Bijlage 07: Toelichting: Waterhuishoudkundig onderzoek
Tekst van het document
ORTA
GEO WATERHUISHOUDKUNDIG ONDERZOEK Ooigraaf 3 in Beuningen
INGENIEURS RUIMTELIJKE LEEFOMGEVING
TITELBLAD
Opdrachtgever:
Buro Waalbrug B.V. Postbus 165 6640 AD Beuningen
Rapportnummer:
218624/R01
Status rapport:
Definitief
Datum:
1 mei 2023
Projectomschrijving:
Waterhuishoudkundig onderzoek Ooigraaf 3 in Beuningen
Auteur:
A.J.M.C. Damen
Gecontroleerd door: Ortageo Nederland B.V. Vestiging: Metaalweg 18 6551 AD Weurt Tel: 0546 53 20 74 E-mail: info@ortageo.nl
INHOUDSOPGAVE Inleiding................................................ Basisinformatie................................... 2.1 Bronnen......................................... 2.2 Algemene gegevens.................... 2.3 Huidige en historische situatie.... 2.4 Toekomstige situatie................... 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie 2.6 Oppervlaktewater........................ 3 Beleidskader......................................... 3.1 Algemeen..................................... 3.2 Waterschap Rivierenland............ 4 Afweging en realisatie........................ 4.1 Hemelwaterafvoer....................... 4.2 Wateroverlast............................... 4.3 Conclusies en aanbevelingen.....
Bijlagen 1) Achtergrondkaarten
218624/R01
1 CM CM
1 2
2 3 3 4 4 5 5 5 7 7 7 8
1
INLEIDING
In opdracht van Buro Waalbrug B.V. is door Ortageo Nederland B.V. een waterhuishoudkundig onderzoek opgesteld voor de locatie Ooigraaf 3 in Beuningen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Doel van de werkzaamheden is na te gaan of en in welke mate de waterhuishoudkundige situatie een belemmering vormt voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Hiervoor dient tenminste inzicht te worden verkregen in de bestaande waterhuishoudkundige situatie, de ruimtelijke ontwikkeling en de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en maatregelen. De doelstelling kan verder worden uitgesplitst in de volgende onderdelen: ^ het beschrijven van de gevolgen van het inrichtingsplan voor de afvoer/verwerking van hemelwater en voor de grondwaterhuishouding; ^ het beschrijven van maatregelen waarmee eventuele negatieve gevolgen van het inrichtingsplan kunnen worden beperkt/voorkomen/gecompenseerd, uitgaande van het vigerende beleid; ^ het beschrijven van de gevolgen van het inrichtingsplan voor de afvoer/verwerking van vuilwater; ^ het bevoegd gezag in staat stellen om een onderbouwde watertoets te kunnen uitvoeren met als uiteindelijk doel te voorkomen dat er in de toekomst negatieve effecten op de waterhuishouding ontstaan. In dit rapport wordt eerst de basisinformatie weergegeven in hoofdstuk 2.
In hoofdstuk 3 is beknopt het beleidskader beschreven, waarna de afweging hiervan is verwerkt in hoofdstuk 4.
218624/R01
1/8
2
BASISINFORMATIE
2.1
Bronnen
l
In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel . 1: Geraadpleegde bronnen Nr.
Bron
Verwijzing/toelichting
1
Schríftelijke informatie van opdrachtgever
Verwerkt in dit hoofdstuk
Waterschap Rivierenland
Verwerkt in dit hoofdstuk
A.
Legger wateren
https://www.waterschaprivierenland.nl/legger-wateren
B.
Waterbeheerprogramma 2022-2027
https://www.waterschaprivierenland.nl/waterbeheerprogr amma-2022-2027
C.
