Bijlage 09: Verkennend veldonderzoek Archeologie
Tekst van het document
rREVECOEUH
'Ŵľŵ-
J)E
&ÇHÅŇS
BAAC ONDERZOEK}ADVIESBUREAU
•tuti
sper
Gemeente Beuningen Plangebied Wilhelminalaan 200W te Beuningen
Auteur: W.A. Bergman C.C. Kalisvaart
Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) BAAC-rapport V-23.0358
Versie: 1.2
juli 2023
'hOSSľHE
WEM
Groot DeriSoíùĵi
/■or]
ffò/ļc/ort/ ĩ'ĩo/ p-o/t ïf.iko n/ļn'n
't/t/J
EN
Inventariserend veldonderzoek
2
Colofon ISSN: Auteur: Veldmedewerkers: Cartografie: Inhoudelijke controle: Redactie:
1873-9350 W.A. Bergman C.C. Kalisvaart C.C. Kalisvaart C.C. Kalisvaart R. van der Mark R. van der Mark
© BAAC, 's-Hertogenbosch (2023) BAAC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
BAAC Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS 's-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl
3
Postbus 2015 7420 AA Deventer
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
i:r.Ţ.x«c
Inventariserend veldonderzoek
4
ínhoud Samenvatting
7
1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.1.1 Aanleiding 1.1.2 Kwaliteitsborging 1.2 Doel- en vraagstelling 1.3 Situering van het plangebied 1.4 Administratieve gegevens
9 9 9 9 9 10 13
2 Vooronderzoek 2.1 Inleiding 2.2 Samenvatting bureauonderzoek
15 15 15
3 Inventariserend veldonderzoek 3.1 Werkwijze 3.2 Veldwaarnemingen 3.3 Verkennend booronderzoek 3.3.1 Lithologie en bodemopbouw 3.3.2 Archeologische indicatoren 3.4 Archeologische interpretatie
17 17 18 19 19 20 20
4 Conclusie en aanbevelingen
23
5 Geraadpleegde bronnen
25
Bijlagen
27
Bijlage 1 Bijlage 2
5
Boorstaten Archeologische en geologische tijdsperioden
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
l:r.Ţ-T«C
Inventariserend veldonderzoek
6
BAAC heeft voorafgaand aan de uitbreiding van een pompstation (water) een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het circa 0,95 ha grote plangebied Wilhelminalaan 200W te Beuningen. De maximale vergravingsdiepte is 3,5 m -mv en er zullen heipalen worden geslagen. Uit een in 2021 uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten uit de periode laatneolithicum-bronstijd en middelhoog de voor de periode ijzertijd tot nieuwe tijd. Uit het veldonderzoek blijkt dat een begraven A-horizont in vrijwel het hele plangebied voorkomt. Deze bestaat uit ontkalkte oeverafzettingen of een laklaag bovenin restgeulafzettingen. Deze ligt op 0,6 à 1,1 m -mv. In de laklaag zijn houtskoolspikkels aangetroffen. De restgeul is opgevuld met veen en klei. De basis van de geul is bedekt met een leemlaag behorende tot de Laag van Wijchen. Aan weerszijden van de geul komen hoger gelegen terrasafzettingen voor, waarop ook de Laag van Wijchen is aangetroffen. Op het beddingzand komen de hiervoor genoemde oeverafzettingen voor, waarvan de ouderdom onbekend is, maar waarvan vermoed wordt dat deze tijdens het natte Atlanticum afgezet zijn.
In de top van de oeverwal worden op basis van deze aanname resten vanaf het neolithicum of jonger verwacht. Resten worden vanaf circa 0,6 m tot 1,1 m- mv en op de Lagen van Wijchen op 2,6 (terras) en 3,7 à 3,8 m -mv (basis restgeul) verwacht. In de Laag van Wijchen worden archeologische resten van jager-verzamelaars vanaf het laat-paleolithicum verwacht. BAAC adviseert om bij bodemverstorende activiteiten die dieper reiken dan 60 cm -mv een vervolgonderzoek door middel van een proefsleuven uit te laten voeren.
7
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
İİE.W»
Inventariserend veldonderzoek
8
1.1
Onderzoekskader
1.1.1
Aanleiding
In opdracht van Vitens N.V heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het plangebied Wilhelminalaan 200W te Beuningen. Aanleiding voor het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging, waarbij de bouw (uitbreiding) van een pompstation is voorzien. De maximale vergravingsdiepte is 3,5 m -mv en er zullen heipalen worden geslagen. De totale oppervlakte is circa 0,95 ha. Realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Uit het archeologische bureauonderzoek dat door Hamaland Advies1 is uitgevoerd blijkt dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten uit de periode laat-neolithicum-bronstijd en middelhoog voor de periode ijzertijd tot nieuwe tijd. Op basis hiervan is geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren voor het gehele plangebied. 1.1.2
Kwaliteitsborging
Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.12en het onderzoeksspecifieke Plan van Aanpak.3 BAAC is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems).
