Bijlage 1 Beheerplan wegen 2026 - 2030 Beuningen
Tekst van het document
Beginstand Dotatie Onttrekking of toevoeging Eindstand
2025
2026
2027
2028
2029
2030
€ 5.696.853 € 794.000 € 89.501
€ 6.401.352 € 839.000 € 1.881.000
€ 5.359.352 € 839.000 € 1.881.000
€4.317.352 € 839.000 € 1.881.000
€ 3.275.352 € 839.000 € 1.881.000
€ 2.233.352 € 839.000 € 1.881.000
€ 6.401.352
5.359.352
4.317.352
3.275.352
2.233.352
€ 1.191.352
Tabel 5 Verloop voorziening wegen 2026 - 2030
6.4.3 Rehabilitatie/reconstructie Een weg wordt op een bepaald moment nieuw aangelegd en in de gemeente Beuningen gaan we er van uit dat een weg een theoretische levensduur heeft van 60 jaar. Dit betekent dus dat er gedurende de levensduur van 60 jaar diverse onderhoudsmomenten zijn. Bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar zal vervanging van de constructie (rehabilitatie) moeten plaatsvinden. In de praktijk kan het daadwerkelijke moment van vervangen afwijken van de theorie, dit is afhankelijk van meerdere factoren zoals grondsoort/toegepaste materialen/weersinvloeden/gebruik/etc. Als we alleen de wegconstructie vervangen, dan spreken we van rehabilitatie van de weg. Als het profiel van de weg wordt gewijzigd of als bijvoorbeeld ook het riool wordt vervangen, dan spreken we van een reconstructie. Bovenstaande cyclische benadering (levensduur 60 jaar) is met name geschikt om te bepalen wat de gemeente Beuningen gemiddeld jaarlijks benodigd heeft om vervangingen voor wegbeheer te plegen. Het totale wegbeheer areaal is in de loop van de tijd ontstaan. Dit betekent dat vervangingen verspreid in grootte over de jaren plaats vinden. Om dit goed op te kunnen vangen zou hiervoor een reserve (exploitatielasten) gecreëerd moeten worden, waar jaarlijks uit onttrokken kan worden.
De totale vervangingswaarde van het gehele areaal in de gemeente Beuningen bedraagt ongeveer € 130.000.000, -
B
25
Als we het gehele wegenareaal op levensduur (60 jaar) berekenen, heeft de gemeente Beuningen jaarlijks € 2.166.000 benodigd om vervangingen uit te kunnen voeren. Kapitaallasten Vervangingen van wegen vallen onder de investeringsuitgaven van de gemeente. Het meerjareninvesteringsplan leidt tot jaarlijkse exploitatielasten, de kapitaallasten. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingslasten en rente. Vanaf 2019 dienen, conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), investeringen in wegen geactiveerd te worden en jaarlijks te worden afgeschreven. De gemeente heeft voor rehabilitaties of reconstructies van de wegen geen investeringskrediet in de begroting opgenomen. Het reserveren van structurele ruimte in de meerjarenbegroting is nodig om de benodigde investeringen te financieren. Levensverlengend onderhoud (LVO) kan in bepaalde gevallen gezien worden als eeuwigdurend onderhoud. In die gevallen is er geen sprake van een investering.
6.4.4 Halfverharding en onverharde wegen In de gemeente Beuningen ligt 36.700 m2 halfverharding en onverharde wegen (zie § 2.2.1). Het onderhoud van deze wegen en paden bestaat uit gaten vullen, (her)profileren, etc. De kosten zijn geraamd op € 5.500 ( € 0,15 p/m2). Sinds 2016 is het areaal halfverharde en onverharde wegen/paden toegenomen, met name in nieuwbouwprojecten. De toename wordt ook veroorzaakt door het omvormen van elementen- of asfaltverharding rondom bomen (aanleiding is vaak wortelopdruk van verharding). De onderhoudsmaatregelen bestaan uit het verwijderen van onkruidgroei, egaliseren, aanvullen gaten.
6.4.5 Markeringen Wegmarkeringen zijn onderhevig aan slijtage. Vanuit een jaarlijkse inspectieronde, uitgevoerd door de gemeente zelf, wordt de onderhoudsbehoefte bepaald. Op basis van deze behoefte wordt een aannemer gecontracteerd die de herstelwerkzaamheden gaat uitvoeren. Voor deze herstelwerkzaamheden wordt jaarlijks bepaald wat de onderhoudsbehoefte is en wordt een budget beschikbaar gesteld vanuit wegenonderhoud (geraamd op € 25.000,- per jaar).