Waterberging en normbuien
https://www.waterschaprivierenland.nl/waterberging
2
Internetbronnen:
3
2.2
A. Actuele luchtfoto's en straatoverzichten
www.google.nl/maps en app.pdok.nl/viewer
B. Historische topografische kaarten
www.topotijdreis.nl
C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw Z grondwater)
www.dinoloket.nl
D. Grondwatertools, verwerking gegevens TNO-NITG
www.grondwatertools.nl/grondwatertools-viewer
E. Informatie hoogteligging
www.ahn.nl
F. WKO bodemenergietool (grondwateronttrekkingen)
wkotool.nl
Algemene gegevens
De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Ooigraaf 3 in Beuningen
Kadastrale aanduiding
Gemeente Ewijk, sectie E, nummers 235 en 2705 (beiden gedeeltelijk)
Oppervlakte
Circa 2,3 hectare
Algemene omschrijving
Braakliggend terrein
De situering van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven op onderstaande afbeelding.
218624/R01
2/8
I
Afbeelding 1: Situering onderzoekslocatie (bron 1)
2.3
Huidige en historische situatie
Op historische kaarten (bron 3B) is te zien dat het plangebied al langere tijd in gebruik is voor agrarische doeleinden (boomgaard en akkerbouw), evenals de directe omgeving. Sinds eind jaren '80 is Beuningen uitgebreid tot enige afstand oostelijk van het plangebied. In de periode hierna zijn sportvelden aangelegd rondom het plangebied, en is de Ooigraaf aangelegd. Verder zijn westelijk, richting Ewijk woningen gebouwd. Door het plangebied loopt een hogedruk gasleiding, deze bevindt zich aan de oostelijke zijde van het terrein.
2.4
Toekomstige situatie
Op de locatie wordt een zwembad gebouwd. De exacte locatie van het zwembad is heden niet bekend. Verder wordt er ook een parkeerplaats t.b.v. het zwembad aangelegd en worden andere sportfaciliteiten (e.g. basketbalveld, pumptrack, fitparcours) gerealiseerd.
218624/R01
3/8
2.5
I
Bodemopbouw en geohydrologie
In onderstaande tabel zijn de lithologische en geohydrologische karakteristieken van de bodem ter hoogte van de projectlocatie verwerkt (bron 3C). Op basis van het model GeoTOP v1.5 wordt verwacht dat de bovenste bodemlaag (holocene afzettingen) tot tenminste 1 m -mv uit klei bestaat. De locatie bevindt zich op een hoogte van ongeveer +7,6 m NAP (bron 3E). Tabel 3: Regionale geohydrologische bodemopbouw gebaseerd op REGIS II.2.2 (bron 3C) Diepte (m NAP) Van
Geologische Formatie
Lithologie
Horizontale doorlatendheid (m/d)
Verticale doorlatendheid (m/d)1
Min
Min
Tot
Max
Max
Complexe eenheid, bestaande uit een Holocene afwisseling van zandige klei, midden en fijn +7,5 +3J ----afzettingen zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit Kreftenheye midden en grof zand, met weinig zandige klei, 50 100 +3.1 -11,8 --fiin zand en grind en een spoor klei en veen Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit Peize en -48,2 midden en grof zand, met weinig zandige klei, 25 50 -11,8 --Waalre fijn zand en grind en een spoor klei en veen Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig -48,2 -51,6 Waalre 0,005 0,01 --veen, fijn en grof zand en een spoor grind Verticale doorlatendheid wordt gebruikt om de doorlaatbaarheid van scheidende lagen weer te geven. Deze is niet van belang voor bodemlagen met een hoge horizontale doorlatendheid.
2.6
Oppervlaktewater
Een leggerkaart is opgenomen in bijlage 2 (bron 2A). Hieruit blijkt het volgende: ^ Er is een A-watergang aanwezig langs de oostzijde van het plangebied, deze buigt verder af richting het zuiden; ^ Er is een B-watergang aanwezig langs de noordgrens van het gebied ^ Er is een C-watergang aanwezig langs de westgrens van het plangebied. Uit luchtfoto's blijkt dat deze watergang recent verbreed is (bron 3A). Deze C-watergang kruist een tweede C-watergang aan de zuidoostzijde van het gebied, die aansluit op de A-watergang. Ook deze watergang is recent verbreed. Dit materiaal is mogelijk gebruikt om het terrein te egaliseren. De locatie bevindt zich in peilgebied BLM006, waarin een zomerpeil van +6,6 m NAP en een winterpeil van +6,3 m NAP is vastgelegd. Hierop zit een marge van 0,15 meter.
