CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 08: Bijlage Toelichting: bijlage 5: Selectiebesluit

Raadsvergadering 9 april 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan Deijnsestraat 14 Winssen1.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

LEUNINGEN

Beoordeling (concept) onderzoeksrapport. Onderwerp: Datum: Bijlage: Afschrift aan: Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:

Rapport bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek - boringen 4 juli 2022 n.v.t. R. Rutgers, bele idsmedewerker E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Nijmegen Ruimtelijke ord ening ļT\

4

^

Onderzoek - Rapport: Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek Deijnschestraat 14 te Winssen, Econsultancy-rapport 15874.002 - Auteur: E.M. ten Broeke - Versie: Concept, 2 d.d. 25 mei 2022 Beoordeling - Inleiding: Econsultancy heeft in opdracht van de heer J.G. van Welie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Deijnschestraat 14 te Winssen in de gemeente Beuningen. De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van een vrijstaande woning met een bijgebouw te realiseren. - Resultaten Bureauonderzoek Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-) Paleolithicum t/m het Midden- Neolithicum en een hoge verwachting voor de perioden vanaf de Late-IJzertijd. Gedurende het (Laat-)Paleolithicum t/m het Midden-Neolithicum (JagersVerzamelaars) had het plangebied een ligging binnen het relatief hoger gelegen Laagterras. De hoger gelegen terrasruggen/opduikingen vormde de meest geschikte locaties waren voor bewoning. Circa 850 meter ten zuidwesten van het plangebied zijn vroeg- tot laat prehistorische resten aangetroffen in de top van het pakket pleistocene rivierafzettingen. Gedurende de perioden Laat-Neolithicum - Midden-IJzertijd (Landbouwers) had het

Gemeente

Beuningen

plangebied een relatief lage ligging in een komgebied en vormde geen gunstige bewoningslocatie. Vanaf circa 200 voor Chr. kwam het plangebied binnen de oeverwalzone te liggen. Deze oeverwal is gevormd in de tijd dat de Waal stroomgordel actief was (voordat bedijking plaatsvond). Archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied, als door particulieren aangetroffen vondstmateriaal, laten zien dat tijdens en na de vorming van relatief hooggelegen oeverwallen langs de rivier de Waal deze gebieden zeer geschikte bewoningslocaties vormde. Hier konden diverse agrarische activiteiten worden ontplooid, vooral na de ontginning van het gebied in de 9e^0e eeuw, waardoor het zogenaamde Oud Cultuurland werd vormgegeven (het plangebied ligt binnen het Oud Cultuurland). Beschikbaar historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw al deels in agrarisch gebruik was. Inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek laten zien dat Pleistocene rivierterrasafzettingen op een geringere diepte voorkomt dan werd verwacht vanuit de resultaten van het bureauonderzoek. Grindrijk grof zand komt al voor op een diepte vanaf gemiddeld 235 cm -mv en hierboven bevindt zich een circa 40 cm dikke Laag van Wijchen. In de top van deze stugge kleilaag is sprake van een sterk ontwikkelde vegetatiehorizont.

De sterke mate van bodemontwikkeling duidt op een voormalig maaiveldniveau, waarbij het plangebied waarschijnlijk een relatief hoge ligging had binnen het aanwezige landschap gedurende het einde van het Laat-Glaciaal en het Vroeg-Holoceen. Boven de Laag van Wijchen is een zandige laag en vervolgens een zwaar getextureerde kleilaag aanwezig, tussen circa 140 en 195 cm -mv. Het betreffen waarschijnlijk crevasse-afzettingen afgedekt met komklei, welke mogelijk zijn gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Winssen stroomgordel. In de top van de komafzettingen is tevens een zwak ontwikkelde laklaag/ vegetatiehorizont aanwezig. Dit duidt op een periode dat sedimentatie gering was, meest waarschijnlijk ná de actieve fase van de Winssen stroomgordel. De bovenste 140 cm van de bodemopbouw betreft kalkrijke oeverafzettingen gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Waal stroomgordel (en voordat bedijking plaatsvond). In de top heeft zich een kalkhoudende ooivaaggrond ontwikkeld. Er is sprake van een vrij intacte bodemopbouw/ recente bodemverstorende ingrepen hebben in beperkte mat plaatsgevonden. Over het algemeen is alleen de bovengrond (tot gemiddeld 55 cm) verstoord/omgewerkt, meest waarschijnlijk door eerder agrarisch gebruik. In het oostelijke deel van het plangebied hebben wat diepere recente verstoringen/vergravingen plaatsgevonden, tot circa 80 cm -mv.

Aanbevelingen Econsultancy Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten in het pakket Holocene afzettingen (oever- op kom- op crevasseafzettingen). Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij nog een verwacht gold op de aanwezigheid van archeologische resten uit de perioden vanaf met name de LateIJzertijd, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting. Er is geen aanleiding meer om nog de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het pakket Holocene afzettingen en daarmee binnen de geplande verstoringsdiepte (tot circa 1 m -mv) te vermoeden. De middelhoge verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum - MiddenNeolithicum blijft wel gehandhaafd. Eventueel aanwezige resten en/of sporen uit deze

Gemeente

Beuningen

perioden wordt verwacht in de top van de Pleistocene rivierterrasafzettingen (Wijchen Laag), pas vanaf circa 195 cm -mv, en zullen door de geplande ontwikkeling niet worden verstoord. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen de geplande verstoringsdiepte (geen archeologische resten aangetroffen in de versneden en verbrokkelde pakket Holocene afzettingen), adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. De geplande ingrepen kunnen, voor zover het archeologische waarden betreft, zonder beperkingen worden uitgevoerd. Indien er bij toekomstige ontwikkelingen wel (diepere) bodemverstorende ingrepen gaan plaatsvinden die reiken tot in de Pleistocene afzettingen (dieper dan 195 cm -mv), wordt geadviseerd een vervolgonderzoek/aanvullend onderzoek te laten plaatsvinden gericht op het bepalen of wel of geen sprake is van (een) vindplaats(en) van jager-verzamelaars (vuursteenvindplaats(en)). - Opmerkingen: 1. De gemeente neemt het advies deels in aangepaste vorm over. Graag dit selectiebesluit in aanvulling op het eigen advies opnemen in de definitieve, te deponeren versie zodat hier bij toekomstig onderzoek kennis van kan worden genomen.

- Selectiebesluit De gemeente is akkoord met het advies van Econsultancy om ten aanzien van de geplande bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Ten aanzien van het advies bij toekomstige ontwikkelingen waar bodemverstorende ingrepen gaan plaatsvinden, wordt door de gemeente een buffer van 30 cm boven het niveau van de Pleistocene afzettingen aangehouden. Dat wil zeggen dat bij ingrepen vanaf 165 m mv, een inventariserend karterend veldonderzoek noodzakelijk is om te bepalen of sprake is van een vindplaats op dit niveau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=6d257c83-2e95-4952-ac7a-9fb85d26b067