Bijlage 08: Toelichting Selectiebesluit gemeente Beuningen
Tekst van het document
Gemeente
Beuningen
Selectiebesluit/beoordeling (concept) onderzoeksrapport. Onderwerp: Datum: Bijlage: Afschrift aan: Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:
Conceptrapport inventariserend veldonderzoek-proefsleuven 29 mei 2020
J.J.M. van der Zande, beleidsmedewerker Ruimtelijke ordening
E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Nijmegen
Onderzoek - Onderzoeksrapport: Ewijk, Klaphekstraat (ong.), Gemeente Beuningen (GD), Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase, Transect-rapport 2764 - Auteur: E. Mol - Versie: Concept, versie 1.0 Beoordeling - Inleiding: In april 2020 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Klaphekstraat te Ewijk, gemeente Beuningen. De aanleiding voor het onderzoek is de realisatie van twee woningen. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2.925 m2. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Beuningen heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting en ligt het gedeeltelijk op een oude woongrond. Hierbij zijn bodemingrepen archeologisch onderzoeksplichtig wanneer ze groter zijn dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. In het kader van de beoogde bestemmingsplanwijziging is een archeologische waardestelling noodzakelijk. In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd binnen het plangebied (Melman 2020). Op basis van het vooronderzoek is een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode neolithicum - Nieuwe tijd vastgesteld, aangezien er sprake is van een oude woongrond in het plangebied en er oever- en beddingafzettingen van de Winssen stroomrug zijn aangetroffen. De bevoegde overheid heeft vervolgens besloten dat een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd dient te worden.
Het doel is het toetsen van de archeologische verwachting uit het vooronderzoek door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten.
Gemeente
LEUNINGEN
- Opmerkingen: 1. Paragraaf 5, p.18: Een kleine opmerking m.b.t. de bijschriften bij de aardewerkfoto's: waar staat V.1 en V.5 voor; dit is verder niet terug te vinden in de tekst of tabellen. 2. Bijlage 7, punt 4: De prehistorische sporen worden op basis van de stratigrafische positie en het vondstmateriaal gedateerd in de late bronstijd/ijzertijd. In de paragraaf, 5, deel 'Sporen' wordt de greppel echter op basis van de stratigrafische positie geplaatst in de periode neolithicum/bronstijd. De kuil met de dierlijke tanden en het aardewerk bevindt zich in dezelfde stratigrafische positie maar wordt op basis van het aardewerk in de periode (late-ĵbronstijd/ijzertijd gedateerd, echter een nauwkeurige datering is niet mogelijk vanwege het feit dat diagnostische kenmerken van het aardewerk ontbreken. De sporen worden echter dan uiteindelijk wel beiden in de late bronstijd/ijzertijd gedateerd - daarmee voorbijgaand aan de stratigrafische positie en de eerdere conclusie dat op dit niveau resten uit de periode neolithicum-bronstijd verwacht kunnen worden. Kan dit nog worden toegelicht, omdat het voor de duiding van hetgeen gevonden is - zeker omdat er geen vervolgonderzoek plaatsvindt, van belang is.
Selectiebesluit: De gemeente is akkoord met het selectieadvies van Transect om het plangebied archeologisch vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.