1.2
Doel- en vraagstelling
Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden en om de verstoringsgraad van het bodemprofiel te bepalen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt de archeologische verwachting getoetst en indien nodig gespecificeerd. Het veldonderzoek dient de volgende vragen, vastgelegd in het Plan van Aanpak, te beantwoorden: -
Hoe is de bodemopbouw of wat is de mate van verstoring en zijn (begraven) bodems met potentiële archeologische niveaus (cultuurlagen) aanwezig? En zo ja, op welke diepte? In hoeverre worden archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja, in welke vorm?
1 Woolschot, Wagner & Van der Kuijl 2021. 2 CCvD 2018. 3 Bergman 2023.
9
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
İİE.W»
Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen wordt vervolgens een advies gegeven over de omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden en mogelijk vervolgonderzoek. De bevoegde overheid (gemeente Beuningen) neemt op basis van het door BAAC opgestelde advies een selectiebesluit.
1.3 Situering van het plangebied Het kavel waar het plangebied in valt ligt ten zuiden van de bebouwde kom van Beuningen en ten noorden van de bebouwde kom van Wijchen (afb. 1.1). Het plangebied wordt begrensd door een doodlopend deel van de Wilhelminalaan in het oosten, de Nieuwe Wetering in het zuiden en verder door weiland. Het huidige grondgebruik is grasveld met bos, solitaire bomen en enkele gebouwen, waaronder een trafohuis (afb.1.2).
Inventariserend veldonderzoek 10
79000
8 000
80000 mįĘi
Beuningen
Beuninũsche
De Hoeve
Het Broek Personnelï
5-ţ? Wezelsche
Bijsterhuįzeni
^«BijşĵerhuiZ'
X
.WIJCHEN 179000
180000
181000
plangebied
V-23.0358© BAAC
Afb. 1.1 Ligging van het plangebied op een topografische kaart (PDOK 2023).
11
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
Afb. 1.2 Ligging van het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK 2023).
Inventariserend veldonderzoek 12
1.4 Administratieve gegevens Locatiegegevens provincie gemeente plaats toponiem RD-coördinaten
Gelderland Beuningen Beuningen Wilhelminalaan 200W 179.743/427.659 179.843/427.608 179.801/427.528 179.732/427.560 39H Beuningen, H 1742 (deels) 0,94 ha
kaartblad kadastrale gegevens oppervlakte plangebied Projectgegevens projectnummer type onderzoek Archis-zaakidentificatienr. opdrachtgever projectleider bevoegde overheid adviseur namens bevoegde overheid datum opdracht datum veldwerk versie nummer voorgelegd aan bevoegd gezag beheer en plaats documentatie Bureauonderzoek Titel Auteur(s) jaar van uitgave Uitvoerder Archis-zaakidentificatienr. Advies Beoordeeld
13
V-23.0358 Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) 5433442100 Vitens N.V. contactpersoon: N. Ruiken W.A. Bergman Gemeente Beuningen contactpersoon: P.Hoff regio-archeoloog regio Nijmegen E. Mietes 22 mei 2022 30 mei 2023 1.2 nee Archis 3, E-depot (Dans Easy) en archief BAAC
Bureauonderzoek Archeologie. Plangebied Wilhelminalaan 200 W te Beuningen, gemeente Beuningen. D. Woolschot. A. Wagner en E. E.A. van der Kuijl 2021 Hamaland Advies 5038754100 Verkennend booronderzoek ja
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
I.™*
Inventariserend veldonderzoek
14
2.1
Inleiding
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het archeologische bureauonderzoek dat is uitgevoerd door Hamaland Advies.4 Hieronder volgt het bewerkte verwachtingsmodel. Voor een uitgebreide beschrijving van het vooronderzoek wordt verwezen naar het desbetreffende rapport.
2.2
Samenvatting bureauonderzoek
Het plangebied is gesitueerd op een terrasvlakte bestaande uit afzettingen van de Formatie van Kreftenheye welke gedurende het Pleistoceen zijn gevormd. Hierbij is zand en grind afgezet. Daarboven kan de Laag van Wijchen van dezelfde Formatie aanwezig zijn. Uit extrapolatie van de kaart van het Maasdal blijkt dat het plangebied tussen een noordelijke gelegen Allerod terras (10.950-11.900 BP) en een Laat-Pleistoceenterras in het zuiden (20.000-40.000 BP ligt). Het plangebied zelf ligt vermoedelijk op een terras dat tussen 20.000 en 12.450 BP is ontstaan.5 De Laag van Wijchen is bij een archeologisch booronderzoek op circa 500 m ten noorden van het plangebied is dit niveau vanaf 1,9 à 2,25 m -mv (5,6 à 5,4 m +NAP).6 Vermoedelijk is dit het Allerod terras. In de top van de terrasafzettingen kunnen archeologische resten uit het paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum verwacht worden. Daarna is tot aan de bedijking voornamelijk klei in de vorm van kom-, oever- en crevasseafzettingen afgezet, behorende tot de Formatie van Echteld. Op basis van onderzoeken in de omgeving wordt verwacht dat het gaat om komklei, maar boringen in het Dinoloket duiden mogelijk ook op oeverafzettingen.