6.4.6 Aanpak boomwortelproblematiek Op veel plaatsen veroorzaken bomen in de verhardingen problemen. Verharding wordt opgedrukt doordat de ondergrondse groeiplaatsen van de bomen niet optimaal zijn voor de bomen. De boomwortels zoeken dicht onder het verhardingsoppervlak naar voeding en vocht met als gevolg omhoogstekende tegels en klinkers en opdrukken in het asfalt. Enkele voorbeelden zijn de Balmerd, de fietspaden langs de van Heemstraweg en Schoenaker en de fiets-/voetpaden langs de vijverpartijen. Soms is lokaal herstellen mogelijk, echter, de oorzaak van de wortelopdruk wordt niet weggenomen. Hierdoor blijven schades en onveilige situaties terugkomen. De boomwortelproblematiek neemt steeds grotere vormen aan en zorgt voor een steeds hogere kostenpost. Om dit probleem structureel op te lossen zijn grootschalige maatregelen nodig. Hiervoor zal een apart voorstel (inclusief budget) worden opgesteld en voorgelegd aan de raad. In de notitie, die integraal wordt opgesteld (wegen, groen, verkeer) worden verschillende scenario’s inhoudelijk en financieel uitgewerkt.
6.4.7 Aanleg inritten
Voor de aanleg van een inrit is een vergunning nodig die via de ODRN wordt aangevraagd. De inrit wordt aangelegd door een aannemer. De kosten die hiervoor worden gemaakt (vergunning en aanleg) worden volledig doorbelast naar de aanvrager.
B
26
6.4.8 Servicewerkzaamheden gemeentewerf De gemeentewerf van de gemeente Beuningen voert ook onderhoudswerkzaamheden ten behoeve van wegbeheer uit. In principe gaat het hier om asfaltwerkzaamheden tot een oppervlakte van 1 m2 en voor elementverharding tot 3 m2. Jaarlijks is hiervoor budget op de begroting gereserveerd. Uitgangspunten - Onderhoud ten behoeve van wegen, totaal € 25.000,-. - De kosten van de tractie bedragen 15,2% van de totale tractiekosten van de gemeente, totaal € 60.000. - Voor gereedschap en overige materialen t.b.v. servicewerkzaamheden is een stelpost van € 3.500,opgenomen.
6.5 Kabels en leidingen 6.5.1 Algemeen De aanleg c.q. onderhoud van kabels & leidingen door nuts- en telecombedrijven heeft invloed op de levensduur van de verharding (= degeneratie). Om te voorkomen dat er ongewenst gegraven wordt in de openbare ruimte en de gemeente haar eigen financiële middelen moet inzetten om herstelwerkzaamheden te plegen zijn hier afspraken over gemaakt.
6.5.2 Procedure Binnen de gemeente Beuningen is de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVKL 2024) van toepassing. Nuts- en telecombedrijven dienen voor het (ver)leggen van kabels en leidingen een vergunning aan te vragen bij de gemeente. Voor het in behandeling nemen en verstrekken van een vergunning moet leges betaald worden. De tarieven voor de leges worden jaarlijks door de raad vastgesteld. Naast leges betalen nuts- en telecombedrijven een degeneratievergoeding. Voor de degeneratietarieven worden de berekeningen conform de VNG gehanteerd. De degeneratie inkomsten worden aangewend voor het herstel van de verharding, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Beuningen.
6.5.3 Reserve herstelkosten sleuven en lasgaten Er is een reserve herstelkosten sleuven en lasgaten om herstelkosten te dekken als gevolg van werkzaamheden aan kabels & leidingen. De reserve wordt gevuld met de degeneratie inkomsten. Aan deze reserve is geen duur gekoppeld, de hoogte van deze reserve is maximaal € 50.000. Wanneer de reserve dit maximum bereikt, vervalt het restant ten gunste van de algemene reserve.
6.6 Investeringen 6.6.1 Investeringen 2026 – 2030 De vervangingsopgave voor verhardingen (asfalt en elementenverhardingen) is voor de periode 2026 – 2030 geraamd op € 8.2 mio (op basis van de weginspectie 2025). In de komende vijf jaar zijn veel landbouwwegen (wegen buitengebied) aan het einde van hun theoretische levensduur echter in de praktijk functioneren deze wegen waarvoor ze zijn aangelegd en zijn ze nog niet versleten (en is er geen risico op kapitaalvernietiging). Met levensduur verlengende maatregelen hoeven deze buitenwegen niet te worden vervangen. In 2026 wordt een nieuw wegenbeleidsplan opgesteld met hierin beleid ten aanzien van landbouwwegen. In het wegenbeleidsplan wordt tevens beleid ontwikkeld voor de toekomstige vervangingsopgave op lange termijn. Indien nodig zal aansluitend een meerjaren vervangingsplan
B
27
worden opgesteld, bij voorkeur in samenhang met de overige disciplines zoals riolering, verlichting en groen.
