm. Het uitgangspunt is dat de parkeervraag voor een nieuwe ontwikkeling op eigen terrein wordt opgelost. Ter plaatse van het plangebied is voldoende ruimte om in het benodigde aantal parkeerplaatsen te voorzien. Achter op het perceel worden een aantal garageboxen voor bewoners gerealiseerd en op het maaiveld worden conform de parkeernorm voldoende parkeerplaatsen aangelegd. Hier kunnen ook bezoekers hun auto parkeren.
Het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernorm is bovendien geborgd in de algemene regels van dit bestemmingsplan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
19
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de beoogde functiewijziging van 'Bedrijf naar 'Wonen' is ter plaatse van het plangebied, een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting opgenomen. Het betreft een aanvullend en actualiserend onderzoek, omdat in 2008 reeds een verkennend en nader bodemonderzoek heeft plaatsgevonden (Kobessen Milieu B.V., kenmerk: P1432.01, d.d. 31 maart 2008). Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit van het plangebied werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen. Aangezien op de locatie licht (indexwaarde > 0,5) tot sterk verhoogde gehalten voor diverse zware metalen (inclusief chroom en arseen) zijn aangetoond in zowel de boven- als ondergrond ter plaatse van het oostelijke en zuidelijke deel van het plangebied. In de overige grond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters (incl. arseen en chroom) aangetoond. Zintuiglijk zijn ter plaatse van de boringen (P)B08A-C afwijkende waarnemingen gedaan (matig puinhoudend) die mogelijk duiden op ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Echter zijn er analytisch geen afwijkende gehalten aangetoond met de overige onderzoekslocatie.
Ter plaatse van de overige watergangen zijn zintuiglijk en analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. Naar verwachting is voorafgaand aan de dempingen eventueel slib uit de watergangen verwijderd en zijn de watergangen gedempt met gebiedseigen grond. Teeltlaagonderzoek In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige boomgaarden hebben derhalve niet geleid tot een ernstige bodemverontreiniging van de onderzochte OCBparameters in de (oorspronkelijke) teeltlaag.
20
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Aanvullend onderzoek naar zware metalen (incl. arseen en chroom) Op basis van de onderzoeksresultaten is de grondverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom) uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen verder in beeld gebracht. De licht (indexwaarde > 0,5) tot sterke grondverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom) uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen op het oostelijke en zuidelijk deel van het plangebied heeft een oppervlakte van circa 950 m2. Binnen de verontreinigingscontour zijn enkele boringen meegenomen, waar in de bovengrond de interventiewaarde niet wordt overschreden, maar wel de achtergrond en/of indexwaarde van 0,5 wordt overschreden. Over het algemeen dient te worden uitgegaan van een laagdikte van circa 0,5 m (0,0-0,5 m-mv). Echter over een oppervlakte van circa 120 m2 op het zuidelijke deel van het plangebied dient te worden uitgegaan van een laagdikte van 1,0 m (0,0-1,0 m mv) en derhalve dient voor de omvang van de licht (indexwaarde > 0,5) tot sterke grondverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom), uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen, te worden uitgegaan van circa 550 m3. De verhoogde gehalten voor zware metalen (incl. arseen en chroom) in de grond zijn vermoedelijk te relateren aan een ophooglaag met verontreinigde grond.
Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft het plangebied is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien op de locatie zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen ^ 2,0 mg/kg d.s.). Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de algemene bodemkwaliteit en de verontreinigingssituatie met betrekking tot zware metalen (incl. arseen en chroom) in de grond ter plaatse van het plangebied, uitpandig en binnen de onderzoeksgrenzen, in voldoende mate in beeld gebracht. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Op basis van de resultaten van voorliggende onderzoeken is voor het plangebied sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen (incl. arseen en chroom), aangezien meer dan 25 m3 grond met gehalten boven de interventiewaarde aanwezig zijn. Voor de voorgenomen herontwikkeling en de bijbehorende bestemmingsplanwijziging zijn sanerende maatregelen noodzakelijk met betrekking tot de sterk verhoogde gehalten met diverse zware metalen (incl.
arseen en chroom) in de boven- en ondergrond. Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan, mits de bodemverontreiniging met zware metalen wordt gesaneerd. De benodigde saneringsmaatregelen worden op kosten van de initiatiefnemer uitgevoerd.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
21
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.
Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:\ » waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; » waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh).
De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel. Zoncbro-adto Aantal rijstroken 5 of meer ītìf 4 1 of 2
Stedelijlk gebied 350 meter 350 meter 200 meter
Buitenste [lelijk gebied 600 meter JŪ0 meter 250 meter
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.
4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Het plangebied ligt net binnen de 200 m geluidzone van het 60 km/u deel van de Ingenieur van Stuivenbergweg. Voor de Ingenieur van Stuivenbergweg geldt vanaf ongeveer 180 m vanaf de kruising met de Notaris Stephanus Roesstraat een snelheidsregime van 60 km/u. Het plangebied ligt op circa 190 m ten zuidwesten van de overgang tussen 30 km/u en 60 km/u. Gezien de afstand van circa 190 m, de lage verkeersintensiteit en de afschermende werking van de bestaande bebouwing, zijn er geen aanwijzingen dat sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting op de beoogde woningen. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
22
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten via een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand omgevingstype rustige woonwijk, rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstand omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000m
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Aangezien het bebouwingslint ter hoogte van het plangebied, aan de doorgaande Notaris Stephanus Roesstraat, een gemengd karakter heeft, is de directe omgeving aan te merken als een 'gemengd gebied' en kan de benodigde richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. In de directe nabijheid van het plangebied komen geen bedrijven voor met een hindercontour die tot in het plangebied reikt. Aan de overzijde van de Notaris Stephanus Roesstraat is op nummer 14 een bedrijf gelegen, uit maximaal milieucategorie 2, met een richtafstand van 10 m in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Bovendien zijn de bestaande aangrenzende woningen op de nummers 12 en 16a en aan de overzijde van de straat op nummer 19 maatgevend voor dit bedrijf. Dit betekent dat de beoogde woningen geen bedrijven in hun bedrijfsvoering schaden en de woningen geen overlast ondervinden van omliggende bedrijven. Er is sprake van een goede woon- en leefomgeving. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
23
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Regelgeving
Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: » negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. » mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: » er geen sprake is van een feítelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. » een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. » een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 0Zo ten opzichte van de grenswaarde).
Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. » een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.
In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.
4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief heeft betrekking op de realisatie van maximaal negen wooneenheden en valt dus ruimschoots binnen de NIBM-regeling. Vandaar dat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn aan de hand van de Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten (GCN en GDN), de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 pgZm3 (voor NO2 en PM10) en 25 pgZm3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
24
bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen
4.6
Geur
4.6.1
Regelgeving
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: » voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; » voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.
Binnen bebouwde kom diercategorieën Rgv
Buiten bebouwde kom
Concentratiegebied
Nietconcentratiegebied
maximaal 3 ouE/m3
maximaal 2 ouE^
andere diercategorieën minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object
minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object
diercategorieën Rgv
maximaal 14 ouE/m
maximaal 8 ouE^
andere diercategorieën minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object
minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object
Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: » de geurbelasting wordt bepaald; » de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid.
Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument 'Handleiding Geur Industrie' en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken. De provincie Gelderland heeft deze afweging uitgewerkt in de 'Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017' voor de industriële bedrijven waarvoor de provincie het bevoegde gezag is. Daarin is het aanvaardbaar geurhinderniveau vertaald naar streef-, richt- en grenswaarden. De streefwaarde is de waarde waaronder geen sprake is van hinder. De grenswaarde is de waarde waarboven sprake is van ernstige hinder. Over het algemeen wordt een geurcontour die ligt tussen streef- en grenswaarde als aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld en vastgelegd in de milieuvergunning voor een industrieel geurrelevant bedrijf.