Omdat in het rivierengebied de talrijke stroomruggen in het verleden de vestigingsplaatsen bij uitstek zijn geweest, is de kans groot dat daar waar delen van stroomruggen nog aanwezig zijn, hierop ook vindplaatsen zijn gelegen. In de afzettingen van de Formatie van Echteld kunnen resten vanaf het midden-neolithicum voorkomen tot en met de nieuwe tijd. In de top van het bodemprofiel bevindt zich in de omgeving vanaf het maaiveld tot een diepte van gemiddeld 1,3 m-mv een kleipakket van de Formatie van Echteld, dat afgezet is voor de bedijking in de volle middeleeuwen. De omgeving van het plangebied lag op de terrasvlakte waar overstromingen minder regelmatig voorkwamen bij grote waterafvoer. Tussen de terrasafzettingen en de afzettingen van de Formatie van Echteld kan nog de Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye) aanwezig zijn. Op basis van het archeologisch onderzoek in de omgeving geldt een hoge verwachting op het aantreffen van waarden uit de periode laat-neolithicum-bronstijd en middelhoog voor de periode ijzertijd tot nieuwe tijd. Waarden die kunnen worden verwacht zijn losse(strooi)vondsten, sporen van bewoning (paalkuilen, afvalkuilen en greppels) en mogelijk archeologische resten die in verband staan met het agrarisch gebruik en de bewerking van grond. Ook sporen van oude paden, verkavelingen en greppels zijn mogelijk.
Organische resten en bot zullen door de wisselend natte en droge bodemomstandigheden matig geconserveerd zijn. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk goed geconserveerd. 4 Woolschot, Wagner ã Van der Kuijl 2021. 5 Cohen ã Woolderink 2018. NB de kartering stopt circa 1 km ten oosten van het palngebied. 6 Goossens en Flokstra 2015.
15
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
Binnen het plangebied zijn al diverse kabels en leidingen aanwezig. De aanleg hiervan heeft gezorgd voor een nog onbekende bodemverstoring. Het bestaande dienstgebouw/trafo-gebouw heeft een oppervlakte van circa 71,5 m2. Naast de bouwactiviteiten kunnen eventuele agrarische activiteiten die in het verleden hebben plaatsgevonden, ook hebben geleid tot het roeren van de bodem tot op vooralsnog onbekende diepte.
Inventariserend veldonderzoek 16
3.1
Werkwijze
Tijdens het inventariserend veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de geomorfologische, geologische en bodemkundige karakteristieken. Ook geeft het booronderzoek informatie over het intact zijn van de bodem en daarmee informatie over de gaafheid van een eventuele archeologische vindplaats. In het plangebied zijn in totaal 8 boringen gezet. De boringen zijn tot maximaal 4 m -mv gezet met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Onder de grondwaterspiegel is gebruikt gemaakt van een steekguts van 3 cm. De bodemlagen zijn lithologisch7 en bodemkundig8 beschreven. Hoewel het verkennende onderzoek niet specifiek is gericht op het opsporen van archeologische indicatoren is wel op de aanwezigheid daarvan gelet. De bodemlagen zijn met de hand en op het oog onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals bijvoorbeeld aardewerk, huttenleem, vuursteen, metaal, houtskool of al dan niet verbrand bot. Deze kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats ter plaatse of in de nabijheid van de boring met indicator. Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden op 30 mei 2023. In navolgende paragrafen worden de resultaten van het veldonderzoek beschreven. De locaties van de boringen en maaiveldhoogte (in meters t.o.v. NAP) staan weergegeven op de boorpuntenkaart (afbeelding 3.1). De boorstaten zijn weergegeven in bijlage 1.
7 naar Bosch 2008. 8 naar De Bakker & Schelling 1989.
17
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
i:r.Ţ.x«c
Afb. 3.1 Boorpuntenkaart op een recente luchtfoto (PDOK2023).
3.2 Veldwaarnemingen Het plangebied is buiten de bestaande bebouwing ingericht met een onder meer struweel en grasplantsoen. Door de aanwezige begroeiing waren aan het maaiveld geen aanwijzingen zichtbaar die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van archeologische resten in de bodem (afb. 3.2).
Inventariserend veldonderzoek 18
Afb. 3.2 Zicht op het plangebied gezien vanaf boring 5 in noordwestelijke richting.
3.3 Verkennend booronderzoek 3.3.1
Lithologie en bodemopbouw
In het plangebied zijn in het noordoostelijke en in het westelijke deel oeverafzettingen op terras(bedding)afzettingen aangetroffen (afb 3.3, boringen 2, 3,en 4). In het centrale deel komt een restgeul voor (boringen 1, 5, 6 en 8). Boring 7 is op 0,5 m-mv gestuit op een puinlaag. De beddingafzettingen zijn aangetroffen op variabele dieptes tussen 1,4 m -mv (5,3 m +NAP) ter plaatse van boring 3 en 2,75 m-mv (3,9 m +NAP) ter plaatse van boring 2. Ze bestaan uit matig fijn tot matig grof, zwak siltig, gereduceerd, kalkrijk zand. Het zand wordt gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. Ter plaatse van boring 2 is aan de top van deze Kreftenheye-afzettingen een 10 cm dikke kalkloze leemlaag aangetroffen die is geïnterpreteerd als de Laag van Wijchen (eveneens Formatie van Kreftenheye). De Kreftenheye-afzettingen worden afgedekt door oeverafzettingen (Formatie van Echteld) die bestaan uit matig tot sterk zandige klei tot sterk tot uiterst siltig, matig fijn zand. De oeverafzettingen zijn kalkrijk, maar aan de top komt een ontkalkte, oranjegrijze leemlaag met roestvlekken voor. Deze leemlaag is 15 tot 30 cm dik en ligt op 0,6 à 0,95 m -mv (5,9 à 5,7 m +NAP). De oeverafzettingen zijn afgedekt met matig tot sterk siltige, kalkloze oranjegrijze komklei met veel roest- en mangaanvlekken en de humeuze bouwvoor of opgebrachte grond.