6.6.2 Doorkijk investeringen 2031 – 2040 Om een globaal inzicht te verschaffen in de te verwachten investeringskosten op de langere termijn zijn voor de periode 2028-2037 de verwachte investeringen in beeld gebracht. Deze zijn opgenomen in onderstaand tabel. De vervangingen zijn doorgerekend op basis van jaar van aanleg en de verwachte levenscyclus per weg. Voor de aanleg van bermbeton is dit niet mogelijk en is een vast bedrag aangehouden. Voor LVO is dit ook gedaan. Het is nodig de bedragen bij te stellen op basis van de werkelijke kwaliteitsontwikkeling. Dit gebeurt 2 jaarlijks aan de hand van inspectieresultaten. Daarmee wordt maximaal 5 jaar vooruit een nauwkeuriger inzicht verkregen. Investeringen 2030-2040 (in €) 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
0 370.000 950.000 415.000 885.000 715.000 1.250.000 425.000 1.250.000 4.900.000
De bedragen in de tabel zijn het gemiddelden over de perioden 2031-2040. In de jaren 2033-2037 bereiken meer verhardingen het einde van hun verwachte levensduur. Hierdooris het jaarlijks benodigde vervangingsbudget hoger dan in de komende vijf jaar.
6.7 Overige beheerkosten Om goed wegbeheer te kunnen uitvoeren worden aanvullende werkzaamheden uitgevoerd: - Uitvoering weginspecties (1 x p/2 jaar) : € 26.000,- Onderzoekskosten op asfalt, fundering, etc. (jaarlijks) : € 20.000,- Opstellen beheerplan wegen (1x p/5 jaar) : € 15.000,- lidmaatschappen en contributies (jaarlijks) : € 2.500,- Innovaties t.b.v. wegbeheer (jaarlijks) : € 20.000,Deze werkzaamheden worden ten laste gebracht van de exploitatie.
6.8 Risicoparagraaf In deze paragraaf zijn een aantal risico’s opgenomen die van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke daadwerkelijke kosten van de in dit beheerplan opgenomen bedragen voor onderhoud eninvesteringen. Kostprijsverhoging ten opzichte van huidig prijspeil De prijzen voor producten zijn de afgelopen periode fors gestegen. Het CBS stelt na ieder kwartaal de indexcijfers vast. In dit beheerplan is gerekend met het prijspeil 2025. Wanneer het prijspeil nog verder toeneemt betekent dit een verhoging van de kostprijs van het onderhoud en de investeringen. Onvoorziene kosten vanuit aanvullend onderzoek Om de exact benodigde maatregelen en kosten van het groot onderhoud en de investeringen te bepalen zijn aanvullend onderzoeken nodig zoals verhardingsonderzoek, bodemonderzoek etc. De resultaten van deze onderzoeken, die tijdens de voorbereidingsfase worden uitgevoerd, zijn van belang voor het bepalen van de
B
28
werkzaamheden en kunnen van invloed zijn op de benodigde budgetten. Hogere kosten ontstaan bijvoorbeeld wanneer blijkt dat: Het te verwijderen asfalt teerhoudend is. - De asfaltconstructie onvoldoende sterk/te dun is. - De fundering onvoldoende sterk/te dun is. - Er vervuiling in de fundering aanwezig is (o.a. hoogovenslakken). Op voorhand is hiervoor een bedrag van 10% meegenomen in de ramingen. Wanneerde kosten hoger zijn, is het nodig om aanvullend budget aan te vragen of op een andere wijze toteen oplossing te komen. Dit is situatieafhankelijk. Onvoorziene kosten teerhoudend asfalt In het verleden is teer als toevoegingsmiddel gebruikt in asfalt. Het afvoeren van vrijkomend teerhoudend asfalt brengt hoge kosten met zich mee. Onvoorziene kosten door hoogovenslakken In het verleden zijn hoogovenslakken toegepast als fundatiemateriaal. Ook in de gemeente is het niet onwaarschijnlijk dat er hoogovenslakken zijn toegepast in de funderingen van wegen. Het oplossen hiervan brengen hoge kosten met zich mee. In de meeste gevallen is de enige oplossing het volledig vervangen van de fundering. Bovendien zijn de meeste hoogovenslakken vervuilt wat zorgt voor hoge stortkosten. Invloed klimaatverandering Wegen en objecten in en rondom de weg, zijn kwetsbaar voor extreme weersomstandigheden zoals hitte of hevige neerslag . De berekende kosten gaan uit van gemiddelde omstandigheden.
Eventuele schades door extreme omstandigheden en de daaraan gerelateerde kosten worden indien van toepassing apart inzichtelijk gemaakt. Klimaatverandering vraagt om een andere, klimaatadaptieve, inrichting van wegen, maar ook om een andere beheerstrategie. Monitoring van de wegen wordt belangrijker om zo inzichtelijk te maken of en zo ja welke extra beheer- en onderhoudskosten dit met zich meebrengt. Duurzaamheid en circulariteit Duurzaamheid en circulariteit zijn actuele thema’s die ook kansen bieden binnen het beheer van wegen. Nieuwe technieken, nieuwe werkwijzen en/of nieuwe materialen leiden over het algemeen leidt tot hogere kosten. Binnen de berekende bedragen in dit beheerplan is hiermee geen rekening gehouden. Om kansen te benutten is gemeentebreed beleid wenselijk met bijbehorende financiële middelen.
B
29