Figuur 1: Luchtfoto 2022
218624/R01
Figuur 2: Luchtfoto 2020
4/8
3
BELEIDSKADER
3.1
Algemeen
Het waterbeleid in Nederland wordt, van Europees niveau via rijks-, provinciaal- en waterschap beleid, vertaald naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit te laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water en zijn, om te komen tot een duurzaam waterbeheer, verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid. Sinds 1 november 2003 is het in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening wettelijk verplicht, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van een herinrichting voor de waterhuishouding. In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Door de Nota Ruimte krijgt met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie: van reageren naar anticiperen. De laatste jaren dient in ruimtelijke plannen steeds meer aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten.
Provincies en gemeenten zorgen voor een integrale afweging en leggen deze vast in provinciale beleidsplannen en streekplannen, respectievelijk structuur- en bestemmingsplannen. De Provincie geeft richting aan ruimtelijke ontwikkeling door de gebieden te benadrukken die van nature het eerst onder water komen te staan bij hevige regenval of overstromingen. De Provincie wil dat deze gebieden gevrijwaard blijven van kapitaalintensieve functies.
3.2
Waterschap Rivierenland
Het beleid van waterschap Rivierenland is verwoord in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (bron 2B). Waterberging Voor berekening van de benodigde waterberging voor ruimtelijke ontwikkelingen is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Daarbij geldt als vuistregel dat er 436 m3 waterberging nodig is per hectare aanvullende verharding. Deze vuistregel geldt alleen bij waterberging in open water. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi's of kratten, geldt als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding (bron 2C). Als er sprake is van een afname van verhard oppervlak of indien het regenwater op de locatie wordt geïnfiltreerd, hoeft er geen aanvullende bergingsvoorziening te worden aangelegd. Aangezien eigenaren van woningen zelf vrijheid hebben om hun woningen en tuin in te richten, gaat het Waterschap uit van de volgende hoeveelheden verharding op woonpercelen: ^ vrijstaande woningen: 70Zo verhard ^ 2-onder-1 kapwoningen: 80Zo verhard ^ rijtjeswoningen: 900Zo verhard Voor particulieren geldt een eenmalige vrijstelling voor het aanleggen van waterbergende voorzieningen voor uitbreidingen tot 500 m2 in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied.
218624/R01
5/8
. Drooglegging De grondwaterstand wordt mede bepaald door de drooglegging van een plangebied. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het zomerwaterpeil in de sloot ligt. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter.
Drooglegging = verschil tussen maaiveldniveau (of straatpeil of bouwpeil) en opper vlaktewaterpeil Figuur 3: Drooglegging (bron 2)
218624/R01
6/8
4
AFWEGING EN REALISATIE
4.1
Hemelwaterafvoer
Verharding Binnen het plangebied gaat de totale hoeveelheid verharding significant toenemen. Hoeveel is heden nog niet bekend. Voor het aanleggen van het zwembad, parkeergelegenheid, toegangspaden en overige sportfaciliteiten is naar verwachting ongeveer 6.500 m2 aan verharding noodzakelijk. Afhankelijk van de daadwerkelijke invulling van het plan kan dit sterk afwijken. Hemelwaterberging Gezien de bodemopbouw in het gebied wordt uitgegaan van hemelwaterberging in oppervlaktewater, en niet van infiltratievoorzieningen. Op basis van de hierboven aangenomen verharding is 283 m3 aan aanvullende waterberging noodzakelijk (43,6 mm x 6.500 m2 verhard oppervlakte). Op basis van een peilopzet van 30 cm, moet hiervoor 945 m2 aan wateroppervlakte worden aangelegd (bij behoud van talud bestaande sloten). Gezien de recente verbreding van de C-watergang (310 meter lang) langs het terrein is mogelijk al rekening gehouden voor ontwikkeling ter plaatse van dit terrein; vooral aangezien deze watergang verbreed is ter plaatse van het perceel. dit kan worden nagegaan bij de ontwikkelaar van het gebied. Deze watergang is aan de westzijde nu ongeveer 10 meter breed. Aan de oostzijde is de watergang enkele meters smaller, circa 6 meter. Mogelijk kan dit deel van de sloot verder worden verbreed. Dit stuk is 90 meter lang, dus kan hier waarschijnlijk niet voldoende verbreed worden.