De boringen 1 en 6 zijn doorgezet tot 4 m -mv (2,4 à 2,5 m -+NAP). Hier is de bodem van de restgeul geraakt. Boring 5 ligt vermoedelijk aan de flank van de geul. Hier is beddingzand vanaf 1,9 m -mv (4,7 m +NAP) aangetroffen. Vanaf 3,7 à 3,8 m mv wordt de bodem van de geul gevormd door zwak zandige leem (Laag van Wijchen). Hierboven komt een ruim 1 m (boring 6) tot 2 m (boring 1) dik veenpakket voor, waarbij ter plaatse van boring 1 een 0,5 m dikke kleilaag is aangesneden. De basis van het veenpakket bestaat uit gyttja. Boven het veen komen gelaagde afzettingen voor die bestaan uit matig tot uiterst siltige klei al dan niet met een humusbijmenging en/of humeuze lagen en/of zandige lagen. Vanwege inspoeling met humuszuren zijn deze afzettingen doorgaans ontkalkt. De top van de geulafzettingen ligt op circa 0,9 (boring 1) en 1,9 (boring 6) m -mv (5,5 en 4,7 m +NAP). Ter plaatse van laatstgenoemde boring komt tot 1,05 m -mv (5,5 m +NAP) komklei voor. Hierboven en boven de geulafzettingen ter plaatse van de boringen 1 en 5 komt een 15 tot 25 cm dikke zwak humeuze begraven Ah-horizont (laklaag) voor die bestaat uit uiterst tot sterk siltige klei. In de boringen 1 en 5 zijn enkele houtskoolspikkels in deze laag waargenomen. Tot aan het maaiveld komt komklei en opgebrachte grond voor.
19
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
i:r.Ţ.x«c
Boring 8 is tot 2 m -mv gezet. Hier komt vanaf 1,6 m -mv (4,9 m +NAP) een zeer geleidelijk een overgang van oever- naar geulafzettingen voor. De begraven Ah-horizont is hier tussen 0,9 en 1 m -mv aangetroffen (5,6-5,5 m +NAP).
Afb. 3.3 Interpretatiekaart naar aanleiding van het veldonderzoek.
3.3.2 Archeologische indicatoren Bij controle van het opgeboorde materiaal zijn naast het eerder benoemde houtskool geen archeologische indicatoren aangetroffen.
3.4 Archeologische interpretatie De laklaag die in de boringen 1, 5, 6 en 8 is aangetroffen sluit aan op het oeverdek dat aan weerszijden van de restgeul in de boringen 2, 3 en 4 is waargenomen en vormt vermoedelijk eenzelfde oud maaiveld.
Inventariserend veldonderzoek 20
Deze laag ligt ongeveer op dezelfde diepte als de laklaag (Laag van Wijchen) die 500 m ten noorden van het plangebied is aangetroffen. Indien de aanname waar is dat dit een Allered terras betreft, kunnen derhalve resten vanaf het laat-paleolithicum verwacht worden. De restgeul is vermoedelijk in de Jonge Dryas ontstaan, maar kan op basis van de paleografische kaart van het Maasdal ook ouder zijn en tijdens de overgang naar het Holoceen lokaal uitgeschuurd, waardoor een laagte is ontstaan. De laagte (basis van de restgeul) is bedekt geraakt met een leemlaag behorende tot de Laag van Wijchen. De Laag van Wijchen heeft als water ondoorlatende stop gefungeerd, waardoor zich veen heeft kunnen vormen; voornamelijk kalkgyttja en (riet)zeggeveen. In de restgeul worden water gerelateerde vondsten uit het meso- en neolithicum verwacht. In de afdekkende laklaag worden resten vanaf het mesolithicum verwacht. In deze laag is houtskool gevonden wat een indicatie kan zijn dat in het plangebied bewoning is geweest of tijdelijk kampementen aanwezig zijn geweest. De verwachting op het aantreffen van archeologische waarden is hoog. Het terras dateert vermoedelijk uit het Laat-Pleniglaciaal of de Jonge Dryas of is zelfs sprake van verschillende terrassen gezien de hoogteligging ten opzichte van NAP en het aantreffen van de Laag van Wijchen.
Op het beddingzand komen oeverafzettingen voor, waarvan de ouderdom onbekend is, maar waarvan vermoed wordt dat deze tijdens het natte Atlanticum afgezet zijn. In de top van de oeverwal worden op basis van deze aanname resten vanaf het laat-mesolithicum of jonger verwacht. De afdekking met komafzettingen zal hebben geresulteerd in een goede conservering van eventueel aanwezige archeologische resten. Resten worden vanaf circa 0,6 m tot 1,1 m- mv en op de Lagen van Wijchen op 2,6 (terras) en 3,7 à 3,8 m -mv (basis restgeul) verwacht. In de Laag van Wijchen worden archeologische resten van jager-verzamelaars vanaf het laat-paleolithicum verwacht. Een overzicht van archeologische en geologische tijdvakken is weergegeven in bijlage 2.
21
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
i:r.Ţ.x«c
I.™*
Inventariserend veldonderzoek
22
Hieronder volgt de beantwoording van de onderzoeksvragen zoals gesteld in hoofdstuk 1: Veldonderzoek: Hoe is de bodemopbouw en zijn (begraven) bodems met potentiële archeologische niveaus (cultuurlagen) aanwezig? En zo ja, op welke diepte? In het noordoostelijke en westelijke deel komen beddingzanden voor met dik oeverpakket. De oeverafzettingen zijn afgedekt door een dun pakket komklei. Ter plaatse van boring 2 lijkt sprake te zijn van een stugger oeverdek; mogelijk de Laag van Wijchen. In het overige deel lijken de oeverafzettingen op basis van textuur, stugheid en NAP-hoogte een jongere herkomst te hebben. In het zuidwestelijke deel van het plangebied is vermoedelijk recent gebroken puin opgebracht. In het centrale deel is sprake van een met veen en klei opgevulde restgeul. In de top van de restgeul komt een laklaag voor (Ahb-horizont). In de laklaag zijn houtskoolspikkels aangetroffen. De laklaag sluit aan op de top van het oeverdek. Het vormt eenzelfde oud maaiveld. De basis van de restgeul wordt gevormd door een stugge leemlaag met zandbijmenging. Dit is zeer zeker een Laag van Wijchen. Deze Laag van Wijchen betreft vermoedelijk een vroegholocene Wijchen, terwijl de Laag van Wijchen ter plaatse van boring 2 vermoedelijk een Allerod Wijchen is.
De laklaag en de top van de oever betreft een potentieel archeologisch niveau, waarin resten vanaf het laat-mesolithicum of jonger kunnen worden aangetroffen. Deze wordt verwacht op circa 0,6 m tot 1,1 m mv. In de diepere ondergrond wordt de Laag van Wijchen verwacht, waar archeologische resten in kunnen worden aangetroffen Deze ligt op 2,6 m-mv (terras) en 3,7 à 3,8 m -mv (basis restgeul) verwacht. In de Laag van Wijchen worden archeologische resten van jager-verzamelaars vanaf het laat-paleolithicum verwacht. In hoeverre worden archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja, in welke vorm? De verwachting op het aantreffen van archeologische waarden is hoog. Bij grondroerende werkzaamheden die dieper reiken dan 0,6 m -mv worden mogelijk aanwezige archeologische waarden bedreigd. Om aan te tonen of daadwerkelijk archeologisch waarden aanwezig zijn adviseert BAAC een nader onderzoek door middel van proefsleuven. Het proefsleuvenonderzoek is erop gericht om de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden vast te stellen. Een proefsleuvenonderzoek vormt de meest geëigende methode om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in één keer uit te sluiten of vast te stellen.
Na een proefsleuvenonderzoek kunnen mogelijk delen van het terrein vrij worden geven voor verder onderzoek en delen kunnen gewaardeerd worden op onder meer behoudenswaardigheid. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een (door het bevoegd gezag goedgekeurd) Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin de eisen waaraan het onderzoek dient te voldoen, zijn vastgelegd. Bovenstaand advies dient voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Beuningen) in het kader van de vergunningsaanvraag en vormt de basis voor het selectiebesluit van de gemeente. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten.
23
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
I.™*
Inventariserend veldonderzoek
24
Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen. Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische StandaardBoorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2, Utrecht (Deltares-rapport 2008-U-R0881/A). CCvD, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Structuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB), Gouda. Bergman, W.A., 2023: Plan van Aanpak, Gemeente Beuningen, Wilhelminalaan 200 W te Beuningen. BAACproject V-V-23.0358. 's-Hertogenbosch. Goossens, E. ã L.M. Flokstra, 2015: Plangebied Wilhelminalaan 81 te Beuningen, Gemeente Beuningen, Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), Weesp (RAAP-notitie 5100). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff ã T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. Woolschot, D., A. Wagner ã E. E.A. van der Kuijl 2021: Bureauonderzoek Archeologie. Plangebied Wilhelminalaan 200 W te Beuningen, gemeente Beuningen. Doetinchem. Geraadpleegde kaarten en websites (mei 2023) AHN-4, ActueelHoogtebestandNederland, http://www.ahn.nl, Cohen, K.M. ã H. Woolderink 2018: Palaeogeography of the Lower Meuse Valley. Digitaal basisbestand paleogeografie van het Maasdal.