De B-watergang langs de weg (Ooigraaf) zou kunnen worden verbreed voor de compensatie van hemelwater, voornamelijk aan de oostelijke helft van het terrein. Dit deel van de watergang is 75 meter lang. Ten slotte lijkt de A-watergang, nu relatief smal een nuttige locatie voor compensatie. De aanwezigheid van de hogedruk gasleiding kan hier tot problemen leiden; als de A-watergang verbreed wordt, wordt aanbevolen in overleg te treden met de beheerder. Ten slotte zou ervoor gekozen kunnen worden om het terrein westelijk van het al aanwezige sportveld (het deel van perceel 2705 dat binnen het plangebied valt) volledig als waterpartij in te richten. Dit is ruim voldoende oppervlak (circa 1.300 m2) voor de benodigde compensatie. Afhankelijk van het ontwerp kan er uiteraard van de perceelsgrens worden afgeweken.
4.2
Wateroverlast
Het maaiveld bevindt zich op ongeveer +7,6 m NAP. Met een zomerpeil van +6,6 m NAP is sprake van 1 meter drooglegging. Dit is voldoende voor de aanleg van het parkeerterrein en buitensportfaciliteiten. De doorgaande weg heeft een peil van ongeveer +7,9 à +8J m NAP (west-oost); aanbevolen wordt om minstens +7,9 m NAP aan te houden voor bebouwing.
218624/R01
7/8
4.3
i
Conclusies en aanbevelingen
Gezien de grote hoeveelheid ontwikkelingen in het gebied, is niet geheel duidelijk waar ruimte is voor compensatie van verhard oppervlakte. Aanbevolen wordt om na te gaan of hier niet eerder al afspraken over zijn gemaakt. Als er nog geen compensatie is voorzien voor het zwembad kan gekozen worden van het verbreden van de aanwezige sloten, wat ertoe leidt dat meerdere sloten moeten worden vergraven. Alternatief kan ervoor worden gekozen om op een deel van het terrein de slootvorm los te laten en een grotere waterpartij aan te leggen. De locatie hoeft niet opgehoogd te worden, echter wordt wel aanbevolen om een bouwpeil van 0,3 meter boven straatniveau aan te houden.
218624/R01
8/8
BIJLAGE 1 Achtergrondkaarten
218624/R01
Legenda Basisinformatie 430600
Projectlocatie
Basisregistratie gebouwen a Perceel
AHN3 0.5m Digital Surface Model (DSM) ļ 6,00 8,25 10,50
430550
12,75 ļ 15,00
Achtergrondkaart
430450
430500
OpenStreetMap
430350
430400
Projectnaam: waterhuishoudkndig onderzoek Ooigraaf 3 in Beuningen Titel: Hoogtekaart Opdrachtgever: Buro Waalbrug B.V. Projectnummer: Schaal: Bijlage: 1:1.000 218624 Formaat: Datum tekening: Getekend: 21-04-2023 Toine Damen A3
0 RTA-.-ífl INGENIEURS RUIMTELIJKE LEEFOMGEVING
179750
179800
179850
179900
179950
180000
Legenda Basisinformatie Projectlocatie
Legger Waterschap Rivierenland WaterlopenJVastgesteld
Luchtfoto Luchtfoto Actueel 8cm
Achtergrondkaart OpenStreetMap
0
10
20
30
40 m
Projectnaam: waterhuishoudkundig onderzoek Ooigraaf 3 in Beuningen Titel: Legger wateren Opdrachtgever: Buro Waalbrua B.V. Schaal: Bijlage: Projectnummer: 1:1.000 218624 Getekend: Formaat: Datum tekening: 21-04-2023 Toine Damen A3
ortal-.33 SENIEI
179750
179800
179850
179900
179950
180000
RUIMTELIJKE LEEFOf
Â