PDOK (Publieke Dienstverlening Op de Kaart), platform met webservers van geodatasets van Nederlandse overheden, https://www.pdok.nl/,
25
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
İİE.W»
I.™*
Inventariserend veldonderzoek
26
Bijlage 1 Bijlage 2
27
Boorstaten Archeologische en geologische tijdsperioden
V-23.0358 - Wilhelminalaan 200W te Beuningen
l:r-Ţ-T«C
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 1 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179768,46/427635,65, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,41, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: grasland/ weiland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
laag 1 lithologie: klei, sterk siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: 0 cm -mv 6,414 m +NAP
bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: bouwvoor laag 2 lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, donkergrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: dijkdoorbraakafzettingen
1
bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen 30 cm -mv 6,11 m +NAP
opmerkingen: Poreus, met enkele grindjes laag 3 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, matig siltig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen
2 50 cm -mv 5,91 m +NAP
bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen laag 4 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, donkergrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen bodemkundig: Ah-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen
3
archeologie: archeologisch niveau onbekend, houtskool (matig) laag 5 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) 90 cm -mv 5,51 m +NAP
lithologie: klei, sterk siltig, sterk humeus, enkele veenlagen, donkergrijsbruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) bodemkundig: Cr-horizont
4
laag 6 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) 110 cm -mv 5,31 m +NAP
lithologie: zwak kleiig veen, bruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd laag 7 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, matig siltig, sterk humeus, donkerzwartgrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul)
5
bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd laag 8 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: mineraal arm veen, lichtgroengrijs, kalkrîĵk (bruist zichtbaar), interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) bodemkundig: C-horizont 170 cm -mv 4,71 m +NAP
opmerkingen: Kalkgytt laag 9 lithologie: leem, zwak zandig, grijs, kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: C-horizont
6
290 cm -mv 3,51 m +NAP
7
340 cm -mv 3,01 m +NAP
8
380 cm -mv 2,61 m +NAP
9 400 cm -mv 2,41 m +NAP
pag. 1 van 8
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 2 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179807,02/427619,22, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,67, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: grasland/ weiland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
0 cm -mv 6,671 m +NAP
laag 1 lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: bouwvoor opmerkingen: Stug
1
laag 2 lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: dijkdoorbraakafzettingen 30 cm -mv 6,37 m +NAP
bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen opmerkingen: Poreus, goed doorworteld laag 3 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm)
2
lithologie: klei, matig siltig, oranjegrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen 55 cm -mv 6,12 m +NAP
bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen laag 4 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: leem, sterk zandig, donkeroranjegrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen
3
bodemkundig: ACg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen opmerkingen: Oud maaiveld, stug, ontkalkt 90 cm -mv 5,77 m +NAP
laag 5 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, matig zandig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen
4
laag 6 lithologie: klei, sterk zandig, veel dunne humus- en zandlagen, lichtgrijs, kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: oeverafzettingen 120 cm -mv 5,47 m +NAP
bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd laag 7 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: leem, zwak zandig, grijsoranje, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: Cg-horizont opmerkingen: Klassiek, Aller |-©d laag 8 lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof (210-300), kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: beddingafzettingen
5
bodemkundig: C-horizont
190 cm -mv 4,77 m +NAP
6
7
265 cm -mv 4,02 m +NAP 275 cm -mv 3,92 m +NAP
8 295 cm -mv 3,72 m +NAP
pag. 2 van 8
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 3 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179842,94/427600,36, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,74, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
0 cm -mv 6,744 m +NAP
, laag 1 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie:
1
bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: bouwvoor 30 cm -mv 6,44 m +NAP
opmerkingen: Zeer stug laag 2 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, sterk siltig, bruingrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, veel Mn-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen
2
laag 3 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, matig siltig, lichtbruingrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen 70 cm -mv 6,04 m +NAP
bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, veel Mn-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen laag 4 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: leem, sterk zandig, lichtoranjegrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen
3
bodemkundig: ACg-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen 95 cm -mv 5,79 m +NAP
4 110 cm -mv 5,64 m +NAP
opmerkingen: Oud maaiveld laag 5 lithologie: zand, uiterst siltig, grijs, matig fijn (150-210), kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: niet bepaald-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen |aag 6
algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof (210-300), kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: beddingafzettingen
5
bodemkundig: Cr-horizont 140 cm -mv 5,34 m +NAP
6 160 cm -mv 5,14 m +NAP
pag. 3 van 8
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 4 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179730,48/427609,17, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,54, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
0 cm -mv 6,536 m +NAP
laag 1 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, uiterst siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie:
1
bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: opgebrachte grond 25 cm -mv 6,29 m +NAP
laag 2 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, sterk siltig, donkeroranjebruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen bodemkundig: Cg-horizont, Fe-concreties, Mn-concreties, oxidatie- en reductieverschijnselen
2
laag 3 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: leem, sterk zandig, lichtoranjegrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen 60 cm -mv 5,94 m +NAP
3 75 cm -mv 5,79 m +NAP
bodemkundig: ACg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen opmerkingen: Top oever laag 4 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: zand, uiterst siltig, enkele siltlagen, lichtgrijs, matig fijn (150-210), kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen laag 5 lithologie: zand, sterk siltig, grijs, matig fijn (150-210), kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: oeverafzettingen
4
bodemkundig: niet bepaald-horizont, volledig gereduceerd laag 6 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, matig zandig, grijs, kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: oeverafzettingen 125 cm -mv 5,29 m +NAP
bodemkundig: Cr-horizont laag 7 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn (150-210), kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: beddingafzettingen bodemkundig: Cr-horizont
5
6
170 cm -mv 4,84 m +NAP 180 cm -mv 4,74 m +NAP
7 200 cm -mv 4,54 m +NAP
pag. 4 van 8
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 5 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179772,94/427580,46, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,62, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: grasland/ weiland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
0 cm -mv 6,623 m +NAP
laag 1 lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: verstoord
1
opmerkingen: Vlekkerig laag 2 lithologie: klei, uiterst siltig, donkergrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: dijkdoorbraakafzettingen 30 cm -mv 6,32 m +NAP
bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen opmerkingen: Poreus, met enkele grindjes
2
laag 3 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) 50 cm -mv 6,12 m +NAP
lithologie: klei, matig siltig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen opmerkingen: Geen zand beetje leem
3
laag 4 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, donkergrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: Ah-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen 90 cm -mv 5,72 m +NAP
archeologie: archeologisch niveau onbekend, houtskool (matig) laag 5 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm)
4 115 cm -mv 5,47 m +NAP
lithologie: klei, sterk siltig, sterk humeus, enkele kleilagen, donkergrijsbruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) bodemkundig: Cr-horizont opmerkingen: Enkele kleilaag, naar beneden toe wat meer zandkorrels laag 6 lithologie: zand, matig siltig, lichtgroengrijs, matig grof (210-300), kalkloos (bruist niet), interpretatie: beddingafzettingen bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd opmerkingen: Naar beneden toe Zs1 gevoeld in guts
5
6
190 cm -mv 4,72 m +NAP
pag. 5 van 8
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 6 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179805,48/427569,68, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,55, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: grasland/ weiland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
laag 1 lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: 0 cm -mv 6,546 m +NAP
bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: verstoord archeologie: archeologisch niveau onbekend, bouwkeramiek (weinig) opmerkingen: Vlekkerig, grindjes, mortel laag 2 lithologie: klei, uiterst siltig, donkergrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: dijkdoorbraakafzettingen
1
bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen opmerkingen: Poreus, met enkele grindjes. Grote, gebroken kiezel in basis 40cm-mv ö.lSm+NAP
. laa9
3 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, matig siltig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen
2
bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen 60cm-mv 5,95 m +NAP
laa9 4
algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, donkergrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: Ah-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen
3 laag 5
lithologie: klei, matig siltig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen
90 cm -mv 5,65 m +NAP
4 105cm-mv 5,5 m +NAP
algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm)
bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken laa9 6
algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, uiterst siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: geulafzettingen bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd
laag 7 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, uiterst siltig, humusvlekken, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: geulafzettingen bodemkundig: Cr-horizont
5
laag 8 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: mineraal arm veen, bruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd laag 9 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: zwak zandig veen, grijsbruin, kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) 180 cm -mv 4,75 m +NAP
bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd opmerkingen: Zeggeveen, basis geul/vernatting laag 10 lithologie: leem, zwak zandig, grijs, kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: oeverafzettingen
6
bodemkundig: C-horizont 210 cm -mv 4,45 m +NAP
opmerkingen: Klassieke LvW, Aller Į-©d
7
265 cm -mv 3,9 m +NAP
8
355 cm -mv 3 m +NAP
9 370 cm -mv 2,85 m +NAP
10 400 cm -mv 2,55 m +NAP
pag. 6 van 8
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 7 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179743,91/427559,12, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,69, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: grasland/ weiland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
laag 1 lithologie: klei, matig siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, kalkloos (bruist niet), interpretatie:
1
bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: verstoord 25 cm -mv 6,44 m +NAP
opmerkingen: Mortel en puinresten laag 2 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm)
2
lithologie: zand, zwak siltig, humusvlekken, lichtgrijsbruin, matig grof (210-300), interpretatie: bodemkundig: niet bepaald-horizont, volledig geoxideerd, interpretatie: opgebrachte grond opmerkingen: Harde puinlaag op 50 cm
pag. 7 van 8
V-23.0358: Beuningen, Beuningen (Gld), Wilhelminalaan 200W (5038754100)
Boring 8 beschrijver: Chris Kalisvaart, datum: 30-5-2023, coördinaat: 179770,4/427543,23, precisie: , coördinaatsysteem: RD/New (EPSG:28992), hoogte maaiveld: 6,56, precisie: , referentievlak: NAP (Normaal Amsterdams Peil), hoogtebepaling: , boortype: Edelman/guts (7 cm), doel boring: archeologisch prospectief - IVO-vf, landgebruik: grasland/ weiland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen (Gld), opdrachtgever: Vitens, uitvoerder: BAAC
0 cm -mv 6,558 m +NAP
laag 1 lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: bodemkundig: Ap-horizont, interpretatie: verstoord
1
opmerkingen: Vlekkerig laag 2 lithologie: klei, sterk siltig, donkergrijs, kalkarm (bruist alleen hoorbaar), interpretatie: dijkdoorbraakafzettingen 30 cm -mv 6,26 m +NAP
bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen opmerkingen: Poreus, met enkele grindjes en wortels
2
laag 3 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) 55 cm -mv 6,01 m +NAP
lithologie: klei, matig siltig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen bodemkundig: Cg-horizont, veel Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen laag 4 algemeen: aard ondergrens: abrupt (c0,3 cm) lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, donkergrijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen
3
bodemkundig: Ah-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie- en reductieverschijnselen laag 5 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm)
4
90 cm -mv 5,66 m +NAP 100 cm -mv 5,56 m +NAP
lithologie: klei, sterk siltig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: komafzettingen bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken laag 6 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) lithologie: klei, matig zandig, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen
5
bodemkundig: Cg-horizont, enkele Fe-vlekken laag 7 algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,5-3 cm) 135 cm -mv 5,21 m +NAP
lithologie: klei, uiterst siltig, humusvlekken, grijs, kalkloos (bruist niet), interpretatie: oeverafzettingen bodemkundig: Cr-horizont opmerkingen: Overgang naar geul
6 160 cm -mv 4,96 m +NAP
laag 8 lithologie: klei, sterk zandig, veel dunne humus- en zandlagen, lichtgrijs, kalkrijk (bruist zichtbaar), interpretatie: geul afzettingen bodemkundig: Cr-horizont, volledig gereduceerd
7 180 cm -mv 4,76 m +NAP
8 200 cm -mv 4,56 m +NAP
pag. 8 van 8
Bijlage 2: Geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie
MIS
Holoceen (warme periode)
1
11.650
14.030
Laat
Laat
30.000
60.000
Weichselien (ijstijd)
14.640
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
75.000
Formatie van Kreftenheye (Rijn)
Late Dryas (koud) Allerod (warm) Vroege Dryas (koud) Bolling (warm) LaatPleniglaciaal (zeer koud)
2
MiddenPleniglaciaal (koud)
3
VroegPleniglaciaal (zeer koud)
4
VroegWeichselien (gematigd koud)
Pleistoceen
117.000
Kwartair
5a 5b
Midden
Midden
Vroeg
Vroeg
CD
5d
X
Ol CD CD
O
CÛ c
CÛ
CO
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6-10
Holsteinien (warme periode)
11
Elsterien (ijstijd)
12
Cromerien (warme periode)
13 22
Pre-Cromerien
23 104
850.000
2.600.000
c
■o
CD
370.000
475.000
c8 co
g
5c
Eem Formatie (marien, lagunair en lacustrien) Formatie van Drente (Glaciaal)
130.000
410.000
van 'eolisch en lokaal terrestriscl
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
13.900
Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
Formatie
12.850
Lithostratigrafie
E o
LL.
Formatie van Urk (Rijn)
Formatie van Peelo (Glaciaal) Formatie van Sterksel (Rijn)
> o
CO
Formatie van Stamproy (eolisch en lokaal terrestrisch)
Ouderdom (jr) 0 = 1950 n. Chr.
Chrono-, zuurstofisotopen- en lithostratigrafie voor Noordwest-Europa naar De Mulder et af. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et af. (1994). Atmosferische data volgens Berendsen (2008) en Cohen et af (2009). Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor Cultuurhistorisch Erfgoed (RCE). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2008). Pollenzones volgens P. Vos a P. Kiden (2005).
Ouderdom (kal. jaren BP1)
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
Vegetatie
Archeologische perioden (kal. jaren v/n. Chr.) nieuwe tijd (1500-heden)
450 Vb2 1150
1250
1500
1962
Subatlanticum (koeler Vochtiger)
Vb1
1950
Loofbos, waarbij eik en els overheersen; haagbeuk vanaf Vb1 fc1 0Zo); vanaf Vb2 veel cultuurplanten (rogge, boekweit, korenbloem)
middeleeuwen (450-1500 n. Chr.)
Romeinse tijd (12 v.Chr. - 450 n. Chr.) ijzertijd (800 - 12 v. Chr.)
Va 2750 3050
2900 IVb
3950
5700
Subboreaal (koeler Droger) 5000
7250
8700
10.250
Atlanticum (warm Vochtig)
III
Loofbos eik en els overheersen, relatief veel iep en linde. Het percentage den neemt af
Boreaal (warmer)
II
Den overheerst, daarnaast hazelaar, eik, iep, linde, es
8000
9000
10.950
13.900
11.900
14.030
12.100
LaatWeichselien (Laat-Glaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerod
LW II
Vroege Dryas
mesolithicum (8800 - 5300 v. Chr.)
12.450
Parklandschap (subarctisch) Dennen- en berkenbossen Open parklandschap
LW I Bolling
35.000 (v. Chr.)
neolithicum (5300 - 2000 v. Chr.)
10.150
12.850
14.640
bronstijd (2000 - 800 v. Chr.)
Eerst berk en later overheerst de den
Preboreaal (warmer)
10.750 11.650
IVa
Loofbos. Eik, els en hazelaar overheersen; beuk vanaf IVb ^ ŵ en grotere invloed landbouw (granen)
laat-paleolithicum (35.000 - 8800 v. Chr.)
Open vegetatie met kruiden (bijvoet) en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
Perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (Vroeg-Glaciaal)
Perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
75.000
midden-paleolithicum (300.000 - 35.000 v. Chr.)
117.000 130.000
300.000 (v. Chr.)
Eemien (warme periode)
Loofbos
Saalien (ijstijd)
Maximale ijsuitbreiding Scandinavische ijskap tussen 200.000 en 130.000 jaar BP
BP = aantal werkelijke jaren voor 1950 AD.
vroeg-paleolithicum (tot 300.000 v. Chr.)